arrow_back Terug naar overzicht

FIT (Flanders Investment & Trade): Audit Staatshervorming

Datum: 2026-03-30 Lijn: FIT (buitenlandse handel) Categorie: Vlaanderen. Gewestbevoegdheden Status: 🟠 Hervormd/Gesplitst


Fase 1: Diepteonderzoek

1A. Wat is het precies?

Officiële naam: Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen (Flanders Investment & Trade, FIT)

Juridische basis: Decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen" (artikel III.7 Bestuursdecreet). FIT is een EVA (extern verzelfstandigd agentschap) met rechtspersoonlijkheid.

Bestuursniveau: Vlaams Gewest. Buitenlandse handel is een gewestbevoegdheid (artikel 6, §1, VI van de bijzondere wet van 8 augustus 1980), in stappen overgedragen in 1988 en 1993 en grotendeels geregionaliseerd door de bijzondere wet van 13 juli 2001 (Lambermont). Federaal bleven onder meer de waarborgen tegen uitvoer-, invoer- en investeringsrisico's (exportkredietverzekering) en het multilaterale handelsbeleid.

Voogdij: de Vlaamse minister bevoegd voor buitenlands beleid (beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie; in 2026 de minister-president).

CEO: Piet Demunter (sinds 1 augustus 2025).

Budget (organisatiepagina FIT):

Personeel: 340 medewerkers: 192 op meer dan 70 buitenlandse kantoren (5 continenten), 148 in Brussel en Vlaanderen.

Governance: Raad van bestuur met vertegenwoordigers van de overheid en het bedrijfsleven. Werkt met een beheersovereenkomst met de Vlaamse Regering (bijvoorbeeld 2011-2015). 20 structurele partners (sectorfederaties, clusters, bilaterale kamers van koophandel, ondernemersorganisaties) voor de periode 2022-2026.

1B. Wat doet het in de praktijk?

Kerntaken:

  1. Exportbevordering: Vlaamse bedrijven helpen internationaliseren via marktadvies, handelsmissies, beurzen en subsidies
  2. Investeringsaantrekking: buitenlandse bedrijven aantrekken om in Vlaanderen te investeren
  3. Marktinformatie: publicatie van marktstudies, sectoranalyses en landendossiers

Prestaties (2025-cijfers):

Dienstverlening (2022-cijfers):

Overlap met andere instellingen: Dit is het kernprobleem in de Belgische context. België heeft drie regionale handelsagentschappen voor een land van 11,9 miljoen inwoners (2026):

Plus een federaal-gewestelijk coördinatieorgaan:

Totaal: ruim 1.000 medewerkers, van wie ongeveer 450 in het buitenland, en ongeveer 200 buitenlandse kantoren (begin 2026), voor een land kleiner dan Nederland. Er is wel samenwerking: de drie agentschappen ondertekenden op 20 februari 2025 een kaderakkoord en hub.brussels kan via FIT en AWEX een beroep doen op bijkomende posten. Maar het blijven drie organisaties met eigen netwerken, besturen en systemen, actief in dezelfde markten en vaak in dezelfde steden.

Rekenhof-audit (2015): Het Rekenhof onderzocht de exportbevordering door FIT (verslag van 18 augustus 2015) en concludeerde:

1C. Internationale vergelijking

Land Agentschap Model Personeel Budget Kantoren
België FIT + AWEX + hub.brussels + ABH-ACE 3 regionale + 1 coördinatieorgaan ruim 1.000 totaal ~€190M totaal (2023-2025, bij hub.brussels inclusief binnenlandse ondernemersondersteuning) ~200 (begin 2026)
Nederland RVO (onderdeel Min. EZ) 1 nationaal agentschap 6.000+ (maar breder mandaat) Geïntegreerd Via ambassades
Denemarken Trade Council (Min. BuZa) 1 nationaal, geïntegreerd in ambassades ~600 VTE publieke exportbevordering (2018) €54-62M (2018) 105 vertegenwoordigingen in 79 landen
Zweden Business Sweden 1 nationaal, publiek-privaat ~550 Geïntegreerd meer dan 40 markten
Duitsland GTAI 1 nationaal federaal agentschap 412 Federaal gefinancierd ~60

