arrow_back Terug naar overzicht

Onderwijs Franstalig (WL + BXL): Audit

Datum: 2026-03-31 Lijn: Onderwijs Franstalig (WL + BXL): ~70% budget FWB Sectie: FWB Instellingen. Herverdeeld Status: 🔵 Overgeheveld + 🟠 Hervormd


Fase 1: Diepteonderzoek

1A. Wat is het precies?

Het Franstalig onderwijs in België omvat het volledige onderwijssysteem, van kleuteronderwijs tot en met hoger onderwijs, dat wordt gereguleerd, gefinancierd en deels georganiseerd door de Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB, officieel de Communauté française). Het bestrijkt zowel het Waals grondgebied als de Franstalige instellingen in het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Juridische basis:

Kerncijfers:

Administratieve structuur:

Bestuursniveau: Gemeenschapsbevoegdheid. De FWB is een gemeenschap, geen gewest. Cruciale implicatie: de FWB heeft geen eigen fiscale bevoegdheid. Vrijwel al haar inkomsten (€13,0 van de €13,6 miljard in 2026) komen van dotaties via de Bijzondere Financieringswet (BTW-aandeel verdeeld op basis van leerlingaantallen + PB-aandeel op basis van de opbrengst van de personenbelasting).

Wie stuurt aan? De minister van Onderwijs van de FWB stuurt AGE aan en oefent toezicht uit op WBE.

1B. Wat doet het in de praktijk?

Onderwijsnetten (réseaux): Het Franstalig onderwijs kent vier netten, elk met een eigen "pouvoir organisateur" (inrichtende macht):

  1. WBE (officieel georganiseerd) 332 scholen in het leerplichtonderwijs (2023-2024), rechtstreeks georganiseerd door de FWB via WBE
  2. Officieel gesubsidieerd (CECP/CPEONS) 1.152 scholen van gemeenten en provincies (2023-2024)
  3. Vrij gesubsidieerd confessioneel (SeGEC) overwegend katholiek, samen met het kleine niet-confessionele vrije net het grootste net: 50,1% van de leerlingen in het gewoon onderwijs (ongeveer 425.000 leerlingen, 2023-2024)
  4. Vrij gesubsidieerd niet-confessioneel (FELSI) kleiner net

De FWB bepaalt de leerplannen, eindtermen en kwaliteitsnormen voor álle netten, financiert ze allemaal (inclusief lerarensalarissen), maar de pedagogische en organisatorische autonomie ligt bij de inrichtende machten.

Kerntaken vs. realiteit:

Het Franstalig onderwijs functioneert in een systeem met fundamentele structurele problemen:

Prestatie-indicatoren (PISA 2025):

Domein FWB OESO-gemiddelde Vlaanderen Verschil FWB-VL
Wiskunde 467 463 489 -22 punten
Lezen 466 461 467 -1 punt
Wetenschappen 482 482 496 -14 punten

Sociale ongelijkheid, het zwaarste probleem:

Zittenblijven, een Belgisch record:

Pacte pour un Enseignement d'excellence: Sinds 2017 loopt een ambitieuze hervormingsgolf, het "Pacte d'excellence", gericht op verlenging van het gemeenschappelijk curriculum (tronc commun), reductie van zittenblijven, versterking van de evaluatie en hervorming van het kwalificerend onderwijs. De implementatie is progressief: de gemeenschappelijke stam bereikt het secundair onderwijs pas vanaf het schooljaar 2026-2027, en de leerlingen van PISA 2025 volgden de nieuwe referentiekaders nog niet. Het is de juiste richting, maar de effecten zijn nog nauwelijks meetbaar en de uitvoering wordt ondermijnd door de permanente besparingen.

