SPAQuE (brownfield-sanering): Audit
Datum: 2026-03-30 Categorie: Wallonië. OIP's Status: 🟠 Hervormd: integratie in de Waalse Milieumaatschappij (AWE) met vervuiler-betaalt-mechanisme
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Officiële naam: Société Publique d'Aide à la Qualité de l'Environnement (SPAQuE SA) Juridische basis: Opgericht op 13 maart 1991 als dochteronderneming van de SRIW (Société Régionale d'Investissement de Wallonie). Juridisch statuut: naamloze vennootschap, organisme d'intérêt public (OIP) van het Waalse Gewest. Sinds 2022 voor 100% in handen van het Waals Gewest, dat toen de 75% van de Sogepa overnam. Bestuursniveau: Waals Gewest Hoofdkantoor: Avenue Maurice Destenay 13, 4000 Luik Personeel: 84 medewerkers, samen 80,7 voltijdse equivalenten (eind 2024) Budget: Dotatie van het Waals Gewest via het beheerscontract: €24,4 miljoen (2024); personeelskosten €13,3 miljoen (2024). Daarnaast lopen saneringen via de Marshallplannen (Marshallplan 1: leningen van €247,6 miljoen; Marshallplan 2.Vert: enveloppe van €132,1 miljoen; het Gewest betaalt de leningen terug; eind 2024 samen €314,7 miljoen gebruikt), FEDER en het Waals Relanceplan. SPAQuE raamde in 2013 dat het tussen 2001 en 2025 zo'n €500 miljoen aan publieke middelen zou besteden aan sanering van industriële sites en stortplaatsen. Aansturing: Raad van bestuur van negen bestuurders, aangeduid door de Waalse Regering, met twee regeringscommissarissen (2026). Beheerscontract: Het beheerscontract 2019-2024 (goedgekeurd op 28 mei 2019) noemt SPAQuE "de expert van Wallonië inzake beheer van verontreinigde bodems" en legt vier strategische doelstellingen met twaalf prestatie-indicatoren vast. Certificering: ISO 14001 (milieumanagement) en ISO 9001 (kwaliteit)
Dochterondernemingen en participaties: SPAQuE bezit, in gedelegeerde opdracht van het Waals Gewest, participaties in afvalverwerkers (RECYNAM, RECYHOC, RECYLIEGE, RECYMEX, VALOREM, RECYDEL), daarnaast in SEDISOL (baggerslib) en de coöperatie Tradecowall, en is 100% eigenaar van GEPART (beheer Europese subsidieprogramma's).
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken:
- Sanering van verontreinigde industriële brownfields en stortplaatsen
- Bodemonderzoek en risicoanalyse
- Noodinterventies op verontreinigde sites
- Projecten voor hernieuwbare energie op gesaneerde terreinen (zonnepanelen, stortgas en een windproject)
- Herontwikkeling en reconversie van gesaneerde sites
- Centrale aankoopdienst voor saneringsprojecten
- Beheer van Europese financieringsprogramma's (via GEPART)
Prestaties sinds 2000:
- Meer dan 1.000 hectare industriële brownfields gesaneerd, gemiddeld een veertigtal hectare per jaar
- 59 sites gerehabiliteerd; daarvan zijn er 23 (599 ha) gereconverteerd en hebben er 26 (387 ha) een lopend reconversieproject
- Doelstelling van de Waalse minister van Economie (2022): 100 hectare per jaar saneren voor economische activiteit
- Waalse ambitie (2025): meer dan 1.500 hectare mobiliseerbaar terrein vrijmaken
Opdrachten uit het Waals Relanceplan en FEDER:
- Waals Relanceplan: €44,4 miljoen voor 7 prioritaire stortplaatsen en €37,5 miljoen voor 15 industriële friches (waarvan €36,1 miljoen toegewezen aan 42,85 hectare, december 2022)
- FEDER 2021-2027: 35 sites, enveloppe van €142,3 miljoen
- December 2025: 5 bijkomende sites (Paliseul, Jambes, Virton, Seneffe, Engis), samen €6,3 miljoen uit het Relanceplan en FEDER
Overlap met andere instellingen:
- SPW (Service Public de Wallonie): de directie-generaal Landbouw, Natuurlijke Rijkdommen en Leefmilieu (SPW ARNE) heeft ook bevoegdheden inzake bodemverontreiniging
- ISSEP (Institut Scientifique de Service Public): milieuanalyses en bodemonderzoek
- Gemeenten: lokale vergunningen en ruimtelijke ordening op gesaneerde terreinen
- De Waalse bodemdatabank (BDES), die SPAQuE mee voedt met haar inventaris van oude stortplaatsen en industriële sites
- In Vlaanderen doet OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) vergelijkbaar werk als onderdeel van een breder agentschap voor afval, materialen en bodem
"Klant": Waalse Regering (opdrachtgever), gemeenten (herontwikkeling), private partners (bodemadvies), soms federale overheid
Kritiek Rekenhof (2019 en 2024):
- In april 2019 onderzocht het Rekenhof de financiering en boekhouding van de opdrachten die de Waalse Regering aan SPAQuE delegeert ("missions déléguées"). Vaststellingen: het niet-gebruikte saldo van de dotatie 2017 ging zonder regeringsbeslissing naar het werkkapitaal; de Marshallplan-leningen werden buiten de begroting gehouden via constructies die de jaarrekening moeilijk leesbaar maken; en niemand volgt centraal op welke saneringskosten op private sites teruggevorderd hadden moeten worden.
