arrow_back Terug naar overzicht

FPIM/SFPIM: Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij

Audit staatshervorming: 29 maart 2026


Fase 1: Diepteonderzoek

1A. Wat is het precies?

Officiële naam: Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) / Société Fédérale de Participations et d'Investissement (SFPI/SFPIM)

Juridische basis: Wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij, aangepast bij KB en geregeld via een beheerscontract (laatst goedgekeurd op 17 juli 2018 via Koninklijk Besluit). NV van publiek recht waarvan het kapitaal volledig in handen is van de Belgische Staat.

Oprichting: 2006, door fusie van de Federale Investeringsmaatschappij en de Federale Participatiemaatschappij. Beide opvolgers van de in 1994 geprivatiseerde Nationale Investeringsmaatschappij.

Bestuursniveau: Federaal. Valt onder de bevoegdheid van de minister van Financiën.

Budget & omvang (2024):

Enorme groei door centralisatie: Het balanstotaal is gestegen van €2,52 miljard (2021) naar €11,52 miljard (2024): een verviervoudiging in drie jaar. Voornamelijk door de centralisatie van staatsparticipaties in Proximus en bpost bij FPIM in 2023-2024.

Governance:

Kerntaken. Drie rollen:

  1. Investeringsmaatschappij: Eigen risicokapitaal investeren in groeibedrijven (o.a. biotech, cleantech, fintech)
  2. Holdingmaatschappij: Beheer van strategische overheidsparticipaties (bpost, Proximus, Nationale Loterij, Brussels Airport Company)
  3. Overheidsmandaten: Uitvoering van specifieke opdrachten van de staat (o.a. beheer van Belfius, Ethias, BNP Paribas-participatie, Dexia-afwikkeling)

1B. Wat doet het in de praktijk?

Strategische participaties onder FPIM-beheer (na centralisatie 2024):

Bedrijf Sector Staatsbelang Waarde/Omvang
Belfius Bank 100% (via FPIM) Grootste overheidsbank
Proximus Telecom 53,51% Beursgenoteerd
bpost Post & logistiek 50,01% (staat + FPIM) Beursgenoteerd
Ethias Verzekeringen Participatie Grote verzekeraar
Nationale Loterij Kansspelen 100% (via FPIM) Monopolie
Credendo Exportkrediet 100% Exportverzekering
BNP Paribas Bank Minderheidsparticipatie Via historisch Fortis-dossier
Ageas Verzekeringen 6,44% Beursgenoteerd
Astrid Communicatie 100% Noodcommunicatienetwerk
Brussels Airport Company Luchthaven Participatie Strategisch
Umicore Materialen Participatie (recent) Verankering

Daarnaast 170+ kleinere participaties in biotech, cleantech, fintech, transport & mobiliteit, energie.

Totale activa onder beheer: ~€18 miljard (inclusief mandaatbedrijven).

Overlap en spanningen:

Prestatie-indicatoren:

Recentste controle/schandaal:

1C. Internationale vergelijking

Nederland. NLFI (NL Financial Investments)

Oostenrijk. ÖBAG (Österreichische Beteiligungs AG)

Denemarken. EIFO (Export and Investment Fund of Denmark)

Duitsland. KfW + directe staatsparticipaties

1D. Knelpunten en kritiek

  1. Vermenging van rollen: FPIM is tegelijk investeerder, beheerder van strategisch staatsbezit, en uitvoerder van politieke opdrachten. Nederland en Denemarken scheiden deze functies bewust.

  2. Politieke benoemingen: De verdeling van voorzitterschappen en bestuursmandaten in FPIM-portefeuillebedrijven volgt partijpolitieke logica, niet expertise. CEO Van Loo is voormalig kabinetschef MR, voorzitter Bovy komt van PS.

  3. Machtsconcentratie: Eén CEO beheert ~€18 miljard aan staatsactiva met een team van slechts 38 mensen. Ter vergelijking: ÖBAG beheert €30 miljard met een professioneel apparaat en strikte governance.

