Franstalig onderwijs Brussel: Audit
Datum: 2026-03-31 Lijn: Franstalig onderwijs Brussel. Van FWB Sectie: Brussels Gewest. Nieuw (HART-voorstel) Status: 🔵 Overgeheveld + 🟠 Hervormd
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Onderwerp: Franstalig onderwijs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Overdracht van de Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB) naar de Brusselse deelstaat in het HART-model.
Huidige juridische basis:
- Grondwet art. 24 (vrijheid van onderwijs), art. 127 (gemeenschapsbevoegdheid onderwijs)
- Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen
- Decreet van 24 juli 1997. "Décret Missions"
- Decreet van 28 maart 2019 oprichting WBE (Wallonie-Bruxelles Enseignement)
- Pacte pour un Enseignement d'excellence (decreten 2017-2024)
De Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB): officieel de Communauté française. Is vandaag de enige bevoegde overheid voor het Franstalig onderwijs in zowel Wallonië als Brussel. De FWB beslist over leerplannen, eindtermen, personeelsstatuut, lerarensalarissen, inspectie en werkingsmiddelen voor alle Franstalige scholen, ongeacht of ze in Namen, Luik of Sint-Jans-Molenbeek staan.
Bestuursniveaus betrokken bij Franstalig onderwijs in Brussel:
- FWB kerntaken: leerplannen, eindtermen, inspectie, lerarenlonen, werkingsmiddelen, kwaliteitsbewaking
- WBE (Wallonie-Bruxelles Enseignement): inrichtende macht van ~500 scholen (geheel FWB), opgericht in 2019 als autonoom publiek orgaan
- AGE (Administration Générale de l'Enseignement): overkoepelende administratie, onderdeel van het FWB-ministerie
- COCOF (Commission communautaire française): beperkte aanvullende bevoegdheden voor Franstalig onderwijs in Brussel (beroepsopleiding, sociale promotie)
- 19 Brusselse gemeenten als inrichtende machten van het gemeentelijk onderwijs (officieel gesubsidieerd net)
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest stedenbouwkundige vergunningen, schoolcontracten, perspective.brussels voor capaciteitsplanning
- Federale overheid leerplicht, einddiploma's, taalwetgeving
Omvang (schooljaar 2023-2024):
- ~205.000 leerlingen in het Franstalig leerplichtonderwijs in Brussel (kleuter, lager, secundair): bron: BISA 2024 (260.844 totaal × 78% Franstalig)
- Inclusief hoger onderwijs stijgt dit naar ~225.000 (schatting FWB-statistieken)
- Dit is 78% van alle Brusselse leerlingen in het leerplichtonderwijs. Het Nederlandstalig onderwijs heeft de overige 22% (~57.000)
- ~700 schoolvestigingen (alle netten samen, schatting op basis van FWB-cijfers)
- ~25% van alle FWB-leerlingen zit in Brussel. De overige 75% in Wallonië
- Hoger onderwijs: tientallen Franstalige hogescholen en universiteiten (ULB, Saint-Louis, ICHEC, etc.)
Financiering:
- Het totale FWB-onderwijsbudget bedraagt ~€10,6 miljard (2025), waarvan naar schatting €2,5-2,7 miljard naar het Brusselse aandeel gaat (proportioneel aan leerlingenaantallen)
- De FWB heeft geen eigen fiscale bevoegdheid alle inkomsten komen van federale dotaties via de Bijzondere Financieringswet (BTW-aandeel verdeeld op basis van leerlingaantallen + PB-aandeel op basis van fiscale capaciteit)
- De FWB kampt met een structureel tekort van ~€1,3 miljard/jaar en een schuld van €14,25 miljard (eind 2025)
- 85,8% van het onderwijsbudget gaat naar personeelsvergoedingen (~€7 miljard voor heel de FWB)
- Schoolinfrastructuur: het FWB-investeringsplan voor gebouwen bedraagt €1 miljard over 10 jaar + €400 miljoen uit het Europees relanceplan
1B. Wat doet het in de praktijk?
