arrow_back Terug naar overzicht

Lokale Fiscaliteit: Opcentiemen PB + OV

Audit uitgevoerd: 2026-04-01 Status: 🟠 Nieuw/hervormd Categorie: Gemeenten, financiering


Fase 1: Diepteonderzoek

1A. Wat is het precies?

De lokale fiscaliteit in België steunt op twee pijlers: de aanvullende personenbelasting (APB) en de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV). In Vlaanderen zijn ze samen goed voor 83% van de belastingontvangsten van de gemeenten (2024).

Aanvullende personenbelasting (APB): Gemeenten heffen een percentage bovenop de federale personenbelasting. De gemeenteraad bepaalt het tarief. Voor aanslagjaar 2024 lagen de tarieven tussen 0% (De Panne, Knokke-Heist, Koksijde) en 9% (Mesen), met een mediaan van 7,7% en een ongewogen gemiddelde van 7,5% over alle gemeenten. Het Vlaamse gemiddelde bedraagt 7,22% (2026). De federale overheid int de APB samen met de personenbelasting en stort ze door aan de gemeenten, een systeem dat al decennia bestaat.

Opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV): Gemeenten heffen opcentiemen bovenop de gewestelijke basisheffing op het geïndexeerde kadastraal inkomen (KI). In Vlaanderen bedraagt het gewestelijk basistarief 3,97%, in Wallonië 1,25%. Het Vlaamse gemiddelde bedraagt 916 opcentiemen (2026); de 19 Brusselse gemeenten hieven gemiddeld 2.940 opcentiemen (2019). Ook de provincies heffen opcentiemen: in Vlaanderen tussen ongeveer 145 en 215 (2024); in Wallonië gaat 38,5% van de onroerende voorheffing naar de provincies (2022).

Juridische basis: Artikel 170 §4 Grondwet (gemeentelijke belastingbevoegdheid), Vlaamse Codex Fiscaliteit (OOV in Vlaanderen), Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 (APB). De algemene middelen voor de gemeenten verdelen de gewesten, in Vlaanderen via het Gemeentefonds.

Opbrengst bij de Vlaamse gemeenten (2024):

Alle Belgische lokale besturen samen (gemeenten en provincies) ontvingen €12,2 miljard aan belastingen (2024).

Inning: De APB wordt geïnd door de FOD Financiën en doorgestort. De OOV wordt in Vlaanderen geïnd door de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL), in Wallonië sinds 2021 door het SPW Fiscalité, en in Brussel door Brussel Fiscaliteit.

1B. Wat doet het in de praktijk?

Financiële afhankelijkheid: De eigen fiscale inkomsten (APB, OOV en eigen lokale belastingen) vormen slechts circa 38% van de inkomsten van de Vlaamse gemeenten, subsidies en dotaties circa 44% (2021). Het Gemeentefonds alleen al verdeelt ruim €3 miljard per jaar onder de Vlaamse gemeenten (2024). Centrumsteden zijn nog afhankelijker: daar komt ongeveer 55% van de inkomsten uit subsidies. Dit creëert een structurele afhankelijkheid van hogere overheden.

Het KI-probleem: De onroerende voorheffing is gebaseerd op het kadastraal inkomen, dat de geschatte huurwaarde van een pand op 1 januari 1975 weergeeft. De tienjaarlijkse herziening ("perequatie") die wettelijk voorzien is, heeft sinds de perequatie die in 1980 van kracht werd nooit meer plaatsgevonden. Sinds 1991 worden de KI's wel jaarlijks geïndexeerd (coëfficiënt 2,2446 in 2025 en 2,3 in 2026), maar die lineaire indexering vangt de enorme prijsverschillen op de vastgoedmarkt niet op. Het resultaat: een woning in een gegeerde stadswijk met een KI vastgesteld op waarden van 1975 betaalt relatief veel minder OOV dan een gelijkwaardig pand elders. Dit is structureel oneerlijk.

Grote regionale en lokale verschillen: In Wallonië en Brussel betaalt hetzelfde gezin (twee ouders met een mediaan loon, twee kinderen, een eigen woning) tot ongeveer €1.000 per jaar meer of minder aan lokale belastingen, puur door de gemeente waar het woont: €2.540 in La Louvière en Ath tegenover €1.512 in Amel (2026). Voor 2026 verhoogden 88 Belgische gemeenten hun opcentiemen op de onroerende voorheffing (56 in Vlaanderen), tegenover 6 een jaar eerder; in Vlaanderen verhoogden ook 24 gemeenten hun APB.

