Onderwijs Duitstalig: Audit
Datum: 2026-03-31 Categorie: Duitstalige Gemeenschap. Instellingen Status-voorstel: 🟢 Behouden (met versterking)
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Het Duitstalig onderwijs is het volledige onderwijssysteem van de Duitstalige Gemeenschap (DG) van België, van kleuteronderwijs tot hoger onderwijs. De DG is sinds de derde staatshervorming (overdracht op 1 januari 1989) bevoegd voor onderwijs, op basis van artikel 130, §1, eerste lid, 3° van de Grondwet.
Kerncijfers:
- Leerlingen: 12.916 in het gewoon kleuter-, lager en secundair onderwijs en het buitengewoon onderwijs (30 september 2025); 16.516 inclusief muziekacademie, hogeschool, leertijd, deeltijds onderwijs en volwassenenonderwijs
- Verdeling: 2.851 kleuteronderwijs, 5.161 lager onderwijs, 4.584 secundair onderwijs, 320 buitengewoon onderwijs (2025-2026)
- Budget onderwijs: ~€190 miljoen (2025) voor onderwijs, werkgelegenheid en opleiding samen
- Personeelskosten: 73,9% van dat budget gaat naar lonen en sociale bijdragen van het onderwijspersoneel (2025)
- Bevolking DG: 79.515 inwoners (1 januari 2026) op 854 km²
- Gemeenten: 9 (kantons Eupen en Sankt Vith)
Drie schoolnetten:
GUW (Gemeinschaftsunterrichtswesen) Gemeenschapsonderwijs, rechtstreeks bestuurd door de DG-minister van Onderwijs. Omvat 3 basisscholen, 4 secundaire scholen en 1 centrum voor buitengewoon onderwijs.
OSU (Offizielles Subventioniertes Unterrichtswesen) Officieel gesubsidieerd onderwijs, de 9 gemeenten zijn elk schoolbestuur van hun eigen scholen. Omvat ruim twintig basisscholen (vaak met meerdere vestigingsplaatsen); de grote meerderheid van de basisscholen in de DG is gemeentelijk.
FSU (Freies Subventioniertes Unterrichtswesen) Vrij gesubsidieerd onderwijs (katholiek), met één privaatrechtelijk schoolbestuur (de vereniging Bischöfliche Schulen). Omvat 2 basisscholen, 5 secundaire scholen en 1 school voor buitengewoon onderwijs.
Samen zijn er dus elf schoolbesturen (de minister, negen gemeenten en één vzw) voor minder dan 13.000 leerlingen.
Hoger onderwijs: De Autonome Hochschule Ostbelgien (AHS) in Eupen is de enige hogeschool in de DG. Ze ontstond in 2005 uit de fusie van drie hogescholen, waaronder de lerarenopleidingen van het gemeenschapsonderwijs (GUW) en van het vrij net (FSU). Ze biedt vier bacheloropleidingen: Kleuteronderwijzer, Onderwijzer Lager Onderwijs, Verpleegkunde, en Sociaal Werk. Daarnaast een duaal bachelor Financiën en Bestuurswetenschappen (in samenwerking met het ZAWM Eupen). De AHS verzorgt ook de bijscholing van het onderwijspersoneel en de externe evaluatie van de scholen.
Er is geen universiteit in de DG. Studenten gaan naar Luik, Aken, Leuven of elders.
Juridische basis:
- Grondwet art. 130, §1, eerste lid, 3° (onderwijs, binnen de grenzen van art. 127, §1, eerste lid, 2°) en 5° (taalgebruik in het onderwijs)
- Decreet van 31 augustus 1998 over de opdracht aan schoolbesturen en het schoolpersoneel
- Decreet van 20 juni 2016 over maatregelen in het onderwijswezen
- Jaarlijkse decreten over maatregelen in het onderwijswezen
1B. Wat doet het in de praktijk?
De DG heeft volledige autonomie over haar onderwijssysteem: leerplannen, inspectie, personeelsstatuut, schoolorganisatie, infrastructuur en financiering. Dit is een gemeenschapsbevoegdheid die de DG rechtstreeks uitoefent, niet via het Waals Gewest. Enkele zaken blijven federaal: het begin en einde van de leerplicht, de minimale voorwaarden voor het uitreiken van diploma's en de pensioenregeling (art. 127, §1, eerste lid, 2° van de Grondwet).
