arrow_back Terug naar overzicht

RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening): Audit

Datum: 2026-03-29 Categorie: Parastatalen Sociale Zekerheid Status-voorstel: 🟠 Hervormd: de RVA blijft de federale verzekeraar en betaalt zelf uit, de deelstaten activeren en betalen mee


Fase 1: Diepteonderzoek

1A. Wat is het precies?

De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), in het Frans Office National de l'Emploi (ONEM), is een federale parastatale instelling van sociale zekerheid. De RVA beheert het Belgische werkloosheidsverzekeringsstelsel, aanverwante uitkeringen en bepaalde tewerkstellingsmaatregelen.

Juridische basis: De besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders voerde de verplichte sociale zekerheid voor werknemers in, met een werkloosheidsverzekering die gefinancierd wordt met bijdragen van werkgevers en werknemers en met een overheidstoelage. De werkloosheidsreglementering staat in het Koninklijk Besluit van 25 november 1991. Het beheer valt onder de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid.

Historiek: Opgericht in 1935, tijdens de Grote Depressie, als Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling en Werkloosheid (Office national du Placement et du Chômage). Daarvoor beheerden de vakbonden de werkloosheidsuitkeringen op lokaal niveau. Sinds 1961 heet de instelling Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Ze evolueerde naar een organisatie die zich vooral op uitkeringsbeheer richt, terwijl de arbeidsbemiddeling naar de gewesten is overgeheveld.

Bestuursniveau: Federaal. Valt onder de bevoegdheid van de federale minister van Werk.

Personeel (31 december 2025):

Budget/uitgaven: De RVA gaf in 2024 €7,2 miljard uit (€7.198,5 miljoen). Daarvan ging €5,6 miljard naar de post werkloosheid, €0,6 miljard naar tijdskrediet en thematische verloven, €0,2 miljard naar werkloosheid met bedrijfstoeslag en €0,2 miljard (€219,7 miljoen) naar de beheerskosten van de uitbetalingsinstellingen. Werkloosheid kost in totaal ongeveer 1% van het bbp (2025).

Aansturing: Paritair beheerscomité (werkgevers- en werknemersorganisaties). De administratie wordt geleid door een administrateur-generaal en een adjunct, plus 5 directeurs-generaal. De dagelijkse werking wordt aangestuurd vanuit het hoofdkantoor in Brussel.

1B. Wat doet het in de praktijk?

Kerntaken:

  1. Het recht op werkloosheidsuitkeringen vaststellen en het bedrag bepalen
  2. Controle op de uitbetalingen door de uitbetalingsinstellingen
  3. Recht op loopbaanonderbreking/tijdskrediet toekennen en uitbetaling autoriseren
  4. Re-integratie van werkzoekenden ondersteunen (in samenwerking met regionale diensten)
  5. Het werkloosheidsstelsel onderhouden: preventief optreden en misbruik bestrijden
  6. Werkloosheidsattesten afleveren
  7. Informatie verstrekken aan werknemers en werkgevers

Het unieke Belgische uitbetalingssysteem: In België beslist de overheid (de RVA) over het recht op een uitkering, maar gebeurt de uitbetaling door vier "uitbetalingsinstellingen", waarvan drie van de vakbonden:

De uitbetalingsinstellingen ontvangen een vergoeding voor administratiekosten van de RVA, berekend met een formule die rekening houdt met het aantal dossiers dat ze verwerken. In 2024 ging €219,7 miljoen naar die beheerskosten. Dit creëert een problematische stimulans: hoe meer werklozen een vakbond telt, hoe meer inkomsten. De HVW, de publieke instelling die als alternatief dient voor niet-vakbondsleden, wordt bovendien bestuurd door een beheerscomité waarin de vakbonden en de werkgeversorganisaties vertegenwoordigd zijn. Ze zijn dus rechter en partij tegelijk.

Overlap met andere instellingen:

Begunstigden:

Prestatie-indicatoren: De RVA publiceert jaarverslagen, maar concrete KPI's gericht op efficiëntie van re-integratie of doorstroming naar werk worden niet systematisch op federaal niveau gemeten. De focus ligt op het correct uitbetalen van uitkeringen, niet op het resultaat (terugkeer naar werk).

