VEKA (Vlaams Energie- en Klimaatagentschap): Audit
Datum: 2026-03-30 Categorie: Vlaamse Deelstaat. Gewestbevoegdheden Status-voorstel: 🟠 Hervormd: Versterkt tot volwaardig Vlaams energie- en klimaatagentschap met geïntegreerde regulering
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Officiële naam: Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA)
Juridische basis: Energiedecreet van 8 mei 2009, gewijzigd bij decreet van 2 december 2020 (omvorming VEA → VEKA)
Oprichtingsdatum: Oorspronkelijk als Vlaams Energieagentschap (VEA) opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering op 16 april 2004, operationeel sinds 1 april 2006. Hervormd en hernoemd tot VEKA op 1 januari 2021.
Bestuursniveau: Vlaams Gewest. Intern verzelfstandigd agentschap (IVA) zonder rechtspersoonlijkheid, binnen het beleidsdomein Omgeving
Personeel: 180 medewerkers, waarvan ongeveer twee derde ingenieurs, juristen en milieubeschermingsspecialisten
Budget: Het VEKA beheert het Energiefonds (€177 miljoen uitgaven in 2026) en het Vlaams Klimaatfonds (~€442 miljoen in 2026). Totale beleidsdomeinuitgaven energie en klimaat: ~€1,1 miljard (begrotingsopmaak 2026, inclusief ~€483 miljoen uit algemene middelen).
Aansturing: Administrateur-generaal, benoemd door de Vlaamse Regering voor een hernieuwbare termijn van 6 jaar. Valt onder de Vlaamse minister bevoegd voor Energie en Klimaat.
Kantoren: Brussel (hoofdkantoor), Gent, Hasselt.
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken (13 wettelijk vastgelegde taken):
- Langetermijnvisies op energie en klimaat onderbouwen, voorbereiden, coördineren, uitvoeren, evalueren en rapporteren (Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030)
- Deelname aan Belgische, Europese en internationale besluitvorming rond energie en klimaat
- Ontwikkeling van beleidsinstrumenten voor groene energieproductie, efficiënt energiegebruik en energieopslag
- Streven naar zo laag mogelijke energiesysteemkosten via flexibiliteit
- Voorbereiding en toepassing van regelgeving voor distributienetten (elektriciteit, gas, warmte)
- Systematische verzameling en analyse van energie- en klimaatdata
- Ontwikkeling van indicatoren en beleidsscenario's
- Beheer Vlaams Klimaatfonds en Energiefonds
- Draagvlak bouwen voor een energiebewuste en klimaatneutrale samenleving
- Structureel samenwerken met publieke en private partners
- Erkenning en toezicht op EPC-deskundigen (energieprestatiecertificaten)
- Beheer van premiesystemen ("Mijn VerbouwPremie") voor energetische renovatie
- Implementatie emissiehandel (EU ETS. Bevoegde autoriteit voor Vlaamse broeikasgasemissierechten)
Overlap met andere instellingen:
- VREG (Vlaamse Nutsregulator): reguleert de elektriciteits- en gasmarkt in Vlaanderen (distributienetten, leveranciers, tarieven). VEKA bereidt het beleid voor, VREG voert de marktregulering uit. Er is overlap bij distributienetten.
- CREG (federaal): reguleert transmissienetten en productie op federaal niveau. Bevoegdheidsverdeling met VREG/VEKA is complex en leidt tot grijze zones.
- CWaPE, BRUGEL: parallelle regulatoren in Wallonië en Brussel met grotendeels identieke taken als VREG.
- Departement Omgeving: VEKA is eruit voortgekomen (afdeling Energie, Klimaat en Groene Economie werd ingekanteld in VEA → VEKA). Sommige klimaattaken overlappen nog.
- VLAIO/PMV: bij innovatiesubsidies voor energietechnologie is er overlap met VLAIO.
Wie is de klant? Burgers (premies, EPC), bedrijven (energiebeleidsovereenkomsten, ETS), lokale besturen (klimaatplannen), bouwsector (EPB-regelgeving), energieleveranciers en netbeheerders.
