ONE (kinderopvang, kind & gezin): Audit
Datum: 2026-03-31 Status: 🔵 Overgeheveld. Taken herverdeeld naar Waalse, Brusselse en Vlaamse Deelstaat Categorie: FWB Instellingen. Herverdeeld
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Officiële naam: Office de la Naissance et de l'Enfance (ONE) Juridische basis: Wet van 5 september 1919 (oprichting als Œuvre Nationale de l'Enfance); Decreet van de Franse Gemeenschap van 30 maart 1983 (communautarisering en naamswijziging); Decreet van 17 juli 2002 (hervorming structuur en missies) Type: Organisme d'Intérêt Public (OIP) van type B. Publiekrechtelijke rechtspersoon onder toezicht van de Regering van de Fédération Wallonie-Bruxelles Bestuursniveau: Fédération Wallonie-Bruxelles (Franse Gemeenschap): actief in Wallonië + Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Franstalige instellingen)
Budget: ~€750 miljoen per jaar (2025), waarvan ~€550 miljoen aan subsidies voor opvangvoorzieningen. De FWB verhoogde de dotatie met €60 miljoen via het beheerscontract 2021-2025. Schuld in 2025: ~€75 miljoen. Personeel: ~1.900 medewerkers (waarvan ~1.000 statutaire/contractuele medewerkers op het hoofdkantoor en de subregionale kantoren, plus ~800 veldwerkers voor consultaties en huisbezoeken). Daarnaast talrijke vrijwilligers. Hoofdzetel: Chaussée de Charleroi 95, 1060 Brussel Algemeen bestuurder: Déborah Dewulf Voorzitter raad van bestuur: Violaine Herbaux
Historiek:
- 1919: Opgericht als Œuvre Nationale de l'Enfance na de Eerste Wereldoorlog, gericht op bestrijding kindersterfte
- Tijdens WOII: Cruciale rol bij de redding van Joodse kinderen onder leiding van Yvonne Nèvejean
- 1983: Na de federalisering wordt het Œuvre opgesplitst in drie gemeenschapstakken: ONE (Franse Gemeenschap), Kind en Gezin (Vlaamse Gemeenschap, nu Opgroeien), en Kaleido-DG (Duitstalige Gemeenschap)
- 2002: Fundamentele hervorming. Kleinere raad van bestuur, nieuwe adviesorganen, herdefiniëring van missies
- 2019-2023: Réforme MILAC. Hervorming van de milieux d'accueil met nieuwe kwaliteitseisen, maar ook controverse over impact op niet-gesubsidieerde crèches
- 2025-2026: Financiële crisis door FWB-besparingen (€74 miljoen in de sector petite enfance)
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken:
- Preventieve gezins- en kindbegeleiding: prenatale consultaties, consultaties voor kinderen 0-6 jaar, huisbezoeken door TMS-verpleegkundigen (Travail Médico-Social), begeleiding SOS-Enfants-teams voor kindermishandeling
- Kinderopvang buiten het gezin: erkenning (agrément), subsidiëring en controle van alle kinderopvangvormen. Crèches, onthaalouders (accueillant(e)s), buitenschoolse opvang. Voor kinderen 0-12 jaar
- Vaccinatieprogramma's voor de Fédération Wallonie-Bruxelles (sinds 2015)
- Neonatale screening op zeldzame ziekten en gehoorafwijkingen
- Schoolgezondheidsbevordering (Promotion de la Santé à l'École)
- Tandpreventie bij jonge kinderen
- Beheer van het FESC (Fonds des Equipements et des Services Collectifs): financiering van opvanginfrastructuur
Concrete omvang kinderopvang:
- ~45.400 erkende opvangplaatsen in de hele FWB (Wallonië + Brussel), goed voor ~67.000 kinderen per jaar
- Waarvan ~32.500 plaatsen in Wallonië en ~12.900 in Brussel
- ~2.400 milieux d'accueil (opvangvoorzieningen)
- 77% gesubsidieerd, 23% niet-gesubsidieerd (privaat)
Overlap met andere instellingen:
- AVIQ (Agence pour une Vie de Qualité, Wallonië): overlap bij kinderwelzijn, preventie en handicapzorg
- Iriscare (GGC/COCOM, Brussel): bevoegd voor bicommunautaire persoonszorg inclusief kinderopvang
- Opgroeien/Kind en Gezin (Vlaanderen): Vlaamse tegenhanger, met apart beleid voor Nederlandstalige opvang in Brussel
- FWB-onderwijsadministratie (AGE): overlap bij buitenschoolse opvang die aansluit op schooluren