Onderwijsnetten in Brussel:
Het Franstalig onderwijs in Brussel kent dezelfde vier netten als in Wallonië:
- WBE (officieel georganiseerd) scholen rechtstreeks georganiseerd door de FWB via WBE
- Officieel gesubsidieerd (CECP/CPEONS) gemeentelijke en provinciale scholen. In Brussel zijn de 19 gemeenten hier de belangrijkste inrichtende machten
- Vrij gesubsidieerd confessioneel (SeGEC) overwegend katholiek, het grootste net met ~50% van alle FWB-leerlingen
- Vrij gesubsidieerd niet-confessioneel (FELSI) kleiner net
Kerntaken vs. realiteit:
Het systeem functioneert, maar met fundamentele structurele problemen die in Brussel extra scherp zijn:
Identiek beleid voor twee radicaal verschillende contexten: Brussel is meertalig, internationaal, superdivers en demografisch anders dan Wallonië. Toch gelden dezelfde leerplannen, inspectienormen en personeelsstatuten voor een multiculturele grootstedelijke school in Anderlecht als voor een dorpsschool in de Ardennen. Er is geen enkel Brussel-specifiek mechanisme in het onderwijsbeleid.
Lerarentekort. Acuut in Brussel: 86% van de schooldirecteurs in de FWB meldt dat het personeelstekort de onderwijskwaliteit schaadt (PISA 2022). In het secundair onderwijs ontbreekt tot een kwart van de benodigde leerkrachten. Sommige Brusselse scholen zijn noodgedwongen overgeschakeld op een vierdaagse schoolweek. Het aantal studenten in lerarenopleidingen is met 43,1% gedaald in tien jaar (van 6.261 in 2014 naar 3.562 in 2024). Een derde van de beginnende leerkrachten (33,7%) verlaat het beroep binnen vijf jaar.
Plaatsgebrek: De schoolbevolking in Brussel zette decennialang een stijgende trend, hoewel er recent een lichte stabilisatie en zelfs daling is ingezet. Het capaciteitsprobleem blijft echter nijpend: duizenden kinderen hebben moeite om een schoolplaats te vinden, met name in het secundair onderwijs. Er is een structureel tekort aan schoolinfrastructuur.
Vervallen gebouwen: Van de meer dan 13.000 schoolgebouwen in de FWB heeft de helft nood aan renovatie en zouden 500 moeten worden afgebroken. Dit is het resultaat van bijna 40 jaar onderinvestering. In Brussel, waar veel schoolgebouwen 19e- of vroeg-20e-eeuws zijn, is de toestand bijzonder precair.
Financiële wurging: De FWB draagt een structureel tekort van ~€1,3 miljard per jaar en een schuld van €14,25 miljard. Budget 2025 voorziet €110 miljoen aan besparingen, waarvan een aanzienlijk deel in het onderwijs: ~1.500 posten worden bedreigd, schoolwerkingsmiddelen worden bevroren, en het onderhoud van schoolgebouwen wordt met 2% gekort (€3,4 miljoen/jaar minder).
Prestatie-indicatoren (PISA 2022):
| Domein | FWB | OESO-gemiddelde | Vlaanderen | Verschil FWB-VL |
|---|---|---|---|---|
| Wiskunde | 474 | 472 | 493 | -19 punten |
| Lezen | 476 | 476 | 492 | -16 punten |
| Wetenschappen | 479 | 485 | 497 | -18 punten |
De FWB scoort rond het OESO-gemiddelde, maar systematisch 16-19 punten lager dan Vlaanderen een kloof die al decennia bestaat. De sociale ongelijkheid is het zwaarste probleem: het verschil tussen de 25% meest bevoorrechte en 25% minst bevoorrechte leerlingen bedraagt 118 PISA-punten in wiskunde. Equivalent aan ~4 jaar scholing. De FWB is hiermee een van de meest ongelijke onderwijssystemen van de OESO.
Zittenblijven: 47,1% van de 15-jarigen in de FWB heeft minstens één jaar vertraging. Het hoogste percentage ter wereld.
Vroegtijdig schoolverlaten: In het Brussels Gewest bedraagt het percentage vroegtijdig schoolverlaten 9,8%. Het hoogste van alle Belgische regio's.
1C. Internationale vergelijking
Het probleem: Hoe organiseer je kwalitatief onderwijs voor de meerderheidstaalgroep in een meertalige hoofdstad, los van een financieel noodlijdende entiteit die ook een ander gewest bedient?
