OCAD (Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging): Audit
Datum: 2026-03-29 Categorie: Veiligheid & Inlichtingen Status-voorstel: 🟠 Hervormd: fusiemodel naar Brits/Deens voorbeeld
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Officiële naam: Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging (OCAD) / Organe de Coordination pour l'Analyse de la Menace (OCAM) / Coordination Unit for Threat Assessment (CUTA)
Juridische basis: Wet van 10 juli 2006 betreffende de analyse van de dreiging (Belgisch Staatsblad 20 juli 2006). Aangevuld door het Koninklijk Besluit van 23 januari 2007 betreffende het personeel, gewijzigd bij KB van 29 mei 2018. Meest recente wijziging: Wet van 29 maart 2024 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Gegevensbank "Terrorisme, Extremisme, Radicaliseringsproces" (GGB T.E.R.), in werking getreden op 1 oktober 2024.
Oprichting: 1 december 2006. Opvolger van de Antiterroristische Gemengde Groep (AGG/GIA), opgericht in 1984 door minister van Justitie Jean Gol als reactie op de Cellules Communistes Combattantes.
Bestuursniveau: Federaal. Valt onder de gezamenlijke bevoegdheid van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. Rapporteert via de Nationale Veiligheidsraad.
Budget: ~€2,8 miljoen per jaar (cijfer 2017, meest recente publiek beschikbare begrotingsdata). Dit betreft het eigen werkingsbudget; de kosten van gedetacheerd personeel worden gedragen door de moederorganisaties.
Personeel: Het personeelskader voorziet 76 tot 108 medewerkers (KB 29 mei 2018):
- 15-20 analisten (niveau A)
- 13-24 gedetacheerde experten (niveau A) vanuit ondersteunende diensten
- 42-62 administratief personeel (niveaus A, B, C, D)
- Directeur + adjunct-directeur
Het personeel bestaat deels uit eigen medewerkers, deels uit gedetacheerden van partnerdiensten (federale politie, VSSE, ADIV, etc.). De huidige directeur is Gert Vercauteren (sinds oktober 2025).
Toezicht: Comité I (Vast Comité van Toezicht op de Inlichtingendiensten), Comité P (politiediensten), en het Controleorgaan op de politionele informatie (COC).
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken:
- Dreigingsevaluaties punctuele (over specifieke personen, evenementen, locaties) en strategische (brede trends zoals jihadisme, rechts-extremisme, anarchisme)
- Gemeenschappelijke Gegevensbank T.E.R. beheert de databank met namen van prioritair gevolgde personen inzake terrorisme en extremisme. Vijf categorieën: Foreign Terrorist Fighters, Homegrown Terrorist Fighters, haatpropagandisten, potentieel gewelddadige extremisten, en veroordeelden voor terrorisme
- Dreigingsniveaus stelt het algemeen dreigingsniveau vast (4 niveaus: laag, matig, ernstig, zeer ernstig). Sinds 2024 onafgebroken op niveau 3 (ernstig)
- Administratieve maatregelen adviseert over paspoortintrekking, identiteitskaartblokkering, en bevriezing van tegoeden
- Coördinatie T.E.R.-strategie coördineert overleg tussen alle betrokken diensten
Overlap met andere instellingen:
- VSSE (Veiligheid van de Staat): verzamelt zelf ook inlichtingen over terrorisme en extremisme
- ADIV (militaire inlichtingen): overlappende buitenlandse dreigingsanalyse
- Federale politie (DJSOC/Terro): eigen terrorismeanalyse
- NCCN (Nationaal Crisiscentrum): crisiscoördinatie bij aanslagen, overlappend met OCAD bij dreigingsbeheer
"Klanten": Ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie, Nationale Veiligheidsraad, lokale besturen (via LIVC R. Lokale Integrale Veiligheidscellen inzake Radicalisme), politiediensten, inlichtingendiensten.