Klanten: ~200.000 gezinnen met kinderen 0-12 jaar in Wallonië en Brussels Gewest (Franstalige kant); ~2.400 opvangvoorzieningen; ~5.000 onthaalouders
Dekkingsgraad kinderopvang 0-3 jaar (2022):
- FWB-gemiddelde: 37,2 plaatsen per 100 kinderen
- Wallonië: ~37%
- Brussel: ~34% (zwaarste tekorten in dichtbevolkte wijken)
- Ter vergelijking: Vlaanderen ~46%, EU-Barcelona-doel ≥33% (net gehaald)
- Neerwaartse trend: -1.757 plaatsen tussen 2019 en 2022
Recentste evaluatie. Rekenhof/Cour des comptes (mei 2025):
- Het systeem is ongelijk verdeeld over het grondgebied sommige zones hebben ernstige tekorten
- ~1 op 5 gezinnen vindt geen opvangplaats
- Aandeel ouders van kinderen <3 zonder opvang noch ouderschapsuitkering steeg van 23,3% (2014) naar ~29% (2022)
- Massale pensionering onthaalouders en structureel personeelstekort
- Financieel niet duurzaam op de huidige voet
1C. Internationale vergelijking
Nederland. Gedecentraliseerd toezicht, centraal register:
- Kinderopvang is een marktmodel met private aanbieders en overheidstoezicht
- Gemeenten verantwoordelijk voor toezicht, uitgevoerd door ~25 GGD'en (~400 inspecteurs, ~17.000 inspecties/jaar)
- Landelijk Register Kinderopvang (LRK): centraal, openbaar, digitaal register met inspectierapporten per locatie
- Financiering via kinderopvangtoeslag (inkomensafhankelijk, aan ouders)
- Dekkingsgraad: ~70% van kinderen 0-4 in formele opvang
- Sinds 2022: flexibilisering van inspectie (risicogestuurd)
Denemarken. Gemeentelijke verplichting, universele toegang:
- Gemeenten wettelijk verplicht opvang te bieden aan elk kind vanaf 26 weken
- Gemeente betaalt ≥75% van de kosten, ouders ≤25%
- Personeel in gemeentedienst. Geen complexe subsidiestructuur
- Ratio: 1 volwassene per 3-4 kinderen
- Dekkingsgraad: >90% voor kinderen 1-5 jaar, nauwelijks wachtlijsten
- Kwaliteitstoezicht: gemeentelijk, met nationale kwaliteitsrapporten door EVA (Evaluatieinstituut)
Zweden. Gemeentelijk, universeel, maxtaxe:
- 290 gemeenten verplicht förskola aan te bieden aan kinderen 1-6 jaar
- Financiering: 93% overheid (gemeentebelastingen + rijkssubsidies), max 7% ouderbijdrage
- Maxtaxe-systeem: wettelijk maximum wat ouders betalen, inkomensafhankelijk
- Nationale inspectie (Skolinspektionen) voor kwaliteitstoezicht
- Deelname bij 3-5 jarigen: >95%
Duitsland. Federaal kader, deelstaat normen, gemeente uitvoering:
- Federale kaderwet: Kinder- und Jugendhilfegesetz (SGB VIII)
- Deelstaten bepalen curricula, kwaliteitseisen en personeelsnormen
- Gemeenten (Jugendamt) voeren uit: registratie, toezicht, plaatsing
- Subsidiariteitsprincipe: private aanbieders hebben wettelijke voorrang; overheid komt pas als privaat niet levert
- KiTa-Qualitätsgesetz (2023): federale kwaliteitsfinanciering aan deelstaten
- Dekkingsgraad: 35% (West) tot >55% (Oost) voor 0-3 jaar
Vlaanderen. Opgroeien (vergelijking buurdeelstaat):
- Agentschap Opgroeien (voorheen Kind en Gezin) als Vlaams intern verzelfstandigd agentschap
- Eind 2024: 5.524 opvanglocaties, 93.175 vergunde plaatsen
- Dekkingsgraad: ~46% (0-3 jaar): significant hoger dan FWB
- Masterplan kinderopvang met €200 miljoen extra tegen 2029
- Vlaamse kinderopvangcrisis 2022: na schandalen rond kindermishandeling → aftreden hoofd Opgroeien, strengere inspectie, meer middelen
1D. Knelpunten en kritiek
1. Structureel: FWB als onwerkbaar bestuursniveau voor kinderopvang ONE is een FWB-instelling die twee totaal verschillende gebieden bedient. Wallonië heeft rurale tekorten en vergrijzende onthaalouders; Brussel heeft acute plaatsgebrek in dichtbevolkte, jonge, meertalige wijken. Eénzelfde beleid kan onmogelijk aan beide behoeften voldoen. Het FWB-niveau heeft bovendien geen eigen fiscaliteit. Het ontvangt dotaties. Waardoor het geen financiële hefboom heeft om snel te reageren op noden.