1C. Internationale vergelijking

Nederland:

Denemarken:

Estland:

Finland:

Zwitserland (federaal + meertalig):

Kernvergelijking:

FWB Estland Finland Denemarken Nederland
Bestuurd door Gemeenschap (geen gewest) Staat + gemeenten Staat + gemeenten Gemeenten Staat + schoolbesturen
Netten 4 parallelle netten 1 publiek systeem 1 publiek systeem 1 publiek systeem Bijzonder + openbaar
Eigen fiscaliteit Neen Ja (staat + gemeente) Ja Ja (gemeente) Ja (staat)
PISA wiskunde 2025 467 508 469 471 483
Zittenblijven 15j 35% Laag Laag Laag Hoog
Sociale ongelijkheid Hoog (dalend) Laag Laag Laag Gemiddeld

1D. Knelpunten en kritiek

  1. Financiële onhoudbaarheid: De FWB heeft een begrotingstekort van €1,5 à 1,6 miljard per jaar (2025-2026) en een schuld die hoger ligt dan haar jaarlijkse ontvangsten. Zonder hervorming blijft de schuld snel stijgen: van €14,2 miljard eind 2025 naar een geraamde €15,9 miljard eind 2026. Bij ongewijzigd beleid raamde de FWB-regering de directe schuld op €20,7 miljard eind 2029, 62% meer dan eind 2024, of 144% van de ontvangsten (Rekenhof, 2025). Onderwijs is het eerste slachtoffer van elke besparingsronde.

  2. Geen fiscale verantwoordelijkheid: De FWB geeft geld uit dat ze niet zelf int. Dit verbreekt de link tussen beleidskeuzes en financiële consequenties. Het ultieme "moral hazard" in openbaar bestuur.

  3. Eén beleid voor twee regio's: Brussel en Wallonië hebben fundamenteel verschillende onderwijs-noden. Brusselse scholen kampen met meertaligheid, superdiversiteit en groei; Waalse scholen met krimp en ruraal isolement. De FWB kan hier niet op differentiëren.

  4. Demografische daling: Tussen 2018-2019 en 2023-2024 daalde het aantal leerlingen in het gewoon kleuter- en lager onderwijs met ruim 27.000; alleen het secundair groeide nog licht. De financiering via het BTW-aandeel (op basis van leerlingaantallen) betekent dat minder leerlingen = minder geld, maar de vaste kosten (gebouwen, personeel) dalen niet mee.

  5. Versnippering over vier netten: Vier parallelle structuren met elk hun eigen koepel, begeleidingsdiensten, administratie en logistiek. Historisch gegroeid uit de schoolstrijd van de 19e-20e eeuw, maar in de praktijk een structurele bron van inefficiëntie.

  6. Lerarentekort als symptoom: Het lerarentekort is niet primair een kwestie van te weinig mensen, maar van een systeem dat leerkrachten slecht inzet (lage leerling-leerkrachtratio, veel kleine scholen, hoge administratieve last) en te weinig nieuwe leerkrachten aantrekt (43% minder nieuwe studenten in de lerarenopleidingen in tien jaar).

  7. Zittenblijven als kostenpost: €200-390 miljoen per jaar aan zittenblijven. Een praktijk die niet werkt (geen verbetering van resultaten, wel hogere dropout) maar cultureel diep verankerd is.

  8. Parlementaire kritiek: De besparingen in de begroting 2026 (€86,7 miljoen in het onderwijs) leidden tot breed protest van vakbonden (CGSP, CSC), onderwijskoepels en oppositiepartijen. De maatregel om leerkrachten in het hoger secundair twee extra uren per week te laten lesgeven is bijzonder controversieel.

  9. Rekenhof-kritiek: Het Rekenhof onderzocht in 2024 in hoeverre de Franse Gemeenschap de aanwervingen en vervangingen in het basisonderwijs onder controle heeft, met het oog op de continuïteit van de openbare dienstverlening, en eerder (2023) de reaffectatie van leerkrachten die hun opdracht verloren.


Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes

# Principe Oordeel Onderbouwing
1 Subsidiariteit ❌ Het Franstalig onderwijs wordt bestuurd door een gemeenschap die twee territoria (Wallonië + Brussel) overspant met identiek beleid. Er kan niet gedifferentieerd worden op regionale noden. De bevoegdheid zit op het verkeerde niveau. Te ver van de school, te ver van de regio.
2 Transparantie ❌ De burger kan niet zien wie beslist en betaalt. De FWB int geen belastingen maar geeft €10,7 miljard per jaar uit aan onderwijs (2024). De financieringsstromen zijn ondoorzichtig (federale dotaties → FWB → vier netten → honderden inrichtende machten). Het systeem van vier netten met elk eigen koepels maakt het onmogelijk om schoolprestaties en -financiering transparant te vergelijken.
3 Verantwoordelijkheid = Financiering ❌ De ultieme fiscal gap: de FWB heeft nul eigen belastinginkomsten maar beheert een onderwijsbudget van €10,7 miljard. Wie beslist, betaalt niet; wie betaalt (de federale belastingbetaler), beslist niet. Dit is de zuiverste vorm van het agency-probleem in Belgisch openbaar bestuur.
4 Eenvoud ❌ Vier parallelle onderwijsnetten, vier koepelorganisaties, een ministerie (AGE), een autonoom orgaan (WBE), twee betrokken parlementen (FWB + federaal voor financiering), een apart inspectoraat. Plus de gemeenten als inrichtende macht in het officieel gesubsidieerd net. Een 16-jarige kan dit systeem onmogelijk begrijpen.
5 Schaalgrootte ⚠️ De FWB als geheel heeft voldoende schaalgrootte (ruim 880.000 leerlingen), maar de versnippering over vier netten leidt tot veel te kleine scholen. Het gemiddelde Belgische schoolbestuur beheert weinig scholen vergeleken met Nederlandse of Deense equivalenten. Daarnaast verliest de FWB structureel leerlingen (ruim 27.000 minder in het gewoon kleuter- en lager onderwijs tussen 2018-2019 en 2023-2024).
6 Concurrerende bevoegdheden ❌ Er is geen ruimte voor regionale innovatie. Brussel en Wallonië moeten identiek onderwijsbeleid voeren ondanks fundamenteel verschillende noden. Het "tronc commun" (gemeenschappelijk curriculum) van het Pacte d'excellence is een one-size-fits-all-aanpak voor twee zeer diverse regio's.
7 Resultaatgericht ⚠️ Er zijn indicatoren (PISA, Indicateurs de l'enseignement), maar de consequenties zijn zwak. Scholen die structureel onderpresteren worden niet effectief gesanctioneerd of bijgestuurd. Het zittenblijfpercentage (35% van de 15-jarigen in PISA 2025) is de ultieme indicator dat het systeem niet resultaatgericht werkt. Het laat leerlingen falen in plaats van hen te ondersteunen. Het Pacte d'excellence gaat de goede richting uit (contrats d'objectifs voor scholen), maar de implementatie is traag.
8 Digitaal-eerst ⚠️ Inschrijvingssystemen zijn niet geünificeerd (elke inrichtende macht organiseert dit apart). Administratieve processen zijn nog grotendeels papiergebonden. Er is geen once-only-principe. De digitalisering loopt achter op Vlaanderen (waar de Vlaamse Toetsen digitaal worden afgenomen) en ver achter op Estland (waar het hele onderwijsbeheersysteem digitaal is).
9 Internationaal bewezen ❌ Geen enkel PISA-topland kent het Belgische model van een onderwijs-besturend niveau zonder eigen fiscaliteit, met vier parallelle netten, voor twee territoria met verschillende noden. Estland (de hoogste EU-score in wiskunde en wetenschappen in PISA 2025), Finland en Denemarken werken met één publiek kader zonder parallelle netten, direct verbonden aan een bestuursniveau met eigen fiscale capaciteit.

Synthese: 0 van 9 principes voldaan, 3 gedeeltelijk, 6 falen. De grootste winst is te boeken op:

  1. Verantwoordelijkheid = Financiering (de FWB-constructie moet weg)
  2. Subsidiariteit (onderwijs bij de deelstaten met eigen fiscaliteit, samen in het Franstalige concordaat)
  3. Eenvoud (nettensysteem hervormen)

Fase 3: HART-voorstel

3A. Classificatie

🔵 Overgeheveld + 🟠 Hervormd

Het Franstalig onderwijs wordt overgeheveld van de FWB (die wordt afgeschaft) naar het Franstalige concordaat (art. 31 HART-grondwet), dat de deelstaten samen dragen:

Tegelijk wordt het fundamenteel hervormd: van vier netten naar één publiek kader, met fiscale verantwoordelijkheid bij de deelstaten, die per leerling betalen uit eigen belastingen.