Prestatie-indicatoren 2024:
- 287 dreigingsmeldingen ontvangen (daling t.o.v. 332 in 2023, stijging van 41% t.o.v. 2022)
- 18% van de meldingen betrof minderjarigen
- Bij 4 op 10 meldingen was de ideologische achtergrond moeilijk vast te stellen
- Nul aanslagen op Belgisch grondgebied in 2024, maar meerdere zaken met geweldsintenties
- Dreigingsniveau bleef heel 2024 op niveau 3
Evaluaties en rapporten:
- Parlementaire onderzoekscommissie na aanslagen 22 maart 2016: fundamentele tekortkomingen in informatie-uitwisseling geïdentificeerd
- Comité I toezichtsonderzoek na aanslag 16 oktober 2023 (Abdessalem Lassoued): informatiepositie OCAD onderzocht. Vragen over of beschikbare informatie voldoende was gedeeld en geanalyseerd
- Comité I onderzoek 2023 over dreigingsevaluaties t.a.v. tegenstanders van autoritaire regimes
1C. Internationale vergelijking
Nederland: NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid)
- Structuur: Directoraat-generaal binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid. Veel breder mandaat dan OCAD: niet alleen dreigingsanalyse maar ook crisisbeheersing, cyberveiligheid, nationale veiligheid, bewaken en beveiligen
- Personeel: ~294 FTE (2021)
- Budget: ~€287 miljoen (2017), plus €33 miljoen extra structureel vanaf 2027 voor cyberveiligheid
- Dreigingsanalyse: Publiceert het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN), gebaseerd op info van AIVD, MIVD, politie, ambassades, open bronnen. Vijf dreigingsniveaus (sinds 2016)
- Voordeel t.o.v. België: Eén geïntegreerd orgaan dat dreigingsanalyse, crisisbeheersing en cyberveiligheid combineert. Geen scheiding zoals België tussen OCAD (analyse) en NCCN (crisis)
Duitsland: GTAZ (Gemeinsames Terrorismusabwehrzentrum)
- Structuur: Geen zelfstandige instelling maar een coöperatie- en communicatieplatform. 40 instanties uit Bund en Länder werken samen. Gedeeld beheer door BKA, BfV en BND. Organisatorisch gesplitst in PIAS (politie) en NIAS (inlichtingen) om het Trennungsgebot te respecteren
- Personeel: Experten van 40 instanties, ~500 vergaderingen per jaar
- Opgericht: 2004 (na 9/11)
- Resultaat: Sinds 2004 zijn 24 islamistisch-gemotiveerde aanslagen in Duitsland voorkomen
- Voordeel: Geen eigen bureaucratie. Puur platform. Respecteert het federale model (Länder behouden eigen diensten). Aangevuld door GETZ (Gemeinsames Extremismus- und Terrorismusabwehrzentrum) voor breder extremisme
- Sinds 2024: 20-jarig jubileum, model erkend als succesvol
Denemarken: CTA (Center for Terroranalyse)
- Structuur: Fusiecentrum binnen PET (Deense veiligheidsdienst). Personeel van vier instanties: PET, Forsvarets Efterretningstjeneste (militaire inlichtingen), ministerie van Buitenlandse Zaken, en Beredskabsstyrelsen (rampenbestrijding)
- Opgericht: 1 januari 2007
- Dreigingsniveaus: Vijf niveaus (minimaal, beperkt, algemeen, significant, zeer significant)
- Voordeel: Compact fusiemodel, geen zelfstandige instelling, personeel blijft bij moederorganisatie. Snelle informatie-uitwisseling door fysieke co-locatie
Verenigd Koninkrijk: JTAC (Joint Terrorism Analysis Centre)
- Structuur: Onafhankelijk analysecentrum gehuisvest binnen MI5. Personeel gedetacheerd van MI5, MI6, GCHQ, Defence Intelligence, Counter Terrorism Policing en zes andere overheidsdiensten
- Opgericht: 2003
- Voordeel: Analytische onafhankelijkheid (assessments worden onafhankelijk gemaakt, ook al is het fysiek bij MI5 gehuisvest). Scheiding tussen onderzoek (MI5) en beoordeling (JTAC). Vijf dreigingsniveaus
- Meest vergelijkbaar met OCAD qua mandaat, maar met een sterkere inbedding in het inlichtingenapparaat
Zwitserland: NDB (Nachrichtendienst des Bundes)
- Structuur: Federale inlichtingendienst (sinds 2010, fusie van DAP en SND). Dreigingsanalyse is geïntegreerd in de inlichtingendienst zelf, niet apart
- Voordeel: Geen apart analyseorgaan nodig. Alles onder één dak. Efficient voor een klein land met beperkte middelen
1D. Knelpunten en kritiek
1. Informatie-uitwisseling blijft het kernprobleem De parlementaire onderzoekscommissie na 22 maart 2016 en het Comité I-rapport na 16 oktober 2023 identificeerden beide fundamentele tekorten in de informatiepositie van het OCAD. Ondersteuningsdiensten leveren niet altijd spontaan informatie aan, ondanks de wettelijke verplichting.
