Fedris (Federaal Agentschap voor Beroepsrisico's): Audit
Datum: 2026-03-29 Categorie: Parastatalen Sociale Zekerheid Status-voorstel: 🟠 Hervormd
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Officiële naam: Federaal agentschap voor beroepsrisico's (Fedris) / Agence fédérale des risques professionnels Juridische basis: Wet van 16 augustus 2016 betreffende de fusie van het Fonds voor Arbeidsongevallen en het Fonds voor de Beroepsziekten (BS 18 augustus 2016) Oprichtingsdatum: 1 januari 2017 Voorgängers: Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO, opgericht 1967) + Fonds voor Beroepsziekten (FBZ) + Asbestfonds
Bestuursniveau: Federaal. Onder toezicht van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Personeel: ~500 medewerkers Budget 2023: ~€631 miljoen totaal, waarvan:
- €333 miljoen arbeidsongevallen (via Globaal Beheer RSZ)
- €259 miljoen beroepsziekten (via Globaal Beheer RSZ)
- €13 miljoen Asbestfonds (buiten Globaal Beheer)
- €25 miljoen beroepsziekten publieke sector (buiten Globaal Beheer)
- €1 miljoen arbeidsongevallen zeevarenden (buiten Globaal Beheer)
Aansturing: Paritair Algemeen Beheerscomité (werkgevers + werknemers in gelijke vertegenwoordiging), plus specifieke beheerscomités voor arbeidsongevallen en beroepsziekten. Een Administrateur-Generaal verzorgt het dagelijks bestuur.
Bestuursovereenkomst: 2022-2025 met de Belgische Staat
1B. Wat doet het in de praktijk?
Fedris vervult drie kernrollen:
1. Arbeidsongevallen. Toezicht & controle Fedris verzekert niet zelf tegen arbeidsongevallen. Dat doen private verzekeringsmaatschappijen. Fedris controleert of die verzekeraars hun verplichtingen nakomen. Bij betwisting kan het slachtoffer bij Fedris terecht. Fedris beheert ook het Fonds voor Arbeidsongevallen dat tussenkomt als de werkgever niet verzekerd is.
2. Beroepsziekten. Directe vergoeding Fedris erkent en vergoedt beroepsziekten rechtstreeks. Er bestaat een officiële lijst van meer dan 150 erkende beroepsziekten. Fedris onderzoekt aanvragen via een procedure met arbeidshygiënisten, ingenieurs en artsen. Dit omvat ook de publieke sector (provinciale en plaatselijke overheidsdiensten).
3. Preventie Fedris heeft sinds 2009 twee bijkomende preventietaken: een stelsel van premiedifferentiatie (bonus/malus) voor arbeidsongevallenverzekeringen en een systeem van ondernemingen met verzwaard risico. Daarnaast levert Fedris statistische data aan voor het preventiebeleid.
4. Asbestfonds Het voormalige Asbestfonds (geïntegreerd in Fedris) vergoedt slachtoffers van asbestblootstelling, ook buiten de werkcontext.
Overlap met andere instellingen:
- FOD Werkgelegenheid (FOD WASO): verantwoordelijk voor de regelgeving rond welzijn op het werk en de arbeidsinspectie
- RSZ: int de bijdragen en beheert het Globaal Beheer waaruit Fedris gefinancierd wordt
- Private verzekeraars: voeren de arbeidsongevallenverzekering uit die Fedris controleert
- RIZIV: vergoeding bij gewone ziekte/invaliditeit (overlapping bij grensgevallen)
Prestatie-indicatoren en problemen:
Het grote pijnpunt is de controle op private verzekeraars. De cijfers zijn alarmerend:
- 1985: 2,2% van arbeidsongevallen geweigerd door verzekeraars
- 2021: 14,6% geweigerd. Een absoluut record van meer dan 21.000 werknemers die een weigeringbrief ontvingen
- 2021: Fedris kon slechts ~3.500 van de 21.500 geweigerde dossiers onderzoeken (16%)
- 2021: Bij de onderzochte ernstige ongevallen bleek 1 op 5 (20%) onterecht geweigerd
- 2023: Fedris onderzocht 3.949 geweigerde dossiers; 347 bleken onterecht geweigerd (11%), waarvan 228 alsnog aanvaard na tussenkomst
De dienst Geweigerde Arbeidsongevallen bij Fedris beschikt over slechts 1 voltijdse en 1 deeltijdse inspecteur plus 4 administratieve medewerkers. Met zo'n minimale bezetting kan Fedris onmogelijk alle weigeringen controleren.
