Je betaalt de hoogste belastingen ter wereld en krijgt er minder voor terug dan een Deen. Je werkt een heel leven en krijgt een pensioen waar je niet van rondkomt. Je rijdt elke dag over wegen die in elk buurland al twintig jaar geleden hersteld zouden zijn. Je stroomrekening is de op één na duurste van Europa. Zes regeringen, zestig ministers. En niemand is verantwoordelijk. HART zegt: genoeg.
Hoge belastingen zijn op zich geen ramp. Kijk naar Denemarken, Zweden en Finland: vergelijkbare tarieven als België. Maar daar krijgen mensen er ook iets voor terug. Uitstekende gezondheidszorg, betrouwbare kinderopvang, degelijk onderwijs, goed onderhouden infrastructuur. Als je veel betaalt en veel terugkrijgt, is dat een eerlijke ruil.
In België klopt die ruil niet. En dat wordt er niet beter op. Het wordt erger. De zesde staatshervorming van 2014, bedoeld om het land efficiënter te maken, heeft precies het omgekeerde gedaan. Bevoegdheden werden overgeheveld zonder homogene pakketten te creëren. Het resultaat: meer versnippering, meer overhead, meer coördinatieproblemen.
Het RIZIV financiert nog steeds de ziekenhuizen, maar de erkenningsnormen gingen naar de gemeenschappen. Preventie is regionaal, curatieve zorg federaal. Er is geen terugkoppeling: als een gemeenschap investeert in preventie, bespaart het federale niveau. Maar niemand ziet dat geld terug. COVID legde dit pijnlijk bloot: negen ministers moesten het eens worden voor elk besluit. Een virus wacht niet op een samenwerkingsakkoord.
De activering van werklozen. Opleiding, begeleiding, sanctionering. Ging naar VDAB, Forem en Actiris. Maar de uitkeringen bleven federaal bij de RVA. De wortel en de stok zitten nu bij twee verschillende overheden. Tien jaar later concludeert de RVA zelf dat de overdracht nog steeds niet volledig is voltooid, dat de benutting van maatregelen is gedaald, en dat de regionalisering de tussenschotten op de arbeidsmarkt heeft versterkt in plaats van afgebroken.
België had één federale dienst die buitenlandse handel coördineerde, in samenwerking met de koning. Na de staatshervormingen werd dat gesplitst: FIT voor Vlaanderen, AWEX voor Wallonië, hub.brussels voor Brussel. Elk met hun eigen strategie, personeel en overhead. Maar de koning kan alleen in naam van België reizen, dus de federale coördinatie blijft sowieso nodig. Het resultaat: vier instanties die dezelfde markten bewerken, met meer dan duizend medewerkers in totaal, waar er vroeger tweehonderdvijftig waren.
Dat was één federaal systeem via FAMIFED. Na de zesde staatshervorming werd het vier systemen. Vlaanderen, Wallonië, Brussel en de Duitstalige Gemeenschap. Elk met eigen regels, eigen bedragen, eigen IT-platforms. De implementatie vergde vier tot vijf jaar. Bij verhuizing veranderen je rechten. Wat simpel was, is nu vier keer zo complex.
Dit patroon herhaalt zich overal. Vier klimaatplannen die juridisch niet bindend zijn. Drie huurwetgevingen voor identieke contracten. Twee inspectiediensten op één boerderij. Vier telecomregulatoren voor 11,8 miljoen inwoners. Justitiehuizen waar federale en regionale medewerkers naast elkaar zitten onder twee verschillende werkgevers. 176 politiezones met 176 informatiesystemen. Drie vergunningssystemen waar een aannemer drie keer dezelfde documenten uploadt. Bij de overstromingen van 2021. €2,8 miljard schade. Faalde de commandolijn omdat zes regeringen, tien gouverneurs en 565 gemeenten moesten afstemmen.
De vraag is niet enkel hoeveel belastingen we betalen. De vraag is wat er met dat geld gebeurt.
Het probleem is niet dat er slechte mensen in de regering zitten. Het probleem is het systeem zelf. Het beloont uitgeven, niet besparen. Het straft samenwerking af. En het is zo ontworpen dat niemand eindverantwoordelijk is voor het resultaat.
