FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu: Audit
Datum: 2026-03-28 Lijn: FOD Volksgezondheid Categorie: FOD's (Federale Overheidsdiensten) Status-voorstel: 🟠 Hervormd: fundamenteel anders inrichten
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Officiële naam: Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (FOD VVVL) Franse naam: Service Public Fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement (SPF SPSCAE)
Oprichting: 2001, in het kader van de Copernicushervorming. De FOD nam taken over van het voormalige Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.
Juridische basis: Koninklijk besluit van 23 mei 2001 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu (Copernicushervorming).
Bestuursniveau: Federaal.
Personeel: ~1.500 medewerkers (bron: werkenvoor.be, 2026).
Budget: De begroting van de FOD (sectie 25 van de federale begroting) bedraagt €1,12 miljard aan vereffeningskredieten (initiële begroting 2026). Een groot deel daarvan zijn overdrachten aan andere instellingen, onder meer de dotaties aan het FAVV (€114,5 miljoen), Sciensano (€33,9 miljoen) en het FAGG (€27,9 miljoen). Daarnaast berekent de FOD het Budget van Financiële Middelen (BFM) van de ziekenhuizen, dat het RIZIV uitbetaalt. De globale RIZIV-begroting voor geneeskundige verzorging bedraagt €46,8 miljard (2026).
Locatie: Galileegebouw, Galileelaan 5/2, 1210 Brussel. Sinds 1 maart 2021 gedeeld met RIZIV en FAGG; de drie instellingen hebben één gemeenschappelijk contactpunt, het "Service Center Gezondheid".
Verantwoordelijke ministers: de FOD werkt voor meerdere federale ministers: de minister van Volksgezondheid, en de ministers bevoegd voor landbouw (voedselketen), klimaat en leefmilieu, en de Noordzee. In de federale regering die in 2025 aantrad, waren dat er vier.
Vier ministers voor één FOD. Dat is op zich al een signaal van de Belgische bevoegdheidsknoop.
Organisatiestructuur: 5 directoraten-generaal + 2 diensten:
- DG Gezondheidszorg
- DG Dier, Plant en Voeding
- DG Leefmilieu
- Directie Medische Expertise (Medex)
- DG Paraatheid en Respons inzake Noodsituaties op Gezondheidsgebied
- Directie Ondersteunende diensten
- Diensten van de Voorzitter
Verbonden instellingen en agentschappen:
- Sciensano (federaal wetenschappelijk instituut, in 2018 ontstaan uit de fusie van het WIV en het CODA; federale dotatie €33,9 miljoen in 2026)
- FAGG (Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten)
- FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen)
- KCE (Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg)
- Hoge Gezondheidsraad
1B. Wat doet het in de praktijk?
De FOD Volksgezondheid opereert in vier beleidsdomeinen:
1. Gezondheid (kern)
- Organisatie en financiering van ziekenhuizen (via het BFM)
- Gezondheidsbeleid en regulering van zorgberoepen
- Coördinatie van de dringende geneeskundige hulpverlening
- Erkenning van gezondheidszorgberoepen
- Medische expertise (Medex) voor ambtenaren en invaliditeit
2. Voeding
- Normen en controles op tabak, alcohol en cosmetica
- Toepassing van EU-voedselveiligheidsnormen
- Veiligheid van producten doorheen de voedselketen
3. Dier en plant
- Dierengezondheid en kwaliteit dierlijke producten
- Plantenbescherming, pesticiden, meststoffen
- Genetisch gemodificeerde organismen (GGO's)
4. Leefmilieu
- Geïntegreerd productbeleid
- Broeikasgasreductie (federaal niveau)
- REACH-verordening (chemische stoffen)
- Coördinatie internationaal milieubeleid
- Bescherming van de Noordzee
- CITES-conventie (bedreigde diersoorten)
Overlap met andere instellingen: De overlap is enorm. Over de verschillende regeringen heen zijn tot negen ministers bevoegd voor een deel van het gezondheidsbeleid (in 2025 zaten er zes in de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid, en hadden nog drie ministers aanverwante bevoegdheden). De verdeling curatief (federaal) versus preventief (gemeenschappen) creëert een kunstmatige breuk. Voorbeeld: de deelstaten organiseren het bevolkingsonderzoek naar borstkanker, maar het RIZIV (federaal) betaalt de screeningsmammografie terug. Dringend ziekenvervoer is federaal, niet-dringend ziekenvervoer is een bevoegdheid van de deelstaten.
