FAMIFED (Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag): Audit
Status: Afgeschaft Datum: 2026-03-29 Categorie: Parastatalen Sociale Zekerheid
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Officiële naam: Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag (FAMIFED) Voorganger: Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW), opgericht bij wet van 26 juli 1960 Omvorming tot FAMIFED: 1 juli 2014, op basis van de Algemene Kinderbijslagwet (AKBW), als onderdeel van de zesde staatshervorming Bestuursniveau: Federaal (parastatale instelling sociale zekerheid) Afgeschaft: Formeel op 31 december 2020 (KB van 28 december 2020). De operationele overdracht aan de deelentiteiten vond plaats op 1 januari 2019 (Vlaanderen, Wallonië, Duitstalige Gemeenschap) en 1 januari 2020 (Brussel).
Budget: In 2014 beheerde FAMIFED een uitbetalingscircuit van €5,467 miljard aan kinderbijslag. Tegen 2016 was dit gestegen tot €6,36 miljard. Dit was het totale bedrag aan uitbetaalde gezinsbijslagen, niet de werkingskosten van het agentschap zelf. De kost van het administratief beheer en de uitbetaling van alle gezinsbijslagen samen (FAMIFED en de private fondsen) bedroeg €214 miljoen in 2015; volgens de financieringswet evolueerde dat bedrag vanaf 2016 met de consumptieprijsindex.
Personeel: 1.068 medewerkers in 2016, verspreid over een hoofdzetel in Brussel en 10 provinciale kantoren (Antwerpen, Brugge, Gent, Vlaams- en Waals-Brabant, Charleroi, Eupen, Hasselt, Libramont, Luik en Namen). De private kinderbijslagfondsen hadden daarnaast hun eigen personeel.
Aansturing: Federale minister van Sociale Zaken. FAMIFED had een dubbele rol: toezichthouder op het stelsel van kinderbijslagfondsen én zelf openbaar kinderbijslagfonds.
1B. Wat deed het in de praktijk?
Kerntaken:
- Beheer en uitbetaling van kinderbijslag voor werknemers, overheidspersoneel, zelfstandigen en gewaarborgde gezinsbijslag
- Toezicht op de private kinderbijslagfondsen (tien fondsen vlak voor de overdracht in 2019)
- Beheer van het betalingscircuit voor het volledige Belgische kinderbijslagstelsel
- Een stelsel van circa 1,6 miljoen gezinnen en 2,7 miljoen kinderen (2014)
Overlap: FAMIFED was uniek als parastatale: het was tegelijk speler (uitbetaler) en scheidsrechter (toezichthouder) in hetzelfde stelsel. Dit leidde tot een inherent belangenconflict.
Klanten: Alle Belgische gezinnen met kinderen, ongeacht statuut (werknemer, ambtenaar, zelfstandige, werkloze).
Prestatie-indicatoren: FAMIFED publiceerde jaarverslagen. Het stelsel was relatief performant qua uitbetalingssnelheid en -correctheid, maar de dubbele structuur (openbaar fonds naast tien private fondsen) was duurder dan nodig.
1C. Internationale vergelijking
Nederland. SVB (Sociale Verzekeringsbank) Eén nationaal agentschap (SVB) beheert alle kinderbijslag (AKW) voor het hele land, naast de andere volksverzekeringen. Geen regionalisering, geen private fondsen. De gemeente geeft de geboorte door aan de SVB, die de ouders zelf aanschrijft; voor het eerste kind volstaat daarna een online aanvraag, voor volgende kinderen past de SVB de kinderbijslag automatisch aan. Kwartaalbedragen in de eerste helft van 2026: €295,07 (0-5 jaar), €358,30 (6-11 jaar), €421,53 (12-17 jaar). Eenvoudig, uniform, efficiënt.
Duitsland. Familienkasse (onder Bundesagentur für Arbeit) Eén federale structuur die het Kindergeld centraal beheert met regionale kantoren. In 2025 betaalde de Familienkasse Kindergeld voor 17,57 miljoen kinderen, samen €55,3 miljard. Gecentraliseerde IT-systemen met online portalen. Ondanks de federale structuur met 16 Länder blijft kinderbijslag federaal: één bedrag voor het hele land (€259 per kind per maand in 2026). Efficiënt dankzij schaalvoordeel.