Rekenhof-audit (januari 2022): Preventietaak:
- Het stelsel van premiedifferentiatie (bonus/malus) is na 10 jaar nooit gerealiseerd
- Het stelsel verzwaard risico had een zeer beperkte impact: Fedris selecteerde minder dan 200 ondernemingen per jaar (het wettelijke minimum)
- Slechts 2/3 van geselecteerde bedrijven betaalde de preventiebijdrage
- Belangrijke risicosectoren (uitzendarbeid, havenarbeid) waren uitgesloten
Rekenhof-opvolging (2024):
- 3 van 12 aanbevelingen uitgevoerd
- 3 in uitvoering
- 6 niet uitgevoerd
- Het bonus/malus-systeem wordt wettelijk vervangen door transparantieverplichtingen voor verzekeraars
- Sinds KB van 21 februari 2024 tellen uitzendarbeidsongevallen mee voor de risico-index
- Havenongevallen worden nog steeds niet meegeteld
- Een evaluatie is gepland voor 2026
1C. Internationale vergelijking
Duitsland. Berufsgenossenschaften / DGUV Het Duitse systeem is fundamenteel anders en wordt internationaal als referentie beschouwd:
- Structuur: 9 sectorale Berufsgenossenschaften (BG's) + 19 publieke Unfallkassen, gebundeld onder de DGUV (Deutsche Gesetzliche Unfallversicherung)
- Personeel: ~1.200 bij de DGUV-koepel, plus tienduizenden bij de individuele BG's
- Verzekering: Publiek en verplicht. De werkgever betaalt de premie, er zijn geen private verzekeraars tussenschakels
- Preventie als kerntaak: De DGUV heeft preventie als primaire doelstelling, niet als bijkomende opdracht. BG's doen zelf bedrijfsinspecties
- 67,2 miljoen verzekerden (2023) in 3,7 miljoen bedrijven
- Gemiddelde premie: 1,09% van de loonmassa (2024)
- Directe aansprakelijkheid werkgever: uitgesloten (behalve bij grove schuld), wat de administratieve last verlaagt en rechtszaken vermijdt
- 100% rapportage van arbeidsongevallen (2019-2021)
- Geen private verzekeraars die weigeringen als verdienmodel gebruiken
Nederland. Geen apart stelsel Nederland heeft paradoxaal genoeg helemaal geen apart stelsel voor arbeidsongevallen:
- Werknemers vallen terug op de reguliere ziekteverzekering (werkgever betaalt 2 jaar door) en daarna WIA (via UWV)
- Er is geen officiële lijst van erkende beroepsziekten met automatische vergoeding
- Het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) registreert, maar vergoedt niet
- Slachtoffers moeten hun werkgever civielrechtelijk aanspreken voor schadevergoeding. Een duur en langdurig proces
- Kritiek: het Nederlandse systeem biedt minder bescherming dan het Belgische en Duitse
Denemarken. AES (Arbejdsmarkedets Erhvervssikring)
- Opgericht in 2016 door fusie van Arbejdsskadestyrelsen en het Beroepsziektefonds
- Onderdeel van ATP (het Deense pensioenfonds)
- Behandelt ~60.000 claims per jaar
- Eén loket: arbeidsongevallen én beroepsziekten in dezelfde instelling
- Digitaal meldsysteem EASY voor directe rapportage door werkgevers
- Premie berekend op basis van de kosten van beroepsziekten over de vorige 3 jaar + werkgelegenheidsgraad per sector
Finland/Zweden. Publiek-private hybride
- Verplichte verzekering bij private verzekeraars, maar met strakke publieke regulering
- TVK (Finland) en AFA Försäkring (Zweden) als sectorale verzekeraars met non-profit karakter
- Sterke digitale infrastructuur en once-only rapportage
1D. Knelpunten en kritiek
Verzekeraars weigeren steeds meer arbeidsongevallen als verdienmodel. Het weigeringspercentage steeg van 2,2% (1985) naar 14,6% (2021). De verzekeringssector boekte in 2021 €2,6 miljard winst (+7%). ABVV spreekt van een structureel verdienmodel.