Nederland. Gemeentelijk en schoolbestuur-model:
- In Nederland ligt de primaire verantwoordelijkheid bij schoolbesturen (881 in het basisonderwijs in 2023-2024, dalend door fusies). Het ministerie bepaalt de kaders ("het wat"), de schoolbesturen bepalen "het hoe".
- Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting: zij bouwen de scholen en dragen ze over aan de schoolbesturen.
- Er is geen tussenniveau à la de FWB. Het ministerie stuurt landelijk, de schoolbesturen voeren lokaal uit.
- Resultaat: Nederland scoort consistent boven het OESO-gemiddelde op PISA, met minder sociale ongelijkheid dan de FWB.
- Relevantie voor Brussel: Bewijs dat onderwijs uitstekend kan functioneren zonder een extra bestuursniveau tussen nationaal en lokaal. De Brusselse deelstaat zou rechtstreeks de kaders kunnen stellen, met autonome schoolbesturen als uitvoerders.
Denemarken. Gemeentelijke autonomie:
- De 98 Deense gemeenten (kommuner) zijn volledig verantwoordelijk voor het basisonderwijs (Folkeskolen). Zij beheren de scholen, stellen personeel aan, bepalen het lokale curriculum binnen nationale kaders, en financieren de infrastructuur.
- Het nationale ministerie stelt leerdoelen en minimum-urennormen, maar de gemeente beslist over organisatie en pedagogiek.
- Elke school heeft een schoolbestuur met ouder-, leerling- en personeelsvertegenwoordiging.
- Resultaat: Hoge participatie, lage schooluitval, sterke lokale democratische controle.
- Relevantie: In het HART-model zou de Brusselse deelstaat de rol van de Deense gemeente vervullen. Dicht bij de burger, met eigen financiële verantwoordelijkheid.
Duitsland. Bildungsföderalismus:
- Onderwijs is in Duitsland een exclusieve bevoegdheid van de 16 Bundesländer. Elk Land heeft een eigen minister van Onderwijs, eigen leerplannen, eigen examenregels.
- Coördinatie verloopt via de Kultusministerkonferenz (KMK): vrijwillig, niet bindend.
- Berlijn, als stadstaat, beheert zelf het volledige onderwijssysteem voor zijn 3,7 miljoen inwoners. Vergelijkbaar met wat Brussel zou doen als deelstaat.
- Relevantie: Berlijn bewijst dat een grootstad als deelstaat perfect in staat is om een eigen onderwijssysteem te runnen, inclusief meertalige leerlingenpopulatie.
Zwitserland. Kantonale autonomie:
- De 26 Zwitserse kantons zijn primair bevoegd voor onderwijs. Het federale niveau heeft een beperkte coördinerende rol.
- In meertalige kantons zoals Fribourg (66% Frans, 34% Duits) bestaan gescheiden schoolsystemen per taal, aangestuurd door één kantonaal bestuur.
- Brussel als tweetalige deelstaat zou een vergelijkbaar model kunnen volgen: twee autonome onderwijssystemen (Frans en Nederlands) binnen één bestuurlijke structuur.
1D. Knelpunten en kritiek
Structurele kritiek op het huidige systeem:
De FWB is een entiteit zonder geld en zonder toekomst: Met een schuld van €14,25 miljard en geen eigen fiscale bevoegdheid is de FWB structureel niet in staat om het Franstalig onderwijs naar behoren te financieren. De opeenvolgende besparingsrondes treffen het onderwijs disproportioneel, omdat dat 70% van het FWB-budget uitmaakt.
Brussel heeft geen stem in eigen onderwijs: Het Franstalig onderwijs in Brussel wordt aangestuurd vanuit een FWB-parlement dat niet rechtstreeks verkozen is. Het bestaat uit de leden van het Waals Parlement plus de Franstalige leden van het Brussels Parlement. Brussel is daarin een minderheid (~20% van de zetels). Brusselse noden worden systematisch ondergeschikt aan Waalse prioriteiten.