Denemarken. Udbetaling Danmark Eén nationaal agentschap voor de grote sociale uitkeringen, inclusief kinderbijslag (børne- og ungeydelse). Automatisch: wie aan de voorwaarden voldoet, krijgt de uitkering zonder aanvraag. Digitaal-eerst als standaard.
Samenvatting: Geen enkel vergelijkbaar Europees land heeft de kinderbijslag volledig geregionaliseerd. In Nederland, Duitsland, Denemarken, Zweden, Finland en Oostenrijk is dit een nationale bevoegdheid met één uitvoerder. Zwitserland komt het dichtst bij België: daar bepalen de kantons de bedragen, maar een federale wet (sinds 2009) legt een minimum vast voor het hele land (215 frank per kind per maand sinds 2025). Van deze landen is België het enige zonder enig nationaal kader.
1D. Knelpunten en kritiek
Fragmentatie na regionalisering: De afschaffing van FAMIFED leidde tot vier afzonderlijke systemen:
- Vlaanderen: Groeipakket, met het Agentschap Uitbetaling Groeipakket en 5 uitbetalingsactoren (1 publiek: FONS, 4 privaat: Infino, KidsLife, MyFamily, Parentia), ontstaan uit fusies van de vroegere private fondsen. Alle uitbetalers werken met één gemeenschappelijke betaalapplicatie en realiseerden een opgelegde efficiëntiewinst van 10% op hun werkingsmiddelen. Toch kost het concurrentiemodel met 5 uitbetalers extra overhead en marketing; Vlaanderen koos daarom zelf voor de overgang naar één uitbetaler.
- Wallonië: FAMIWAL als openbaar fonds, naast private fondsen. Nieuw systeem pas operationeel op 1 januari 2020.
- Brussel: Iriscare als regulator, met meerdere uitbetalers. Structureel budgettekort: in 2024 moest de GGC al €10 miljoen bijpassen, en Iriscare raamt het tekort bij ongewijzigd beleid op €35 miljoen in 2026, oplopend tot €45 miljoen in 2028. Oorzaak: een mismatch tussen de federale financiering (op basis van het aantal kinderen van 0 tot en met 18 jaar) en de reële kosten (kinderbijslag loopt onder voorwaarden door tot 24 jaar, en het aantal 18- tot 24-jarigen groeit).
- Duitstalige Gemeenschap: Ministerie betaalt zelf uit. Kleinste en eenvoudigste systeem.
Ongelijke bedragen: Sinds de regionalisering krijgen kinderen in verschillende regio's verschillende bedragen. Een alleenstaande moeder met drie kinderen in een lage-inkomenscategorie kreeg in 2023 in Brussel maandelijks €160 meer dan in Vlaanderen (€984 tegenover €824). De basisbedragen voor kinderen in de nieuwe stelsels lopen uiteen (september 2026): €190,66 per maand in Vlaanderen, €200,51 in Wallonië (0-17 jaar) en €194,04 tot €206,98 in Brussel (naargelang de leeftijd, 0-17 jaar).
Administratieve overhead: Waar er één federaal kader was, met FAMIFED (1.068 medewerkers in 2016) als regelgever en openbaar fonds, zijn er sindsdien vier regelgevers met elk hun eigen teams. Vier keer IT-systemen, vier keer regelgeving, vier keer communicatie.