Overlap in inning: De APB wordt federaal geïnd (FOD Financiën), de OOV gewestelijk (drie verschillende diensten: VLABEL, SPW Fiscalité, Brussel Fiscaliteit). De gemeente bepaalt het tarief van APB en OOV, maar int ze zelf niet. Dit creëert een complexe keten van informatie-uitwisseling en doorstortingen met vertragingen.

Geen prestatiekoppeling: Er is geen enkele koppeling tussen de lokale belastingdruk en de kwaliteit van dienstverlening. Een gemeente kan haar tarieven verhogen zonder enige verantwoording over wat de burger ervoor terugkrijgt. Prestatie-indicatoren worden nauwelijks gebruikt in de lokale fiscaliteit.

1C. Internationale vergelijking

Nederland: OZB op basis van actuele marktwaarde (WOZ) De Nederlandse onroerendezaakbelasting (OZB) wordt berekend op basis van de WOZ-waarde, die jaarlijks wordt vastgesteld op basis van de marktwaarde (peildatum: 1 januari van het voorgaande jaar). De gemeenteraad stelt het OZB-tarief vast als percentage van de WOZ-waarde, binnen wettelijke voorschriften over grondslag, differentiatie en vrijstellingen. Het systeem is transparant: eigenaars ontvangen jaarlijks een WOZ-beschikking en kunnen bezwaar maken. Nederland kent geen lokale inkomstenbelasting en geen gemeentelijke opcentiemen op de inkomstenbelasting. De belangrijkste lokale inkomsten zijn de OZB en de transfers van het Rijk, vooral via het Gemeentefonds: 74,7% van de lokale inkomsten komt uit transfers (2021). Nederlandse gemeenten zijn dus sterk afhankelijk van het Rijk, maar hun vastgoedbelasting is tenminste gebaseerd op actuele waarden.

Denemarken: gemeentelijke inkomstenbelasting (kommuneskat) Het Deense systeem geeft gemeenten verregaande fiscale autonomie. Gemeenten heffen een eigen vlakke inkomstenbelasting (kommuneskat) van gemiddeld ongeveer 25% (2026), van 23,39% (Kopenhagen) tot 26,30% in een tiental gemeenten. Het is veruit hun belangrijkste belasting, naast een eigen grondbelasting (grundskyld). Elke gemeente stelt haar tarief zelf vast, binnen een jaarlijkse afspraak met de nationale regering over het totale belastingniveau. Sinds de hervorming van 2007 telt Denemarken 98 gemeenten (voordien 271), gemiddeld ruim 60.000 inwoners (2026). Het systeem is transparant: elke burger kan zien hoeveel hij aan zijn gemeente betaalt. De Deense lokale overheden gaven €18.470 per inwoner uit, het hoogste bedrag van Europa (2020).

Duitsland: Gewerbesteuer en Grundsteuer met Hebesatz Duitse gemeenten heffen twee grote eigen belastingen: de Gewerbesteuer (lokale ondernemingsbelasting, €75,3 miljard in 2024) en de Grundsteuer (grondbelasting, Grundsteuer B €15,6 miljard in 2024). Beide werken met een Hebesatz (heffingspercentage) dat de gemeenteraad zelf vaststelt. De Gewerbesteuer-Hebesatz bedraagt wettelijk minstens 200% en gemiddeld 409%, die van de Grundsteuer B gemiddeld 506% (2024). De Gewerbesteuer is de belangrijkste eigen inkomstenbron van Duitse gemeenten. Sinds 1 januari 2025 geldt een hervormde Grundsteuer: ongeveer 36 miljoen eenheden werden opnieuw gewaardeerd op 1 januari 2022, ter vervanging van waarden uit 1964 (West-Duitsland) en 1935 (Oost-Duitsland), nadat het Bundesverfassungsgericht het oude systeem in 2018 ongrondwettig had verklaard. Dat is precies de herziening die België al decennia uitstelt. Gemeenten delen ook in de Einkommensteuer (15%) en in een klein deel van de btw.