3B. Concreet voorstel

Wat verandert er precies?

  1. De FWB als onderwijsbestuurder verdwijnt. Bij de opheffing van de FWB als bestuursniveau worden haar onderwijsbevoegdheden overgedragen aan de deelstaten, die ze samen regelen in het Franstalige concordaat.

  2. De vijf Waalse deelstaten krijgen samen met Brussel de volle onderwijsbevoegdheid voor ongeveer 679.000 leerlingen op Waals grondgebied en 204.000 in Brussel: onderwijs op alle niveaus, met het lerarenstatuut en de lasten van de lerarenpensioenen (art. 31 HART-grondwet). Elke deelstaat treedt toe bij een deelstaatwet van zijn rechtstreeks verkozen parlement, en de besluiten van het concordaat gaan voor op die deelstaatwet.

  3. Brussel zit in beide concordaten. De Brusselse deelstaat, die het gewest, de COCOF, de VGC en de GGC vervangt, zetelt met een Franstalig regeringslid in het Franstalige concordaat en met een Nederlandstalig in het Nederlandstalige (art. 6): de Franstalige scholen in Brussel volgen het ene, de Nederlandstalige het andere.

  4. Nettensysteem hervormen: Op termijn (in de tweede legislatuur) wordt het systeem van vier parallelle netten hervormd naar één publiek onderwijskader voor het hele Franstalige onderwijs: het concordaat bepaalt welke scholen publiek gefinancierd worden, volgens objectieve criteria (art. 16 HART-grondwet). Elke school die publieke financiering ontvangt, opereert binnen dit kader. Scholen behouden pedagogische autonomie, maar binnen gemeenschappelijke eindtermen, inspectie en financieringsregels.

  5. Eigen fiscaliteit: Elke deelstaat betaalt voor zijn leerlingen uit eigen ontvangsten, volgens één formule per leerling en per onderwijsniveau, en de deelstaten betalen hun uitgaven in hoofdzaak uit eigen belastingen (art. 53). De lasten van de lerarenpensioenen gaan naar een gemeenschappelijk fonds van het concordaat. Dit sluit de fiscal gap en creëert de link tussen beleid en budget.

  6. Eén administratie: De AGE wordt de ene administratie van het concordaat. Ze beheert het lerarenstatuut, de eindtermen, de inspectie, de examencommissie, het hoger onderwijs en de universiteiten, en de financiering per leerling. WBE gaat op in het ene publieke onderwijskader.

  7. Een gemeenschapsraad die beslist: Naar het model van de Zwitserse EDK beslist een gemeenschapsraad van de onderwijsministers van de deelstaten, met een stemgewicht naar het aantal leerlingen dat elke deelstaat financiert en een meerderheid van de gewogen stemmen én van de leden, in openbare vergadering. Zo gelden diploma's in het hele concordaat en kunnen leerlingen en studenten vrij overstappen tussen deelstaten. Het Franstalige controleparlement toetst vooraf en evalueert achteraf.

Internationaal referentiemodel:

Geschatte efficiëntiewinst:

Implementatiepad:

  1. Jaar 1-3: Voorbereidende fase. Juridisch kader uitwerken, het Franstalige concordaat ontwerpen (art. 31 HART-grondwet)
  2. Jaar 4: Grondwet. De HART-grondwet legt het onderwijs in het concordaat (art. 31) en laat het concordaat bepalen welke scholen publiek gefinancierd worden (art. 16); een herziening vraagt twee derden in de Kamer en een burgerstemming met een meerderheid van de kiezers en van de deelstaten (art. 63)
  3. Jaar 4-6: Overdracht van onderwijsbevoegdheden van de FWB naar het concordaat: elke Waalse deelstaat en Brussel treden toe bij deelstaatwet (art. 31 §2), met transitieperiode van 3 jaar
  4. Jaar 7-10: Hervorming nettensysteem binnen het concordaat
  5. Doorlopend: Pacte d'excellence blijft van kracht als inhoudelijke hervormingsagenda, maar wordt voortaan door het concordaat uitgevoerd en bijgestuurd

Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)

Deel A: Het partijpunt

Franstalig Onderwijs (Wallonië + Brussel): Overgeheveld + Hervormd

De FWB bestuurt het onderwijs voor ruim 880.000 leerlingen vanuit een bestuursniveau zonder eigen belastinginkomsten, met vier parallelle schoolnetten, en identiek beleid voor twee regio's met totaal verschillende noden. HART hevelt het onderwijs over naar de vijf Waalse deelstaten en Brussel, die het samen regelen in het Franstalige concordaat, met eigen fiscale verantwoordelijkheid, autonome scholen en op termijn één publiek onderwijskader.

Deel B: De uitleg

Hoe het nu werkt

Het Franstalig onderwijs in België wordt bestuurd door de Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB), een gemeenschap die zowel Wallonië als Brussel bedient. Het systeem telt ruim 880.000 leerlingen (2024), ongeveer 89.000 leerkrachten en 2.720 scholen, verdeeld over vier parallelle netten: het officieel georganiseerd net (WBE, 332 scholen in het leerplichtonderwijs), het gemeentelijk en provinciaal net, het vrij katholiek net en het vrij niet-confessioneel net (de twee vrije netten samen: de helft van alle leerlingen). Het onderwijs slokt bijna driekwart van de FWB-uitgaven op: €10,7 miljard in 2024, waarvan €7,65 miljard rechtstreeks betaalde lonen. De FWB heeft geen eigen belastinginkomsten: vrijwel al het geld komt van federale dotaties.

Wat er mis gaat

Het Franstalig onderwijs kampt met een combinatie van problemen die elkaar versterken:

Ten eerste is er de financiële wurging. De FWB heeft een begrotingstekort van €1,5 à 1,6 miljard per jaar (2025-2026) en een schuld van ruim €14 miljard (eind 2025), meer dan haar jaarlijkse inkomsten. Elke besparingsronde raakt het onderwijs het hardst: de begroting 2026 bespaarde €86,7 miljoen op onderwijs, en sinds het schooljaar 2026-2027 moeten leerkrachten in het hoger secundair twee extra uren per week lesgeven, zonder loonsverhoging.

Ten tweede is er de democratische loskoppeling. De FWB int geen belastingen maar geeft wel €10,7 miljard per jaar uit aan onderwijs (2024). Dit is de zuiverste vorm van de "fiscal gap": wie beslist, betaalt niet. Wie betaalt (de federale belastingbetaler), heeft geen zicht op hoe het geld wordt besteed. De FWB-politici hebben geen electorale prikkel om efficiënt met middelen om te gaan. Ze kunnen altijd wijzen naar Brussel voor meer geld.

Ten derde is er het one-size-fits-all-beleid voor twee fundamenteel verschillende regio's. Brussel is meertalig, superdivers en internationaal; Wallonië is krimpend en overwegend Franstalig. Toch gelden dezelfde regels, dezelfde leerplannen, dezelfde financieringsmechanismen. Een school in het landelijke Durbuy en een school in het hart van Sint-Jans-Molenbeek hebben radicaal andere uitdagingen, maar krijgen identiek beleid opgelegd.

Ten vierde is er het zittenblijven als culturele gewoonte. 35% van de 15-jarigen in de FWB is minstens één keer blijven zitten (PISA 2025). Dat is minder dan de 46 à 48% in de PISA-cycli 2009 tot 2015, maar nog altijd uitzonderlijk hoog: in Estland, Finland en Denemarken komt zittenblijven nauwelijks voor. Op 16 jaar heeft 64% van de leerlingen uit de armste buurten vertraging, tegenover 20% in de rijkste. Dit kost €200-390 miljoen per jaar en werkt niet: onderzoek toont consistent dat zittenblijven de resultaten niet verbetert maar wel de schooluitval vergroot.