Geen Brussels maatwerk: De FWB ontwerpt onderwijsbeleid voor 900.000 leerlingen verspreid over twee radicaal verschillende regio's. Brussel. Met zijn meertaligheid, internationale bevolking, hogere diversiteit en specifieke arbeidsmarkt. Krijgt identieke regelgeving als landelijk Wallonië. Er is geen mechanisme voor Brussel-specifiek beleid.
Viervoudige netstructuur als historisch relict: De verdeling over vier netten (WBE, gemeentelijk, katholiek, vrij) is een erfenis van het Schoolpact van 1958. Elk net heeft zijn eigen koepel, administratie, begeleidingsdiensten en gebouwen. In Brussel betekent dit vier parallelle systemen die dezelfde stedelijke ruimte delen. Met bijbehorende inefficiënties in capaciteitsplanning en infrastructuur.
Lerarentekort zonder Brusselse hefbomen: Het personeelsstatuut, de salarisschalen en diploma-eisen zijn FWB-breed vastgelegd. Brussel kan niet zelf een grootstedelijke premie invoeren, geen flexibeler diplomavereisten hanteren voor knelpuntvakken, en geen eigen wervingscampagnes voeren.
Schoolinfrastructuur als tijdbom: Het structurele onderhoudstekort aan schoolgebouwen in de FWB. 40 jaar onderinvestering. Is in Brussel extra problematisch door hogere vastgoedprijzen, beperktere beschikbare grond en complexere vergunningsprocedures (Brussels Gewest).
Pacte pour un Enseignement d'excellence. Ambitieus maar traag: De hervormingsagenda die in 2017 werd gelanceerd (tronc commun, hervorming kwalificerend onderwijs, pilotage des écoles) is inhoudelijk ambitieus, maar de implementatie verloopt traag en wordt ondermijnd door de besparingen. In maart 2025. Tien jaar na de start. Concludeerden onderzoekers (INAS, UMons) dat de hervorming meer tijd, middelen en evaluatie nodig heeft.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ❌ Faalt | Het onderwijsbeleid voor 205.000 Brusselse leerlingen wordt bepaald door de FWB. Een entiteit waar Brussel een minderheid (~20%) vormt. Brusselse noden (meertaligheid, diversiteit, grootstedelijke context) worden niet vertaald in het beleid. |
| 2 | Transparantie | ❌ Faalt | De burger kan niet doorgronden wie verantwoordelijk is. De FWB bepaalt de regels, WBE organiseert een deel van de scholen, de AGE beheert de administratie, de gemeenten zijn inrichtende macht van een ander deel, COCOF heeft aanvullende bevoegdheden, het Brussels Gewest geeft vergunningen. Minstens zes betrokken overheden. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ Faalt | De FWB beslist over het onderwijs maar heeft geen eigen fiscale bevoegdheid. Alle middelen komen van federale dotaties. Klassieke fiscal gap: de FWB beslist over €10,6 miljard aan uitgaven maar int zelf geen cent. De structurele schuld (€14,25 miljard) bewijst dat het systeem financieel onhoudbaar is. |
| 4 | Eenvoud | ❌ Faalt | Vier onderwijsnetten, zes betrokken overheidsniveaus, meerdere administratieve lagen (AGE, WBE, koepels, COCOF). Dit is het meest complexe onderwijsbestuur van heel Europa voor een stad van 1,2 miljoen inwoners. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ Gedeeltelijk | De FWB is met 900.000 leerlingen groot genoeg voor professioneel beheer. Maar het Brusselse segment (~205.000) wordt bestuurd als bijzaak van een entiteit die primair op Wallonië is gericht. Bij overdracht naar de Brusselse deelstaat zou 205.000 leerlingen voldoende schaal zijn voor een volwaardig onderwijssysteem. Vergelijkbaar met Luxemburg (105.000 leerlingen) of het Groothertogdom als geheel. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ❌ Faalt | Er is nul ruimte voor Brusselse innovatie. Het FWB-kader geldt integraal. Brussel kan geen meertalige pilootprojecten opzetten, geen aangepast curriculum voor internationale leerlingen ontwikkelen, geen eigen lerarenbeleid voeren. |
| 7 | Resultaatgericht | ⚠️ Gedeeltelijk | De FWB meet resultaten via de Pacte-hervorming (contrats d'objectifs voor elke school), maar de implementatie is traag. Brussel-specifieke KPI's ontbreken. Het systeem meet niet structureel wat het Brusselse onderwijs als geheel presteert los van het Waalse. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ Gedeeltelijk | De FWB investeert €3,9 miljoen in digitalisering (budget 2025). Inschrijvingen zijn deels gedigitaliseerd. Maar een integraal digitaal platform voor capaciteitsplanning, personeelsbeheer en kwaliteitsmonitoring specifiek voor Brussel ontbreekt. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ Faalt | Het model waarbij een gemeenschap zonder eigen fiscale bevoegdheid en zonder territoriale basis het onderwijs bestuurt voor twee radicaal verschillende regio's tegelijk, bestaat nergens ter wereld. Nederland, Denemarken, Duitsland en Zwitserland bewijzen dat regionale/lokale autonomie met eigen financiering beter werkt. |
Synthese: 6× ❌, 3× ⚠️, 0× ✅. Geen enkel principe wordt volledig vervuld. De grootste winst zit bij subsidiariteit (breng de beslissingsmacht naar Brussel), verantwoordelijkheid = financiering (eigen fiscale bevoegdheid), en eenvoud (één bestuursniveau in plaats van zes).