Zwitserland: volledig gemeentelijk belastingstelsel Zwitserse gemeenten heffen een eigen inkomsten- en vermogensbelasting als veelvoud van de kantonnale basisbelasting, analoog aan het Belgische systeem van opcentiemen. Het verschil zit in de democratische controle: de gemeentelijke "Steuerfuss" (bijvoorbeeld 115% van de basisbelasting) wordt in de regel elk jaar vastgesteld door het gemeenteparlement of de gemeentevergadering, en de burgers kunnen er meestal een referendum over vragen. In sommige kantons stemt de bevolking er jaarlijks verplicht over, samen met de begroting.

1D. Knelpunten en kritiek

  1. Kadastraal inkomen gebaseerd op 1975-waarden. De wettelijk verplichte tienjaarlijkse herziening is sinds de perequatie van 1980 nooit meer uitgevoerd. Dit is de zwaarste structurele onrechtvaardigheid in de Belgische lokale fiscaliteit. Vastgoed wordt belast op basis van fictieve huurwaarden van meer dan een halve eeuw geleden.

  2. Geen lokale inkomstentransparantie. De APB is een opcentiem op de federale personenbelasting. De burger ziet dit als "belastingen" tout court, niet als een gemeentelijke bijdrage. In Denemarken kan elke burger zien wat hij aan zijn gemeente betaalt; in België is het één regel op het federale aanslagbiljet.

  3. Extreme afhankelijkheid van transfers. Met slechts ~38% eigen fiscale inkomsten zijn de Vlaamse gemeenten structureel afhankelijk van dotaties. Dit ondermijnt het principe "wie beslist, betaalt" en maakt gemeenten kwetsbaar voor besparingen door hogere overheden.

  4. Drie inningsdiensten voor OOV. De onroerende voorheffing wordt per gewest door een andere dienst geïnd (VLABEL, SPW, Brussel Fiscaliteit), elk met eigen software, procedures en doorstortingstermijnen. Geen schaalvoordelen, wel complexiteit.

  5. Geen prestatiekoppeling. Er is geen mechanisme dat hogere lokale belastingen koppelt aan betere dienstverlening. Gemeenten kunnen tarieven verhogen zonder verantwoording.

  6. Provinciale opcentiemen als extra laag. De provincies heffen ook opcentiemen op de OOV: in Vlaanderen tussen ongeveer 145 en 215 (2024), in Wallonië gaat 38,5% van de onroerende voorheffing naar de provincies (2022). Als de provincies deelstaten worden (HART-voorstel), gaat deze inkomstenstroom op in de eigen belastingen van de deelstaat.

  7. Politieke onwil tot KI-herziening. Elke poging tot perequatie wordt politiek geblokkeerd omdat ze eigenaren met een laag KI zou confronteren met een hogere belasting. Het resultaat is een systeem dat structureel oneerlijk is maar politiek onaantastbaar.


Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes

# Principe Oordeel Onderbouwing
1 Subsidiariteit ⚠️ Gedeeltelijk Gemeenten stellen tarieven vast. Goed. Maar ze innen niets zelf (federaal/gewestelijk), en de KI-bepaling is volledig federaal zonder actualisering. Het dichtstbijzijnde niveau beslist deels, maar heeft geen controle over de grondslag.
2 Transparantie ❌ Faalt De burger ziet geen apart gemeentelijk belastingbiljet. De APB is één regel op het federale aanslagbiljet. De OOV is gebaseerd op een onbegrijpelijk KI op waarden van 1975. Weinig burgers weten hoeveel ze aan hun gemeente betalen.
3 Verantwoordelijkheid = Financiering ❌ Faalt Vlaamse gemeenten halen slechts ~38% van hun inkomsten uit eigen belastingen; ~44% komt uit subsidies en dotaties. Wie beslist betaalt niet. Er is een enorme fiscal gap. Dit ondermijnt democratische verantwoording fundamenteel.
4 Eenvoud ❌ Faalt Drie inningsdiensten (VLABEL, SPW, Brussel Fiscaliteit), twee belastingtypes (APB + OOV), provinciale opcentiemen erboven, KI-indexering die niemand snapt, en een doorstortingssysteem met vertragingen. Een 16-jarige snapt dit niet.
5 Schaalgrootte ⚠️ Gedeeltelijk De 565 gemeenten variëren enorm (Herstappe: 78 inwoners, Antwerpen: ruim 565.000, 2026). Veel kleine gemeenten missen de schaal voor professioneel financieel beheer. Maar het fiscaal systeem zelf kent geen schaalprobleem. Het probleem zit bij de gemeenten zelf.
6 Concurrerende bevoegdheden ⚠️ Gedeeltelijk Gemeenten concurreren feitelijk al via tarieven (Knokke-Heist heft 0% APB). Maar de concurrentie is ondoorzichtig en niet gekaderd. Er is geen federaal minimum-APB (wel een de facto range). Fiscale concurrentie tussen gemeenten is een realiteit maar zonder spelregels.
7 Resultaatgericht ❌ Faalt Geen KPI's die lokale belastingdruk koppelen aan dienstverlening. Geen benchmarking tussen gemeenten op prijs-kwaliteitverhouding. Tarieven worden bepaald op basis van politieke afwegingen, niet op basis van prestaties.
8 Digitaal-eerst ⚠️ Gedeeltelijk Aanslagbiljetten zijn digitaal beschikbaar via MyMinfin/Tax-on-Web (APB) en gewestelijke portalen (OOV). Maar er is geen geïntegreerd dashboard waar de burger zijn totale lokale belastingdruk kan zien, vergelijken met andere gemeenten, en koppelen aan dienstverlening.
9 Internationaal bewezen ❌ Faalt Nederland (WOZ op actuele waarde), Denemarken (transparante gemeentelijke inkomstenbelasting), Duitsland (nieuwe Grundsteuer sinds 2025): de referentielanden hebben hun lokale fiscaliteit gemoderniseerd. België hoort met zijn KI op waarden van 1975 bij de Europese achterblijvers.

Synthese: 5× ❌ Faalt, 4× ⚠️ Gedeeltelijk, 0× ✅ Voldoet. De lokale fiscaliteit scoort zeer slecht. De drie principes waar de meeste winst te boeken valt zijn Transparantie (onzichtbare gemeentelijke belasting), Verantwoordelijkheid = Financiering (extreme afhankelijkheid van transfers), en Internationaal bewezen (KI-herziening op basis van actuele waarden).


Fase 3: HART-voorstel

3A. Classificatie

🟠 Nieuw/hervormd: Het systeem van lokale fiscaliteit wordt fundamenteel gemoderniseerd op drie punten: actuele waardebepaling, transparante gemeentelijke belasting en sterkere fiscale autonomie, met één Belgische Belastingdienst voor de inning.

3B. Concreet voorstel

1. Kadastraal inkomen vervangen door actuele waardebepaling (Nederlands/Duits model)

Het KI op waarden van 1975 wordt vervangen door een jaarlijkse waardebepaling op basis van actuele marktwaarden, naar Nederlands WOZ-model. De herschatting van alle panden gebeurt binnen één legislatuur, door de Belgische Belastingdienst op basis van verkoopprijzen, huurprijzen en objectieve criteria. Elke eigenaar ontvangt jaarlijks een waardebeschikking met bezwaarmogelijkheid. Duitsland waardeerde voor zijn nieuwe Grundsteuer (sinds 2025) ongeveer 36 miljoen eenheden opnieuw. Het kan dus.

Geschatte impact: Budgetneutraal: de grondslag stijgt, de tarieven dalen zodat de totale opbrengst gelijk blijft (in Vlaanderen ~€3 miljard aan gemeentelijke opcentiemen, 2024), maar de verdeling wordt eerlijker. Wie door een verouderd KI te weinig betaalt, betaalt meer; wie te veel betaalt, betaalt minder. De tarieven volgen het woonbeleid van HART: lager in de stads- en dorpskernen, hoger daarbuiten, met een verschuiving richting grondwaarde. De eerste bescheiden woning wordt vrijgesteld, bestaande eigenaar-bewoners buiten de kernen krijgen 10 jaar ingroei en 65-plussers onder de regionale mediaan worden vrijgesteld (zie partijpunt Wonen).

2. Transparante gemeentelijke belasting: Deens model

De APB wordt losgemaakt van het federale aanslagbiljet. De ene belastingdienst, die ook de gemeentebelastingen int (art. 52 HART-grondwet), stuurt een eigen, apart belastingbiljet ("gemeentelijke aanslag") dat duidelijk maakt hoeveel de burger aan zijn gemeente betaalt. Dit is geen nieuwe belasting. Het is dezelfde APB, maar zichtbaar gemaakt. Digitaal beschikbaar via een gemeentelijk dashboard met vergelijking met andere gemeenten.

