Brusselse Regering: Audit
Item: Brusselse Regering. MP + 4 ministers + 3 staatssecretarissen Categorie: Brussels Gewest. Structuur Datum: 2026-03-31 Status: 🟠 Hervormd
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is de uitvoerende macht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ze bestaat grondwettelijk uit een minister-president, vier ministers (twee Franstaligen, twee Nederlandstaligen) en drie staatssecretarissen (twee Franstaligen, één Nederlandstalige): in totaal acht mandatarissen.
Juridische basis:
- Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen (BWHI), 8 augustus 1980
- Bijzondere Wet betreffende de Brusselse Instellingen (BWBI), 12 januari 1989
- Brusselse Gewestelijke Autonomie-ordonnantie
Huidige samenstelling (regering-Dilliès, 14 februari 2026): Na een recordformatie van 613 dagen het langste formatieproces in de Belgische geschiedenis. Werd een zevenpartijencoalitie gevormd:
| Naam | Partij | Functie | Bevoegdheden |
|---|---|---|---|
| Boris Dilliès | MR | Minister-President | Veiligheid, Toerisme, Energie, Wetenschappelijk Onderzoek, Externe Betrekkingen, Brandweer, Biculturele Aangelegenheden |
| Elke Van den Brandt | Groen | Minister | Mobiliteit, Openbare Werken, Verkeersveiligheid, Dierenwelzijn |
| Dirk De Smedt | Anders | Minister | Begroting, Financiën, Digitalisering, Openbaar Ambt |
| Ahmed Laaouej | PS | Minister | Lokale Besturen, Gelijke Kansen, Gezondheid |
| Laurent Hublet | Les Engagés | Minister | Werk, Economie |
| Audrey Henry | MR | Staatssecretaris | Huisvesting, Stedenbouw |
| Ans Persoons | Vooruit | Staatssecretaris | Leefmilieu, Klimaat, Stadsvernieuwing, Erfgoed, Imago van Brussel |
| (CD&V) | CD&V | Staatssecretaris | (nog te bevestigen) |
Coalitiepartijen (7): MR (20 zetels), PS (16), Les Engagés (8), Groen (4), Anders (2), Vooruit (2), CD&V (1): samen 53 van de 89 zetels.
Budget Brussels Gewest (2026):
- Ontvangsten: ~€6,6 miljard
- Uitgaven: ~€7,6 miljard
- Begrotingstekort: ~€957 miljoen (onder de €1 miljard-doelstelling)
- Opgebouwde schuld: €16,2 miljard (januari 2026)
- Dagelijkse schuldtoename tijdens formatie: €2,74 miljoen/dag
Kabinetten:
- Vorige regering: ~€25 miljoen/jaar voor kabinetten
- Regering-Dilliès: 20% minder personeel, €6,4 miljoen bespaard op kabinetskosten
- Extra besparing kabinetten + parlement: €13 miljoen totaal
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken: De Brusselse Regering oefent de gewestbevoegdheden uit: ruimtelijke ordening, huisvesting, openbare werken, vervoer, economisch beleid, buitenlandse handel, werkgelegenheid, milieu, energie, lokale besturen, wetenschappelijk onderzoek en internationale betrekkingen.
Overlap en complexiteit: Het probleem is niet de Brusselse Regering op zich, maar de institutionele lasagne waarin ze opereert. Boven, naast en doorheen de gewestregering functioneren:
- VGC (Vlaamse Gemeenschapscommissie): Nederlandstalige gemeenschapsbevoegdheden
- COCOF (Commission communautaire française): Franstalige gemeenschapsbevoegdheden
- GGC/COCOM (Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie): bicommunautaire persoonsgebonden materies (incl. Iriscare)
- 19 gemeenten elk met eigen college, gemeenteraad, OCMW, fiscaliteit
- 6 politiezones (fusie naar 1 gepland voor 2027)
- Tientallen ION's (Instellingen van Openbaar Nut)
Dit maakt Brussel tot de meest complex bestuurde stad van Europa met zes bestuurslagen voor 1,2 miljoen inwoners.
