FPD (Federale Pensioendienst): Audit
Datum: 2026-03-29 Status: 🟠 Hervormd Categorie: Parastatalen Sociale Zekerheid Budget doorstroom: €69,4 mld (2024): €68,2 mld rust- en overlevingspensioenen plus IGO en andere uitkeringen Werkingsbudget: beheersbegroting €272 mln (2024), waarvan €191 mln personeelsuitgaven; lineaire besparing van €11 mln per jaar in 2022-2025 (cumulatief €44 mln) Personeel: 2.165 personeelsleden, 2.014 voltijdse equivalenten (eind 2024); meer dan 2.300 in 2018
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
De Federale Pensioendienst (FPD), in het Frans Service fédéral des Pensions (SFP), is een federale openbare instelling van sociale zekerheid. De FPD werd opgericht op 1 april 2016 door de wet van 18 maart 2016, als fusie van twee voorgangers:
- Rijksdienst voor Pensioenen (RVP): opgericht 1 april 1987, bevoegd voor werknemerspensioenen
- Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS): opgericht 1 januari 2006, bevoegd voor ambtenarenpensioenen
De FPD valt onder de voogdij van de federale minister bevoegd voor Pensioenen. De instelling wordt aangestuurd door een Beheerscomité met vertegenwoordigers van werknemers- en werkgeversorganisaties, plus een administrateur-generaal.
Juridische basis: Wet van 18 maart 2016 (BS 30 maart 2016), uitvoeringsbesluiten, en de opeenvolgende bestuursovereenkomsten met de federale Staat (onder meer 2022-2025).
Hoofdkantoor: Zuidertoren, Europaesplanade 1, 1060 Brussel, dat ook het kantoor is voor Brussel en de twee Brabantse provincies. Daarnaast 13 regionale kantoren: 7 in Wallonië (Aarlen, Charleroi, Luik, Malmedy, Bergen, Moeskroen, Namen) en 6 in Vlaanderen (Antwerpen, Brugge, Gent, Hasselt, Kortrijk, Turnhout), aangevuld met pensioenpunten.
Personeelsbestand: 2.165 personeelsleden, of 2.014 voltijdse equivalenten, op 31 december 2024; in 2018 waren het er nog meer dan 2.300. Jaarlijks gaat 4 à 5% van het personeel met pensioen (in 2024: 111 medewerkers, op 152 vertrekkers). De FPD meldt structurele personeelstekorten en aanwervingsproblemen door de krapte op de arbeidsmarkt, vooral in Vlaanderen.
1B. Wat doet het in de praktijk?
De FPD heeft vier kerntaken:
- Pensioenrechten vaststellen voor werknemers, ambtenaren, en de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO)
- Tijdige uitbetaling van werknemers- en ambtenarenpensioenen, zelfstandigenpensioenen (berekend en toegekend door het RSVZ), oorlogsrenten, vergoedingspensioenen en uitkeringen aan slachtoffers van terrorisme
- Informatie en advies aan burgers via mypension.be, regionale kantoren, en telefoon
- Beleidsondersteuning via data-analyse en actuarieel advies
Schaal: In 2024 betaalde de FPD €68,2 miljard aan rust- en overlevingspensioenen uit (werknemers €40,2 miljard, ambtenaren €22,5 miljard, zelfstandigen €5,6 miljard) aan 2,62 miljoen gepensioneerden, samen goed voor 4,3 miljoen pensioenen. Met de IGO, oorlogsrenten en andere uitkeringen erbij bedroeg de totale uitgave €69,4 miljard. Dat is ruim één op de vijf inwoners.
Digitaal platform: mypension.be bestaat sinds 2010 en biedt burgers inzicht in hun loopbaangegevens, pensioensimulaties en de vroegst mogelijke pensioendatum. De FPD organiseert haar dienstverlening volgens het principe "digital by priority", vooral via mypension.be.
Overlap met andere instellingen:
- RSVZ (Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen): berekent en kent de zelfstandigenpensioenen toe, maar de FPD betaalt ze uit
- RSZ (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid): int de bijdragen waaruit pensioenen betaald worden
- KSZ (Kruispuntbank Sociale Zekerheid): dataplatform waarmee FPD gegevens uitwisselt
- FSMA: toezicht op de tweede pensioenpijler (aanvullende pensioenen)
- Diverse werkgevers overheidssector: leveren loopbaangegevens aan voor ambtenarenpensioenen
Rekenhof-audits:
- De regulering van voordelige tantièmes (gunstigere loopbaanbreuken voor specifieke ambtenarenfuncties) schiet tekort. De FPD controleert onvoldoende of de periodes van "actieve dienst" die overheidswerkgevers aangeven, correct zijn (Rekenhof, april 2023).
