arrow_back Terug naar overzicht

Bovenlokale coördinatie: Van provincies naar deelstaten

Audit door: HART-auditproces Datum: 2026-03-30 Categorie: Nieuw Vlaams (HART-voorstel) Status: 🟠 Nieuw/hervormd


Fase 1: Diepteonderzoek

1A. Wat is bovenlokale coördinatie precies?

Bovenlokale coördinatie is het geheel aan taken en samenwerkingsverbanden die het gemeentelijk niveau overstijgen maar niet tot de bevoegdheden van de Vlaamse overheid behoren. Het gaat om de coördinatie tussen gemeenten onderling en de afstemming van beleid op een schaal die te groot is voor één gemeente maar te klein of te specifiek voor het Vlaamse niveau.

Juridische basis:

Situatie: De bovenlokale coördinatie in Vlaanderen is verdeeld over drie actoren:

  1. De 5 Vlaamse provincies: sinds de afslanking (2018) beperkt tot grondgebonden materies: waterbeheer (~12.000 km waterlopen), mobiliteit (fietssnelwegen), natuur en milieu, erfgoed, toerisme (meer dan 50 provinciedomeinen met samen meer dan 10 miljoen bezoekers per jaar), landbouwonderzoek, ruimtelijke ordening en economische ontwikkeling via de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen (POM's).

  2. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS): projectverenigingen, dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen. Historisch gegroeid tot een wildgroei: volgens een rapport van de Vlaamse overheid uit 2012 was elke Vlaamse gemeente gemiddeld lid van 68 samenwerkingsverbanden. Vormen: intercommunales (Fluvius, Farys), IGS voor afval, water, ICT, streekontwikkeling enzovoort.

  3. De 15 referentieregio's: sinds maart 2023 het wettelijk afstemmingsniveau. Geen eigen bestuur of rechtspersoonlijkheid, maar de norm waaraan alle intergemeentelijke samenwerking "regioconform" moet worden.

Budget en personeel provincies (Vlaanderen):

1B. Wat doet bovenlokale coördinatie in de praktijk?

Provinciale bovenlokale taken (na afslanking 2018):

Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden:

Het kernprobleem: bestuurlijke verrommeling De Vlaamse Regering legde in 2020 haar visie op regiovorming vast (kadernota van 9 oktober 2020) om de bestuurlijke "verrommeling" aan te pakken; het Regiodecreet moet het kluwen aan intergemeentelijke samenwerkingen ontwarren. Gemeenten konden het overzicht niet meer bewaren; de Vereniging van de Vlaamse Provincies telt meer dan 2.000 tussenstructuren tussen Vlaanderen en de gemeenten. De democratische controle door gemeenteraden was zwak: raadsleden hadden amper zicht op wat er in de tientallen samenwerkingsverbanden gebeurde, laat staan dat ze er invloed op konden uitoefenen.

Prestatie-indicatoren: Er bestaan geen gestandaardiseerde KPI's voor bovenlokale coördinatie. De provincies publiceren jaarverslagen, maar de link tussen middelen en maatschappelijk resultaat is zelden transparant.

1C. Internationale vergelijking

Nederland: gemeenschappelijke regelingen (Wgr)

Denemarken: Kommunalreformen 2007

Duitsland: Landkreise (districten)

Zweden: Länsstyrelser en Kommunalförbund

1D. Knelpunten en kritiek

1. Wildgroei en onoverzichtelijkheid Volgens een rapport van de Vlaamse overheid uit 2012 was elke Vlaamse gemeente lid van gemiddeld 68 samenwerkingsverbanden. Het Regiodecreet (2023) probeert dit op te lossen met 15 referentieregio's, maar de overgangsperiode loopt tot eind 2030 (afvalintercommunales zelfs tot eind 2036).

2. Democratisch deficit Bestuurskundig onderzoek (onder meer Tilburg University, over Nederland) beschrijft een democratisch tekort in intergemeentelijke samenwerking. Gemeenteraadsleden hebben onvoldoende greep op beslissingen in IGS-structuren. De kaderstellende rol van de gemeenteraad staat onder druk.