Prestatie-indicatoren:
- 613 dagen zonder volwaardige regering (record)
- Begrotingstekort van >€1 miljard gedurende meerdere jaren
- Rekenhof structureel kritisch over begrotingsdiscipline
- Kredietlijn ING dreigde weg te vallen in 2025
Democratisch tekort: De zevenpartijencoalitie wordt breed bekritiseerd:
- Zeven partijen voor 53/89 zetels. Kleinste gemene deler als beleid
- Team Fouad Ahidar (TFA), electorale doorbraker, uitgesloten. "we tellen aan de stembus, minder in de keuken"
- N-VA noemde het de "Vrijdag de 13e-coalitie"
- Regeringsakkoord in 3 dagen geschreven na 600+ dagen impasse. Vragen over diepgang
1C. Internationale vergelijking
Berlijn (Duitsland): Stadstaat
- Structuur: Regierender Bürgermeister + maximaal 10 senatoren (ministers)
- Bevolking: 3,7 miljoen
- Eén bestuursniveau als stadstaat: Senat = deelstaatregering = stadsbestuur
- 12 Bezirke (districten) met beperkte gedelegeerde bevoegdheden. Geen eigen parlement of fiscaliteit
- Geen taalkundige verplichtingen in de samenstelling
- Richtlinienkompetenz: de burgemeester bepaalt de politieke richtlijnen
Hamburg (Duitsland): Stadstaat
- Structuur: Eerste Burgemeester + max. 12 senatoren
- Bevolking: 1,9 miljoen
- Eén bestuursniveau: Senat bestuurt alles
- 7 Bezirke met gedelegeerde uitvoerende taken
- Eerste Burgemeester kiest zelf senatoren, parlement keurt goed
- Sterk gecentraliseerd, efficiënt model
Wenen (Oostenrijk): Stadstaat
- Structuur: Burgemeester = Landeshauptmann, Stadtsenat = deelstaatregering
- Bevolking: 1,9 miljoen
- Gemeinderat = Landtag (100 leden, dubbele pet)
- Eén administratief apparaat (Magistrat) voor alle taken
- Geen aparte gemeenten binnen de stad
Kopenhagen (Denemarken): Grootstedelijk bestuur
- Structuur: Lord Mayor + 6 burgemeesters (vakcommissies) + 55 raadsleden
- Bevolking: 650.000 (stad), 1,3 miljoen (metro)
- Comitésysteem: 7 vaste commissies nemen finale beslissingen binnen hun domein
- Extreem efficiënt: geen kabinetten, directe besluitvorming
- Eén bestuursniveau voor de hele stad
Conclusie internationale vergelijking: Geen enkele vergelijkbare Europese hoofdstad heeft:
- 6 bestuurslagen voor 1,2 miljoen inwoners
- Verplichte taalkundige pariteit in de uitvoerende macht
- 19 afzonderlijke gemeenten met volledige autonomie
- 3 gemeenschapscommissies bovenop de gewestregering
- Een recordformatie van 613 dagen
Berlijn, Hamburg, Wenen en Kopenhagen tonen aan dat een hoofdstad/stadstaat met één slagkrachtige regering, één administratief apparaat en eventueel gedecentraliseerde districten het model is dat werkt.
1D. Knelpunten en kritiek
Institutionele versnippering: De OESO (Metropolitan Review, februari 2024) beveelt expliciet aan om VGC, COCOF en GGC af te schaffen en alle bevoegdheden bij het Gewest te leggen.
Formatieduur: 613 dagen zonder volwaardige regering. Structureel probleem, niet incidenteel. De taalkundige pariteitsregels en het grote aantal partijen maken coalities extreem moeilijk.
Begrotingscrisis: €16,2 miljard schuld, structureel tekort >€1 miljard/jaar. De formatie kostte €2,74 miljoen per dag aan oplopende schuld.
Democratische legitimiteit: Zeven partijen moeten samenwerken, waarvan drie (Anders, Vooruit, CD&V) met slechts 1-2 zetels. Dit leidt tot consensuspolitiek op de kleinste gemene deler.
Overlap met gemeenten: 19 gemeenten met eigen colleges, raden en OCMW's creëren een wildgroei aan mandaten en duplicatie van diensten.