2. Structurele onderbezetting Het personeelskader (76-108) is beperkt voor een land met een complexe dreigingsomgeving. Ter vergelijking: de Nederlandse NCTV heeft ~294 FTE, zij het met een breder mandaat. Het detacheringssysteem maakt het OCAD afhankelijk van de bereidheid van partnerdiensten om goede mensen af te staan.
3. Fragmentatie dreigingsbeheer België splitst dreigingsanalyse (OCAD), crisisbeheersing (NCCN), en inlichtingenvergaring (VSSE/ADIV) over drie+ aparte structuren. In Nederland, Denemarken en het VK zijn deze functies nauwer geïntegreerd.
4. Ideologische classificatie wordt moeilijker Bij 40% van de dreigingsmeldingen in 2024 was de ideologische achtergrond niet duidelijk vast te stellen. Dit wijst op een veranderend dreigingslandschap dat het traditionele classificatiesysteem onder druk zet.
5. Online radicalisering van minderjarigen 18% van de meldingen in 2024 betrof minderjarigen. Het OCAD heeft beperkte instrumenten om hierop te reageren, omdat veel preventie- en jeugdbeleid deelstaatmaterie is.
6. Geen eigen operationele capaciteit Het OCAD is puur een analyse- en coördinatieorgaan. Het kan maatregelen aanbevelen maar niet afdwingen. Dit kan leiden tot vertragingen als politieke of operationele diensten niet snel handelen.
7. Beperkte transparantie Budget- en personeelscijfers zijn moeilijk publiek te vinden. Het jaarverslag bevat geen gedetailleerde financiële verantwoording. Voor een orgaan dat transparantie moet uitstralen richting burgers is dit problematisch.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ✅ | Dreigingsanalyse is per definitie een federale/nationale taak. Terrorisme kent geen gewestgrenzen. Het OCAD zit op het juiste niveau. |
| 2 | Transparantie | ⚠️ | Het OCAD publiceert jaarverslagen en communiceert over dreigingsniveaus, maar financiële details (budget, personeelsbezetting) zijn nauwelijks publiek beschikbaar. De burger weet dat het dreigingsniveau 3 is, maar niet wat dat concreet betekent voor de bescherming. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ⚠️ | Het OCAD heeft een eigen budget (~€2,8 mln) maar is voor personeel grotendeels afhankelijk van detachering door partnerdiensten. Dit creëert een verborgen fiscal gap: de echte kosten liggen verspreid over meerdere begrotingen. Wie beslist (OCAD) betaalt niet volledig (partnerdiensten dragen de personeelskosten). |
| 4 | Eenvoud | ❌ | België heeft OCAD (analyse), NCCN (crisis), VSSE (civiele inlichtingen), ADIV (militaire inlichtingen), federale politie/DJSOC (terrorismebestrijding), lokale politie, en LIVC R (lokaal niveau): minstens 6-7 structuren betrokken bij dreigingsbeheer. In Nederland doet de NCTV veel hiervan alleen. In Denemarken combineert het CTA analyse en coördinatie in één fusiecentrum. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | Met 76-108 medewerkers is het OCAD klein maar functioneel voor puur analysewerk. Het probleem is niet de schaal van het OCAD zelf, maar de fragmentatie over te veel kleine structuren (OCAD + NCCN + delen van VSSE/ADIV). Samengevoegd zou er een organisatie van 200-300 FTE ontstaan met meer slagkracht. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ✅ | Niet van toepassing. Dreigingsanalyse is exclusief federaal en moet dat blijven. Geen reden voor regionale differentiatie. |
| 7 | Resultaatgericht | ⚠️ | Het OCAD publiceert dreigingsstatistieken en identificeert trends. Maar er zijn geen publieke KPI's (response time op meldingen, percentage meldingen dat leidt tot actie, effectiviteit van aanbevelingen). Na de aanslagen van 2016 en 2023 bleek dat het systeem op cruciale momenten faalde. De T.E.R.-strategie is geëvalueerd, maar de resultaten zijn niet publiek. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | De GGB T.E.R. (gemeenschappelijke gegevensbank, operationeel sinds oktober 2024) is een belangrijke stap vooruit. Maar de digitale infrastructuur voor informatie-uitwisseling met alle partners (federale politie, lokale politie, VSSE, ADIV, douane, DVZ, etc.) is nog niet naadloos. Comité I-rapporten wijzen herhaaldelijk op tekortkomingen in de informatiedeling. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Er bestaan aantoonbaar betere modellen: het Deense CTA-fusiemodel, het Britse JTAC, het Duitse GTAZ-platformmodel. België kiest voor een zelfstandig analyseorgaan met beperkte middelen en gefragmenteerde coördinatie. Een model dat nergens als best practice geldt. |
Synthese: De grootste winst is te boeken op Eenvoud (❌), Internationaal bewezen (❌), en Resultaatgericht (⚠️). Het OCAD zit op het juiste bestuursniveau en doet nuttig werk, maar de fragmentatie van het Belgische veiligheidslandschap ondermijnt de effectiviteit. Het fusiemodel (Denemarken/VK) of platformmodel (Duitsland) zou een fundamentele verbetering zijn.
