VEKA (Vlaams Energie- en Klimaatagentschap): Audit
Datum: 2026-03-30 Categorie: Vlaanderen. Gewestbevoegdheden Status-voorstel: 🟠 Hervormd: Versterkt tot volwaardig energie- en klimaatagentschap van de Vlaamse deelstaten (gemeenschappelijke dienst, art. 32 HART-grondwet) binnen één bindend nationaal energie- en klimaatplan
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Officiële naam: Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) Juridische basis: Energiedecreet van 8 mei 2009; omvorming van het VEA tot VEKA bij besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2020 (in werking op 1 januari 2021); de taken staan in het Energiebesluit van 19 november 2010 Oprichtingsdatum: Oorspronkelijk als Vlaams Energieagentschap (VEA) opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 april 2004, operationeel sinds 1 april 2006. Hervormd en hernoemd tot VEKA op 1 januari 2021, waarbij de klimaat- en energietaken van het Departement Omgeving in het agentschap werden geïntegreerd. Bestuursniveau: Vlaams Gewest. Intern verzelfstandigd agentschap (IVA) zonder rechtspersoonlijkheid, binnen het beleidsdomein Omgeving Personeel: ongeveer 210 medewerkers (personeelsplan eind 2026: 209), van wie ruim 80% op niveau A (eind 2025) Budget: Het VEKA beheert het Energiefonds (€177 miljoen uitgaven) en het Vlaams Klimaatfonds (€442 miljoen uitgaven). Samen met €483 miljoen uit de algemene middelen bedraagt de Vlaamse begroting voor energie en klimaat ongeveer €1,1 miljard (begrotingsopmaak 2026). Aansturing: Administrateur-generaal, benoemd door de Vlaamse Regering voor een hernieuwbare termijn van 6 jaar. Valt onder de Vlaamse minister bevoegd voor Energie en Klimaat. Kantoren: Brussel (hoofdzetel).
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken (13 taken volgens het Energiebesluit):
- Langetermijnvisies op energie en klimaat onderbouwen, voorbereiden, coördineren, uitvoeren, evalueren en rapporteren (onder meer het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030)
- Deelname aan Belgische, Europese en internationale besluitvorming rond energie en klimaat
- Ontwikkeling van beleidsinstrumenten voor milieuvriendelijke energieproductie en efficiënt energiegebruik
- Streven naar zo laag mogelijke energiesysteemkosten
- Voorbereiding en toepassing van regelgeving voor distributienetten
- Uitbouw van dataplatformen voor energie- en klimaatgegevens
- Beleidsondersteuning via analyses en modellering
- Beheer van het Vlaams Klimaatfonds en het Energiefonds
- Optimaal gebruik van Europese en internationale middelen
- Draagvlak bouwen voor een energiebewuste en klimaatneutrale samenleving
- Structureel samenwerken met publieke en private partners
- Marktonderzoek naar duurzaam energie- en klimaatbeleid
- Andere taken die bij decreet of door de Vlaamse Regering worden toegewezen
In de praktijk voert het VEKA daarnaast de energieprestatieregelgeving uit (EPB, EPC en de handhaving ervan), de energiepremies en -leningen (Mijn VerbouwPremie, Mijn VerbouwLening) en de Europese emissiehandel in Vlaanderen: het keurt de emissiegegevens van de ongeveer 200 Vlaamse ETS-installaties goed en bereidt de omzetting van ETS2 voor.
Overlap met andere instellingen:
- VREG (Vlaamse Nutsregulator): reguleert de elektriciteits- en gasmarkt in Vlaanderen (distributienetten, leveranciers, tarieven). VEKA bereidt het beleid voor, VREG voert de marktregulering uit. Er is overlap bij distributienetten.
- CREG (federaal): keurt de transmissietarieven van Elia en Fluxys goed en houdt toezicht op de werking en de mededinging van de markt op federaal niveau. De bevoegdheidsverdeling met VREG en VEKA is complex en leidt tot grijze zones.
- CWaPE, BRUGEL: parallelle regulatoren in Wallonië en Brussel met grotendeels identieke taken als VREG.
- Departement Omgeving: de klimaat- en energietaken van het departement werden op 1 januari 2021 in het VEKA geïntegreerd. Sommige klimaattaken overlappen nog.
- VLAIO/PMV: bij innovatiesubsidies voor energietechnologie is er overlap met VLAIO.