Democratisch deficit: Burgers begrijpen het systeem niet meer. Verhuizen van Vlaanderen naar Wallonië betekent wisselen van kinderbijslagsysteem, andere bedragen, andere uitbetaler, andere regels.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ❌ Faalt | Kinderbijslag is een universeel recht, met een bodem die niet varieert naargelang woonplaats. Regionalisering creëerde ongelijkheid zonder meerwaarde. In vergelijkbare landen is dit nationaal geregeld, of heeft het minstens een nationaal minimum (Zwitserland). |
| 2 | Transparantie | ❌ Faalt | Vier systemen met elk andere regels, bedragen en uitbetalers. De burger kan niet meer zien wie beslist en wie betaalt. Brusselaars weten niet dat hun systeem structureel ondergefinancierd is. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ Faalt | Klassiek voorbeeld van fiscal gap: Brussel ontvangt federale dotaties op basis van 0-18-jarigen maar betaalt tot 24 jaar. De financieringswet matcht niet met de reële kosten. |
| 4 | Eenvoud | ❌ Faalt | Van 1 systeem naar 4 systemen met in totaal meer dan 10 uitbetalingsactoren. Een verhuizing tussen gewesten vereist systeemwissel. Onuitlegbaar aan een 16-jarige. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ Gedeeltelijk | Vlaanderen heeft voldoende schaal. Brussel en de Duitstalige Gemeenschap zijn te klein voor een efficiënt eigen systeem. Brussel loopt structureel vast. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ⚠️ Gedeeltelijk | In theorie laat regionalisering experimentatie toe (Vlaanderen koos voor Groeipakket, een vlak bedrag per kind). In de praktijk leidde het vooral tot ongelijkheid en race-to-the-bottom risico. |
| 7 | Resultaatgericht | ⚠️ Gedeeltelijk | Vlaanderen startte een evaluatie van zijn uitbetalers en koos voor de overgang naar 1 uitbetaler. Maar er is geen overkoepelende benchmark of vergelijking meer. Elke regio meet met eigen maatstaven. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ Gedeeltelijk | Online aanvragen zijn mogelijk, maar 4 parallelle digitale systemen is verspilling. Nederland en Denemarken tonen dat één centraal systeem met (grotendeels) automatische toekenning beter werkt. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ Faalt | Geen enkel vergelijkbaar land heeft kinderbijslag volledig geregionaliseerd, zonder nationaal kader. Dit is een Belgische anomalie. Het internationaal bewezen model is: één nationaal kader, minstens een federaal minimumbedrag, automatische uitbetaling. |
Synthese: 5 van de 9 principes scoren "faalt" (❌), 4 scoren "gedeeltelijk" (⚠️), geen enkel principe scoort "voldoet" (✅). De regionalisering van de kinderbijslag is een schoolvoorbeeld van hoe een staatshervorming het omgekeerde kan bereiken van wat de principes voorschrijven: meer complexiteit, minder transparantie, hogere kosten, ongelijkheid tussen burgers.
Grootste winst te boeken bij: Eenvoud (principe 4), Subsidiariteit (principe 1), en Internationaal bewezen (principe 9).
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Hervormd: FAMIFED is terecht afgeschaft en komt niet terug, maar de vervanging (4 regionale systemen zonder gemeenschappelijke basis) is een verslechtering. HART hervormt de kinderbijslag: een federaal minimumbedrag per kind met automatische toekenning, en daarboven het concordaat van elke taalgroep; Brussel en Ostbelgien regelen de kinderbijslag zelf (art. 31 HART-grondwet).
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er: FAMIFED komt niet terug, en er komt geen nieuw federaal agentschap. De vier regionale kinderbijslagstelsels krijgen wel een gemeenschappelijke federale bodem: een minimumbedrag per kind, met automatische toekenning bij de geboorte (art. 31 HART-grondwet). Daarboven regelen de deelstaten de kinderbijslag per taalgroep in een bindend concordaat: het Vlaamse Groeipakket-systeem wordt het stelsel van het Nederlandstalige concordaat (de vijf Vlaamse deelstaten), Famiwal en de Waalse fondsen dat van het Franstalige (de vijf Waalse deelstaten). Brussel regelt de kinderbijslag zelf, met Iriscare (kinderbijslagluik), want een Brussels gezin hoort niet bij een taalgroep. Ostbelgien regelt ze ook zelf, met het Duitstalige systeem.
Naar welk niveau: Het concordaat van elke taalgroep, Brussel en Ostbelgien, boven een federaal minimumbedrag (art. 31 HART-grondwet). Elk concordaat, Brussel en Ostbelgien bepalen de bedragen en toeslagen boven dat minimum.
Internationaal model: Zwitserland voor de structuur: een federale wet legt een minimumbedrag per kind vast en de kantons mogen hoger gaan. Nederlands SVB-model voor de uitbetaling, aangevuld met Deens Udbetaling Danmark-model voor volledige automatisering.