Kerntaken:
- Organisatie en financiering van kleuter-, lager, secundair en buitengewoon onderwijs
- Hoger onderwijs via de AHS
- Volwassenenonderwijs en beroepsopleiding
- Inspectie en kwaliteitsbewaking
- Leerplannen en eindtermen (Rahmenpläne)
- Schooltransport
- Studiebeurzen
Bijzonderheden:
- Het GUW wordt rechtstreeks bestuurd door de onderwijsminister; er is geen autonome koepel zoals GO! in Vlaanderen
- De leerplannen (Rahmenpläne) en de inspectie zijn al gemeenschappelijk voor alle netten; de externe evaluatie en de bijscholing lopen via de AHS
- De versnippering zit in het bestuur: elk net heeft een eigen personeelsstatuut en eigen financieringsregels, en elk schoolbestuur (ook elke gemeente) een eigen aanwervingsprocedure. Er is geen gemeenschappelijke pool van vervangers (OESO, 2022)
- Meertaligheid is een troef: leerlingen leren naast Duits ook Frans en Engels
- Het ZAWM (Zentrum für Aus- und Weiterbildung des Mittelstandes) verzorgt de middenstandsopleiding
Prestatie-indicatoren (PISA):
- PISA 2025: wiskunde 454, lezen 451, wetenschappen 475. De DG scoort in alle drie de domeinen onder het OESO-gemiddelde (463, 461, 482) en als laagste van de drie Belgische gemeenschappen
- Daling: wiskunde -29 punten ten opzichte van PISA 2022 (483) en -48 punten sinds 2015, een van de sterkste dalingen in de EU
- Laagpresteerders (PISA 2025): ruim een op de drie leerlingen haalt het basisniveau niet in wiskunde (36,2%) en lezen (33,9%), ongeveer een op de vier in wetenschappen (26,3%)
- 23,1% zittenblijvers bij de 15-jarigen (PISA 2022; 22,4% in PISA 2025, ongeveer 28% in 2018), tegenover 3,6% in Estland en 2,7% in Finland
- 66% van de leerlingen zat in PISA 2018 op een school waar het schoolhoofd meldt dat lerarentekort het onderwijs belemmert (OESO-gemiddelde: 27,1%)
De OESO stelde in 2022 vast dat de DG, gezien de aanzienlijke middelen die ze in haar scholen investeert, onder haar potentieel blijft om die middelen om te zetten in leerresultaten: Estland, Polen en Ierland halen betere resultaten met minder geld.
1C. Internationale vergelijking
Zuid-Tirol (Italië): Autonome Provinz Bozen:
- Ongeveer 540.000 inwoners (539.679 eind 2024), drie taalgroepen (Duits 68,6%, Italiaans 27,0%, Ladinisch 4,4%; telling 2024)
- Drie gescheiden schoolsystemen per taalgroep, elk met een eigen onderwijsdirectie, onder één provinciaal bestuur
- Vergaande schoolautonomie: didactiek, organisatie, onderzoek, schoolontwikkeling, administratie en financiën
- Op de Italiaanse nationale toetsen (INVALSI 2025) behalen de Duitstalige scholen de beste resultaten van Italië voor Engels en scoren ze in wiskunde op het einde van het secundair ruim boven het nationale gemiddelde (73% tegenover 49% minstens op basisniveau); in de middenschool liggen ze iets onder dat gemiddelde (52% tegenover 56%)
- Relevant model: toont dat een Duitstalige minderheid binnen een groter land sterk onderwijs kan organiseren met voldoende autonomie
Luxemburg:
- 681.973 inwoners (1 januari 2025), meertalig (Luxemburgs, Duits, Frans)
- Besteedt USD 27.678 per leerling (lager tot postsecundair niet-hoger onderwijs; 2022): de hoogste uitgave van de OESO
- Kleine klassen: gemiddeld 15,6 leerlingen in het lager onderwijs (2023)
- Drietalig onderwijs als standaard
- Maar: in PISA 2025 scoort Luxemburg in alle drie de domeinen onder het OESO-gemiddelde (wiskunde 458, lezen 443, wetenschappen 474). Hoge uitgaven garanderen niet automatisch hoge prestaties
Nederland. Kleine plattelandsscholen:
- Nederland heeft veel ervaring met het samenvoegen en clusteren van kleine scholen
- "Samenwerkingsscholen" waar openbaar en bijzonder onderwijs samengaan; de Wet samen sterker (in werking sinds 2017) maakte dat eenvoudiger, uitdrukkelijk voor dunbevolkte gebieden met dalende leerlingenaantallen
- Brede scholen die onderwijs, kinderopvang en buitenschoolse activiteiten combineren
- Schaalvoordelen door bovenschoolse besturen
Duitsland. Deelstaten:
- Onderwijs is deelstaatbevoegdheid (Länderhoheit)
- Kleine deelstaten zoals Bremen (ongeveer 700.000 inwoners) en Saarland (ongeveer 1 miljoen; 2024) beheren volledig eigen onderwijssystemen
- KMK (Kultusministerkonferenz) zorgt voor coördinatie en wederzijdse erkenning
- Nationale Bildungsstandards als minimumeisen
1D. Knelpunten en kritiek
1. Lerarentekort. Het grootste probleem: Een lerarenbehoefteprognose van maart 2023 toont dat de nood aan leraren in de DG tot 2040 blijft stijgen. In PISA 2018 zat 66% van de leerlingen op een school waar het schoolhoofd meldde dat het lerarentekort het onderwijs hindert (OESO: 27,1%). De DG moet voor rekrutering concurreren met Duitsland, Luxemburg en de rest van België.