3. Sterkere fiscale autonomie: minder transfers, meer eigen inkomsten

Het aandeel eigen fiscale inkomsten moet stijgen van ~38% naar minimaal 55% van de totale gemeentelijke inkomsten. Dit gebeurt door:

De provincies worden deelstaten: de provinciale opcentiemen gaan op in de eigen belastingen van de deelstaat, want de onroerende voorheffing is een deelstaatbelasting (art. 54 HART-grondwet).

4. Prestatiekoppeling: permanente verantwoording lokaal

Elke gemeente publiceert doorlopend de koppeling tussen belastinginkomsten en geleverde diensten, met benchmarking ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Dit wordt digitaal ontsloten via een centraal platform.

Implementatiepad:

Geschatte besparing/efficiëntiewinst:


Fase 4: Partijpunt (website-klare tekst)

Deel A: Het partijpunt

Lokale fiscaliteit: hervormd Gemeentelijke belastingen worden transparant en eerlijk: de onroerende voorheffing wordt gebaseerd op actuele vastgoedwaarden in plaats van op huurwaarden van 1975, en elke burger ziet duidelijk hoeveel hij aan zijn gemeente betaalt.

Deel B: De uitleg

Hoe het werkt

Belgische gemeenten halen hun geld uit twee grote belastingen: de aanvullende personenbelasting (APB) en de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV). Bij de Vlaamse gemeenten brengen ze samen ~€5,6 miljard per jaar op (OOV ~€3 miljard, APB ~€2,6 miljard, 2024), goed voor 83% van hun belastinginkomsten. De gemeente bepaalt het tarief, maar int zelf niet. De federale overheid int de APB, het gewest int de OOV. Bovendien komt slechts ~38% van de inkomsten van de Vlaamse gemeenten uit eigen belastingen; ~44% komt uit subsidies en dotaties van hogere overheden.

De onroerende voorheffing wordt berekend op het kadastraal inkomen (KI), een schatting van de huurwaarde van je woning op 1 januari 1975. Ja, 1975. Meer dan een halve eeuw geleden. De wet voorziet dat deze waarden om de tien jaar worden herzien. Sinds de perequatie die in 1980 van kracht werd, is dat nooit meer gebeurd. De KI's worden wel jaarlijks geïndexeerd met een coëfficiënt (2,3 in 2026), maar dat is een lineaire aanpassing die de enorme prijsverschillen op de vastgoedmarkt niet vangt.

Wat er mis gaat

Het resultaat is structureel oneerlijk. Een appartement in een Gentse topwijk met een KI op waarden van 1975 betaalt relatief veel minder dan een vergelijkbare woning elders waar de prijzen minder sterk gestegen zijn. Hetzelfde gezin met dezelfde woning kan tot ongeveer €1.000 per jaar meer of minder lokale belastingen betalen, puur door de gemeente waar het woont (Wallonië en Brussel, 2026).

De burger heeft geen idee hoeveel hij aan zijn gemeente betaalt. De APB is één regel op het federale belastingbiljet. De OOV komt van het gewest. Er is geen "gemeentefactuur" die duidelijk maakt: dit is wat je betaalt, dit is wat je ervoor krijgt.

Gemeenten zijn ook structureel afhankelijk van hogere overheden. Als Vlaanderen bespaart op het Gemeentefonds, worden gemeenten gedwongen hun tarieven te verhogen, zonder dat ze daar zelf iets aan kunnen doen. Het principe "wie beslist, betaalt" wordt dagelijks geschonden.

En dan is er de absurditeit van drie aparte inningsdiensten voor dezelfde belasting: VLABEL in Vlaanderen, SPW Fiscalité in Wallonië, Brussel Fiscaliteit in Brussel, naast de FOD Financiën voor de APB. Drie keer dezelfde functie, drie keer andere software, drie keer andere procedures.

Hoe het elders werkt

In Nederland is de vastgoedbelasting (OZB) gebaseerd op de WOZ-waarde: de actuele marktwaarde van je woning, elk jaar opnieuw vastgesteld. Elke eigenaar ontvangt een WOZ-beschikking en kan bezwaar maken. Het is transparant, actueel en begrijpelijk.