De deelstaten beslissen hoe het geld wordt besteed, maar ze innen het niet zelf. Dat geld komt via dotaties uit de federale kas. Gevolg: er is geen enkele prikkel om zuinig te zijn. Wie slecht beheert, krijgt gewoon evenveel. Wie goed beheert, ziet daar niks van terug.
Ondertussen is het onmogelijk om samen te werken. Elke bevoegdheid zit opgesloten bij één niveau. Als twee niveaus hetzelfde probleem willen aanpakken, moeten ze een samenwerkingsakkoord sluiten. Een proces dat maanden tot jaren duurt. Er zijn er meer dan duizend. En er zijn geen regels die bepalen wie voorrang heeft als het misgaat.
Controleren doet ook niemand. Er bestaan geen bindende begrotingsregels. Geen verplichte evaluaties van overheidsprogramma's. Geen consequenties voor ministers die miljoenen verspillen aan IT-projecten die nooit werken. En elke nieuwe regering begint met een schone lei. Lopende projecten verliezen hun sponsor, prioriteiten verschuiven, en de cyclus herhaalt zich.
Dit los je niet op met een zevende staatshervorming die het systeem nóg complexer maakt. Dit vraagt om een reset. Een nulde hervorming.
Wie beslist, betaalt zelf. Wie faalt, wordt vervangen. Elke euro wordt gecontroleerd door een onafhankelijke waakhond. Niet door de partij die hem uitgeeft.
Eén platform voor alle overheidsdiensten. De burger geeft informatie één keer, de overheid regelt de rest.
Negen principes die elk bestaan in ten minste één vergelijkbaar Europees land.
Niet alles hoeft federaal beslist te worden, en niet alles hoeft regionaal te zijn. Het principe is simpel: een beslissing wordt genomen op het niveau dat het dichtst bij het probleem staat. Maar alleen als dat niveau het ook effectief kan oplossen. Kinderopvang regel je lokaal. Defensie federaal. En voor alles ertussen moet je per domein de juiste afweging maken.
De deelstaten krijgen het gros van hun budget als dotatie van de federale overheid. Ze beslissen hoe ze het uitgeven, maar hoeven het niet zelf op te halen bij de burger. Dat systeem is fundamenteel kapot: het verbreekt de link tussen uitgaven en verantwoording. De Bijzondere Financieringswet verdeelt miljarden via formules die niemand uitlegt, en deelstaten die goed besturen worden niet beloond. Ze krijgen gewoon hetzelfde. HART wil fiscale autonomie: deelstaten innen hun eigen belastingen en leggen verantwoording af aan hun eigen kiezers, niet aan een federale kas.
Wanneer één bestuursniveau een beslissing neemt, mag de rekening niet bij een ander niveau belanden. Vandaag gebeurt dat voortdurend: de federale overheid beslist over gezondheidszorg, maar de deelstaten draaien op voor preventie en ouderenzorg. Gemeenten krijgen taken van het gewest zonder bijpassend budget. Dat leidt tot afschuifgedrag en verborgen tekorten. HART wil een hard principe: wie een beleidskeuze maakt, financiert die zelf. Geen ongedekte mandaten, geen doorgeschoven facturen. Elk niveau draagt de kosten van zijn eigen beslissingen.
België heeft geen harde grens op wat de overheid mag uitgeven. Er zijn geen meerjarige plafonds, geen automatische rem als de schuld te hoog oploopt, en geen onafhankelijk orgaan dat ministers op de vingers tikt als ze het budget overschrijden. Zweden heeft dat wél: uitgavenplafonds die drie jaar vooruit vastliggen, en een waakhond die ingrijpt. Niet adviseert. HART wil dat model overnemen, met als doel de staatsschuld van 107% terug te brengen naar 90% van het bbp.
In België kan een overheidsprogramma jarenlang doorlopen zonder dat iemand controleert of het werkt. Budgetten worden automatisch verlengd. Consultancycontracten stapelen zich op. Er is geen moment waarop iemand zegt: dit levert niks op, we stoppen ermee. HART wil verplichte evaluatiecycli: elk programma wordt periodiek doorgelicht op resultaat. Wat werkt, blijft. Wat niet werkt, stopt.