Kernprincipes nieuw systeem:
- Eén federaal minimumbedrag voor elk kind in België, ongeacht woonplaats; daarboven bepalen de concordaten, Brussel en Ostbelgien de bedragen
- Automatische toekenning bij geboorteregistratie. Geen aanvraag nodig (once-only)
- Eén publieke uitbetaler per concordaat: geen private fondsen, geen concurrentiemodel
- Sociale toeslagen op basis van inkomen, automatisch berekend met de inkomensgegevens van de FOD Financiën via de Belgische X-Road
- Eén digitaal platform met fysieke dienstverlening als vangnet
Geschatte efficiëntiewinst:
- Eén gemeenschappelijk IT-platform in plaats van 4× parallelle IT-systemen: de deelstaten en de concordaten gebruiken dezelfde systemen voor dezelfde taken (digitaliseringsplan); de regelgeving blijft per stelsel
- Eliminatie van private uitbetalers en hun marketingkosten in de concordaten
- De kost van beheer en uitbetaling van alle gezinsbijslagen samen bedroeg €214 miljoen in 2015 (financieringswet) en evolueerde daarna met de consumptieprijsindex. Vlaanderen toont binnen zijn eigen stelsel dat consolidatie werkt: een opgelegde efficiëntiewinst van 10% op de werkingsmiddelen van de uitbetalers en de overgang naar één uitbetaler
- Minder fouten door verhuizingen tussen deelstaten: het federale minimumbedrag en de automatische toekenning gelden overal, en het nieuwe stelsel neemt het dossier over met de gegevens die de overheid al heeft (once-only)
- Geschatte structurele besparing op werkingskosten: niet apart becijferd. Het HART-model houdt vier stelsels (de twee concordaten, Brussel en Ostbelgien) boven een federaal minimumbedrag, niet één federaal stelsel met één uitbetaler, en het partijpunt Staatshervorming becijfert de kinderbijslag niet
Implementatiepad:
- Federale kaderwet met een minimumbedrag per kind en automatische toekenning, met instemming van de Raad van de Deelstaten (art. 31 en 35 HART-grondwet) (jaar 1)
- Fusie van regionale IT-systemen naar één platform (jaar 1-2)
- Overgangsfase met gegarandeerde bedragen voor lopende dossiers (jaar 2-3)
- Kinderbijslag volledig operationeel in de twee concordaten, in Brussel en in Ostbelgien, boven het federale minimumbedrag (jaar 3)
Vereiste wetswijzigingen: Geen bijzondere wet. De HART-grondwet legt de kinderbijslag in het concordaat van elke taalgroep, laat Brussel en Ostbelgien ze zelf regelen en laat de federatie een minimumbedrag vastleggen (art. 31). Nodig zijn een federale wet over het minimumbedrag en de automatische toekenning, met instemming van de Raad van de Deelstaten (art. 35), en de toetreding van elke deelstaat tot het concordaat van zijn taalgroep bij deelstaatwet (art. 31 §2). De dotaties van de bijzondere financieringswet verdwijnen: de deelstaten betalen de kinderbijslag uit eigen belastingen, met een verevening die elke deelstaat optrekt tot minstens 85% van de gemiddelde fiscale capaciteit (art. 53 en 55).
Fase 4: Partijpunt (website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
FAMIFED / Kinderbijslag. Hervormd
België splitste de kinderbijslag op in vier regionale systemen, zonder gemeenschappelijke bodem. Geen enkel ander vergelijkbaar Europees land liet de kinderbijslag volledig over aan zijn deelstaten. HART legt een federaal minimumbedrag per kind vast, automatisch uitbetaald, zonder papierwerk; daarboven regelt het concordaat van elke taalgroep de kinderbijslag, en Brussel en Ostbelgien doen het zelf.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
Tot 2019 beheerde FAMIFED (Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag) de kinderbijslag voor heel België. Het agentschap had 1.068 medewerkers en beheerde een betalingscircuit van €6,36 miljard (2016) voor ruim 1,6 miljoen gezinnen en ongeveer 2,7 miljoen kinderen. Als onderdeel van de zesde staatshervorming werd de kinderbijslag overgeheveld naar de vier deelentiteiten. FAMIFED werd op 31 december 2020 formeel afgeschaft. Sindsdien zijn er vier afzonderlijke systemen: het Groeipakket in Vlaanderen, Famiwal in Wallonië, Iriscare in Brussel en het Duitstalige ministerie in Eupen.
Wat er mis gaat
De regionalisering maakte het systeem complexer, duurder en ongelijker. Het tegenovergestelde van wat een staatshervorming zou moeten bereiken.
