Landbouw & dierenwelzijn: Staatshervorming Audit
Datum: 2026-03-30 Lijn: Landbouw & dierenwelzijn (Vlaamse Deelstaat. Gewestbevoegdheden) Status: 🟢 Behouden (met hervormingen rond coördinatie en dierenwelzijnshandhaving)
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Landbouwbeleid is sinds de vijfde staatshervorming (Lambermont-akkoord, 2001) een gewestbevoegdheid. Bij die overdracht werden 1.313 federale ambtenaren overgeheveld naar de gewesten. 708 naar Vlaanderen en 605 naar Wallonië. De juridische basis ligt in de Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen (BWHI, art. 6, §1, V).
Dierenwelzijn werd met de zesde staatshervorming (2014) overgeheveld van het federale niveau naar de gewesten. Vóór 1 juli 2014 was het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) bevoegd voor dierenwelzijnscontroles. Sindsdien is dit een regionale bevoegdheid.
Belangrijke nuance: Dierengezondheid en de veiligheid van de voedselketen bleven federaal (FAVV). Dit onderscheid tussen dierenwelzijn (regionaal) en dierengezondheid (federaal) is een bewuste keuze na de dioxinecrisis, maar creëert in de praktijk een grijze zone.
Vlaamse organisatie:
- Agentschap Landbouw en Zeevisserij (voorheen Departement Landbouw en Visserij): uitvoering van het landbouwbeleid, beheer van GLB-steun (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid), subsidies, vergunningen. Administrateur-generaal: Patricia De Clercq. Het agentschap valt sinds de hervorming van de Vlaamse overheid onder het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie.
- ILVO (Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek): wetenschappelijk onderzoeksinstituut, intern verzelfstandigd agentschap (IVA), gevestigd in Merelbeke. Meer dan 600 medewerkers. Voert onderzoek naar duurzame landbouw, visserij en voedingssystemen.
- Afdeling Dierenwelzijn (Departement Omgeving): beleidsvoorbereiding en -uitvoering, inspectiedienst voor dierenwelzijn. Opgericht op 1 april 2017 binnen het Departement Omgeving.
- VLAM (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing): promotie van Vlaamse land- en tuinbouwproducten.
Budget:
- Het Vlaamse GLB Strategisch Plan 2023-2027 omvat €1,65 miljard aan subsidies voor de Vlaamse landbouw, waarvan €1,05 miljard voor directe steun en €625,9 miljoen voor plattelandsontwikkeling.
- Het EU-aandeel voor Vlaanderen bedraagt ~€1,3 miljard; de rest is cofinanciering door de Vlaamse overheid.
Federaal (nog steeds):
- FAVV: ~1.260 medewerkers, federaal budget ~€117 miljoen (2026). Verantwoordelijk voor voedselketeninspecties, dierengezondheid, fytosanitaire controles. Besparing van 24% gepland tegen 2029.
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken Agentschap Landbouw en Zeevisserij:
- Beheer en uitbetaling van GLB-steun (directe betalingen, agromilieumaatregelen, investeringssteun)
- Registratie en identificatie van landbouwbedrijven en landbouwgrond
- Vergunningen en erkenningen (bio-certificering, kwaliteitslabels)
- Visserijbeheer en quota
- Dataverzameling en landbouwcijfers
Kerntaken Afdeling Dierenwelzijn (Dept. Omgeving):
- Inspectie en handhaving dierenwelzijn (gezelschapsdieren, landbouwhuisdieren, proefdieren, exotische dieren)
- Beleidsvoorbereiding (Vlaamse Codex Dierenwelzijn)
- Erkenning van asielen, kwekers, dierenwinkels
- Samenwerking met lokale politie en FAVV
Overlap en grijze zones: De splitsing tussen dierenwelzijn (Vlaams) en dierengezondheid (federaal) leidt tot concrete problemen:
- In slachthuizen voeren FAVV-dierenartsen controles uit. Zij kunnen inbreuken op dierenwelzijn vaststellen maar mogen geen maatregelen nemen of sancties opleggen dat is de bevoegdheid van de Vlaamse inspectiedienst. FEBEV (de federatie van vleesexportbedrijven) heeft dit herhaaldelijk als probleem aangekaart.
- Het FAVV voert nog steeds eerstelijnscontroles op dierenwelzijn bij landbouwhuisdieren uit via een protocol met de gewesten. Er zijn dus twee overheden actief op dezelfde boerderij voor verwante maar gescheiden bevoegdheden.