Prestatie-indicatoren: VEKA publiceert jaarlijks een ondernemingsplan met KPI's. De belangrijkste resultaatmeting is het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP). De realiteit: Vlaanderen haalt zijn eigen klimaatdoelstellingen niet. Emissies daalden met ~20% t.o.v. 2005, maar het doel is -40% tegen 2030. VEKA's eigen prognose voorspelt slechts -33,6%, ver onder de EU-eis van -47%. De kosten van dit falen: Vlaanderen zal naar schatting €2 miljard moeten betalen voor aankoop van CO2-credits elders.
Recentste evaluatie: Het definitieve VEKP werd pas op 18 juli 2025 goedgekeurd. Meer dan een jaar te laat (EU-deadline was 30 juni 2024). De Minaraad en Bond Beter Leefmilieu hebben herhaaldelijk kritiek geuit op de ontoereikendheid van de maatregelen.
1C. Internationale vergelijking
Nederland. RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)
- Eén gecentraliseerd uitvoeringsagentschap voor energie, innovatie, internationaal ondernemen, landbouw
- Valt onder Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
- Beheert de SDE++-regeling (Stimulering Duurzame Energieproductie): budget €13 miljard (2022)
- Geen apart gewestelijk niveau → geen bevoegdheidsconflicten
- Gecombineerd met de Autoriteit Consument & Markt (ACM) als enige marktregulator
- Resultaat: Nederland heeft één energieagentschap + één regulator. België heeft per gewest een apart agentschap + een aparte regulator + een federale regulator. Minimaal 8 instellingen doen wat Nederland met 2 doet.
Denemarken. Danish Energy Agency (Energistyrelsen)
- ~500 medewerkers, onderdeel Ministerie van Klimaat, Energie & Nutsvoorzieningen
- Verantwoordelijk voor het volledige energiebeleid: productie, distributie, consumptie, emissiehandel, vergunningen
- Gecombineerde rol: zowel beleidsvoorbereiding als uitvoering als regulering
- Geen subnationale energieagentschappen (unitaire staat)
- Resultaat: Denemarken behaalt wereldwijd de beste scores op energietransitie (Climate Change Performance Index). Eén agentschap, alle bevoegdheden, ~500 mensen.
Zweden. Swedish Energy Agency (Energimyndigheten)
- ~435 medewerkers, gevestigd in Eskilstuna
- Verantwoordelijk voor energiebeleid, onderzoeksfinanciering, energiestatistieken, emissiehandel
- Gecombineerd agentschap met aparte markttoezichthouder (Ei. Energimarknadsinspektionen)
- Resultaat: Twee organisaties voor wat België met 8+ doet. Zweden haalt zijn klimaatdoelen.
Duitsland. BAFA + Bundesnetzagentur
- BAFA (Bundesamt für Wirtschaft und Ausfuhrkontrolle): uitvoering subsidies, energie-efficiëntie, ETS
- Bundesnetzagentur: netregulering (elektriciteit, gas, telecom)
- Deelstaten (Länder) hebben geen eigen energieagentschappen van deze omvang
- Concurrerende bevoegdheden: Länder mogen wetgeven waar de Bond dat niet doet
- Resultaat: Ondanks federale structuur veel minder institutionele fragmentatie dan België.
Oostenrijk. Österreichische Energieagentur (AEA)
- Non-profit wetenschappelijke vereniging, niet-overheidsorgaan
- Leden: federale overheid, alle Bundesländer, energiebedrijven, wetenschap
- Adviserende rol, geen uitvoerende bevoegdheid
- Regulering: E-Control (één nationale regulator)
- Resultaat: Één regulator voor heel Oostenrijk ondanks 9 Bundesländer.
1D. Knelpunten en kritiek
Klimaatdoelen niet gehaald: Vlaanderen zal de -40% ESR-doelstelling voor 2030 niet halen (-33,6% prognose). De EU-doelstelling van -47% is nog verder weg. Kostprijs: ~€2 miljard aan CO2-credits.