Ten eerste: ongelijke bedragen. Een alleenstaande moeder met drie kinderen in een kwetsbare situatie kreeg in 2023 in Brussel maandelijks €160 meer kinderbijslag dan in Vlaanderen. Het basisbedrag verschilt per regio: €190,66 per maand in Vlaanderen tegenover €200,51 in Wallonië (september 2026, kinderen tot 17 jaar). Kinderbijslag is een universeel recht. De bodem zou niet mogen afhangen van de postcode.
Ten tweede: administratieve verspilling. Waar FAMIFED één IT-systeem, één regelgevend kader en één communicatiekanaal had, zijn er sindsdien vier van elk. In Vlaanderen alleen al kwamen er na de regionalisering vijf uitbetalingsactoren (één publieke en vier private), elk met hun eigen marketing, overhead en klantenservice. Vlaanderen erkende dit probleem en koos zelf voor de overgang naar één uitbetaler.
Ten derde: structurele ondergefinanciering. Brussel kampt met een groeiend tekort in de kinderbijslagkas: in 2024 moest er al €10 miljoen worden bijgepast, en Iriscare raamt het tekort bij ongewijzigd beleid op €35 miljoen in 2026, oplopend tot €45 miljoen in 2028. De oorzaak is een mismatch in de bijzondere financieringswet: de dotaties volgen het aantal kinderen van 0 tot en met 18 jaar, terwijl de kinderbijslag onder voorwaarden doorloopt tot 24 jaar. In februari 2026 moest het Brussels Parlement al noodmaatregelen goedkeuren voor de kinderbijslagfondsen.
Ten vierde: verhuischaos. Een gezin dat van Gent naar Luik verhuist, moet van kinderbijslagsysteem wisselen. Andere uitbetaler, andere bedragen, andere regels. In Nederland of Duitsland verandert een verhuizing niets aan je kinderbijslag.
Hoe het elders werkt
In Nederland betaalt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de kinderbijslag uit voor het hele land. Eén agentschap, uniforme bedragen. De gemeente geeft de geboorte door aan de SVB, die de ouders zelf aanschrijft; vanaf het tweede kind past de SVB de kinderbijslag automatisch aan. Geen keuze uit fondsen, geen regionale verschillen.
In Duitsland beheert de Familienkasse, een onderdeel van de Bundesagentur für Arbeit, het Kindergeld voor alle 16 deelstaten: in 2025 voor 17,6 miljoen kinderen. Ondanks het federale model met veel deelstaatbevoegdheden is kinderbijslag bewust federaal gehouden. Eén systeem, één bedrag (€259 per kind per maand in 2026), één agentschap.
In Denemarken gaat Udbetaling Danmark nog een stap verder: de kinderbijslag wordt automatisch uitbetaald, zonder aanvraag.
Geen enkel vergelijkbaar Europees land, niet Nederland, niet Duitsland, niet Denemarken, niet Zweden, niet Finland, niet Oostenrijk, heeft de kinderbijslag volledig geregionaliseerd. Zelfs in Zwitserland, waar de kantons de bedragen bepalen, legt een federale wet een minimumbedrag vast voor het hele land. België staat hierin alleen.
Wat HART voorstelt
FAMIFED komt niet terug, maar de kinderbijslag krijgt een gemeenschappelijke federale bodem, met een uitbetaling naar het Nederlandse SVB-model en het Deense automatiseringsmodel:
- Eén federaal minimumbedrag per kind voor heel België, ongeacht woonplaats
- Automatische toekenning bij geboorteregistratie. Geen aanvraag, geen formulieren
- Eén publieke uitbetaler per concordaat. Geen private fondsen, geen concurrentiemodel, geen marketingkosten
- Sociale toeslagen automatisch berekend op basis van het gezinsinkomen, met de gegevens van de FOD Financiën via de Belgische X-Road
- Eén digitaal platform met fysieke loketten als vangnet voor wie digitaal niet meekan
Daarboven regelen de deelstaten de kinderbijslag per taalgroep in een bindend concordaat: het Nederlandstalige (de vijf Vlaamse deelstaten, met het Groeipakket) en het Franstalige (de vijf Waalse deelstaten). Brussel regelt de kinderbijslag zelf, want een Brussels gezin hoort niet bij een taalgroep, en Ostbelgien ook (art. 31 HART-grondwet). Het minimumbedrag is voor elk kind gelijk.