Wie is de klant? Burgers (premies, EPC), bedrijven (energiebeleidsovereenkomsten, ETS), lokale besturen (klimaatplannen), bouwsector (EPB-regelgeving), energieleveranciers en netbeheerders.
Prestatie-indicatoren: VEKA publiceert jaarlijks een ondernemingsplan met KPI's. De belangrijkste resultaatmeting is het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP). De realiteit: Vlaanderen ligt niet op koers voor zijn eigen klimaatdoel. De uitstoot in de sectoren buiten de emissiehandel (ESR) lag in 2024 19% lager dan in 2005 (VMM), terwijl het Vlaamse doel -40% tegen 2030 is. Een evaluatie op basis van de VEKA-modellen raamde in december 2024 een daling van slechts 33,6% tegen 2030. Voor België als geheel geldt een bindend Europees doel van -47%; over de verdeling daarvan tussen de gewesten moet telkens een apart lastenverdelingsakkoord onderhandeld worden. Wat België tekortkomt, moet het opvangen via flexibiliteiten of de aankoop van emissierechten bij andere lidstaten, wat Vlaanderen honderden miljoenen euro kan kosten.
Evaluatie: Het definitieve geactualiseerde VEKP 2021-2030 werd op 18 juli 2025 goedgekeurd, meer dan een jaar na de Europese termijn van 30 juni 2024 voor de definitieve nationale plannen (het ontwerp dateerde van 12 mei 2023). Het definitieve Belgische plan, de samenvoeging van het federale en de drie gewestelijke plannen, werd pas op 7 oktober 2025 bij de Europese Commissie ingediend. De Minaraad en Bond Beter Leefmilieu hebben herhaaldelijk kritiek geuit op de ontoereikendheid van de maatregelen.
1C. Internationale vergelijking
Nederland. RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)
- Eén gecentraliseerd uitvoeringsagentschap voor energie, innovatie, internationaal ondernemen, landbouw
- Rijksagentschap dat opdrachten uitvoert voor bijna alle Nederlandse ministeries, decentrale overheden en de EU
- Beheert de SDE++-regeling (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie): openstellingsbudget €13 miljard (ronde 2022)
- Geen apart gewestelijk niveau → geen bevoegdheidsconflicten
- Gecombineerd met de Autoriteit Consument & Markt (ACM) als enige marktregulator
- Resultaat: Nederland heeft één energieagentschap + één regulator. België heeft per gewest een apart agentschap + een aparte regulator + een federale regulator. Minimaal 8 instellingen doen wat Nederland met 2 doet.
Denemarken. Danish Energy Agency (Energistyrelsen)
- Ongeveer 800 medewerkers (Kopenhagen en Esbjerg), onderdeel van het ministerie van Klimaat, Energie en Nutsvoorzieningen
- Verantwoordelijk voor energieproductie, -bevoorrading en -verbruik en voor de Deense inspanningen om de CO2-uitstoot te verminderen
- Beleidsvoorbereiding en uitvoering in één agentschap; de markt- en tariefregulering ligt bij een aparte, onafhankelijke regulator (Forsyningstilsynet)
- Eén wettelijk bindend nationaal doel: -70% broeikasgassen tegen 2030 tegenover 1990 (Klimaatwet 2020)
- Geen subnationale energieagentschappen (unitaire staat)
- Resultaat: Denemarken is het hoogst gerangschikte land op de Climate Change Performance Index (editie 2026: vierde plaats, de eerste drie bleven leeg). Eén agentschap en één regulator.
Zweden. Swedish Energy Agency (Energimyndigheten)
- Gevestigd in Eskilstuna
- Verantwoordelijk voor energiebeleid, onderzoeksfinanciering, energiestatistieken, energievoorzieningszekerheid
- Gecombineerd agentschap met aparte markttoezichthouder (Energimarknadsinspektionen)
- Resultaat: Twee organisaties voor wat België met 8+ doet.
Duitsland. BAFA + Bundesnetzagentur
- BAFA (Bundesamt für Wirtschaft und Ausfuhrkontrolle): uitvoering subsidies, energie-efficiëntie
- Bundesnetzagentur: netregulering (elektriciteit, gas, telecom); de Länder hebben alleen een eigen regulator voor kleine netbeheerders met minder dan 100.000 aangesloten klanten, en verschillende Länder laten ook dat aan de Bundesnetzagentur over
- Eén federale klimaatwet (Bundes-Klimaschutzgesetz) met bindende nationale doelen: -65% tegen 2030 en klimaatneutraliteit tegen 2045
- Concurrerende bevoegdheden: Länder mogen wetgeven waar de Bond dat niet doet
- Resultaat: Ondanks federale structuur veel minder institutionele fragmentatie dan België.
