Onderwijs Franstalig (WL + BXL): Audit
Datum: 2026-03-31 Lijn: Onderwijs Franstalig (WL + BXL): ~70% budget FWB Sectie: FWB Instellingen. Herverdeeld Status: 🔵 Overgeheveld + 🟠 Hervormd
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Het Franstalig onderwijs in België omvat het volledige onderwijssysteem, van kleuteronderwijs tot en met hoger onderwijs, dat wordt gereguleerd, gefinancierd en deels georganiseerd door de Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB, officieel de Communauté française). Het bestrijkt zowel het Waals grondgebied als de Franstalige instellingen in het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Juridische basis:
- Grondwet art. 24 (vrijheid van onderwijs), art. 127 (gemeenschapsbevoegdheid onderwijs)
- Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen
- Decreet van 3 mei 2019 (boeken 1 en 2 van het Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire), in werking sinds 1 september 2020: bundelt de vroegere regels, waaronder het "Décret Missions" van 24 juli 1997, en voert de gemeenschappelijke stam (tronc commun) in
- Bijzonder decreet van 7 februari 2019: oprichting van WBE (Wallonie-Bruxelles Enseignement)
- Pacte pour un Enseignement d'excellence (hervormingsagenda sinds 2017)
Kerncijfers:
- 883.528 leerlingen in het kleuter-, lager en secundair onderwijs (15 januari 2024), daarnaast 222.292 studenten in het hoger onderwijs
- Volgens de ligging van de school ongeveer 679.000 in Wallonië (77%) en 204.000 in Brussel (23%)
- 2.720 scholen in het leerplichtonderwijs, alle netten samen (2023-2024)
- 130.331 personeelsleden in het onderwijs (2024-2025, zonder universiteiten), van wie ongeveer 89.000 leerkrachten
- Onderwijsuitgaven 2024: €10,7 miljard, of 73,4% van alle FWB-uitgaven (€14,6 miljard). De begroting 2026 van de FWB telt €15,4 miljard uitgaven, waarvan €10,9 miljard voor onderwijs, onderzoek en vorming
- Lonen: €7,65 miljard rechtstreeks door de FWB betaalde lonen, 72% van de onderwijsuitgaven zonder universiteiten (2024)
- De FWB als geheel heeft een begrotingstekort van €1,5 à 1,6 miljard per jaar (2025-2026) en een directe schuld van €14,2 miljard (eind 2025, geraamd op €15,9 miljard eind 2026), meer dan haar jaarlijkse ontvangsten (€13,6 miljard in 2026)
Administratieve structuur:
- AGE (Administration Générale de l'Enseignement): de overkoepelende administratie, onderdeel van het ministerie van de FWB, met onder meer directies-generaal voor het leerplichtonderwijs, het hoger onderwijs, het onderwijspersoneel en de sturing van het onderwijssysteem
- WBE (Wallonie-Bruxelles Enseignement): autonoom publiek orgaan, opgericht in 2019, dat het net beheert dat rechtstreeks door de FWB wordt georganiseerd: bijna 500 instellingen van alle niveaus (waarvan 332 scholen in het leerplichtonderwijs in 2023-2024), met meer dan 200.000 leerlingen en studenten en meer dan 30.000 personeelsleden. Sinds de oprichting van WBE fungeert de FWB enkel als regulerende overheid; WBE is de inrichtende macht voor het "officieel georganiseerd" net.
Bestuursniveau: Gemeenschapsbevoegdheid. De FWB is een gemeenschap, geen gewest. Cruciale implicatie: de FWB heeft geen eigen fiscale bevoegdheid. Vrijwel al haar inkomsten (€13,0 van de €13,6 miljard in 2026) komen van dotaties via de Bijzondere Financieringswet (BTW-aandeel verdeeld op basis van leerlingaantallen + PB-aandeel op basis van de opbrengst van de personenbelasting).
Wie stuurt aan? De minister van Onderwijs van de FWB stuurt AGE aan en oefent toezicht uit op WBE.
1B. Wat doet het in de praktijk?
Onderwijsnetten (réseaux): Het Franstalig onderwijs kent vier netten, elk met een eigen "pouvoir organisateur" (inrichtende macht):
- WBE (officieel georganiseerd) 332 scholen in het leerplichtonderwijs (2023-2024), rechtstreeks georganiseerd door de FWB via WBE
- Officieel gesubsidieerd (CECP/CPEONS) 1.152 scholen van gemeenten en provincies (2023-2024)
- Vrij gesubsidieerd confessioneel (SeGEC) overwegend katholiek, samen met het kleine niet-confessionele vrije net het grootste net: 50,1% van de leerlingen in het gewoon onderwijs (ongeveer 425.000 leerlingen, 2023-2024)
- Vrij gesubsidieerd niet-confessioneel (FELSI) kleiner net
De FWB bepaalt de leerplannen, eindtermen en kwaliteitsnormen voor álle netten, financiert ze allemaal (inclusief lerarensalarissen), maar de pedagogische en organisatorische autonomie ligt bij de inrichtende machten.
Kerntaken vs. realiteit:
Het Franstalig onderwijs functioneert in een systeem met fundamentele structurele problemen:
- Identiek beleid voor twee regio's met radicaal verschillende noden: Brussel is meertalig, internationaal, groeiend en superdivers; Wallonië is demografisch krimpend en overwegend Franstalig. Toch gelden dezelfde regels voor een dorpsschool in de Ardennen en een grootstedelijke school in Molenbeek.