- Bij uitbraken van dierziekten (bv. vogelgriep, Afrikaanse varkenspest) is het federale niveau bevoegd voor de bestrijding, maar het Vlaamse niveau voor de gevolgen op het welzijn van de getroffen dieren. Coördinatie verloopt moeizaam.
Prestatie-indicatoren: De Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024 is een belangrijke stap: Vlaanderen vervangt de federale Dierenwelzijnswet van 1986 door een modern decreet met meer dan 80 artikelen (in werking sinds 1 januari 2025). Kerninnovaties: erkenning van dieren als wezens met gevoel en intrinsieke waarde, verbod op kooisystemen voor legkippen, verbod op kweken van vechthanen, standstill-principe.
1C. Internationale vergelijking
Nederland:
- Landbouw en dierenwelzijn vallen onder één ministerie: het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Minister: Jaimi van Essen (D66, sinds februari 2026).
- NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit): geïntegreerde autoriteit die zowel voedselcontroles, dierengezondheid als dierenwelzijn combineert. ~3.200+ FTE (bezetting groeide van 2.407 in 2018 naar 3.162 in 2023). Eén autoriteit, één inspecteur, alle bevoegdheden.
- Voordeel: Geen grijze zone. Eén NVWA-inspecteur op een boerderij kan zowel dierenwelzijn als dierengezondheid als voedselveiligheid controleren en handhaven.
- Budget NVWA: wordt gefinancierd uit een mix van overheidsbudget en retributies van bedrijven.
Duitsland:
- Federale wetgeving (Tierschutzgesetz) met handhaving door de Länder. Dierenwelzijn is sinds 2002 een grondwettelijk staatsdoel (art. 20a Grundgesetz).
- Het Bundesministerium für Ernährung, Landwirtschaft und Forsten (BMLEH) stelt de regels; de deelstaten voeren uit en handhaven.
- Model van concurrerende bevoegdheden: de federale wet geldt als bodem, Länder mogen strenger zijn.
Denemarken:
- Eén Ministerie van Voedsel, Landbouw en Visserij met daaronder de Danish Veterinary and Food Administration.
- Dierenwelzijn en dierengezondheid worden geïntegreerd beheerd.
- Denemarken scoort een B op de A-G schaal van de World Animal Protection Index.
- 95% van alle dieren wordt minder dan 3 uur vervoerd naar slachthuizen. Een van de strengste standaarden in Europa.
- Overheids-dierenwelzijnslabel als instrument (vergelijkbaar met Beter Leven-keurmerk in Nederland).
Kernles: In alle referentielanden is er één geïntegreerde keten voor voedsel, dierengezondheid en dierenwelzijn. België is het enige land dat dierenwelzijn institutioneel afscheidt van dierengezondheid.
1D. Knelpunten en kritiek
Gesplitste keten dierenwelzijn-dierengezondheid: de scheidslijn is in de praktijk kunstmatig. Een ziek dier lijdt (welzijn), en slechte welzijnsomstandigheden veroorzaken ziekte (gezondheid). Twee overheden voor één dier op dezelfde boerderij is inefficiënt.
Handhavingsvacuüm in slachthuizen: FAVV-dierenartsen die dagelijks in slachthuizen werken, mogen wel dierenwelzijnsproblemen vaststellen maar niet ingrijpen. De Vlaamse inspectiedienst moet apart langskomen. En heeft minder capaciteit voor permanente aanwezigheid.
FAVV-besparingen raken voedselketen: het FAVV-budget wordt met 24% gekort tegen 2029 (na eerdere besparingen van €36 miljoen sinds 2014). Dit treft ook de protocollaire dierenwelzijnscontroles die het FAVV voor de gewesten uitvoert.
Versnippering adviesraden: SALV (Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij) adviseert over landbouw, maar dierenwelzijnsadvies loopt via andere kanalen (Dept. Omgeving). Geen geïntegreerd advies.
Drie gewesten, drie regimes: elk gewest heeft eigen dierenwelzijnsregelgeving. Wallonië heeft een Code wallon du Bien-être animal (2018), Brussel een eigen ordonnantie (2024), Vlaanderen de Codex Dierenwelzijn (2024). Voor bedrijven die over gewestgrenzen opereren (veetransport, slachthuizen nabij grenzen) creëert dit complexiteit.