- Het financieringsmechanisme voor pensioenen van vastbenoemde lokale ambtenaren is niet duurzaam. De hervorming lost het financieringsprobleem niet op en verergert het mogelijk door bijdrageverlagingen voor lokale besturen die aanvullende pensioenen aanbieden aan contractueel personeel (Rekenhof, juni 2021).
1C. Internationale vergelijking
| Land | Instelling | Personeel | Uitkeringen/jaar | Pensioengerechtigden | Stelsels |
|---|---|---|---|---|---|
| België | FPD + RSVZ + diverse | 2.165 (FPD, 2024) + RSVZ | €68,2 mld (FPD, 2024) | 2,62 mln (2024) | 3 gescheiden stelsels |
| Nederland | SVB | ~4.700 | ~€62 mld (alle regelingen) | 5,6 mln klanten (AOW, kinderbijslag en andere) | 1 universeel basisstelsel |
| Duitsland | Deutsche Rentenversicherung | n.b. | €360 mld pensioenuitgaven (2024) | 21,5 mln (2025) | 1 stelsel (+ Beamte apart) |
| Denemarken | ATP | n.b. | DKK 694 mld (vermogen, 2025) | 5,8 mln leden (2025) | Universeel + kapitaaldekking |
| Zweden | Pensionsmyndigheten | n.b. | Universeel | Alle inwoners | 1 geïntegreerd stelsel sinds 2010 |
Kernobservaties:
Nederland (SVB): De SVB beheert de AOW (Algemene Ouderdomswet) als universeel basispensioen voor álle inwoners, ongeacht of ze werknemer, zelfstandige of ambtenaar waren. Eén instelling, één stelsel, één berekening. De aanvullende pensioenen (tweede pijler) lopen via pensioenfondsen, niet via de overheid. Dit scheidt helder publiek (AOW via SVB) en privaat (tweede pijler via fondsen).
Duitsland (DRV): Sinds 2005 treden alle Duitse wettelijke pensioenkassen op onder één naam: Deutsche Rentenversicherung. Ze telt 58,8 miljoen verzekerden (eind 2024) en 21,5 miljoen gepensioneerden (juli 2025). Het systeem is grotendeels geünificeerd, al hebben Beamte (ambtenaren) nog een apart stelsel.
Zweden (Pensionsmyndigheten): Sinds 1 januari 2010 is alle nationale pensioenadministratie geconcentreerd in één agentschap. Het Zweedse systeem combineert een inkomenspensioen (omslagstelsel) met een premiepensioen (kapitaaldekking) en een garantiepensioen (minimumvangnet). Volledig digitaal met e-ID (BankID). Eén portaal voor alles.
Denemarken (ATP): ATP combineert pensioenadministratie met vermogensbeheer. Werknemers en werkgevers betalen verplicht bijdragen; ATP telt 5,8 miljoen leden (2025). Geen onderscheid naar beroepsstatuut.