Fedris heeft onvoldoende capaciteit om te controleren. Met 1,5 FTE inspecteurs voor 21.000+ weigeringen per jaar is grondige controle fysiek onmogelijk. Fedris controleert maar ~16% van de weigeringen.
De preventietaak is grotendeels mislukt. Het bonus/malus-systeem is na 15 jaar nooit gerealiseerd. Het verzwaard risico-systeem heeft minimale impact. 6 van 12 Rekenhof-aanbevelingen zijn niet uitgevoerd.
Overlap en versnippering. Fedris controleert, FOD WASO reguleert, private verzekeraars voeren uit. Drie partijen voor wat in Duitsland één instantie doet.
Digitalisering achterblijvend. FOD WASO heeft geen digitale databank voor meldingen van ernstige arbeidsongevallen. De informatiedeling tussen Fedris en FOD WASO verloopt gebrekkig.
Hybride systeem met perverse prikkels. Private verzekeraars hebben financieel belang bij het weigeren van claims. Fedris moet dan achteraf controleren. Een structureel inefficiënte constructie.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ✅ | Beroepsrisico's zijn terecht een federale bevoegdheid. De arbeidsmarkt is grotendeels federaal geregeld en werknemers werken over regiogrenzen heen. |
| 2 | Transparantie | ❌ | De burger ziet niet wie beslist over weigering (verzekeraar vs. Fedris), het financieringsmechanisme via Globaal Beheer is ondoorzichtig, en de prestaties van individuele verzekeraars zijn niet publiek. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ⚠️ | Fedris wordt gefinancierd uit het Globaal Beheer (RSZ), niet rechtstreeks door werkgeverspremies. De verzekeraar beslist over erkenning maar draagt niet de gevolgen van foute weigeringen. Er is een perverse prikkel. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Drie lagen voor één systeem: private verzekeraars voeren uit, Fedris controleert, FOD WASO reguleert. In Duitsland doet de Berufsgenossenschaft alles in één. De burger moet navigeren tussen verzekeraar, werkgever, Fedris, arbeidsrechtbank en RIZIV. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | Fedris zelf (500 medewerkers) is redelijk voor België, maar de controledienst (1,5 FTE inspecteurs) is absurd onderbemand. De schaal van het probleem (21.000+ weigeringen/jaar) past niet bij de beschikbare middelen. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ✅ | Niet van toepassing. Dit is terecht een exclusief federale bevoegdheid. Deelstaten hoeven hier geen eigen systeem op te zetten. |
| 7 | Resultaatgericht | ❌ | Het bonus/malus-systeem is na 15 jaar niet gerealiseerd. Het verzwaard risico bereikt minder dan 200 bedrijven/jaar. 6 van 12 Rekenhof-aanbevelingen niet uitgevoerd. Verzekeraars worden niet afgerekend op weigeringspercentages. |
| 8 | Digitaal-eerst | ❌ | Geen digitale databank voor ernstige arbeidsongevallen bij FOD WASO. Gebrekkige informatiedeling. Het Deense EASY-systeem is een voorbeeld van hoe het wel kan. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Het Belgische hybride model (private verzekeraars + publieke toezichthouder) is internationaal een uitzondering. Het Duitse publieke model (Berufsgenossenschaften) scoort beter op preventie, rapportage (100%) en slachtofferbescherming. |
Synthese: 2 ✅ · 2 ⚠️ · 5 ❌
De grootste winst is te boeken op Eenvoud (afschaffen van de drielagenstructuur), Resultaatgerichtheid (afdwingbare KPI's en sancties voor verzekeraars) en Digitaal-eerst (unified digital platform naar Deens model).
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Hervormd Fedris blijft bestaan als federale instelling, maar wordt fundamenteel hervormd van toezichthouder naar uitvoerder, naar Duits model.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er?
Van privaat naar publiek. De kernhervorming. België schakelt over naar een publiek arbeidsongevallenverzekeringssysteem, naar Duits model. De verplichte verzekering via private verzekeringsmaatschappijen wordt vervangen door een publieke sectorale verzekering. Fedris wordt omgevormd tot de uitvoeringsinstelling die zowel arbeidsongevallen als beroepsziekten rechtstreeks beheert. Zoals het nu al doet voor beroepsziekten.