Wat valt op:

Conclusie: Drie volwaardige regionale exportagentschappen met elk een eigen wereldwijd netwerk, zonder nationaal agentschap erboven: dat bestaat in geen enkel vergelijkbaar Europees land. België doet het voor een bevolking kleiner dan die van één grote Duitse deelstaat als Beieren. Geen enkel referentieland kopieert dit model.

1D. Knelpunten en kritiek

  1. Drievoudige duplicatie: drie agentschappen met grotendeels dezelfde missie, in dezelfde markten actief, met aparte overhead, IT-systemen en managementlagen. Academisch onderzoek naar Export Vlaanderen, AWEX en Brussels Export (periode 1999-2003) vond slechts een zwakke samenhang tussen hun promotieactiviteiten en de meest veelbelovende exportkansen.

  2. Geen gedeeld CRM of databeleid: elk agentschap heeft eigen databases. Bedrijven die in meerdere regio's actief zijn (bv. een Vlaams bedrijf met een Brusselse vestiging) vallen tussen drie stoelen.

  3. Meetbaarheidsprobleem: het Rekenhof (2015) stelde vast dat de exportdoelstellingen onvoldoende meetbaar geformuleerd zijn. De rendementsclaim op de site van FIT ("1 dollar exportpromotie levert op lange termijn 87 dollar export op") komt uit een internationale studie van het International Trade Centre (ITC), niet uit een meting voor Vlaanderen.

  4. ABH-ACE als lapmiddel: het coördinatieorgaan bestaat precies omdat drie agentschappen samen moeten optreden voor één land. Het organiseert slechts twee Belgische Economische Missies per jaar. De overige missies en beursdeelnames organiseert elk gewest zelf.

  5. Concurrentie tussen regio's: FIT, AWEX en hub.brussels kunnen elkaar beconcurreren bij het aantrekken van buitenlandse investeringen. Een buitenlandse investeerder die "in België" wil investeren, praat met drie agentschappen die elk hun eigen regio aanprijzen.

  6. US State Department (Investment Climate Statement 2025): het aantrekken van buitenlandse investeringen is de verantwoordelijkheid van de drie gewestregeringen, terwijl het beleid dat de aantrekkelijkheid van België bepaalt (fiscaliteit, arbeidsrecht, loonvorming, het grootste deel van het energiebeleid) grotendeels federaal is. Wie investeerders aantrekt, beslist dus niet over de voorwaarden.


Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes

# Principe Oordeel Onderbouwing
1 Subsidiariteit ✅ Exportbevordering zit logisch op regionaal/deelstaatniveau. Bedrijven zijn regionaal verankerd, sectoren verschillen per regio. FIT als Vlaams agentschap past bij het subsidiariteitsbeginsel.
2 Transparantie ⚠️ De burger kan niet makkelijk achterhalen hoeveel de totale Belgische exportbevordering kost (3 agentschappen + ABH-ACE). FIT publiceert zelf resultaten, maar de causaliteit (hoeveel export is echt dankzij FIT?) is onduidelijk.
3 Verantwoordelijkheid = Financiering ✅ FIT wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid en voert Vlaams beleid uit. Wie beslist, betaalt. Geen fiscal gap op dit vlak.
4 Eenvoud ❌ Dit is de grootste zwakte. Drie agentschappen + een coördinatieorgaan voor buitenlandse handel in een land van 11,9 miljoen inwoners. Een Vlaamse KMO met klanten in Wallonië en een kantoor in Brussel moet met drie agentschappen werken. Niet uitlegbaar aan een 16-jarige.
5 Schaalgrootte ⚠️ FIT alleen (340 medewerkers, meer dan 70 buitenlandse kantoren) heeft voldoende schaal. Maar door de driedeling heeft geen enkel agentschap het volledige Belgische bedrijfsleven als doelgroep, waardoor schaalvoordelen (data, netwerk, merk) verloren gaan. Het buitenlandse netwerk van hub.brussels (ongeveer 70 mensen in 33 kantoren begin 2026, daarna afgebouwd) is te klein om overal professioneel te functioneren.
6 Concurrerende bevoegdheden ✅ In het HART-model is export een bevoegdheid van de deelstaten (art. 29 HART-grondwet), dus kan elke deelstaat eigen accenten leggen in exportbevordering. Dit past goed. Vlaanderen kan inzetten op logistiek en chemie, Wallonië op energie en defensie.
7 Resultaatgericht ⚠️ FIT publiceert indrukwekkende cijfers (€402 mld Vlaamse export en 285 buitenlandse investeringsprojecten in 2025), maar het Rekenhof stelde vast dat de exportdoelstellingen onvoldoende meetbaar zijn, waardoor de link tussen FIT-interventies en exportgroei niet aangetoond is. De rendementscijfers komen uit internationale studies, niet uit Belgische metingen.
8 Digitaal-eerst ⚠️ FIT heeft een degelijke website en online dienstverlening, maar er is geen geïntegreerd digitaal platform waar een Belgisch bedrijf, ongeacht de regio, alle exportondersteuning kan vinden. Drie aparte websites, drie aparte aanvraagprocedures.
9 Internationaal bewezen ❌ Drie volwaardige regionale exportagentschappen met elk een eigen wereldwijd netwerk bestaan in geen enkel vergelijkbaar Europees land. Nederland, Denemarken, Zweden, Duitsland en Zwitserland werken allemaal met één nationaal agentschap of één sterk gecoördineerd model; waar Duitse deelstaten eigen vertegenwoordigingen hebben, bestaat daarnaast één nationaal agentschap. Het Belgische model is internationaal een unicum, en niet in positieve zin.

Synthese: FIT als individueel agentschap functioneert behoorlijk. De grootste problemen zitten in het Belgische kader: drievoudige duplicatie (principe 4), gebrek aan schaalvoordelen door fragmentatie (principe 5), en een model dat nergens ter wereld navolging kent (principe 9). Resultaatmeting (principe 7) is een secundair maar belangrijk verbeterpunt.


Fase 3: HART-voorstel

3A. Classificatie

🟠 Hervormd/Gesplitst: Buitenlandse kantoren gaan volledig op in het federaal diplomatiek netwerk (art. 62 HART-grondwet), met deelstaatdesks en gedeelde infrastructuur op ambassades. Binnenlandse exportondersteuning gaat naar VEA (fusie VLAIO + PMV), een gemeenschappelijke dienst van de Vlaamse deelstaten (art. 32).

3B. Concreet voorstel

HART kiest voor volledige integratie in één federaal diplomatiek netwerk. Buitenlandse zaken zijn federaal en België heeft één diplomatiek netwerk, waarin de deelstaten medewerkers kunnen plaatsen (art. 27 en 62 HART-grondwet). Het "in foro interno, in foro externo"-principe (artikel 167 van de huidige Grondwet) verdwijnt. Export zelf blijft een bevoegdheid van de deelstaten (art. 29).

  1. Buitenlandse kantoren → FOD Buitenlandse Zaken. De meer dan 70 internationale kantoren van FIT gaan volledig op in het federaal diplomatiek netwerk onder de ambassadeur, met deelstaatdesks voor sectorspecialisatie. Eén merk naar buiten (België). Consolidatie van de buitenlandse kantoren van FIT, AWEX en hub.brussels (samen ongeveer 200 begin 2026) tot één federaal netwerk. Geen overlap meer met AWEX en hub.brussels.

