HZIV (Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering): Audit
Datum: 2026-03-29 Categorie: Parastatalen Sociale Zekerheid Status-voorstel: 🟠 Hervormd: opgaan in het Belgisch Zorginstituut als kern van de publieke uitvoering van de verplichte ziekteverzekering
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
De Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV), in het Frans Caisse Auxiliaire d'Assurance Maladie-Invalidité (CAAMI), is een openbare instelling van sociale zekerheid (OISZ/IOIZ) die dezelfde verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering aanbiedt als de private ziekenfondsen (mutualiteiten), maar dan onder publiek statuut.
Juridische basis:
- Opgericht bij Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (artikel 6)
- Huidig wettelijk kader: Wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (artikelen 2, i en 5)
- Bestuurd door een paritair Beheerscomité (werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers)
- Driejaarlijkse beheersovereenkomst met de voogdijminister
Bestuursniveau: Federaal
Personeel (2024): 374 medewerkers, waarvan 316 statutairen. Ongeveer 60 medewerkers helpen in de regionale kantoren de verzekerden in de eerste lijn.
Leden: Op 31 december 2024 telde de HZIV 166.978 leden, 6,1% meer dan een jaar eerder. In 2013 waren het er nog 86.812: het ledenaantal is op elf jaar bijna verdubbeld, en de grens van 100.000 leden werd in 2017 overschreden. Bijna 85% van de leden woont in België; de overige 15% woont voornamelijk in de EU (Frankrijk: 10.153, Spanje: 1.047, Nederland: 628). De HZIV telt leden van bijna 150 verschillende nationaliteiten.
Kantoren: 14 kantoren (Aarlen, Antwerpen, Bergen, Brugge, Brussel, Charleroi, Eupen, Gent, Hasselt, Leuven, Louvain-la-Neuve, Luik, Malmedy en Namen), 6 bijkantoren (Doornik, Kortrijk, Maasmechelen, Moeskroen, Oostende, Sankt-Vith) en 3 permanenties (Aalst, Sint-Niklaas, Zottegem). Plus een centraal bestuur in Brussel.
Budget: De HZIV ontvangt, net als de landsbonden, een vergoeding voor administratiekosten uit de begroting van de verplichte ziekteverzekering: €38 miljoen in de RIZIV-begroting 2026, op een totaal van €1,53 miljard voor alle verzekeringsinstellingen (zie 1D).
Belangrijk verschil met private ziekenfondsen:
- De HZIV vraagt geen lidgeld (de ziekenfondsen vragen ongeveer €110 tot €130 per jaar, 2026)
- De HZIV biedt geen aanvullende verzekering aan, enkel de wettelijk verplichte dekking
- De HZIV is levensbeschouwelijk neutraal: geen zuil, geen politieke achterban
- De HZIV verwelkomt iedereen, ongeacht medisch, economisch, cultureel of filosofisch profiel
Bijzondere taken:
- Sinds 1 januari 2018: sociale ondersteuning en medische verzorging voor actieve begunstigden van de Belgische koopvaardij
- Sinds 1 mei 2017: dossiers slachtoffers van terrorisme en oorlogsslachtoffers onder het statuut van Nationale Solidariteit
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken:
- Terugbetaling van kosten voor geneeskundige verzorging (zelfde tarieven als bij de private ziekenfondsen; die worden vastgelegd door het RIZIV)
- Uitkeringen bij loonverlies door ouderschap, ziekte of invaliditeit
- Dossierbehandeling via de gewestelijke diensten en kantoren
- Sociale dienstverlening: in 2024 hadden de sociaal assistenten van de HZIV 8.272 contacten met verzekerden, hielden ze 1.240 permanenties, kwamen ze 432 afspraken na en deden ze 1.140 huisbezoeken
Klanten (2024):
- Burgers die geen aanvullende verzekering willen of nodig hebben, en mensen die bewust kiezen voor een niet-verzuilde, puur publieke instelling
- Verzekerden die in het buitenland wonen, zoals inkomende grensarbeiders en gepensioneerden (15% van de leden), en in België wonende verzekerden van een buitenlands stelsel
- Bijzondere groepen waarvoor de HZIV een specifieke opdracht heeft, zoals 5.539 verzekerde gedetineerden en 2.675 zeevarenden
- Bijna 38% van de leden heeft recht op verhoogde tegemoetkoming (wat wijst op een hoger aandeel kwetsbare profielen)
Overlap: De HZIV doet exact hetzelfde als de 5 landsbonden (christelijke, socialistische, onafhankelijke, neutrale en liberale ziekenfondsen) en de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail voor wat betreft de verplichte verzekering. Er is dus volledige overlap in de kerntaak. Het verschil zit enkel in de aanvullende verzekeringen die de private fondsen wél aanbieden.
