Brussel Fiscaliteit: Audit 2026-03-31
Categorie: Brussels Gewest. Instellingen Status-voorstel: 🟡 Fusie: opgaan in één Belgische Belastingdienst Auditor: HART Staatshervorming Audit (geautomatiseerd)
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Officiële naam: Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit (GOB Brussel Fiscaliteit / Bruxelles Fiscalité)
Juridische basis: Operationeel sinds 1 januari 2012. Het juridisch kader staat in de Brusselse Codex Fiscale Procedure (ordonnantie van 6 maart 2019) en de Codex van de Openbare Financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (ordonnantie van 4 april 2024). De grondwettelijke basis voor eigen gewestbelastingen is artikel 170, §2 van de Grondwet. De Bijzondere Financieringswet van 16 januari 1989 bepaalt welke gewestbelastingen er zijn (artikel 3) en dat de federale overheid ze kosteloos int, tenzij het gewest de dienst per groep van belastingen zelf overneemt (artikel 5, §3).
Oprichtingsdatum: 1 januari 2012 (als onderdeel van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel). Sinds 1 januari 2017 is Brussel Fiscaliteit een zelfstandige gewestelijke overheidsdienst.
Bestuursniveau: Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Personeel: 333 personeelsleden eind 2024, verdeeld over 9 directies.
Budget: Brussel Fiscaliteit inde in 2024 in totaal €1,58 miljard aan belastingen en boetes, verdeeld over het Gewest, de agglomeratie en de gemeenten; de onroerende voorheffing (met de gemeentelijke opcentiemen) bracht daarvan meer dan €1,3 miljard op. De gewestbelastingen die de FOD Financiën voor het Gewest int (onder meer registratie- en successierechten en de belasting op spelen en weddenschappen), zijn in de begroting 2026 geraamd op €1,36 miljard. Alles samen raamt het Gewest voor 2026 €5,74 miljard ontvangsten zonder leningen en schuldverrichtingen (Rekenhof). Het werkingsbudget van de dienst zelf is niet apart gepubliceerd, maar maakt deel uit van de gewestbegroting.
Aansturing: Valt onder de bevoegdheid van de Brusselse minister van Financiën en Begroting. Heeft een eigen directeur-generaal.
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken:
- Inning en invordering van gewestelijke belastingen
- Beheer van de onroerende voorheffing (overgenomen van FOD Financiën sinds 1 januari 2018)
- Beheer van verkeersbelastingen (overgenomen van FOD Financiën sinds 1 januari 2020)
- Toeristenbelasting (sinds 1 februari 2017)
- Handhaving lage-emissiezone (LEZ) boetes (sinds 1 januari 2018)
- Belasting op tussenpersonen voor de reservatie van taxiritten (sinds 2023)
- Schattingen en vastgoedwaarderingen via het Aankoopcomité
- Expertise- en documentatiecentrum voor de Brusselse Regering
- Advisering van de Brusselse Regering inzake fiscaal beleid
- Schuldinvordering voor andere Brusselse administraties
Overlap met andere instellingen:
- FOD Financiën blijft federaal bevoegd voor personenbelasting, vennootschapsbelasting, BTW en accijnzen. Ook voor Brusselse belastingplichtigen. De registratierechten en successierechten int de FOD Financiën namens het Gewest (stand 2026); in Vlaanderen doet VLABEL dat sinds 1 januari 2015 zelf.
- 19 Brusselse gemeenten heffen opcentiemen op de onroerende voorheffing, een aanvullende personenbelasting en eigen gemeentebelastingen. Brussel Fiscaliteit int de onroerende voorheffing samen met de gemeentelijke opcentiemen en stort het gemeentelijke deel door; de aanvullende personenbelasting int de FOD Financiën; de eigen gemeentebelastingen innen de gemeenten zelf.
- Brussel Financiën en Begroting (onderdeel van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel) beheert de gewestelijke begroting en boekhouding. Geen overlap maar wel afhankelijkheid.