1C. Internationale vergelijking

België vs. de buurlanden. Werkloosheidsverzekering:

Kenmerk België Nederland (UWV) Duitsland (BA) Denemarken Zweden
Maximale duur 24 maanden* 3-24 maanden 12 maanden (tot 24 voor oudere werklozen) 2 jaar binnen 3 jaar 300 dagen (+150 met kinderen)
Personeel 2.959 (RVA, 2025) + regionale diensten ~19.900 vte (UWV, 2025) ~116.000 (BA, 2025) Decentraal (a-kasser + jobcentra) Arbetsförmedlingen + a-kassor
Budget €7,2 mld (RVA-uitgaven, 2024) n.b. €52,0 mld (BA-uitgaven, 2025) Decentraal n.b.
Uitbetaling Via vakbonden + HVW Overheid (UWV) Overheid (BA) Via a-kasser (privaat) Via a-kassor (privaat)
Activering Regionaal (VDAB, Forem, Actiris, ADG) UWV + gemeenten Agenturen für Arbeit en Jobcenter Gemeentelijke jobcentra Grotendeels uitbesteed aan private aanbieders
Eén loket Nee (gesplitst) Grotendeels ja Ja (Agentur of Jobcenter) Nee, maar gecoördineerd Nee (a-kassa + Arbetsförmedlingen)

*Sinds de programmawet van 18 juli 2025: basisperiode 12 maanden plus maximaal 12 maanden naargelang het beroepsverleden; tot eind 2025 in principe onbeperkt.

Tot eind 2025 was België het enige EU-land waar werkloosheidsuitkeringen in principe onbeperkt waren in de tijd. Dat bevestigden de factchecks van VRT NWS en Factcheck Vlaanderen (2024). De programmawet van 18 juli 2025 beperkte de werkloosheidsuitkering tot maximaal 24 maanden en de inschakelingsuitkering tot 12 maanden. De eerste werklozen verloren hun recht op 1 januari 2026; voor nieuwe aanvragen gelden de regels volledig sinds 1 maart 2026. Het Grondwettelijk Hof bevestigde de beperking in de tijd, maar vernietigde op 10 september 2026 een deel van de overgangsregeling. Vóór de hervorming was het bedrag degressief: 65% van het begrensde loon in het begin, daarna stapsgewijs dalend tot een forfait.

Nederland. UWV: Het UWV combineert uitkeringsbeheer én re-integratie in één organisatie met gemiddeld 19.894 voltijdse equivalenten (2025). De WW-uitkering duurt 3 tot 24 maanden, naargelang het arbeidsverleden. Daarna volgt de bijstand (Participatiewet) via de gemeenten, met strengere voorwaarden.

Duitsland. Bundesagentur für Arbeit (BA): De BA is een van de grootste overheidsinstanties van Duitsland (115.931 medewerkers eind 2025, €52,0 miljard uitgaven in 2025). Ze combineert de werkloosheidsverzekering en arbeidsbemiddeling in één structuur, via de lokale Agenturen für Arbeit en, samen met de gemeenten, de Jobcenter. Het Arbeitslosengeld duurt 12 maanden, tot 24 maanden voor oudere werklozen met een lange loopbaan. Daarna volgt de bijstand (tot 2026 Bürgergeld, daarna Grundsicherung). De BA en de Jobcenter werken met jaarlijkse doelafspraken en wettelijk vastgelegde kengetallen, zoals de integratiequote.

Denemarken. A-kasser + jobcentra: Denemarken kent een "flexicurity"-model: flexibele arbeidsmarkt + sterke maar tijdelijke bescherming. De werkloosheidsverzekering is vrijwillig, via 21 a-kasser (werkloosheidskassen, vaak verbonden aan vakbonden), en wordt in grote mate door de staat gefinancierd. De uitkering (dagpenge) loopt maximaal 2 jaar binnen een periode van 3 jaar; wie tussendoor werkt, kan de periode verlengen. Activering verloopt via gemeentelijke jobcentra.