3. Drie lagen die dezelfde ruimte bezetten Na het Regiodecreet zijn er drie bovenlokale lagen actief: provincies (grondgebonden), referentieregio's (afstemmingsniveau) en de bestaande IGS-verbanden. Dit creëert juist de complexiteit die men wilde oplossen.

4. Referentieregio's zijn tandeloos De 15 referentieregio's hebben geen eigen rechtspersoonlijkheid, geen budget, geen personeel en geen democratisch mandaat. Ze zijn een "afstemmingsniveau": in de praktijk een overlegplatform waar vooral burgemeesters samenkomen. Het Labo Regiovorming van de VVSG (2020-2025) toonde potentieel, maar was een proeftuin, geen structurele oplossing.

5. Provincies zoeken een bestaansreden Na de afslanking van 2018 (persoonsgebonden bevoegdheden weg) zoeken provincies actief naar een nieuwe rol. De Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP) schuift de provincies naar voren als het gebiedsgerichte bovenlokale niveau en pleit ervoor de meer dan 2.000 andere tussenstructuren te rationaliseren, maar het onderscheid met wat referentieregio's zouden moeten doen is flinterdun.

6. Mismatch schaalgrootte De 5 Vlaamse provincies zijn te groot voor lokale afstemming (provincie Antwerpen: 1,92 miljoen inwoners in 2025) en te klein voor Vlaamse beleidskeuzes. De 15 referentieregio's zitten dichter bij de juiste schaal, maar missen instrumenten.


Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes

# Principe Oordeel Onderbouwing
1 Subsidiariteit ⚠️ De bovenlokale coördinatie zit op het juiste schaalniveau (tussen gemeente en Vlaamse overheid), maar de organisatie ervan niet: provincies zijn te groot, referentieregio's hebben geen instrumenten.
2 Transparantie ❌ Drie overlappende lagen (provincies, IGS, referentieregio's) maken het voor de burger onmogelijk te zien wie beslist. Wie coördineert waterbeheer: de provincie, de intercommunale of de referentieregio?
3 Verantwoordelijkheid = Financiering ❌ Provincies innen opcentiemen maar hun legitimiteit voor bovenlokale coördinatie is betwist. Referentieregio's hebben geen budget. IGS-verbanden hebben eigen financiering maar gebrekkige verantwoording. De fiscal gap is diffuus.
4 Eenvoud ❌ Dit is het zwakste punt. Drie bovenlokale lagen naast elkaar, plus Vlaamse agentschappen die ook gebiedsgericht werken (VDAB, VEKA, ANB). Het systeem is niet uitlegbaar aan een 16-jarige.
5 Schaalgrootte ⚠️ De 15 referentieregio's benaderen de juiste schaal (gemiddeld ~460.000 inwoners, 2026), maar zonder fusie van gemeenten blijft het draagvlak per gemeente te klein voor zelfstandige uitvoering.
6 Concurrerende bevoegdheden ⚠️ Het Regiodecreet laat ruimte voor regionale innovatie, maar de verplichte regioconformiteit beperkt flexibiliteit. Geen echte concurrentie of experiment mogelijk.
7 Resultaatgericht ❌ Geen gestandaardiseerde KPI's voor bovenlokale coördinatie. Provincies rapporteren over activiteiten, niet over resultaten. Er bestaat geen systematische evaluatie van de efficiëntie van het bovenlokale niveau.
8 Digitaal-eerst ⚠️ Provincies en IGS-verbanden hebben digitale dienstverlening, maar er is geen once-only-principe op bovenlokaal niveau. Elke gemeente, provincie en IGS heeft eigen systemen.
9 Internationaal bewezen ❌ Het drielagige model (provincies + referentieregio's + IGS) bestaat nergens anders. Denemarken, Duitsland en Nederland hebben elk een helderder en transparanter model.