Ten vijfde is er het lerarentekort, dat eigenlijk een systeem-probleem is. Het aantal nieuwe studenten in de lerarenopleidingen is in tien jaar met 43% gedaald, tot 3.562 in 2024-2025. Volgens de OESO is 2,6% van de lerarenposten niet ingevuld en is 12,7% van de leraren niet volledig gekwalificeerd.

Hoe het elders werkt

In Estland, het enige EU-land dat in PISA 2025 in alle drie de domeinen boven Vlaanderen scoort, zijn de scholen overwegend publiek, wordt het onderwijs beheerd door de staat en gemeenten samen, en is er geen nettensysteem. Estland geeft per leerling in het basis- en lager secundair onderwijs ongeveer een derde minder uit dan België (2023), maar scoort beter op alle drie de PISA-domeinen én heeft veel minder ongelijkheid.

In Denemarken is onderwijs een gemeentelijke bevoegdheid: 98 gemeenten beheren het basisonderwijs, binnen nationale kaders. Resultaat: PISA-scores rond het OESO-gemiddelde, met hoge gelijkheid.

In Zwitserland, ook federaal en meertalig, is onderwijs een kantonale bevoegdheid: 26 kantons, elk met eigen wetgeving, gecoördineerd via het HarmoS-concordaat voor wederzijdse diploma-erkenning. Het werkt: Zwitserland presteert bovengemiddeld op PISA zonder centraal onderwijsbestuur.

In Finland zijn vrijwel alle scholen publiek en gemeentelijk beheerd. Er is geen schoolinspectie: men vertrouwt op professionele leerkrachten (masterniveau vereist). Zittenblijven komt nauwelijks voor. Bij moeilijkheden krijgt de leerling direct ondersteuning.

Geen van deze landen kent het Belgische model van een bestuursniveau zonder eigen fiscaliteit dat vier parallelle netten beheert voor twee regio's.

Wat HART voorstelt

HART wil het Franstalig onderwijs in drie stappen hervormen:

Stap 1: Onderwijs naar de deelstaten, samen in het concordaat. Bij de opheffing van de FWB wordt de volle onderwijsbevoegdheid overgeheveld naar de vijf Waalse deelstaten en Brussel, die het onderwijs samen regelen in het bindende Franstalige concordaat (art. 31 HART-grondwet). Elke deelstaat heeft een rechtstreeks verkozen parlement dat toetreedt bij deelstaatwet, en betaalt per leerling uit eigen belastingen. Brussel zit met een Franstalig regeringslid in het Franstalige concordaat en met een Nederlandstalig in het Nederlandstalige.

Stap 2: Een gemeenschapsraad die beslist. Naar Zwitsers model (EDK, met het HarmoS-concordaat) beslist een gemeenschapsraad van de onderwijsministers van de deelstaten over diploma's, kwaliteitsnormen en vrije doorstroom van leerlingen, met een meerderheid van de gewogen stemmen én van de leden, in openbare vergadering. De AGE is de ene administratie van het concordaat.

Stap 3: Hervorming nettensysteem. Op termijn evolueert het systeem van vier parallelle netten naar één publiek onderwijskader voor het hele Franstalige onderwijs: het concordaat bepaalt welke scholen publiek gefinancierd worden (art. 16 HART-grondwet). Alle publiek gefinancierde scholen opereren binnen hetzelfde kader: één inspectie, één financieringssysteem, één inschrijvingssysteem. Scholen behouden hun pedagogische autonomie. Het katholiek net wordt niet onteigend, maar geïntegreerd via erfpacht of concessies.