Oostenrijk. Österreichische Energieagentur (AEA)
- Vereniging, geen overheidsorgaan
- Leden: federale overheid, alle Bundesländer, energiebedrijven, wetenschap
- Vooral adviserende rol; voert in opdracht van de federale overheid het klimaatprogramma klimaaktiv uit
- Regulering: E-Control (één nationale regulator)
- Resultaat: Eén regulator voor heel Oostenrijk ondanks 9 Bundesländer.
1D. Knelpunten en kritiek
Klimaatdoelen niet in zicht: Vlaanderen ligt niet op koers voor zijn ESR-doelstelling van -40% tegen 2030 (-19% in 2024, raming -33,6%). Het Belgische EU-doel van -47% is nog verder weg. Kostprijs: de aankoop van emissierechten bij andere lidstaten, voor Vlaanderen mogelijk honderden miljoenen euro.
Te laat met plannen: Het definitieve VEKP werd meer dan een jaar na de Europese termijn goedgekeurd (18 juli 2025 in plaats van 30 juni 2024). Dit wijst op structurele traagheid in de beleidsvoorbereiding.
Bevoegdheidskluwen energie: België heeft 4 energieregulatoren (CREG + VREG + CWaPE + BRUGEL) en 4 energieadministraties (VEKA + SPW Énergie + Bruxelles Environnement + de Algemene Directie Energie van de FOD Economie). Het overlegplatform FORBEG is informeel en heeft geen beslissingsmacht.
Overlap VEKA-VREG: De grens tussen "beleid voorbereiden" (VEKA) en "markt reguleren" (VREG) is in de praktijk vaag, zeker bij distributienettarieven, groene stroomcertificaten en warmtenetten. Twee organisaties voor één beleidsdomein in één gewest.
Complexe bevoegdheidsverdeling: Productievergunningen zijn deels federaal, deels gewestelijk. Offshore wind is federaal, onshore is gewestelijk. Transmissie is federaal, distributie (en het elektriciteitsnet tot 70 kV) is gewestelijk. Wie welke maatregel kan nemen, is voor burgers en bedrijven nauwelijks te volgen.
Premiesysteem log en complex: "Mijn VerbouwPremie" combineert meerdere subsidiestromen maar de aanvraagprocedure blijft complex. De renovatieverplichting bij aankoop (sinds 1 januari 2023: label E of F naar D of beter, binnen zes jaar sinds de verlenging op 1 januari 2026) wordt door VEKA beheerd, maar de handhaving is beperkt.
Middenveldkritiek: Bond Beter Leefmilieu stelde bij de actualisatie van het VEKP (2023) dat het Vlaamse energiebeleid "klimaatdoelen saboteert". De Minaraad adviseerde meermaals bijkomende maatregelen voor het definitieve VEKP.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ⚠️ | Energiebeleid zit deels op het juiste niveau (gewestelijk voor distributie, lokaal beleid), maar de splitsing productie/transmissie (federaal) vs. distributie/hernieuwbaar (gewestelijk) creëert kunstmatige grenzen. Klimaatbeleid is per definitie grensoverschrijdend. |
| 2 | Transparantie | ⚠️ | VEKA publiceert ondernemingsplannen en data, maar de bevoegdheidsverdeling is zo complex dat geen burger kan uitleggen wie waarvoor verantwoordelijk is. Wie is verantwoordelijk als Vlaanderen zijn klimaatdoelen mist? VEKA? De minister? Het federale niveau? |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | Enorme fiscal gap. Het klimaatbeleid vereist fiscale instrumenten (accijnzen op brandstoffen, energiebelastingen, een eventuele koolstofheffing) die grotendeels federaal zijn en waar Vlaanderen geen bevoegdheid over heeft. Vlaanderen kan beleid maken maar mist de fiscale hefbomen. En zolang er geen intra-Belgisch lastenverdelingsakkoord is, ligt niet vast wie de kost draagt als het Belgische doel gemist wordt. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | In Vlaanderen alleen al zijn VEKA + VREG + Dept. Omgeving betrokken bij energiebeleid. Nationaal tellen we 4 regulatoren + 4 beleidsorganen. Een 16-jarige kan dit niet uitleggen. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | VEKA (ongeveer 210 medewerkers) heeft voldoende schaal voor Vlaanderen, maar de Belgische energiemarkt is te klein voor 4 parallelle regulatoren. Vlaanderen, Wallonië en Brussel hebben elk een apart systeem voor dezelfde elektriciteitsleveranciers. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ❌ | Het Belgische systeem kent geen concurrerende bevoegdheden maar exclusieve bevoegdheden met grijze zones. Resultaat: bevoegdheidsconflicten bij het Grondwettelijk Hof, juridische onzekerheid, en beleidsstilstand. |