Te laat met plannen: Het definitieve VEKP werd meer dan een jaar na de EU-deadline goedgekeurd (juli 2025 i.p.v. juni 2024). Dit wijst op structurele traagheid in de beleidsvoorbereiding.
Bevoegdheidskluwen energie: België heeft 4 energieregulatoren (CREG + VREG + CWaPE + BRUGEL) en 4 energieagentschappen/departementen (VEKA + SPW Énergie + Bruxelles Environnement + federaal). Het overlegorgaan FORBEG probeert te coördineren maar heeft geen beslissingsmacht.
Overlap VEKA-VREG: De grens tussen "beleid voorbereiden" (VEKA) en "markt reguleren" (VREG) is in de praktijk vaag, zeker bij distributienettarieven, groene stroomcertificaten en warmtenetten. Twee organisaties voor één beleidsdomein in één gewest.
Complexe bevoegdheidsverdeling: Het is, volgens de VREG zelf, "momenteel niet duidelijk mogelijk om te stellen wie welke maatregel op welke manier kan implementeren." Productievergunningen zijn deels federaal, deels gewestelijk. Offshore wind is federaal, onshore is gewestelijk. Transmissie is federaal, distributie is gewestelijk.
Premiesysteem log en complex: "Mijn VerbouwPremie" combineert meerdere subsidiestromen maar de aanvraagprocedure blijft complex. EPC-verplichtingen bij verkoop (label E/F → D binnen 5 jaar) worden door VEKA beheerd maar de handhaving is beperkt.
Middenveldkritiek: Bond Beter Leefmilieu stelt dat het Vlaamse energiebeleid "klimaatdoelen saboteert." De Vlaamse Jeugdraad bekritiseert het gebrek aan ambitie. De Minaraad adviseerde strengere maatregelen maar werd grotendeels genegeerd.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ⚠️ | Energiebeleid zit deels op het juiste niveau (gewestelijk voor distributie, lokaal beleid), maar de splitsing productie/transmissie (federaal) vs. distributie/hernieuwbaar (gewestelijk) creëert kunstmatige grenzen. Klimaatbeleid is per definitie grensoverschrijdend. |
| 2 | Transparantie | ⚠️ | VEKA publiceert ondernemingsplannen en data, maar de bevoegdheidsverdeling is zo complex dat geen burger kan uitleggen wie waarvoor verantwoordelijk is. Wie is verantwoordelijk als Vlaanderen zijn klimaatdoelen mist? VEKA? De minister? Het federale niveau? |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | Enorme fiscal gap. Het Energiefonds wordt gefinancierd door heffingen op elektriciteit (gewestelijk), maar het klimaatbeleid vereist federale fiscale instrumenten (accijnzen, koolstoftaks) waar Vlaanderen geen bevoegdheid over heeft. Vlaanderen kan beleid maken maar mist de fiscale hefbomen. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | In Vlaanderen alleen al zijn VEKA + VREG + Dept. Omgeving betrokken bij energiebeleid. Nationaal tellen we 4 regulatoren + 4 beleidsorganen. Een 16-jarige kan dit niet uitleggen. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | VEKA (180 pers.) heeft voldoende schaal voor Vlaanderen, maar Belgische energiemarkt is te klein voor 4 parallelle regulatoren. Vlaanderen, Wallonië en Brussel hebben elk een apart systeem voor dezelfde elektriciteitsleveranciers. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ❌ | Het huidige systeem kent geen concurrerende bevoegdheden maar exclusieve bevoegdheden met grijze zones. Resultaat: bevoegdheidsconflicten bij het Grondwettelijk Hof, juridische onzekerheid, en beleidsstilstand. |
| 7 | Resultaatgericht | ❌ | Vlaanderen mist zijn eigen klimaatdoelstellingen structureel. Het VEKP werd >1 jaar te laat goedgekeurd. Prognose: -33,6% i.p.v. -40% (eigen doel) of -47% (EU-eis). Geen consequenties voor het falen. VEKA rapporteert, maar er is geen afdwingingsmechanisme. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | "Mijn VerbouwPremie" en de Woningpas zijn digitale stappen in de goede richting. EPC-databank is online. Maar de aanvraagprocedures voor premies zijn nog complex en de datadeling tussen VEKA, VREG, netbeheerders en lokale besturen is niet optimaal. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Denemarken, Nederland, Zweden en Oostenrijk bewijzen dat één of twee nationale organisaties het hele energiebeleid efficiënter kunnen beheren dan België's 8+ instellingen. Het Belgische model is internationaal een outlier. |
Synthese: 0× ✅, 4× ⚠️, 5× ❌. De grootste winst zit bij Eenvoud (halveer het aantal instellingen), Verantwoordelijkheid = Financiering (wie beslist moet ook de fiscale hefbomen hebben) en Resultaatgericht (afdwingbare klimaatdoelen met consequenties).
