Twee blokken blokkeren elkaar, twaalf partners vormen per dossier een andere meerderheid. Daarom kiest HART voor twaalf deelstaten (de tien provincies, Brussel en Ostbelgien) en twee concordaten.
Federaties met twee hoofdspelers lopen vaak vast: Tsjechoslowakije en Servië en Montenegro vielen uiteen. Vier deelstaten veranderen daar niets aan: Vlaanderen (6,9 miljoen inwoners) blijft tegenover Wallonië (3,6 miljoen) staan.
Met twaalf deelstaten verschuiven de coalities per dossier. Federaties met 6 tot 17 deelstaten kennen die blokkering niet. Taalveto's zijn dus niet meer nodig: de Raad van de Deelstaten beslist bij meerderheid.
Onderwijs, taal, omroep en kinderbijslag blijven één systeem per taalgroep, in een Nederlandstalig en een Franstalig concordaat. De deelstaten betalen ervoor uit hun eigen belastingen, zonder aparte gemeenschap erboven.
Elke deelstaat leeft in hoofdzaak van zijn eigen belastingen: hoogstens 30% komt uit overdrachten, tegenover 58,6% bij de gewesten en gemeenschappen. Zwitserland, met 26 kantons, geeft 31,4% van het bbp uit, België 54,1%.
Klik een niveau om te zien welke instellingen erin terechtkomen, of een instelling voor het volledige plan.
Elk principe bestaat al in ten minste één vergelijkbaar Europees land.
Niet alles hoeft federaal beslist te worden, en niet alles hoeft regionaal te zijn. Het principe is simpel: een beslissing wordt genomen op het niveau dat het dichtst bij het probleem staat. Maar alleen als dat niveau het ook effectief kan oplossen. Kinderopvang regel je lokaal. Defensie federaal. En voor alles ertussen moet je per domein de juiste afweging maken.
De deelstaten krijgen het gros van hun budget als dotatie van de federale overheid. Ze beslissen hoe ze het uitgeven, maar hoeven het niet zelf op te halen bij de burger. Dat systeem is fundamenteel kapot: het verbreekt de link tussen uitgaven en verantwoording. De Bijzondere Financieringswet verdeelt miljarden via formules die niemand uitlegt, en deelstaten die goed besturen worden niet beloond. Ze krijgen gewoon hetzelfde. HART wil fiscale autonomie: deelstaten heffen hun eigen belastingen en leggen verantwoording af aan hun eigen kiezers, niet aan een federale kas; één belastingdienst int voor alle overheden. De grondwet legt vast dat de deelstaten hun uitgaven in hoofdzaak uit eigen belastingen betalen; het doel is dat de overdrachten hoogstens 30% van hun ontvangsten zijn. En altijd als pakket: meer autonomie gekoppeld aan een robuust vereveningsmodel op basis van belastbaar potentieel, naar Zwitsers NFA-voorbeeld. Autonomie zonder solidariteit is communautair onhaalbaar. Solidariteit zonder autonomie is economisch onhoudbaar.
Wanneer één bestuursniveau een beslissing neemt, mag de rekening niet bij een ander niveau belanden. Toch gebeurt dat voortdurend: wat de federale overheid in de ziekteverzekering beslist, weegt op de rekening van de deelstaten voor preventie en ouderenzorg, en omgekeerd. Gemeenten krijgen taken van het gewest zonder bijpassend budget. Dat leidt tot afschuifgedrag en verborgen tekorten. HART wil een hard principe: wie een beleidskeuze maakt, financiert die zelf. Geen ongedekte mandaten, geen doorgeschoven facturen. Elk niveau draagt de kosten van zijn eigen beslissingen.
België heeft geen harde grens op wat de overheid mag uitgeven. Er zijn geen eigen meerjarige uitgavenplafonds, geen automatische rem als de schuld te hoog oploopt, en geen onafhankelijk orgaan dat ministers op de vingers tikt als ze het budget overschrijden. Zweden heeft dat wél: uitgavenplafonds die drie jaar vooruit vastliggen, en een onafhankelijke begrotingsraad die elk jaar publiek toetst of de regering zich aan de regels houdt. HART wil dat model overnemen en afdwingbaar maken, met een schuldanker van 90% van het bbp, tegenover een staatsschuld van bijna 108%.
In België kan een overheidsprogramma jarenlang doorlopen zonder dat iemand controleert of het werkt. Budgetten worden automatisch verlengd. Consultancycontracten stapelen zich op. Er is geen moment waarop iemand zegt: dit levert niks op, we stoppen ermee. HART wil verplichte evaluatiecycli: elk programma wordt periodiek doorgelicht op resultaat. Wat werkt, blijft. Wat niet werkt, stopt.
België telt 565 gemeenten, 176 politiezones, 10 provincies en ruim 200 intercommunales. Veel daarvan zijn te klein om efficiënt te functioneren. Ze missen de schaal voor goede IT, professioneel HR en gespecialiseerde dienstverlening. HART wil fusies naar 200 à 250 gemeenten van minstens 25.000 inwoners, één politiekorps per deelstaat in plaats van 176 zones, en twaalf deelstaten in plaats van gewesten, gemeenschappen en provinciebesturen naast elkaar. Groter waar het moet, dichtbij waar het kan.
In België worden topfuncties bij de overheid nog te vaak ingevuld op basis van partijkleur. Ministeriële kabinetten, met samen zo'n 1.800 medewerkers over alle regeringen, nemen het werk over van de administratie. Dat kost naar schatting €200 miljoen per jaar en ondermijnt de expertise van ambtenaren. HART wil een onafhankelijk benoemingsorgaan naar Nederlands model, kabinetten van ~1.800 naar hoogstens 365 medewerkers (5 per regeringslid), en topbenoemingen uitsluitend op competentie.
België is een van de weinige federale landen waar bestuursniveaus niet vanzelf samen aan hetzelfde probleem kunnen werken. Elke bevoegdheid zit exclusief bij één niveau, en federale wetten en deelstatelijke decreten staan op gelijke voet. En als twee niveaus iets willen coördineren, moeten ze een samenwerkingsakkoord sluiten dat maanden tot jaren duurt. In Duitsland en Zwitserland werkt het anders: niveaus delen bevoegdheden, en bij conflict heeft de federale wet voorrang. Dat maakt samenwerking de standaard, niet de uitzondering.
Eén platform, één brievenbus, één keer je gegevens doorgeven. Elk bestuursniveau heeft zijn eigen IT-systeem, zijn eigen portaal, zijn eigen manier om met de burger te communiceren. HART wil dat omdraaien: de overheid past zich aan de burger aan, niet omgekeerd. Naar het voorbeeld van Estland, waar alle overheidsdiensten online beschikbaar zijn, met één gemeenschappelijk uitwisselingsplatform (X-Road) als ruggengraat.