Prestatie-indicatoren: Het KCE (Kenniscentrum) publiceert om de paar jaar een Health System Performance Assessment (HSPA). De editie van 2024 (KCE Report 376) bevat 142 indicatoren met een "stoplicht"-systeem:
- Groene lichten: gebruik van goedkope geneesmiddelen, lage-zorg-dialyse
- Rode lichten: overconsumptie antibiotica en antidepressiva, ongelijke toegang tot preventieve zorg
- De preventief vermijdbare sterfte lag in 2019 in Wallonië 36% hoger dan in Vlaanderen, in Brussel 6% (vrouwen) tot 17% (mannen) hoger; in het covidjaar 2020 namen de regionale verschillen toe en had België bij beide geslachten de hoogste preventief vermijdbare sterfte van de EU-14
1C. Internationale vergelijking
Nederland: Ministerie van VWS
- Eén ministerie voor de hele zorg, met één of twee ministers naargelang het kabinet (twee in het kabinet van 2026), tegenover tot negen bevoegde ministers in België
- Eén helder ministerie met drie directoraten-generaal: Volksgezondheid, Curatieve Zorg, Langdurige Zorg
- Agentschappen onder één koepel: RIVM (volksgezondheid), IGJ (inspectie), CBG (geneesmiddelen), CIBG (registers)
- Geen deelstaten: het zorgbeleid wordt nationaal bepaald; gemeenten voeren taken uit zoals de publieke gezondheidszorg via de GGD's
- Preventie én curatieve zorg onder hetzelfde ministerie
- Resultaat: Nederland heeft al jaren een lagere vermijdbare sterfte dan België (183 tegenover 196 per 100.000 inwoners in 2023, Eurostat)
Duitsland: Bundesministerium für Gesundheit (BMG)
- Federaal ministerie + 4 onderliggende federale instituten (Robert Koch-Institut, Paul-Ehrlich-Institut, BfArM en het Bundesinstitut für Öffentliche Gesundheit)
- Deelstaten (Länder) hebben concurrerende bevoegdheden: ze mogen wetgeven zolang het federale niveau dat niet doet
- Gesundheitsministerkonferenz als coördinatieorgaan (vergelijkbaar met de Belgische IMC, maar effectiever dankzij duidelijke hiërarchie)
- Resultaat: ondanks 16 deelstaten is er meer coherentie dan in België met zijn 6 overheden
Denemarken
- Eén nationaal ministerie bevoegd voor gezondheid
- Regio's verantwoordelijk voor ziekenhuizen (vijf, vier vanaf 1 januari 2027)
- 98 gemeenten voor preventie en thuiszorg
- Nationale agentschappen onder hetzelfde ministerie, onder meer de Gezondheidsautoriteit, het Geneesmiddelenagentschap, de Patiëntveiligheidsautoriteit en de Gezondheidsdataautoriteit
- Sterke digitalisering en benchmarking (prestatiestudies gepubliceerd door ministerie samen met regio's)
- Gezondheidsuitgaven: 9,6% bbp (2024), lager dan België (11,1%)
Uitgavenvergelijking (OESO, 2024; vermijdbare sterfte: Eurostat, 2023):
| Land | Uitgaven % bbp | Per capita (US$, koopkrachtpariteit) | Vermijdbare sterfte per 100.000 inwoners |
|---|---|---|---|
| België | 11,1% | ~8.100 | 196 |
| Nederland | 10,1% | ~8.700 | 183 |
| Denemarken | 9,6% | ~7.400 | 205 |
| Duitsland | 12,2% | ~9.600 | 240 |
| OESO-gem. (ongewogen) | ~9,3% | ~6.100 | EU-27: 238 |
België geeft relatief veel uit maar besteedt een lager aandeel aan georganiseerde preventie (minder dan 2% van de gezondheidsuitgaven, tegenover 4% in de EU; voor België telt de OESO alleen de preventie mee die de deelstaten financieren) en een hoger aandeel aan zorg met verblijf in het ziekenhuis (32% tegenover 28%) dan het EU-gemiddelde (2023). De vermijdbare sterfte ligt onder het EU-gemiddelde, maar boven die van Nederland.