Kabinettencultuur: Ondanks besparingen blijven kabinetten (persoonlijke staf van ministers) een Belgisch fenomeen dat nergens in de vergelijkingslanden bestaat in deze vorm.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ⚠️ | De gewestregering zit op het juiste niveau, maar de 19 gemeenten eronder en 3 gemeenschapscommissies ernaast creëren onnodige lagen. Veel taken zouden beter centraal (gewest) of lokaal (districten) liggen. |
| 2 | Transparantie | ❌ | Voor de burger is het onmogelijk te weten wie beslist over wat. Gewest, gemeenten, VGC, COCOF, GGC, ION's. Niemand begrijpt dit systeem. Zelfs na 613 dagen formatie was onduidelijk wie waarvoor verantwoordelijk werd. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | Enorme fiscal gap. Het Gewest geeft €7,6 miljard uit maar int slechts €2,8 miljard aan eigen belastingen. De rest komt via dotaties en subsidies. Gemeenten heffen eigen belastingen naast het Gewest. Geen duidelijke koppeling tussen wie beslist en wie betaalt. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | De meest complexe bestuursstructuur van Europa. 6 bestuurslagen, 8 regeringsleden, 19 burgemeesters, 3 gemeenschapscommissies, tientallen ION's. Een 16-jarige kan dit onmogelijk begrijpen. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | Het Gewest (1,2 miljoen) heeft voldoende schaal, maar de 19 gemeenten zijn vaak te klein (gemiddeld ~63.000, maar variërend van ~22.000 tot ~185.000). Veel te versnipperd voor professioneel bestuur. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ❌ | Geen innovatieruimte. Het systeem zit vastgeklonken in bijzondere wetten, taalpariteit en samenwerkingsakkoorden. Elke verandering vereist een bijzondere meerderheid. |
| 7 | Resultaatgericht | ❌ | Geen structurele KPI's voor de regering. Het Rekenhof is structureel kritisch. 613 dagen zonder regering tonen aan dat het systeem niet resultaatgericht functioneert. Begrotingsevenwicht wordt steeds uitgesteld. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | Brussels gewest investeert in digitalisering (IRISbox), maar de 19 gemeenten hebben elk eigen digitale systemen. Geen once-only-principe over de bestuurslagen heen. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Geen enkele vergelijkbare stad heeft dit model. Berlijn, Hamburg, Wenen, Kopenhagen. Allemaal hebben ze één slagkrachtige stadsregering zonder gemeenschapscommissies of 19 autonome gemeenten. |
Synthesescore: 0 ✅ · 3 ⚠️ · 6 ❌
Top-3 principes met meeste winst:
- Eenvoud de hele structuur vereenvoudigen naar één bestuursniveau
- Transparantie duidelijk maken wie beslist en betaalt
- Internationaal bewezen het stadstaatmodel van Berlijn/Hamburg/Wenen overnemen
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Hervormd De Brusselse Regering blijft bestaan maar wordt fundamenteel vereenvoudigd als onderdeel van een breder Brussels stadstaatmodel.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
- Eén Brusselse deelstaatregering vervangt het huidige gewest + 3 gemeenschapscommissies (VGC, COCOF, GGC worden afgeschaft)
- Samenstelling: Minister-President + maximaal 6 ministers (was 4 ministers + 3 staatssecretarissen). Geen staatssecretarissen meer. Duidelijke, afgebakende portefeuilles.
- Taalgaranties zonder pariteitsverlamming: Grondwettelijk vastgelegde taalrechten voor Nederlandstaligen (gegarandeerd percentage van budget en dienstverlening), maar geen verplichte taalpariteit in de regeringssamenstelling. Dit voorkomt formatieblokkeringen.
- 19 gemeenten → 6-8 districten met beperkte gedelegeerde bevoegdheden (naar Berlijns model: cultuur, sport, jeugdwerk, lokale vergunningen). Geen eigen fiscaliteit, geen eigen parlement.
- Kabinetten afbouwen: Overgang naar het model van een professionele administratie (ABD. Algemene Bestuursdienst) zoals in Nederland. Ministers sturen topambtenaren aan, niet kabinetsmedewerkers.
- Constructieve motie van wantrouwen: Naar Duits model kan de regering enkel vallen als er tegelijk een alternatieve meerderheid is. Dit voorkomt langdurige formatieperiodes.
Internationaal model: Hybride van Berlijn (Bezirke-structuur, Richtlinienkompetenz) en Wenen (gecombineerd stad-/deelstaatbestuur met één Magistrat).
Geschatte efficiëntiewinst:
- Afschaffing VGC/COCOF/GGC: besparing op overhead, dubbele administraties en mandaten (geschat €50-100 miljoen/jaar)
- 19 gemeenten → districten: besparing op 19 colleges, 19 gemeenteraden, 19 OCMW's (geschat €100-200 miljoen/jaar)
- Kabinetshervorming: verdere besparing van €10-15 miljoen/jaar
- Totale geschatte besparing: €160-315 miljoen/jaar, plus de onschatbare winst van snellere en betere besluitvorming
Implementatiepad:
- Vereist grondwetsherziening (art. 39, 135-136 GW) en herziening BWBI
- Bijzondere meerderheid in federaal parlement + betrokken deelstaatparlementen
- Tijdshorizon: 5-10 jaar (één volledige legislatuur voorbereiding + één voor implementatie)
- Tussenstap: eerst gemeenschapscommissies integreren in het Gewest, dan gemeentefusies
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
Brusselse Regering. Hervormd Brussel wordt een echte stadstaat: één slagkrachtige regering in plaats van het huidige kluwen van gewest, gemeenschapscommissies en 19 gemeenten. De taalrechten blijven gegarandeerd, maar de structuur wordt simpel genoeg zodat elke Brusselaar weet wie beslist.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering bestaat uit een minister-president, vier ministers en drie staatssecretarissen. Verdeeld volgens een verplichte taalpariteit (Franstalig/Nederlandstalig). Dat klinkt overzichtelijk, tot je beseft dat dit slechts één van de zes bestuurslagen is die Brussel besturen. Bovenop het gewest zijn er drie gemeenschapscommissies (VGC, COCOF, GGC/COCOM) voor persoonsgebonden materies, 19 gemeenten met elk een eigen burgemeester, college en gemeenteraad, en tientallen verzelfstandigde instellingen. Het Brussels Gewest heeft een jaarbudget van ~€7,6 miljard, een schuld van €16,2 miljard, en een structureel begrotingstekort van bijna €1 miljard per jaar.