- Financiële wurging: De FWB heeft geen eigen belastinginkomsten. De federale dotaties volgen de inflatie maar dekken de groeiende kosten niet. De begroting 2026 bespaarde €86,7 miljoen in het onderwijs. Sinds het schooljaar 2026-2027 geven leerkrachten in het hoger secundair 22 in plaats van 20 lesuren per week, zonder loonsverhoging.
- Lerarentekort: Het aantal nieuwe inschrijvingen in de lerarenopleidingen is in tien jaar met 43% gedaald, tot 3.562 in 2024-2025 (ARES). Volgens de OESO is 2,6% van de lerarenposten niet ingevuld en is 12,7% van de leraren niet volledig gekwalificeerd; 1,6% van de leraren neemt elk jaar ontslag.
- Versnippering over vier netten: Vier parallelle netwerken met elk hun eigen koepel, administratie, begeleidingsdiensten en schoolgebouwen. Dit is een uniek Belgisch systeem, een erfenis van het Schoolpact van 1958.
- Bedreigde posten: Volgens de vakbonden kost de verhoging van de lesopdracht in het hoger secundair ongeveer 1.500 voltijdse posten (raming 2025).
Prestatie-indicatoren (PISA 2025):
| Domein | FWB | OESO-gemiddelde | Vlaanderen | Verschil FWB-VL |
|---|---|---|---|---|
| Wiskunde | 467 | 463 | 489 | -22 punten |
| Lezen | 466 | 461 | 467 | -1 punt |
| Wetenschappen | 482 | 482 | 496 | -14 punten |
- De FWB scoort op het OESO-gemiddelde, maar lager dan Vlaanderen in wiskunde en wetenschappen (in PISA 2022 was de kloof in wiskunde nog 27 punten). In lezen is de kloof verdwenen, vooral omdat Vlaanderen sterk daalde
- Achteruitgang op lange termijn: -31 punten in wiskunde sinds 2003 (Vlaanderen -64); in wetenschappen stabiel sinds 2006 (-4; Vlaanderen -33). De daling in wiskunde en lezen is een brede internationale trend: het OESO-gemiddelde voor wiskunde daalde van 472 (2022) naar 463 (2025)
- De kloof met toplanden als Estland en Japan is veel groter: respectievelijk ~40 en ~60 punten in wiskunde
Sociale ongelijkheid, het zwaarste probleem:
- De FWB was lang een van de meest ongelijke onderwijssystemen van de OESO. In PISA 2025 is de kloof naar sociaaleconomische achtergrond met een kwart gekrompen tegenover 2006, vooral doordat de zwakste leerlingen beter scoren. Toch doet de FWB het op gelijkheid nog altijd slechter dan het internationale gemiddelde
- Vertraging hangt sterk samen met afkomst: op 16 jaar heeft 64% van de leerlingen uit de armste buurten schoolse vertraging, tegenover 20% in de rijkste (2023-2024)
- Dit is geen randprobleem. Het is hét structurele falen van het systeem
Zittenblijven, een Belgisch record:
- 35% van de 15-jarigen in de FWB is minstens één keer blijven zitten (PISA 2025), na een piek van 46 à 48% in de PISA-cycli 2009 tot 2015. Dat blijft uitzonderlijk hoog in internationale vergelijking
- Op 18 jaar zit nog 47,2% van de jongeren in het secundair onderwijs (2023-2024)
- Geschatte kostprijs: €200-390 miljoen per jaar voor de FWB alleen (raming van de administratie: €388 miljoen in 2020, €204 miljoen in het coronajaar 2020-2021)
- In landen met een lange gemeenschappelijke stam, zoals Estland, Finland en Denemarken, komt zittenblijven nauwelijks voor
Pacte pour un Enseignement d'excellence: Sinds 2017 loopt een ambitieuze hervormingsgolf, het "Pacte d'excellence", gericht op verlenging van het gemeenschappelijk curriculum (tronc commun), reductie van zittenblijven, versterking van de evaluatie en hervorming van het kwalificerend onderwijs. De implementatie is progressief: de gemeenschappelijke stam bereikt het secundair onderwijs pas vanaf het schooljaar 2026-2027, en de leerlingen van PISA 2025 volgden de nieuwe referentiekaders nog niet. Het is de juiste richting, maar de effecten zijn nog nauwelijks meetbaar en de uitvoering wordt ondermijnd door de permanente besparingen.