1D. Knelpunten en kritiek
1. De bevoegdheidsversnippering is kafkaiaans Over alle regeringen heen zijn tot negen ministers bevoegd voor een deel van het gezondheidsbeleid. Hoeveel het er precies zijn, hangt af van de samenstelling van de regeringen, maar de structurele problemen blijven:
- Curatieve zorg = federaal, preventieve zorg = gemeenschappen
- Ziekenhuizen krijgen federale financiering maar worden erkend door de gemeenschappen
- Dringend ziekenvervoer federaal, niet-dringend ziekenvervoer bij de deelstaten
- De Interministeriële Conferentie Volksgezondheid (IMC) probeert te coördineren, maar heeft geen bindende beslissingsbevoegdheid
2. De FOD zelf is een vreemde hybride De FOD combineert vier radicaal verschillende beleidsdomeinen onder één dak:
- Gezondheidszorg (ziekenhuizen, artsen)
- Voedselketen (samen met FAVV)
- Dieren en planten
- Leefmilieu (klimaat, Noordzee, chemische stoffen) De logica hiervan is historisch (erfenis van het oude ministerie), niet functioneel.
3. Overlap tussen agentschappen
- FOD Volksgezondheid + FAVV + FAGG + Sciensano + KCE + RIZIV. Zes federale entiteiten actief in het gezondheidsdomein
- In 2016 werd een "Redesign" gelanceerd om acht federale gezondheidsadministraties beter te integreren. Het belangrijkste structurele resultaat was de fusie van het WIV en het CODA tot Sciensano (2018); de geplande fusie van KCE, Sciensano en Hoge Gezondheidsraad tot één kennisinstituut kwam er niet.
- Sinds 1 maart 2021 delen FOD, RIZIV en FAGG wel hetzelfde gebouw en één contactpunt (Service Center Gezondheid), maar de structurele integratie blijft oppervlakkig.
4. Preventie is het stiefkind België besteedt structureel minder aan preventie dan vergelijkbare landen: de georganiseerde preventie van de deelstaten is goed voor minder dan 2% van de gezondheidsuitgaven, tegenover 4% in de EU (2023). De preventief vermijdbare sterfte ligt 10% onder het EU-gemiddelde (2022), maar hoger dan in verschillende West-Europese landen, zoals Nederland (137 tegenover 123 per 100.000 inwoners in 2023). Dit wordt verergerd door de bevoegdheidssplitsing: de federale overheid financiert curatieve zorg, maar preventie zit bij gemeenschappen die minder middelen hebben.
5. Regionale ongelijkheid De preventief vermijdbare sterfte lag in 2019 36% hoger in Wallonië en 6 tot 17% hoger in Brussel dan in Vlaanderen; in 2020 werd het verschil nog groter (KCE HSPA 2024). Dit wijst op structurele ongelijkheid in het systeem.
