HZIV (Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering): Audit
Datum: 2026-03-29 Categorie: Parastatalen Sociale Zekerheid Status-voorstel: 🟠 Hervormd: uitbouwen tot publiek basisalternatief + benchmark voor digitalisering
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
De Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV) in het Frans Caisse Auxiliaire d'Assurance Maladie-Invalidité (CAAMI). Is een openbare instelling van sociale zekerheid (OISZ/IOIZ) die dezelfde verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering aanbiedt als de private ziekenfondsen (mutualiteiten), maar dan onder publiek statuut.
Juridische basis:
- Opgericht bij Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (artikel 6)
- Huidig wettelijk kader: Wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (artikelen 2, i en 5)
- Bestuurd door een paritair Beheerscomité (werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers)
- Driejaarlijkse beheersovereenkomst met de voogdijminister
Bestuursniveau: Federaal
Personeel (2024): 374 medewerkers, waarvan 316 statutairen. Ongeveer 60 medewerkers werken in de 13 regionale kantoren als eerstelijnsdienstverlening.
Leden: De HZIV telde in augustus 2022 ongeveer 140.546 leden. Over een periode van 20 jaar steeg het ledenaantal met meer dan 50%. De magische grens van 100.000 leden werd recent overschreden, met een groei van meer dan 20% over 5 jaar. Het ledenaantal blijft gestaag groeien. Bijna 85% van de leden woont in België; de overige 15% woont voornamelijk in de EU (Frankrijk: 10.153, Spanje: 1.047, Nederland: 628). De HZIV telt leden van bijna 150 verschillende nationaliteiten.
Kantoren: 13 regionale kantoren verspreid over heel België: Antwerpen, Brussel, Brugge (West-Vlaanderen), Gent (Oost-Vlaanderen), Hasselt (Limburg), Leuven (Vlaams-Brabant), Louvain-la-Neuve (Waals-Brabant), Charleroi, Mons, Namur, Luik, Arlon (Luxemburg) en Eupen. Plus een centraal bestuur.
Budget: De HZIV ontvangt, net als de private ziekenfondsen, een vergoeding voor administratiekosten van de overheid. Het precieze bedrag is niet apart gepubliceerd in de beschikbare bronnen, maar het valt onder de totale enveloppe voor administratiekosten van alle verzekeringsinstellingen (zie 1D).
Belangrijk verschil met private ziekenfondsen:
- De HZIV vraagt geen lidgeld (mutualiteiten vragen €100-120/jaar)
- De HZIV biedt geen aanvullende verzekering aan. Enkel de wettelijk verplichte dekking
- De HZIV is levensbeschouwelijk neutraal geen zuil, geen politieke achterban
- De HZIV verwelkomt iedereen, ongeacht medisch, economisch, cultureel of filosofisch profiel
Bijzondere taken:
- Sinds 1 januari 2018: sociale ondersteuning en medische verzorging voor actieve begunstigden van de Belgische koopvaardij
- Sinds 1 mei 2017: dossiers slachtoffers van terrorisme en oorlogsslachtoffers onder het statuut van Nationale Solidariteit
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken:
- Terugbetaling van kosten voor geneeskundige verzorging (zelfde tarieven als bij private mutualiteiten. Deze worden vastgelegd door het RIZIV)
- Uitkeringen bij loonverlies door ouderschap, ziekte of invaliditeit
- Dossierbehandeling via regionale kantoren
- Sociale dienstverlening: in 2024 hadden de maatschappelijk werkers van de HZIV 8.272 contacten met verzekerden, 1.240 spreekuren, 432 afspraken en 1.140 huisbezoeken
Klanten:
- Voornamelijk burgers die géén aanvullende verzekering willen of nodig hebben
- Studenten (veel buitenlandse studenten kiezen HZIV vanwege gratis lidmaatschap)
- Expats en buitenlandse werknemers
- Mensen die bewust kiezen voor een niet-verzuilde, puur publieke instelling
- Bijna 38% van de leden heeft recht op verhoogde tegemoetkoming (wat wijst op een hoger aandeel kwetsbare profielen)
Overlap: De HZIV doet exact hetzelfde als de 5 private landsbonden (CM, Solidaris, Helan, Neutrale Ziekenfondsen, Liberale Mutualiteiten) voor wat betreft de verplichte verzekering. Er is dus volledige overlap in de kerntaak. Het verschil zit enkel in de aanvullende verzekeringen die de private fondsen wél aanbieden.