2. Besparingen op het personeel: In november 2024 besliste de DG-regering om vanaf 2025 €15 miljoen per jaar te besparen op de lopende uitgaven, waarvan minstens €4,5 miljoen op de personeelskosten van haar hele openbare dienst. In het onderwijs gebeurt dat via één maatregel: het variabele deel van de eindejaarspremie (2,5% van het geïndexeerde brutojaarloon) is vanaf 2025 "tot nader order" opgeschort, niet afgeschaft. Kritiek: dit ondermijnt de aantrekkelijkheid van het beroep precies wanneer het tekort groeit.
3. Zwakke PISA-prestaties ondanks hoge uitgaven: De uitgaven per leerling liggen in het lager en secundair onderwijs boven het OESO-gemiddelde, met kleine klassen. Toch stelde de OESO in 2022 vast dat de DG onder haar potentieel blijft om die middelen om te zetten in leerresultaten. In PISA 2025 zakte de DG onder het OESO-gemiddelde in alle drie de domeinen. Dit wijst op een efficiëntieprobleem.
4. Hoog percentage zittenblijvers (23,1%): Bijna een kwart van de 15-jarigen is al minstens één keer blijven zitten (PISA 2022), tegenover 3,6% in Estland en 2,7% in Finland. Zittenblijven is duur (elk extra jaar kost ruim €10.000 per leerling) en het levert leerwinst op die wetenschappelijk nauwelijks aantoonbaar is.
5. Schaalprobleem: Met minder dan 13.000 leerlingen, drie netten en elf schoolbesturen is de schaal zeer klein en het bestuur versnipperd. Leerplannen en inspectie zijn al gemeenschappelijk, maar personeelsstatuut, aanwerving, vervangingen en financiering niet. De OESO noemde de opdeling in drie netten in 2022 "voor een schoolsysteem van deze omvang" een bron van grote complexiteit en raadde aan de netstructuur te vereenvoudigen.
6. Geen universiteit: Studenten moeten de DG verlaten voor universitair onderwijs, naar de Franse Gemeenschap of steeds vaker naar Duitsland. Niet iedereen keert terug: een risico op braindrain.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ✅ | Onderwijs is een gemeenschapsbevoegdheid die de DG volledig zelf uitoefent. De beslissingen worden genomen door het dichtstbijzijnde bestuursniveau. Dit is een schoolvoorbeeld van werkende subsidiariteit. |
| 2 | Transparantie | ⚠️ | De structuur met drie netten in zo'n klein systeem is relatief complex voor ouders. Het GUW wordt rechtstreeks door de minister bestuurd. Er is geen buffer/koepel. Budgetinformatie is beschikbaar maar niet altijd eenvoudig toegankelijk. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ⚠️ | De DG beslist over onderwijs maar financiert het grotendeels met federale dotaties (in de begroting 2025 ongeveer €342,5 miljoen; daarnaast €93,1 miljoen van het Waals Gewest voor de overgedragen gewestbevoegdheden). De eigen fiscale capaciteit is beperkt. Er is een fiscal gap: wie beslist (DG) is niet wie int (federaal). |
| 4 | Eenvoud | ⚠️ | Drie schoolnetten en elf schoolbesturen voor minder dan 13.000 leerlingen is complex. Het GUW (8 scholen), het OSU (ruim twintig basisscholen van negen gemeenten) en het FSU (8 scholen) hebben elk een eigen statuut, aanwerving en financiering. In een systeem van deze omvang zou vereenvoudiging efficiëntiewinst opleveren. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | De DG is het kleinste onderwijssysteem in België. Met 79.515 inwoners en minder dan 13.000 leerlingen is de schaal vergelijkbaar met een middelgrote Vlaamse stad. Dit maakt specialisatie moeilijk (bv. lerarenrekrutering, vervangingen, datamonitoring) maar geeft ook wendbaarheid. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ✅ | De DG heeft volledige beleidsruimte en experimenteert actief (bv. Bildungsvision 2040, huiswerk in het basisonderwijs vervangen door schoolwerk, Bürgerrat). De kleine schaal maakt de DG tot een ideaal laboratorium voor onderwijsinnovatie. |