| 7 | Resultaatgericht | ❌ | Vlaanderen ligt structureel niet op koers voor zijn eigen klimaatdoel. Het VEKP werd meer dan een jaar na de Europese termijn goedgekeurd. Raming: -33,6% in plaats van -40% (eigen doel) of -47% (Belgisch EU-doel). Geen consequenties voor het falen. VEKA rapporteert, maar er is geen afdwingingsmechanisme. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | "Mijn VerbouwPremie" en de Woningpas zijn digitale stappen in de goede richting. EPC-databank is online. Maar de aanvraagprocedures voor premies zijn nog complex en de datadeling tussen VEKA, VREG, netbeheerders en lokale besturen is niet optimaal. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Denemarken, Nederland, Zweden en Oostenrijk tonen dat twee nationale organisaties (een agentschap en een onafhankelijke regulator) het energiebeleid efficiënter kunnen beheren dan België's 8+ instellingen. Duitsland en Zwitserland tonen dat ook federale staten hun klimaatdoelen in één federale wet vastleggen. Het Belgische model is internationaal een outlier. |
Synthese: 0× ✅, 4× ⚠️, 5× ❌. De grootste winst zit bij Eenvoud (van vier regulatoren naar één, één nationaal plan in plaats van vier), Verantwoordelijkheid = Financiering (wie beslist, betaalt ook de gevolgen) en Resultaatgericht (afdwingbare klimaatdoelen met consequenties).
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Hervormen VEKA wordt het gemeenschappelijke agentschap van de Vlaamse deelstaten (art. 32 HART-grondwet) voor distributiebeleid, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en gebouwenrenovatie, en werkt voortaan binnen één bindend Nationaal Energie- en Klimaatplan met bindende doelstellingen voor de deelstaten en een wettelijk verankerd verantwoordingsmechanisme (art. 28 HART-grondwet). Geen herfederalisering van het energiebeleid. De uitvoering van de Europese emissiehandel gaat naar het federale niveau. De vier energieregulatoren worden er één: de CREG, ook voor de distributie.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
VEKA blijft bestaan als gemeenschappelijke dienst van de Vlaamse deelstaten, met een duidelijk takenpakket. De deelstaten zijn bevoegd voor het beleid voor het distributienet, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, gebouwenisolatie en ruimtelijke ordening. VEKA is daarvoor het gemeenschappelijke uitvoeringsagentschap van de vijf Vlaamse deelstaten (art. 32 HART-grondwet): energieprestatie van gebouwen (EPB, EPC), renovatiebeleid, distributieregelgeving en de bijdrage van de Vlaamse deelstaten aan het nationale plan. Wat dicht bij de burger en de woning ligt, blijft dicht bij de burger.
Eén Nationaal Energie- en Klimaatplan in plaats van vier afzonderlijke plannen. Het nationale plan is een optelsom van een federaal en drie gewestelijke plannen, en de verdeling van het Belgische doel over de overheden moet telkens opnieuw onderhandeld worden. HART vervangt dat door één plan met bindende doelstellingen voor de deelstaten en een wettelijk verankerd verantwoordingsmechanisme (art. 28 HART-grondwet). Duitsland (Bundes-Klimaschutzgesetz) en Zwitserland (Klima- und Innovationsgesetz) tonen dat ook federale staten hun klimaatdoelen in één federale wet vastleggen.
Een heldere taakverdeling. Federaal: transmissienet, nucleair beleid, uitvoering van de emissiehandel (ETS) en de internationale klimaatverbintenissen. De ETS-taken van VEKA (onder meer de controle van de emissiegegevens van ongeveer 200 Vlaamse installaties) gaan naar het federale niveau. Deelstaten: het beleid voor het distributienet, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, gebouwenisolatie en ruimtelijke ordening.