Toezicht:
- Controledienst voor de Ziekenfondsen (CDZ/OCM)
- RIZIV (Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering)
- Rekenhof (externe audit)
1C. Internationale vergelijking
Nederland. Het "nominale premie"-model (sinds 2006) Na de hervorming van 2006 werd het Nederlandse stelsel omgevormd tot een systeem met concurrerende private zorgverzekeraars, onder strikt overheidstoezicht door het Zorginstituut Nederland (voorheen CVZ). Alle verzekeraars moeten hetzelfde basispakket aanbieden. De administratiekosten in de basisverzekering bedragen slechts 3,5% van de premie-inkomsten (2014). Er is geen equivalent van de Belgische ziekenfondsenstructuur. Het Zorginstituut is de publieke waakhond, niet een aparte verzekeringsinstelling.
Duitsland. Krankenkassen Duitsland kent, net als België, een systeem van meerdere concurrerende ziekenfondsen (Krankenkassen). Maar waar België ~5 landsbonden + HZIV heeft, heeft Duitsland het aantal Krankenkassen drastisch teruggebracht van meer dan 1.000 (jaren '90) naar minder dan 100 (2024) door fusies. Dit leverde aanzienlijke schaalvoordelen op. Toch scoort Duitsland in het Commonwealth Fund-rapport 2024 lager op efficiëntie, preventie en digitalisering. Gezondheidsuitgaven: 12,7% bbp (OESO-gemiddelde: 9,2%).
Denemarken. Single payer Denemarken heeft sinds 1961 een single-payer systeem. Alle inwoners zijn automatisch verzekerd. Er zijn geen tussenpersonen zoals ziekenfondsen. De financiering verloopt via progressieve belastingen, met block grants van de nationale overheid naar regio's en gemeenten. Administratieve kosten zijn structureel lager door het ontbreken van de tussenschakel van verzekeringsinstellingen.
Zweden/Finland. Regionale single payer Vergelijkbaar met Denemarken, maar met regionale verantwoordelijkheid. Geen afzonderlijke verzekeringsinstellingen.
Conclusie internationale vergelijking: België is een uitschieter met zijn systeem van 6 verzekeringsinstellingen (5 private + 1 publieke) die allemaal exact dezelfde verplichte verzekering uitvoeren. In alle vergelijkingslanden is de verplichte verzekering óf gecentraliseerd (Scandinavië) óf uitgevoerd door concurrerende verzekeraars die op prijs en kwaliteit concurreren (Nederland). Het Belgische model combineert het slechtste van twee werelden: geen echte concurrentie (alle fondsen bieden dezelfde wettelijke terugbetaling) én geen centralisatie (dus duplicatie van administratie).
1D. Knelpunten en kritiek
Administratiekosten ziekenfondsen. Explosieve groei:
- 2023: €1.194.981.000
- 2024: €1.285.441.000 (+7,6%)
- 2025: €1.375.165.000 (+7%)
- Totale stijging in 2 jaar: +15%, ofwel meer dan €180 miljoen extra
Dit staat in schril contrast met de besparingen die aan artsen en zorgverleners worden opgelegd.
Rekenhof-audit (2017): Het Rekenhof oordeelde dat de historische financieringsformule "de financieringsbehoeften van de ziekenfondsen zeer genereus dekte" en dat er besparingen mogelijk waren door automatisering en digitalisering. Het Rekenhof stelde dat 35-40% van de gecombineerde middelen van de controlediensten specifiek besteed wordt aan toezicht op de ziekenfondsen. Een systeem om een systeem te controleren.