  2. Gedeelde infrastructuur via "Belgium House"-model. De deelstaatdesks delen huisvesting, administratie en logistiek met de federale ambassade. Operationeel onder de ambassadeur, inhoudelijk aangestuurd door de bevoegde entiteit.

  3. Eén gedeeld CRM en digitaal platform. De exportdiensten van alle deelstaten werken met één gedeeld klantenbeheersysteem en één "Business Belgium"-portaal voor buitenlandse investeerders. Einde aan de drie aparte websites en aanvraagprocedures.

  4. Binnenlandse exportondersteuning → VEA (Vlaams Economisch Agentschap). Alle binnenlandse functies (marktadvies, subsidies, bedrijfsmatchmaking, handelsmissies) gaan naar VEA (fusie VLAIO + PMV). VEA wordt een gemeenschappelijke dienst van de Vlaamse deelstaten (art. 32), met volle autonomie over beleid en begroting.

  5. ABH-ACE afschaffen. Wordt overbodig nu buitenlandse kantoren federaal beheerd worden.

Daarnaast:

Internationaal model: Denemarks Trade Council als referentie: exportbevordering geïntegreerd in het ambassadenetwerk.

Geschatte efficiëntiewinst (HART-raming, FIT-aandeel):

Implementatiepad:


Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)

Deel A: Het partijpunt

FIT (Flanders Investment & Trade): Hervormd en Gesplitst FIT wordt gesplitst. De buitenlandse kantoren gaan volledig op in het federale diplomatieke netwerk, met gedeelde infrastructuur op ambassades en een einde aan de overlap met AWEX en hub.brussels. De binnenlandse exportondersteuning gaat naar het Vlaams Economisch Agentschap (VEA), een gemeenschappelijke dienst van de Vlaamse deelstaten.

Deel B: De uitleg

Hoe het nu werkt

België heeft drie afzonderlijke agentschappen voor buitenlandse handel: FIT voor Vlaanderen (340 medewerkers, budget ~€59 miljoen, meer dan 70 buitenlandse kantoren), AWEX voor Wallonië (452 medewerkers, 92 buitenlandse posten, budget €82,5 miljoen in 2023) en hub.brussels voor Brussel (bijna 300 medewerkers, van wie ongeveer 70 in 33 buitenlandse kantoren begin 2026). Samen hadden ze begin 2026 ongeveer 200 kantoren wereldwijd. Daarbovenop bestaat het Agentschap voor Buitenlandse Handel (ABH-ACE) van de federale overheid en de gewesten, dat twee Belgische Economische Missies per jaar organiseert. Totaal: ruim 1.000 mensen, van wie ongeveer 450 in het buitenland, en vier organisaties voor de exportbevordering van een land met 11,9 miljoen inwoners. Een unicum in Europa.

Wat er mis gaat

Een buitenlandse investeerder die "in België" wil investeren, praat met drie verschillende agentschappen die elk hun eigen regio aanprijzen, soms in onderlinge concurrentie. Een Vlaams bedrijf met een vestiging in Brussel valt tussen twee stoelen. Op internationale beurzen staan FIT en AWEX soms letterlijk naast elkaar, elk met eigen branding en eigen aanpak, voor hetzelfde land.

Het Rekenhof stelde in 2015 al vast dat de exportdoelstellingen onvoldoende meetbaar geformuleerd zijn en dat subsidies het minst afgestemd zijn op de strategische keuzes. Academisch onderzoek naar de regionale exportagentschappen vond slechts een zwakke samenhang tussen hun promotieactiviteiten en de beste exportkansen. Het US Department of State wijst er in 2025 op dat de gewesten buitenlandse investeerders aantrekken, terwijl de voorwaarden die investeerders afwegen (belastingen, arbeidsrecht, energie) grotendeels federaal geregeld zijn.

Drie volwaardige regionale exportagentschappen met elk een eigen wereldwijd netwerk: geen enkel vergelijkbaar Europees land heeft dit model. België is een unicum.