GLB-complexiteit: het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid vereist een "Strategisch Plan" per lidstaat, maar België dient twee aparte plannen in (Vlaanderen en Wallonië). Dit maakt coördinatie met de Europese Commissie complexer en verhoogt de administratieve last.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ✅ | Landbouwbeleid zit terecht op Vlaams/regionaal niveau. Dicht bij de sector. De regionalisering van 2001 was logisch gezien de verschillende landbouwrealiteiten in Vlaanderen (intensief) en Wallonië (extensief). |
| 2 | Transparantie | ⚠️ | De burger ziet niet wie bevoegd is voor wat. Als een varken in een slachthuis mishandeld wordt, is dat "dierenwelzijn" (Vlaams) of "voedselveiligheid" (federaal)? Twee overheden, onduidelijke verantwoordelijkheid. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ⚠️ | Het GLB wordt grotendeels EU-gefinancierd, de controles federaal (FAVV) maar de bevoegdheid is regionaal. Er is een mismatch: het FAVV voert taken uit voor de gewesten via protocollen, maar de financiering hiervan is onduidelijk en wordt bedreigd door federale besparingen. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Dit is het grootste pijnpunt. Twee overheden (Vlaanderen + federaal) op dezelfde boerderij. Dierenwelzijn (Dept. Omgeving) vs. dierengezondheid (FAVV). Landbouwbeleid (Agentschap Landbouw) vs. milieubeleid (Dept. Omgeving) vs. voedselcontrole (FAVV). Plus drie verschillende gewestelijke dierenwelzijnsregimes. |
| 5 | Schaalgrootte | ✅ | Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en ILVO hebben voldoende schaal voor professioneel functioneren. Vlaanderen heeft ~23.000 landbouwbedrijven. Groot genoeg voor een eigen beleid. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ✅ | Vlaanderen kan eigen landbouw- en dierenwelzijnsbeleid voeren (en doet dat: Codex Dierenwelzijn 2024 is ambitieuzer dan de oude federale wet). Dit stimuleert innovatie. Wallonië en Brussel hebben hun eigen accenten gelegd. |
| 7 | Resultaatgericht | ⚠️ | De Vlaamse Codex Dierenwelzijn is een vooruitgang, maar structurele resultaatmeting ontbreekt. Er zijn geen publieke KPI's over inspectieresultaten, handhavingseffectiviteit, of benchmarks met buurlanden. Het Rekenhof heeft kritiek geuit op het gebrek aan evaluatie van landbouwsubsidies. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | Het Agentschap Landbouw heeft een e-loket voor steun aanvragen, maar het systeem is niet geïntegreerd met FAVV-controles. Er is geen once-only-principe: landbouwers leveren dezelfde gegevens bij meerdere instanties (Agentschap Landbouw, FAVV, Dept. Omgeving, mestbank). |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Alle referentielanden (NL, DE, DK) hebben een geïntegreerde keten voor voedsel, dierengezondheid en dierenwelzijn. Het Belgische model van institutionele splitsing is uniek. En niet in positieve zin. |
Synthese: Score 3✅ / 4⚠️ / 2❌. De grootste winst zit bij eenvoud (samenbrengen van dierenwelzijn en dierengezondheid onder één autoriteit) en internationaal bewezen (het geïntegreerde model van Nederland en Denemarken overnemen).
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟢 Behouden Landbouwbeleid en dierenwelzijnsregelgeving als deelstaatbevoegdheden zijn logisch en functioneren. De dierenwelzijnsinspectie wordt geïntegreerd in het federale FAVV, dat versterkt en onder Volksgezondheid geplaatst wordt.
3B. Concreet voorstel
1. Dierenwelzijnsinspectie geïntegreerd IN het federale FAVV De gewestelijke dierenwelzijnsinspecties (nu Dept. Omgeving in Vlaanderen, equivalenten in Wallonië en Brussel) worden overgeheveld naar het FAVV. Het FAVV wordt daarmee de enige inspectieautoriteit op de boerderij en in het slachthuis. Naar het model van de Nederlandse NVWA (3.200+ FTE) die voedselketen, dierengezondheid én dierenwelzijn combineert. Eén inspecteur die alles kan controleren en handhaven.
Belangrijk: het FAVV blijft federaal. De deelstaten behouden de regelgevende bevoegdheid (de Vlaamse Codex Dierenwelzijn, de Waalse Code du Bien-être animal, de Brusselse ordonnantie blijven van kracht). Het FAVV handhaaft de deelstatelijke normen. Vergelijkbaar met het Duitse model waar federale inspectiediensten deelstatelijke wetgeving uitvoeren.