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🔵 Overgeheveld + 🟠 Hervormd Het Franstalig onderwijs in Brussel wordt overgeheveld van de FWB (die wordt afgeschaft) naar de Brusselse deelstaat, met fundamentele hervormingen in governance en financiering.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
Franstalige Onderwijsautoriteit Brussel (FOAB): Een nieuwe, autonome instelling binnen de Brusselse deelstaat. Het spiegelbeeld van de Nederlandstalige Onderwijsautoriteit Brussel (NOAB) uit de audit van het Nederlandstalig onderwijs. De FOAB bundelt alle bevoegdheden die nu verspreid zijn over de FWB, WBE, AGE, COCOF en gemeenten. De FOAB wordt bestuurd door een raad met verkozen Franstalige Brusselaars, onderwijsexperts, oudervertegenwoordigers en vertegenwoordigers van de inrichtende machten.
Bundeling van bevoegdheden bij de FOAB:
- Leerplannen en eindtermen: Autonomie om het curriculum aan te passen aan de Brusselse context. Met versterkte meertaligheidsdidactiek (Nederlands, Engels), aangepaste programma's voor nieuwkomers en internationale leerlingen, en Brussel-specifieke competenties (interculturele vaardigheden, grootstedelijke burgerschap)
- Lerarenbeleid: Eigen Brusselse lerarenpremie (om het grootstedelijke nadeel te compenseren), versoepelde diploma-eisen voor knelpuntvakken, eigen wervingsbeleid, aantrekkelijker starterspakket
- Scholenbouw en capaciteitsplanning: Eén loket dat planning, vergunningen en bouw integreert. In samenwerking met de Brusselse deelstaatsdiensten voor ruimtelijke ordening
- Inspectie en kwaliteitsbewaking: Eigen inspectie met Brusselse benchmarks, aangevuld met deelstaatbrede en interdeelstatelijke vergelijking
- Werkingsmiddelen: Rechtstreekse financiering vanuit de Brusselse deelstaat, proportioneel aan leerlingenaantal
Vrijheid van onderwijs behouden: De vier netten (officieel georganiseerd, gemeentelijk, katholiek, vrij) blijven bestaan. De grondwettelijke vrijheid van onderwijs (art. 24) wordt gerespecteerd. Maar de FOAB wordt de enige regulerende en financierende overheid. WBE wordt hervormd tot de Brusselse variant voor de officieel georganiseerde scholen.
Financiering:
- De Brusselse deelstaat ontvangt een geoormerkte onderwijsdotatie op basis van leerlingenaantal, vergelijkbaar met het Duitse model waar Bundesländer eigen fiscale bevoegdheid hebben
- De Brusselse deelstaat krijgt in het HART-model eigen fiscale bevoegdheid (fiscale autonomie): wie beslist over het onderwijs, int ook de belastingen
- Aanvullend: EU-fondsen, projectfinanciering, samenwerking met universiteiten en bedrijfsleven
Rationalisering netstructuur: De FOAB krijgt het mandaat om de vier netten geleidelijk te rationaliseren. Niet door dwang, maar door financiële stimuli voor samenwerking. Gedeelde schoolgebouwen, gezamenlijke capaciteitsplanning en één centraal inscriptiepunt voor heel Brussel.