In Denemarken betaalt elke burger een gemeentelijke inkomstenbelasting (kommuneskat) van gemiddeld ongeveer 25% (2026), die naar zijn gemeente gaat en waarvan die gemeente het tarief zelf vastlegt. Elke Deen kan zien hoeveel hij bijdraagt aan zijn gemeente. Na een fusiegolf in 2007 (van 271 naar 98 gemeenten) heeft Denemarken een van de meest transparante lokale fiscaliteiten van Europa.

In Duitsland geldt sinds 1 januari 2025 een hervormde Grundsteuer, waarvoor ongeveer 36 miljoen eenheden opnieuw werden gewaardeerd: de oude waarden dateerden van 1964 en in het oosten zelfs van 1935. Precies de operatie die België al decennia uitstelt. Duitse gemeenten hebben bovendien de Gewerbesteuer, een lokale ondernemingsbelasting die hen een sterke eigen inkomstenbasis geeft.

Wat HART voorstelt

Ten eerste: vervang het kadastraal inkomen door een actuele waardebepaling, naar Nederlands WOZ-model, met een herschatting van alle panden binnen één legislatuur. Daarna jaarlijkse waardering op basis van echte marktwaarden. Budgetneutraal: de tarieven dalen, maar de grondslag klopt. Lager in de kernen, hoger daarbuiten, met bescherming van de eerste bescheiden woning en een ingroeiperiode voor bestaande eigenaar-bewoners. Duitsland deed het voor zijn nieuwe Grundsteuer. Wij kunnen het ook.

Ten tweede: maak de gemeentelijke belasting zichtbaar. Elke burger ontvangt een apart gemeentelijk aanslagbiljet. Digitaal, met vergelijking met andere gemeenten en een overzicht van wat de gemeente met het geld doet.

Ten derde: versterk de fiscale autonomie van gemeenten. Minder afhankelijkheid van dotaties, meer eigen inkomsten. Het Gemeentefonds wordt hervormd met objectieve verdeelsleutels. Gemeenten krijgen de mogelijkheid een beperkte lokale economische heffing in te voeren. De gemeentelijke opcentiemen blijven een lokale keuze, maar binnen een smallere bandbreedte die de deelstaat bepaalt. De provincies worden deelstaten: de provinciale opcentiemen gaan op in de eigen belastingen van de deelstaat.

Ten vierde: één Belgische Belastingdienst int alle belastingen, ook de APB en de onroerende voorheffing. Deelstaten en gemeenten bepalen hun eigen tarieven, de inning gebeurt één keer.

Ten vijfde: koppel belastingen aan prestaties. Elke gemeente publiceert doorlopend een transparant overzicht van belastinginkomsten versus geleverde diensten, met benchmarking ten opzichte van vergelijkbare gemeenten.

Wat het oplevert

Een eerlijkere vastgoedbelasting die gebaseerd is op wat je woning werkelijk waard is, niet op wat ze in 1975 opbracht. Transparantie: elke burger weet hoeveel hij aan zijn gemeente betaalt en wat hij ervoor krijgt. Sterkere lokale democratie: gemeenten die verantwoordelijk zijn voor hun eigen inkomsten, nemen betere beslissingen. En vereenvoudiging: één Belgische Belastingdienst in plaats van een lappendeken van inningsdiensten.