2. Financiële crisis (2025-2027)
- De FWB besliste tot €74 miljoen besparingen in de hele sector petite enfance (op een totaalbudget van €719 miljoen = ~10%)
- Niet-indexering van ONE-subsidies in 2026: besparing van €7,8 miljoen, maar elke opvangvoorziening moet ~€1.000/werknemer elders vinden
- ONE heeft een opgebouwde schuld van ~€75 miljoen
- Noodfinanciering: €43 miljoen (2026) en €57 miljoen (2027) als lapmiddel
- De MILAC-hervorming (verhoging personeelsnorm van 1 naar 1,5 begeleider per 7 kinderen) wordt uitgesteld wegens budgettekort
- IT-uitgaven van ONE (~€37 miljoen) worden met €3 miljoen (2026) en €9 miljoen (2027) verlaagd
3. Tekort aan plaatsen en personeel
- 1.700 plaatsen verdwenen tussen 2019 en midden-2024, voornamelijk in niet-gesubsidieerde opvang
- Plan Cigogne beloofde 5.200 plaatsen tegen 2025-2026. Realisatie loopt achter, herzien naar 5.000 tegen 2030
- Massale pensionering onthaalouders, onaantrekkelijke lonen (min. ~€1.800 bruto voor verzorgenden)
- 2/3 van de ouders (Baromètre des parents 2024, Ligue des Familles) ervaart moeilijkheden om een crèche te vinden
4. Gebrekkige transparantie en digitalisering
- Geen centraal, openbaar, real-time register van beschikbare plaatsen (contrast met Nederlands LRK)
- Inspectierapporten niet systematisch openbaar (contrast met Nederland waar ze verplicht openbaar zijn)
- Geen geïntegreerd digitaal aanmeldsysteem. Ouders moeten individueel crèches contacteren
- Website premierspas.be (geolocatietool) is een begin, maar geen real-time beschikbaarheid
5. Kwaliteitsproblemen
- In Wallonië gemiddeld ~2 sluitingen per jaar wegens maltraitance (mishandeling): minder dan in Vlaanderen, maar elke sluiting is er één te veel
- Mei 2023: dodelijk incident in een crèche in Luik (kind stikt door snoer van een rolgordijn)
- Inspectiecapaciteit onder druk door besparingen. Minder middelen voor toezicht
- De réforme MILAC (2019-2023) verhoogde de kwaliteitseisen maar veroorzaakte tegelijk sluitingen bij kleine niet-gesubsidieerde crèches die de nieuwe normen niet konden halen
6. Politieke kritiek
- Bij de verkiezingen 2024 was crèche-tekort een kernthema. Maar de structurele oorzaak (FWB-model) werd door geen enkele partij benoemd
- DéFI pleitte expliciet voor herstructurering en administratieve vereenvoudiging van de sector
- Het Waals Gewest begint feitelijk al eigen kinderopvangbeleid te voeren (bedrijfscrèches, infrastructuurfonds) parallel aan ONE. De facto dubbel circuit
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ❌ | ONE opereert op FWB-niveau. Een tussenlaag tussen federaal en gewestelijk die niet dicht bij de burger staat. Kinderopvang zou op deelstaat- of gemeenteniveau moeten zitten, dicht bij de ouders. In alle vergelijkingslanden (NL, DK, SE, DE) is kinderopvang een zaak van gemeente of deelstaat. |