1D. Knelpunten en kritiek
1. Drie gescheiden pensioenstelsels België heeft drie fundamenteel verschillende pensioenberekeningen: werknemers (1/45 per loopbaanjaar op basis van het loon van de hele loopbaan), zelfstandigen (vergelijkbaar maar historisch lager), en ambtenaren (op basis van de gemiddelde wedde van de laatste 10 jaar, met voordelige tantièmes zoals 1/50 of 1/48 in plaats van 1/60). Dit leidt tot:
- Grote ongelijkheid: recent gepensioneerden die alleen ambtenaar waren, krijgen gemiddeld €4.028 bruto per maand (mannen) en €3.502 (vrouwen), ongeveer het dubbele van wie alleen werknemer was (€2.047 en €1.571) (PensionStat, januari 2025)
- Complexe gemengde loopbanen: wie zowel als werknemer als zelfstandige en ambtenaar werkte, krijgt drie aparte berekeningen
- Ondoorzichtigheid voor de burger
2. Financiële onhoudbaarheid
- Pensioenuitgaven: 11,3% bbp (2025) → 12,0% bbp (2050), ook na de pensioenhervorming van 2026 (Studiecommissie voor de Vergrijzing, 2026)
- De OESO raamde vóór die hervorming een stijging van de publieke pensioenuitgaven van 13,1% naar 15,1% van het bbp over dertig jaar, de op één na hoogste van de OESO (na Spanje); het OESO-gemiddelde stijgt van 8,8% (2023-2024) naar 10,0% bbp in 2050 (Pensions at a Glance 2025)
- Mensen op actieve leeftijd (18 tot 66 jaar) per 67-plusser: 3,5 (2025) → 2,4 (2070) (Federaal Planbureau)
- Totale sociale uitgaven: van 25,7% bbp (2025) naar 27,2% bbp (2050); de vergrijzing kost tussen 2025 en 2070 1,5 procentpunt bbp extra, 3,3 procentpunt als de productiviteit trager groeit (Studiecommissie voor de Vergrijzing, 2026)
3. Traagheid van harmonisering De pensioenhervorming van 2026 (goedgekeurd op 28 mei 2026, Belgisch Staatsblad van 1 juni 2026) voorziet in een geleidelijke harmonisering van de drie stelsels, maar:
- De referteperiode voor ambtenarenpensioenen wordt vanaf 2027 per geboortejaar langer, van 10 tot 45 jaar voor wie geboren is vanaf 1997: volledig ingefaseerd pas rond 2062
- Voordelige tantièmes worden vanaf 1 januari 2027 vervangen door de standaard 1/60, maar voor onderwijzend personeel, actieve diensten, brandweer en operationele politie geldt een overgang met een correctiecoëfficiënt die pas in 2031 daalt tot 1,025
4. Bonus-malus systeem: complexiteit Het nieuwe bonus-malussysteem (bonusopbouw sinds 2026, malus vanaf 2027) is welgemeend maar extreem complex:
- Malus: 2 tot 5% per jaar vervroegd pensioen, afhankelijk van het geboortejaar (5% voor wie geboren is vanaf 1975), tenzij je 35 loopbaanjaren van minstens 156 dagen en 7.020 gewerkte dagen in totaal hebt
- Bonus: 2 tot 5% per jaar doorwerken na de wettelijke leeftijd (5% voor wie geboren is vanaf 1973), met dezelfde voorwaarden
- Voor de toegang tot vervroegd pensioen telt een loopbaanjaar vanaf 2027 pas mee met 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen in plaats van 104
- Maximaal vijf "reservedagen" om net-niet-jaren aan te vullen
- Overgangsmaatregelen per geboortejaar
5. Pensioenkloof tussen vrouwen en mannen Het gemiddelde pensioen van vrouwen was in 2024 31% lager dan dat van mannen (OESO-gemiddelde: 23%) (OESO, Pensions at a Glance 2025, op basis van Eurostat). De structurele oorzaken (deeltijdwerk, loopbaanonderbrekingen) worden door de hervorming niet fundamenteel aangepakt.