Overname Pacte-hervormingen: De inhoudelijke hervormingen van het Pacte pour un Enseignement d'excellence (tronc commun, pilotage des écoles, hervorming kwalificerend onderwijs) worden overgenomen en versneld geïmplementeerd door de FOAB. Maar met Brusselse aanpassingen.
Kwaliteitswaarborgen:
- Diploma's blijven erkend in heel België en de EU (kaderovereenkomst met de Waalse en Vlaamse deelstaat)
- Tweejaarlijkse externe kwaliteitsaudit door een onafhankelijke commissie
- Verplichte publicatie van resultaten (KPI-dashboard): capaciteit, lerarentekort, leerlingenprestaties, schooluitval, sociale mobiliteit
- Interdeelstatelijke benchmarking (vergelijking met Vlaamse, Waalse en Duitstalige deelstaat)
Internationaal model: Combinatie van het Nederlandse model (sterke schoolbesturen met lokale verantwoordelijkheid, geen tussenlaag) en het Berlijnse model (stadstaat die volledig eigen onderwijssysteem beheert). Met grondwettelijke taalgaranties naar Zuid-Tirools voorbeeld.
Geschatte efficiëntiewinst:
- Eén regulerende overheid i.p.v. zes → drastische vereenvoudiging
- Eigen fiscale bevoegdheid → einde aan de structurele fiscal gap en schuldenspiraal van de FWB
- Brussel-specifiek lerarenbeleid → gerichtere aanpak van het dramatische tekort
- Geïntegreerde capaciteitsplanning → snellere realisatie van nieuwe schoolplaatsen
- Aangepast curriculum → betere aansluiting op de Brusselse arbeidsmarkt en meertalige realiteit
- Kwantitatief: de overhead van de FWB-bureaucratie die specifiek op Brussel slaat (deel AGE, deel WBE-administratie, COCOF-overlap) kan met 20-30% worden teruggebracht door integratie
Implementatiepad:
- Vereist aanpassing van art. 127 Grondwet, de Bijzondere Wet van 8 augustus 1980, en de Bijzondere Wet van 12 januari 1989 (Brusselse Instellingen)
- Vereist opheffing van de FWB als bestuursniveau (apart HART-voorstel, reeds geaudit)
- Overgangsfase van 5-7 jaar: geleidelijke overdracht van bevoegdheden, personeel en middelen
- Kaderovereenkomst tussen Brusselse, Waalse en Vlaamse deelstaat voor diploma-erkenning
- Sociale bescherming voor de ~25.000 FWB-personeelsleden werkzaam in/voor het Brusselse onderwijs (overdracht met behoud van statuut)
Fase 4: Partijpunt (website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
Franstalig onderwijs Brussel. Overgeheveld van FWB naar Brusselse deelstaat
Het Franstalig onderwijs in Brussel wordt een autonome bevoegdheid van de Brusselse deelstaat. Eén Franstalige Onderwijsautoriteit vervangt de huidige lappendeken van zes overheden. Met eigen middelen, eigen lerarenbeleid, en onderwijs op maat van een meertalige hoofdstad.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
Het Franstalig onderwijs in Brussel telt zo'n 205.000 leerlingen. 78% van alle Brusselse scholieren. Het wordt aangestuurd door de Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB), een instelling die ook het onderwijs in heel Wallonië bestuurt. De FWB bepaalt de leerplannen, betaalt de lerarenlonen en organiseert de inspectie. Daarnaast zijn er vier onderwijsnetten (officieel, gemeentelijk, katholiek en vrij), de COCOF voor aanvullende bevoegdheden, de 19 gemeenten als lokale schoolbesturen, en het Brussels Gewest voor vergunningen. In totaal minstens zes overheden betrokken bij het onderwijs van elk Franstalig kind in Brussel. Het jaarlijkse onderwijsbudget voor het Brusselse aandeel bedraagt naar schatting €2,5 à €2,7 miljard.