Het FAVV verschuift naar de minister van Volksgezondheid (conform partijpunt Gezondheidszorg, Standpunt 8). Voedselveiligheid is een kwestie van volksgezondheid, niet van landbouwbelang. Operationele onafhankelijkheid naar Brits FSA-model. De geplande besparingen van 24% worden teruggedraaid.
2. Eén GLB-plan per land België dient nu twee aparte GLB-plannen in bij de Europese Commissie. Met de HART-deelstaatstructuur en concurrerende bevoegdheden kan er één nationaal plan komen met regionale invulling. Naar Duits model waar de Länder het beleid uitvoeren maar binnen een federaal kader (conform partijpunt Economie en minder regels, §6).
3. Digitale integratie Eén dataplatform voor landbouwbedrijven waar alle gegevens (mestbank, dierenwelzijn, voedselketens, steun, milieu) samenkomen. Once-only: de landbouwer levert gegevens één keer, alle overheden gebruiken dezelfde data.
4. Publieke resultaatmeting Jaarlijks publiek rapport met KPI's: aantal inspecties, vaststellingen, sancties, dierenwelzijnsscores per bedrijfstype, vergelijking met EU-gemiddelde. Naar Deens model met transparante benchmarking.
Geschatte besparing/winst:
- Eliminatie van dubbele inspecties en protocollaire grijze zones: efficiëntiewinst geschat op 15-20% van de inspectiecapaciteit.
- Betere handhaving door geïntegreerde bevoegdheid: minder dierenleed, snellere interventies in slachthuizen.
- Vereenvoudiging voor landbouwers: minder administratieve last, minder verschillende instanties.
- Eén GLB-plan i.p.v. twee: lagere coördinatiekosten naar EU toe.
- FAVV-budget beschermd: besparingen teruggedraaid, capaciteit gewaarborgd.
Vereiste wetswijzigingen:
- Overheveling dierenwelzijnsinspectie van deelstaten naar FAVV (samenwerkingsakkoord of bijzondere wet)
- FAVV onder bevoegdheid minister van Volksgezondheid (koninklijk besluit)
- Aanpassing van het GLB-coördinatieprotocol
Tijdshorizon: 3-5 jaar (dierenwelzijnsinspectie naar FAVV kan sneller dan de bredere staatshervorming)
Fase 4: Partijpunt (website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
Landbouw & dierenwelzijn. Behouden als deelstaatbevoegdheid, inspectie geïntegreerd in federaal FAVV
Landbouwbeleid en dierenwelzijnsregelgeving blijven bij de deelstaat. Maar de dierenwelzijnsinspectie gaat naar het federale FAVV. Zodat één inspecteur per bedrijf alles controleert. FAVV naar Volksgezondheid, één GLB-plan.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
Landbouw is sinds 2001 een Vlaamse bevoegdheid. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij beheert het beleid en de EU-subsidies (€1,65 miljard voor 2023-2027). Sinds 2014 is ook dierenwelzijn Vlaams geworden, ondergebracht bij de afdeling Dierenwelzijn van het Departement Omgeving. Maar dierengezondheid en de volledige voedselketeninspectie. Inclusief dagelijkse controles in slachthuizen. Bleef federaal bij het FAVV (~1.260 medewerkers, ~€117 miljoen budget).
Het wetenschappelijk onderzoek wordt uitgevoerd door ILVO (meer dan 600 medewerkers), een Vlaams onderzoeksinstituut dat internationaal wordt erkend voor zijn expertise in duurzame landbouw en voedingssystemen.
Wat er mis gaat
De grens tussen dierenwelzijn en dierengezondheid is in de praktijk kunstmatig. Een dier dat slecht behandeld wordt, wordt ziek. Een ziek dier lijdt. Toch zijn er twee verschillende overheden bevoegd, met twee verschillende inspectiediensten, twee verschillende wetgevingen en twee verschillende sanctiesystemen.
Het resultaat is absurd. In een slachthuis staat dagelijks een FAVV-dierenarts. Die mag vaststellen dat een dier wordt mishandeld, maar mag niet ingrijpen. Want dierenwelzijn is Vlaams. De Vlaamse inspectiedienst moet apart langskomen, maar heeft niet de capaciteit voor permanente aanwezigheid. Ondertussen wordt het FAVV-budget met 24% gekort tegen 2029, waardoor ook de protocollaire controles die het FAVV voor Vlaanderen uitvoert onder druk komen.
Daarbovenop dient België twee aparte GLB-plannen in bij Europa. Één voor Vlaanderen, één voor Wallonië. We zijn het enige land dat dit doet. Het maakt de coördinatie met de Europese Commissie complexer en duurder.