1C. Internationale vergelijking
Nederland:
- Onderwijs is gecentraliseerd bij het Rijk (ministerie van OCW), met grote autonomie voor schoolbesturen
- Gemeenten hebben een regierol voor lokale onderwijsvoorzieningen
- Eén inspectie (Inspectie van het Onderwijs) voor het hele land
- Geen nettensysteem zoals in België: wel bijzonder (confessioneel) onderwijs, maar binnen eenzelfde kader
- PISA 2025: wiskunde 483, hoger dan de FWB (467)
Denemarken:
- Onderwijs is een gemeentelijke bevoegdheid: 98 gemeenten beheren het basis- en lager secundair onderwijs
- Het Ministerie van Onderwijs stelt kaders (eindtermen, examens, minimumlestijd), maar de invulling is lokaal
- Overheidsuitgaven voor onderwijs: 5,6% van het bbp (2024; EU-gemiddelde 4,7%, België 6,3%)
- Resultaat: rond het OESO-gemiddelde in PISA 2025, met hoge gelijkheid: sociaaleconomische achtergrond heeft minder impact dan in België
- Kenmerk: elke school heeft een schoolraad met vertegenwoordigers van ouders, leerlingen en leerkrachten
Estland:
- Het Europese PISA-wonder: het enige EU-land dat in PISA 2025 in alle drie de domeinen hoger scoort dan Vlaanderen (wiskunde 508, lezen 499, wetenschappen 527), met de hoogste EU-score in wiskunde en wetenschappen
- De scholen zijn overwegend publiek beheerd
- Onderwijs is een gecombineerde bevoegdheid: het Rijk stelt het curriculum vast, gemeenten beheren de scholen
- Geeft per leerling in het basis- en lager secundair onderwijs ongeveer een derde minder uit dan België (7.827 tegenover 11.459 koopkrachtstandaard, 2023), met betere resultaten én meer gelijkheid
- Verklaring: geen nettensysteem, efficiënte inzet van leerkrachten, autonomie op schoolniveau, late selectie
Finland:
- Vrijwel alle scholen zijn publiek en gemeentelijk beheerd
- Geen schoolinspectie: vertrouwen in professionele leerkrachten (masterniveau vereist)
- Nauwelijks zittenblijven: directe ondersteuning bij leermoeilijkheden
- Late selectie (pas op 16 jaar)
Zwitserland (federaal + meertalig):
- 26 kantons, elk met eigen onderwijswetgeving, maar gecoördineerd via de EDK/CDIP
- Onderwijs is een kantonale (= deelstaat-)bevoegdheid
- Het HarmoS-concordaat (2009) harmoniseert de structuren zonder ze te centraliseren
- Toont aan dat meertalige, federale landen onderwijs op deelstaatniveau kunnen organiseren
Kernvergelijking:
| FWB | Estland | Finland | Denemarken | Nederland | |
|---|---|---|---|---|---|
| Bestuurd door | Gemeenschap (geen gewest) | Staat + gemeenten | Staat + gemeenten | Gemeenten | Staat + schoolbesturen |
| Netten | 4 parallelle netten | 1 publiek systeem | 1 publiek systeem | 1 publiek systeem | Bijzonder + openbaar |
| Eigen fiscaliteit | Neen | Ja (staat + gemeente) | Ja | Ja (gemeente) | Ja (staat) |
| PISA wiskunde 2025 | 467 | 508 | 469 | 471 | 483 |
| Zittenblijven 15j | 35% | Laag | Laag | Laag | Hoog |
| Sociale ongelijkheid | Hoog (dalend) | Laag | Laag | Laag | Gemiddeld |
1D. Knelpunten en kritiek
Financiële onhoudbaarheid: De FWB heeft een begrotingstekort van €1,5 à 1,6 miljard per jaar (2025-2026) en een schuld die hoger ligt dan haar jaarlijkse ontvangsten. Zonder hervorming blijft de schuld snel stijgen: van €14,2 miljard eind 2025 naar een geraamde €15,9 miljard eind 2026. Bij ongewijzigd beleid raamde de FWB-regering de directe schuld op €20,7 miljard eind 2029, 62% meer dan eind 2024, of 144% van de ontvangsten (Rekenhof, 2025). Onderwijs is het eerste slachtoffer van elke besparingsronde.
Geen fiscale verantwoordelijkheid: De FWB geeft geld uit dat ze niet zelf int. Dit verbreekt de link tussen beleidskeuzes en financiële consequenties. Het ultieme "moral hazard" in openbaar bestuur.
Eén beleid voor twee regio's: Brussel en Wallonië hebben fundamenteel verschillende onderwijs-noden. Brusselse scholen kampen met meertaligheid, superdiversiteit en groei; Waalse scholen met krimp en ruraal isolement. De FWB kan hier niet op differentiëren.
Demografische daling: Tussen 2018-2019 en 2023-2024 daalde het aantal leerlingen in het gewoon kleuter- en lager onderwijs met ruim 27.000; alleen het secundair groeide nog licht. De financiering via het BTW-aandeel (op basis van leerlingaantallen) betekent dat minder leerlingen = minder geld, maar de vaste kosten (gebouwen, personeel) dalen niet mee.
Versnippering over vier netten: Vier parallelle structuren met elk hun eigen koepel, begeleidingsdiensten, administratie en logistiek. Historisch gegroeid uit de schoolstrijd van de 19e-20e eeuw, maar in de praktijk een structurele bron van inefficiëntie.
Lerarentekort als symptoom: Het lerarentekort is niet primair een kwestie van te weinig mensen, maar van een systeem dat leerkrachten slecht inzet (lage leerling-leerkrachtratio, veel kleine scholen, hoge administratieve last) en te weinig nieuwe leerkrachten aantrekt (43% minder nieuwe studenten in de lerarenopleidingen in tien jaar).
Zittenblijven als kostenpost: €200-390 miljoen per jaar aan zittenblijven. Een praktijk die niet werkt (geen verbetering van resultaten, wel hogere dropout) maar cultureel diep verankerd is.
Parlementaire kritiek: De besparingen in de begroting 2026 (€86,7 miljoen in het onderwijs) leidden tot breed protest van vakbonden (CGSP, CSC), onderwijskoepels en oppositiepartijen. De maatregel om leerkrachten in het hoger secundair twee extra uren per week te laten lesgeven is bijzonder controversieel.