6. Digitalisering onvolledig Hoewel mypension.be een goed platform is, vereisen veel pensioenprocessen nog fysiek contact of papieren documenten. Na de goedkeuring van de pensioenhervorming van 2026 schortte de FPD de ramingen van de vroegste pensioendatum en het pensioenbedrag op mypension.be tijdelijk op, omdat hun betrouwbaarheid tijdens de aanpassing niet gegarandeerd was. Dit toont de kwetsbaarheid van het IT-systeem bij beleidswijzigingen.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ✅ | Pensioenen zijn terecht een federale bevoegdheid. Er is geen reden om dit te regionaliseren. Solidariteit en arbeidsmobiliteit vereisen één federaal stelsel. Correct niveau. |
| 2 | Transparantie | ⚠️ | mypension.be is een goed begin, maar het systeem van drie stelsels met elk hun eigen berekening is voor burgers nauwelijks te doorgronden. De Rekenhof-audits tonen dat zelfs de FPD de voordelige tantièmes onvoldoende controleert. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | Klassiek fiscal gap-probleem. De pensioenen worden gefinancierd uit RSZ-bijdragen en federale dotaties, maar de uitgaven worden grotendeels bepaald door regels die de FPD niet zelf opstelt. De kosten van ambtenarenpensioen worden deels afgewenteld op de federale begroting zonder dat werkgevers (overheden) de volle prijs betalen. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Drie gescheiden stelsels met elk hun eigen berekeningsregels, overgangsmechanismen, voordelige tantièmes, referteperiodes en gelijkstellingen. Het nieuwe bonus-malussysteem voegt extra complexiteit toe. Een burger kan onmogelijk zelf berekenen wat zijn pensioen wordt. |
| 5 | Schaalgrootte | ✅ | De FPD is als federale instelling groot genoeg om professioneel te functioneren. De fusie van RVP en PDOS in 2016 was een goede stap. Schaal is geen probleem. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ⚠️ | Niet van toepassing in de klassieke zin. Pensioenen moeten federaal blijven. Maar er is ruimte voor deelstaten om aanvullende regelingen te treffen (bv. de Vlaamse sociale bescherming als complement). |
| 7 | Resultaatgericht | ⚠️ | De FPD heeft bestuursovereenkomsten met KPI's, maar de macro-resultaten zijn zorgwekkend: stijgende kosten (van 11,3% naar 12,0% bbp tegen 2050, ook na de hervorming van 2026), trage harmonisering (volledig pas rond 2062), en een hoge pensioenkloof tussen vrouwen en mannen (31% tegenover 23% gemiddeld in de OESO). Het beleid wordt gemeten maar niet tijdig bijgestuurd. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | mypension.be is een sterk platform en de FPD werkt volgens het principe "digital by priority". Maar het systeem is kwetsbaar bij beleidswijzigingen (na de hervorming van 2026 werden de ramingen tijdelijk opgeschort). Het once-only-principe wordt nog niet volledig toegepast. Burgers moeten nog steeds zelf gegevens aanleveren in bepaalde gevallen. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Nederland, Zweden en Denemarken tonen aan dat één basisstelsel voor iedereen met aanvullende pijlers veel transparanter en eerlijker is. België houdt drie stelsels met elk een eigen berekening in stand en wijkt daarmee af van die bewezen modellen. |
Synthese: Score: 2✅ / 4⚠️ / 3❌
De drie principes met de grootste winst:
- Eenvoud: drie stelsels samenvoegen tot één
- Internationaal bewezen: het Nederlandse/Scandinavische model overnemen
- Verantwoordelijkheid = Financiering: wie beslist over pensioenregels, draagt de financiële gevolgen
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Hervormd: de FPD blijft bestaan maar wordt fundamenteel anders ingericht als uitvoerder van één geünificeerd pensioenstelsel.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
Eén pensioenstelsel voor iedereen. Werknemers, zelfstandigen en ambtenaren bouwen pensioen op volgens dezelfde regels. Eén berekeningsformule: totale loopbaan × bijdrage × opbouwfactor, met dezelfde bijdragejaren en hetzelfde plafond. Geen aparte stelsels meer.
Eén wettelijk pensioen + verplichte aanvullende pijler. Naar Nederlands/Zweeds model:
- Pijler 1: Eén wettelijk pensioen voor iedereen (omslagstelsel), met één pensioenformule op basis van loopbaanjaren en bijdragen. Eén berekening, transparant.
- Pijler 2: Verplichte aanvullende pensioenen via sectorfondsen of individuele rekeningen (naar Zweeds premiepensioenmodel)
- Pijler 3: Vrijwillig pensioensparen (blijft zoals het is)
FPD als enige pensioenuitvoerder. Neemt de pensioenberekening voor zelfstandigen over van het RSVZ en wordt het enige loket. De samenwerking met de RSZ blijft; de gegevensuitwisseling loopt via de Belgische X-Road, waarin de KSZ opgaat.
Harmonisering tegen 2045, niet rond 2062. De referteperiode voor ambtenarenpensioenen verschuift naar de volledige loopbaan tegen 2045. Het percentage van 75% voor ambtenaren daalt geleidelijk naar 60% (het werknemersniveau), gecompenseerd door de verplichte tweede pijler. Overgangsregeling met verworven rechten gerespecteerd.
Eenvoudig bonus-malus. Vereenvoudig naar: +3%/jaar bij doorwerken na de wettelijke leeftijd, -3%/jaar bij vervroegd stoppen, met als enige uitzondering: wie 42 of meer effectieve loopbaanjaren heeft, krijgt geen malus, ongeacht het beroep. Geen verdere uitzonderingen, reservedagen of overgangsregels per geboortejaar. Transparant en uitlegbaar.