Klant: Brusselse belastingplichtigen (particulieren en bedrijven), 19 gemeenten (doorstorting opcentiemen), andere Brusselse administraties.
Prestatie-indicatoren:
- Brussel Fiscaliteit heeft in 2025 het Great Place to Work-label behaald, wat wijst op goede interne organisatie.
- MyTax-platform (gelanceerd augustus 2019) biedt digitale toegang tot belastingdossiers: in 2024 stonden er 12 belastingen op en liep 29% van de vragen van burgers via het platform (62.859 aanvragen). Registratie- en successierechten (FOD) en gemeentebelastingen staan er niet op.
- In 2023 vroegen bijna 58.000 Brusselaars uitstel of een afbetalingsplan aan voor de onroerende voorheffing, in 2024 ongeveer 65.000 en in 2025 bijna 73.000, voor in totaal €106 miljoen aan aanslagen (2025). Dat wijst op betalingsproblemen bij burgers en druk op de invorderingscapaciteit.
- Het jaarverslag 2024 vermeldt een realisatiegraad van 95,8 tot 97,6% (vastgestelde rechten tegenover de raming), 232.901 herinneringen (€301 miljoen) en 51.997 dwangbevelen (€48 miljoen). Een invorderingsgraad over meerdere jaren, de kost per geïnde euro en een vergelijking met andere belastingdiensten ontbreken.
Recentste audit/evaluatie: Geen specifiek Rekenhof-rapport over Brussel Fiscaliteit gevonden in de openbare publicaties. Het Rekenhof publiceert wel jaarlijks een rekeningenboek van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar gedetailleerde audits van de fiscale administratie zijn niet publiek beschikbaar.
1C. Internationale vergelijking
Nederland. Belastingdienst + gemeentelijke belastingkantoren Nederland heeft een gecentraliseerde nationale Belastingdienst (Rijksbelastingdienst) voor alle rijksbelastingen. Gemeentelijke belastingen en heffingen (OZB, rioolheffing, afvalstoffenheffing) worden geïnd door gemeentelijke belastingkantoren of samenwerkingsverbanden (zoals het Noordelijk Belastingkantoor). Nederlandse gemeenten begroten voor 2026 €15,3 miljard aan heffingen, waarvan €6,3 miljard onroerendezaakbelasting (CBS). Het systeem is eenvoudiger: de burger heeft te maken met de Belastingdienst en één lokaal belastingkantoor, niet met drie administraties (federaal, gewest, gemeente) zoals in Brussel.
Duitsland. Finanzamt (deelstaatbelastingdiensten) 507 Finanzämter (2025) met ongeveer 97.000 medewerkers, beheerd door de deelstaten (Länder), innen zowel deelstaatbelastingen als de grote federale belastingen (loon- en inkomstenbelasting, btw, vennootschapsbelasting) in opdracht van de Bund: één kantoor int voor de Bund en de deelstaat. De Grundsteuer (vergelijkbaar met de onroerende voorheffing) wordt door de gemeenten geheven maar door de Finanzämter berekend. Sinds 1 januari 2025 geldt een hervormde Grundsteuer; de deelstaten mogen via een openingsclausule een eigen berekeningsmodel hanteren. Het toont hoe een federaal kader en keuzes van de deelstaten samengaan.
Denemarken. SKAT (nu Skatteforvaltningen) Op 1 november 2005 werden de belastingadministraties van de gemeenten en de nationale douane- en belastingdienst samengevoegd tot SKAT. Het doel: één aanspreekpunt voor burgers en bedrijven voor alle belastingen en overheidsschulden (Rigsrevisionen). De meeste Denen hoeven geen aangifte in te vullen: werkgevers, banken en andere instellingen geven de gegevens rechtstreeks door, de burger controleert alleen. Na grote problemen, onder meer bij de schuldinvordering, werd SKAT op 1 juli 2018 opgedeeld in zeven gespecialiseerde agentschappen onder Skatteforvaltningen; één nationale belastingadministratie voor alle niveaus bleef het principe.