Hoe het elders werkt

Zweden fuseerde in 2013 de Exportraad en Invest Sweden tot Business Sweden: ongeveer 550 medewerkers, actief in meer dan 40 markten, eigendom van de staat en het bedrijfsleven, één merk. Denemarken integreert exportbevordering volledig in het ambassadenetwerk via de Trade Council (105 vertegenwoordigingen in 79 landen; budget ongeveer €54-62 miljoen volgens een EU-studie uit 2018). Duitsland heeft ondanks 16 deelstaten één nationaal exportagentschap (GTAI, 412 medewerkers). Nederland combineert exportbevordering met innovatiebeleid in RVO, direct onder het ministerie van Economische Zaken.

De rode draad: één merk, één aanspreekpunt, schaalvoordelen in data en netwerk.

Wat HART voorstelt

Volledige integratie in het federale diplomatieke netwerk. Export blijft een zaak van de deelstaten, maar België heeft één diplomatiek netwerk (art. 62 HART-grondwet).

Eén netwerk. De buitenlandse kantoren van FIT, AWEX en hub.brussels gaan volledig op in het federale diplomatieke netwerk. Eén merk, onder de ambassadeur, met deelstaatdesks voor sectorspecialisatie. De overlap verdwijnt. De deelstaatdesks delen huisvesting via de ambassade. Eén gedeeld CRM, één "Business Belgium"-portaal voor buitenlandse investeerders. ABH-ACE wordt afgeschaft.

Binnenlands. De binnenlandse exportondersteuning gaat naar VEA (fusie VLAIO + PMV), een gemeenschappelijke dienst van de Vlaamse deelstaten.

Resultaatmeting wordt serieus. Onafhankelijke impactevaluatie per drie jaar. Niet meten hoeveel adviezen je geeft, maar hoeveel bedrijven succesvol nieuwe markten betreden.

Wat het oplevert

Geen drie handelsadviseurs meer op dezelfde beurs, geen verwarrende drieling meer voor buitenlandse investeerders, en één gedeeld digitaal platform. Eén federaal diplomatiek netwerk met één merk (België). VEA blijft een volledig autonoom agentschap van de Vlaamse deelstaten voor binnenlandse exportondersteuning. FIT-aandeel: €10-18 miljoen per jaar, waarvan €7-14 miljoen op het buitenlandse netwerk als deel van een totale nationale besparing van €50-80 miljoen per jaar, en €3-4 miljoen door de binnenlandse integratie in VEA. Jaarlijkse interregionale benchmarking VEA vs. WEA (Wallonie Entreprendre) vs. BAE (Brussels Agentschap Economie) door het versterkt Planbureau. Concurrentie tussen de deelstaten als motor voor verbetering.