Volledig digitaal. mypension.be wordt het pensioenluik van de ene app en de ene website van de overheid, met alle pensioeninformatie op één plek. Realtime simulaties, automatische berekening, digitale aanvraag met eID. Fysieke kantoren als vangnet voor wie digitaal niet kan.
Internationaal referentiemodel: Nederland (SVB + pensioenfondsen) en Zweden (Pensionsmyndigheten met inkomens- + premiepensioen).
Geschatte efficiëntiewinst:
- Samenvoeging drie stelsels bespaart administratieve kosten door vereenvoudiging: geschat 10-15% van de beheersbegroting van de FPD (€272 miljoen in 2024), dus ongeveer €25-40 miljoen per jaar zodra het nieuwe stelsel op kruissnelheid draait
- Snellere harmonisering beperkt de budgettaire impact van de vergrijzing: de versnelde convergentie van de ambtenarenpensioenen verlaagt de pensioenuitgaven op termijn met ongeveer 0,2% van het bbp (HART-raming in het partijpunt Pensioen), ruim €1 miljard per jaar bij het bbp van 2025
- Eén IT-systeem i.p.v. drie berekeningsmodules
Implementatiepad:
- Eerste twee jaar van de legislatuur: conceptnota en wetsontwerp ééngemaakt pensioenstelsel
- Jaar 3 tot 5: technische unificatie. Drie berekeningsmodules naar één IT-platform bij de FPD
- Jaar 5 tot 7: nieuwe opbouw volledig onder het nieuwe stelsel. Alle nieuwe loopbaanjaren volgen dezelfde formule
- Daarna tot 2045: overgangsperiode. Geleidelijke convergentie van bestaande rechten, verworven rechten gerespecteerd
- Uiterlijk 2045: volledig geünificeerd stelsel operationeel
Vereiste wetswijzigingen: Gewone federale wetten. Pensioenen zijn een federale bevoegdheid (art. 27 HART-grondwet), ook voor het personeel van de deelstaten en de concordaten (in de huidige regeling voor het statutair personeel van de gemeenschappen en gewesten: artikel 87, § 3, bijzondere wet van 8 augustus 1980), maar de berekeningsregels per stelsel zijn verankerd in verschillende wetten die in één pensioenwet samenkomen. Omdat de deelstaten de lasten van de lerarenpensioenen dragen (art. 31), raakt die pensioenwet hun financiën en vraagt ze de instemming van de Raad van de Deelstaten (art. 35). Grondwetswijziging en bijzondere wet niet nodig.
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
Federale Pensioendienst (FPD): Hervormd België berekent pensioenen nog altijd volgens drie totaal verschillende stelsels. HART maakt van de FPD de uitvoerder van één eerlijk pensioenstelsel voor iedereen: transparant, digitaal en financieel houdbaar.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
De Federale Pensioendienst (FPD) is sinds 2016 de fusie van de vroegere Rijksdienst voor Pensioenen en de Pensioendienst voor de Overheidssector. Met 2.165 personeelsleden (eind 2024) betaalde ze in 2024 €68,2 miljard aan pensioenen uit aan 2,62 miljoen gepensioneerden. Op papier één instelling, maar in de praktijk werkt de FPD met drie fundamenteel verschillende stelsels: ze berekent de pensioenen van werknemers en van ambtenaren elk volgens eigen regels, en ze betaalt de zelfstandigenpensioenen uit die het RSVZ berekent. Elk stelsel heeft eigen regels, eigen referteperiodes en eigen uitzonderingen.
Wat er mis gaat
Het probleem is niet de FPD zelf, die doet haar werk, maar het systeem dat ze moet uitvoeren. Drie gescheiden stelsels betekent drie keer complexiteit, drie keer uitzonderingen, en een fundamentele ongelijkheid: een recent gepensioneerde die alleen ambtenaar was, krijgt gemiddeld €4.028 bruto per maand pensioen (mannen) en €3.502 (vrouwen), ongeveer het dubbele van wie alleen werknemer was (€2.047 en €1.571, januari 2025). Dat verschil is niet uit te leggen aan een samenleving die gelijke bijdragen verwacht.