Zwitserland. Kantonale Steuerämter Elk kanton heeft een eigen belastingdienst die zowel de kantonale belastingen als de federale directe belasting veranlagt en int, in opdracht en onder toezicht van de Bond (ESTV). Elk kanton heeft zijn eigen digitale aangifte; in Zürich gebruikt ongeveer de helft van de belastingplichtigen de online aangifte ZHprivateTax (2026). Het Zwitserse model toont dat fiscale autonomie van deelstaten samengaat met één loket voor de burger.
1D. Knelpunten en kritiek
Gewestbelastingen over twee administraties verdeeld: Brussel Fiscaliteit int een deel van de gewestbelastingen, de FOD Financiën de rest (registratie- en successierechten en andere, samen €1,36 miljard in de begroting 2026). Twee systemen voor één belastingplichtige. Vlaanderen koos met VLABEL voor een eigen dienst, maar daarmee bestaan er in België vier belastingadministraties naast elkaar, elk met eigen IT en overhead.
Betalingsproblemen bij burgers: Het stijgende aantal aanvragen voor uitstel of een afbetalingsplan (bijna 58.000 in 2023, bijna 73.000 in 2025) wijst op een structureel probleem: de belastingdruk in Brussel wordt als hoog ervaren, en de invorderingscapaciteit staat onder druk.
MyTax dekt niet alle belastingen: Het digitale platform bundelt 12 gewestbelastingen, maar niet de registratie- en successierechten of de gemeentebelastingen. De "once-only"-ambitie (burger geeft info maar één keer) is nog ver weg.
Onvolledige prestatiemeting: Het jaarverslag geeft activiteitscijfers (realisatiegraad, herinneringen, dwangbevelen, MyTax-gebruik), maar geen kost per geïnde euro, geen invorderingsgraad over meerdere jaren en geen vergelijking met andere belastingdiensten. De burger kan niet zien hoe efficiënt de dienst werkt.
Budgettaire druk: De geconsolideerde schuld van het Brussels Gewest steeg van 2023 tot 2025 met €3,5 miljard tot €16,1 miljard eind 2025; het Rekenhof raamt ze op €17,7 miljard eind 2026. De begroting 2026 voorziet €505 miljoen voor rentelasten op de directe schuld, bij een ESR-tekort van €957 miljoen. Dit zet druk op de fiscale administratie om meer te innen met minder middelen.
Fiscale exodus: Hogere inkomens verlaten Brussel richting Vlaams- en Waals-Brabant, wat de belastingbasis uitholt. Brussel Fiscaliteit kan dit niet compenseren. Het is een structureel probleem dat gewestelijke fiscale autonomie beperkt.
Complexe institutionele omgeving: Brussel Fiscaliteit opereert naast de FOD Financiën en 19 gemeentelijke belastingdiensten. De burger heeft geen idee wie wat int.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ⚠️ | Het Gewest beslist terecht zelf over zijn tarieven, maar de inning is versnipperd: een deel bij Brussel Fiscaliteit, een deel bij de FOD. Inning is uitvoering en hoeft niet op hetzelfde niveau te gebeuren als de beslissing. De 19 gemeenten als apart belastingniveau creëren ook een extra laag. |
| 2 | Transparantie | ⚠️ | Er is een jaarverslag met activiteitscijfers (realisatiegraad, herinneringen, dwangbevelen), maar geen kost per geïnde euro, geen invorderingsgraad over meerdere jaren en geen benchmarking. De burger kan niet zien hoe efficiënt zijn belastinggeld geïnd wordt. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ⚠️ | Brussel int een deel van zijn belastingen zelf, maar voor registratie- en successierechten loopt het geld via de FOD. De fiscal gap is groot: het Gewest geeft meer uit dan het zelf int. Geconsolideerde schuld: €16,1 mld (eind 2025). |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Drie niveaus van belastinginning (federaal, gewest, gemeente) voor Brusselse burgers. Twee verschillende administraties (Brussel Fiscaliteit + FOD Financiën) voor gewestelijke belastingen. De burger moet naar twee loketten. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | 333 personeelsleden (eind 2024) voor ruim 1,25 miljoen inwoners is werkbaar, maar de beperkte schaal maakt het moeilijk om dezelfde digitale investeringen te doen als de FOD Financiën (20.470 medewerkers in 2025). Vier belastingdiensten bouwen elk hun eigen systemen. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ⚠️ | Brussel heeft fiscale autonomie en kan eigen tarieven bepalen (bv. registratierechten 12,5% met een abattement op de eerste €200.000 voor de enige eigen woning, tegenover 2% in Vlaanderen sinds 1 januari 2025). Die autonomie hangt niet af van wie int: ze blijft bestaan als één dienst voor alle niveaus int. |
| 7 | Resultaatgericht | ❌ | Het jaarverslag rapporteert activiteit, geen resultaat: geen doelen per indicator, geen benchmarking met andere gewesten of internationale diensten. Het stijgende aantal betalingsproblemen wordt niet gekoppeld aan beleidsevaluatie. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | MyTax is een goede start (sinds 2019, 12 belastingen), maar dekt niet alle belastingen. Geen once-only-principe. Geen vooringevulde aangiftes naar Deens model. |
| 9 | Internationaal bewezen | ⚠️ | Denemarken (één nationale dienst voor alle belastingen), Duitsland en Zwitserland (één kantoor int de federale en de deelstaatbelastingen) tonen dat het beter kan: één loket, ook in een federaal land. Brussel volgt geen van die modellen consequent. |
Synthese: 2× ❌ (Eenvoud, Resultaatgericht) en 7× ⚠️. De grootste winst is te boeken op eenvoud (alle belastingen, van alle niveaus, via één dienst), transparantie (publieke KPI's) en resultaatgerichtheid (benchmarking en invorderingsgraad publiceren).
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟡 Fusie Brussel Fiscaliteit gaat, samen met VLABEL en SPW Fiscalité, op in één Belgische Belastingdienst die alle belastingen van alle niveaus int. De Brusselse deelstaat blijft zelf beslissen over zijn tarieven.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
Eén Belgische Belastingdienst: Brussel Fiscaliteit fuseert met de FOD Financiën, VLABEL en SPW Fiscalité tot één belastingdienst. Die int alle Brusselse belastingen: de onroerende voorheffing, de verkeersbelastingen, de registratie- en successierechten en de overige deelstaatbelastingen. Geen aparte overdracht meer van de registratie- en successierechten naar Brussel Fiscaliteit: dat zou een apart Brussels systeem verder uitbouwen, terwijl het doel juist één systeem voor het hele land is.
Brussel beslist, één dienst int: De Brusselse deelstaat bepaalt zelf zijn tarief in de personenbelasting, binnen een federale band rond een referentietarief, en de grondslag en het tarief van zijn eigen belastingen, zoals de onroerende voorheffing en de registratierechten, behalve de waardering van het vastgoed, die één belastingdienst voor alle overheden doet (art. 52 tot 54 HART-grondwet; Duits model). Wie beslist over het tarief, legt er ook verantwoording over af; de inning is uitvoering en gebeurt door één dienst voor het hele land.
Eén digitaal platform voor alles: MyTax gaat op in het portaal van de Belgische Belastingdienst, dat alle belastingen (federaal, deelstaat, stad) toont. Once-only-principe: de burger geeft zijn gegevens maar één keer. Naar Deens model: vooringevulde aangiftes waar mogelijk.
Publieke KPI's: Jaarlijkse publicatie van invorderingsgraad, gemiddelde verwerkingstijd, klanttevredenheid en kosten per geïnde euro, per deelstaat. Benchmarking met internationale diensten (OESO ISORA-data).