Zweden. Arbetsförmedlingen: Zweden hervormt sinds 2019 fundamenteel: de publieke arbeidsbemiddeling (Arbetsförmedlingen) besteedt het merendeel van de begeleiding uit aan zelfstandige aanbieders, betaald volgens resultaat (het programma Rusta och matcha, gestart in 2020). De OESO en de Europese Commissie ondersteunden die hervorming van juli 2021 tot maart 2023. Het doel: efficiënter, klantgerichter, met resultaatsgebonden financiering. De werkloosheidsuitkering zelf loopt via de a-kassor, maximaal 300 dagen (150 dagen extra voor ouders van kinderen jonger dan 18).

1D. Knelpunten en kritiek

1. Institutional moral hazard (gesplitste verantwoordelijkheid): Het kernprobleem van de Belgische werkloosheidsverzekering is de splitsing tussen federaal (uitkeringen betalen) en regionaal (activering). De gewesten hebben onvoldoende financiële prikkels om werklozen te activeren, omdat de federale overheid de factuur betaalt. Dat creëert een perverse prikkel: wie beslist over begeleiding draagt niet de financiële gevolgen van inactiviteit.

2. Onbeperkte duur (tot eind 2025): Tot eind 2025 was België het enige EU-land met werkloosheidsuitkeringen die in principe onbeperkt waren in de tijd. Sinds de programmawet van 18 juli 2025 is de uitkering beperkt tot maximaal 24 maanden. België gaf meer uit aan werkloosheidsuitkeringen dan het Europese gemiddelde (als % van het bbp), al lagen onder meer Oostenrijk en Spanje hoger (VRT NWS en Factcheck Vlaanderen, 2024). Werkloosheid kost ongeveer 1% van het bbp (2025).

3. Vakbonden als uitbetalingsinstelling: Het systeem waarbij vakbonden werkloosheidsuitkeringen uitbetalen en daarvoor een vergoeding ontvangen die afhangt van het aantal dossiers (samen met de HVW €219,7 miljoen in 2024), creëert een financiële afhankelijkheid van werkloosheid. De vakbonden hebben er financieel belang bij dat het aantal werklozen hoog blijft. De publieke HVW, die als neutraal alternatief zou moeten dienen, wordt mede bestuurd door diezelfde vakbonden.

4. Gebrek aan resultaatsmeting: De RVA meet correct uitbetalen, niet succesvol re-integreren. Er zijn geen harde KPI's op het terugdringen van langdurige werkloosheid op federaal niveau.

5. Complexiteit voor de burger: Een werkloze moet zich wenden tot: (a) de RVA voor het recht op uitkeringen, (b) een uitbetalingsinstelling (vakbond of HVW) voor de effectieve betaling, en (c) een regionale dienst (VDAB, Forem, Actiris of ADG) voor begeleiding. Drie instanties voor één situatie.

6. Gevoelig voor conjunctuur: In 2024 steeg het banenverlies door faillissementen met meer dan 20% en de tijdelijke werkloosheid met 5,3%. De RVA zelf noemde 2024 een "kanteljaar": de jarenlange daling van het aantal uitkeringsgerechtigde volledig werklozen leek voorbij. Juist in zo'n periode telt een snelle, geïntegreerde begeleiding het zwaarst.


Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes

# Principe Oordeel Onderbouwing
1 Subsidiariteit ⚠️ Een federale verzekering is terecht (solidariteit), maar de volledige splitsing tussen uitkering (federaal) en activering (regionaal) creëert een accountability gap. Wie betaalt, beslist niet over re-integratie.
2 Transparantie ❌ De burger moet 3 instanties langs (RVA + vakbond/HVW + VDAB/Forem/Actiris). Het is onduidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. De financiële stromen naar vakbonden als uitbetalingsinstelling zijn weinig transparant.
3 Verantwoordelijkheid = Financiering ❌ Klassiek voorbeeld van fiscal gap: het federale niveau betaalt de uitkeringen, maar de gewesten beslissen over activering. Geen financiële prikkel voor gewesten om werkloosheid te verminderen.
4 Eenvoud ❌ Drie instanties voor één werkloze. Vier uitbetalingsinstellingen waarvan drie vakbonden. Federaal/regionaal gesplitst. Een 16-jarige begrijpt dit niet.
5 Schaalgrootte ⚠️ De RVA zelf (2.959 medewerkers, 2025) is adequaat qua schaal. Maar de opsplitsing in 4 regionale bemiddelingsdiensten + 4 uitbetalingsinstellingen leidt tot versnippering.
6 Concurrerende bevoegdheden ⚠️ De bestaande structuur is geen concurrerende bevoegdheid (Duits model), maar een chaotische splitsing. Gewesten mogen niet experimenteren met het uitkeringsstelsel zelf.
7 Resultaatgericht ❌ De RVA meet correct uitbetalen, niet succesvol re-integreren. Er zijn geen federale KPI's op terugkeer naar werk of doorlooptijden. De vakbonden worden betaald volgens het aantal dossiers, niet volgens resultaat.
8 Digitaal-eerst ⚠️ De RVA heeft digitale diensten, maar het systeem als geheel (3 instanties) is niet once-only. 85,4% van het RVA-personeel kan deels telewerken (2025), maar de burger moet nog steeds meerdere kanalen gebruiken.
9 Internationaal bewezen ❌ Geen enkel vergelijkbaar land combineert vakbonduitbetaling, een federaal/regionaal gesplitste verantwoordelijkheid en geen resultaatsmeting; tot eind 2025 kwam daar nog een in principe onbeperkte duur bij. Het Belgische systeem blijft een internationaal unicum, en niet in positieve zin.

Synthese: Score 0/9 ✅, 4/9 ⚠️, 5/9 ❌. De grootste winst zit bij:

  1. Verantwoordelijkheid = Financiering: de fiscal gap dichten
  2. Eenvoud: van drie instanties naar twee
  3. Resultaatgericht: KPI's op re-integratie, niet op dossierbeheer

Fase 3: HART-voorstel

3A. Classificatie

🟠 Hervormd: fundamenteel anders inrichten. De RVA blijft de federale verzekeraar en betaalt de uitkeringen zelf uit, zonder vakbonden; de deelstaten activeren, bemiddelen, leiden op en sanctioneren, en betalen een stijgend deel van de uitkering, vooraf vergoed via de verevening (art. 28 HART-grondwet).

3B. Concreet voorstel

Wat verandert er:

  1. Einde van de vakbonduitbetaling. Werkloosheidsuitkeringen worden uitbetaald door de overheid: de RVA, die de federale verzekeraar blijft, betaalt ze zelf uit. De vakbonden verliezen hun rol als uitbetalingsinstelling en de bijbehorende vergoeding voor administratiekosten. De HVW gaat op in de RVA.

  2. Federale verzekering, activering bij de deelstaat. Naar Zwitsers model: de werkloosheidsverzekering blijft federaal. De federatie bepaalt de bijdragen, de hoogte en de duur van de uitkering en de regels voor passend werk, en de RVA beslist over het recht op uitkering (art. 27 en 28 HART-grondwet). De deelstaten activeren, bemiddelen, leiden op en sanctioneren: de Vlaamse deelstaten kunnen dat samen laten doen door VDAB, de Waalse door Forem; Brussel heeft Actiris en Ostbelgien het ADG (art. 32). Zo heeft de werkloze twee aanspreekpunten in plaats van drie: de RVA voor zijn uitkering, de deelstatelijke dienst voor zijn begeleiding.

  3. Maximaal 24 maanden uitkering. Sinds de programmawet van 18 juli 2025 geldt een basisperiode van 12 maanden plus maximaal 12 maanden naargelang het beroepsverleden. HART behoudt die grens en koppelt ze aan een verplicht activeringstraject, met een persoonlijk activeringsplan binnen vier weken; de activeringsfase valt binnen de 24 maanden. Daarna volgt het leefloon, met strengere voorwaarden en een tegenprestatie.

  4. Resultaatsfinanciering. De dienst die werklozen begeleidt, wordt (deels) gefinancierd op basis van resultaat: succesvolle plaatsing, duurzaamheid van de plaatsing, en doorstroming vanuit langdurige werkloosheid. Naar Zweeds model (gecontracteerde aanbieders met resultaatsgebonden vergoeding).