De financiële houdbaarheid is zorgwekkend. De wettelijke pensioenen kosten 11,3% van het bbp (2025) en stijgen ook na de hervorming van 2026 naar 12,0% in 2050 (Studiecommissie voor de Vergrijzing). Volgens de OESO (2025) stevende België vóór die hervorming af op de op één na hoogste pensioenuitgaven van de OESO, ver boven het OESO-gemiddelde van 8,8% van het bbp. Tegenover elke 67-plusser staan in 2025 nog 3,5 mensen op actieve leeftijd; in 2070 zijn dat er nog 2,4. De totale sociale uitgaven stijgen van 25,7% van het bbp in 2025 naar 27,2% in 2050.
De pensioenhervorming van 2026 zet stappen in de goede richting: een bonus-malussysteem, strengere loopbaanvoorwaarden, geleidelijke harmonisering. Maar de uitvoering is zo traag dat de referteperiode voor ambtenaren pas rond 2062 volledig gelijkgetrokken is met die van werknemers. Dat duurt meer dan drie decennia, voor iets wat Nederland en Zweden allang hebben.
Het Rekenhof signaleerde bovendien dat de FPD onvoldoende controleert of overheidsdiensten de periodes die recht geven op voordelige tantièmes correct aangeven, en dat het financieringsmechanisme voor lokale ambtenarenpensioenen niet duurzaam is.
Hoe het elders werkt
In Nederland is er de SVB (Sociale Verzekeringsbank): één instelling die de AOW uitbetaalt aan iedereen die in Nederland heeft gewoond of gewerkt, ongeacht beroepsstatuut. Eén stelsel, één berekening. Aanvullende pensioenen lopen via pensioenfondsen, helder gescheiden van de overheid. Met ongeveer 4.700 medewerkers betaalt de SVB jaarlijks €62 miljard aan AOW, kinderbijslag en andere uitkeringen uit aan 5,6 miljoen mensen.
Zweden ging nog verder: sinds 2010 is alle nationale pensioenadministratie geconcentreerd bij de Pensionsmyndigheten. Het Zweedse stelsel combineert een inkomenspensioen (omslagstelsel), een premiepensioen (kapitaaldekking met individuele keuze) en een garantiepensioen (minimumvangnet). Alles is digitaal raadpleegbaar met BankID. Geen onderscheid tussen ambtenaren en werknemers voor het basispensioen.
In Denemarken betalen werknemers en werkgevers verplicht bijdragen aan ATP, dat 5,8 miljoen leden telt. Geen onderscheid naar statuut.
Wat HART voorstelt
HART wil de FPD hervormen tot de uitvoerder van één geünificeerd pensioenstelsel:
Eén berekeningsformule voor iedereen. Werknemers, zelfstandigen en ambtenaren bouwen pensioen op volgens dezelfde regels. Geen aparte stelsels meer.
Eén wettelijk pensioen + verplichte aanvullende pijler. Het wettelijk pensioen (eerste pijler) via de FPD, met één pensioenformule voor iedereen; aanvullende pensioenen (tweede pijler) via sectorfondsen of individuele pensioenrekeningen naar Zweeds model.
Harmonisering tegen 2045, niet rond 2062. De overgang naar één stelsel wordt afgerond in 2045. Verworven rechten worden gerespecteerd, maar nieuwe opbouw volgt vanaf dag één de nieuwe regels.
Eenvoudig bonus-malus. +3% per jaar doorwerken na de wettelijke leeftijd, -3% per jaar bij vervroegd pensioen. Enige uitzondering: wie 42 of meer effectieve loopbaanjaren heeft, krijgt geen malus. Geen ingewikkelde uitzonderingen. Iedereen begrijpt het.
Volledig digitaal. mypension.be wordt het pensioenluik van de ene app en de ene website van de overheid. Realtime simulaties, automatische berekening, digitale aanvraag met eID. Fysieke kantoren als vangnet.
Wat het oplevert
- Transparantie: Elke burger ziet in één oogopslag hoe zijn pensioen opgebouwd wordt, ongeacht of hij werknemer, zelfstandige of ambtenaar is.
- Eerlijkheid: Gelijke bijdragen leiden tot gelijke rechten. Het onuitlegbare verschil tussen ambtenaren- en werknemerspensioenen, gemiddeld ongeveer een verdubbeling, verdwijnt geleidelijk.