6. Overconsumptie Rode lichten in het KCE-rapport voor antibioticagebruik, antidepressiva, en ongelijke toegang tot zorg in het algemeen en tot preventieve zorg in het bijzonder.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ⚠️ | Gezondheidszorg is overwegend federaal, wat logisch is voor gelijke toegang. Maar de split preventief/curatief plaatst preventie op een lager niveau met minder middelen. Leefmilieu-taken zitten deels beter op deelstaatniveau. |
| 2 | Transparantie | ❌ | De burger kan niet zien wie verantwoordelijk is. Tot negen ministers, tientallen agentschappen, overlappende bevoegdheden. Niemand is echt aanspreekbaar. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | Klassieke fiscal gap: federale financiering (RIZIV) maar erkenning van ziekenhuizen door de gemeenschappen. Wie beslist betaalt niet, wie betaalt beslist niet. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Vier beleidsdomeinen onder één FOD die weinig met elkaar te maken hebben. Zes federale gezondheidsinstellingen naast elkaar. Tot negen ministers. Uitlegbaar aan een 16-jarige? Absoluut niet. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | Met 1.500 medewerkers is de FOD op zich groot genoeg. Maar de versnippering over agentschappen (Sciensano, FAGG, FAVV, KCE, RIZIV) maakt dat geen enkele entiteit het volledige beeld heeft. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ❌ | Er is geen systeem van concurrerende bevoegdheden. Er is een rigide split, vastgelegd in de bijzondere wet tot hervorming der instellingen, die alleen met bijzondere meerderheden kan veranderen. Geen innovatieruimte voor deelstaten. |
| 7 | Resultaatgericht | ⚠️ | Het KCE meet prestaties (HSPA), maar de resultaten leiden zelden tot structurele bijsturing. Rode lichten blijven rood over meerdere edities. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | eHealth-platform bestaat en werkt deels (e-voorschrift, eHealthBox), maar de integratie tussen niveaus is gebrekkig. Once-only is nog verre toekomst. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Nederland, Denemarken en Duitsland tonen allemaal dat het eenvoudiger georganiseerd kan worden; Nederland haalt daarmee ook een lagere vermijdbare sterfte bij lagere uitgaven. België negeert deze modellen structureel. |
Synthese: 0 ✅ · 4 ⚠️ · 5 ❌
De FOD Volksgezondheid faalt op de meest fundamentele principes: transparantie, eenvoud, en de koppeling verantwoordelijkheid-financiering. De grootste winst zit in eenvoud (ontwarren van het institutioneel kluwen), transparantie (één federale minister, één aanspreekpunt), en homogene bevoegdheden (de organisatie van preventie en eerstelijnszorg in één hand bij de deelstaten, binnen federale gezondheidsdoelen, in plaats van versnipperd).
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Hervormd: de FOD wordt fundamenteel anders ingericht: opgesplitst in logische eenheden en geïntegreerd met verwante agentschappen.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
Splits de FOD op in logische entiteiten:
- Federaal Gezondheidsagentschap integreert de DG Gezondheidszorg, DG Paraatheid & Respons en Medex met de beleidsmatige functies van het FAGG (geneesmiddelentoezicht) en het KCE (kenniscentrum). Eén organisatie, één aanspreekpunt.
- DG Dier, Plant en Voeding gaat naar het FAVV (dat de inspectietaken al doet: een logische fusie)
- DG Leefmilieu wordt een apart federaal agentschap voor de federale milieutaken (productnormen, REACH, Noordzee, CITES, internationale klimaatverbintenissen)
Eén federale minister van Volksgezondheid, bevoegd voor alle federale gezondheidsinstellingen, ook voor het FAVV. Niet vier. Eén.
Heldere bevoegdheidsverdeling: maximaal twee niveaus bevoegd voor gezondheid:
- Curatieve zorg, ziekenhuizen en ziekteverzekering federaal, onder één minister
- Preventie en de organisatie van de eerstelijnszorg concurrerend: de deelstaten organiseren ze (art. 28 HART-grondwet)
- Het federale parlement legt meetbare nationale gezondheidsdoelstellingen vast (onder meer rookprevalentie, obesitas, vaccinatiegraad, mentale gezondheid) die voor alle niveaus gelden
- Einde aan de versnippering over tot negen ministers
Service Center Gezondheid → drie heldere federale gezondheidsinstellingen:
- De co-housing van FOD + RIZIV + FAGG wordt een echte herstructurering: zes federale gezondheidsinstellingen worden er drie
- Het Federaal Gezondheidsagentschap krijgt beleid, geneesmiddelentoezicht en kennisopbouw, én zowel de berekening als de betaling van het BFM van de ziekenhuizen
- Het RIZIV gaat op in een Belgisch Zorginstituut (evidence-based pakketbeheer en uitvoering van de verplichte ziekteverzekering) en een Belgische Zorgautoriteit (toezicht en fraudebestrijding)
- Naar het model van het Nederlandse VWS-ecosysteem
Resultaatssturing verankerd:
- KPI-dashboard (voortbouwend op het KCE HSPA) wordt bindend
- Rode lichten moeten binnen 2 jaar een actieplan opleveren
- Doorlopende verantwoording aan het parlement (permanente digitale verantwoording)
Internationaal model: Nederland (VWS, Zorginstituut Nederland en Nederlandse Zorgautoriteit) voor de structuur, Denemarken voor de digitalisering, de benchmarking en de rol van de gemeenten in preventie.