Politiek debat:
- N-VA en Open VLD: meest kritisch, pleiten voor fundamentele hervorming
- CD&V, Groen, sp.a, PVDA: zien verbeterpunten maar willen het systeem behouden
- Bij een publieksbevraging wilde een "overduidelijke meerderheid" de verzuilde ziekenfondsen afschaffen
- De Arizona-regering (2024-) legt een lineaire besparing van €150 miljoen op en wil ziekenfondsen "heroriënteren naar hun kerntaak"
Financiële verantwoordelijkheid: Slechts 10% van de administratiekosten is variabel (afhankelijk van prestaties). De echte "responsabilisering" bedraagt amper 1,8% van het totale budget. Dit betekent dat ziekenfondsen nauwelijks financieel worden afgerekend op hun prestaties.
De positie van HZIV in dit geheel: De HZIV bewijst eigenlijk het punt dat de verplichte verzekering perfect kan functioneren zonder verzuilde structuur, zonder lidgeld, en zonder aanvullende producten. Het feit dat de HZIV groeit (>50% in 20 jaar) terwijl het géén marketingbudget en géén aanvullende verzekering aanbiedt, suggereert dat steeds meer burgers de meerwaarde van de private fondsen in vraag stellen.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ✅ | De verplichte ziekteverzekering is terecht een federale bevoegdheid. Sociale zekerheid vereist solidariteit op nationaal niveau. De HZIV zit op het juiste niveau. |
| 2 | Transparantie | ⚠️ | De HZIV is als publieke instelling transparanter dan de private fondsen (geen commerciële belangen, publiek jaarverslag). Maar het bredere systeem is ondoorzichtig: de burger begrijpt niet waarom 6 instellingen hetzelfde doen. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | Klassiek probleem in het ziekenfondsenlandschap: de fondsen besteden het geld, maar innen het niet zelf. De "responsabilisering" bedraagt amper 1,8% van het budget. Geen echte fiscal accountability. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | 5 private landsbonden + HZIV + RIZIV als overkoepeling + CDZ als controledienst + DAC + DGEC. Een kafkaiaans systeem om een identieke dienst te verlenen. De burger moet kiezen tussen 6 instellingen die exact dezelfde verplichte terugbetaling geven. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | De HZIV is met ~140.000 leden relatief klein vergeleken met CM (4,6 miljoen) of Solidaris (3,3 miljoen). Dit beperkt schaalvoordelen. Maar het bewijs levert de HZIV wel: het functioneert met 374 personeelsleden zonder lidgeld. De private fondsen zijn groot genoeg qua schaal, maar gebruiken die schaal niet voor efficiëntie. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ❌ | Er is géén echte concurrentie. Alle fondsen geven exact dezelfde wettelijke terugbetaling. De "concurrentie" zit enkel in de aanvullende verzekeringen. Een oneigenlijk argument om het systeem te rechtvaardigen. |
| 7 | Resultaatgericht | ❌ | De administratiekosten stijgen met 15% in 2 jaar, terwijl de dienstverlening grotendeels dezelfde blijft. Slechts 10% van de financiering is prestatieafhankelijk. Het Rekenhof stelt vast dat er nauwelijks wordt afgerekend op resultaat. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | De HZIV heeft stappen gezet naar digitalisering (online dossiers, e-contact). Maar het bredere systeem hinkt achterop: de hervormingswet van Vandenbroucke erkent dat burgers nog steeds fysiek naar het ziekenfonds moeten met papieren documenten. Het once-only-principe is ver weg. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Geen enkel vergelijkbaar land heeft een systeem waarbij 6 verzekeringsinstellingen exact dezelfde verplichte verzekering uitvoeren. Nederland centraliseerde (Zorginstituut), Duitsland fuseerde (van 1.000+ naar <100 Krankenkassen), Scandinavië heeft single payer. België is een anomalie. |
Synthesescore: 1✅ · 3⚠️ · 5❌
Grootste winst te boeken bij:
- Eenvoud het hele tussenniveau van verzuilde fondsen is voor de verplichte verzekering overbodig
- Resultaatgericht de administratiekosten moeten gekoppeld worden aan meetbare prestaties
- Internationaal bewezen het Nederlandse of Scandinavische model levert betere resultaten tegen lagere kosten
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Hervormd De HZIV wordt het model voor de toekomstige publieke ziekteverzekering
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
De verplichte ziekteverzekering wordt volledig publiek uitgevoerd naar het model van de huidige HZIV, maar dan opgeschaald naar de volledige bevolking. Het RIZIV bepaalt (zoals nu) de tarieven en het basispakket. Eén publieke uitvoeringsinstelling verwerkt alle terugbetalingen digitaal.