- Financiële houdbaarheid: Snellere harmonisering beperkt de budgettaire impact van de vergrijzing: op termijn ongeveer 0,2% van het bbp minder pensioenuitgaven, ruim €1 miljard per jaar (HART-raming).
- Administratieve besparing: Eén berekeningssysteem i.p.v. drie bespaart naar schatting 10-15% van de beheersbegroting van de FPD, ongeveer €25-40 miljoen per jaar.
- Internationale norm: België sluit aan bij wat Nederland, Zweden en Denemarken al jaren doen: één eerlijk, transparant stelsel.
Fase 5: Bronnenlijst
| Bron | URL | Gebruikt voor |
|---|---|---|
| Federale Pensioendienst. Officiële website | https://www.sfpd.fgov.be/nl/ | Structuur, taken, mypension.be |
| Federale Pensioendienst. Kantoren en pensioenpunten | https://www.sfpd.fgov.be/nl/vraag/pensioenpunt/ | Regionale kantoren in Vlaanderen en Brussel (Franstalige kantoren: https://www.sfpd.fgov.be/fr/question/pointpension) |
| Wet van 18 maart 2016 (Justel) | https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=2016031803&table_name=wet | Oprichting FPD, integratie PDOS, BS 30 maart 2016 |
| Wikipedia NL. Federale Pensioendienst | https://nl.wikipedia.org/wiki/Federale_Pensioendienst | Voorgangers RVP (1987) en PDOS (2006), zetel Zuidertoren |
| FPD. Jaarverslag 2024: kerncijfers | https://www.sfpd.fgov.be/media/files/3438/jaarverslag2024-kerncijfers.pdf | €68,2 mld pensioenen per stelsel, €69,4 mld totale uitgave, 2,62 mln gepensioneerden, 4,3 mln pensioenen (2024) |
| FPD. Jaarverslag 2024: P&O | https://www.sfpd.fgov.be/media/files/3462/jaarverslag2024-po.pdf | 2.165 personeelsleden, 2.014 VTE, 111 pensioneringen (2024) |
| FPD. Jaarverslag 2018 | https://www.sfpd.fgov.be/media/files/2163/fpd_jaarverslag2018.pdf | Meer dan 2.300 medewerkers (2018) |
| FPD. Bestuursovereenkomst 2022-2025 | https://www.sfpd.fgov.be/files/3266/bestuursovereenkomst_2022-2025.pdf | Beheersbegroting (€272 mln in 2024), lineaire besparing €11 mln per jaar (cumulatief €44 mln), ~4% pensioneringen per jaar, personeelstekort en krappe arbeidsmarkt (vooral in Vlaanderen), "digital by priority" |
| FPD. Tien jaar mypension.be (jaarverslag 2020) | https://www.sfpd.fgov.be/nl/over-ons/jaarverslagen/jaarverslag-2020/10jaarmp | mypension.be sinds 2010 |
| OESO. Pensions at a Glance 2025: landennota België | https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2025/11/pensions-at-a-glance-2025-country-notes_e320013d/belgium_29b293aa/94938d4e-en.pdf | Pensioenkloof 31% (OESO 23%), projectie 13,1% naar 15,1% bbp, op één na hoogste na Spanje |
| OESO. Pensions at a Glance 2025 (volledig rapport) | https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2025/11/pensions-at-a-glance-2025_76510fe4/e40274c1-en.pdf | OESO-gemiddelde publieke pensioenuitgaven 8,8% (2023-2024) naar 10,0% bbp (2050) |
| Federaal Planbureau. Vergrijzing in België tegen 2070 (Studiecommissie voor de Vergrijzing, 2026) | https://www.plan.be/nl/publicaties/vergrijzing-belgie-tegen-2070-sociale-uitgaven | Sociale uitgaven 25,7% naar 27,2% bbp, vergrijzingskost +1,5 pp (3,3 pp bij lagere productiviteit), effect pensioenhervorming |
| Studiecommissie voor de Vergrijzing. Jaarlijks verslag 2026 | https://www.plan.be/sites/default/files/documents/FOR_VERG2026_13333_NL.pdf | Pensioenuitgaven 11,3% bbp (2025) naar 12,0% (2050) |
| Federaal Planbureau. Demografische indicatoren België 2025-2080 | https://www.plan.be/sites/default/files/documents/DATA_FOR_Demo_Pop_coefbel_FR.xlsx | Personen van 18-66 jaar per 67-plusser: 3,5 (2025) naar 2,4 (2070) |