Geschatte efficiëntiewinst:
- Van tot negen bevoegde ministers naar maximaal twee niveaus, met één federale minister = minder coördinatiekosten, snellere besluitvorming
- Zes federale gezondheidsinstellingen worden drie → minder overhead, minder dubbel werk
- Betere preventie → lagere kosten op termijn (een systematische review in het Journal of Epidemiology and Community Health, 2017, vond een mediaan rendement van 4 euro per geïnvesteerde euro voor lokale preventie en 14 euro over alle onderzochte volksgezondheidsinterventies)
- Conservatieve schatting (eigen HART-raming): €50-100 miljoen/jaar netto aan administratieve besparing voor alle federale gezondheidsinstellingen samen, op kruissnelheid + significante gezondheidswinst op middellange termijn
Implementatiepad:
- Jaar 1-3: Fusie FOD Volksgezondheid + beleidsmatige functies FAGG en KCE → Federaal Gezondheidsagentschap; RIZIV → Belgisch Zorginstituut en Belgische Zorgautoriteit (overgang van drie jaar, geharmoniseerd personeelsstatuut, geen gedwongen ontslagen)
- Jaar 2-3: DG Dier/Plant/Voeding naar het FAVV, DG Leefmilieu wordt een apart agentschap
- Jaar 3-5: Preventie en de organisatie van de eerstelijnszorg naar de deelstaten, als concurrerende bevoegdheid (art. 28 HART-grondwet), zodat maximaal twee niveaus bevoegd zijn
- Vereist: gewone wetten voor de fusies; de bevoegdheidsverdeling volgt uit art. 27 en 28 HART-grondwet, zonder bijzondere wet
Fase 4: Partijpunt (website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
FOD Volksgezondheid: Hervormd Zes federale gezondheidsinstellingen en tot negen ministers voor één domein: dat is geen systeem, dat is chaos. HART maakt er drie heldere instellingen van, met één Federaal Gezondheidsagentschap en één federale minister, en legt de organisatie van preventie en eerstelijnszorg bij de deelstaten, binnen federale gezondheidsdoelen.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
De FOD Volksgezondheid is een van de federale overheidsdiensten, opgericht in 2001, met ongeveer 1.500 medewerkers en een begroting van €1,12 miljard (2026). De FOD combineert vier beleidsdomeinen die weinig met elkaar te maken hebben: gezondheidszorg, voedselketen, dieren/planten, en leefmilieu. Naast de FOD zijn er nog vijf andere federale instellingen actief in gezondheid: het RIZIV (€46,8 miljard voor geneeskundige verzorging in 2026), het FAGG (geneesmiddelen), Sciensano (onderzoek), het KCE (kenniscentrum), en het FAVV (voedselveiligheid). Over alle regeringen heen zijn tot negen ministers bevoegd voor een deel van het gezondheidsbeleid.
Wat er mis gaat
Het Belgische gezondheidsbeleid lijdt aan drie structurele problemen.
Ten eerste de bevoegdheidsversnippering. Curatieve zorg is federaal, preventie zit bij de gemeenschappen. Dit klinkt logisch, maar het gevolg is absurd: de deelstaten organiseren het bevolkingsonderzoek naar borstkanker, maar het RIZIV (federaal) betaalt de screeningsmammografie terug. Dringend ziekenvervoer is federaal, niet-dringend ziekenvervoer zit bij de deelstaten. Ziekenhuizen krijgen federale financiering maar worden erkend door de gemeenschappen. Niemand heeft het volledige plaatje, iedereen wijst naar de ander.