Van premies naar prijssignalen. Renovatiepremies zoals Mijn VerbouwPremie worden geleidelijk vervangen door een energiefiscaliteit die niet-renoveren duurder maakt. Het einddoel is dat de energieprestatie in de marktprijs van de woning zit, niet in een subsidiedossier. Tot dan blijft de uitvoering bij de deelstaten, via één digitaal loket.
Van vier naar één regulator. CREG blijft de federale regulator voor transmissie en nucleair en regelt ook de distributie (art. 27 HART-grondwet). VREG, CWaPE en BRUGEL gaan erin op. Vier regulatoren voor 11,9 miljoen inwoners is buitenproportioneel.
Afdwingbare klimaatdoelen met financiële sancties. Een onafhankelijke klimaatrekenkamer (onderdeel van het versterkt Planbureau) toetst jaarlijks of België en elke deelstaat op schema liggen. Bij structureel falen volgen financiële sancties: wie zijn doel mist, draagt zelf de kost van ontbrekende emissierechten.
Eén overleg tussen de overheden. FORBEG verdwijnt; bindende afspraken via de Raad van de Deelstaten (art. 35 HART-grondwet).
Internationaal model: Denemarken (één energieagentschap met ongeveer 800 medewerkers, één onafhankelijke regulator, één wettelijk bindend klimaatdoel; hoogst gerangschikte land op de Climate Change Performance Index) toont wat eenvoud oplevert. Duitsland en Zwitserland tonen hoe een federale staat één bindend nationaal kader combineert met uitvoering door de deelstaten. Oostenrijk toont dat 9 Bundesländer met één energieregulator kunnen werken.
Geschatte efficiëntiewinst:
- Fusie van vier regulatoren tot één (de CREG): €10-20 miljoen per jaar. Die besparing wordt één keer geteld bij de energieregulatoren, in de VREG-audit, niet opnieuw hier.
- VEKA zelf: geen structurele begrotingsbesparing. Het agentschap blijft bestaan en de ETS-taken verschuiven naar het federale niveau.
- Het halen van de klimaatdoelen: elke ton die België niet hoeft bij te kopen, is geld dat niet naar andere lidstaten vloeit. Dat voordeel is reëel, maar onzeker en niet structureel, en telt daarom niet mee als besparing.
- Sneller beleid: één plan, geen jarenlange onderhandelingen over de lastenverdeling, geen vertraging van meer dan een jaar zoals bij het VEKP 2021-2030.
Implementatiepad:
- Jaar 1-2: Federale wet met instemming van de Raad van de Deelstaten (art. 28 en 35 HART-grondwet): één bindend Nationaal Energie- en Klimaatplan met doelstellingen voor de deelstaten, verantwoordingsmechanisme en sancties; de uitvoering van de emissiehandel gaat naar het federale niveau.
- Jaar 2-3: VREG, CWaPE en BRUGEL gaan op in de CREG, die ook de distributie regelt (federale wet, art. 27 HART-grondwet). FORBEG wordt opgeheven.
- Vanaf jaar 2: geleidelijke vervanging van de renovatiepremies, gekoppeld aan de hervorming van de energiefiscaliteit.
- Vereist: federale wetten, met instemming van de Raad van de Deelstaten waar ze de bevoegdheden van de deelstaten raken (art. 35 HART-grondwet), en een vrijwillig concordaat van de Vlaamse deelstaten voor VEKA als gemeenschappelijke dienst (art. 32 HART-grondwet).
Fase 4: Partijpunt (website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
VEKA (Vlaams Energie- en Klimaatagentschap): Hervormen VEKA wordt het gemeenschappelijke agentschap van de Vlaamse deelstaten voor distributiebeleid, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en gebouwenrenovatie, en werkt voortaan binnen één bindend Nationaal Energie- en Klimaatplan met bindende doelstellingen voor de deelstaten. De emissiehandel wordt federaal uitgevoerd. Vier energieregulatoren worden er één: de CREG. Renovatiepremies maken geleidelijk plaats voor prijssignalen. Klimaatdoelen worden eindelijk afdwingbaar, met sancties voor wie ze mist.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt (het rommeltje)
België telt vier gescheiden energieadministraties en vier gescheiden energieregulatoren. VEKA in Vlaanderen beheert het Vlaams energie- en klimaatbeleid (ongeveer 210 medewerkers, €619 miljoen aan fondsuitgaven in 2026). SPW Énergie doet hetzelfde in Wallonië, Bruxelles Environnement in het Brussels Gewest, en federaal is er de Algemene Directie Energie van de FOD Economie. Federaal reguleert CREG de transmissienetten en de groothandelsmarkt. Op gewestelijk niveau zijn VREG, CWaPE en BRUGEL elk een aparte marktregulator. Dat zijn vier beleidsorganen + vier regulatoren. Acht instellingen. Voor wat Denemarken met twee doet.