Rekenhof-kritiek: Het Rekenhof onderzocht in 2024 in hoeverre de Franse Gemeenschap de aanwervingen en vervangingen in het basisonderwijs onder controle heeft, met het oog op de continuïteit van de openbare dienstverlening, en eerder (2023) de reaffectatie van leerkrachten die hun opdracht verloren.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ❌ | Het Franstalig onderwijs wordt bestuurd door een gemeenschap die twee territoria (Wallonië + Brussel) overspant met identiek beleid. Er kan niet gedifferentieerd worden op regionale noden. De bevoegdheid zit op het verkeerde niveau. Te ver van de school, te ver van de regio. |
| 2 | Transparantie | ❌ | De burger kan niet zien wie beslist en betaalt. De FWB int geen belastingen maar geeft €10,7 miljard per jaar uit aan onderwijs (2024). De financieringsstromen zijn ondoorzichtig (federale dotaties → FWB → vier netten → honderden inrichtende machten). Het systeem van vier netten met elk eigen koepels maakt het onmogelijk om schoolprestaties en -financiering transparant te vergelijken. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | De ultieme fiscal gap: de FWB heeft nul eigen belastinginkomsten maar beheert een onderwijsbudget van €10,7 miljard. Wie beslist, betaalt niet; wie betaalt (de federale belastingbetaler), beslist niet. Dit is de zuiverste vorm van het agency-probleem in Belgisch openbaar bestuur. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Vier parallelle onderwijsnetten, vier koepelorganisaties, een ministerie (AGE), een autonoom orgaan (WBE), twee betrokken parlementen (FWB + federaal voor financiering), een apart inspectoraat. Plus de gemeenten als inrichtende macht in het officieel gesubsidieerd net. Een 16-jarige kan dit systeem onmogelijk begrijpen. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | De FWB als geheel heeft voldoende schaalgrootte (ruim 880.000 leerlingen), maar de versnippering over vier netten leidt tot veel te kleine scholen. Het gemiddelde Belgische schoolbestuur beheert weinig scholen vergeleken met Nederlandse of Deense equivalenten. Daarnaast verliest de FWB structureel leerlingen (ruim 27.000 minder in het gewoon kleuter- en lager onderwijs tussen 2018-2019 en 2023-2024). |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ❌ | Er is geen ruimte voor regionale innovatie. Brussel en Wallonië moeten identiek onderwijsbeleid voeren ondanks fundamenteel verschillende noden. Het "tronc commun" (gemeenschappelijk curriculum) van het Pacte d'excellence is een one-size-fits-all-aanpak voor twee zeer diverse regio's. |
| 7 | Resultaatgericht | ⚠️ | Er zijn indicatoren (PISA, Indicateurs de l'enseignement), maar de consequenties zijn zwak. Scholen die structureel onderpresteren worden niet effectief gesanctioneerd of bijgestuurd. Het zittenblijfpercentage (35% van de 15-jarigen in PISA 2025) is de ultieme indicator dat het systeem niet resultaatgericht werkt. Het laat leerlingen falen in plaats van hen te ondersteunen. Het Pacte d'excellence gaat de goede richting uit (contrats d'objectifs voor scholen), maar de implementatie is traag. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | Inschrijvingssystemen zijn niet geünificeerd (elke inrichtende macht organiseert dit apart). Administratieve processen zijn nog grotendeels papiergebonden. Er is geen once-only-principe. De digitalisering loopt achter op Vlaanderen (waar de Vlaamse Toetsen digitaal worden afgenomen) en ver achter op Estland (waar het hele onderwijsbeheersysteem digitaal is). |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Geen enkel PISA-topland kent het Belgische model van een onderwijs-besturend niveau zonder eigen fiscaliteit, met vier parallelle netten, voor twee territoria met verschillende noden. Estland (de hoogste EU-score in wiskunde en wetenschappen in PISA 2025), Finland en Denemarken werken met één publiek kader zonder parallelle netten, direct verbonden aan een bestuursniveau met eigen fiscale capaciteit. |
Synthese: 0 van 9 principes voldaan, 3 gedeeltelijk, 6 falen. De grootste winst is te boeken op:
- Verantwoordelijkheid = Financiering (de FWB-constructie moet weg)
- Subsidiariteit (onderwijs bij de deelstaten met eigen fiscaliteit, samen in het Franstalige concordaat)
- Eenvoud (nettensysteem hervormen)
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🔵 Overgeheveld + 🟠 Hervormd
Het Franstalig onderwijs wordt overgeheveld van de FWB (die wordt afgeschaft) naar het Franstalige concordaat (art. 31 HART-grondwet), dat de deelstaten samen dragen:
- de vijf Waalse deelstaten (Henegouwen, Luik, Namen, Waals-Brabant en Luxemburg) voor onderwijs op Waals grondgebied (ruim driekwart van de leerlingen)
- de deelstaat Brussel, voor zijn Franstalige scholen (bijna een kwart)
Tegelijk wordt het fundamenteel hervormd: van vier netten naar één publiek kader, met fiscale verantwoordelijkheid bij de deelstaten, die per leerling betalen uit eigen belastingen.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er precies?
De FWB als onderwijsbestuurder verdwijnt. Bij de opheffing van de FWB als bestuursniveau worden haar onderwijsbevoegdheden overgedragen aan de deelstaten, die ze samen regelen in het Franstalige concordaat.
De vijf Waalse deelstaten krijgen samen met Brussel de volle onderwijsbevoegdheid voor ongeveer 679.000 leerlingen op Waals grondgebied en 204.000 in Brussel: onderwijs op alle niveaus, met het lerarenstatuut en de lasten van de lerarenpensioenen (art. 31 HART-grondwet). Elke deelstaat treedt toe bij een deelstaatwet van zijn rechtstreeks verkozen parlement, en de besluiten van het concordaat gaan voor op die deelstaatwet.