Ten tweede de institutionele wildgroei. Zes federale entiteiten doen aan gezondheid, elk met eigen directie, eigen budget, eigen IT-systemen. In 2016 werd een "Redesign" gelanceerd om dit te stroomlijnen. Het resultaat: twee wetenschappelijke instituten fuseerden tot Sciensano, en drie instellingen delen sinds 2021 hetzelfde gebouw. Maar de grote structurele integratie bleef uit.
Ten derde de verwaarlozing van preventie. België besteedt structureel minder aan preventie dan vergelijkbare landen: de georganiseerde preventie van de deelstaten is goed voor minder dan 2% van de gezondheidsuitgaven, de helft van het EU-gemiddelde (2023). Het resultaat: de preventief vermijdbare sterfte ligt hoger dan in Nederland, en lag in 2019 36% hoger in Wallonië en tot 17% hoger in Brussel dan in Vlaanderen (KCE HSPA 2024). Overconsumptie van antibiotica en antidepressiva krijgt al jaren een "rood licht" in de prestatiemetingen, zonder dat er structureel iets verandert.
Hoe het elders werkt
In Nederland valt alles onder het Ministerie van VWS: één ministerie met drie directoraten-generaal, en agentschappen (RIVM, IGJ, CBG) die helder onder dezelfde koepel opereren. Preventie en curatieve zorg zitten in hetzelfde ministerie; een apart Zorginstituut beheert het verzekerde pakket en een Zorgautoriteit houdt toezicht. Het resultaat: een lagere vermijdbare sterfte (183 tegenover 196 per 100.000 inwoners in 2023). Met lagere uitgaven als percentage van het bbp (10,1% vs. 11,1% in België, 2024).
In Denemarken coördineert één nationaal ministerie de gezondheidszorg, met regio's voor ziekenhuizen (vijf, vier vanaf 2027) en 98 gemeenten voor preventie en thuiszorg. Nationale agentschappen onder hetzelfde ministerie dekken de rest af. De digitalisering is vergevorderd, en het land geeft een kleiner deel van zijn bbp uit aan gezondheid dan België (9,6% tegenover 11,1%, 2024).
In Duitsland heeft het federale BMG vier onderliggende instituten en werken de 16 deelstaten met concurrerende bevoegdheden: ze mogen wetgeven zolang het federale niveau dat niet doet. Dit voorkomt de Belgische impasse waar niemand iets mag veranderen.
Wat HART voorstelt
HART hervormt de FOD Volksgezondheid in drie stappen.
Stap 1: We fuseren de FOD Volksgezondheid met de beleidsmatige functies van het FAGG en het KCE tot één Federaal Gezondheidsagentschap. Eén organisatie die beleid, financiering, geneesmiddelentoezicht en kennisopbouw combineert, met de berekening én de betaling van de ziekenhuisbudgetten in één hand. Het RIZIV gaat op in een Belgisch Zorginstituut, dat het verzekerde pakket beheert en de verplichte ziekteverzekering uitvoert, en een Belgische Zorgautoriteit voor toezicht en fraudebestrijding. Zo worden zes federale gezondheidsinstellingen er drie.
Stap 2: We splitsen de niet-gezondheidstaken af. Het DG Dier, Plant en Voeding gaat naar het FAVV, dat die inspectietaken toch al uitvoert. Het DG Leefmilieu wordt een apart federaal agentschap voor de milieutaken die federaal blijven, zoals productnormen, de Noordzee en de internationale klimaatverbintenissen.
Stap 3: We maken de bevoegdheden homogeen: maximaal twee niveaus bevoegd voor gezondheid. Curatieve zorg, ziekenhuizen en ziekteverzekering blijven federaal; de organisatie van preventie en eerstelijnszorg gaat naar de deelstaten, als concurrerende bevoegdheid (art. 28 HART-grondwet). Het federale parlement legt meetbare nationale gezondheidsdoelstellingen vast (rookprevalentie, obesitas, vaccinatiegraad, mentale gezondheid) en volgt ze jaarlijks op. Zo krijgt preventie één verantwoordelijke en de aandacht die ze verdient.