Synthese: 0 × ✅, 4 × ⚠️, 5 × ❌. De bovenlokale coördinatie zoals ze georganiseerd is, faalt op de meeste principes. De drie grootste winstgebieden zijn Eenvoud (drie lagen → één), Transparantie (één aanspreekpunt: de deelstaat) en Resultaatgerichtheid (meetbare KPI's invoeren).


Fase 3: HART-voorstel

3A. Classificatie

🟠 Nieuw/hervormd: de bovenlokale coördinatie moet fundamenteel anders worden georganiseerd. De drielagenstructuur (provincies + referentieregio's + IGS) wordt vervangen door één krachtig bovenlokaal niveau: de deelstaat. De provincie wordt deelstaat en houdt haar bovenlokale taken; de referentieregio's blijven samenwerkingsverbanden van gemeenten, zonder eigen bestuurslaag.

3B. Concreet voorstel

Wat verandert er:

  1. De provincie wordt deelstaat en draagt de bovenlokale coördinatie. Er komt geen extra bestuurslaag: het bovenlokale niveau is de deelstaat zelf (art. 2 HART-grondwet), met:

    • Een rechtstreeks verkozen, deeltijds parlement: de provincieraad wordt het deelstaatparlement (art. 43)
    • Een collegiale regering van hoogstens vijf leden, die verantwoording aflegt aan dat parlement
    • Een eigen budget uit eigen belastingen: de provinciale opcentiemen gaan op in de onroerende voorheffing, een deelstaatbelasting (art. 54)
    • Eigen personeel: de provinciale administratie gaat op in de deelstaat
  2. Provinciale bovenlokale taken blijven bij de deelstaat:

    • Waterbeheer onbevaarbare waterlopen → deelstaat (met technische ondersteuning van VMM)
    • Fietssnelwegen en bovenlokale mobiliteit → deelstaat
    • Bovenlokaal toerisme → deelstaat
    • Erfgoed en Monumentenwacht → deelstaat, of een gemeenschappelijke dienst van de Vlaamse deelstaten (art. 32)
    • Economisch streekbeleid → deelstaat (POM's worden instrumenten van de deelstaat)
    • Noodplanning → deelstaat: geen gouverneur, de deelstaatregering coördineert de crisisbeheersing en de veiligheid, met federale coördinatie via het Nationaal Crisiscentrum (NCCN)
  3. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden worden regioconform gerationaliseerd:

    • De termijnen van het Regiodecreet (eind 2030, afvalintercommunales eind 2036) blijven de uiterste grens
    • Maximaal 1 IGS per beleidsdomein per regio
    • Alle IGS vallen onder toezicht van de deelstaat
    • De 15 referentieregio's blijven samenwerkingsverbanden van gemeenten, zonder eigen bestuurslaag en zonder eigen belasting (art. 52)
  4. Provincies worden deelstaten (apart HART-voorstel, hier de consequentie voor bovenlokale coördinatie): ze komen in de plaats van het gewest en de provinciebesturen, zodat er één tussenniveau overblijft.

Internationaal referentiemodel:

Geschatte efficiëntiewinst:

Implementatiepad:


Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)

Deel A: Het partijpunt

Bovenlokale coördinatie: hervormd De wildgroei aan samenwerkingsverbanden tussen gemeenten wordt opgeruimd. De provincie wordt deelstaat en neemt de bovenlokale coördinatie zelf op, met een verkozen parlement, eigen belastingen en duidelijke taken, zodat je als burger eindelijk weet wie verantwoordelijk is voor wat er boven je gemeente gebeurt.

Deel B: De uitleg

Hoe het werkt

Als je gemeente een fietssnelweg wil aanleggen, een waterloop moet beheren of mee wil doen aan regionaal toerismebeleid, dan komt ze terecht in een doolhof van bovenlokale structuren. Er zijn de 5 provincies die "grondgebonden" taken doen. Er zijn de 15 referentieregio's die als afstemmingsniveau moeten dienen. En er zijn de tientallen intergemeentelijke samenwerkingsverbanden: intercommunales, projectverenigingen, dienstverlenende verenigingen, waarvan elke Vlaamse gemeente gemiddeld lid van 68 tegelijk was (cijfer 2012, Vlaamse overheid). Drie lagen die grotendeels hetzelfde grondgebied bestrijken.