België heeft 565 gemeenten, 176 politiezones, 10 provincies en meer dan 320 intercommunales. Veel daarvan zijn te klein om efficiënt te functioneren. Ze missen de schaal voor goede IT, professioneel HR en gespecialiseerde dienstverlening. HART wil fusies naar ~200 gemeenten van minimum 25.000 inwoners, ~100 politiezones, en de afschaffing van de provincies. Groter waar het moet, dichtbij waar het kan.
In België worden topfuncties bij de overheid nog te vaak ingevuld op basis van partijkleur. Ministeriële kabinetten. Bijna 2.000 medewerkers in totaal. Nemen het werk over van de administratie. Dat kost €300 miljoen per jaar en ondermijnt de expertise van ambtenaren. HART wil een onafhankelijk benoemingsorgaan naar Nederlands model, kabinetten van ~2.000 naar ~250, en topbenoemingen uitsluitend op competentie.
België is het enige federale land ter wereld waar bestuursniveaus niet mogen samenwerken aan hetzelfde probleem. Elke bevoegdheid zit exclusief bij één niveau. En als twee niveaus iets willen coördineren, moeten ze een samenwerkingsakkoord sluiten dat maanden tot jaren duurt. In Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk werkt het anders: niveaus delen bevoegdheden, en bij conflict heeft de federale wet voorrang. Dat maakt samenwerking de standaard, niet de uitzondering.
Eén platform, één brievenbus, één keer je gegevens doorgeven. Vandaag heeft elk bestuursniveau zijn eigen IT-systeem, zijn eigen portaal, zijn eigen manier om met de burger te communiceren. HART wil dat omdraaien: de overheid past zich aan de burger aan, niet omgekeerd. Naar het voorbeeld van Estland, waar 99% van alle overheidsdiensten online beschikbaar is via één platform.
Als de structuur klopt, wordt digitalisering de grootste besparingsoperatie die een overheid kan doorvoeren. Estland bespaart structureel 1 à 2% van het bbp per jaar met één digitaal platform. Vertaal dat naar België en je spreekt over meer dan 10 miljard euro per jaar. Elk jaar.
Dat is geen droom. Het is wiskunde. Eén platform in plaats van vier. Eén brievenbus in plaats van vier. Eén keer je gegevens doorgeven in plaats van zes. Elke vergunning online. Elke uitkering automatisch berekend. Elke interactie met de overheid in minuten in plaats van weken.
De technologie bestaat al. Estland bewijst het. Denemarken bewijst het. Maar technologie werkt alleen als de organisatie eronder klopt. Je kunt het beste platform ter wereld bouwen. Als vier overheden het elk op hun eigen manier moeten implementeren, mislukt het. Dat is precies wat er vandaag in België gebeurt.
Daarom is staatshervorming geen doel op zich. Het is de voorwaarde. Eerst de structuur. Dan de digitalisering. Dan de besparing. Meer dan 10 miljard euro per jaar die teruggaat naar betere zorg, betere wegen, betere pensioenen. Naar alles waar je vandaag te veel voor betaalt en te weinig voor terugkrijgt.
besparing per jaar dankzij digitalisering. België scoort 0,54 op de OESO Digital Government Index. Onder het gemiddelde van 0,61. Koplopers als Korea (0,95) en Estland scoren bijna dubbel zo hoog. Vier platformen vervangen door één. Minder loketten, minder papierwerk, minder wachttijd. En een overheid die in minuten doet wat vandaag weken duurt.
De miljarden die terugvloeien naar jouw zorg, jouw wegen, jouw pensioen. Dat gebeurt alleen als jij in 2029 voor HART kan stemmen. En omdat HART nieuw is, moeten we per kieskring eerst 500 officiële handtekeningen verzamelen om te mogen meedoen. Je zet die handtekening pas in maart 2029, met één klik via itsme. Vandaag vragen we alleen één ding: beloof ons nu dat je dan effectief tekent. Dat kost je één minuut in het formulier hieronder. In maart 2029 sturen we je één mail met de directe link. Meer niet.
Je belofte is genoteerd voor kieskring .... In maart 2029 krijg je één mail met de directe link om je handtekening te zetten.
Tot dan: deel deze pagina. Elke extra handtekening telt.
Hoeveel mensen beloofden vandaag al hun handtekening? Kijk hoe jouw kieskring ervoor staat.
Heb je een vraag, suggestie of wil je bijdragen aan HART? We horen graag van je.