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Hervormd OCAD wordt omgevormd tot een Belgisch fusiecentrum voor dreigingsanalyse en veiligheidscoördinatie, naar Deens/Brits model.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
- Fusie OCAD + NCCN → nieuw "Belgisch Centrum voor Dreigingsanalyse en Veiligheidscoördinatie" (BCDV). Eén orgaan dat dreigingsanalyse, crisiscoördinatie en veiligheidsbeleid combineert. Zoals de Nederlandse NCTV
- Versterkt fusiemodel: Permanent gedetacheerde liaison officers van VSSE, ADIV, federale politie, douane en DVZ fysiek aanwezig in het centrum. Naar Deens CTA-model
- Eigen personeelsbegroting: Geen verborgen detacheringskosten meer. Alle kosten op één begrotingspost voor volledige transparantie
- Publieke KPI's: Jaarlijkse publicatie van prestatie-indicatoren (response time, effectiviteit maatregelen, partner compliance)
- Uitbreiding dreigingsniveaus van 4 naar 5 niveaus (conform Nederland, Denemarken, VK) voor meer nuance
- Versterkte digitale infrastructuur: GGB T.E.R. als kern, maar met real-time koppeling aan alle partnerdatabanken (once-only principe)
- Dreigingsbeheer minderjarigen: Structureel overlegmechanisme met deelstaten (onderwijs, jeugdhulp) via het Intergouvernementeel Overlegorgaan
Bestuursniveau: Federaal (ongewijzigd). Rapporteert aan de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en de Nationale Veiligheidsraad.
Internationaal referentiemodel: Primair het Deense CTA (fusiecentrum) gecombineerd met elementen van de Nederlandse NCTV (geïntegreerd mandaat) en het Britse JTAC (analytische onafhankelijkheid).
Geschatte efficiëntiewinst:
- Eliminatie dubbele overhead OCAD + NCCN: besparing ~€2-4 miljoen/jaar
- Snellere informatie-uitwisseling door fysieke co-locatie: niet kwantificeerbaar maar cruciaal (les van 2016 en 2023)
- Transparantere begroting door alles op één post: betere democratische controle
Implementatiepad:
- Fase 1 (jaar 1): Wetswijziging voorbereiden, fusie OCAD-NCCN juridisch kader
- Fase 2 (jaar 2): Organisatorische integratie, fysieke co-locatie
- Fase 3 (jaar 3): Volledige operationele capaciteit nieuw centrum, evaluatie en bijsturing
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
OCAD (dreigingsanalyse): Hervormd België versmelt het OCAD en het Nationaal Crisiscentrum tot één geïntegreerd Centrum voor Dreigingsanalyse en Veiligheidscoördinatie, naar Deens en Brits model. Sneller, transparanter, en met alle diensten fysiek onder één dak.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
Het OCAD (Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging) is sinds 2006 het Belgische orgaan dat terroristische en extremistische dreigingen analyseert. Het stelt het dreigingsniveau vast. Sinds 2024 onafgebroken op niveau 3 ("ernstig"): en beheert de gemeenschappelijke databank met namen van gevolgde extremisten en terroristen. Het OCAD heeft 76 tot 108 medewerkers, een eigen budget van circa €2,8 miljoen, en wordt aangestuurd door de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. Het personeel bestaat deels uit eigen mensen, deels uit gedetacheerden van politie- en inlichtingendiensten.