De vijf Vlaamse provincies geven samen honderden miljoenen euro per jaar uit en tellen duizenden personeelsleden. Na de "afslanking" van 2018, waarbij ze cultuur, sport, jeugd en welzijn moesten afstaan, zijn ze zich gaan herprofileren als gebiedsgerichte regisseurs. De referentieregio's zijn sinds 2023 het officiële afstemmingsniveau, maar ze hebben geen eigen budget, geen personeel en geen bestuur. Ze zijn een vergadertafel, geen bestuurslaag.

Wat er mis gaat

Het probleem is drievoudig. Ten eerste: onoverzichtelijkheid. Geen burger, en vaak ook geen gemeenteraadslid, kan uitleggen wie eigenlijk verantwoordelijk is voor bovenlokale coördinatie. Is dat de provincie? De referentieregio? De intercommunale? Dat hangt af van het beleidsdomein, de historiek en soms van toeval.

Ten tweede: democratisch deficit. Bestuurskundig onderzoek, onder meer van Tilburg University, beschrijft wat iedereen vermoedt: de democratische controle op intergemeentelijke samenwerking is zwak. Gemeenteraden hebben amper zicht op wat er in die tientallen verbanden gebeurt. De kaderstellende rol van de raad, het hart van de lokale democratie, staat onder druk.

Ten derde: inefficiëntie. Drie bovenlokale lagen betekent driedubbele overhead. De provincie doet waterbeheer, maar VMM (Vlaamse Milieumaatschappij) doet dat ook. De referentieregio overlegt over mobiliteit, maar de provincie legt de fietssnelwegen aan. Afvalintercommunales mogen tot eind 2036 over andere grenzen werken dan de referentieregio. Wie stuurt? Niemand helemaal.

Hoe het elders werkt

Duitsland heeft 294 Landkreise (districten) als bovenlokaal niveau. Elk district heeft een rechtstreeks verkozen Kreistag, een eigen budget en duidelijke taken: openbaar vervoer, afval, ziekenhuizen, jeugdhulp. Het verschil met België: één laag, één bestuur, één budget, één verantwoording. Transparant.

Denemarken ging nog verder. In 2007 fuseerden 271 gemeenten tot 98 en werden 13 provincies vervangen door 5 regio's zonder belastingbevoegdheid. Bovenlokale coördinatie verloopt via verplichte samenwerkingsovereenkomsten. Maar de sleutel was de schaalgrootte: met gemiddeld ruim 60.000 inwoners per gemeente kunnen Deense gemeenten veel meer zelf dan Vlaamse (gemiddeld ~24.000 inwoners, 2026).

Nederland houdt zijn 12 provincies, maar versterkte in 2022 de democratische controle op intergemeentelijke samenwerking. De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen geeft gemeenteraden expliciet meer grip. En met gemeenten van gemiddeld ~53.000 inwoners is de behoefte aan een apart bovenlokaal niveau kleiner.

Wat HART voorstelt

HART wil het bovenlokale niveau vereenvoudigen tot één heldere structuur:

  1. De provincie wordt deelstaat en draagt de bovenlokale coördinatie. Geen extra bestuurslaag: de provincieraad wordt een deeltijds deelstaatparlement, een regering van hoogstens vijf leden bestuurt, en de provinciale opcentiemen gaan op in de eigen belastingen van de deelstaat. De provinciale administratie gaat op in de deelstaat.

  2. De provinciale bovenlokale taken blijven bij de deelstaat. Waterbeheer, fietsinfrastructuur, toerisme, erfgoed, streekeconomie: ze blijven op het niveau waar ze thuishoren, dicht bij de gemeenten, maar met voldoende schaal. Noodplanning ook: de deelstaatregering coördineert de crisisbeheersing en de veiligheid, zonder gouverneur, met federale coördinatie via het Nationaal Crisiscentrum.