| VRT NWS. Pensioenhervorming: overzicht van de maatregelen (2026) | https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/03/09/pensioenhervorming-2026-overzicht-maatregelen/ | Bonus-malus (5% voor wie geboren is vanaf 1975, resp. vanaf 1973), referteperiode ambtenaren tot 2062 |
| VRT NWS. Impact op mypension.be (2026) | https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/03/09/impact-pensioenhervorming-op-mypension-be/ | Tijdelijke opschorting ramingen mypension.be |
| Rekenhof. Voordelige tantièmes in het ambtenarenpensioen (april 2023) | https://www.ccrek.be/sites/default/files/Docs/2023_12_VoorTantAmbt.pdf | Tekortkomende controle FPD op aangegeven actieve diensten |
| Rekenhof. Pensioenen lokale ambtenaren (juni 2021) | https://www.ccrek.be/en/publication/pensions-of-local-career-civil-servants | Niet-duurzaam financieringsmechanisme |
| Bijzondere wet van 8 augustus 1980 (Justel), artikel 87, § 3 | https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1980080802&table_name=wet | Pensioenregeling personeel gemeenschappen en gewesten blijft federaal |
| FSMA. Drie pensioenpijlers België | https://www.fsma.be/nl/wat-zijn-de-drie-pensioenpijlers-belgie | Structuur drie pijlers |
| PensionStat. Pensioenkloof wettelijk pensioen naar pensioenstelsel | https://www.pensionstat.be/nl/kerncijfers/gender-pensioen/pensioenkloof/wettelijk-pensioen/pensioenkloof-wettelijk-pensioen-naar/pensioenstelsel | Gemiddeld pensioen van recent gepensioneerden per stelsel en geslacht (januari 2025) |
| SVB. Wat doet de SVB | https://werkenbijdesvb.nl/ontmoet-ons/over-de-svb/wat-doet-de-svb/ | ~4.700 medewerkers, 5,6 mln mensen, €62 mld per jaar |
| Deutsche Rentenversicherung. Company profile | https://www.deutsche-rentenversicherung.de/DRV/EN/Deutsche_Rentenversicherung/unternehmensprofil_node.html | Eén naam voor alle pensioenkassen sinds 2005 |
| Deutsche Rentenversicherung. Rentenversicherung in Zahlen 2026 | https://www.deutsche-rentenversicherung.de/SharedDocs/Downloads/DE/Statistiken-und-Berichte/statistikpublikationen/rv_in_zahlen.pdf?__blob=publicationFile&v=2 | 21,5 mln gepensioneerden (juli 2025), €360 mld pensioenuitgaven (2024), 58,8 mln verzekerden (eind 2024) |
| Pensionsmyndigheten Zweden | https://www.pensionsmyndigheten.se/other-languages/english-engelska/english-engelska/pension-system-in-sweden | Opbouw inkomens-, premie- en garantiepensioen |
| ISF. Den nya pensionsmyndigheten (2010) | https://isf.se/publikationer/rapporter/2010/2010-12-20-den-nya-pensionsmyndigheten | Pensionsmyndigheten sinds 1 januari 2010 |
| ATP Denemarken. Livslang Pension | https://www.atp.dk/en/our-tasks/atp-livslang-pension-lifelong-pension | 5,8 mln leden, verplichte bijdragen |
| ATP. Jaarresultaten 2025 | https://www.atp.dk/en/strong-return-equities-ensures-solid-2025-financial-results-atp | Vermogen DKK 694 mld (eind 2025) |
| FPD. Pensioenhervorming 2025-2029 | https://www.sfpd.fgov.be/nl/veranderingen/pensioenhervorming | Maatregelen van de hervorming: tantièmes, referteperiode, 156 dagen, reservedagen, wet van 28 mei 2026 |
| RSVZ. Pensioenhervormingen 2025-2029 | https://www.rsvz.be/nl/faq/pensioenhervormingen-2025-2029 | Impact op zelfstandigen, malus en bonus van 2 tot 5% |
- Herzien: 2026-09-27 (factcheck: cijfers, bronnen, tijdloze formulering)