Toezicht:
- Controledienst voor de Ziekenfondsen (CDZ/OCM)
- RIZIV (Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering)
- Rekenhof (externe audit)
1C. Internationale vergelijking
Nederland. Eén wettelijke basisverzekering (sinds 2006) Met de Zorgverzekeringswet (in werking sinds 1 januari 2006) maakten de ziekenfondsverzekering en de meeste private polissen plaats voor één verplichte basisverzekering, uitgevoerd door private zorgverzekeraars. De overheid bepaalt het basispakket, op advies van het Zorginstituut Nederland (voorheen CVZ). Verzekeraars moeten iedereen accepteren voor de basisverzekering en mogen de premie niet laten afhangen van leeftijd of gezondheid, maar ze concurreren wel op premie en polisvoorwaarden. De aanvullende verzekering is vrij. Het Zorginstituut is pakketbeheerder, geen verzekeringsinstelling.
Duitsland. Krankenkassen Duitsland kent, net als België, een systeem van meerdere ziekenfondsen (Krankenkassen), maar die concurreren met een eigen aanvullende bijdrage (Zusatzbeitrag). Door fusies daalde hun aantal van 1.221 (begin 1993) naar 93 (1 januari 2026). Gezondheidsuitgaven: 12,3% van het bbp (2024; OESO-gemiddelde 9,3%).
Denemarken. Single payer Denemarken schafte de ziekenfondsen af in 1973. Sindsdien wordt de zorg gefinancierd uit belastingen en zijn alle inwoners automatisch gedekt. Er is geen tussenschakel van verzekeringsinstellingen.
Zweden/Finland. Regionale organisatie Vergelijkbaar met Denemarken, maar met regionale verantwoordelijkheid. Geen concurrerende ziekenfondsen.
Estland. Eén publieke verzekeraar De Tervisekassa organiseert de verplichte, solidaire ziekteverzekering voor het hele land, zonder tussenschakels.
Conclusie internationale vergelijking: België is een uitschieter met zijn 7 verzekeringsinstellingen (5 landsbonden, de HZIV en de Kas van HR Rail) die allemaal exact dezelfde verplichte verzekering uitvoeren. In de vergelijkingslanden is de verplichte verzekering óf in één publieke hand (Scandinavië, Estland) óf uitgevoerd door verzekeraars die op prijs concurreren (Nederland, Duitsland). Het Belgische model combineert het slechtste van twee werelden: geen echte concurrentie (alle fondsen bieden dezelfde wettelijke terugbetaling) én geen centralisatie (dus duplicatie van administratie).
1D. Knelpunten en kritiek
Administratiekosten ziekenfondsen. Snelle groei:
- Vergoeding voor de vijf landsbonden (bij de vaststelling per jaar): €1.194.981.000 (2023), €1.285.441.000 (2024, +7,6%), €1.375.165.000 (2025, +7%)
- Totale stijging in 2 jaar: +15%, ofwel meer dan €180 miljoen extra
- RIZIV-begroting 2025 (5de herziening): €1,39 miljard voor de vijf landsbonden, €1,48 miljard voor alle verzekeringsinstellingen samen; begroting 2026: €1,53 miljard (waarvan landsbonden €1,43 miljard, HZIV €38 miljoen, Kas van HR Rail €25 miljoen)
Die stijging kwam er in een periode waarin van artsen en zorgverleners besparingen werden gevraagd.
Rekenhof-audit (2017): Het Rekenhof stelde vast dat de ziekenfondsen tussen 2002 en 2011 een overschot van €235,3 miljoen (2,55% van de toegekende middelen) overhielden, "een aanwijzing dat het forfait in het verleden hun financieringsbehoeften ruimschoots dekte". Het vroeg om de impact van de voortschrijdende informatisering en digitalisering op de kostenstructuur, en dus op de financieringsbehoeften, te onderzoeken. Over de prestatie-evaluatie merkte het Rekenhof op dat ze "de inzet van aanzienlijke middelen bij de Controledienst, het RIZIV en de landsbonden vergt", terwijl het onzeker is of ze het beheer verbetert. Een systeem om een systeem te controleren.