Brussel zit in beide concordaten. De Brusselse deelstaat, die het gewest, de COCOF, de VGC en de GGC vervangt, zetelt met een Franstalig regeringslid in het Franstalige concordaat en met een Nederlandstalig in het Nederlandstalige (art. 6): de Franstalige scholen in Brussel volgen het ene, de Nederlandstalige het andere.
Nettensysteem hervormen: Op termijn (in de tweede legislatuur) wordt het systeem van vier parallelle netten hervormd naar één publiek onderwijskader voor het hele Franstalige onderwijs: het concordaat bepaalt welke scholen publiek gefinancierd worden, volgens objectieve criteria (art. 16 HART-grondwet). Elke school die publieke financiering ontvangt, opereert binnen dit kader. Scholen behouden pedagogische autonomie, maar binnen gemeenschappelijke eindtermen, inspectie en financieringsregels.
Eigen fiscaliteit: Elke deelstaat betaalt voor zijn leerlingen uit eigen ontvangsten, volgens één formule per leerling en per onderwijsniveau, en de deelstaten betalen hun uitgaven in hoofdzaak uit eigen belastingen (art. 53). De lasten van de lerarenpensioenen gaan naar een gemeenschappelijk fonds van het concordaat. Dit sluit de fiscal gap en creëert de link tussen beleid en budget.
Eén administratie: De AGE wordt de ene administratie van het concordaat. Ze beheert het lerarenstatuut, de eindtermen, de inspectie, de examencommissie, het hoger onderwijs en de universiteiten, en de financiering per leerling. WBE gaat op in het ene publieke onderwijskader.
Een gemeenschapsraad die beslist: Naar het model van de Zwitserse EDK beslist een gemeenschapsraad van de onderwijsministers van de deelstaten, met een stemgewicht naar het aantal leerlingen dat elke deelstaat financiert en een meerderheid van de gewogen stemmen én van de leden, in openbare vergadering. Zo gelden diploma's in het hele concordaat en kunnen leerlingen en studenten vrij overstappen tussen deelstaten. Het Franstalige controleparlement toetst vooraf en evalueert achteraf.
Internationaal referentiemodel:
- Zwitserland (26 kantons, elk met eigen onderwijswetgeving, gecoördineerd via EDK/CDIP en HarmoS-concordaat)
- Duitsland (16 Länder met eigen onderwijsbevoegdheid, gecoördineerd via de Kultusministerkonferenz)
- Denemarken (gemeentelijke autonomie binnen nationale kaders)
Geschatte efficiëntiewinst:
- De besparing op de FWB-bestuurslaag zelf (parlement, kabinetten, administratie) staat in de audit FWB als bestuursniveau en telt hier niet opnieuw
- Hervorming nettensysteem (op termijn): besparingen op parallelle koepels, administraties en begeleidingsdiensten. Geschat €100-200 miljoen per jaar
- Afschaffing van het zittenblijven, met automatische doorstroming en remediëring naar Fins model: €150-300 miljoen/jaar vrijgemaakt, binnen de kost van het zittenblijven (€200-390 miljoen per jaar)
- Totale potentiële efficiëntiewinst in het onderwijs: €250-500 miljoen per jaar, volledig te herinvesteren in onderwijskwaliteit (remediëring, kleinere klassen, betere lerarenlonen, moderne schoolgebouwen)
Implementatiepad:
- Jaar 1-3: Voorbereidende fase. Juridisch kader uitwerken, het Franstalige concordaat ontwerpen (art. 31 HART-grondwet)
- Jaar 4: Grondwet. De HART-grondwet legt het onderwijs in het concordaat (art. 31) en laat het concordaat bepalen welke scholen publiek gefinancierd worden (art. 16); een herziening vraagt twee derden in de Kamer en een burgerstemming met een meerderheid van de kiezers en van de deelstaten (art. 63)
- Jaar 4-6: Overdracht van onderwijsbevoegdheden van de FWB naar het concordaat: elke Waalse deelstaat en Brussel treden toe bij deelstaatwet (art. 31 §2), met transitieperiode van 3 jaar
- Jaar 7-10: Hervorming nettensysteem binnen het concordaat
- Doorlopend: Pacte d'excellence blijft van kracht als inhoudelijke hervormingsagenda, maar wordt voortaan door het concordaat uitgevoerd en bijgestuurd
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
Franstalig Onderwijs (Wallonië + Brussel): Overgeheveld + Hervormd
De FWB bestuurt het onderwijs voor ruim 880.000 leerlingen vanuit een bestuursniveau zonder eigen belastinginkomsten, met vier parallelle schoolnetten, en identiek beleid voor twee regio's met totaal verschillende noden. HART hevelt het onderwijs over naar de vijf Waalse deelstaten en Brussel, die het samen regelen in het Franstalige concordaat, met eigen fiscale verantwoordelijkheid, autonome scholen en op termijn één publiek onderwijskader.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
Het Franstalig onderwijs in België wordt bestuurd door de Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB), een gemeenschap die zowel Wallonië als Brussel bedient. Het systeem telt ruim 880.000 leerlingen (2024), ongeveer 89.000 leerkrachten en 2.720 scholen, verdeeld over vier parallelle netten: het officieel georganiseerd net (WBE, 332 scholen in het leerplichtonderwijs), het gemeentelijk en provinciaal net, het vrij katholiek net en het vrij niet-confessioneel net (de twee vrije netten samen: de helft van alle leerlingen). Het onderwijs slokt bijna driekwart van de FWB-uitgaven op: €10,7 miljard in 2024, waarvan €7,65 miljard rechtstreeks betaalde lonen. De FWB heeft geen eigen belastinginkomsten: vrijwel al het geld komt van federale dotaties.