  4. Gebrek aan exit-strategie: In tegenstelling tot NLFI (dat ABN AMRO systematisch afbouwt) heeft FPIM geen publiek beleid over wanneer participaties worden afgebouwd.

  5. Mission creep: De vastgoeddeal met de Europese Commissie (€880-900 mln) valt buiten de kernmissie en leidt tot een fraudeonderzoek door EPPO.

  6. Beperkte parlementaire controle: Er zijn geen structurele parlementaire hoorzittingen of evaluatiecycli specifiek voor FPIM.

  7. Ondoorzichtige waardering: Van de 184 participaties is er beperkt publiek inzicht in individuele waarderingen, verlieslatende posities, en exit-timing.


Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes

# Principe Oordeel Onderbouwing
1 Subsidiariteit ⚠️ Een federale staatsholding is logisch voor federale participaties. Maar FPIM investeert ook in regionale bedrijven en vastgoed. Dat is niet per se federaal. De investeringstak zou beter op deelstaatniveau kunnen functioneren (zoals Vlaanderen doet met PMV).
2 Transparantie Beperkt publiek inzicht in individuele participaties, waarderingen, verlies/winstposities. Politieke benoemingen ondoorzichtig. Geen publieke KPI's voor maatschappelijk rendement. Vastgoeddeal leidde tot fraudeonderzoek wegens gebrek aan transparantie.
3 Verantwoordelijkheid = Financiering ⚠️ FPIM beheert miljarden aan staatsactiva, maar de dividenduitkering aan de staat fluctueert wild (€4 mln tot €134 mln). Geen duidelijk kader voor rendementsverwachtingen. De fiscal gap is beperkt (FPIM betaalt zelf), maar de verantwoording richting parlement is zwak.
4 Eenvoud Drie rollen (investeerder, holding, overheidsmandaten) in één entiteit. Drie dochterondernemingen. 184 participaties beheerd door 38 mensen. Onduidelijk voor de burger wat FPIM precies doet en waarom de staat in 184 bedrijven zit.
5 Schaalgrootte ⚠️ €11,5 mld balanstotaal is groot genoeg voor professioneel beheer. Maar 38 medewerkers voor 184 participaties is extreem mager. Ter vergelijking: ÖBAG beheert 9 participaties met meer focus en diepgang. Risico op onvoldoende toezicht.
6 Concurrerende bevoegdheden ⚠️ FPIM is puur federaal. Deelstaten hebben eigen investeringsmaatschappijen (PMV, SRIW, Innoviris). Er is geen coördinatie of kader voor concurrerende investeringsbevoegdheden. Overlap bij regionale investeringen.
7 Resultaatgericht Geen publieke KPI's, geen maatschappelijk rendementskader, geen systematische evaluatie van de 184 participaties. Dividenduitkering als enige zichtbare metric. Geen exit-criteria. De vastgoeddeal toont dat FPIM activiteiten ontplooit buiten haar kerntaken zonder resultaatskader.
8 Digitaal-eerst ⚠️ FPIM is een financiële holding, geen dienstverlener aan burgers. Digitalisering is beperkt relevant. Website en jaarverslagen zijn beschikbaar, maar individuele participatiedata niet digitaal ontsloten voor het publiek.
9 Internationaal bewezen Nederland (NLFI), Oostenrijk (ÖBAG), en Denemarken (EIFO) tonen dat functiescheiding, transparantie, en professionele governance beter werken. België combineert alles in één entiteit met politieke benoemingen. Dat model bestaat nergens anders in vergelijkbare landen.

Synthese: Grootste knelpunten bij transparantie (principe 2), eenvoud (principe 4), resultaatgerichtheid (principe 7), en internationaal bewezen (principe 9). FPIM vermengt te veel rollen, is te ondoorzichtig, en mist een resultaatskader. Het internationaal bewezen model is functiescheiding.


Fase 3: HART-voorstel

3A. Classificatie

🟠 Hervormd FPIM wordt fundamenteel hervormd: opsplitsing in twee gescheiden entiteiten, depolitisering van governance, en verplichte transparantie.