Wat het oplevert


Fase 5: Bronnenlijst

Bron URL Wat gebruikt
FWB. Les Indicateurs de l'enseignement 2025 https://www.enseignement.be/fileadmin/portail_age/uploads/Systeme_educatif/Chiffres-cles/Indicateurs/indicateurs-enseignement_2025.pdf 883.528 leerlingen (2024), verdeling per net (vrije netten 50,1%), 2.720 scholen (1.236 vrij, 1.152 officieel gesubsidieerd, 332 WBE), 130.331 personeelsleden, onderwijsuitgaven €10,7 mld (73,4%), lonen €7,65 mld (72%), leerlingendaling 2018-2024, vertraging naar afkomst (64% tegenover 20%), 47,2% op 18 jaar nog in het secundair
FWB. Budget, éléments clés du budget annuel https://budget-finances.cfwb.be/budget-et-comptabilite/elements-cles-du-budget-annuel/ Begroting 2026: uitgaven €15,4 mld, ontvangsten €13,6 mld (waarvan €13,0 mld dotaties), onderwijs, onderzoek en vorming €10,9 mld, ESR-tekort €1,6 mld
Rekenhof. Budget 2026 van de Franse Gemeenschap (november 2025) https://www.ccrek.be/sites/default/files/Docs/2025_46_BudgetCF_2016I.pdf Directe schuld €14,2 mld eind 2025 en €15,9 mld eind 2026; projectie €20,7 mld eind 2029 (144% van de ontvangsten)
RTBF. Besparingsmaatregelen FWB (10 oktober 2025) https://www.rtbf.be/article/budget-de-la-federation-wallonie-bruxelles-ou-les-economies-seront-elles-faites-11614016 €86,7 mln besparingen onderwijs vanaf 2026
RTBF. Rentrée des classes (23 augustus 2026) https://www.rtbf.be/article/rentree-des-classes-voici-les-principales-nouveautes-11774096 Hoger secundair van 20 naar 22 lesuren per week, zonder loonsverhoging
Moustique. 1.500 bedreigde posten (13 oktober 2025) https://www.moustique.be/notre-epoque/les-infos/2025/10/13/1500-postes-menaces-dans-les-ecoles-francophones-le-gouvernement-va-t-il-trop-loin-dans-les-economies-demandees-6WTSU7EFGNBXLHGJ63AUTSR4UU/ Vakbondsraming: ongeveer 1.500 voltijdse posten
Eurydice. AGE structuur https://eurydice.eacea.ec.europa.eu/eurypedia/belgium-french-community/administration-and-governance-central-andor-regional-level Structuur AGE en directies-generaal
Gallilex/Staatsblad. Decreet van 3 mei 2019 (Code de l'enseignement) https://etaamb.openjustice.be/fr/decret-du-03-mai-2019_n2019030854.html Code de l'enseignement fondamental et secondaire, tronc commun
Staatsblad. Bijzonder decreet van 7 februari 2019 (WBE) https://etaamb.openjustice.be/fr/decret-special-du-07-fevrier-2019_n2019040588.html Oprichting WBE
ULiège aSPe. Résultats de PISA 2025 en FWB (september 2026) https://www.pisa-fwb.uliege.be/cms/c_13724472/fr/pisa2025-synthese-et-slides FWB-scores 2025, zittenblijven 35% (piek 46-48%), evolutie sinds 2003/2006, sociale kloof een kwart kleiner maar onder het internationale gemiddelde, weinig zittenblijven in toplanden
UGent. Vlaams Rapport PISA 2025 https://www.pisa.ugent.be/uploads/files/Vlaams-Rapport-PISA-2025.pdf Scores Vlaanderen, FWB, OESO en landen (Estland, Finland, Denemarken, Nederland, Japan, Zwitserland) in PISA 2025; Estland enige EU-land boven Vlaanderen
UGent. PISA 2025, Vlaamse resultaten https://www.pisa.ugent.be/resultaten/pisa-2025/vlaamse-resultaten Vlaamse scores en OESO-gemiddelden 2025
ULiège. PISA 2022 FWB https://www.uliege.be/cms/c_19196136/en/pisa-2022-les-resultats-des-eleves-de-la-federation-wallonie-bruxelles FWB-scores 2022 (474, 474, 479), ongelijkheid naar sociale afkomst bij de hoogste