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🔵 Herfederaliseren VEKA, SPW Énergie en de energie/klimaattaken van Bruxelles Environnement fuseren tot één federaal Energie- en Klimaatagentschap naar het Deense model (Danish Energy Agency, ~500 pers.). Eén nationaal klimaatplan in plaats van drie regionale plannen. Regionale premieuitvoering (MijnVerbouwPremie) blijft via loketten. Energieregulering gaat naar de Federale Markt- en Consumentenautoriteit (ACM-model).
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
VEKA + SPW Énergie + Bruxelles Environnement → één federaal Energie- en Klimaatagentschap (~500 medewerkers). Geen parallelle gewestelijke energieagentschappen meer. Beleidsvoorbereiding, -uitvoering en klimaatcoördinatie gebeuren centraal, naar het Deense model (Danish Energy Agency).
Één nationaal klimaatplan in plaats van drie regionale plannen. Belgische klimaatambities worden niet meer onderuitgehaald door gewestelijke bevoegdheidsconflicten en niet-coördinatie. Dit is de kern van het voorstel: België is het ENIGE land. Zelfs federale staten zoals Duitsland (16 Länder), Oostenrijk (9 Bundesländer), Zwitserland (26 kantons): waar drie regio's elk hun eigen klimaatplan schrijven. Het "nationale" plan is nu slechts een nietmachine door drie regionale plannen. Daarom mist Vlaanderen zijn doelen.
Één Energiefonds, één Klimaatfonds (federaal beheerd). End to gewestelijke budgetten die incompatibel zijn en concurrerend.
Premieuitvoering (MijnVerbouwPremie etc.) blijft REGIONAAL via loketten. De implementatie van energiebesparingsmaatregelen onder het federale raamwerk gebeurt via gewestelijke/lokale diensten, dus burgers en bedrijven blijven lokaal geholpen.
Energieregulering naar Federale Markt- en Consumentenautoriteit (ACM-model). CREG, VREG, CWaPE en BRUGEL fuseren tot één energiedirectie binnen de Federale Markt- en Consumentenautoriteit. Vier regulatoren worden één.
Afdwingbare klimaatdoelen met financiële sancties. Onafhankelijke klimaatrekenkamer (onderdeel van het versterkt Planbureau) toetst jaarlijks of België (niet langer per regio) op schema ligt. Bij structureel falen: financiële sancties naar de Zweedse het uitgavenplafonds-model.
Één intergouvernementeel energieoverleg. FORBEG verdwijnt; bindende afspraken via het Intergouvernementeel Overlegorgaan.
Internationaal model: Denemarken (geïntegreerd agentschap ~500 pers., één klimaatplan, wereldwijd best op Climate Change Performance Index): dit is het primaire model. Referentie ook naar Zweden en Oostenrijk om aan te tonen dat zelfs federale staten normaal niet elk hun eigen energieagentschap en klimaatplan hebben.