| 7 | Resultaatgericht | ⚠️ | PISA-deelname is positief, maar de resultaten dalen sterk: in PISA 2025 scoort de DG in alle drie de domeinen onder het OESO-gemiddelde. Het percentage zittenblijvers (23,1% in PISA 2022) is hoog. De Bildungsvision 2040 zet in op competentiemonitoring, maar concrete KPI's en sanctiemechanismen ontbreken nog. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | Beperkte informatie over digitalisering van het onderwijs in de DG. De Bildungsvision 2040 noemt digitale competenties als prioriteit, maar concrete implementatie loopt achter op Vlaanderen en Nederland. |
| 9 | Internationaal bewezen | ✅ | De DG oriënteert zich actief internationaal: OESO-reviews (2022, 2024), PISA-deelname, Bildungsvision 2040 gebaseerd op internationale best practices. Zuid-Tirol en Luxemburg zijn bruikbare referenties. |
Synthese: 3× ✅, 6× ⚠️, 0× ❌
De grootste winstpunten liggen bij:
- Schaalgrootte & Eenvoud de drie netten samenbrengen in één publiek onderwijskader
- Resultaatgericht zittenblijven drastisch terugdringen, concrete KPI's instellen
- Verantwoordelijkheid = Financiering meer eigen fiscale verantwoordelijkheid in de toekomstige deelstaatstructuur
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟢 Behouden met versterking
Het Duitstalig onderwijs is een succesverhaal van subsidiariteit. Een kleine gemeenschap beheert haar eigen onderwijs, aangepast aan de lokale taal en cultuur. Dit is precies wat HART voorstaat. Maar het systeem kan efficiënter.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
In het HART-model wordt Ostbelgien een van de twaalf gelijkwaardige deelstaten. Het onderwijs blijft integraal een deelstaatbevoegdheid: waar de andere deelstaten onderwijs per taalgroep in een concordaat regelen, regelt Ostbelgien het zelf bij deelstaatwet, met het lerarenstatuut en de lasten van de lerarenpensioenen (art. 31 HART-grondwet). Voor het hoger onderwijs dat het niet zelf aanbiedt, zoals de universiteit, sluit het akkoorden met Luik of met de Franstalige deelstaten (art. 32). Dit verandert niets aan de dagelijkse praktijk maar versterkt de constitutionele positie.
Eén publiek onderwijskader in plaats van drie netten. Met minder dan 13.000 leerlingen, drie netten en elf schoolbesturen is het bestuur te versnipperd. HART stelt voor, zoals in de concordaten van de andere deelstaten:
- Alle publiek gefinancierde scholen in één publiek onderwijssysteem, met één personeelsstatuut, één salarisschaal, één aanwervingsprocedure, één pool van vervangers, één inschrijvingssysteem en één financieringsregeling
- Scholen behouden hun pedagogische autonomie en hun schoolproject; de gebouwen van het vrij (katholiek) net worden niet onteigend maar via erfpacht of langetermijnconcessie ter beschikking gesteld
- De HART-grondwet behoudt de vrijheid van onderwijs, maar niet de financiering van elk net (het huidige artikel 24): in Ostbelgien bepaalt de deelstaatwet welke scholen publiek gefinancierd worden, volgens objectieve criteria (art. 16). Eerste stap: maximale harmonisatie (één statuut voor alle netten) en fusie van de twee officiële netten (GUW en de gemeentelijke scholen), zoals de OESO in 2022 al voorstelde te onderzoeken voor het basisonderwijs
- Precedent in de DG zelf: de AHS ontstond in 2005 uit de fusie van drie hogescholen, waaronder de lerarenopleidingen van het GUW en van het vrij net. Internationaal: de Nederlandse samenwerkingsschool, waarin openbaar en bijzonder onderwijs samengaan
Zittenblijven afschaffen via een drielaags ondersteuningssysteem naar Fins model (algemeen, versterkt, gespecialiseerd): automatische doorstroming vervangt zittenblijven. Tussendoel: het aandeel zittenblijvers (23,1% in PISA 2022) binnen tien jaar halveren; daarna volledige automatische doorstroming. De Visible Learning-synthese rangschikt zittenblijven op d = -0,32, een van de schadelijkste interventies in het onderwijs. Het budget dat naar extra leerjaren gaat, wordt geherinvesteerd in preventieve ondersteuning.