Wat er mis gaat
Na de verkiezingen van juni 2024 duurde het 613 dagen om een Brusselse regering te vormen. Een Belgisch record. De oorzaak: zeven partijen moesten akkoord raken binnen een systeem dat taalpariteit, communautaire evenwichten en gemeentelijke belangen combineert. Intussen groeide de schuld met €2,74 miljoen per dag. De uiteindelijke coalitie van zeven partijen (waarvan drie met slechts 1-2 zetels) wordt breed bekritiseerd als een compromis op de kleinste gemene deler. De OESO schreef in haar Metropolitan Review van 2024 onomwonden dat de institutionele structuur van Brussel moet worden vereenvoudigd: afschaffing van VGC, COCOF en GGC, en alle bevoegdheden bij het Gewest leggen. Het huidige systeem schendt minstens zes van de negen principes die HART hanteert voor een werkende staat: geen transparantie, geen eenvoud, geen resultaatgerichtheid, geen duidelijke verantwoordelijkheid.
Hoe het elders werkt
Berlijn (3,7 miljoen inwoners) wordt bestuurd door één Senat: een Regierender Bürgermeister met maximaal tien senatoren (ministers). Daaronder functioneren twaalf Bezirke (districten) met beperkte gedelegeerde taken. Geen eigen fiscaliteit, geen eigen parlement. Hamburg (1,9 miljoen) werkt identiek: Eerste Burgemeester + maximaal twaalf senatoren, zeven districten. Wenen (1,9 miljoen) combineert stad en deelstaat in één bestuur: de burgemeester is tegelijk deelstaatgouverneur, de gemeenteraad is tegelijk deelstaatparlement, en één administratief apparaat (Magistrat) voert alles uit. Geen van deze steden kent gemeenschapscommissies, 19 autonome gemeenten, of formatieperiodes van 600+ dagen.
Wat HART voorstelt
Brussel wordt een echte stadstaat naar Duits-Oostenrijks model:
Eén Brusselse deelstaatregering met een minister-president en maximaal zes ministers. De drie gemeenschapscommissies (VGC, COCOF, GGC) worden afgeschaft en hun bevoegdheden geïntegreerd in de deelstaatregering.
Taalgaranties zonder verlamming. Grondwettelijk vastgelegde rechten voor Nederlandstaligen: een gegarandeerd percentage van het budget en de dienstverlening wordt in het Nederlands aangeboden. Maar de taalpariteitsregel voor de regeringssamenstelling verdwijnt. Zodat formaties niet meer gegijzeld worden door de zoektocht naar Nederlandstalige coalitiepartners met elk 1-2 zetels.
19 gemeenten worden 6-8 districten met beperkte, gedelegeerde bevoegdheden (cultuur, sport, jeugd, lokale vergunningen): naar het Berlijnse Bezirke-model. Geen eigen fiscaliteit, geen eigen parlement.
Kabinetten afbouwen ten voordele van een professionele administratie met topambtenaren (Algemene Bestuursdienst-model). Ministers sturen beleid aan, ambtenaren voeren uit.
Constructieve motie van wantrouwen naar Duits model: de regering kan alleen vallen als het parlement tegelijk een opvolger aanduidt. Geen formatieperiodes van 600+ dagen meer.
Wat het oplevert
- Eenvoud: van zes bestuurslagen naar twee (deelstaat + districten). Elke Brusselaar weet wie beslist.
- Besparing: geschat €160-315 miljoen per jaar door het schrappen van dubbele administraties, mandaten en overhead (19 colleges, 3 gemeenschapscommissies, tientallen ION's).
- Snelheid: geen formatieblokkeringen meer door taalpariteitsregels. Constructieve motie van wantrouwen garandeert bestuurscontinuïteit.
- Betere dienstverlening: één digitaal loket voor alle Brusselaars in plaats van 19 gemeentelijke systemen naast gewestelijke portalen.
- Taalzekerheid: Nederlandstalige rechten niet afhankelijk van politieke goodwill maar grondwettelijk verankerd. Sterker dan het huidige systeem dat afhankelijk is van twee Nederlandstalige zetels in een regering van acht.