De private ziekenfondsen worden heroriënteerd ze verliezen hun rol als uitvoerder van de verplichte verzekering. Ze kunnen zich volledig richten op de aanvullende verzekeringen, waar wél echte concurrentie mogelijk en wenselijk is. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse model waar de basisverzekering gestandaardiseerd is en concurrentie plaatsvindt op de aanvullende pakketten.
Digitaal-eerst alle terugbetalingen verlopen automatisch via het eHealth-platform en de KSZ (Kruispuntbank Sociale Zekerheid). De burger hoeft niets meer in te dienen. Het once-only-principe wordt wettelijk verankerd.
13 regionale kantoren blijven als fysiek vangnet voor wie digitaal niet meekan. Maar het gros van de dienstverlening is digitaal.
Internationaal model: Mix van Nederland (scheiding basis/aanvullend) en Denemarken (publieke uitvoering basis).
Geschatte besparing:
- De totale administratiekosten voor de verplichte verzekering bedragen ~€1,375 miljard (2025).
- Een gecentraliseerde, digitale uitvoering à la HZIV-model zou deze kosten met 20-33% kunnen drukken. Dat is €250-450 miljoen per jaar. (Een volledige 30-40% reductie is ambitieus gezien de transitieperiode; de onderkant reflecteert een realistischer digitaliseringsscenario.)
- De HZIV bedient ~140.000 leden met 374 medewerkers. CM bedient ~4,6 miljoen leden met naar schatting vele duizenden medewerkers. De verhouding is niet lineair, maar de HZIV bewijst dat het met significant minder overhead kan.
- Extra besparing door het wegvallen van de controlediensten die specifiek de ziekenfondsen controleren (35-40% van CDZ/DAC/DGEC-budget).
Implementatiepad:
- Jaar 1-2: Wettelijk kader aanpassen. HZIV omvormen tot Nationaal Zorgverzekeringsfonds (NZF). Digitale infrastructuur uitbouwen op basis van eHealth/KSZ.
- Jaar 3-4: Verplichte verzekering gefaseerd overhevelen van private fondsen naar NZF. Private fondsen behouden hun aanvullende verzekeringen.
- Jaar 5: Volledige operationalisering. Private fondsen functioneren enkel nog als aanbieders van aanvullende verzekeringen (hospitalisatie, tandzorg, etc.).
Vereiste wetswijzigingen:
- Wet van 14 juli 1994 (ZIV-wet): fundamentele herziening
- Wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen: aanpassing rol
- Organieke wet HZIV: uitbreiding mandaat
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
HZIV (Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering): Hervormd De HZIV wordt het model voor één publieke basisverzekering. De verplichte ziekteverzekering gaat naar één digitaal nationaal fonds. Private ziekenfondsen focussen voortaan op aanvullende verzekeringen waar echte concurrentie wél zin heeft.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
België heeft zes verzekeringsinstellingen die exact dezelfde verplichte ziekteverzekering uitvoeren: vijf private landsbonden (CM, Solidaris, Helan, Neutrale en Liberale Mutualiteiten) en één publieke. De HZIV. Het RIZIV bepaalt de tarieven, dus elke instelling betaalt exact dezelfde bedragen terug. Samen ontvangen deze instellingen jaarlijks €1,375 miljard aan administratiekosten van de overheid (2025). De HZIV is de enige die géén lidgeld vraagt en géén aanvullende verzekering aanbiedt. Ze heeft circa 140.000 leden en 374 medewerkers.
Wat er mis gaat
Zes instellingen die identiek hetzelfde doen. Dat is als zes postbodes die dezelfde brief bezorgen en allemaal apart betaald worden. De administratiekosten stegen met 15% in twee jaar tijd (van €1,195 naar €1,375 miljard), terwijl artsen en zorgverleners moeten besparen. Het Rekenhof stelde al in 2017 vast dat de financiering "zeer genereus" was en dat digitalisering forse besparingen kon opleveren. Toch is er nauwelijks veranderd. De ziekenfondsen worden amper afgerekend op prestaties: slechts 1,8% van hun budget hangt af van resultaten. Ondertussen gaat 35-40% van de middelen van de controlediensten naar het controleren van de ziekenfondsen zelf. Een systeem om het systeem te bewaken.