3B. Concreet voorstel

Wat verandert er:

  1. Opsplitsing in twee entiteiten:

    • Federale Staatsholding (naar Oostenrijks ÖBAG-model): beheer van strategische participaties (Belfius, Proximus, bpost, Nationale Loterij, Credendo, Astrid). Zuiver aandeelhoudersmodel. Maximaal 10-15 strategische participaties. Professioneel bestuur zonder politieke benoemingen.
    • Federaal Investeringsfonds (naar Deens EIFO-model): risicokapitaal voor groeibedrijven, groene transitie, strategische verankering. Kan fuseren met bestaande regionale fondsen of er complementair aan werken. Duidelijke investeringscriteria en exit-strategie.
  2. Governance-hervorming:

    • Onafhankelijk benoemingsorgaan (zie HART-voorstel "Onafhankelijk Benoemingsorgaan + ABD") selecteert bestuurders op basis van expertise, niet partijkaart
    • Maximaal twee termijnen van vier jaar voor bestuursmandaten
    • Verbod op cumulatie met politieke mandaten of recente kabinetsmedewerkers
    • Wettelijk verankerde scheiding tussen minister en operationele beslissingen (naar Nederlands NLFI-model)
  3. Transparantie-eisen:

    • Publiek dashboard met per participatie: waardering, rendement, strategische rationale, exit-criteria
    • Jaarlijkse "State of the Portfolio"-rapportage aan het parlement
    • Verplichte Rekenhof-audit om de drie jaar
    • Publicatie van alle bestuurdersbezoldigingen in portefeuillebedrijven
  4. Exit-beleid:

    • Voor elke participatie: duidelijke rationale waarom de staat aandeelhouder is
    • Categorie A (permanent strategisch): Belfius, defensie-gerelateerd, noodcommunicatie → blijft
    • Categorie B (transitie): bpost, Proximus → systematisch afbouwen wanneer marktomstandigheden het toelaten
    • Categorie C (investering): groeibedrijven → verplichte exit binnen 10 jaar
    • Geen vastgoedactiviteiten tenzij direct gelinkt aan kernmissie

Naar welk niveau: Federaal (voor strategische participaties) + deelstatelijk (voor regionale investeringen).

Internationaal model: Combinatie van ÖBAG (Oostenrijk) voor de holdingfunctie en NLFI (Nederland) voor governance en transparantie.

Geschatte efficiëntiewinst:

Implementatiepad:


Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)

Deel A: Het partijpunt

FPIM/SFPIM (Federale staatsholding): Hervormd

De Belgische staatsholding beheert €18 miljard aan overheidsbedrijven, maar vermengt investeren, beheren en politiek bedienen in één ondoorzichtige entiteit. HART splitst FPIM op in een transparante staatsholding (naar Oostenrijks model) en een apart investeringsfonds, met professionele bestuurders in plaats van politieke benoemingen.

Deel B: De uitleg

Hoe het nu werkt

De Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) is de staatsholding van België. Ze beheert participaties in bedrijven als Belfius (100%), Proximus (53,5%), bpost (50%), Ethias, Credendo, en de Nationale Loterij. Samen goed voor ongeveer €18 miljard aan activa. Daarnaast investeert FPIM met eigen middelen in 184 bedrijven, van biotechstartups tot vastgoedprojecten. Het hele apparaat draait met 38 medewerkers. CEO Koen Van Loo staat sinds 2006 aan het roer.

Wat er mis gaat

Het fundamentele probleem is dat FPIM drie totaal verschillende dingen tegelijk probeert te zijn: een professionele beheerder van strategisch staatsbezit, een investeringsfonds voor groeibedrijven, en een uitvoerder van politieke opdrachten. Die rollen bijten elkaar.

De governance is gepolitiseerd. Het voorzitterschap gaat naar de PS, de CEO is een voormalig kabinetschef van de MR, en bestuursmandaten in portefeuillebedrijven worden verdeeld langs partijlijnen. Dat is geen professioneel aandeelhouderschap. Dat is postjespolitiek met miljarden aan belastinggeld.