- In september 2024 publiceerde het Rekenhof een audit van de overheidsopdrachten van SPAQuE. Conclusie: SPAQuE heeft interne controles ontwikkeld (aankoopprocedure, modeldocumenten, delegatieregels) die het risico op onregelmatigheden verkleinen.
Fundamenteel probleem: de vervuiler betaalt niet
- Rekenhof (2019): voor sites die privé-eigendom blijven, vordert SPAQuE de saneringskosten niet terug van de vervuilende bedrijven. SPAQuE zegt daarvoor geen juridische bevoegdheid te hebben, de gewestadministratie krijgt de informatie niet en onderneemt geen actie. De kosten blijven bij het Gewest (L'Avenir, april 2019)
- SPAQuE zelf erkent dat het principe "pollueur-payeur" moeilijk toepasbaar is: oorspronkelijke vervuilers zijn verdwenen of insolvent, en historische vervuiling (veroorzaakt vóór 30 april 2007) was toen niet noodzakelijk onwettig
- De Europese Rekenkamer (speciaal verslag 23/2012) bevestigt: het is vaak onmogelijk om de oorspronkelijk verantwoordelijke partij de sanering te laten betalen, omdat die niet meer bestaat of een staatsbedrijf was
- Sinds het Waalse bodemdecreet van 1 maart 2018 (van kracht op 1 januari 2019) leidt de verkoop van een grond niet meer tot een onderzoeksplicht: de verkoper moet de koper alleen informeren met een uittreksel uit de bodemdatabank (BDES)
- Resultaat: SPAQuE raamde in 2013 dat het tussen 2001 en 2025 zo'n €500 miljoen publiek geld zou besteden aan de sanering van industriële sites, grotendeels vervuiling door bedrijven, zonder structureel kostenverhaal
1C. Internationale vergelijking
Nederland: RIVM + provincies + gemeenten (sinds 2024)
- Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) ontwikkelt methoden en interventiewaarden voor bodemsanering
- Tot 2024: provincies en 29 grote gemeenten als bevoegd gezag voor bodemsanering (Wet bodembescherming)
- Sinds 1 januari 2024 (Omgevingswet): alle gemeenten zijn bevoegd voor de vaste bodem, de provincies voor het grondwater
- Circa 250.000 locaties zijn (mogelijk) ernstig verontreinigd (RIVM)
- Geen apart OIP. Bodemsanering is geïntegreerd in de reguliere milieuadministratie
- Kostenverhaal: de Staat kan de kosten van onderzoek en sanering die overheden maakten verhalen op de veroorzaker (artikel 75 Wet bodembescherming, voor lopende dossiers via overgangsrecht; de Omgevingswet heeft een eigen verhaalsinstrument)
Duitsland (NRW): AAV (Verband für Flächenrecycling und Altlastensanierung)
- Publiekrechtelijk verband, bij wet opgericht in 1988
- Het Land en de gemeenten zijn verplicht lid; bedrijven kunnen sinds 2002 vrijwillig aansluiten (meer dan 40 vrijwillige leden uit het bedrijfsleven)
- Ruim 88.000 geregistreerde oude stortplaatsen en industriële locaties in NRW (2023)
- Meer dan 100 afgeronde projecten sinds de oprichting en 66 projecten op het actieprogramma (2023); de AAV financiert doorgaans tot 80% van de projectkosten
- Financiering vooral door het Land (€7 miljoen per jaar sinds 2013) en de gemeenten (6 cent per inwoner)
- Een aparte instelling voor bodemsanering, maar gedragen door deelstaat, gemeenten en bedrijven samen