Wat er fundamenteel misgaat: vier klimaatplannen in plaats van één nationaal plan
Het "nationale" energie- en klimaatplan is een optelsom van een federaal en drie gewestelijke plannen. Europa legt België één bindend doel op, maar hoe dat over de overheden verdeeld wordt, moet telkens opnieuw onderhandeld worden in een apart lastenverdelingsakkoord. Niemand is echt afrekenbaar. Duitsland en Zwitserland, ook federale staten, leggen hun klimaatdoelen vast in één federale wet.
De cijfers zijn duidelijk: Vlaanderen wil zijn uitstoot buiten de emissiehandel met 40% verminderen tegen 2030 (tegenover 2005), en voor België als geheel geldt een bindend Europees doel van -47%. In 2024 stond de teller op -19%. Een evaluatie op basis van de VEKA-modellen raamde -33,6% tegen 2030. Wat België tekortkomt, moet het bijkopen bij andere lidstaten. Voor Vlaanderen kan dat honderden miljoenen euro kosten.
Het definitieve Vlaams Energie- en Klimaatplan werd meer dan een jaar na de Europese termijn goedgekeurd (18 juli 2025 in plaats van 30 juni 2024). Dit is geen administratief ongelukje maar een STRUCTUREEL probleem: vier plannen zonder bindend nationaal kader leiden tot vertraging en ontoereikendheid.
Hoe het elders werkt (best practice)
Denemarken: De Danish Energy Agency (ongeveer 800 medewerkers) is één agentschap voor het hele land, naast één onafhankelijke regulator (Forsyningstilsynet). Eén wettelijk bindend klimaatdoel: -70% tegen 2030 tegenover 1990. Resultaat: Denemarken is het hoogst gerangschikte land op de Climate Change Performance Index.
Nederland: RVO (beleidsuitvoering) + ACM (marktregulering) = twee organisaties, geen gewestelijk niveau. Resultaat: efficiënt en doelgericht.
Zweden: Energimyndigheten + Energimarknadsinspektionen = twee organisaties.
Duitsland: Federale staat met 16 Länder, maar één federale klimaatwet met bindende nationale doelen. BAFA (uitvoering) + Bundesnetzagentur (regulering). De Länder hebben alleen een eigen regulator voor kleine netbeheerders.
Oostenrijk: Federale staat met 9 Bundesländer. Maar: één nationale energieregulator (E-Control). Geen Bundesland heeft een eigen regulator.
De conclusie is simpel: Federaal of unitair, de landen die het goed doen, combineren uitvoering dicht bij de burger met één bindend nationaal kader en weinig regulatoren. België heeft vier plannen, vier regulatoren en geen afrekening. Dat verklaart mee waarom wij onze doelen missen.
Wat HART voorstelt
VEKA blijft bestaan als gemeenschappelijke dienst van de Vlaamse deelstaten, met een duidelijk takenpakket. Het beleid voor het distributienet, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, gebouwenisolatie en ruimtelijke ordening ligt bij de deelstaten. Wat dicht bij de woning en de burger ligt, hoort daar ook. Het energiebeleid wordt niet geherfederaliseerd.
Eén Nationaal Energie- en Klimaatplan in plaats van vier afzonderlijke plannen. Met bindende doelstellingen voor de deelstaten en een wettelijk verankerd verantwoordingsmechanisme. Geen eindeloze onderhandelingen meer over wie welk deel draagt.
Een heldere taakverdeling. Federaal: transmissienet, nucleair beleid, uitvoering van de emissiehandel en de internationale klimaatverbintenissen. De ETS-taken van VEKA gaan naar het federale niveau. Deelstaten: al de rest; de regulering ligt bij de CREG.
Van premies naar prijssignalen. Renovatiepremies zoals Mijn VerbouwPremie worden geleidelijk vervangen door een energiefiscaliteit die niet-renoveren duurder maakt. Energieprestatie moet in de marktprijs van de woning zitten, niet in een subsidiedossier.