Geschatte efficiëntiewinst:
- Fusie van VEKA + SPW Énergie + Bruxelles Environnement + centralisering marktregulering elimineert duplicaten (vier parallelle energieagentschappen en vier regulatoren): ~€30-50 miljoen/jaar overhead
- Het halen van klimaatdoelen (i.p.v. ~€2 miljard aan CO2-credits kopen): dit is de grootste potentiële besparing. Denemarken bewijst dat één geïntegreerd agentschap het kan.
- Versnelling van klimaatbeleid: geen meer bevoegdheidsconflicten, geen drie concurrerende klimaatplannen, geen jaar van vertraging als nu.
Implementatiepad:
- Jaar 1-2: Bijzondere wet – bevoegdheden energiebeheer en klimaatcoördinatie omhoog naar federaal (nieuw artikel 167quater/167quinquies Grondwet). Afschaffing van gewestelijke klimaatbevoegdheden op energie/klimaat-strategisch niveau.
- Jaar 2-3: VEKA + SPW Énergie + Bruxelles Environnement fusioen tot ONE Federal Energy and Climate Agency (~500 pers.). Première directie: strategisch beleid, klimaatplanning, fondsen, ETS. Deuxième directie: premieuitvoering via gewestelijke loketten.
- Jaar 2: CREG + VREG + CWaPE + BRUGEL fuseren tot energiedirectie binnen de Federale Markt- en Consumentenautoriteit.
- Vereist: 2/3 meerderheid federaal parlement + akkoord alle deelstaatparlementen (bijzondere wet)
Fase 4: Partijpunt (website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
VEKA (Vlaams Energie- en Klimaatagentschap): Herfederaliseren VEKA, SPW Énergie en Bruxelles Environnement fuseren tot één federaal Energie- en Klimaatagentschap (~500 pers., Deens model). Één nationaal klimaatplan, één Energiefonds, één Klimaatfonds. Premieuitvoering via gewestelijke loketten. Energieregulering naar nationale Markt- en Consumentenautoriteit. België telt straks één agentschap voor energie/klimaat in plaats van vier. Klimaatdoelen worden eindelijk afdwingbaar.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt (het rommeltje)
België telt vier gescheiden energieagentschappen en drie gescheiden energieregulatoren. VEKA in Vlaanderen beheert het Vlaams energie- en klimaatbeleid (~180 medewerkers, ~€620 miljoen aan fondsuitgaven). SPW Énergie doet hetzelfde in Wallonië. Bruxelles Environnement in het Brussels Gewest. Federaal is er CREG die transmissienetten en productie reguleert. Op gewestelijk niveau zijn VREG, CWaPE en BRUGEL elk een aparte marktregulator. Dat zijn vier beleidsorganen + vier regulatoren. Acht instellingen. Voor wat Denemarken met één agentschap doet.
Wat er FUNDAMENTEEL mis gaat: Drie klimaatplannen i.p.v. één nationaal plan
België is het ENIGE land. Ook federale staten zoals Duitsland (16 Länder), Oostenrijk (9 Bundesländer) en Zwitserland (26 kantons): waar drie regio's elk hun eigen klimaatplan schrijven. Het "nationale" plan is slechts een nietmachine die drie regionale plannen aan elkaar prikt. Dit is waarom Vlaanderen structureel zijn doelen mist.
De cijfers zijn onomstotelijk: Vlaanderen moet zijn emissies met 40% reduceren tegen 2030 (t.o.v. 2005), en de EU vraagt zelfs 47%. Maar VEKA's eigen prognose: Vlaanderen haalt slechts -33,6%. De kostprijs? Naar schatting €2 miljard aan CO2-credits die Vlaanderen elders zal moeten kopen.
Het definitieve Vlaams Energie- en Klimaatplan werd meer dan een jaar te laat goedgekeurd (juli 2025 i.p.v. juni 2024 per EU-deadline). Dit is geen administratief ongelukje maar een STRUCTUREEL probleem: vier gescheiden agentschappen met geen centrale coördinatie leiden tot vertraging en ontoereikendheid.