Daarvoor is geen bijzondere wet nodig: de HART-grondwet legt de kinderbijslag in de concordaten en laat de federatie het minimumbedrag vastleggen, bij wet en met instemming van de Raad van de Deelstaten. Het alternatief, vier parallelle systemen zonder gemeenschappelijke bodem die elk apart dezelfde problemen oplossen, is duurder, complexer en ongelijker.
Wat het oplevert
- Gelijkheid: Elk kind in België krijgt minstens hetzelfde federale minimumbedrag, ongeacht woonplaats
- Eenvoud: Van vier systemen zonder gemeenschappelijke basis en meer dan tien uitbetalers naar één federale bodem, met één publieke uitbetaler per concordaat
- Besparing: Lagere werkingskosten door één gemeenschappelijk IT-platform en het einde van de private uitbetalers en hun marketingkosten, niet apart becijferd. Beheer en uitbetaling van alle gezinsbijslagen samen kostten €214 miljoen in 2015; Vlaanderen toont met de overgang naar één uitbetaler zelf dat consolidatie werkt
- Betere dienstverlening: Automatische toekenning betekent geen vergeten aanvragen, geen wachttijden, geen papierwerk
- Minder verhuischaos: Wie van Antwerpen naar Namen verhuist, houdt automatisch minstens het federale minimumbedrag, zonder nieuwe aanvraag of onderbreking
Fase 5: Bronnenlijst
| Bron | URL | Gebruikt voor |
|---|---|---|
| Etaamb. KB 28/12/2020 afschaffing FAMIFED | https://etaamb.openjustice.be/nl/koninklijk-besluit-van-28-december-2020_n2020205695.html | Afschaffing op 31 december 2020 |
| Etaamb. KB 21/03/2019 overdracht FAMIFED | https://etaamb.openjustice.be/nl/koninklijk-besluit-van-21-maart-2019_n2019201546.html | Overdracht goederen en personeel aan deelentiteiten vanaf 1 januari 2019 |
| Etaamb. Bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de zesde staatshervorming | https://etaamb.openjustice.be/nl/wet-van-06-januari-2014_n2014200341.html | Art. 12: gezinsbijslagen als art. 5, §1, IV in de bijzondere wet van 8 augustus 1980 |
| Iriscare. Honderd jaar kinderbijslag (2021) | https://www.iriscare.brussels/nl/2021/11/10/van-eerste-fonds-tot-regionalisering-honderd-jaar-kinderbijslag/ | RKW (wet van 26 juli 1960), FAMIFED (1 juli 2014), regionalisering 2019, Iriscare en Famiris vanaf 1 januari 2020 |
| Famipedia. FAMIFED | https://www.famipedia.be/nl/lexicon/famifed-federaal-agentschap-voor-de-kinderbijslag.html | Omvorming RKW → FAMIFED op 1/7/2014, op basis van de AKBW |
| Wikipedia. FAMIFED | https://nl.wikipedia.org/wiki/FAMIFED | Structuur, tien provinciale kantoren |
| News.belgium. FAMIFED jaarverslag 2014 | https://news.belgium.be/nl/terugblik-op-een-jaar-anders-dan-alle-andere-famifed-publiceert-zijn-jaarverslag-2014 | Betalingscircuit €5,467 mld, 1,6 miljoen gezinnen en 2,7 miljoen kinderen (2014) |
| News.belgium. Activiteitenverslag FAMIFED 2016 | https://news.belgium.be/nl/de-gezinnen-het-centrum-van-de-belangstelling-2016-het-activiteitenverslag-van-famifed-beelden | Betalingscircuit €6,36 mld, 1.623.413 gezinnen, 1.068 medewerkers (2016) |
| KU Leuven VIVES. De zesde staatshervorming en haar impact op de overheidsfinanciën doorgelicht (december 2017) | https://feb.kuleuven.be/VIVES/publications/policy_papers/Beleidspapers/2017/2017-12-policy-paper-VIVES | Dotatie volgens het aantal 0- tot en met 18-jarigen; beheers- en uitbetalingskost gezinsbijslagen €214 mln (2015) |
| Vlaams Parlement. Zesde staatshervorming | https://www.vlaamsparlement.be/nl/over-ons/zesde-staatshervorming | Overdracht gezinsbijslagen naar de gemeenschappen |