En als landbouwer? Die krijgt bezoek van het Agentschap Landbouw (subsidies), het FAVV (dierengezondheid en voedselketen), de Vlaamse inspectiedienst (dierenwelzijn), de Mestbank (milieuhandhaving), en het Departement Omgeving (vergunningen). Vijf verschillende overheidsinstanties, allemaal met hun eigen portaal, hun eigen formulieren, hun eigen regels.
Hoe het elders werkt
In Nederland bestaat de NVWA: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Die combineert voedselcontrole, dierengezondheid én dierenwelzijn in één organisatie van meer dan 3.200 medewerkers. Eén inspecteur die langskomt op een boerderij, kan alles controleren en alles handhaven. Geen grijze zones, geen protocollen tussen overheden, geen handhavingsvacuüm.
In Denemarken is het nog strakker: één ministerie voor voedsel, landbouw en visserij, met daaronder één geïntegreerde veterinaire en voedselautoriteit. Het resultaat: Denemarken scoort consequent bij de beste landen ter wereld op dierenwelzijn. 95% van alle slachtdieren wordt minder dan 3 uur vervoerd. Er is een overheidslabel voor dierenwelzijn dat consumenten direct informeert.
In Duitsland is dierenwelzijn een grondwettelijk staatsdoel. De federale overheid stelt minimumnormen, de Länder voeren uit en mogen strenger zijn. Dat is het model van concurrerende bevoegdheden dat HART ook voor België voorstelt. Maar dan met geïntegreerde handhaving op deelstaatniveau.
Wat HART voorstelt
Landbouwbeleid en dierenwelzijnsregelgeving blijven bij de deelstaat. De regionalisering van 2001 was correct. Vlaamse landbouw (intensief, exportgericht, hoge toegevoegde waarde) verschilt fundamenteel van Waalse landbouw (extensief, meer grondgebonden). Regionaal maatwerk is logisch. De Vlaamse Codex Dierenwelzijn, de Waalse Code du Bien-être animal en de Brusselse ordonnantie blijven van kracht.
Dierenwelzijnsinspectie geïntegreerd in het federale FAVV. De gewestelijke dierenwelzijnsinspecties verhuizen naar het FAVV. Het FAVV wordt daarmee de enige inspectieautoriteit op de boerderij en in het slachthuis. Naar het model van de Nederlandse NVWA die voedselketen, dierengezondheid én dierenwelzijn combineert. Eén inspecteur die alles kan controleren en handhaven. Het FAVV handhaaft de deelstatelijke dierenwelzijnsnormen.
FAVV onder Volksgezondheid, niet Landbouw. Het structurele belangenconflict. Het ministerie dat landbouw promoot is ook verantwoordelijk voor voedselveiligheid. Wordt opgelost. Het FAVV krijgt operationele onafhankelijkheid naar Brits FSA-model. De geplande besparingen van 24% worden teruggedraaid.
Eén GLB-plan voor België met regionale uitvoering. Naar Duits model: één nationaal strategisch plan bij de Europese Commissie, met ruimte voor regionale invulling door de deelstaten. Efficiënter, goedkoper, overzichtelijker.
Eén digitaal landbouwportaal. Alle overheidsinformatie over een landbouwbedrijf. Subsidies, inspecties, mest, vergunningen, dierenwelzijn. In één systeem. De landbouwer levert gegevens één keer aan. Once-only.
Publieke resultaatmeting. Jaarlijks rapport met inspectieresultaten, dierenwelzijnsscores per sector, vergelijking met het EU-gemiddelde. Transparant en openbaar.
Wat het oplevert
- Betere bescherming van dieren: geen handhavingsvacuüm meer in slachthuizen. Eén FAVV-inspecteur die alles mag, in plaats van twee diensten die naar elkaar wijzen.
- Minder administratie voor landbouwers: één portaal, één inspectiedienst, minder instanties op het erf.
- Efficiëntere overheid: geen dubbele inspecties meer, geen protocollen tussen federaal en regionaal. Geschatte efficiëntiewinst van 15-20% op inspectiecapaciteit.
- Opgelost belangenconflict: FAVV onder Volksgezondheid elimineert de spanning tussen landbouwpromotie en voedselveiligheid.
- Betere EU-coördinatie: één GLB-plan in plaats van twee vermindert de administratieve complexiteit richting Europa.
- Meer transparantie: publieke benchmarking maakt het beleid controleerbaar door burgers en sector.