Denemarken: regionale verantwoordelijkheid
- De regio's zijn verantwoordelijk voor opsporing, onderzoek, risicobeoordeling en sanering
- 41.491 in kaart gebrachte (mogelijk) verontreinigde gronden (eind 2025)
- Prioritering op basis van het risico voor drinkwater, gezondheid en watermilieu
- Wettelijk kader: de nationale bodemverontreinigingswet (jordforureningsloven)
- Geïntegreerd in de regionale administratie, geen apart agentschap
Vlaanderen: OVAM
- OVAM combineert afvalbeheer, materialenbeheer EN bodemsanering in één organisatie
- Budget: Vlaanderen investeerde €32,4 miljoen op één jaar in de sanering van vervuilde bodems (OVAM, 2020), plus €2 miljoen per jaar cofinanciering voor historische verontreiniging (2023 en 2024)
- Overdracht van een risicogrond vereist vooraf een oriënterend bodemonderzoek; bij ernstige verontreiniging kan de overdracht pas na een beschrijvend onderzoek of een goedgekeurd saneringsproject met verbintenis en financiële zekerheid (Bodemdecreet 2006, artikelen 101-112)
- Brownfieldconvenanten als juridisch instrument (decreet van 30 maart 2007): sinds de eerste convenanten van 2009 meer dan 1.600 hectare in herontwikkeling gebracht, via 140 convenanten (2024)
- Geen aparte instelling voor brownfields: OVAM stuurt de sanering aan, VLAIO coördineert de brownfieldconvenanten
Conclusie: In de meeste vergelijkingslanden is bodemsanering geïntegreerd in de bredere milieu- of ruimtelijke ordeningsadministratie. Waar een aparte instelling bestaat, zoals de AAV in Noordrijn-Westfalen, dragen deelstaat, gemeenten en bedrijfsleven samen de verantwoordelijkheid. Een losstaande, volledig door het gewest gefinancierde vennootschap zonder structureel kostenverhaal, zoals SPAQuE, is de uitzondering.
1D. Knelpunten en kritiek
Een half miljard euro publiek geld zonder kostenverhaal: Het principe "de vervuiler betaalt" wordt structureel niet toegepast. De Waalse belastingbetaler draait op voor de sanering van industriële vervuiling die grotendeels door bedrijven werd veroorzaakt, en niemand volgt op wat teruggevorderd had kunnen worden (Rekenhof, 2019).
Afzonderlijk OIP is een uitzondering: In Vlaanderen is brownfield-sanering onderdeel van OVAM; in Nederland van de gemeenten en provincies; in Denemarken van de regio's. Waar wel een aparte instelling bestaat, zoals de AAV in Noordrijn-Westfalen, dragen deelstaat, gemeenten en bedrijven samen de verantwoordelijkheid.
Trage voortgang: Sinds 2000 saneerde SPAQuE gemiddeld een veertigtal hectare per jaar, ver onder de doelstelling van 100 hectare per jaar, terwijl Wallonië meer dan 1.500 hectare mobiliseerbaar terrein wil vrijmaken.
Governance-vragen: Het Rekenhof (2019) wees op een dotatiesaldo dat zonder regeringsbeslissing in het werkkapitaal belandde en op financieringsconstructies die de rekeningen moeilijk leesbaar maken. De raad van bestuur wordt door de regering aangeduid.
Overlap met SPW: SPW Landbouw, Natuurlijke Rijkdommen en Leefmilieu (SPW ARNE) heeft ook bevoegdheden inzake bodem, wat leidt tot onduidelijke afbakening.