De transparantie is ondermaats. Van de 184 bedrijven in portefeuille is er geen publiek inzicht in individuele waarderingen, verliesposten, of waarom de staat er überhaupt in zit. Er zijn geen publieke KPI's voor maatschappelijk rendement. En er is geen exit-strategie: eenmaal erin, altijd erin.

Het dieptepunt: in 2024 kocht FPIM 23 kantoorgebouwen van de Europese Commissie voor €880-900 miljoen. Een vastgoeddeal die niets met de kernmissie te maken heeft. In februari 2026 volgden huiszoekingen door het Europees Openbaar Ministerie (EPPO) wegens verdenking van schending van transparantie- en concurrentieregels.

Met 38 mensen 184 participaties beheren is bovendien onmogelijk professioneel. Ter vergelijking: het Oostenrijkse ÖBAG beheert 9 participaties. Maar doet dat grondig, met focus, en met €9,1 miljard aan fiscale effecten als resultaat.

Hoe het elders werkt

Vergelijkbare landen organiseren dit fundamenteel anders:

In Nederland beheert NLFI (NL Financial Investments) de staatsdeelnemingen in financiële instellingen. De wet verbiedt de minister om directe instructies te geven aan NLFI over stemgedrag. Er is een expliciet afbouwbeleid: het ABN AMRO-belang is systematisch teruggebracht van 100% naar 30,5%, met €1,6 miljard opbrengst voor de staat. Zuiver mandaat, transparant, depolitiseerd.

In Oostenrijk beheert ÖBAG negen strategische staatsparticipaties ter waarde van €29,85 miljard. De focus ligt op professioneel aandeelhouderschap: bestuurders worden geselecteerd op expertise en diversiteit, niet op partijkaart. Resultaat: de ÖBAG-portefeuillebedrijven presteren qua productiviteit bijna dubbel zo goed als het Oostenrijkse gemiddelde en genereren €9,1 miljard aan belastinginkomsten.

In Denemarken zijn de groeifondsfunctie, exportkredietverzekering, en groene investeringen in 2023 samengevoegd in EIFO. Maar dat staat volledig los van strategische staatsparticipaties. Functiescheiding is het kernprincipe.

Wat HART voorstelt

HART splitst FPIM op in twee gescheiden entiteiten:

Ten eerste een Federale Staatsholding naar Oostenrijks ÖBAG-model. Die beheert uitsluitend de strategische participaties: Belfius, Proximus, bpost, Nationale Loterij, Credendo, Astrid. Maximaal 10-15 bedrijven, professioneel beheerd. Bestuurders worden aangesteld door een onafhankelijk benoemingsorgaan op basis van expertise. De minister mag geen operationele instructies geven. Elk bedrijf krijgt een publiek dossier: waarom is de staat aandeelhouder, wat zijn de rendementsdoelen, en wanneer wordt de exit overwogen?

Ten tweede een Federaal Investeringsfonds naar Deens EIFO-model. Dat investeert risicokapitaal in groeibedrijven, groene transitie, en strategische verankering. Maar met duidelijke investeringscriteria, een maximale looptijd van tien jaar per participatie, en publieke rapportage over rendement.

Beide entiteiten krijgen een verplichte driejaarlijkse Rekenhof-audit, een jaarlijkse rapportage aan het parlement ("State of the Portfolio"), en een verbod op vastgoedactiviteiten buiten de kernmissie.

Wat het oplevert

Functiescheiding voorkomt belangenvermenging en politieke sturing. Transparantie maakt het onmogelijk om €900 miljoen aan vastgoed te kopen zonder publieke verantwoording. Professionele governance. Bestuurders op basis van expertise, niet partijkaart. Leidt aantoonbaar tot betere prestaties: ÖBAG genereert met 9 participaties meer fiscale opbrengst dan FPIM met 184.