Politiek debat:
- De rol van de ziekenfondsen komt in elk debat over de gezondheidszorg terug: sommige partijen pleiten voor een fundamentele hervorming, andere willen het systeem behouden met verbeteringen
- Op een verkiezingsdebat over gezondheidszorg (2019) wilde een "overduidelijke meerderheid in het auditorium" de verzuilde ziekenfondsen weg
Financiële verantwoordelijkheid: Slechts een deel van de vergoeding voor administratiekosten is variabel en hangt af van een evaluatie van het beheer door het RIZIV en de Controledienst: 10% tot 2018, sinds 2022 20%. In de praktijk kregen de landsbonden over 2004-2014 gemiddeld 97,4% van dat variabele deel: amper €2,5 miljoen per jaar, of 0,24% van de enveloppe, werd ingehouden. Dit betekent dat ziekenfondsen nauwelijks financieel worden afgerekend op hun prestaties.
De positie van HZIV in dit geheel: De HZIV bewijst dat de verplichte verzekering perfect kan functioneren zonder verzuilde structuur, zonder lidgeld en zonder aanvullende producten. Ze is wel niet goedkoper per lid: in 2026 krijgt ze €38 miljoen voor ongeveer 167.000 leden, terwijl de landsbonden €1,43 miljard krijgen voor ruim 11 miljoen leden (ledental eind 2022). Haar kleine schaal en haar kwetsbaardere ledenprofiel wegen door. De winst zit dus niet in het kopiëren van de HZIV zoals ze is, maar in één publieke uitvoerder met de schaal van het hele land en volledig geautomatiseerde verwerking. Een deel van de ledengroei komt uit bijzondere opdrachten (gedetineerden, zeevarenden) en uit de komst van ontheemden uit Oekraïne (12.905 Oekraïense leden in 2024); een ander deel komt van mensen die bewust voor een neutrale, publieke instelling kiezen.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ✅ | De verplichte ziekteverzekering is terecht een federale bevoegdheid. Sociale zekerheid vereist solidariteit op nationaal niveau. De HZIV zit op het juiste niveau. |
| 2 | Transparantie | ⚠️ | De HZIV is als publieke instelling transparanter dan de private fondsen (geen commerciële belangen, publiek jaarverslag). Maar het bredere systeem is ondoorzichtig: de burger begrijpt niet waarom 7 instellingen hetzelfde doen. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | Klassiek probleem in het ziekenfondsenlandschap: de fondsen besteden het geld, maar innen het niet zelf. Van het variabele deel van hun vergoeding (toen 10%, sinds 2022 20%) werd over 2004-2014 amper 0,24% van de enveloppe ingehouden. Geen echte fiscal accountability. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | 5 landsbonden + HZIV + Kas van HR Rail + RIZIV als overkoepeling + CDZ als controledienst + DAC + DGEC. Een kafkaiaans systeem om een identieke dienst te verlenen. De burger kiest tussen instellingen die exact dezelfde verplichte terugbetaling geven. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | De HZIV is met ongeveer 167.000 leden (2024) klein vergeleken met CM (4,6 miljoen) of Solidaris (3,3 miljoen, beide eind 2022). Dat beperkt haar schaalvoordelen: per lid krijgt ze meer administratiekosten dan de landsbonden. Ze bewijst wel dat een publieke, neutrale uitvoerder zonder lidgeld werkt. De private fondsen zijn groot genoeg qua schaal, maar vijf parallelle structuren benutten die schaal niet ten volle. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ❌ | Er is géén echte concurrentie. Alle fondsen geven exact dezelfde wettelijke terugbetaling. De "concurrentie" zit enkel in de aanvullende verzekeringen. Een oneigenlijk argument om het systeem te rechtvaardigen. |