Eén minister van volksgezondheid op federaal niveau. Niet vier. Eén.
Wat het oplevert
Een gezondheidsbeleid dat eindelijk logisch georganiseerd is. Eén aanspreekpunt voor de burger in plaats van een labyrint van agentschappen. Snellere besluitvorming doordat niet langer tot negen ministers moeten overleggen. Een conservatieve schatting van €50-100 miljoen per jaar aan administratieve besparing door de integratie van federale gezondheidsinstellingen. En het belangrijkste: beter preventiebeleid dat op termijn levens redt en curatieve kosten verlaagt. Internationaal onderzoek naar preventie- en volksgezondheidsinterventies vond een mediaan rendement van 4 euro per geïnvesteerde euro voor lokale projecten en 14 euro over alle onderzochte interventies (Journal of Epidemiology and Community Health, 2017).
Fase 5: Bronnenlijst
| Bron | URL | Gebruikt voor |
|---|---|---|
| Wikipedia. FOD Volksgezondheid | https://nl.wikipedia.org/wiki/Federale_Overheidsdienst_Volksgezondheid,_Veiligheid_van_de_Voedselketen_en_Leefmilieu | Oprichting, structuur, DG's, verbonden instellingen, vier ministers |
| FOD Volksgezondheid. Koninklijk besluit van 23 mei 2001 | https://www.health.belgium.be/nl/organisatie-beleid/regelgeving-beleidsdocumenten/koninklijk-besluit-23-mei-2001 | Juridische basis (oprichting van de FOD, officiële titel) |
| FOD Volksgezondheid. Over ons | https://www.health.belgium.be/en/organisation-policy/about-us | Organisatie, adres, meerdere voogdijministers |
| FOD Volksgezondheid. Beleidsdomeinen | https://www.health.belgium.be/en/organisation-policy/about-us/our-policy-areas | Vier beleidsdomeinen en taken |
| Werkenvoor.be. FOD als werkgever | https://werkenvoor.be/nl/onze-werkgevers/fod-volksgezondheid-veiligheid-van-de-voedselketen-en-leefmilieu | Personeelscijfer (1.500), locatie |
| Kamer. Algemene uitgavenbegroting 2026 (DOC 56 1280/001) | https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/56/1280/56K1280001.pdf | Sectie 25: €1.117,8 miljoen vereffeningskredieten (initieel 2026) |
| Kamer. Verantwoording begroting 2026, sectie 25 (DOC 56 1281/014) | https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/56/1281/56K1281014.pdf | Dotaties FAVV (€114,5 miljoen), Sciensano (€33,9 miljoen), FAGG (€27,9 miljoen); Sciensano ontstaan op 1 april 2018 uit WIV en CODA |
| RIZIV. Begroting ziekteverzekering 2026 | https://www.riziv.fgov.be/nl/nieuws/de-begroting-van-de-ziekteverzekering-bedraagt-46-775-miljard-euro-in-2026 | €46,775 miljard globale begroting geneeskundige verzorging (2026) |
| VRT NWS. Kafka in de zorg (2020) | https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/05/26/kafka-in-de-gezondheidszorg-wie-zijn-de-9-ministers-en-waarvoor/ | 9 ministers, dringend en niet-dringend ziekenvervoer, financiering en erkenning ziekenhuizen |
| De Specialist. Wie zijn onze 6 ministers van Volksgezondheid? (maart 2025) | https://www.despecialist.eu/nl/nieuws/wie-zijn-onze-6-ministers-van-volksgezondheid.html | Zes ministers in de Interministeriële Conferentie, plus drie met aanverwante bevoegdheden (2025) |
| RIZIV. Vroegtijdige opsporing van kwaadaardige aandoeningen | https://www.riziv.fgov.be/nl/thema-s/verzorging-kosten-en-terugbetaling/wat-het-ziekenfonds-terugbetaalt/onze-tegemoetkoming-bij-vroegtijdige-opsporing-van-bepaalde-kwaadaardige-aandoeningen | Deelstaten organiseren het borstkankeronderzoek, RIZIV vergoedt de screeningsmammografie |