Een systematisch exit-beleid voor niet-strategische participaties levert eenmalige opbrengsten van honderden miljoenen euro op, die kunnen worden ingezet voor schuldafbouw of strategische investeringen. En een echt onafhankelijke staatsholding versterkt het vertrouwen van investeerders in Belgische overheidsbedrijven. Goed voor de beurskoersen van Proximus en bpost.

De burger krijgt eindelijk antwoord op de vraag: waarom zit de Belgische staat in 184 bedrijven, wat kost dat, en wat levert het op?


Fase 5: Bronnenlijst

Bron URL Datum Gebruikt voor
SFPIM. Kerncijfers https://sfpim.be/en/about/the-figures/ 2025 Balanstotaal, netto-inkomen, personeel, dividend, historische reeks 2018-2024
SFPIM. Over ons https://sfpim.be/en/about/ 2025 Juridische basis, governance, missie, dochterondernemingen
SFPIM. Portefeuille https://sfpim.be/en/wallet/ 2025 Lijst participaties, sectoren, percentages
Wikipedia. FPIM https://nl.wikipedia.org/wiki/Federale_Participatie-_en_Investeringsmaatschappij 2025 Historiek, oprichting, structuur, CEO
News.belgium. Centralisatie Proximus/bpost https://news.belgium.be/nl/centralisatie-van-participaties-proximus-en-bpost-binnen-de-federale-participatie-en 2024 Centralisatie participaties bij FPIM
Proximus. Transparantieverklaring https://www.proximus.com/nl/news/2024/20240530-transparency-declaration-sfpim.html 2024 Staatsbelang Proximus 53,51%
bpost. Aandeelhouderschap https://press.bpost.be/shareholdings 2024 Staatsbelang bpost 50,01%
Belfius. Structuur groep https://www.belfius.be/about-us/nl/corporate-governance/structuur-groep 2024 100% staatseigendom Belfius
De Rijkste Belgen. Koen Van Loo supermanager https://derijkstebelgen.be/nieuws/ontmoet-koen-van-loo-de-nieuwe-supermanager-van-de-belgische-staat 2024 Centralisatie €18 mld, politieke benoemingen, governance
VRT NWS. Huiszoekingen EC https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/02/12/politie-inval-huiszoekingen-europese-commissie/ 2026 EPPO-onderzoek vastgoeddeal €880-900 mln
PAL.be. Fraude staatsholding EC https://pal.be/2026/02/fraude-belgische-staatsholding-europese-commissie/ 2026 Details fraudeonderzoek 23 gebouwen
NLFI. Over NLFI https://www.nlfi.nl/en/about-nlfi/ 2025 Nederlands model: scheiding politiek/aandeelhouderschap
Banken.nl. NLFI ABN AMRO https://www.banken.nl/nieuws/26155/nlfi-bouwt-belang-abn-amro-verder-af-staat-verliest-zeggenschap 2024 Afbouw ABN AMRO naar 30,5%, opbrengst €1,6 mld
Wikipedia. ÖBAG https://en.wikipedia.org/wiki/%C3%96sterreichische_Beteiligungs_AG 2025 Oostenrijks model, structuur, hervorming 2018
ÖBAG. Officiële website https://oebag.gv.at/ 2025 9 participaties, €29,85 mld waarde, €9,1 mld fiscale effecten
Wikipedia. Danish Growth Fund https://en.wikipedia.org/wiki/The_Danish_Growth_Fund 2025 Deens model, fusie naar EIFO 2023
EIFO. Officiële website https://eifo.dk/en 2025 Deens investeringsfonds, functiescheiding
FOD Financiën. FPIM https://financien.belgium.be/nl/over_de_fod/instellingen_die_afhangen_van_de_fod_financi_n/federale_participatie_en_investeringsmaatschappij 2025 Institutionele inbedding
GUBERNA. Interview Koen Van Loo https://www.guberna.be/nl/know/interview-met-koen-van-loo-ceo-van-de-federale-participatie-en-investeringsmaatschappij-fpim 2024 Visie CEO, strategie
Global SWF. SFPIM profiel https://globalswf.com/fund/SFPI 2025 Internationale classificatie, portefeuillewaarde