Historische erfenis Mellery: SPAQuE is geboren uit het Mellery-schandaal (1989): een stortplaats die tussen 1981 en 1988 honderdduizenden tonnen afval ontving. De sanering alleen al kostte zo'n €30 miljoen. Dit reactieve ontstaan heeft de organisatie gevormd als crisismanager eerder dan als structurele beleidsuitvoerder.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ⚠️ | Bodemsanering zit logisch op gewestniveau (schaalvoordelen, grensoverschrijdende vervuiling), maar de uitvoering via een apart OIP creëert een extra laag. In Nederland is dit naar gemeenten gedecentraliseerd (2024). |
| 2 | Transparantie | ❌ | De burger kan moeilijk zien wie beslist over welke sites prioriteit krijgen, wie de kosten draagt, en waarom vervuilers niet betalen. Politieke benoeming van bestuurders vermindert onafhankelijkheid. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | Fundamentele breuk: wie vervuilt, betaalt niet. Zo'n €500 miljoen publiek geld voor de sanering van industriële vervuiling tussen 2001 en 2025 (raming SPAQuE), zonder structureel kostenverhaal. De fiscal gap is hier niet tussen bestuursniveaus maar tussen privaat en publiek. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Een apart OIP naast SPW ARNE, ISSeP en gemeenten voor één deelaspect van milieubeleid. In Vlaanderen doet OVAM dit binnen een breder agentschap voor afval, materialen en bodem. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | Een kleine 85 medewerkers voor heel Wallonië is werkbaar, maar de kleine schaal beperkt de slagkracht. OVAM (Vlaanderen) combineert afval + bodem + materialen met meer personeel en budget. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ⚠️ | Er is geen concurrentie mogelijk. SPAQuE is monopolist in Wallonië. In het HART-model met concurrerende bevoegdheden zou elke deelstaat zijn eigen aanpak kunnen ontwikkelen, wat innovatie stimuleert. |
| 7 | Resultaatgericht | ⚠️ | Het beheerscontract bevat twaalf prestatie-indicatoren, maar het tempo (gemiddeld een veertigtal hectare per jaar sinds 2000) ligt ver onder de doelstelling van 100 ha/jaar. Het Rekenhof (2019) stelde vast dat de terugvordering van saneringskosten nergens centraal wordt opgevolgd. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | Sinds 2019 kan elke burger in de Waalse bodemdatabank (BDES) per perceel de gekende bodemtoestand opzoeken. Wat ontbreekt, is een publiek overzicht van de stand, de kosten en de terugvordering per saneringsdossier van SPAQuE. |
| 9 | Internationaal bewezen | ⚠️ | Een aparte instelling voor bodemsanering bestaat elders ook (de AAV in Noordrijn-Westfalen), maar daar dragen deelstaat, gemeenten en bedrijven samen de verantwoordelijkheid. Een volledig door het gewest gefinancierde vennootschap zonder kostenverhaal is internationaal niet bewezen; de meeste landen integreren bodemsanering in de bredere milieuadministratie. |
Synthese: 0 ✅ · 5 ⚠️ · 4 ❌
Grootste winstpunten:
- Verantwoordelijkheid = Financiering (principe 3): Invoeren van een structureel vervuiler-betaalt-mechanisme (bodemfonds, saneringsplicht bij eigendomsoverdracht)
- Eenvoud (principe 4): Integratie van SPAQuE in één Waals milieuagentschap (de Waalse Milieumaatschappij, AWE) in plaats van apart OIP
- Internationaal bewezen (principe 9): Overnemen van het Vlaamse OVAM-model of het Nederlandse model met gedecentraliseerde uitvoering
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Hervormd SPAQuE als apart OIP wordt opgeheven. De expertise gaat naar de Waalse Milieumaatschappij (AWE), het ene Waalse milieuagentschap waarin ook ISSeP, het luchtmeetnet van AwAC, de milieudiensten van SPW ARNE en het DNF opgaan (zie ISSeP-audit), aangevuld met een structureel vervuiler-betaalt-mechanisme.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er precies?
- SPAQuE als apart OIP wordt opgeheven
- De ongeveer 85 medewerkers en hun expertise worden de pijler Bodem & Brownfields van de Waalse Milieumaatschappij (AWE)
- Er komt een Waals Bodemfonds dat:
- Gevoed wordt door een heffing op eigendomsoverdrachten van verontreinigde gronden
- Onderzoeks- en saneringsplicht opnieuw koppelt aan eigendomsoverdracht (naar het Vlaamse Bodemdecreet)
- Publieke middelen aanvult met private bijdragen en de kosten op private sites systematisch terugvordert bij de vervuiler
- Eén digitaal Bodemportaal: de bestaande Waalse bodemdatabank (BDES), waarin elke burger per perceel de gekende bodemtoestand opzoekt, wordt aangevuld met de stand, de kosten en de terugvordering van elk saneringsdossier (naar Nederlands Bodemloket-model)
- De participaties (RECYNAM, RECYHOC, RECYLIEGE, RECYMEX, VALOREM, RECYDEL, SEDISOL, Tradecowall) en de dochter GEPART worden geëvalueerd op nut en zo nodig verkocht, overgedragen of geliquideerd
Naar welk niveau? De Waalse deelstaten (geïntegreerd in de Waalse Milieumaatschappij)
Welk internationaal model?