Fase 5: Bronnenlijst

# Bron URL Datum Gebruikt voor
1 BDO. Belastingtarieven 2026: hoe scoort jouw gemeente? https://www.bdo.be/nl-be/publicaties/artikels/2026/belastingtarieven-2026-hoe-scoort-jouw-gemeente 2026 285 Vlaamse gemeenten: gemiddelde APB 7,22%, gemiddeld 916 opcentiemen OOV; 24 gemeenten verhoogden hun APB
2 VRT NWS. In kaart: 88 gemeenten hebben hun vastgoedbelasting verhoogd (op basis van Ayming) https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/05/27/in-kaart-88-gemeenten-hebben-hun-vastgoedbelasting-verhoogd-zo/ mei 2026 88 Belgische gemeenten (56 in Vlaanderen) verhoogden hun OOV-opcentiemen voor 2026, tegenover 6 in 2025
3 RTBF. 1.000 euros de différence d'une commune à l'autre https://www.rtbf.be/article/1000-euros-de-difference-d-une-commune-a-l-autre-votre-commune-a-t-elle-augmente-ses-impots-locaux-en-2026-11677984 2026 Wallonië en Brussel: €2.540 (La Louvière, Ath) tegenover €1.512 (Amel) voor hetzelfde gezin
4 VRT NWS. Het cijfer: belastingdruk gemeenten https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2024/09/26/het-cijfer-belastingdruk-gemeenten/ 2024 Tariefvariatie per gemeente; Gemeentefonds ongeveer €3 miljard per jaar
5 Belfius Research. Financiën van de Vlaamse gemeenten https://www.belfius.be/retail/nl/publicaties/actualiteit/2024-w025/gemeentebesturen/index.aspx juni 2024 Vlaamse gemeenten 2024: €6,7 mld belastingen (€995 per inwoner), OOV €3 mld (45%), APB €2,6 mld (38%), eigen belastingen 14%
6 FinConnect. Subsidies lokale besturen https://www.finconnect.be/nieuws/nieuwsbericht/720858527752521987 januari 2023 Vlaamse gemeenten: ~38% fiscale inkomsten, ~44% subsidies, centrumsteden ~55% (2021)
7 Vlaanderen.be. Berekening van de onroerende voorheffing https://www.vlaanderen.be/belastingen-en-begroting/vlaamse-belastingen/onroerende-voorheffing/berekening-van-de-onroerende-voorheffing geraadpleegd 2026 Vlaams basistarief 3,97%, rol van provinciale en gemeentelijke opcentiemen
8 FOD Financiën. Kadastraal inkomen: wat en waarvoor https://fin.belgium.be/nl/particulieren/woning/kadastraal-inkomen/wat-waarvoor geraadpleegd 2026 KI verwijst naar een waarde in 1975; indexcoëfficiënt 2,2446 (2025) en 2,3 (2026)
9 Forum for the Future. 50 jaar kadastraal inkomen https://blog.forumforthefuture.be/nl/article/50-jaar-kadastraal-inkomen-het-geheim-van-de-eeuwige-fiscale-jeugd./26448 2025 Huurwaarden van 1975, perequatie van 1980, wettelijke tienjaarlijkse herziening, indexering sinds 1991
10 BISA. 2.940 gemeentelijke opcentiemen gemiddeld in Brussel https://bisa.brussels/wist-je-dat/2-940-gemeentelijke-opcentiemen-worden-gemiddeld-in-brussel-geheven-op-de-onroerende-voorheffing 2019 Brusselse OOV-opcentiemen
11 FOD Financiën. Aanslagvoeten van de gemeentebelasting, aanslagjaar 2024 https://fin.belgium.be/sites/default/files/media/documents/tarieven-gemeentebelasting-2024.pdf 2024 Officiële APB-tarieven per gemeente (0% tot 9%)
12 FOD Financiën. Open data aanslagvoet aanvullende gemeentebelasting https://financien.belgium.be/sites/default/files/Statistieken_SD/open-data/Taux_IPP_Com.xlsx aanslagjaar 2024 Mediaan 7,7% en ongewogen gemiddelde 7,5% (eigen berekening)
13 SPW Finances. Précompte immobilier https://finances.wallonie.be/home/fiscalite/precompte-immobilier.html geraadpleegd 2026 Waals basistarief 1,25%; opbrengst €1,8 mld (2022), 38,5% naar de provincies, 59% naar de gemeenten
14 FOD Financiën. Reprise du précompte immobilier par l'administration fiscale wallonne https://finances.belgium.be/fr/Actualites/region-wallonne-reprise-precompte-immobilier-par-administration-fiscale-wallonne december 2020 Inning OOV in Wallonië door SPW Fiscalité sinds 2021