Gemeentelijke belastinginning centraliseren: In lijn met HART's voorstel om de 19 Brusselse gemeenten samen te voegen tot één stadsbestuur met 8 à 10 verkozen districten, int de Belgische Belastingdienst ook de stadsbelastingen. Het stadsbestuur bepaalt de tarieven (opcentiemen), de inning en invordering gebeuren centraal. Geen 19 afzonderlijke inningsdiensten meer.
Welk niveau: Federaal (inning door de Belgische Belastingdienst); de Brusselse deelstaat en het Brusselse stadsbestuur bepalen hun eigen tarieven.
Internationaal model: Het Deense model (één nationale dienst voor alle belastingen, vooringevulde aangiftes) voor de inning, gecombineerd met het Duitse model (deelstaten bepalen tarieven binnen een federaal kader) voor de autonomie. Duitsland en Zwitserland tonen dat één kantoor voor de federale en de deelstaatbelastingen ook in een federaal land werkt.
Geschatte efficiëntiewinst:
- Besparing op dubbele overhead en IT van vier belastingdiensten: telt mee in de fusie tot één Belgische Belastingdienst (audit FOD Financiën, €25-50 miljoen per jaar voor de vier diensten samen), niet opnieuw hier
- Centralisering gemeentelijke inning: telt mee in de samenvoeging van de 19 gemeenten (audit 19 Brusselse gemeenten), niet opnieuw hier
- Betere invordering door schaalvoordelen en digitalisering: extra ontvangsten, geen besparing
Implementatiepad:
- Jaar 1: Invoering publieke KPI's en jaarlijkse benchmarking
- Jaar 1-2: Wettelijk kader en fusieplan, samen met de fusie van de andere belastingdiensten
- Jaar 3-5: Gefaseerde integratie van Brussel Fiscaliteit in de Belgische Belastingdienst; MyTax gaat op in het gemeenschappelijke portaal
- Na de samenvoeging van de 19 gemeenten: centrale inning van de stadsbelastingen
- Vereist: art. 52 HART-grondwet (één belastingdienst voor alle overheden) en een federale wet met instemming van de Raad van de Deelstaten (art. 35); personeel gaat mee over naar de Belgische Belastingdienst
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
Brussel Fiscaliteit. Fusie in één Belgische Belastingdienst Eén belastingdienst voor alle belastingen van alle niveaus, volledig digitaal, met publieke prestatie-indicatoren. Brussel beslist zelf over zijn tarieven; één dienst int. Geen gedoe meer tussen federaal, gewest en gemeente.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
Brussel Fiscaliteit is de belastingdienst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Opgericht in 2012 en zelfstandig sinds 2017, beheert deze dienst met 333 personeelsleden (eind 2024) een deel van de Brusselse gewestbelastingen: de onroerende voorheffing (sinds 2018), verkeersbelastingen (sinds 2020), toeristenbelasting en LEZ-boetes. In 2024 inde de dienst €1,58 miljard, voor het Gewest en de gemeenten samen. Voor registratierechten (bij aankoop van een woning) en successierechten (bij een erfenis) int de federale FOD Financiën namens het Gewest: samen met de andere gewestbelastingen die de FOD int, gaat het om €1,36 miljard (begroting 2026). Daarbovenop heffen de 19 Brusselse gemeenten hun eigen belastingen via eigen diensten. Het resultaat: een Brusselaar heeft te maken met drie belastingadministraties voor drie niveaus.
Wat er mis gaat
Ten eerste zijn de gewestbelastingen verdeeld over twee administraties. Brussel Fiscaliteit int een deel, de FOD Financiën de rest. Vlaanderen koos met VLABEL voor een eigen dienst, Wallonië heeft SPW Fiscalité. Zo bestaan er in België vier belastingadministraties naast elkaar, elk met eigen IT, eigen procedures en eigen overhead, voor hetzelfde werk: belastingen innen.
Ten tweede is er te weinig transparantie over prestaties. Het jaarverslag geeft activiteitscijfers, maar geen kost per geïnde euro, geen invorderingsgraad over meerdere jaren en geen vergelijking met andere belastingdiensten. In Brussel weet niemand hoe efficiënt de dienst werkt.