Van vier naar één regulator. CREG blijft federaal voor transmissie en nucleair en regelt ook de distributie. VREG, CWaPE en BRUGEL gaan erin op.
Afdwingbare klimaatdoelen met financiële sancties. Een onafhankelijke klimaatrekenkamer (onderdeel van het versterkt Planbureau) toetst jaarlijks of België en elke deelstaat op schema liggen. Bij structureel falen: financiële sancties, en wie zijn doel mist, betaalt zelf de ontbrekende emissierechten.
Wat het oplevert
Administratieve efficiëntie: Van vier regulatoren naar één levert €10-20 miljoen per jaar op (geteld bij de energieregulatoren). VEKA zelf blijft; de winst zit in duidelijkheid, niet in een fusie.
Sneller beleid: Eén plan, één kader, geen jarenlange onderhandelingen over de lastenverdeling. Het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 kwam meer dan een jaar na de Europese termijn. Met één bindend nationaal plan en vaste doelen per deelstaat hoeft dat niet meer.
Het échte voordeel: klimaatdoelen halen. Elke ton uitstoot die België niet hoeft bij te kopen, is geld dat in eigen land blijft in plaats van naar andere lidstaten te vloeien. Dat voordeel is reëel, maar we tellen het niet als vaste besparing.
HART zegt: als vier overheden elk hun eigen plan schrijven en niemand afrekenbaar is, mag je niet verbaasd zijn dat de doelen gemist worden. Maak er één plan van, met vaste doelen per deelstaat, en laat wie zijn doel mist zelf de rekening betalen. Zo wordt klimaatbeleid eindelijk resultaatgericht.
Fase 5: Bronnenlijst
| Bron | URL | Gebruikt voor |
|---|---|---|
| Energiedecreet van 8 mei 2009 | https://codex.vlaanderen.be/portals/codex/documenten/1018092.html | Juridische basis VEKA |
| Besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2020 (omvorming VEA tot VEKA) | https://etaamb.openjustice.be/nl/besluit-van-de-vlaamse-regering-van-11-december-2020_n2020016363.html | Omvorming tot VEKA per 1 januari 2021, integratie klimaattaken Departement Omgeving |
| VEKA. Taken (vlaanderen.be) | https://www.vlaanderen.be/veka/over-het-agentschap/taken | 13 taken VEKA volgens het Energiebesluit |
| Wikipedia. Flemish Energy and Climate Agency | https://en.wikipedia.org/wiki/Flemish_Energy_and_Climate_Agency | Oprichting VEA (besluit 16 april 2004, operationeel 1 april 2006) |
| VEKA. Ondernemingsplan 2026 | https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/83527 | Personeel (personeelsplan eind 2026: 209; 82,4% niveau A), ETS-taken (ongeveer 200 installaties), Mijn VerbouwPremie, EPC-handhaving |
| Minaraad. Advies Ontwerpdecreet VEKA (2020) | https://www.minaraad.be/themas/klimaat/decreet-vlaams-energie-en-klimaatagentschap-adviesvraag | Advies bij oprichting VEKA |
| Minaraad. Advies Maatregelen voor het definitieve VEKP (20 maart 2025) | https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/74077 | Aanbevelingen bijkomende maatregelen en versterking VEKA |
| CREG. Wie doet wat op de energiemarkt? | https://www.creg.be/nl/consumenten/energiemarkt/wie-doet-wat-op-de-energiemarkt | Federale vs. gewestelijke bevoegdheden |
| Synergrid. Regulatoren | https://www.synergrid.be/nl/over-de-netten/elektriciteit-gas-in-belgie/regulatoren | 4 regulatoren in België |
| CREG. Samenwerking met andere instanties (FORBEG) | https://www.creg.be/nl/over-de-creg/samenwerking-met-andere-instanties | FORBEG als informeel overlegorgaan |
| VMM. Totale broeikasgasuitstoot (ETS en ESR) | https://vmm.vlaanderen.be/feiten-cijfers/klimaat/klimaatthemas/broeikasuitstoot/indicator-totale-broeikasgasuitstoot-ets-esr | ESR-uitstoot Vlaanderen -19% in 2024 t.o.v. 2005; Vlaams doel -40% |