Eén loket, alle beroepsrisico's. Fedris wordt het enige aanspreekpunt voor werknemers bij arbeidsongevallen, beroepsziekten en asbestschade. Geen navigatie meer tussen verzekeraar, Fedris en arbeidsrechtbank.
Sectorale premies met bonus/malus. Werkgevers betalen een sectorale premie (naar Duits model: ~1% van de loonmassa) met echte premiedifferentiatie: wie investeert in preventie betaalt minder, wie veel ongevallen heeft betaalt meer. Dit systeem werkt in Duitsland al decennia.
Preventie als kerntaak, niet als bijzaak. Fedris krijgt eigen preventie-inspecteurs die bedrijfsinspecties uitvoeren, in samenwerking met FOD WASO. Preventie wordt de primaire missie (zoals bij de DGUV), niet een achteraf-gedachte.
Digitaal meldplatform. Eén digitaal platform (naar Deens EASY-model) waar werkgevers arbeidsongevallen melden, werknemers de status volgen, en Fedris real-time data verzamelt voor preventiebeleid.
Transparantie-dashboard. Publiek dashboard met ongevalscijfers per sector, per bedrijfsgrootte, met trendanalyse. Elke burger kan zien hoe veilig zijn sector is.
Naar welk niveau? Blijft federaal. Dit is een exclusief federale bevoegdheid.
Internationaal model: Duitsland (DGUV/Berufsgenossenschaften) als hoofdreferentie, Denemarken (AES/EASY) voor de digitale component.
Geschatte impact:
- Eliminatie van de weigeringsproblematiek: 21.000+ werknemers/jaar hoeven niet meer te vechten met hun verzekeraar
- Eenvoudiger systeem: 1 instelling i.p.v. 3 partijen
- Effectieve preventie: het Duitse model leidt aantoonbaar tot lagere ongevalscijfers
- Mogelijke besparing op administratieve kosten: private verzekeraars rekenen overheadmarges die in een publiek systeem wegvallen
Implementatiepad:
- Fase 1 (2027-2028): Wetswijziging, opbouw capaciteit Fedris, digitaal platform
- Fase 2 (2029-2030): Geleidelijke overname van bestaande polissen bij contractverval
- Fase 3 (2031): Volledig publiek systeem operationeel
- Transitieperiode: bestaande private polissen lopen af, werkgevers schakelen over bij vernieuwing
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
Fedris (Federaal Agentschap voor Beroepsrisico's): Hervormd Van toezichthouder op private verzekeraars naar één publieke uitvoerder voor alle beroepsrisico's. Eén loket, eerlijke vergoeding, échte preventie.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
Fedris is het federaal agentschap dat waakt over arbeidsongevallen en beroepsziekten in België. Het werd in 2017 opgericht uit de fusie van het Fonds voor Arbeidsongevallen en het Fonds voor Beroepsziekten, en telt zo'n 500 medewerkers. Het totale budget bedraagt ongeveer €631 miljoen per jaar (2023), gefinancierd via de RSZ.
Maar hier wordt het vreemd: voor beroepsziekten doet Fedris alles zelf. Erkenning, vergoeding, preventie. Voor arbeidsongevallen daarentegen is Fedris alleen maar de toezichthouder. De eigenlijke verzekering loopt via private verzekeringsmaatschappijen. Fedris controleert achteraf of die verzekeraars hun werk correct doen.
Wat er mis gaat
Die private verzekeraars hebben een perverse prikkel. Elke claim die ze weigeren, is geld dat ze niet hoeven uit te betalen. En dat zien we in de cijfers:
In 1985 werd 2,2% van de arbeidsongevallen geweigerd. In 2021 was dat opgelopen tot 14,6%. Een record. Meer dan 21.000 werknemers kregen dat jaar een weigeringsbrief. De verzekeringssector boekte datzelfde jaar €2,6 miljard winst.