Lerarenrekrutering versterken:
- Salarispariteit met vergelijkbare functies in Duitsland (Nordrhein-Westfalen) als streefcijfer
- Versnelde erkenning van Duitse en Luxemburgse diploma's
- Zij-instroomtrajecten via de AHS
- Huisvestingsondersteuning voor leraren die naar de DG verhuizen
Fiscale verantwoordelijkheid: In het HART-model krijgt elke deelstaat meer eigen belastingcapaciteit (verticale fiscale kloof naar maximaal 30%). De deelstaat Ostbelgien financiert onderwijs in hoofdzaak uit eigen belastingen (art. 53), waardoor de link tussen investering en resultaat sterker wordt.
Inhoudelijke hervormingen (HART-onderwijsfilosofie aangepast aan DG-schaal):
- Individueel curriculum: drie niveaus per kernvak (basis, standaard, gevorderd), gemeenschappelijke stam tot 15 jaar, geen gescheiden stromen. Differentiatie binnen vakken, niet tussen leerlingen.
- IT/digitale geletterdheid als verplicht vak
- Centrale kwaliteitstoetsen op leerwinst-architectuur: meetmomenten op 12, 15 en 18 jaar, pretest-posttest. Publicatie op schoolniveau (SES-gecorrigeerde leerwinst), intern op klas- en leerkrachtniveau voor pedagogische reflectie.
- Diploma-erkenning via een vrijwillig concordaat met de andere deelstaten (art. 32), naar Zwitsers HarmoS-model
Internationaal model: Zuid-Tirol (autonome provincie met een Duitstalige meerderheid en een eigen onderwijssysteem, sterke resultaten op de Italiaanse nationale toetsen voor Engels en voor wiskunde op het einde van het secundair, vergaande schoolautonomie).
Geschatte efficiëntiewinst: €2,5-5 miljoen per jaar op kruissnelheid, in een budget van ~€190 miljoen. Zittenblijven kost naar schatting €2-3 miljoen per jaar (ongeveer 200 à 250 extra leerjaren tegen ruim €10.000 per leerling); het gemeenschappelijke statuut, de gedeelde vervangerspool en de eenvoudigere financiering en administratie leveren naar schatting €0,5-2 miljoen op. Al dat geld gaat naar lerarenwerving en kwaliteitsverbetering en telt dus niet als begrotingsbesparing.
Tijdshorizon: Eén statuut en fusie van de officiële netten: eerste legislatuur. Volledige integratie: op grond van art. 16 HART-grondwet, dat de deelstaatwet laat bepalen welke scholen publiek gefinancierd worden. Zittenblijven halveren: binnen tien jaar, daarna afgeschaft. Salarispariteit: geleidelijk over twee legislaturen.
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
Onderwijs Duitstalig. Behouden Ostbelgien behoudt als deelstaat zijn onderwijs volledig. Dat is subsidiariteit op zijn best. Maar drie schoolnetten en elf schoolbesturen voor minder dan 13.000 leerlingen is te veel versnippering. Wij brengen alle scholen samen in één publiek onderwijskader en investeren het vrijgekomen geld in leraren en kwaliteit.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
De Duitstalige Gemeenschap (DG) bestuurt sinds 1989 haar eigen onderwijs volledig autonoom. Bijna 13.000 leerlingen (12.916 in 2025-2026) zitten verspreid over drie schoolnetten met elf schoolbesturen: het gemeenschapsonderwijs (GUW, 8 scholen, rechtstreeks onder de minister), het gemeentelijk onderwijs (OSU, ruim twintig basisscholen van negen gemeenten) en het vrij katholiek onderwijs (FSU, 8 scholen). Leerplannen en inspectie zijn al gemeenschappelijk; personeelsstatuut, aanwerving en financiering niet. De Autonome Hochschule in Eupen leidt leraren op. Het budget voor onderwijs, werk en opleiding samen bedraagt ongeveer €190 miljoen (2025), waarvan bijna driekwart naar de lonen van het onderwijspersoneel gaat. Die middelen komen grotendeels uit federale dotaties. De DG int zelf nauwelijks belastingen.
Wat er mis gaat
Het systeem heeft drie structurele problemen. Ten eerste: de prestaties dalen, terwijl de uitgaven per leerling boven het OESO-gemiddelde liggen. De OESO stelde in 2022 vast dat de DG onder haar potentieel blijft om die middelen om te zetten in leerresultaten. In PISA 2025 scoort de DG in wiskunde, lezen en wetenschappen onder het OESO-gemiddelde en als laagste van de drie gemeenschappen; in wiskunde verloor ze 29 punten tegenover 2022. Bijna een kwart van de 15-jarigen (23,1%, PISA 2022) is minstens één keer blijven zitten, tegenover 3,6% in Estland en 2,7% in Finland. Dat kost het systeem miljoenen per jaar aan extra leerjaren die wetenschappelijk nauwelijks iets opleveren.