- Vlaanderen (OVAM): integratie bodem + afval + materialen in één organisatie, onderzoeksplicht bij overdracht, brownfieldconvenanten
- Nederland: Omgevingswet 2024, decentralisatie naar gemeenten, kostenverhaal op de veroorzaker, Bodemloket als transparantie-instrument
- Duitsland (NRW/AAV): publiekrechtelijk verband van deelstaat en gemeenten, met bedrijven als vrijwillige leden
Geschatte efficiëntiewinst:
- Opheffing apart OIP: de eigen raad van bestuur, directie en ondersteunende diensten gaan op in de AWE. Die besparing zit in de overheadbesparing van de AWE-fusie, geschat op €3-5 miljoen per jaar voor alle samengevoegde organisaties samen (zie ISSeP-audit), en telt hier niet apart
- Vervuiler-betaalt-mechanisme: structurele verlaging van de publieke kost. Had het Gewest 20% van de geraamde €500 miljoen kunnen verhalen, dan was dat €100 miljoen over 25 jaar geweest, ongeveer €4 miljoen per jaar. Dat is een extra ontvangst, geen besparing op de werking
- Brownfieldconvenanten (Vlaams model): versnelling van herontwikkeling door private investeringen aan te trekken
Implementatiepad:
- Jaar 1: Decreet Waals Bodemfonds + onderzoeks- en saneringsplicht bij eigendomsoverdracht
- Jaar 1-2: Integratie SPAQuE-personeel in de AWE
- Jaar 2: Uitbreiding van de bodemdatabank tot één Bodemportaal
- Jaar 2-3: Evaluatie en afwikkeling dochterondernemingen
- Jaar 3: Eerste brownfieldconvenanten operationeel
Fase 4: Partijpunt (website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
SPAQuE (brownfield-sanering): Hervormd De Waalse belastingbetaler betaalt al decennia voor het opruimen van industriële vervuiling: zo'n half miljard euro tussen 2001 en 2025, volgens SPAQuE zelf. HART integreert SPAQuE in één Waals milieuagentschap en voert het principe "de vervuiler betaalt" eindelijk echt in.
Deel B: De uitleg
Hoe het werkt
SPAQuE is een apart overheidsbedrijf (OIP) van het Waalse Gewest, opgericht in 1991 na het stortplaatsschandaal van Mellery. Het telt een kleine 85 medewerkers (eind 2024) en is gevestigd in Luik. De kerntaak: verontreinigde industriële terreinen en stortplaatsen saneren zodat ze opnieuw gebruikt kunnen worden. Sinds 2000 heeft SPAQuE meer dan 1.000 hectare gesaneerd. SPAQuE raamde zelf dat het tussen 2001 en 2025 zo'n €500 miljoen publiek geld aan die saneringen zou besteden.
Wat er mis gaat
Het fundamentele probleem is eenvoudig: de vervuiler betaalt niet. Bedrijven hebben decennialang grond vervuild, maar de rekening ligt bij de Waalse burger. SPAQuE erkent zelf dat het principe "pollueur-payeur" moeilijk toepasbaar is: oorspronkelijke vervuilers zijn verdwenen of failliet. Maar ook waar het wel kan, gebeurt het niet: het Rekenhof stelde in 2019 vast dat niemand de saneringskosten op private sites terugvordert en dat niemand bijhoudt wat teruggevorderd had moeten worden. Waar Vlaanderen met het Bodemdecreet (onderzoeksplicht bij verkoop van een risicogrond) en brownfieldconvenanten wél mechanismen heeft om private partijen te laten meebetalen, ontbreekt dat in Wallonië grotendeels. Sinds het Waalse bodemdecreet van 2018 leidt de verkoop van een grond alleen nog tot een informatieplicht.
Daarnaast is SPAQuE een apart overheidsbedrijf in een landschap waar de reguliere milieuadministratie (SPW) en het wetenschappelijk instituut ISSeP al bevoegdheden hebben op het vlak van bodem. Dat zorgt voor overlap en onduidelijkheid. Het Rekenhof wees in 2019 ook op financieringsconstructies die de rekeningen van SPAQuE moeilijk leesbaar maken.
Het tempo, gemiddeld een veertigtal hectare per jaar sinds 2000, ligt ver onder de doelstelling van 100 hectare per jaar, terwijl Wallonië meer dan 1.500 hectare mobiliseerbaar terrein wil vrijmaken. En de raad van bestuur wordt politiek benoemd, wat de onafhankelijkheid ondermijnt.
Hoe het elders werkt
In de meeste vergelijkbare landen zit bodemsanering in de gewone milieuadministratie. Waar een aparte instelling bestaat, werken overheid en bedrijfsleven samen.
In Vlaanderen doet OVAM (de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) bodemsanering als onderdeel van een bredere organisatie die ook afval- en materialenbeheer omvat. Wie een risicogrond verkoopt, moet eerst een bodemonderzoek laten doen. Vlaanderen heeft brownfieldconvenanten: juridische afspraken waarbij privépartners investeren in sanering en herontwikkeling. Sinds 2009 is meer dan 1.600 hectare in herontwikkeling gebracht.