  5. Wie activeert, betaalt mee aan de uitkering. Elke deelstaat betaalt een stijgend deel van de uitkering van wie bij hem woont: 20% in de eerste vier weken, 60% tot week 26, 70% tot week 52 en 80% daarna (de Deense trap, art. 28 §2 HART-grondwet). De verevening vergoedt hem vooraf voor de werkloosheid die bij hem te verwachten is, zoals het Planbureau die raamt (art. 55): wie beter activeert dan verwacht, houdt het verschil. Het Planbureau publiceert elk jaar een scorekaart per deelstaat. Wie beslist over activering, draagt zo ook de financiële gevolgen van langdurige werkloosheid (verantwoordelijkheid = financiering).

Internationaal model: Hybride van Zwitsers model (federale verzekering, bemiddeling door de kantons) + Deens model (de gemeente betaalt een stijgend deel van de uitkering, vooraf vergoed) + Zweeds contracteermodel (resultaatsfinanciering) + Deens flexicurity (tijdsbeperking + intensieve begeleiding).

Geschatte besparing/efficiëntiewinst:

Implementatiepad:


Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)

Deel A: Het partijpunt

RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening): Hervormd

Werkloosheidsuitkeringen worden uitbetaald door de overheid in plaats van door vakbonden: de RVA blijft de federale verzekeraar en betaalt zelf uit. De deelstaten begeleiden naar werk en betalen een stijgend deel van de uitkering naarmate iemand langer werkloos is, vooraf vergoed via de verevening. Zo heeft elke werkloze twee aanspreekpunten in plaats van drie, en betaalt wie activeert mee de rekening.

Deel B: De uitleg

Hoe het nu werkt

De RVA is de federale instelling die beslist of je recht hebt op een werkloosheidsuitkering en hoeveel je krijgt. Maar de RVA betaalt je niet zelf uit. Dat doen de drie grote vakbonden (ACV, ABVV en SYNOVA, het vroegere ACLVB) of de publieke Hulpkas (HVW). En de begeleiding naar een nieuwe job? Dat doet weer een andere instantie: VDAB in Vlaanderen, Forem in Wallonië, Actiris in Brussel, het ADG in de Duitstalige Gemeenschap. Drie instanties voor één werkloze. De RVA telt 2.959 medewerkers (eind 2025) en gaf in 2024 €7,2 miljard uit; gemiddeld kregen 726.387 mensen per maand een RVA-uitkering (2025).

Wat er mis gaat

Het fundamentele probleem is dat niemand de volledige verantwoordelijkheid draagt. De federale overheid betaalt de uitkeringen, maar de gewesten beslissen over de begeleiding naar werk. Dat creëert een perverse prikkel: de gewesten hebben geen financieel belang bij snelle activering, want de federale overheid betaalt de rekening.

Daarbovenop was België tot eind 2025 het enige EU-land waar werkloosheidsuitkeringen in principe onbeperkt waren in de tijd, een feit bevestigd door VRT NWS en Factcheck Vlaanderen. Sinds de programmawet van 18 juli 2025 is de uitkering beperkt tot maximaal twee jaar. België gaf volgens dezelfde factchecks (2024) ook meer uit aan werkloosheidsuitkeringen dan het Europese gemiddelde, als percentage van het bbp.

En dan is er het vakbondssysteem. De drie grote vakbonden ontvangen een vergoeding voor administratiekosten die afhangt van het aantal werkloosheidsdossiers dat ze verwerken; samen met de HVW ging het in 2024 om €219,7 miljoen. Hoe meer werklozen, hoe meer inkomsten. De publieke Hulpkas (HVW), die als neutraal alternatief zou moeten dienen, wordt mede bestuurd door diezelfde vakbonden. Ze zijn rechter en partij tegelijk.

Voor de burger is het resultaat kafkaësk: je moet naar de RVA voor je recht, naar je vakbond voor je geld, en naar VDAB voor je begeleiding. Drie instanties, drie dossiers, drie websites. Zelfs in landen waar werkloosheidskassen dicht bij de vakbonden de uitkering betalen, zoals Denemarken en Zweden, regelt de werkloze zijn uitkering bij één kas en zijn begeleiding bij één dienst: twee instanties, geen drie.