| 2 | Transparantie | ❌ | Geen centraal openbaar register van opvangplaatsen en beschikbaarheid (vergelijk NL-LRK). Inspectierapporten niet systematisch publiek. Ouders kunnen niet eenvoudig zien wie beslist over hun crèche, hoe subsidies werken, of welke kwaliteitsscores hun crèche heeft. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | De FWB heeft de bevoegdheid maar geen eigen fiscaliteit. Het budget komt volledig uit dotaties. Enorme fiscal gap. De FWB beslist over kinderopvang maar kan de financiering niet zelf sturen. Resultaat: structurele onderfinanciering, opgebouwde schuld van €75 mln, noodmaatregelen. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Minstens vier bestuurslagen betrokken: FWB (bevoegdheid), Waals Gewest (grondgebied Wallonië), Brussels Gewest (grondgebied Brussel), ONE (uitvoering), gemeenten (lokale context). Overlap met AVIQ, Iriscare, AGE en Opgroeien (in Brussel). Onuitlegbaar complex systeem. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | ONE zelf is groot genoeg (~1.900 personeel, ~€750 mln), maar het probleem is dat het éénzelfde beleid moet voeren voor Wallonië en Brussel. Twee gebieden met totaal andere demografie en noden. Te groot voor maatwerk, te klein voor echte schaalvoordelen. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ❌ | Nul ruimte voor regionale innovatie. Het Waals Gewest kan geen eigen kinderopvangbeleid voeren dat verschilt van Brussel. Alles wordt centraal door de FWB via ONE bepaald. Het Waals Gewest begint feitelijk al parallel beleid te voeren (bedrijfscrèches), wat het gebrek aan bevoegdheid illustreert. |
| 7 | Resultaatgericht | ❌ | Dekkingsgraad daalt (van +9.694 plaatsen 2006-2019 naar -1.757 plaatsen 2019-2022). ~29% van ouders vindt geen opvang. Plan Cigogne haalt doelstellingen niet. Geen structurele meting van kwaliteitsindicatoren op kindontwikkeling of oudertevredenheid. |
| 8 | Digitaal-eerst | ❌ | Geen centraal digitaal register met real-time beschikbaarheid (vergelijk NL-LRK). Geen geïntegreerd aanmeldsysteem. Ouders moeten individueel crèches bellen en op wachtlijsten staan. Premierspas.be is een begin maar toont geen live beschikbaarheid. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Het FWB-model (gemeenschapsniveau zonder eigen fiscaliteit, gescheiden van het gewest, twee verschillende regio's bediend) bestaat nergens anders in Europa. In alle vergelijkingslanden is kinderopvang een zaak van gemeente of deelstaat mét eigen financieringsbevoegdheid. |
Synthese: 0 ✅, 1 ⚠️, 8 ❌. ONE scoort buitengewoon slecht op bijna alle principes. Het kernprobleem is structureel: kinderopvang zit vast op het FWB-niveau, een bestuursniveau zonder eigen fiscaliteit dat twee totaal verschillende gebieden bedient. De drie principes waar de meeste winst te boeken valt: subsidiariteit (overheveling naar deelstaten), verantwoordelijkheid = financiering (wie beslist moet zelf de middelen hebben) en digitaal-eerst (centraal register per deelstaat).
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🔵 Overgeheveld ONE als FWB-instelling wordt opgeheven. De taken worden herverdeeld: kinderopvang en gezinsondersteuning gaan naar de drie deelstaten (Vlaams, Waals, Brussels) en de Duitstalige Gemeenschap.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
- De FWB wordt afgeschaft als bestuursniveau → ONE houdt op te bestaan in zijn huidige vorm
- Waalse Deelstaat neemt alle ONE-taken over voor Waals grondgebied (~70% van ONE's activiteit): preventieve gezinsbegeleiding, erkenning en subsidiëring van kinderopvang, kwaliteitscontrole, vaccinatieprogramma's, neonatale screening. Integratie in AVIQ of nieuw Waals agentschap Jeugd & Gezin.