Wat er mis gaat
Het kernprobleem is fragmentatie. België verdeelt dreigingsanalyse (OCAD), crisisbeheersing (NCCN), civiele inlichtingen (VSSE), militaire inlichtingen (ADIV) en operationele terrorismebestrijding (federale politie) over minstens vijf aparte structuren. Na de aanslagen van 22 maart 2016 in Brussel concludeerde de parlementaire onderzoekscommissie dat de informatie-uitwisseling tussen deze diensten fundamenteel tekortschoot. Na de aanslag van 16 oktober 2023 onderzocht Comité I opnieuw de informatiepositie van het OCAD. Met vergelijkbare vragen over of beschikbare informatie tijdig was gedeeld.
Nog een zwakte: het OCAD is voor zijn personeel grotendeels afhankelijk van detachering door partnerdiensten. Dat betekent dat de echte kosten verspreid zitten over meerdere begrotingen. De burger kan niet zien wat dreigingsanalyse werkelijk kost. En het OCAD kan maatregelen aanbevelen maar niet afdwingen: het adviseert, maar of er gehandeld wordt, hangt af van anderen.
In 2024 bleek bij 40% van de dreigingsmeldingen de ideologische achtergrond onduidelijk. 18% van de meldingen betrof minderjarigen die zich online radicaliseren, vaak zonder offline contacten. Het dreigingslandschap verandert sneller dan de structuren die het moeten analyseren.
Hoe het elders werkt
In Denemarken is het Center for Terroranalyse (CTA) een fusiecentrum binnen de veiligheidsdienst PET, met personeel van vier diensten fysiek onder één dak. Geen eigen bureaucratie, geen schotten tussen analyse en operatie. In het Verenigd Koninkrijk doet het Joint Terrorism Analysis Centre (JTAC) hetzelfde: gehuisvest bij MI5, met gedetacheerden van tien diensten, maar analytisch volledig onafhankelijk. In Duitsland werken 40 instanties samen in het GTAZ (Gemeinsames Terrorismusabwehrzentrum): een platform zonder eigen personeel, maar met dagelijkse gezamenlijke briefings. Resultaat: 24 verijdelde aanslagen sinds 2004. In Nederland combineert de NCTV dreigingsanalyse, crisisbeheersing en cyberveiligheid in één organisatie van circa 294 medewerkers.
De rode draad: succesvolle landen integreren analyse, coördinatie en crisisbeheersing. België scheidt ze.
Wat HART voorstelt
We fuseren het OCAD en het Nationaal Crisiscentrum (NCCN) tot één Belgisch Centrum voor Dreigingsanalyse en Veiligheidscoördinatie. Dit centrum:
- Combineert dreigingsanalyse en crisiscoördinatie onder één dak, naar Nederlands/Deens model
- Heeft permanent gedetacheerde liaison officers van VSSE, ADIV, federale politie, douane en Dienst Vreemdelingenzaken fysiek aanwezig. Zodat informatie niet door schotten moet maar direct gedeeld wordt
- Krijgt één transparante begroting: alle kosten zichtbaar op één begrotingspost, geen verborgen detacheringsconstructies
- Publiceert jaarlijks prestatie-indicatoren: hoe snel wordt op meldingen gereageerd? Hoeveel aanbevelingen worden daadwerkelijk uitgevoerd?
- Breidt het dreigingsniveausysteem uit van vier naar vijf niveaus, conform de standaard in Nederland, Denemarken en het VK, voor meer nuance
- Bouwt een structureel overlegmechanisme met de deelstaten voor dreigingen rond minderjarigen (onderwijs, jeugdhulp), via het Intergouvernementeel Overlegorgaan
De analytische onafhankelijkheid blijft gewaarborgd. Naar Brits JTAC-model maakt het centrum zijn dreigingsevaluaties onafhankelijk van politieke druk.
Wat het oplevert
- Snellere reactie op dreigingen door het elimineren van schotten tussen analyse en crisisbeheersing
- Besparing van €2 tot 4 miljoen per jaar door het wegvallen van dubbele overhead
- Transparantere kosten: de burger ziet op één begrotingspost wat veiligheidscoördinatie kost
- Een model dat internationaal bewezen werkt. Denemarken, het VK, Nederland en Duitsland doen het al zo
De les van 22 maart 2016 en 16 oktober 2023 is telkens dezelfde: de informatie was er, maar ze zat bij de verkeerde dienst op het verkeerde moment. De oplossing is niet meer regels voor informatie-uitwisseling, maar minder muren waartussen informatie moet reizen.