| 7 | Resultaatgericht | ❌ | De vergoeding voor de landsbonden steeg met 15% in 2 jaar (2023-2025), terwijl de dienstverlening grotendeels dezelfde blijft. Slechts een vijfde van de vergoeding (20%, sinds 2022) is prestatieafhankelijk, en over 2004-2014 werd dat deel gemiddeld voor 97,4% uitgekeerd. Het Rekenhof stelt vast dat er nauwelijks wordt afgerekend op resultaat. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | De HZIV heeft stappen gezet naar digitalisering (online dossiers, e-contact). Maar het bredere systeem hinkt achterop: getuigschriften en ziektebriefjes verlopen nog deels op papier. Het once-only-principe is ver weg. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Geen enkel vergelijkbaar land laat 7 instellingen exact dezelfde verplichte verzekering uitvoeren zonder dat ze op prijs concurreren. Nederland en Duitsland laten verzekeraars concurreren op premie (Duitsland fuseerde van 1.221 naar 93 Krankenkassen), Scandinavië en Estland hebben één publieke betaler. België is een anomalie. |
Synthesescore: 1✅ · 3⚠️ · 5❌
Grootste winst te boeken bij:
- Eenvoud: het hele tussenniveau van verzuilde fondsen is voor de verplichte verzekering overbodig
- Resultaatgericht: de uitvoering moet gekoppeld worden aan meetbare prestaties en een publiek budget
- Internationaal bewezen: Denemarken en Estland tonen dat één publieke betaler werkt, zonder tussenschakel
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Hervormd: de HZIV gaat op in het Belgisch Zorginstituut en wordt de kern van de publieke uitvoering van de verplichte ziekteverzekering
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
De verplichte ziekteverzekering wordt volledig publiek uitgevoerd door het Belgisch Zorginstituut, dat samen met de Belgische Zorgautoriteit de taken van het RIZIV overneemt. De HZIV gaat met haar personeel, kantoren en ervaring op in het Zorginstituut en vormt de kern van zijn uitvoeringsdienst, opgeschaald naar de volledige bevolking. Eén publieke uitvoerder verwerkt alle terugbetalingen digitaal. De Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail volgt dezelfde weg.
De private ziekenfondsen worden ontzuild en heroriënteerd: ze verliezen hun rol als uitvoerder van de verplichte verzekering en hun stemrecht in de beslissingsorganen. Ze kunnen zich volledig richten op de aanvullende verzekeringen, waar wél echte concurrentie mogelijk en wenselijk is, onder dezelfde regels en hetzelfde toezicht als private verzekeraars.
Digitaal-eerst: alle terugbetalingen verlopen automatisch via e-facturatie, het eHealth-platform en de KSZ (Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid). De burger hoeft niets meer in te dienen. Het once-only-principe wordt wettelijk verankerd.
De kantoren van de HZIV blijven als fysiek loket van het Zorginstituut voor wie digitaal niet meekan. Maar het gros van de dienstverlening is digitaal.
Internationaal model: Denemarken en Estland (één publieke uitvoerder van de verplichte verzekering), met vrije aanvullende verzekeringen zoals in Nederland.
Geschatte besparing (HART-raming):
- De vergoeding voor administratiekosten van alle verzekeringsinstellingen bedraagt €1,48 miljard (2025), waarvan €1,39 miljard voor de vijf landsbonden; in 2026 is dat €1,53 miljard.
- Eén gecentraliseerde, geautomatiseerde uitvoering kan deze kosten met ongeveer 17-30% drukken, na aftrek van de kost van de uitvoeringsdienst van het Zorginstituut. Dat is €250-450 miljoen per jaar op kruissnelheid. De taken zelf (terugbetalingen, uitkeringen, adviserende artsen, sociale dienst) blijven bestaan; de winst komt uit schaal, automatisering en het wegvallen van vijf parallelle structuren.
- Een deel daarvan zit al in het bestaande beleid: het ontwerp van kaderwet (2025) voorziet een responsabilisering van de verzekeringsinstellingen op hun administratiekosten van €25 miljoen in 2026, oplopend tot €100 miljoen in 2029. Bovenop dat pad blijft €150-425 miljoen per jaar; dat bedrag telt mee in het besparingstotaal van de staatshervorming.
- De HZIV zelf is per lid niet goedkoper dan de landsbonden (zie 1D); het model is niet de HZIV zoals ze is, opgeschaald, maar één publieke uitvoerder met de schaal van het hele land.
- Het toezicht van de Controledienst op de ziekenfondsen als uitvoerders van de verplichte verzekering valt weg. Die besparing is niet becijferd en niet meegeteld.