In Nederland is bodemsanering sinds de Omgevingswet van 2024 grotendeels gedecentraliseerd naar gemeenten. Het RIVM ontwikkelt de normen, maar de uitvoering zit in de reguliere administratie, en de Staat verhaalt saneringskosten op de veroorzaker. Het publieke Bodemloket toont elke burger online de bij de overheid gekende bodeminformatie per locatie.
In Duitsland (Noordrijn-Westfalen) bestaat de AAV: een publiekrechtelijk verband waarvan de deelstaat en de gemeenten verplicht lid zijn en waarbij meer dan 40 bedrijven vrijwillig zijn aangesloten. Samen saneren ze terreinen waar geen verantwoordelijke meer aan te spreken is.
In Denemarken zijn de regio's verantwoordelijk voor opsporing, onderzoek en sanering van ruim 41.000 in kaart gebrachte (mogelijk) verontreinigde gronden (eind 2025), geïntegreerd in de regionale administratie.
Wat HART voorstelt
Opheffing SPAQuE als apart OIP. De ongeveer 85 medewerkers en hun expertise worden de pijler Bodem & Brownfields van de Waalse Milieumaatschappij (AWE), samen met ISSeP, het luchtmeetnet van AwAC, de milieudiensten van SPW ARNE en het DNF. Geen apart management, geen aparte raad van bestuur, geen dubbele structuur.
Een Waals Bodemfonds, naar Vlaams model. Bij elke overdracht van verontreinigde grond wordt opnieuw een onderzoeks- en saneringsplicht gekoppeld. Private eigenaars en vervuilers dragen bij via heffingen, en de Waalse deelstaten vorderen de saneringskosten op private sites systematisch terug. Publiek geld wordt aangevuld met privaat geld.
Brownfieldconvenanten invoeren: juridische overeenkomsten waarbij overheid en privésector samen investeren in sanering en herontwikkeling. Vlaanderen bewijst dat dit werkt.
Eén digitaal Bodemportaal. De bestaande Waalse bodemdatabank, waarin elke burger per perceel de gekende bodemtoestand kan opzoeken, toont ook de stand, de kosten en de terugvordering van elk saneringsdossier. Transparant, toegankelijk, naar Nederlands model.
Evaluatie van de participaties (RECYNAM, RECYHOC, RECYLIEGE, RECYMEX, VALOREM, RECYDEL, SEDISOL, Tradecowall) en de dochter GEPART: wat nuttig is wordt behouden, de rest wordt verkocht of geliquideerd.
Wat het oplevert
- Eén structuur: geen apart overheidsbedrijf meer voor één deelaspect van milieubeleid. Eenvoudiger, goedkoper, transparanter.
- De vervuiler betaalt mee: via het Bodemfonds, terugvordering en saneringsplicht bij eigendomsoverdracht stroomt privaat geld naar sanering. Als zelfs 20% van de kosten verhaald wordt, levert dat de belastingbetaler tientallen miljoenen op over 10 jaar.
- Besparing op overhead: de opheffing van SPAQuE als apart OIP maakt deel uit van de AWE-fusie, die geschat €3-5 miljoen per jaar aan dubbele structuren bespaart.
- Snellere herontwikkeling: brownfieldconvenanten trekken private investeringen aan en versnellen de reconversie van vervuilde terreinen tot economisch productieve zones.
- Transparantie: een digitaal Bodemportaal geeft elke burger inzicht in welke gronden vervuild zijn en wat de saneringsplannen zijn.