Ten derde is het digitale platform MyTax. Op zich een goede stap: 12 belastingen staan erop. Maar de registratie- en successierechten en de gemeentebelastingen niet, er zijn geen vooringevulde aangiftes, en het once-only-principe (je gegevens maar één keer doorgeven) bestaat niet. In 2025 vroegen bijna 73.000 Brusselaars uitstel of een afbetalingsplan aan voor hun onroerende voorheffing, tegenover bijna 58.000 in 2023. Dat wijst op druk bij burgers én bij de dienst.
Ten vierde is er de complexiteit van 19 gemeenten die elk hun eigen belastingen innen. Dat is 19 keer dezelfde overhead voor een gewest van ruim 1,25 miljoen inwoners. Ter vergelijking: in Nederland int de gemeente of een samenwerkingsverband van gemeenten alle lokale belastingen.
Hoe het elders werkt
Denemarken voegde op 1 november 2005 de belastingadministraties van de gemeenten en de nationale belastingdienst samen tot één dienst (SKAT), met één aanspreekpunt voor alle belastingen. De meeste Denen hoeven geen aangifte in te vullen: werkgevers en banken geven de gegevens rechtstreeks door, de burger controleert alleen. Na problemen bij de schuldinvordering werd de dienst in 2018 opgedeeld in gespecialiseerde agentschappen, maar één nationale belastingadministratie voor alle niveaus bleef het principe.
In Zwitserland int elk kanton zowel de kantonale belastingen als de federale directe belasting via één kantonaal belastingkantoor (Steueramt), in opdracht en onder toezicht van de Bond. De burger heeft één loket voor beide niveaus.
In Duitsland innen de 507 Finanzämter (2025) zowel deelstaat- als federale belastingen. De Grundsteuer (vergelijkbaar met onroerende voorheffing) wordt door gemeenten geheven maar door de Finanzämter berekend. Sinds 1 januari 2025 mogen de deelstaten via een openingsclausule een eigen berekeningsmodel hanteren. Eén kantoor int, de deelstaten en gemeenten maken hun eigen keuzes.
Wat HART voorstelt
Eén Belgische Belastingdienst. Brussel Fiscaliteit fuseert met de FOD Financiën, VLABEL en SPW Fiscalité. Eén dienst int alle belastingen, ook de registratie- en successierechten. Geen aparte Brusselse overdracht meer, geen vier IT-systemen naast elkaar.
Brussel beslist, één dienst int. De Brusselse deelstaat bepaalt zelf zijn tarief in de personenbelasting, binnen een federale band, en de grondslag en het tarief van zijn eigen belastingen, zoals de onroerende voorheffing en de registratierechten, op basis van één vastgoedwaardering voor alle overheden. Wie beslist over het tarief, legt er ook verantwoording over af.
Eén digitaal platform. MyTax gaat op in één portaal voor alle belastingen: federaal, deelstaat en stad. Vooringevulde aangiftes waar mogelijk. Once-only: je gegevens geef je maar één keer door.
Centralisering van de gemeentelijke belastinginning. Wanneer de 19 gemeenten één stadsbestuur met 8 à 10 districten worden, bepaalt de stad haar tarieven en int de Belgische Belastingdienst alles centraal. Geen 19 afzonderlijke diensten meer voor hetzelfde werk.
Publieke prestatie-indicatoren. Elk jaar publiceert de Belgische Belastingdienst zijn invorderingsgraad, verwerkingstijd, klanttevredenheid en kosten per geïnde euro, per deelstaat. Benchmarking met het Nederlandse en het Deense model en de OESO ISORA-standaarden.
Wat het oplevert
- Eenvoud voor de burger: Eén loket, één platform, één aanspreekpunt voor alle belastingen in Brussel.
- Efficiëntiewinst: Geen dubbele administratie en IT meer tussen FOD en Gewest. Geen 19 afzonderlijke gemeentelijke inningsdiensten.