| VILT. Vlaanderen ver verwijderd van eigen klimaatdoelen (december 2024) | https://vilt.be/nl/nieuws/vlaanderen-ver-verwijderd-van-eigen-klimaatdoelen | Raming -33,6% tegen 2030; aankoop emissierechten kan honderden miljoenen euro kosten |
| Bond Beter Leefmilieu. Vlaams energiebeleid saboteert klimaatdoelen (31 mei 2023) | https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/vlaams-energiebeleid-saboteert-klimaatdoelen | Middenveldkritiek op het VEKP |
| Vlaamse Regering. Beslissing actualisatie VEKP 2021-2030 (18 juli 2025) | https://www.vlaanderen.be/Decision/6878C9B849A7FDD17A603435 | Definitieve goedkeuring VEKP |
| Nationaal Energie- en Klimaatplan | https://www.nationaalenergieklimaatplan.be/nl | Samenstelling NEKP (federaal + drie gewesten), aktename van de indiening door het Overlegcomité op 6 oktober 2025 |
| Europese Commissie. Belgium, Final updated NECP 2021-2030 (submitted 2025) | https://commission.europa.eu/publications/belgium-final-updated-necp-2021-2030-submitted-2025_en | Indiening definitief Belgisch plan op 7 oktober 2025 |
| Beleids- en Begrotingstoelichting BO 2026 Energie en Klimaat | https://docs.vlaamsparlement.be/files/pfile?id=2244671 | Budgetcijfers 2026 (Energiefonds €177 mln, Klimaatfonds €442 mln, algemene middelen €483 mln) |
| Beleidsnota Energie en Klimaat 2024-2029 | https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/70827 | Belgisch ESR-doel -47%, Vlaams doel -40%, lastenverdeling, aankoop van rechten |
| Vlaanderen.be. Renovation obligation for residential buildings | https://www.vlaanderen.be/en/moving-housing-and-energy/renovation-obligation-for-residential-buildings | Renovatieverplichting label E/F naar D binnen zes jaar |
| Danish Energy Agency | https://ens.dk/en/about-us/about-danish-energy-agency | Deens model, ongeveer 800 medewerkers |
| IEA. Denmark Energy Policy Review 2023 | https://iea.blob.core.windows.net/assets/9af8f6a2-31e7-4136-94a6-fe3aa518ec7d/Denmark_2023.pdf | Klimaatwet -70% tegen 2030; Danish Utility Regulator als aparte regulator |
| Forsyningstilsynet. About us | https://forsyningstilsynet.dk/about-us | Onafhankelijke Deense regulator voor elektriciteit, gas en warmte |
| Climate Change Performance Index 2026 | https://ccpi.org/country/dnk/ | Denemarken hoogst gerangschikt |
| RVO. Onze organisatie | https://www.rvo.nl/onderwerpen/over-ons/organisatie | RVO als rijksagentschap met opdrachten voor bijna alle ministeries |
| Rijksoverheid. 13 miljard euro beschikbaar voor SDE++ (2022) | https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/03/18/13-miljard-euro-beschikbaar-voor-duurzame-projecten-met-sde | SDE++-openstellingsbudget 2022 |
| Swedish Energy Agency | https://www.energimyndigheten.se/en/About-us/Our-organisation/ | Zweeds model |
| Bundes-Klimaschutzgesetz, § 3 | https://www.gesetze-im-internet.de/ksg/__3.html | Duitse nationale klimaatdoelen |
| Energiewirtschaftsgesetz, § 54 | https://www.gesetze-im-internet.de/enwg_2005/__54.html | Bevoegdheid Landesregulierungsbehörden (minder dan 100.000 klanten) |
| Klima- und Innovationsgesetz (KlG), Zwitserland | https://www.fedlex.admin.ch/eli/cc/2023/655/de | Zwitserse federale klimaatwet |
| Austrian Energy Agency | https://www.energyagency.at/en/about | Oostenrijks model |
Metadata
- Lijn: VEKA (energie)
- Sectie: Vlaanderen. Gewestbevoegdheden
- Classificatie: 🟠 Hervormd
- Voorstel: VEKA wordt een gemeenschappelijke dienst van de Vlaamse deelstaten binnen één bindend Nationaal Energie- en Klimaatplan; ETS-uitvoering federaal; regulatoren van vier naar één (de CREG)
- Geschatte besparing: geen eigen begrotingsbesparing (fusie regulatoren €10-20 miljoen/jaar, geteld bij de energieregulatoren)
- Herzien: 2026-09-27 (factcheck: cijfers, bronnen, tijdloze formulering)