Wat er mis gaat
Het Franstalig onderwijs kampt met een combinatie van problemen die elkaar versterken:
Ten eerste is er de financiële wurging. De FWB heeft een begrotingstekort van €1,5 à 1,6 miljard per jaar (2025-2026) en een schuld van ruim €14 miljard (eind 2025), meer dan haar jaarlijkse inkomsten. Elke besparingsronde raakt het onderwijs het hardst: de begroting 2026 bespaarde €86,7 miljoen op onderwijs, en sinds het schooljaar 2026-2027 moeten leerkrachten in het hoger secundair twee extra uren per week lesgeven, zonder loonsverhoging.
Ten tweede is er de democratische loskoppeling. De FWB int geen belastingen maar geeft wel €10,7 miljard per jaar uit aan onderwijs (2024). Dit is de zuiverste vorm van de "fiscal gap": wie beslist, betaalt niet. Wie betaalt (de federale belastingbetaler), heeft geen zicht op hoe het geld wordt besteed. De FWB-politici hebben geen electorale prikkel om efficiënt met middelen om te gaan. Ze kunnen altijd wijzen naar Brussel voor meer geld.
Ten derde is er het one-size-fits-all-beleid voor twee fundamenteel verschillende regio's. Brussel is meertalig, superdivers en internationaal; Wallonië is krimpend en overwegend Franstalig. Toch gelden dezelfde regels, dezelfde leerplannen, dezelfde financieringsmechanismen. Een school in het landelijke Durbuy en een school in het hart van Sint-Jans-Molenbeek hebben radicaal andere uitdagingen, maar krijgen identiek beleid opgelegd.
Ten vierde is er het zittenblijven als culturele gewoonte. 35% van de 15-jarigen in de FWB is minstens één keer blijven zitten (PISA 2025). Dat is minder dan de 46 à 48% in de PISA-cycli 2009 tot 2015, maar nog altijd uitzonderlijk hoog: in Estland, Finland en Denemarken komt zittenblijven nauwelijks voor. Op 16 jaar heeft 64% van de leerlingen uit de armste buurten vertraging, tegenover 20% in de rijkste. Dit kost €200-390 miljoen per jaar en werkt niet: onderzoek toont consistent dat zittenblijven de resultaten niet verbetert maar wel de schooluitval vergroot.
Ten vijfde is er het lerarentekort, dat eigenlijk een systeem-probleem is. Het aantal nieuwe studenten in de lerarenopleidingen is in tien jaar met 43% gedaald, tot 3.562 in 2024-2025. Volgens de OESO is 2,6% van de lerarenposten niet ingevuld en is 12,7% van de leraren niet volledig gekwalificeerd.
Hoe het elders werkt
In Estland, het enige EU-land dat in PISA 2025 in alle drie de domeinen boven Vlaanderen scoort, zijn de scholen overwegend publiek, wordt het onderwijs beheerd door de staat en gemeenten samen, en is er geen nettensysteem. Estland geeft per leerling in het basis- en lager secundair onderwijs ongeveer een derde minder uit dan België (2023), maar scoort beter op alle drie de PISA-domeinen én heeft veel minder ongelijkheid.
In Denemarken is onderwijs een gemeentelijke bevoegdheid: 98 gemeenten beheren het basisonderwijs, binnen nationale kaders. Resultaat: PISA-scores rond het OESO-gemiddelde, met hoge gelijkheid.
In Zwitserland, ook federaal en meertalig, is onderwijs een kantonale bevoegdheid: 26 kantons, elk met eigen wetgeving, gecoördineerd via het HarmoS-concordaat voor wederzijdse diploma-erkenning. Het werkt: Zwitserland presteert bovengemiddeld op PISA zonder centraal onderwijsbestuur.
In Finland zijn vrijwel alle scholen publiek en gemeentelijk beheerd. Er is geen schoolinspectie: men vertrouwt op professionele leerkrachten (masterniveau vereist). Zittenblijven komt nauwelijks voor. Bij moeilijkheden krijgt de leerling direct ondersteuning.
Geen van deze landen kent het Belgische model van een bestuursniveau zonder eigen fiscaliteit dat vier parallelle netten beheert voor twee regio's.
Wat HART voorstelt
HART wil het Franstalig onderwijs in drie stappen hervormen:
Stap 1: Onderwijs naar de deelstaten, samen in het concordaat. Bij de opheffing van de FWB wordt de volle onderwijsbevoegdheid overgeheveld naar de vijf Waalse deelstaten en Brussel, die het onderwijs samen regelen in het bindende Franstalige concordaat (art. 31 HART-grondwet). Elke deelstaat heeft een rechtstreeks verkozen parlement dat toetreedt bij deelstaatwet, en betaalt per leerling uit eigen belastingen. Brussel zit met een Franstalig regeringslid in het Franstalige concordaat en met een Nederlandstalig in het Nederlandstalige.
Stap 2: Een gemeenschapsraad die beslist. Naar Zwitsers model (EDK, met het HarmoS-concordaat) beslist een gemeenschapsraad van de onderwijsministers van de deelstaten over diploma's, kwaliteitsnormen en vrije doorstroom van leerlingen, met een meerderheid van de gewogen stemmen én van de leden, in openbare vergadering. De AGE is de ene administratie van het concordaat.