Hoe het elders werkt

In Duitsland bestaat de Bundesagentur für Arbeit (BA): één organisatie van ongeveer 116.000 medewerkers en €52 miljard uitgaven (2025) die zowel de werkloosheidsverzekering beheert als werkzoekenden begeleidt, via de lokale Agenturen für Arbeit en Jobcenter. De werkloosheidsuitkering (Arbeitslosengeld) duurt 12 maanden, tot 24 maanden voor oudere werklozen. Daarna volgt bijstand met verplichte medewerking. De BA en de Jobcenter werken met jaarlijkse doelafspraken en vaste kengetallen, zoals het aandeel uitkeringstrekkers dat werk vindt.

In Nederland combineert het UWV (ongeveer 19.900 voltijdse equivalenten, 2025) uitkeringsbeheer en re-integratie, met een maximale werkloosheidsduur van 24 maanden. In Denemarken kent het "flexicurity"-model een uitkering van maximaal 2 jaar binnen 3 jaar, met intensieve begeleiding via gemeentelijke jobcentra. Zweden hervormt sinds 2019 zijn arbeidsbemiddeling door deze grotendeels uit te besteden aan private aanbieders met resultaatsgebonden financiering, met steun van de OESO en de Europese Commissie.

Wat HART voorstelt

  1. Twee instanties in plaats van drie. De RVA blijft de federale verzekeraar: hij beslist over je recht en betaalt je uitkering zelf uit, en de federatie bepaalt de bijdragen, de hoogte en de duur van de uitkering. Je begeleiding naar werk regelt de deelstaat: de Vlaamse deelstaten kunnen dat samen laten doen door VDAB, de Waalse door Forem; Brussel heeft Actiris en Ostbelgien het ADG. Naar Zwitsers model: één federale verzekering, de bemiddeling bij de kantons.

  2. Overheid betaalt, niet de vakbond. De uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen wordt een overheidstaak, uitgevoerd door de RVA zelf. De vakbonden verliezen hun rol als uitbetalingsinstelling, en daarmee de perverse financiële prikkel die eraan vastzit. Vakbonden blijven uiteraard bestaan als belangenverdediger, maar betalen geen uitkeringen meer.

  3. Maximum 2 jaar werkloosheidsuitkering. Sinds de programmawet van 18 juli 2025 geldt: 12 maanden basisperiode plus maximaal 12 maanden naargelang het beroepsverleden. HART behoudt die grens, met een verplicht activeringstraject en een persoonlijk activeringsplan binnen vier weken. Daarna volgt het leefloon, met begeleiding en tegenprestatie.

  4. Resultaatsfinanciering. De dienst die werklozen begeleidt, wordt deels betaald op basis van resultaat: hoeveel werklozen effectief aan het werk gaan, en hoe duurzaam die plaatsing is. Naar Zweeds model.

  5. Wie activeert, betaalt mee. De deelstaat betaalt een stijgend deel van de uitkering van wie bij hem woont: 20% in de eerste vier weken, 60% tot week 26, 70% tot week 52 en 80% daarna, zoals de Deense gemeenten. De verevening vergoedt hem vooraf voor de werkloosheid die te verwachten is: wie beter activeert dan verwacht, houdt het verschil. Wie beslist over activering, draagt zo ook de financiële gevolgen van falen. Dat dicht de "fiscal gap" en geeft deelstaten een echte prikkel om werklozen te helpen.