Fase 5: Bronnenlijst

Bron URL Gebruikt voor
FIT Corporate. Organisatie https://corporate.flandersinvestmentandtrade.com/en/organization Budget, governance, structurele partners, meer dan 70 kantoren
FIT Corporate. Werken bij FIT https://corporate.flandersinvestmentandtrade.com/en/working-fit 192 medewerkers in het buitenland, 148 in Brussel en Vlaanderen
FIT Corporate. Startpagina https://corporate.flandersinvestmentandtrade.com/nl 340 medewerkers
FIT Corporate. Piet Demunter CEO (juli 2025) https://corporate.flandersinvestmentandtrade.com/en/PietDemunterNewCEOFIT CEO sinds 1 augustus 2025
FIT Corporate. Results https://corporate.flandersinvestmentandtrade.com/en/results Exportcijfers en investeringen 2025, dienstverlening 2022, ITC-rendementsclaim
Codex Vlaanderen. Oprichtingsdecreet FIT https://codex.vlaanderen.be/Portals/Codex/documenten/1013054.html Juridische basis (decreet van 7 mei 2004)
Bijzondere wet van 13 juli 2001 (Lambermont) https://etaamb.openjustice.be/nl/wet-van-13-juli-2001_n2001021378.html Regionalisering afzet- en uitvoerbeleid, federale uitzonderingen
EWI Speurgids 2025. Vlaams economisch beleid https://www.ewi-vlaanderen.be/sites/default/files/2026-03/Deel%201%20Vlaams%20economisch%20beleid%20619%20miljoen%20euro%20-%20Hoofdstuk%201%20Competitiviteit%20van%20ondernemingen%20ondersteunen.pdf €65 miljoen voor FIT (begroting 2025)
Rekenhof. Exportbevordering door FIT (2015) https://www.ccrek.be/nl/publicatie/exportbevordering-door-flanders-investment-and-trade-fit Auditbevindingen, meetbaarheid, subsidies
ABH-ACE. Over Belgische Economische Missies https://abh-ace.be/en/belgian-economic-missions/about-belgian-economic-missions Twee missies per jaar, samenwerking FIT/AWEX/hub.brussels
ABH-ACE. About https://abh-ace.be/en/about-bfta Samenwerkingsakkoord 24 mei 2002, ontvangsten €4,7 miljoen (2025)
AWEX. Rapport annuel 2023 https://cms.walloniaexportinvestment.be/files/uploads/sites/2/2026/01/AWEX-Rapport-Annuel-WEB-2023-03.pdf AWEX personeel, posten, budget (2023)
hub.brussels. Activiteitenverslag 2025 https://hub.brussels/app/uploads/2026/06/20260617_RA25-Final-FR.pdf Personeel hub.brussels, kaderakkoord FIT/AWEX/hub.brussels (20 februari 2025)
La Libre. Les 33 bureaux de hub.brussels à l'étranger (26 maart 2026) https://www.lalibre.be/belgique/politique-belge/2026/03/26/les-33-bureaux-de-hubbrussels-a-letranger-menaces-par-le-coup-de-hache-budgetaire-du-gouvernement-dillies-VGYOPDXGGFGOJBXD3VRLU545DA/ 33 buitenlandse kantoren, ongeveer 70 mensen, €10,2 miljoen
hub.brussels. International Network (2024) https://hub.brussels/en/blog/brussels-in-all-four-corners-of-the-world-with-hub-brussels/ Brusselse kantoren, samenwerking met FIT en AWEX
US Department of State. Belgium Investment Climate Statement (2025) https://www.state.gov/reports/2025-investment-climate-statements/belgium Gewesten trekken investeerders aan, voorwaarden grotendeels federaal
Denmark Trade Council. Organisation https://thetradecouncil.dk/en/about-us/organisation Deens model, 105 vertegenwoordigingen in 79 landen
EESC. Best practices on national export promotion activities (2018) https://www.eesc.europa.eu/sites/default/files/files/qe-03-18-141-en-n.pdf Deens model: ~600 VTE, budget Trade Council €54-62 miljoen, Væksthus; GTAI opgericht 2009
Business Sweden. About us https://www.business-sweden.com/about-us/ Zweeds model, ~550 medewerkers, meer dan 40 markten
Business Sweden. Operation and assignments https://www.business-sweden.com/about-us/operation-and-assignments/ Fusie 2013
GTAI. About us https://www.gtai.de/en/meta/about-us Duits model, 412 medewerkers, ongeveer 60 buitenlandse kantoren
Beiers ministerie van Economie. Auslandsrepräsentanzen https://www.stmwi.bayern.de/wirtschaft/internationalisierung/bayerische-wirtschaftsrepraesentanzen/ Meer dan 30 Beierse vertegenwoordigingen
ResearchGate. Export opportunities and export promotion activities in Belgium: Is there any connection? https://www.researchgate.net/publication/227357515_Export_opportunities_and_export_promotion_activities_in_Belgium_Is_there_any_connection Zwakke samenhang tussen promotieactiviteiten en exportkansen (1999-2003)

Metadata