Ten tweede: het lerarentekort is acuut. In PISA 2018 zat twee derde van de leerlingen op een school waar het schoolhoofd meldde dat het tekort het onderwijs belemmert (OESO-gemiddelde: 27%). Een prognose uit 2023 toont dat de nood tot 2040 blijft stijgen. Toch is sinds 2025 het variabele deel van de eindejaarspremie van al het DG-personeel, ook de leraren, opgeschort als besparing. Precies het verkeerde signaal.
Ten derde: drie netten en elf schoolbesturen voor minder dan 13.000 leerlingen is versnippering die een klein systeem zich niet kan veroorloven. Elk net heeft een eigen personeelsstatuut, elk schoolbestuur een eigen aanwerving, en er is geen gedeelde pool van vervangers. De OESO noemde die opdeling in 2022 voor een systeem van deze omvang een bron van grote complexiteit. De DG telt ongeveer evenveel inwoners als een middelgrote Vlaamse centrumstad.
Hoe het elders werkt
Zuid-Tirol in Italië is het beste vergelijkingsmodel: een autonome provincie met een Duitstalige meerderheid (ongeveer 540.000 inwoners) en een eigen onderwijssysteem. Ze heeft drie taalgroepen, elk met een eigen schoolsysteem, onder één provinciaal bestuur. Scholen hebben vergaande autonomie op didactiek, organisatie en financiën. Het resultaat: op de Italiaanse nationale toetsen behalen de Duitstalige scholen de beste resultaten van het land voor Engels en scoren ze in wiskunde op het einde van het secundair ruim boven het nationale gemiddelde.
De DG toonde zelf al dat samengaan werkt: de Autonome Hochschule ontstond in 2005 uit de fusie van drie hogescholen, waaronder de lerarenopleidingen van het gemeenschapsonderwijs en van het vrij net. Nederland demonstreert met samenwerkingsscholen dat openbaar en bijzonder onderwijs kunnen samengaan zonder hun identiteit te verliezen, juist in dunbevolkte gebieden met dalende leerlingenaantallen.
Wat HART voorstelt
HART behoudt het Duitstalig onderwijs integraal als deelstaatbevoegdheid. Dat is subsidiariteit op zijn best. Maar we vereenvoudigen de organisatie:
Alle publiek gefinancierde scholen komen samen in één publiek onderwijssysteem, met één personeelsstatuut, één salarisschaal, één aanwervingsprocedure, één pool van vervangers, één inschrijvingssysteem en één financieringsregeling. Scholen behouden hun pedagogische autonomie en hun schoolproject. De gebouwen van het vrij net worden niet onteigend maar via erfpacht of langetermijnconcessie ter beschikking gesteld. De HART-grondwet laat de deelstaatwet van Ostbelgien bepalen welke scholen publiek gefinancierd worden (art. 16), in plaats van het huidige artikel 24. Als eerste stap harmoniseren we maximaal: één statuut voor alle netten en een fusie van het gemeenschapsonderwijs met de gemeentelijke scholen.
Zittenblijven wordt afgeschaft via een drielaags ondersteuningssysteem naar Fins model (algemeen, versterkt, gespecialiseerd): automatische doorstroming vervangt zittenblijven. Tussendoel: het aandeel zittenblijvers binnen tien jaar halveren, daarna volledige automatische doorstroming. Wetenschappelijk bewijs is eenduidig: de Visible Learning-synthese rangschikt zittenblijven op d = -0,32, een van de schadelijkste interventies in het onderwijs.
Het lerarentekort pakken we aan met salarispariteit met Nordrhein-Westfalen als streefcijfer, versnelde erkenning van Duitse en Luxemburgse diploma's, en aantrekkelijke zij-instroomtrajecten via de AHS.
De inhoudelijke hervormingen volgen de HART-onderwijsfilosofie aangepast aan DG-schaal: een individueel curriculum met drie niveaus per kernvak (basis, standaard, gevorderd) en een gemeenschappelijke stam tot 15 jaar. Differentiatie gebeurt binnen vakken, niet tussen leerlingen. IT en digitale geletterdheid worden een verplicht vak. Centrale kwaliteitstoetsen op 12, 15 en 18 jaar meten leerwinst via een pretest-posttest-architectuur. Resultaten worden publiek gemaakt op schoolniveau (gecorrigeerd voor sociaal-economische context), maar blijven op klas- en leerkrachtniveau intern voor pedagogische reflectie, niet voor rangschikking. Diploma-erkenning loopt via een vrijwillig concordaat met de andere deelstaten (art. 32), naar Zwitsers HarmoS-model. Essentieel voor een grensregio waar leerlingen naar Duitsland, Luxemburg of Franstalig België doorstromen.