  3. De wildgroei aan samenwerkingsverbanden wordt gesnoeid. Maximaal één IGS per beleidsdomein per regio, onder toezicht van de deelstaat. De 15 referentieregio's blijven samenwerkingsverbanden van gemeenten, zonder eigen bestuurslaag en zonder eigen belasting. De termijnen van het Regiodecreet (eind 2030, afvalintercommunales eind 2036) blijven de uiterste grens.

  4. De provincies worden deelstaten, in de plaats van het gewest en de provinciebesturen. Wat schaal vraagt, zoals de Monumentenwacht, organiseren de Vlaamse deelstaten samen in een gemeenschappelijke dienst (art. 32).

Wat het oplevert

Zwitserland bewijst al decennia dat dit kan: 26 kantons, en daaronder rechtstreeks de gemeenten. Denemarken bewees in 2007 dat grote gemeenten veel bovenlokaal werk zelf aankunnen. Het enige wat nodig is: politieke moed om drie lagen te vervangen door één.


Fase 5: Bronnenlijst

# Bron URL Datum Gebruikt voor
1 Provinciedecreet van 9 december 2005, Codex Vlaanderen https://codex.vlaanderen.be/PrintDocument.ashx?id=1014158 2005-12-09 Juridische basis provinciale taken (bovenlokaal, ondersteunend, gebiedsgericht)
2 Regiodecreet van 3 februari 2023, Codex Vlaanderen https://codex.vlaanderen.be/PrintDocument.ashx?id=1038101 2023-02-03 15 referentieregio's, regioconformiteit, termijnen
3 Stibbe, Vanaf 19 maart 2023 bestaat Vlaanderen uit 15 referentieregio's https://www.stibbe.com/nl/publications-and-insights/vanaf-19-maart-2023-bestaat-vlaanderen-uit-15-referentieregios 2023-03 Inwerkingtreding, termijnen eind 2030 en eind 2036, bestuurlijke verrommeling
4 Vereniging van de Vlaamse Provincies, Bevoegdheden https://www.vlaamseprovincies.be/bevoegdheden - 12.000 km waterlopen, meer dan 50 domeinen, meer dan 10 miljoen bezoekers, Monumentenwacht, POM's
5 Vereniging van de Vlaamse Provincies, Memorandum https://www.vlaamseprovincies.be/memorandum 2024 Meer dan 2.000 tussenstructuren tussen Vlaanderen en de lokale besturen, pleidooi om ze te rationaliseren
6 Decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies (BS 13 december 2016) https://etaamb.openjustice.be/nl/decreet-van-18-november-2016_n2016036606.html 2016-11-18 Afslanking provincies, in werking 1 januari 2018
7 VRT NWS, Vlaanderen wordt opgedeeld in 15 regio's https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2023/02/02/vrt-nws-live-regio-s/ 2023-02-02 Gemiddeld 68 samenwerkingsverbanden per gemeente (rapport Vlaamse overheid, 2012)
8 VVSG, Labo Regiovorming https://www.vvsg.be/projecten/labo-regiovorming 2020-2025 Proeftuinen regiovorming
9 VVSG, Vlaamse regio's: afbakening, decreet en beleid https://www.vvsg.be/media/11156/download 2023 Analyse regiovorming, kadernota van 9 oktober 2020, verrommeling
10 Tilburg University, Democratisering van governance: oplossingen voor het democratisch tekort in intergemeentelijke samenwerking (Bestuurskunde, 19(4)) https://research.tilburguniversity.edu/en/publications/democratisering-van-governance-oplossingen-voor-het-democratisch- 2010 Democratisch deficit IGS
11 Provincie West-Vlaanderen, Meerjarenplan 2026-2031 https://www.west-vlaanderen.be/artikel/provincie-west-vlaanderen-stelt-meerjarenplan-2026-2031-voor 2025-11 Exploitatie-uitgaven €194,4 miljoen (2026), opcentiemen als grootste inkomstenbron