- Betere invordering: Schaalvoordelen en digitalisering verhogen de invorderingsgraad. Cruciaal voor een gewest met €16,1 miljard schuld (eind 2025).
- Transparantie: Publieke KPI's maken de dienst controleerbaar en vergelijkbaar.
- Fiscale autonomie: Brussel bepaalt zijn eigen belastingbeleid. Wie int, verandert niets aan wie beslist.
Fase 5: Bronnenlijst
| Bron | URL | Gebruikt voor |
|---|---|---|
| Brussel Fiscaliteit. Officiële website (be.brussels) | https://be.brussels/nl/over-het-gewest/structuur-en-organisatie/overheden-en-instellingen-het-gewest/brussel-fiscaliteit | Geschiedenis, oprichting, missie, taken, mijlpalen |
| Brussel Fiscaliteit. Jaarverslag 2024 (Rapport annuel) | https://admin.be.brussels/sites/default/files/2025-07/RAPPORT%20ANNUEL%20BF%202024.pdf | Personeel (333 eind 2024), inningen 2024 (€1,58 miljard), realisatiegraad, herinneringen en dwangbevelen, MyTax (12 belastingen, 29% van de aanvragen) |
| Brussel Fiscaliteit. Talent.brussels | https://www.talent.brussels/nl/werkgevers/brussel-fiscaliteit-115 | Organisatie in 9 directies |
| Brussel Fiscaliteit. Great Place to Work (10 november 2025) | https://be.brussels/en/taxes-finances/brussels-fiscality-can-call-itself-great-place-work | Great Place to Work-label |
| MyTax. Officieel platform | https://fisc.brussels/mytax/nl/ | Digitaal platform, beschikbare belastingen |
| be.brussels. Registratierechten | https://be.brussels/en/taxes-finances/taxes/property-related-taxes/registration-duties | Inning door de FOD Financiën, tarief 12,5%, abattement op de eerste €200.000 |
| Vlaamse Codex. Programmadecreet bij de begroting 2025 (20 december 2024), artikel 35 | https://codex.vlaanderen.be/PrintDocument.ashx?id=1040519&geannoteerd=true | Verkooprecht enige eigen woning in Vlaanderen 2% sinds 1 januari 2025 |
| Rekenhof. Ontwerpordonnanties houdende de begrotingen 2026 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (maart 2026) | https://www.ccrek.be/sites/default/files/Docs/2026_17_BegrotingenBHG2026.pdf | Ontvangsten 2026 (€5,74 miljard), door de FOD geïnde gewestbelastingen (€1,36 miljard), schuld (€16,1 miljard eind 2025, €17,7 miljard eind 2026), rentelasten (€505 miljoen) |
| Grondwet, artikel 170 | https://www.senate.be/doc/const_nl.html | Grondwettelijke basis gewestbelastingen |
| Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten | https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1989011630&table_name=wet | Gewestbelastingen (art. 3) en dienst van de belastingen (art. 5, §3) |
| Brusselse Codex Fiscale Procedure (ordonnantie 6/3/2019) | https://etaamb.openjustice.be/nl/beschikking-van-06-maart-2019_n2019030195.html | Juridische basis |
| Codex Openbare Financiën BHG (ordonnantie 4/4/2024) | https://etaamb.openjustice.be/nl/beschikking-van-04-april-2024_n2024003460.html | Juridische basis |
| BRUZZ. Onroerende voorheffing betalingsproblemen (4 februari 2026) | https://www.bruzz.be/actua/economie/brusselaars-hebben-steeds-meer-moeite-om-hun-onroerende-voorheffing-te-betalen-2026 | Aanvragen uitstel of afbetalingsplan (bijna 58.000 in 2023, ongeveer 65.000 in 2024, bijna 73.000 in 2025; €106 miljoen) |
| IBSA. Gemeentelijke opcentiemen | https://bisa.brussels/wist-je-dat/2-940-gemeentelijke-opcentiemen-worden-gemiddeld-in-brussel-geheven-op-de-onroerende-voorheffing | Gemeentelijke fiscaliteit |