Implementatiepad:
- Jaar 1-2: Wettelijk kader aanpassen. HZIV onderbrengen in het Belgisch Zorginstituut als kern van zijn uitvoeringsdienst. Digitale infrastructuur uitbouwen op basis van eHealth/KSZ.
- Jaar 3-4: Verplichte verzekering gefaseerd overhevelen van de ziekenfondsen naar het Zorginstituut, met hertewerkstelling van personeel. Private fondsen behouden hun aanvullende verzekeringen.
- Jaar 5: Volledige operationalisering. Private fondsen functioneren enkel nog als aanbieders van aanvullende verzekeringen (hospitalisatie, tandzorg, etc.).
Vereiste wetswijzigingen:
- Wet van 14 juli 1994 (ZIV-wet): fundamentele herziening
- Wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen: aanpassing rol
- Artikel 5 van de ZIV-wet (HZIV): opname in het Belgisch Zorginstituut
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
HZIV (Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering): Hervormd De HZIV wordt de kern van één publieke basisverzekering. De verplichte ziekteverzekering gaat naar één digitale uitvoerder: het Belgisch Zorginstituut. Private ziekenfondsen focussen voortaan op aanvullende verzekeringen waar echte concurrentie wél zin heeft.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
België heeft zeven verzekeringsinstellingen die exact dezelfde verplichte ziekteverzekering uitvoeren: vijf landsbonden (christelijke, socialistische, onafhankelijke, neutrale en liberale ziekenfondsen), de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail en één publieke: de HZIV. Het RIZIV bepaalt de tarieven, dus elke instelling betaalt exact dezelfde bedragen terug. Samen ontvingen deze instellingen in 2025 €1,48 miljard aan administratiekosten uit de ziekteverzekering, in 2026 €1,53 miljard. De HZIV is de enige die géén lidgeld vraagt en géén aanvullende verzekering aanbiedt. Ze telde eind 2024 bijna 167.000 leden en 374 medewerkers.
Wat er mis gaat
Zeven instellingen die identiek hetzelfde doen. Dat is als zeven postbodes die dezelfde brief bezorgen en allemaal apart betaald worden. De vergoeding voor de vijf landsbonden steeg met 15% in twee jaar tijd (van €1,195 miljard in 2023 naar €1,375 miljard in 2025). Het Rekenhof stelde al in 2017 vast dat de vergoeding de financieringsbehoeften van de ziekenfondsen in het verleden "ruimschoots dekte". De ziekenfondsen worden amper afgerekend op prestaties: slechts een vijfde van hun vergoeding (sinds 2022; daarvoor 10%) hangt af van een evaluatie, en over 2004-2014 werd dat variabele deel gemiddeld voor 97,4% uitgekeerd. Ondertussen vergt die evaluatie volgens het Rekenhof "aanzienlijke middelen" bij de Controledienst, het RIZIV en de landsbonden. Een systeem om het systeem te bewaken.
Het bestaan van de HZIV toont het kernprobleem: als één publieke instelling zonder lidgeld, zonder zuil en zonder aanvullende producten dezelfde verplichte terugbetalingen kan uitvoeren én haar ledenaantal sinds 2013 bijna verdubbelde, waarom betalen we dan zeven keer voor dezelfde dienst?
Hoe het elders werkt
Denemarken schafte de ziekenfondsen af in 1973: de zorg wordt sindsdien uit belastingen betaald en alle inwoners zijn automatisch gedekt, zonder tussenschakel. Estland heeft één publieke ziekteverzekeraar, de Tervisekassa. Duitsland bracht het aantal ziekenfondsen (Krankenkassen) terug van 1.221 in 1993 naar 93 in 2026, door fusies en schaalvergroting. Nederland voerde in 2006 één wettelijke basisverzekering in: de overheid bepaalt het pakket, verzekeraars moeten iedereen accepteren en concurreren op premie. De aanvullende verzekering is vrij.
Wat HART voorstelt
De HZIV gaat op in het Belgisch Zorginstituut en vormt de kern van zijn uitvoeringsdienst, die de volledige verplichte ziekteverzekering digitaal uitvoert voor alle Belgen. Eén systeem, één loket, volledig geautomatiseerd via e-facturatie, het bestaande eHealth-platform en de Kruispuntbank. De burger hoeft niets meer in te dienen. Terugbetalingen gebeuren automatisch. De kantoren van de HZIV blijven open als fysiek vangnet.