Stap 3: Hervorming nettensysteem. Op termijn evolueert het systeem van vier parallelle netten naar één publiek onderwijskader voor het hele Franstalige onderwijs: het concordaat bepaalt welke scholen publiek gefinancierd worden (art. 16 HART-grondwet). Alle publiek gefinancierde scholen opereren binnen hetzelfde kader: één inspectie, één financieringssysteem, één inschrijvingssysteem. Scholen behouden hun pedagogische autonomie. Het katholiek net wordt niet onteigend, maar geïntegreerd via erfpacht of concessies.
Wat het oplevert
- Fiscale verantwoordelijkheid: De deelstaten die samen over onderwijs beslissen, betalen het per leerling uit eigen belastingen. Einde aan de fiscal gap.
- Maatwerk op schoolniveau: Scholen behouden hun pedagogische autonomie binnen één kader, zodat een school in Durbuy en een school in Sint-Jans-Molenbeek elk op hun eigen uitdagingen kunnen inspelen.
- Efficiëntiewinst: De hervorming van het nettensysteem en de afschaffing van het zittenblijven maken samen €250-500 miljoen per jaar vrij. Dat geld wordt volledig geherinvesteerd in remediëring, kleinere klassen, betere lerarenlonen en moderne schoolgebouwen. De besparing op de FWB-bestuurslaag zelf komt daar bovenop.
- Democratische controle: De kiezer stemt voor het deelstaatparlement dat toetreedt tot het concordaat en de onderwijsuitgaven van zijn deelstaat stemt. De gemeenschapsraad bestaat uit verkozen deelstaatministers en vergadert openbaar; het Franstalige controleparlement toetst en de burger stemt mee via het digitaal burgerparlement. Geen onrechtstreeks samengesteld gemeenschapsparlement meer: het Parlement van de FWB bestaat uit de 75 leden van het Waals Parlement en 19 Franstalige leden van het Brussels Parlement, zonder eigen verkiezing.
- Continuïteit van het Pacte d'excellence: De inhoudelijke hervormingsagenda (tronc commun, minder zittenblijven, betere evaluatie) blijft van kracht, maar wordt voortaan door het concordaat van de deelstaten uitgevoerd en bijgestuurd.
Fase 5: Bronnenlijst
| Bron | URL | Wat gebruikt |
|---|---|---|
| FWB. Les Indicateurs de l'enseignement 2025 | https://www.enseignement.be/fileadmin/portail_age/uploads/Systeme_educatif/Chiffres-cles/Indicateurs/indicateurs-enseignement_2025.pdf | 883.528 leerlingen (2024), verdeling per net (vrije netten 50,1%), 2.720 scholen (1.236 vrij, 1.152 officieel gesubsidieerd, 332 WBE), 130.331 personeelsleden, onderwijsuitgaven €10,7 mld (73,4%), lonen €7,65 mld (72%), leerlingendaling 2018-2024, vertraging naar afkomst (64% tegenover 20%), 47,2% op 18 jaar nog in het secundair |
| FWB. Budget, éléments clés du budget annuel | https://budget-finances.cfwb.be/budget-et-comptabilite/elements-cles-du-budget-annuel/ | Begroting 2026: uitgaven €15,4 mld, ontvangsten €13,6 mld (waarvan €13,0 mld dotaties), onderwijs, onderzoek en vorming €10,9 mld, ESR-tekort €1,6 mld |
| Rekenhof. Budget 2026 van de Franse Gemeenschap (november 2025) | https://www.ccrek.be/sites/default/files/Docs/2025_46_BudgetCF_2016I.pdf | Directe schuld €14,2 mld eind 2025 en €15,9 mld eind 2026; projectie €20,7 mld eind 2029 (144% van de ontvangsten) |
| RTBF. Besparingsmaatregelen FWB (10 oktober 2025) | https://www.rtbf.be/article/budget-de-la-federation-wallonie-bruxelles-ou-les-economies-seront-elles-faites-11614016 | €86,7 mln besparingen onderwijs vanaf 2026 |
| RTBF. Rentrée des classes (23 augustus 2026) | https://www.rtbf.be/article/rentree-des-classes-voici-les-principales-nouveautes-11774096 | Hoger secundair van 20 naar 22 lesuren per week, zonder loonsverhoging |
| Moustique. 1.500 bedreigde posten (13 oktober 2025) | https://www.moustique.be/notre-epoque/les-infos/2025/10/13/1500-postes-menaces-dans-les-ecoles-francophones-le-gouvernement-va-t-il-trop-loin-dans-les-economies-demandees-6WTSU7EFGNBXLHGJ63AUTSR4UU/ | Vakbondsraming: ongeveer 1.500 voltijdse posten |
| Eurydice. AGE structuur | https://eurydice.eacea.ec.europa.eu/eurypedia/belgium-french-community/administration-and-governance-central-andor-regional-level | Structuur AGE en directies-generaal |
| Gallilex/Staatsblad. Decreet van 3 mei 2019 (Code de l'enseignement) | https://etaamb.openjustice.be/fr/decret-du-03-mai-2019_n2019030854.html | Code de l'enseignement fondamental et secondaire, tronc commun |
| Staatsblad. Bijzonder decreet van 7 februari 2019 (WBE) | https://etaamb.openjustice.be/fr/decret-special-du-07-fevrier-2019_n2019040588.html | Oprichting WBE |