Hoe het elders werkt (best practice)
Denemarken: De Danish Energy Agency (~500 medewerkers) is één geïntegreerd agentschap voor het hele land. Één strategisch energiebeleid, één klimaatplan, één Fonds, één regulator. Resultaat: Denemarken scoort wereldwijd het BEST op de Climate Change Performance Index en haalt zijn klimaatdoelen. Dit is ons model.
Nederland: RVO (beleidsuitvoering) + ACM (marktregulering) = twee organisaties, geen gewestelijk niveau, Resultaat: efficiënt en doelgericht.
Zweden: Energimyndigheten (~435 pers.) + Energimarknadsinspektionen = twee organisaties. Resultaat: haalt klimaatdoelen.
Duitsland: Ondanks 16 Bundesländer. Veel minder energieagentschappen dan België. BAFA (federaal) + Bundesnetzagentur (regulering). Deelstaten hebben GEEN parallelle energieagentschappen van deze omvang.
Oostenrijk: Federale staat met 9 Bundesländer. Maar: één nationale energieregulator (E-Control). Geen Bundesland heeft een eigen regulator.
De conclusie is simpel: Elk ander land ter wereld. Federaal of unitair. Koos voor CENTRALISATIE van energiebeleid en klimaatplanning. Alleen België heeft gekozen voor VIER gescheiden agentschappen en DRIE klimaatplannen. Dat is waarom wij de enige zijn die onze doelen missen.
Wat HART voorstelt
Fusie van VEKA + SPW Énergie + Bruxelles Environnement tot ONE Federal Energy and Climate Agency (~500 medewerkers). Naar het Deense model (Danish Energy Agency). Dit is een herfederalisering van energiebevoegdheden die nu gewestelijk zijn. Niet omdat regionale belangen niet tellen, maar omdat klimaat grensoverschrijdend is en één nationaal plan beter werkt dan drie.
Één nationaal klimaatplan in plaats van drie regionale plannen. Alle drie de regio's schrijven nu hun eigen plan. Het "nationale" plan is slechts samenvoeging. Dit stopt. Eén strategisch raamwerk voor België, met ruimte voor gewestelijke doelen binnen dat kader.
Één Energiefonds, één Klimaatfonds (federaal beheerd). Geen drie concurrerende fondsen meer met inconsistente criteria.
Premieuitvoering (MijnVerbouwPremie, EPC etc.) blijft REGIONAAL via loketten. De burgers en bedrijven worden nog steeds lokaal geholpen. Dat verandert niet. Maar de strategische sturing en financiering gebeurt centraal.
Energieregulering naar Federale Markt- en Consumentenautoriteit (ACM-model). CREG, VREG, CWaPE en BRUGEL fuseren tot één energiedirectie. Vier regulatoren worden één nationale markttoezichthouder voor het hele land.
Afdwingbare klimaatdoelen met financiële sancties. Onafhankelijke klimaatrekenkamer (onderdeel van het versterkt Planbureau) toetst jaarlijks of België op schema ligt. Bij structureel falen: financiële sancties.
Wat het oplevert
De besparing is MASSAAL:
Administratieve efficiëntie: Fusie van vier agentschappen tot één + centralisering van vier regulatoren naar één = ~€30-50 miljoen per jaar overhead-besparing.
Sneller beleid: Geen drie concurrerende klimaatplannen meer, geen bevoegdheidsconflicten, geen juridische procedures. Het Vlaams Energie- en Klimaatplan kwam vorig jaar >1 jaar te laat. Met één federaal agentschap zou het tepijp op tijd zijn.
Het échte voordeel: klimaatdoelen halen. Vlaanderen mist nu zijn doelen en moet ~€2 miljard betalen voor CO2-credits. Als we, naar het Deense voorbeeld, wél onze doelen halen. Dat is een besparing van MILJARDEN. Dat is meer dan alle andere hervormingen tezamen opbrengen.
HART zegt: als je drie plannen schrijft en twee ervan missen hun doel, mag je niet verbaasd zijn dat je doelen mist. Schrap de drie, maak er één, en zorg dat die goed is. Dat doet Denemarken. Dat doen wij.