In het HART-staatsmodel wordt Ostbelgien een van de twaalf gelijkwaardige deelstaten. Het regelt onderwijs zelf bij deelstaatwet, met het lerarenstatuut en de lasten van de lerarenpensioenen (art. 31), en betaalt het in hoofdzaak uit eigen belastingen. Voor het universitair onderwijs sluit het akkoorden met Luik of met de Franstalige deelstaten (art. 32). Wie beslist over onderwijs, draagt ook de financiële consequenties. Dat maakt beleid scherper.
Wat het oplevert
Eén publiek onderwijskader en het afschaffen van zittenblijven kunnen samen naar schatting €2,5-5 miljoen per jaar vrijmaken in een budget van ~€190 miljoen. Dat geld gaat naar wat echt telt: goede leraren werven en behouden, en betere begeleiding voor leerlingen die dreigen uit te vallen.
Ostbelgien wordt een modelregio: klein genoeg om wendbaar te zijn, autonoom genoeg om te experimenteren, en met de juiste prikkels om resultaat te leveren. Precies wat het met de Bürgerrat, een democratische innovatie die internationaal navolging krijgt, al bewijst op het vlak van burgerparticipatie.
Fase 5: Bronnenlijst
| Bron | URL | Datum | Gebruikt voor |
|---|---|---|---|
| Ostbelgien Statistik. Schülerzahlen 2025-2026 | https://ostbelgienstatistik.be/desktopdefault.aspx/tabid-3115/5056_read-33848/ | 2025 | Leerlingenaantallen per niveau (30 september 2025) |
| Ostbelgien Bildung. Schülerzahlen (met het rapport Schülerzahlen 2025-2026) | https://ostbelgienbildung.be/desktopdefault.aspx/tabid-2195/4516_read-32080/ | 2025 | Totaal 16.516 ingeschrevenen, verdeling per net en per niveau |
| Ostbelgien Bildung. Die Schulnetze | https://ostbelgienbildung.be/desktopdefault.aspx/tabid-2188/4267_read-31598/ | - | Structuur drie netten, schoolbesturen, scholen van GUW en FSU |
| Ostbelgien Bildung. Bewerbungsverfahren im OSU | https://ostbelgienbildung.be/desktopdefault.aspx/tabid-6721/10836_read-59458/ | - | Elke gemeente organiseert haar eigen aanwervingsprocedure |
| Ministerium der DG. Adressen der Unterrichtseinrichtungen (1 november 2025) | https://ostbelgienbildung.be/PortalData/21/Resources/downloads/home/adressen/Schuladressen_1.11.2025.doc | 2025 | Aantal gemeentelijke basisscholen (ruim twintig) |
| OESO. Quality and Equity of Schooling in the German-speaking Community of Belgium | https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2022/03/quality-and-equity-of-schooling-in-the-german-speaking-community-of-belgium_6e28fb33/9a6b6f3a-en.pdf | 2022 | Middelen versus resultaten, zittenblijven en lerarentekort (PISA 2018), complexiteit van de drie netten, geen gemeenschappelijk statuut of vervangerspool, fusie AHS (2005) |
| OESO. Promoting students' competencies (DG Belgium) | https://www.oecd.org/en/publications/promoting-students-competencies-and-effective-pedagogies-for-the-21st-century-in-the-german-speaking-community-of-belgium_fe5f6cfb-en.html | 2024 | Bildungsvision 2040 (2023), OESO-review |
| Rekenhof. Ursprünglicher Haushalt 2025 DG | https://www.ccrek.be/sites/default/files/Docs/2024_50_BudgetDG2025.pdf | 2024 | Federale dotatie €342,5 mln en Waalse dotatie €93,1 mln (begroting 2025) |
| Eurydice. Bildungsfinanzierung DG | https://eurydice.eacea.ec.europa.eu/eurypedia/belgium-german-speaking-community/funding-education | 2025 | Budget ~€190 mln voor onderwijs, werk en opleiding; 73,9% lonen onderwijspersoneel |
| Grondwet (Senaat) | https://www.senate.be/doc/const_nl.html | - | Art. 127, §1 en art. 130, §1: onderwijsbevoegdheid DG en federale uitzonderingen |
| Ostbelgien Statistik. Bevölkerungsstruktur | https://ostbelgienstatistik.be/desktopdefault.aspx/tabid-2569/4686_read-32765/ | 2026 | Bevolking DG 79.515 (1 januari 2026) |