| ULiège aSPe. Résultats de PISA 2025 en FWB (september 2026) | https://www.pisa-fwb.uliege.be/cms/c_13724472/fr/pisa2025-synthese-et-slides | FWB-scores 2025, zittenblijven 35% (piek 46-48%), evolutie sinds 2003/2006, sociale kloof een kwart kleiner maar onder het internationale gemiddelde, weinig zittenblijven in toplanden |
| UGent. Vlaams Rapport PISA 2025 | https://www.pisa.ugent.be/uploads/files/Vlaams-Rapport-PISA-2025.pdf | Scores Vlaanderen, FWB, OESO en landen (Estland, Finland, Denemarken, Nederland, Japan, Zwitserland) in PISA 2025; Estland enige EU-land boven Vlaanderen |
| UGent. PISA 2025, Vlaamse resultaten | https://www.pisa.ugent.be/resultaten/pisa-2025/vlaamse-resultaten | Vlaamse scores en OESO-gemiddelden 2025 |
| ULiège. PISA 2022 FWB | https://www.uliege.be/cms/c_19196136/en/pisa-2022-les-resultats-des-eleves-de-la-federation-wallonie-bruxelles | FWB-scores 2022 (474, 474, 479), ongelijkheid naar sociale afkomst bij de hoogste |
| L'Avenir. Surcoût du redoublement (27 februari 2022) | https://www.lavenir.net/actu/societe/2022/02/27/redoublement-un-surcout-denviron-400-millions-deuros-pour-la-fwb-V2XDDJCSHZED7JREVYROVRVZ4I/ | Kost zittenblijven volgens AGE: €43 mln lager en €344,5 mln secundair (2020) |
| L'Avenir. OESO-rapport 2023 (12 september 2023) | https://www.lavenir.net/actu/societe/2023/09/12/financement-redoublement-qualifiant-3-elements-a-retenir-pour-la-belgique-du-rapport-2023-de-locde-sur-leducation-4FY72PXSUFHXLOQPOGHMLOGFMA/ | Kost zittenblijven €203,8 mln in 2020-2021 (FWB-indicatoren) |
| La Libre. Inschrijvingen lerarenopleidingen (29 november 2024) | https://www.lalibre.be/belgique/enseignement/2024/11/29/le-nombre-dinscrits-dans-les-filieres-pedagogiques-a-nouveau-en-net-recul-cette-annee-QB6NMCLO7RG45M5TXDIEO52YN4/ | ARES-cijfers: 3.562 nieuwe inschrijvingen in 2024-2025, -43% in tien jaar |
| OESO. Education at a Glance 2025, landennota België | https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2025/09/education-at-a-glance-2025-country-notes_9749f4ff/belgium_3d277682/0fbd3865-en.pdf | Lerarentekort FWB: 2,6% posten onvervuld, 12,7% niet volledig gekwalificeerd, 1,6% ontslag per jaar |
| Rekenhof. Continuïteit van de openbare dienstverlening in het basisonderwijs (2024) | https://www.ccrek.be/nl/publicatie/continuiteit-van-de-openbare-dienstverlening-in-het | Controle op aanwervingen en vervangingen |
| Rekenhof. Franse Gemeenschap | https://www.ccrek.be/nl/publications/legislative-level/61/61 | Overzicht audits (reaffectatie leerkrachten 2023, loopbaanbeheer onderwijspersoneel 2026) |
| Pacte d'excellence. Officieel | https://pactepourunenseignementdexcellence.cfwb.be/ | Doelstellingen Pacte, gemeenschappelijke stam in het secundair vanaf 2026 |
| WBE. Officieel | https://www.wbe.be/wbe-pouvoir-organisateur/ | WBE als inrichtende macht: bijna 500 instellingen, meer dan 200.000 leerlingen en studenten, meer dan 30.000 personeelsleden |
| Ligue de l'Enseignement. Réseaux | https://ligue-enseignement.be/education-enseignement/communaute-francaise | Netten en koepels (CECP, CPEONS, FELSI, SeGEC) |
| Enseigner plus qu'un métier. Organisatie | https://www.enseignerplusquunmetier.be/organisation-de-lenseignement-en-federation-wallonie-bruxelles | Structuur onderwijssysteem FWB, inrichtende machten |
| Eurostat. Uitgaven per leerling (educ_uoe_fini04) | https://ec.europa.eu/eurostat/api/dissemination/statistics/1.0/data/educ_uoe_fini04?format=JSON&lang=en&geo=BE&geo=EE&sinceTimePeriod=2020 | Basis- en lager secundair onderwijs 2023: België 11.459, Estland 7.827 koopkrachtstandaard per leerling |
| Eurostat. Overheidsuitgaven voor onderwijs (gov_10a_exp, COFOG 09) | https://ec.europa.eu/eurostat/api/dissemination/statistics/1.0/data/gov_10a_exp?format=JSON&lang=en&geo=DK&geo=BE&geo=EU27_2020&cofog99=GF09&na_item=TE§or=S13&unit=PC_GDP&sinceTimePeriod=2022 | Denemarken 5,6%, België 6,3%, EU 4,7% van het bbp (2024) |
| NCEE. Denmark | https://ncee.org/denmark/ | Deens model, gelijkheid, gemeentelijke autonomie, schoolraden |
Fase 6: Metadata
Lijn: Onderwijs Franstalig (WL + BXL): ~70% budget FWB Sectie: FWB Instellingen. Herverdeeld Status: 🔵 Overgeheveld + 🟠 Hervormd Datum audit: 2026-03-31 Geschatte besparing: €250-500 mln/jaar efficiëntiewinst in het onderwijs (nettensysteem en zittenblijven), volledig geherinvesteerd in het onderwijs; de besparing op de FWB-bestuurslaag staat in de audit FWB als bestuursniveau Volgende lijn: RTBF (openbare omroep)
- Herzien: 2026-09-27 (factcheck: cijfers, bronnen, tijdloze formulering)