- Brusselse Deelstaat neemt de Franstalige ONE-taken in Brussel over en integreert ze met de Nederlandstalige tegenhanger (nu bij Opgroeien/VGC) in een tweetalig Brussels kader, onder regie van het Brussels Parlement. Iriscare kan als operationeel platform dienen.
- Vlaamse Deelstaat houdt zijn eigen systeem (Opgroeien): geen directe impact, wel betere afstemming doordat het Brusselse landschap vereenvoudigt
- Duitstalige Deelstaat houdt Kaleido-DG. Geen wijziging
- Personeel: ~1.200 ONE-medewerkers op Waals grondgebied worden overgedragen aan de Waalse administratie; ~500-700 Brusselse medewerkers worden overgedragen aan de Brusselse Deelstaat. Behoud van statuut en anciënniteit.
- Gemeenten krijgen een sterkere regierol in het afstemmen van vraag en aanbod (Deens/Nederlands model)
Internationaal model. Combinatie van:
- Deens model voor verantwoordelijkheidsverdeling: deelstaat bepaalt kader en kwaliteitsnormen, gemeenten voeren uit en garanderen voldoende aanbod
- Nederlands model voor transparantie: centraal digitaal register per deelstaat met openbare inspectierapporten (naar voorbeeld LRK)
- Zweeds model voor financiering: maxtaxe-systeem zodat ouders nooit meer betalen dan een wettelijk maximum
- Duits model voor subsidiariteit: private aanbieders eerst, overheid als vangnet (Subsidiaritätsprinzip)
Geschatte efficiëntiewinst:
- Eliminatie van de volledige FWB-overhead voor kinderopvang (FWB-parlement, kabinet, administratie)
- Eén aanspreekpunt per deelstaat i.p.v. de huidige wirwar (FWB + gewest + ONE + AVIQ + Iriscare + gemeente)
- Deelstaat-specifiek beleid: Wallonië focust op rurale tekorten en vergrijzende onthaalouders; Brussel focust op stedelijke verdichting en meertalige opvang
- Betere koppeling kinderopvang-arbeidsmarkt: VDAB, Forem en Actiris zitten al op deelstaatniveau
- Einde aan de fiscal gap: wie beslist over kinderopvang, int ook de middelen
Implementatiepad:
- Jaar 1-2: Juridisch kader. Overdrachtsdecreet, personeelsprotocol, budgettransfer op basis van huidige ONE-uitgaven per grondgebied
- Jaar 2-3: Operationele integratie in Waalse en Brusselse administratie
- Jaar 3-4: Lancering digitaal register kinderopvang per deelstaat (naar LRK-model)
- Jaar 4-5: Invoering deelstatelijk maxtaxe-systeem en versterking gemeentelijke regierol
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
ONE (kinderopvang, kind & gezin): Overgeheveld ONE wordt opgeheven en de taken herverdeeld naar de deelstaten. Wallonië, Brussel en Vlaanderen krijgen elk hun eigen kinderopvangbeleid, met eigen budget en eigen verantwoordelijkheid. Zodat het beleid eindelijk past bij de gezinnen die het bedient.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
Het Office de la Naissance et de l'Enfance (ONE) is de Franstalige tegenhanger van het Vlaamse Opgroeien. Het erkent, subsidieert en controleert alle kinderopvang in Wallonië en Brussel (Franstalige kant), van crèches tot onthaalouders, voor kinderen tot 12 jaar. ONE heeft een budget van circa €750 miljoen, 1.900 medewerkers, en overziet ~45.400 opvangplaatsen. Het is ook verantwoordelijk voor prenatale consultaties, vaccinatieprogramma's, neonatale screening en schoolgezondheidsbevordering. ONE is een instelling van de Fédération Wallonie-Bruxelles, het Franstalige gemeenschapsbestuur.