Fedris moet die weigeringen controleren, maar heeft daar precies 1,5 inspecteur voor. Eén-en-een-halve-inspecteur, voor 21.000 dossiers per jaar. Het resultaat: Fedris kan maar 16% van de weigeringen onderzoeken. Van de ernstige ongevallen die ze wel bekijken, blijkt 1 op 5 onterecht geweigerd. In 2023 werden 347 dossiers teruggedraaid na Fedris-controle.
Het wordt nog erger bij de preventie. Fedris kreeg in 2009 twee bijkomende taken: een bonus/malus-systeem voor verzekeraars en een stelsel van verzwaard risico voor onveilige bedrijven. Na 15 jaar is het bonus/malus-systeem nooit gerealiseerd. Het Rekenhof is vernietigend: 6 van de 12 aanbevelingen uit 2021 zijn in 2024 nog steeds niet uitgevoerd.
Kort samengevat: drie organisaties (private verzekeraars, Fedris, FOD Werkgelegenheid) zijn bezig met hetzelfde domein, maar geen van de drie heeft voldoende middelen of mandaat om het goed te doen.
Hoe het elders werkt
In Duitsland bestaat dit probleem niet. Daar werkt het systeem van Berufsgenossenschaften. Publieke, sectorale verzekeringsinstellingen, gebundeld onder de DGUV. De werkgever betaalt een sectorale premie (gemiddeld 1,09% van de loonmassa). Geen private verzekeraar die claims weigert als verdienmodel.
Het resultaat: 67,2 miljoen Duitsers zijn verzekerd via dit systeem. De rapportagegraad van arbeidsongevallen is 100%. Preventie is de kerntaak van de Berufsgenossenschaften. Ze doen zelf bedrijfsinspecties, ontwikkelen veiligheidsnormen, en investeren zwaar in onderzoek. De werkgever kan niet civielrechtelijk aangesproken worden (behalve bij grove schuld), wat de administratieve last drastisch verlaagt.
In Denemarken voegde men in 2016 arbeidsongevallen en beroepsziekten samen in één instelling (AES), onderdeel van het pensioenfonds ATP. Digitaal meldsysteem EASY: werkgevers melden online, werknemers volgen hun dossier digitaal, de overheid heeft real-time data voor preventiebeleid. 60.000 claims per jaar, efficiënt afgehandeld.
Wat HART voorstelt
HART wil Fedris omvormen van een toezichthouder die achter de feiten aanloopt, naar een volwaardige publieke uitvoeringsinstelling. Naar Duits model:
De verplichte arbeidsongevallenverzekering via private verzekeringsmaatschappijen wordt geleidelijk vervangen door een publiek systeem. Fedris wordt de enige uitvoerder. Zoals het nu al doet voor beroepsziekten. Eén loket voor alles.
Werkgevers betalen een sectorale premie met echte bonus/malus: wie investeert in veiligheid betaalt minder. Dat is het systeem dat al decennia werkt in Duitsland, maar in België na 15 jaar nog steeds niet van de grond komt. Precies omdat private verzekeraars er geen belang bij hebben.
Preventie wordt de primaire missie. Fedris krijgt eigen inspecteurs die bedrijven bezoeken en adviseren, in samenwerking met FOD Werkgelegenheid.
Eén digitaal platform naar Deens model: melden, opvolgen, analyseren. Once-only: de werknemer geeft zijn informatie één keer, de rest verloopt automatisch.
Een publiek transparantie-dashboard toont ongevalscijfers per sector, zodat werknemers en werkgevers kunnen zien hoe hun sector scoort.
Wat het oplevert
- Eerlijke behandeling: Geen private verzekeraar meer die claims weigert als verdienmodel. De 21.000+ werknemers die jaarlijks een weigeringsbrief krijgen, worden verleden tijd.
- Eenvoud: Eén instelling in plaats van drie partijen. De werknemer weet precies waar hij moet zijn.
- Effectieve preventie: Het Duitse model bewijst dat publieke sectorale verzekering leidt tot betere preventie en lagere ongevalscijfers.
- Besparing op overhead: Private verzekeraars rekenen marges en overheadkosten. In een publiek systeem gaat elke euro naar vergoeding en preventie, niet naar aandeelhoudersrendement.
- Real-time data: Een digitaal platform levert de overheid actuele data voor preventiebeleid. Geen verouderde statistieken die jaren achterlopen.