| Vlaams Parlement. Schriftelijke vraag nr. 269 (5 december 2025) | https://docs.vlaamsparlement.be/files/pfile?id=2266670 | Vijf uitbetalers, ontstaan uit tien vroegere private fondsen; evaluatie van de uitbetalers |
| SERV. Rapport Groeipakket (29 januari 2024) | https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20240129_Groeipakket_RAP_0.pdf | Gemeenschappelijke betaalapplicatie, opgelegde efficiëntiewinst van 10% op de werkingsmiddelen van de uitbetalers |
| Parentia. Vlaams Groeipakket | https://www.parentia.be/nl/vlaanderen/groeipakket | Vlaanderen gaat geleidelijk over naar één uitbetaler |
| Vlaanderen.be. Bedragen Vlaams Groeipakket | https://www.vlaanderen.be/vlaams-groeipakket/bedragen-en-betaaldata | Basisbedrag €190,66 (september 2026) |
| FAMIWAL. Allocations familiales de base | https://www.famiwal.be/vos-allocations-familiales/vos-allocations-familiales-de-base | Basisbedrag €200,51 (0-17 jaar), €213,44 (18-24 jaar) |
| Irispedia (Iriscare). Montants actuels | https://www.irispedia.brussels/fr/prestations-familiales/montants/montants-actuels/ | Brusselse basisbedragen vanaf 1 september 2026 |
| BRUZZ. Kinderbijslag hoger in Brussel dan Vlaanderen (12 mei 2023) | https://www.bruzz.be/samenleving/kinderbijslag-ligt-hoger-brussel-dan-vlaanderen-2023-05-12 | Alleenstaande moeder met drie kinderen: €160 per maand verschil (2023) |
| BRUZZ. Financiering Brusselse kinderbijslag onder druk (2025) | https://www.bruzz.be/actua/samenleving/financiering-brusselse-kinderbijslag-onder-druk-door-dalende-geboortecijfers-2025 | €10 mln bijgepast in 2024; oorzaak 0-18 tegenover 18-24 jaar |
| BRUZZ. Brussels parlement zet mes in kinderbijslagkas (6 februari 2026) | https://www.bruzz.be/actua/politiek/brussels-parlement-zet-mes-de-kinderbijslagkas-2026-02-06 | Tekort Iriscare €35 mln (2026) tot €45 mln (2028); noodmaatregelen |
| Rijksoverheid.nl. Hoe vraag ik kinderbijslag aan? | https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kinderbijslag/vraag-en-antwoord/hoe-vraag-ik-kinderbijslag-aan | Nederlands model: aanvraag eerste kind, automatische aanpassing voor volgende kinderen |
| SVB. Bedragen kinderbijslag | https://www.svb.nl/nl/kinderbijslag/bedragen-betaaldagen/bedragen-kinderbijslag | Kwartaalbedragen eerste helft 2026 |
| Deutsche Rentenversicherung (ihre-vorsorge.de). Bilanz der Familienkasse 2025 | https://www.ihre-vorsorge.de/soziales/nachrichten/familien-im-blick-die-bilanz-der-familienkasse-2025 | Kindergeld voor 17,57 miljoen kinderen, €55,32 mld (2025) |
| Familienportal des Bundes. Kindergeld | https://familienportal.de/familienportal/meta/languages/family-benefits/child-benefit-141946 | Duits model: uniform bedrag van €259 per kind per maand |
| Borger.dk. Børne- og ungeydelse | https://www.borger.dk/familie-og-boern/Familieydelser-oversigt/Boerne-ungeydelse | Deens model: automatische uitbetaling door Udbetaling Danmark |
| BSV (Bundesamt für Sozialversicherungen). Familienzulagen: Leistungen und Voraussetzungen | https://www.bsv.admin.ch/de/familienzulagen-leistungen-und-voraussetzungen | Zwitsers federaal minimum (215 frank per kind per maand), kantons mogen hoger gaan |
Metadata
- Lijn: FAMIFED. Afgeschaft
- Sectie: Parastatalen Sociale Zekerheid
- Classificatie: 🟠 Hervormd (FAMIFED komt niet terug; de kinderbijslag krijgt een federaal minimumbedrag en gaat naar het concordaat van elke taalgroep)
- Principes-score: 0/9 ✅ · 4/9 ⚠️ · 5/9 ❌
- Volgende lijn: NMBS. ~17.000 pers. (Overheidsbedrijven)
- Herzien: 2026-09-27 (factcheck: cijfers, bronnen, tijdloze formulering)