Wat het oplevert


Fase 5: Bronnenlijst

Bron URL Wat gebruikt
RVA officiële website https://www.rva.be/ Structuur, taken
RVA Jaarverslag 2025. Een performante organisatie https://jaarverslag.rva.be/accueil/une-organisation-performante/budget/ 2.959 medewerkers, 2.621,6 VTE, 73,9% vrouwen, 77,8% niveau B en C, gemiddeld 41 jaar, 85,4% kan deels telewerken, 16 gedecentraliseerde kantoren (31 december 2025)
RVA Jaarverslag 2025. Evolutie van de uitkeringen https://jaarverslag.rva.be/accueil/une-evolution-des-allocations/ Gemiddeld 726.387 mensen per maand met een RVA-uitkering (2025)
RVA Jaarverslag 2025. Volledige werkloosheid https://jaarverslag.rva.be/accueil/une-evolution-des-allocations/chomage-complet/ 288.077 uitkeringsgerechtigde volledig werkloze werkzoekenden, 326.794 vergoede volledig werklozen (2025)
RVA. Publicatie jaarverslag 2024 https://www.onem.be/nieuws/2025/03/27/de-rva-publiceert-zijn-jaarverslag-2024 Tijdelijke werkloosheid +5,3%, banenverlies door faillissementen +20%, "kanteljaar" (2024)
RVA. 90 jaar RVA https://www.onem.be/nieuws/2025/04/14/90-jaar-rva Oprichting in 1935 als RVAW, naam RVA sinds 1961
FOD Sociale Zekerheid. Geschiedenis https://socialsecurity.belgium.be/nl/over-de-sociale-zekerheid/geschiedenis Besluitwet van 28 december 1944; financiering van de werkloosheidsverzekering met bijdragen en een overheidstoelage
ESIP. ONEM/RVA profiel https://esip.eu/members/onem-rva Beheerscomité, administrateur-generaal, adjunct en 5 directeurs-generaal, kerntaken
Rekenhof. Boek 2025 over de Sociale Zekerheid, tabel 6 https://www.ccrek.be/sites/default/files/Docs/182e_b_II_SocZk.pdf RVA-uitgaven 2024: €7.198,5 miljoen, waarvan werkloosheid €5.632,7 miljoen en beheerskosten van de uitbetalingsinstellingen €219,7 miljoen
Studiecommissie voor de Vergrijzing. Jaarlijks verslag (juli 2026) https://www.plan.be/sites/default/files/documents/FOR_VERG2026_13333_NL.pdf Werkloosheid (inclusief bedrijfstoeslag en tijdskrediet) ongeveer 1% van het bbp (2025)
Factcheck Vlaanderen. Werkloosheid onbeperkt in de tijd https://factcheck.vlaanderen/factcheck/belgie-is-het-enige-eu-land-met-werkloosheidskeringen-onbeperkt-in-de-tijd België enige EU-land met onbeperkte duur; uitgaven boven het Europese gemiddelde, Oostenrijk en Spanje hoger
VRT NWS. Factcheck werkloosheid (2024) https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2024/05/28/check-voor-u-werkloosheid/ Bevestiging onbeperkte duur; uitgaven boven het Europese gemiddelde
Achtergrondpaper bij een door de Europese Commissie gefinancierd onderzoeksproject (2015). Institutional moral hazard in the multi-tiered regulation of unemployment in Belgium https://www.frankvandenbroucke.be/wp-content/uploads/2017/05/277.pdf Moral hazard federaal-regionaal; vergoeding van de uitbetalingsinstellingen volgens het aantal dossiers
Journal of European Social Policy (2025). Federal solidarity, regional autonomy and institutional moral hazard https://journals.sagepub.com/doi/10.1177/09589287251331589 Wetenschappelijke analyse van institutional moral hazard in de Belgische werkloosheidsverzekering
OESO. Tax and benefit policy descriptions for Belgium 2024 https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/topics/policy-sub-issues/incomes-support-redistribution-and-work-incentives/TaxBEN-Belgium-latest.pdf Belgische uitkeringsregels
Bundesagentur für Arbeit. Geschäftsbericht 2025 https://www.arbeitsagentur.de/ueber-uns/geschaeftsbericht-2025 115.931 medewerkers (vierde kwartaal 2025), €52,04 miljard uitgaven (2025)
BMAS. Anspruchsdauer von Arbeitslosengeld https://www.bmas.de/DE/Arbeit/Arbeitslosengeld/Anspruchsdauer/anspruchsdauer.html Arbeitslosengeld 12 maanden, tot 24 maanden voor oudere werklozen