Fase 5: Bronnenlijst
| Bron | URL | Gebruikt voor |
|---|---|---|
| SPAQuE. Qui sommes-nous? | https://spaque.be/qui-sommes-nous/ | Missie, oprichting in 1991 als dochter van de SRIW, meer dan 1.000 ha sinds 2000, beheerscontract 2019, ISO 14001, dochter GEPART |
| SPAQuE. Startpagina | https://spaque.be/ | 59 gerehabiliteerde sites (23 gereconverteerd, 599 ha; 26 in reconversie, 387 ha), inventaris in de BDES |
| SPAQuE. Participations et filiales | https://spaque.be/0165/fr/Participations-et-Filiales | Participaties RECYNAM, RECYHOC, RECYLIEGE, RECYMEX, VALOREM, SEDISOL, Tradecowall; dochter GEPART |
| SPAQuE. Gouvernance | https://spaque.be/gouvernance/ | Raad van bestuur (negen bestuurders) en twee regeringscommissarissen |
| SPAQuE. Un nouveau contrat de gestion | https://spaque.be/un-nouveau-contrat-de-gestion-pour-spaque/ | Beheerscontract goedgekeurd op 28 mei 2019, vier doelstellingen, twaalf prestatie-indicatoren |
| SPAQuE. Jaarverslag 2024 | https://spaque.be/wp-content/uploads/2025/08/ra-2024-1.pdf | Personeel eind 2024 (84 medewerkers, 80,7 VTE), personeelskosten €13,3 mln, dotatie €24,4 mln, Marshallplannen, FEDER 2021-2027, Relanceplan, RECYDEL, ISO 9001 en 14001, oprichting 13 maart 1991 |
| SPAQuE. Wikipedia | https://fr.wikipedia.org/wiki/SPAQUE | Statuut: naamloze vennootschap, OIP; hoofdkantoor |
| L-Post (2022). Overname aandelen Sogepa | https://lpost.be/politique/fusion-des-outils-la-region-wallonne-reprend-les-75-des-parts-de-la-spaque-detenues-par-la-sogepa/ | Waals Gewest neemt 75% van de Sogepa over en wordt enige aandeelhouder |
| Wallonie.be. SPAQuE | https://www.wallonie.be/fr/acteurs-et-institutions/wallonie/autres-acteurs-publics-de-la-wallonie/societe-publique-daide-la-qualite-de-lenvironnement-spaque | Opgericht in maart 1991, opdrachten, beheerscontract 2019 ("l'expert de la Wallonie en matière de gestion des sols pollués"), ISO 9001 en 14001 |
| SPAQuE. Pollueur-payeur | https://spaque.be/actualites/pollueur-payeur-un-principe-difficilement-applicable/ | Raming 2013: €500 miljoen publiek geld 2001-2025, historische vervuiling vóór 30 april 2007, moeilijke toepassing vervuiler-betaalt |
| Europese Rekenkamer. Speciaal verslag 23/2012 | https://www.eca.europa.eu/lists/ecadocuments/sr12_23/sr12_23_en.pdf | Vervuiler vaak niet meer aan te spreken; in geen enkel onderzocht project betaalde de vervuiler de volledige sanering |
| Rekenhof (2019). Financement et comptabilisation des missions déléguées à la Spaque | https://www.ccrek.be/sites/default/files/Docs/2019_11_MissionsSpaque.pdf | Geen terugvordering van saneringskosten op private sites, geen centrale opvolging, dotatiesaldo 2017, financieringsconstructies Marshallplan |
| L'Avenir (2019): Kosten niet teruggevorderd | https://www.lavenir.net/actu/belgique/2019/04/05/ces-couts-sont-pourtant-refactures-a-la-region-les-couts-dassainissement-des-sites-prives-ne-sont-toujours-pas-reclames-aux-entreprises-polluantes-Y2L7WC3WPBGXJODGATKXZDM5LU/ | Berichtgeving over de Rekenhof-audit: saneringskosten privésites niet verhaald op vervuilers |
| Rekenhof (2024). Overheidsopdrachten SPAQuE | https://www.ccrek.be/en/publication/public-procurement-contracts-of-the-societe-publique-d-aide | Audit overheidsopdrachten (17 september 2024): interne controlemaatregelen |
| Wallonie.be. Banque de Données de l'État des Sols (BDES) | https://www.wallonie.be/fr/demarches/consulter-la-banque-de-donnees-de-letat-des-sols-bdes | Publieke bodemdatabank per perceel, gratis voor elke burger, decreet van 1 maart 2018 |
| Lexgo. Nouveau décret wallon sols | https://www.lexgo.be/en/news-and-articles/5807-que-retenir-du-nouveau-decret-wallon-relatif-a-la-gestion-et-a-l-assainissement-des-sols | Bodemdecreet 1 maart 2018, in werking 1 januari 2019; overdracht van grond geen onderzoeksplicht meer, alleen informatieplicht |
| SPAQuE. 30 jaar Mellery | https://spaque.be/actualites/il-y-a-30-ans-spaque-etait-creee-pour-gerer-lassainissement-de-la-decharge-de-mellery-dans-le-brabant-wallon/ | Historiek, oprichting n.a.v. Mellery-schandaal, stortperiode 1981-1988, honderdduizenden tonnen afval, sluiting 1989, windproject |