Wat er mis gaat
Het fundamentele probleem is niet ONE zelf maar het bestuursniveau waaraan het vastzit. De Fédération Wallonie-Bruxelles heeft de bevoegdheid over kinderopvang maar geen eigen belastinginkomsten. Het budget komt uit dotaties. Die dotaties zijn ontoereikend: ONE heeft een schuld van €75 miljoen opgebouwd en de FWB moest in 2025-2026 €74 miljoen besparen in de sector, waaronder het niet-indexeren van subsidies. De sector waarschuwt dat duizenden plaatsen dreigen te sluiten.
Ondertussen is er al een tekort. In 2022 waren er 37 plaatsen per 100 kinderen in Wallonië. En 29% van de ouders met kinderen onder 3 vindt geen opvang. Tussen 2019 en 2022 verdwenen 1.757 plaatsen. Onthaalouders gaan massaal met pensioen en het beroep is te onaantrekkelijk om hen te vervangen.
Er is geen centraal digitaal register waar ouders beschikbare plaatsen kunnen zien. Inspectierapporten zijn niet systematisch openbaar. Het Plan Cigogne beloofde 5.200 nieuwe plaatsen tegen 2025. De doelstelling werd niet gehaald en is herzien naar 5.000 tegen 2030.
En ONE moet met éénzelfde beleid twee totaal verschillende gebieden bedienen: het rurale Wallonië (vergrijzende onthaalouders, verspreid aanbod) en het dichtbevolkte Brussel (jonge bevolking, acute plaatsgebrek in arme wijken). Dat is alsof je met één thermostaatinstelling zowel een koelkast als een oven wilt regelen.
Hoe het elders werkt
Nergens in Europa is kinderopvang georganiseerd op een tussenniveau zonder eigen fiscaliteit dat twee verschillende regio's bedient. Overal zit het dichter bij de burger:
In Denemarken zijn gemeenten wettelijk verplicht opvang te bieden aan elk kind vanaf 26 weken. De gemeente betaalt minstens 75%. Resultaat: meer dan 90% deelname en nauwelijks wachtlijsten. In Zweden bieden 290 gemeenten förskola aan kinderen 1-6 jaar, met een nationaal maxtaxe-systeem dat garandeert dat ouders nooit meer betalen dan een wettelijk maximum. Deelname: meer dan 95%. In Nederland bewaakt de GGD de kwaliteit en staat alles in het openbare Landelijk Register Kinderopvang. Elke ouder kan online checken welke crèche welke score heeft. In Duitsland bepaalt de federale overheid het kader, vullen deelstaten de normen in, en voeren gemeenten het uit.
Wat HART voorstelt
ONE wordt opgeheven als FWB-instelling. De taken worden herverdeeld:
De Waalse Deelstaat neemt de ONE-taken voor Waals grondgebied over. Circa 70% van de huidige activiteit. Dit wordt geïntegreerd in een Waals agentschap Jeugd & Gezin (of in het bestaande AVIQ). De Brusselse Deelstaat neemt de Brusselse ONE-taken over en integreert ze met de Nederlandstalige tegenhanger in een tweetalig kader.
Gemeenten krijgen een sterkere regierol: zij stemmen vraag en aanbod af, kennen hun bevolking, en pakken lokale tekorten aan. Naar Deens model. Per deelstaat komt er een digitaal register kinderopvang naar Nederlands model: openbaar, met real-time beschikbaarheid en inspectierapporten per locatie. Een maxtaxe-systeem naar Zweeds model zorgt dat ouders nooit meer betalen dan een wettelijk maximum.
De ~1.900 ONE-medewerkers worden overgedragen aan de respectieve deelstaten, met behoud van statuut en anciënniteit.
Wat het oplevert
Elke deelstaat wordt verantwoordelijk voor zijn eigen kinderopvangbeleid, met eigen budget en eigen fiscale hefboom. Einde aan de fiscal gap die chronische onderfinanciering veroorzaakt. Wallonië kan focussen op rurale tekorten en de vergrijzing van onthaalouders. Brussel kan focussen op stedelijke verdichting en meertalige opvang. Kinderopvangbeleid wordt direct gekoppeld aan arbeidsmarktbeleid. Forem en Actiris zitten al op deelstaatniveau. Ouders krijgen transparantie: één register, openbare kwaliteitsscores, real-time beschikbaarheid. De overhead van een apart FWB-parlement, kabinet en administratie voor deze bevoegdheid verdwijnt.