15 Fiscus on Web. OV, opcentiemen provincies https://www.fiscusonweb.be/onroerende-voorheffing/tarieven/ov-3 2024 Vlaamse provinciale opcentiemen: 145,33 (Antwerpen) tot 214,52 (Limburg)
16 Eurostat. Belastingontvangsten per subsector (gov_10a_taxag) https://ec.europa.eu/eurostat/api/dissemination/statistics/1.0/data/gov_10a_taxag?geo=BE&unit=PC_GDP&unit=MIO_EUR&sector=S1314&sector=S1311&sector=S1312&sector=S1313&sector=S13&sector=S13_S212&na_item=D2_D5_D91&na_item=D2_D5_D91_D61_M_D995&na_item=D2_D5_D91_D61_M_D612_M_D614_M_D995&time=2024 2024 Belastingontvangsten Belgische lokale besturen €12,2 mld (2,0% bbp)
17 Statbel. Open data bevolking per gemeente https://statbel.fgov.be/sites/default/files/files/opendata/bevolking%20naar%20woonplaats%2C%20nationaliteit%20burgelijke%20staat%20%2C%20leeftijd%20en%20geslacht/TF_SOC_POP_STRUCT_2026.zip 1 januari 2026 Herstappe 78, Antwerpen 565.615 inwoners
18 Waarderingskamer (NL). WOZ en de gemeentebelastingen https://www.waarderingskamer.nl/woz-wijzer/uitleg-woz-waarde/gebruik-van-de-woz-waarde/woz-en-de-gemeentebelastingen geraadpleegd 2026 Nederlands WOZ-systeem
19 VNG (NL). Onroerendezaakbelastingen https://vng.nl/artikelen/onroerendezaakbelastingen geraadpleegd 2026 Nederlands OZB-systeem: tarief door de gemeenteraad, wettelijke voorschriften over grondslag, differentiatie en vrijstellingen
20 KDZ. European local government finances and local autonomy https://www.kdz.eu/en/news/blog/european-local-government-finances-and-local-autonomy geraadpleegd 2026 Nederland: 74,7% van de lokale inkomsten uit transfers (2021, OESO); Denemarken: €18.470 lokale uitgaven per inwoner (2020, Eurostat)
21 OESO. Fiscal Decentralisation Database https://www.oecd.org/en/data/datasets/oecd-fiscal-decentralisation-database.html 2023 Brondatabank voor de vergelijking van fiscale decentralisatie
22 The Local Denmark. Danish municipalities announce new tax rates for 2025 https://www.thelocal.dk/20241030/danish-municipalities-announce-new-tax-rates-for-2025 oktober 2024 98 gemeenten; jaarlijkse afspraak over een ongewijzigd totaal belastingniveau
23 PwC. Denmark: taxes on personal income https://taxsummaries.pwc.com/denmark/individual/taxes-on-personal-income 2026 Gemiddelde kommuneskat 25,049% (2026)
24 Skatteministeriet. Kommuneskatteprocenter og grundskyldspromiller, top 20, 2026 https://svmn.dk/tal-og-metode/satser/statistik-i-kommunerne/kommuneskatteprocenter-og-grundskyldspromiller-top-20-2026 2026 Kommuneskat van 23,39% (Kopenhagen) tot 26,30%; grundskyld
25 Danske Regioner / Indenrigs- og Sundhedsministeriet. The Local Government Reform in brief https://www.regioner.dk/media/2845/the-local-government-reform-in-brief.pdf 2005 Hervorming 2007: 98 gemeenten in plaats van 271, vijf regio's
26 Destatis. Gewerbesteuereinnahmen im Jahr 2024 https://www.destatis.de/DE/Presse/Pressemitteilungen/2025/08/PD25_309_713.html augustus 2025 Gewerbesteuer €75,3 mld, Grundsteuer B €15,6 mld; gemiddelde Hebesatz 409% en 506% (2024)
27 Bundesministerium der Finanzen. Fragen und Antworten zur neuen Grundsteuer https://www.bundesfinanzministerium.de/Content/DE/FAQ/faq-die-neue-grundsteuer.html geraadpleegd 2026 Nieuwe Grundsteuer sinds 1 januari 2025, herwaardering op 1 januari 2022, oude waarden van 1964 en 1935, arrest 2018, ongeveer 36 miljoen eenheden
28 NBB. De financiën van de lokale overheid in België https://www.nbb.be/doc/ts/publications/economicreview/2018/ecotijdi2018_h2.pdf juni 2018 Structurele analyse lokale financiën
29 ESTV (Zwitserse federale belastingadministratie). Steuersatz und Steuerfuss https://www.estv2.admin.ch/stp/ds/e-steuersatz-steuerfuss-de.pdf januari 2026 Gemeentelijke Steuerfuss als veelvoud van de basisbelasting, jaarlijkse vaststelling door gemeenteparlement of gemeentevergadering, referendum