Wat er mis gaat
De FWB is financieel failliet. Met een schuld van €14,25 miljard en een jaarlijks tekort van €1,3 miljard bespaart ze zich kapot. Ook in het onderwijs. In 2025 worden 1.500 onderwijsposten geschrapt en wordt het onderhoud van schoolgebouwen gekort. Ondertussen raakt de helft van alle FWB-schoolgebouwen in verval. 500 zouden moeten worden afgebroken. Het lerarentekort is dramatisch: 86% van de directeurs zegt dat het de kwaliteit schaadt. In het secundair ontbreekt tot een kwart van de leerkrachten. Sommige Brusselse scholen draaien op een vierdaagse schoolweek bij gebrek aan personeel.
En het ergste: Brussel heeft geen enkele hefboom. De FWB maakt dezelfde regels voor een school in Molenbeek als voor een school in een Ardens dorp. Brussel kan geen meertalig curriculum ontwikkelen, geen grootstedelijke lerarenpremie invoeren, geen schoolgebouwen plannen zonder langs zes loketten te passeren. Het resultaat: de PISA-scores van de FWB stagneren rond het OESO-gemiddelde, de sociale ongelijkheid behoort tot de ergste van de OESO (118 punten verschil tussen arm en rijk in wiskunde. Vier jaar scholing), en 47% van de 15-jarigen heeft minstens één jaar schoolse vertraging. Een wereldrecord.
Hoe het elders werkt
In Nederland ligt de verantwoordelijkheid bij schoolbesturen en gemeenten, niet bij een tussenlaag. Het ministerie stelt de kaders, de scholen voeren uit. Geen FWB, geen COCOF, geen zes overheden. Gewoon helder wie wat doet. In Denemarken zijn de 98 gemeenten volledig verantwoordelijk voor het basisonderwijs: zij beheren de scholen, stellen het personeel aan en financieren de infrastructuur. Berlijn, een stadstaat van 3,7 miljoen mensen, beheert als Bundesland zijn eigen volledige onderwijssysteem. Van kleuterschool tot universiteit. Alle drie scoren ze beter dan de FWB op PISA.
Wat HART voorstelt
HART richt een Franstalige Onderwijsautoriteit Brussel (FOAB) op. Het spiegelbeeld van de Nederlandstalige Onderwijsautoriteit (NOAB). De FOAB wordt de enige regulerende en financierende overheid voor het Franstalig onderwijs in Brussel. Zij krijgt autonomie over leerplannen (met ruimte voor meertaligheidsdidactiek en Brussels maatwerk), lerarenbeleid (inclusief een grootstedelijke premie), scholenbouw (één loket), en kwaliteitsbewaking (publiek KPI-dashboard).
De vrijheid van onderwijs blijft gegarandeerd. De vier netten blijven bestaan, maar de FOAB stimuleert samenwerking en rationalisatie via financiële prikkels. De goede elementen van het Pacte pour un Enseignement d'excellence worden overgenomen en versneld uitgerold. Diploma's blijven erkend in heel België via een kaderovereenkomst. Het recht op Franstalig onderwijs in Brussel wordt grondwettelijk verankerd.
Cruciaal: de Brusselse deelstaat krijgt eigen fiscale bevoegdheid. Wie beslist over het onderwijs, int ook de belastingen. Geen schuldenberg meer van een FWB die geen eigen inkomsten heeft. Geen besparingen opgelegd vanuit Wallonië. Eigen middelen, eigen verantwoordelijkheid, eigen resultaten.
Wat het oplevert
Eén overheid in plaats van zes. Een onderwijssysteem dat ontworpen is voor Brussel. Meertalig, divers, internationaal. In plaats van een one-size-fits-all-model van de FWB. Een lerarenbeleid dat het dramatische tekort kan aanpakken met Brusselse instrumenten. Schoolinfrastructuur die eindelijk gepland en gebouwd kan worden via één loket. Een einde aan de financiële wurggreep van de FWB-schuld. En bovenal: onderwijs als Brusselse bevoegdheid, met Brusselse democratische controle. Als ouders zich afvragen waarom hun kind geen leerkracht heeft, weten ze precies bij wie ze moeten aankloppen. Niet bij een FWB-parlement waar ze nauwelijks vertegenwoordigd zijn, maar bij hun eigen Brusselse volksvertegenwoordigers.