De private ziekenfondsen worden ontzuild en verliezen hun rol bij de verplichte verzekering, maar krijgen de ruimte om zich te specialiseren in aanvullende verzekeringen: hospitalisatie, tandzorg, alternatieve therapie, etc. Daar is echte concurrentie wél zinvol en wenselijk, onder dezelfde regels als voor private verzekeraars. Zo scheiden we wat publiek moet zijn (de basisverzekering) van wat privaat kan zijn (de aanvullende diensten).
Wat het oplevert
- €250-450 miljoen besparing per jaar op administratiekosten door centralisering en automatisering
- Eenvoud voor de burger: geen keuze meer tussen instellingen die hetzelfde doen, geen papierwerk meer
- Eerlijker systeem: bijna 38% van de HZIV-leden heeft recht op verhoogde tegemoetkoming, wat toont dat kwetsbare groepen vaker naar het publieke fonds gaan. In het nieuwe systeem krijgt iedereen dezelfde publieke basisdienst
- Snellere terugbetalingen: automatische verwerking in plaats van handmatige dossierbehandeling
- Transparantie: één instelling, één budget, duidelijke verantwoording aan het parlement
- Minder bureaucratie: het toezicht op zeven parallelle uitvoerders valt weg; de aanvullende verzekeringen vallen onder het gewone toezicht op verzekeraars
- Behoud van keuze: wie extra dekking wil, kiest vrij een aanvullende verzekering bij een privaat fonds
Fase 5: Bronnenlijst
| Bron | URL | Gebruikt voor |
|---|---|---|
| FOD Sociale Zekerheid. HZIV-profiel | https://socialsecurity.belgium.be/nl/netwerk/hulpkas-voor-ziekte-en-invaliditeitsverzekering-hziv | Status als openbare instelling van sociale zekerheid, beheerscomité |
| CAAMI-HZIV. Over ons | https://www.caami-hziv.fgov.be/en/members/about-caami-hziv | Missie, beheerscomité, driejaarlijkse beheersovereenkomst, bijzondere taken (2017, 2018) |
| HZIV Jaarverslag 2024 | https://www.caami-hziv.fgov.be/nl/leden/system/files?file=annual-reports/Jaarverslag%202024%20light.pdf | Personeel (374, waarvan 316 statutairen), leden (166.978 op 31/12/2024, reeks sinds 2013), ledenprofiel, verhoogde tegemoetkoming, sociale dienst |
| HZIV. Kantorenkaart | https://www.caami-hziv.fgov.be/nl/leden/map | 14 kantoren, 6 bijkantoren, 3 permanenties |
| Wet van 14 juli 1994. ZIV-wet (art. 2, i en art. 5) | https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1994071438&table_name=wet | Verzekeringsinstellingen, HZIV opgericht bij artikel 6 van de besluitwet van 28 december 1944 |
| Controledienst voor de ziekenfondsen. Landsbonden | https://ocm-cdz.be/nl/particulieren/structuur-van-de-sector/landsbonden | Vijf landsbonden, HZIV en Kas HR Rail: zeven verzekeringsinstellingen |
| RIZIV. Begroting ZIV 2025 en 2026 | https://www.riziv.fgov.be/SiteCollectionDocuments/begroting2026.xlsx | Administratiekosten 2025 (€1,48 mld, landsbonden €1,39 mld) en 2026 (€1,53 mld, HZIV €38 mln) |
| De Specialist. Administratiekosten ziekenfondsen | https://www.despecialist.eu/nl/nieuws/beroepsnieuws/bijna-1-2-miljard-administratiekosten-ziekenfondsen.html | Vergoeding 2023: €1,195 mld, ledenaantallen per landsbond (31/12/2022) |
| Medi-Sfeer. +15% administratiekosten (2025) | https://www.medi-sfeer.be/nl/nieuws/mutualiteiten-krijgen-op-twee-jaar-tijd-15-meer-voor-administratiekosten.html | Stijging 2023-2025: €1,195 → €1,375 mld; responsabilisering op de administratiekosten volgens het ontwerp van kaderwet: €25 mln (2026) tot €100 mln (2029) |
| Rekenhof. Vergoeding administratiekosten ziekenfondsen (2017) | https://www.ccrek.be/sites/default/files/Docs/2017_01_VergoedingAdministratiekostenZiekenfondsen.pdf | Overschot 2002-2011 ("ruimschoots"), variabel deel van 10% en 97,4% uitgekeerd (2004-2014), digitalisering |