Het bestaan van de HZIV bewijst eigenlijk het kernprobleem: als één publieke instelling zonder lidgeld, zonder marketing en zonder aanvullende producten dezelfde verplichte terugbetalingen kan uitvoeren én daarbij al 20 jaar gestaag groeit, waarom betalen we dan zes keer voor dezelfde dienst?
Hoe het elders werkt
Nederland scheidde in 2006 de verplichte basisverzekering van de aanvullende verzekeringen. Alle verzekeraars moeten hetzelfde basispakket aanbieden. Het Zorginstituut Nederland bewaakt de kwaliteit en het pakket. Administratiekosten in de basisverzekering: slechts 3,5% van de premie-inkomsten. Duitsland bracht het aantal ziekenfondsen (Krankenkassen) terug van meer dan 1.000 in de jaren '90 naar minder dan 100 vandaag. Puur door fusies en schaalvergroting. Denemarken en Zweden hebben helemaal geen tussenschakel: de verplichte verzekering wordt rechtstreeks door de overheid uitgevoerd, gefinancierd via belastingen.
Wat HART voorstelt
We bouwen de HZIV om tot een Nationaal Zorgverzekeringsfonds (NZF) dat de volledige verplichte ziekteverzekering digitaal uitvoert voor alle Belgen. Eén systeem, één loket, volledig geautomatiseerd via het bestaande eHealth-platform en de Kruispuntbank. De burger hoeft niets meer in te dienen. Terugbetalingen gebeuren automatisch. Dertien regionale kantoren blijven open als fysiek vangnet.
De private ziekenfondsen verliezen hun rol bij de verplichte verzekering, maar krijgen de ruimte om zich te specialiseren in aanvullende verzekeringen hospitalisatie, tandzorg, alternatieve therapie, etc. Daar is echte concurrentie wél zinvol en wenselijk. Zo scheiden we wat publiek moet zijn (de basisverzekering) van wat privaat kan zijn (de aanvullende diensten).
Wat het oplevert
- €250-450 miljoen besparing per jaar op administratiekosten door centralisering en digitalisering
- Eenvoud voor de burger: geen keuze meer tussen zes instellingen die hetzelfde doen, geen papierwerk meer
- Eerlijker systeem: de 38% HZIV-leden die recht hebben op verhoogde tegemoetkoming toont dat kwetsbare groepen vaker naar het publieke fonds gaan. In het nieuwe systeem krijgt iedereen dezelfde publieke basisdienst
- Snellere terugbetalingen: automatische verwerking in plaats van handmatige dossierbehandeling
- Transparantie: één instelling, één budget, duidelijke verantwoording aan het parlement
- Minder bureaucratie: de controlediensten die nu 35-40% van hun middelen besteden aan het controleren van ziekenfondsen kunnen afgebouwd worden
- Behoud van keuze: wie extra dekking wil, kiest vrij een aanvullende verzekering bij een privaat fonds
Fase 5: Bronnenlijst
Synthese
De HZIV is paradoxaal genoeg het beste argument voor haar eigen uitbreiding. Als kleine, publieke instelling zonder lidgeld, zonder verzuiling en zonder aanvullende producten levert ze exact dezelfde verplichte verzekering als fondsen die tien keer groter zijn én meer dan een miljard euro aan administratiekosten ontvangen. De constante ledengroei bewijst dat burgers steeds vaker de toegevoegde waarde van het verzuilde systeem in vraag stellen.
Het HART-voorstel is niet om de ziekenfondsen te vernietigen, maar om ze te bevrijden: laat de verplichte verzekering over aan één efficiënte publieke instelling (gemodelleerd naar de HZIV), en laat de private fondsen concurreren waar concurrentie zin heeft. Bij de aanvullende verzekeringen. Geschatte besparing: €250-450 miljoen per jaar. Internationaal bewezen in Nederland, Duitsland (schaalvergroting) en Scandinavië (publieke uitvoering).