12 Wikipedia, Strukturreformen (Denemarken) https://en.wikipedia.org/wiki/Strukturreformen 2007 271 → 98 gemeenten, 13 amter → 5 regio's
13 Danske Regioner, The Local Government Reform in Brief https://www.regioner.dk/media/2845/the-local-government-reform-in-brief.pdf 2005 Details Deense hervorming
14 Wikipedia, Districts of Germany https://en.wikipedia.org/wiki/Districts_of_Germany - 294 Landkreise, 106 kreisfreie Städte, rechtstreeks verkozen Kreistag, taken
15 Region Sjælland, Region Østdanmark https://www.regionsjaelland.dk/servicemenu/om-os/om-region-sjaelland/region-oestdanmark 2024-11 Samenvoeging tot Region Østdanmark op 1 januari 2027
16 Danmarks Statistik, Befolkningstal https://www.dst.dk/da/Statistik/emner/borgere/befolkning/befolkningstal 2026 Bevolking Denemarken (ruim 6 miljoen), gemiddelde per gemeente
17 SNG-WOFI, Sweden Country Profile https://www.sng-wofi.org/country_profiles/sweden.html 2021 290 gemeenten, 20 regio's, taken
18 VNG, Raadgever samenwerking op basis van de Wgr https://vng.nl/artikelen/raadgever-samenwerking-op-basis-van-de-wet-gemeenschappelijke-regelingen-wgr 2022 Vijf samenwerkingsvormen, wijziging van 1 juli 2022
19 Vlaams Parlement, Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering en Stedenbeleid https://www.vlaamsparlement.be/nl/bestuurszaken-binnenlands-bestuur-inburgering-en-stedenbeleid 2014-2019 Parlementaire context afslanking provincies
20 Belgische Grondwet (artikel 41 en 162) https://www.senate.be/doc/const_nl.html - Grondwettelijke basis provinciaal niveau
21 Wikipedia, Kommunalförbund https://sv.wikipedia.org/wiki/Kommunalf%C3%B6rbund - Ongeveer 90 Zweedse kommunalförbund
22 Wallonie.be, Provincies https://www.wallonie.be/en/stakeholders-and-institutions/provinces - Waalse provinciale structuur ter vergelijking
23 CBS, Gemeentelijke indeling op 1 januari 2026 https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/classificaties/overig/gemeentelijke-indelingen-per-jaar/indeling-per-jaar/gemeentelijke-indeling-op-1-januari-2026 2026-01-01 342 Nederlandse gemeenten
24 Statbel, Bevolking per gewest op 1 januari 2026 https://bestat.statbel.fgov.be/bestat/crosstable.xhtml?view=7ef37f09-4a96-4c4c-8d90-350d3dafb4ac 2026-01-01 6.898.350 inwoners Vlaams Gewest: gemiddeld ~24.000 per gemeente (285), ~460.000 per referentieregio
25 Eerstelijnszones, Preventie https://www.eerstelijnszone.be/themas/preventie - Gezondheidsmakers (de vroegere Logo's)
26 Provincie West-Vlaanderen, Meerjarenplan 2026-2031, toelichting https://www.west-vlaanderen.be/sites/default/files/2025-12/MJP-2026-2031-fin-nota-toelichting.pdf 2025-12 794,8 VTE in 2026, zonder onderwijzend personeel
27 Provincie Oost-Vlaanderen, Oost-Vlaamse deputatie stelt meerjarenplan 2026-2031 voor https://pers.oost-vlaanderen.be/oost-vlaamse-deputatie-stelt-meerjarenplan-2026-2031-voor 2025 Ongeveer 1.300 medewerkers
28 FOD Binnenlandse Zaken, Rijksregister: bevolking per gemeente en provincie, 2026 https://www.ibz.rrn.fgov.be/sites/default/files/documents/fr/population/statistiques/population-bevolking-20260101.pdf 2026-01-01 Bevolking van de vijf Vlaamse deelstaten: 908.161 (Limburg) tot 1.930.191 (Antwerpen)

Metadata