| RIZIV. Actieplan handhaving in de gezondheidszorg 2026-2030 (december 2025) | https://www.riziv.fgov.be/SiteCollectionDocuments/actieplan_handhaving_gezondheidszorg_2026_2030.doc | Sinds 2022 is 20% van de vergoeding voor administratiekosten variabel |
| Controledienst voor de ziekenfondsen. Jaarverslag 2022 | https://ocm-cdz.be/sites/default/files/report/file/OCM%20CDZ%20JAARVERSLAG%202022_NL%205_0.pdf | Variabel deel: 10% tot evaluatiejaar 2018, daarna +2,5 punt per jaar tot 20% in 2022 |
| Medi-Sfeer. Verzuilde ziekenfondsen afschaffen? (2019) | https://www.medi-sfeer.be/nl/nieuws/beroepsnieuws/verzuilde-ziekenfondsen-afschaffen-of-niet.html | Politiek debat, zaalpeiling |
| Mutualiteiten vergelijken. Ziekenfondsbijdrage 2026 | https://www.mutualiteiten-vergelijken.be/ziekenfondsbijdrage/ | Ledenbijdrage 2026: €108,60 tot €127,20 per jaar |
| FOD Sociale Zekerheid. Geschiedenis | https://socialsecurity.belgium.be/nl/over-de-sociale-zekerheid/geschiedenis | Besluitwet 1944, wet van 1963, oprichting RIZIV |
| GKV-Spitzenverband. Verwaltungskosten und Anzahl der Krankenkassen | https://www.gkv-spitzenverband.de/gkv_spitzenverband/presse/fokus/verwaltungskosten_kk.jsp | Krankenkassen: 1.221 (1993), 93 (2026) |
| GKV-Spitzenverband. Alle gesetzlichen Krankenkassen | https://www.gkv-spitzenverband.de/krankenversicherung/kv_grundprinzipien/alle_gesetzlichen_krankenkassen/alle_gesetzlichen_krankenkassen.jsp | Zusatzbeitrag per Krankenkasse |
| OESO. Health at a Glance 2025: Germany | https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2025/11/health-at-a-glance-2025-country-notes_2f94481e/germany_461a6f3f/99d672fb-en.pdf | Gezondheidsuitgaven Duitsland 12,3% bbp, OESO 9,3% |
| WHO European Observatory. Denmark, historical background | https://eurohealthobservatory.who.int/monitors/health-systems-monitor/countries-hspm/section-detail/denmark-2012/organization-and-governance/historical-background/ | Afschaffing ziekenfondsen in 1973, belastingfinanciering |
| Rijksoverheid. Acceptatieplicht zorgverzekering | https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorgverzekering/vraag-en-antwoord/acceptatieplicht-zorgverzekering | Nederlandse basisverzekering: acceptatieplicht, aanvullende verzekering vrij |
| Zorgwijzer. Zorginstituut Nederland | https://www.zorgwijzer.nl/faq/zorginstituut | Rol Zorginstituut (advies over het basispakket) |
| Tervisekassa. About us | https://tervisekassa.ee/en/organisation/about-us | Estse publieke ziekteverzekeraar |
Synthese
De HZIV is paradoxaal genoeg het beste argument voor haar eigen uitbreiding. Als kleine, publieke instelling zonder lidgeld, zonder verzuiling en zonder aanvullende producten levert ze exact dezelfde verplichte verzekering als fondsen die vele malen groter zijn en samen bijna anderhalf miljard euro aan administratiekosten ontvangen. Haar ledengroei, van 86.812 (2013) naar 166.978 (2024), toont dat een neutrale publieke uitvoerder werkt en kan groeien.
Het HART-voorstel is niet om de ziekenfondsen te vernietigen, maar om ze te bevrijden: laat de verplichte verzekering over aan één efficiënte publieke uitvoerder, het Belgisch Zorginstituut met de HZIV als kern, en laat de private fondsen concurreren waar concurrentie zin heeft: bij de aanvullende verzekeringen. Geschatte besparing: €250-450 miljoen per jaar. Internationaal bewezen in Denemarken en Estland (publieke uitvoering) en Duitsland (schaalvergroting).
- Herzien: 2026-09-27 (factcheck: cijfers, bronnen, tijdloze formulering)