L'Avenir. Surcoût du redoublement (27 februari 2022) https://www.lavenir.net/actu/societe/2022/02/27/redoublement-un-surcout-denviron-400-millions-deuros-pour-la-fwb-V2XDDJCSHZED7JREVYROVRVZ4I/ Kost zittenblijven volgens AGE: €43 mln lager en €344,5 mln secundair (2020)
L'Avenir. OESO-rapport 2023 (12 september 2023) https://www.lavenir.net/actu/societe/2023/09/12/financement-redoublement-qualifiant-3-elements-a-retenir-pour-la-belgique-du-rapport-2023-de-locde-sur-leducation-4FY72PXSUFHXLOQPOGHMLOGFMA/ Kost zittenblijven €203,8 mln in 2020-2021 (FWB-indicatoren)
La Libre. Inschrijvingen lerarenopleidingen (29 november 2024) https://www.lalibre.be/belgique/enseignement/2024/11/29/le-nombre-dinscrits-dans-les-filieres-pedagogiques-a-nouveau-en-net-recul-cette-annee-QB6NMCLO7RG45M5TXDIEO52YN4/ ARES-cijfers: 3.562 nieuwe inschrijvingen in 2024-2025, -43% in tien jaar
OESO. Education at a Glance 2025, landennota België https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2025/09/education-at-a-glance-2025-country-notes_9749f4ff/belgium_3d277682/0fbd3865-en.pdf Lerarentekort FWB: 2,6% posten onvervuld, 12,7% niet volledig gekwalificeerd, 1,6% ontslag per jaar
Rekenhof. Continuïteit van de openbare dienstverlening in het basisonderwijs (2024) https://www.ccrek.be/nl/publicatie/continuiteit-van-de-openbare-dienstverlening-in-het Controle op aanwervingen en vervangingen
Rekenhof. Franse Gemeenschap https://www.ccrek.be/nl/publications/legislative-level/61/61 Overzicht audits (reaffectatie leerkrachten 2023, loopbaanbeheer onderwijspersoneel 2026)
Pacte d'excellence. Officieel https://pactepourunenseignementdexcellence.cfwb.be/ Doelstellingen Pacte, gemeenschappelijke stam in het secundair vanaf 2026
WBE. Officieel https://www.wbe.be/wbe-pouvoir-organisateur/ WBE als inrichtende macht: bijna 500 instellingen, meer dan 200.000 leerlingen en studenten, meer dan 30.000 personeelsleden
Ligue de l'Enseignement. Réseaux https://ligue-enseignement.be/education-enseignement/communaute-francaise Netten en koepels (CECP, CPEONS, FELSI, SeGEC)
Enseigner plus qu'un métier. Organisatie https://www.enseignerplusquunmetier.be/organisation-de-lenseignement-en-federation-wallonie-bruxelles Structuur onderwijssysteem FWB, inrichtende machten
Eurostat. Uitgaven per leerling (educ_uoe_fini04) https://ec.europa.eu/eurostat/api/dissemination/statistics/1.0/data/educ_uoe_fini04?format=JSON&lang=en&geo=BE&geo=EE&sinceTimePeriod=2020 Basis- en lager secundair onderwijs 2023: België 11.459, Estland 7.827 koopkrachtstandaard per leerling
Eurostat. Overheidsuitgaven voor onderwijs (gov_10a_exp, COFOG 09) https://ec.europa.eu/eurostat/api/dissemination/statistics/1.0/data/gov_10a_exp?format=JSON&lang=en&geo=DK&geo=BE&geo=EU27_2020&cofog99=GF09&na_item=TE&sector=S13&unit=PC_GDP&sinceTimePeriod=2022 Denemarken 5,6%, België 6,3%, EU 4,7% van het bbp (2024)
NCEE. Denmark https://ncee.org/denmark/ Deens model, gelijkheid, gemeentelijke autonomie, schoolraden

Fase 6: Metadata

Lijn: Onderwijs Franstalig (WL + BXL): ~70% budget FWB Sectie: FWB Instellingen. Herverdeeld Status: 🔵 Overgeheveld + 🟠 Hervormd Datum audit: 2026-03-31 Geschatte besparing: €250-500 mln/jaar efficiëntiewinst in het onderwijs (nettensysteem en zittenblijven), volledig geherinvesteerd in het onderwijs; de besparing op de FWB-bestuurslaag staat in de audit FWB als bestuursniveau Volgende lijn: RTBF (openbare omroep)