| SPAQuE. Energies renouvelables | https://spaque.be/project-type/energies-renouvelables/ | Zonnepanelen op gesaneerde stortplaatsen (sinds 2015), stortgas als energiebron |
| La Libre (2008). Vingt ans de combat environnemental | https://www.lalibre.be/regions/brabant/2008/09/26/vingt-ans-de-combat-environnemental-NV3YCRJTKZHYTLXJP5SVXD5TLE/ | Kostprijs sanering Mellery: €30 miljoen |
| SPAQuE. Plan de relance 15 friches | https://spaque.be/actualites/plan-de-relance-wallon-le-gouvernement-acte-la-rehabilitation-de-15-friches-soit-plus-de-42-hectares/ | €36,1 mln voor 15 sites, 42,85 ha, enveloppe €37,5 mln, doelstelling van de minister van Economie van 100 ha per jaar (december 2022) |
| Wallonie. 5 friches industrielles | https://coppieters.wallonie.be/home/communiques-de-presse/presses/la-wallonie-accelere-l-assainissement-de-cinq-friches-industrielles-pour-liberer-du-foncier-strategique.html | Vijf bijkomende sites (december 2025, €6,3 mln), ambitie van meer dan 1.500 ha mobiliseerbaar terrein |
| RIVM. Bodemsanering | https://www.rivm.nl/bodemsanering | Nederlands model, interventiewaarden, 250.000 (mogelijk) ernstig verontreinigde locaties |
| DCMR. Bodem en Omgevingswet | https://www.dcmr.nl/bodem-en-omgevingswet | Omgevingswet sinds 1 januari 2024; bevoegd gezag voordien provincies en 29 gemeenten, sindsdien gemeenten (vaste bodem) en provincies (grondwater) |
| IPLO. Kostenverhaal bodemverontreiniging | https://iplo.nl/thema/bodem/regelgeving/wbb/kostenverhaal/ | Kostenverhaal op de veroorzaker, artikel 75 Wet bodembescherming |
| Bodemloket | https://www.bodemloket.nl/ | Bij de overheid gekende bodeminformatie per locatie |
| AAV NRW. Mitgliedschaft | https://www.aav-nrw.de/verband/mitgliedschaft | Land en gemeenten verplicht lid, meer dan 40 vrijwillige leden uit het bedrijfsleven |
| AAV NRW. Wikipedia | https://de.wikipedia.org/wiki/AAV_%E2%80%93_Verband_f%C3%BCr_Fl%C3%A4chenrecycling_und_Altlastensanierung | Oprichting 1988, publiekrechtelijk statuut, vrijwillig lidmaatschap sinds 2002, meer dan 100 afgeronde en 66 geplande projecten (2023), financiering Land en gemeenten |
| Umweltministerium NRW. Zahl der Woche | https://www.umwelt.nrw.de/zahl-der-woche-rund-88000-altablagerungen-und-industrielle-altstandorte-nordrhein-westfalen | Ruim 88.000 oude stortplaatsen en industriële locaties in NRW (2023) |
| OVAM. Brownfields | https://ovam.vlaanderen.be/brownfields | Vlaams model, brownfieldconvenanten, brownfielddecreet van 30 maart 2007 |
| OVAM. Verplichtingen bij overdracht van een risicogrond | https://ovam.vlaanderen.be/verplichtingen-bij-overdracht-van-een-risicogrond | Onderzoeksplicht bij overdracht, Bodemdecreet artikelen 101-112 |
| GWW-bouw (2020). Bodemsanering hefboom voor economische ontwikkeling | https://www.gww-bouw.be/artikel/bodemsanering-hefboom-voor-economische-ontwikkeling/ | €32,4 mln op één jaar voor bodemsanering in Vlaanderen (OVAM) |
| EMIS (VITO). Opnieuw 2 miljoen voor cofinanciering van bodemsanering | https://emis.vito.be/nl/artikel/opnieuw-2-miljoen-voor-cofinanciering-van-bodemsanering?language=en | €2 mln cofinanciering in 2023 en 2024 |
| Stadszaken (2024). Brownfieldconvenanten in de Vlaamse praktijk | https://stadszaken.nl/artikel/6267/zo-werkt-beter-benutten-in-vlaamse-praktijk-met-brownfieldconvenanten | 1.660 ha in herontwikkeling in 15 jaar, 140 convenanten, 34 gerealiseerd (220 ha) |
| Jordforureninger.dk. Nøgletal 2025 | https://jordforureninger.dk/nogletal | Deens model: 41.491 in kaart gebrachte gronden eind 2025, regionale verantwoordelijkheid |
| Danske Regioner. Jordforurening og grundvand | https://www.regioner.dk/regional-udvikling/miljoe-og-ressourcer/grundvandsforurening/ | Rol van de regio's: bescherming van drinkwater, gezondheid en watermilieu |
Metadata
- Geschatte besparing: geen aparte besparing: de overhead van SPAQuE zit in de overheadbesparing van de AWE-fusie (€3-5 mln per jaar voor alle samengevoegde organisaties, leidende audit ISSeP). Terugvordering bij vervuilers is een extra ontvangst (ordegrootte €4 mln per jaar bij 20% kostenverhaal), geen besparing.
- Herzien: 2026-09-27 (factcheck: cijfers, bronnen, tijdloze formulering)