| Ostbelgien Direkt. Einsparungen im Unterrichtswesen (8 november 2024) | https://ostbelgiendirekt.be/kuerzungen-im-unterrichtswesen-401305 | 2024 | Opschorting variabele eindejaarspremie vanaf 2025; lerarenbehoefteprognose maart 2023 (nood stijgt tot 2040) |
| BRF. DG-Regierung erklärt Sparpläne (7 november 2024) | https://brf.be/regional/1915692/ | 2024 | €15 mln per jaar op lopende uitgaven, minstens €4,5 mln op personeelskosten |
| Ostbelgien Bildung. Bildungsvision 2040 | https://ostbelgienbildung.be/desktopdefault.aspx/tabid-7717/ | 2023 | Strategische visie tot 2040, hervormingsagenda |
| Ostbelgien Statistik. PISA 2022 (met het AHS-rapport PISA 2022) | https://ostbelgienstatistik.be/desktopdefault.aspx/tabid-5365/9307_read-50556/ | 2023 | PISA 2022-scores; zittenblijven 23,1%; Estland 3,6%, Finland 2,7% |
| AHS. PISA 2025: Ergebnisse der Deutschsprachigen Gemeinschaft | https://static.ahs-ostbelgien.be/wp-content/uploads/pisa2025dg.pdf | 2026 | Laagpresteerders DG (wiskunde 36,2%, lezen 33,9%, wetenschappen 26,3%); zittenblijven 22,4% (PISA 2025) |
| Universiteit Gent. Vlaams Rapport PISA 2025 | https://www.pisa.ugent.be/uploads/files/Vlaams-Rapport-PISA-2025.pdf | 2026 | PISA 2025-scores DG, Luxemburg en OESO; daling DG in wiskunde (-29 sinds 2022, -48 sinds 2015) |
| Ostbelgien Direkt. PISA 2025: Die DG ist Schlusslicht im innerbelgischen Vergleich | https://ostbelgiendirekt.be/pisa-25-veroeffentlicht-441895 | 2026 | DG onder het OESO-gemiddelde en laagste van de drie gemeenschappen |
| BRF. Schlechte PISA-Ergebnisse: DG setzt auf mehr Sprach- und Leseförderung | https://brf.be/regional/2107551/ | 2026 | Reactie van de DG op de PISA 2025-resultaten |
| Autonome Hochschule Ostbelgien | https://www.ahs-ostbelgien.be/ | - | Opleidingen AHS, bijscholing, externe evaluatie |
| Ministerium der DG. Zweiter Jugendbericht der Deutschsprachigen Gemeinschaft | https://ostbelgienlive.be/PortalData/2/Resources/downloads/jugend/Zweiter_Jugendbericht_2023.pdf | 2023 | Studiekeuze: meerderheid in de Franse Gemeenschap, steeds meer abituriënten plannen studies in Duitsland |
| UnserTirol24. Sprachgruppenerhebung 2024 | https://www.unsertirol24.com/2024/12/06/sprachgruppenerhebung-ein-schwarzer-tag-fuer-die-deutsche-und-ladinische-volksgruppe/ | 2024 | Taalgroepen Zuid-Tirol (ASTAT-telling 2024) |
| UnserTirol24. Südtirol zählt erstmals über 539.000 Einwohner | https://www.unsertirol24.com/2026/02/11/suedtirol-zaehlt-erstmals-ueber-539-000-einwohner-aber-nicht-durch-geburten/ | 2026 | Bevolking Zuid-Tirol 539.679 (31 december 2024, ASTAT) |
| UnserTirol24. Südtirols Schüler top in Englisch, durchwachsen in Mathematik | https://www.unsertirol24.com/2025/07/10/suedtirols-schueler-top-in-englisch-durchwachsen-in-mathematik/ | 2025 | INVALSI-resultaten Duitstalige scholen Zuid-Tirol |
| Wikipedia. Bildungssystem in Südtirol | https://de.wikipedia.org/wiki/Bildungssystem_in_S%C3%BCdtirol | - | Drie schoolsystemen per taalgroep, schoolautonomie |
| OESO. Education at a Glance 2025: Luxembourg (country note) | https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2025/09/education-at-a-glance-2025-country-notes_9749f4ff/luxembourg_be9b4f65/8f94ae45-en.pdf | 2025 | Luxemburg: USD 27.678 per leerling, klasgrootte 15,6 |
| STATEC. Population 2025 | https://statistiques.public.lu/en/actualites/2025/stn16-population-2025.html | 2025 | Bevolking Luxemburg 681.973 (1 januari 2025) |
| Eerste Kamer. Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool (34.512) | https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34512_wet_samen_sterker_door | 2017 | Nederlandse samenwerkingsschool |
| Demografieportal (BiB). Bevölkerung in den Bundesländern | https://www.demografie-portal.de/DE/Fakten/bevoelkerung-laender.html | 2024 | Bevolking Bremen en Saarland |
- Herzien: 2026-09-27 (factcheck: cijfers, bronnen, tijdloze formulering)