Deutscher Bundestag. Umgestaltung des Bürgergelds zur Grundsicherung beschlossen (2026) https://www.bundestag.de/dokumente/textarchiv/2026/kw10-de-grundsicherung-1150460 Bürgergeld vervangen door Grundsicherung
Zielvereinbarung BMAS-BA 2026 https://www.sgb2.info/SharedDocs/Downloads/DE/Service/Zielvereinbarungen/BMAS-BA/Zielvereinbarung-BMAS-BA-2026.pdf?__blob=publicationFile&v=3 Doelafspraken en kengetallen (integratiequote)
UWV. Jaarverslag 2025 https://www.uwv.nl/assets-kai/files/bd78c8a5-8a43-43b2-8cd7-6e45306eea10/uwv-jaarverslag-2025.pdf Gemiddeld 19.894 fte in 2025
Rijksoverheid. Hoe lang heb ik recht op een WW-uitkering? https://www.rijksoverheid.nl/vraag-en-antwoord/ww-uitkering/hoe-lang-heb-ik-recht-op-een-ww-uitkering WW 3 tot 24 maanden
Borger.dk. Arbejdsløshedsdagpenge https://www.borger.dk/arbejde-dagpenge-ferie/Dagpenge-kontanthjaelp-og-sygedagpenge/Arbejdsloeshedsdagpenge Dagpenge maximaal 2 jaar binnen 3 jaar
A-kasser.dk. Unemployment insurance Denmark https://www.a-kasser.dk/unemployment-insurance-in-europe/denmark/index.html 21 a-kasser, vrijwillige verzekering, grotendeels door de staat gefinancierd
Arbetsförmedlingen. Unemployment benefit https://arbetsformedlingen.se/other-languages/english-engelska/unemployed---what-happens-now/unemployment-benefit Zweedse uitkering maximaal 300 dagen, +150 dagen voor ouders
Europese Commissie (DG REFORM). Implementing contracted-out employment services in Sweden https://reforms-investments.ec.europa.eu/what-we-do/labour-market-and-social-protection/implementing-contracted-out-employment-services-sweden_en Zweedse hervorming sinds 2019, steun OESO en Commissie juli 2021 tot maart 2023, resultaatsfinanciering
IAF (Inspektionen för arbetslöshetsförsäkringen). Rapport 2021:3, Implementering av Kundval Rusta och matcha https://www.iaf.se/globalassets/dokument/rapporter/2021-2022/2021-3-implementering-av-kundval-rusta-och-matcha.pdf Rusta och matcha gestart op 30 maart 2020
SYNOVA. Werkloosheid: wanneer loopt je uitkering ten einde https://www.synova.be/nl/artikels/werkloosheid-wanneer-loopt-je-uitkering-mogelijks-ten-einde-door-de-hervormingen-van-de Uitvoering van de beperking in de tijd
RVA. Hervorming werkloosheidsreglementering https://www.rva.be/hervorming-van-de-werkloosheidsreglementering Programmawet van 18 juli 2025, maximaal 24 maanden, volledige toepassing sinds 1 maart 2026, arrest Grondwettelijk Hof 10 september 2026
RVA. De uitbetalingsinstellingen https://www.rva.be/bladzijde/de-uitbetalingsinstellingen ACV, ABVV, SYNOVA en HVW als uitbetalingsinstelling
HVW. Jaarverslag 2008 https://hvw-capac.fgov.be/nl/file/514/download?token=rIwE7PeA Beheerscomité van de HVW met vertegenwoordigers van werknemers- en werkgeversorganisaties, zelfde samenstelling als dat van de RVA
FOD Werkgelegenheid. RVA https://werk.belgie.be/nl/over-de-fod/gerelateerde-organen/parastatalen/rijksdienst-voor-arbeidsvoorziening-rva Officieel overzicht RVA
Socialsecurity.be. RVA https://socialsecurity.belgium.be/nl/netwerk/rijksdienst-voor-arbeidsvoorziening-rva RVA in het netwerk sociale zekerheid
KL. Økonomistyring på beskæftigelsesområdet https://kl.dk/media/ydjbmmcm/oekonomistyring-paa-beskaeftigelsesomraadet-politisk.pdf Deense gemeenten betalen een stijgend deel van de uitkering (20%, 60%, 70%, 80%) en worden vooraf vergoed
SECO. Vereinbarung RAV, LAM und KAST 2021-2024 https://www.seco.admin.ch/dam/seco/de/dokumente/Arbeit/ALV/Grundlagen/Vereinbarung%20RAV,%20LAM%20und%20KAST%202015-2018.pdf.download.pdf/Vereinbarung_RAVLAMKAST_2021-2024.pdf Zwitserse federale werkloosheidsverzekering, bemiddeling door de kantonale RAV