| KCE Report 376. HSPA 2024 | https://kce.fgov.be/en/publications/all-reports/performance-of-the-belgian-health-system-report-2024 | 142 indicatoren, rode/groene lichten |
| KCE. HSPA 2024, indicator P-13 preventief vermijdbare sterfte | https://www.belgiqueenbonnesante.be/metadata/hspa/2024/P13.pdf | Regionale verschillen 2019-2020, België hoogste van de EU-14 in 2020 |
| De Specialist. Fusie KCE, WIV en HGR geprogrammeerd (juli 2016) | https://www.despecialist.eu/nl/nieuws/beroepsnieuws/fusie-kce-wiv-en-hgr-geprogrammeerd.html | Redesign van acht gezondheidsadministraties, geplande fusie kennisinstellingen |
| RIZIV. Gemeenschappelijk hoofdkantoor met FOD en FAGG | https://www.riziv.fgov.be/nl/pers/gemeenschappelijk-hoofdkantoor-voor-de-fod-volksgezondheid-het-riziv-en-het-fagg | Service Center Gezondheid, co-housing sinds 1 maart 2021 |
| Eurostat. Preventable and treatable mortality (hlth_cd_apr) | https://ec.europa.eu/eurostat/api/dissemination/statistics/1.0/data/hlth_cd_apr?format=JSON&lang=EN&geo=BE&geo=NL&geo=DK&geo=DE&geo=EU27_2020&sex=T&unit=RT&icd10=TOTAL&time=2023 | Vermijdbare en preventief vermijdbare sterfte per 100.000 inwoners (2023) |
| OESO. Health expenditure and financing (SHA) | https://sdmx.oecd.org/public/rest/data/OECD.ELS.HD,DSD_SHA@DF_SHA,/.A.EXP_HEALTH.PT_B1GQ+USD_PPP_PS._T.._T.._T...?startPeriod=2024&endPeriod=2024&dimensionAtObservation=AllDimensions&format=csvfilewithlabels | Gezondheidsuitgaven in % bbp en per inwoner (2024); ongewogen OESO-gemiddelde eigen berekening |
| OESO en Europees Observatorium. Belgium: Country Health Profile 2025 | https://eurohealthobservatory.who.int/publications/m/belgium-country-health-profile-2025 | Preventie minder dan 2% van de uitgaven (EU 4%; voor België alleen de preventie gefinancierd door de deelstaten), zorg met verblijf 32% (EU 28%), vermijdbare sterfte tegenover EU (2022-2023) |
| Rijksoverheid. Organogram ministerie van VWS | https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport/organisatie/organogram | Drie directoraten-generaal van VWS |
| Rijksoverheid. Bewindspersonen | https://www.rijksoverheid.nl/regering/bewindspersonen | Twee ministers voor de zorg in het kabinet van 2026 |
| Netherlands. Health System Summary 2024 | https://eurohealthobservatory.who.int/publications/i/the-netherlands-health-system-summary-2024 | Nederlands model als referentie |
| Denmark. Health System Review 2024 | https://eurohealthobservatory.who.int/publications/i/denmark-health-system-review-2024 | Deens model: vijf regio's, 98 gemeenten, nationale agentschappen onder het ministerie |
| Danske Regioner. Ny organisering af sundhedsvæsenet | https://www.regioner.dk/sundhedsreform/viden-om-sundhedsreformen/ny-organisering-af-sundhedsvaesenet/ | Vier regio's vanaf 1 januari 2027 |
| BMG. Bundesbehörden | https://www.bundesgesundheitsministerium.de/themen/gesundheitswesen/staatliche-ordnung/bundesbehoerden/seite | Vier federale instituten onder het BMG |
| PMC. Tale of Nine Belgian Health Ministers (2023) | https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC10125070/ | Wetenschappelijke analyse bevoegdheidsversnippering |
| Journal of Epidemiology and Community Health. Return on investment of public health interventions (2017) | https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5537512/ | Mediaan rendement 4,1 (lokaal) en 14,3 (alle interventies) per geïnvesteerde eenheid |
- Herzien: 2026-09-27 (factcheck: cijfers, bronnen, tijdloze formulering)