| SKAT (Denemarken): Wikipedia | https://en.wikipedia.org/wiki/SKAT_(tax_agency) | Oprichting 1 november 2005, opsplitsing 1 juli 2018 |
| Rigsrevisionen. Report on the merger of the Danish national and municipal tax administration (II), februari 2012 | https://cdn.rigsrevisionen.dk/rigsrevisionen/Media/F/3/7-2011%20(2).pdf | Fusie van 2005: één aanspreekpunt voor alle belastingen |
| Life in Denmark (borger.dk). A general introduction to the Danish tax system | https://lifeindenmark.borger.dk/money-and-tax/the-danish-tax-system/a-general-introduction-to-the-danish-tax-system | Vooringevulde aangifte: de meeste Denen hoeven niets in te vullen |
| Taxation in Germany. Wikipedia | https://en.wikipedia.org/wiki/Taxation_in_Germany | Duits Finanzamt-model, hervormde Grundsteuer sinds 1 januari 2025 |
| Bundesministerium der Finanzen. Die Steuerverwaltung in Deutschland, editie 2026 | https://www.bundesfinanzministerium.de/Content/DE/Downloads/Broschueren_Bestellservice/steuerverwaltung-in-deutschland.pdf?__blob=publicationFile&v=8 | 507 Finanzämter en ongeveer 97.000 medewerkers (2025); Finanzämter innen federale en deelstaatbelastingen |
| ESTV. Direkte Bundessteuer | https://www.estv.admin.ch/de/direkte-bundessteuer | Kantons veranlagen en innen de federale directe belasting |
| Kanton Zürich. Digitale Steuererklärung: ZHprivateTax (6 januari 2026) | https://www.zh.ch/de/news-uebersicht/medienmitteilungen/2026/01/digitale-steuererklaerung-kanton-zuerich-setzt-auf-den-online-kanal-zhprivatetax.html | Online aangifte, ongeveer de helft van de belastingplichtigen |
| Rijksoverheid.nl. Gemeentelijke belastingen | https://www.rijksoverheid.nl/themas/overheid-en-democratie/financien-gemeenten-en-provincies/belastinginkomsten-en-specifieke-uitkeringen-gemeenten-en-provincies/gemeentelijke-belastingen | Nederlands model |
| CBS. Gemeenten begroten 15,3 miljard euro aan heffingsopbrengsten | https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/06/gemeenten-begroten-15-3-miljard-euro-aan-heffingsopbrengsten | Nederlandse gemeentelijke heffingen 2026 |
| CBS. Gemeentebegrotingen heffingen per gemeente | https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/83642NED | Nederlandse gemeentelijke belastingcijfers |
| VLABEL. Wikipedia | https://nl.wikipedia.org/wiki/Vlaamse_Belastingdienst | VLABEL int registratie- en erfbelasting sinds 1 januari 2015 |
| OECD. Fiscal Decentralisation Database, Tax Autonomy Indicators: Explanatory Annex (februari 2024) | https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/topics/policy-sub-issues/fiscal-federalism-network/explanatory-annex-tax-autonomy-indicators.pdf | Fiscale autonomie-indicatoren |
| European Commission. Annual Report on Taxation 2024, SWD(2024) 172 | https://www.europarl.europa.eu/RegData/docs_autres_institutions/commission_europeenne/swd/2024/0172/COM_SWD(2024)0172_EN.pdf | Prestaties en digitalisering van belastingadministraties in de EU |
Metadata
- Geschatte besparing: geen eigen bedrag: de fusiewinst telt mee in de fusie tot één Belgische Belastingdienst (audit FOD Financiën, €25-50 miljoen per jaar voor de vier belastingdiensten samen) en de centrale inning van de stadsbelastingen in de samenvoeging van de 19 gemeenten; betere invordering levert extra ontvangsten op, geen besparing
- Herzien: 2026-09-27 (factcheck: cijfers, bronnen, tijdloze formulering)