Onderwijs (Vlaamse Gemeenschap): Audit 2026-03-30
Lijn
Onderwijs. ~179.000 VTE Categorie: Vlaanderen. Gemeenschapsbevoegdheden Status op tracker: eerste audit
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Officiële naam: Beleidsdomein Onderwijs en Vorming van de Vlaamse overheid Juridische basis: Artikel 127 §1 van de Grondwet (gemeenschapsbevoegdheid onderwijs), dat ook de drie federale uitzonderingen vastlegt. Onderwijs is sinds de staatshervorming van 1988 een gemeenschapsbevoegdheid. De drie uitzonderingen die federaal blijven: begin en einde van de leerplicht, minimumvoorwaarden voor het uitreiken van diploma's, en de pensioenregeling van het onderwijspersoneel. Bestuursniveau: Vlaamse Gemeenschap (in de HART-structuur: het Nederlandstalige concordaat van de vijf Vlaamse deelstaten en Brussel) Minister: Vlaams minister van Onderwijs
Budget 2026: €17,25 miljard aan vastleggingskredieten (€17,24 miljard vereffeningskredieten). Veruit de grootste post van de Vlaamse overheid: in 2025 ging €17,1 miljard naar onderwijs, ruim 25% van alle Vlaamse uitgaven. Van 2025 naar 2026 stijgt het budget met ~2,4% (vastleggingskredieten), met de grootste absolute toename in het kleuter- en leerplichtonderwijs (+€304,8 miljoen, +2,6%).
Personeel: Het Vlaams onderwijs telt 179.205 voltijdse equivalenten (VTE) betaald door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming (schooljaar 2024-2025, +12,9% sinds 2015-2016). In koppen gaat het om ~210.800 personeelsleden met een salaris van de Vlaamse overheid (maart 2024), ~28.000 meer dan in 2014 (+15%). Dit omvat leerkrachten, directies, administratief personeel, CLB-medewerkers en ondersteunend personeel. Leerkrachten met een lesopdracht: 165.962 personen of 148.833 VTE (schooljaar 2022-2023).
Structuur: Het Vlaams onderwijs kent drie onderwijsnetten:
- GO! (Gemeenschapsonderwijs) rechtstreeks van de Vlaamse Gemeenschap, ongeveer 19% van de leerlingen (233.068 leerlingen op 1 februari 2024), 26 scholengroepen
- Officieel gesubsidieerd onderwijs gemeentelijke en provinciale scholen, ongeveer 16% van de leerlingen (koepels: OVSG voor gemeenten, POV voor provincies)
- Vrij gesubsidieerd onderwijs overwegend katholieke scholen (Katholiek Onderwijs ongeveer 63% van de leerlingen), koepel: Katholiek Onderwijs Vlaanderen
Daarnaast: het Departement Onderwijs en Vorming (beleidsvoorbereiding, -uitvoering en inspectie), het AGODI (Agentschap voor Onderwijsdiensten. Leerlingenadministratie, personeelsdossiers, financiering), en de Onderwijsinspectie (kwaliteitscontrole).
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken:
- Organisatie en financiering van kleuter-, lager-, secundair, hoger en volwassenenonderwijs
- Bepalen van eindtermen en ontwikkelingsdoelen
- Salariëring van ~210.000 personeelsleden
- Leerlingenbegeleiding via CLB's (Centra voor Leerlingenbegeleiding)
- Kwaliteitscontrole via de Onderwijsinspectie
- Beheer van de studietoelagen en scholenbouw (via AGION, onder meer met het DBFM-programma Scholen van Vlaanderen)
Overlap en fragmentatie:
- Drie netten, vier koepels die elk eigen leerplannen, pedagogische projecten en begeleiding organiseren. Fundamentele versnippering.
- Overlap met federaal niveau: minimumvoorwaarden voor diploma's, leerplicht, pensioenen onderwijspersoneel
- In Brussel: parallelle Nederlandstalige en Franstalige onderwijssystemen op hetzelfde grondgebied
- Hoger onderwijs: Vlaamse bevoegdheid maar onderzoeksfinanciering deels federaal (BELSPO); daarnaast financiert elke gemeenschap haar eigen onderzoeksfonds (FWO in Vlaanderen, FNRS in de Franse Gemeenschap)
Prestatie-indicatoren en resultaten:
PISA 2025 (Vlaanderen):
- Wiskunde: 489 punten (OESO-gemiddelde: 463): een daling van 64 punten sinds 2003 (553) en 12 punten sinds 2022 (501)
- Lezen: 467 punten (OESO: 461): daling van 35 punten sinds 2018, dubbel zo groot als de daling tussen 2009 en 2018
- Wetenschappen: 496 punten (OESO: 482): de daling stabiliseert na een terugval van 10 punten tussen 2018 en 2022
- 25,6% van de Vlaamse leerlingen haalt het basisniveau wiskunde niet (22,4% in 2022)
- 29,4% haalt het basisniveau lezen niet (23,9% in 2022)
- Toppresteerders wetenschappen: 8,2%, tegenover 12,3% in 2006
- De daling voor lezen en wiskunde versnelt sinds 2018
Lerarentekort:
- Het departement Onderwijs stelt zelf dat de omvang "niet eenduidig vast te stellen" is. Indicatoren: 900 VTE niet-aangewende omkadering (1 februari 2024) en 2.846 VTE niet-ingevulde vervangingen (schooljaar 2022-2023)
- OESO: 1,8% van de lerarenposten onvervuld, 4,8% van de leraren niet volledig gekwalificeerd; 6,3% van de leraren neemt jaarlijks ontslag (Education at a Glance 2025)
- VDAB: 1.983 openstaande onderwijsvacatures eind 2025 (2.652 eind 2024), 21.398 vacatures over heel 2025. Vacatures zijn geen maat voor het tekort: een vacature kan enkele uren betreffen
- Regionale concentratie: Antwerpen, Brussel en Halle-Vilvoorde zijn het zwaarst getroffen
- In het secundair blijven vooral leraren Frans en wiskunde moeilijk te vinden (VRT NWS, januari 2026)
Administratieve last (planlast):
- Te veel administratief werk is voor Vlaamse leraren de meest genoemde bron van stress: 33,7% in het lager onderwijs, 39,6% in de eerste graad secundair, 34,8% in de tweede en derde graad; in het secundair significant meer dan in de EU (TALIS 2024)
- In tijd: 2,6 à 2,8 uur per week algemeen administratief werk, niet significant verschillend van het EU-gemiddelde (2,5 à 3,0 uur). De kerntaken (lesgeven, voorbereiden, verbeteren, leerlingen adviseren) nemen 71 à 75% van de werktijd in, het lesgeven zelf 44 à 54%
- Digitalisering zonder beleid en ondersteuning kan de taken van directies en leerkrachten verzwaren (Rekenhof, aangehaald in de conceptnota Digiplan)
Studierendement hoger onderwijs:
- Slechts 33% van de nieuwe bachelorstudenten studeert af binnen de nominale studieduur (EU-gemiddelde: 43%; Education and Training Monitor 2025)
- Sinds 2023-2024 geldt de "knip": wie de 60 studiepunten van het eerste modeltraject na twee jaar niet behaald heeft, mag de opleiding niet verderzetten
Vroegtijdig schoolverlaten:
- 7% in België (2024; Wallonië 8,1%, Brussel 9,8%), onder het EU-gemiddelde van 9,3%
Rekenhof-audits:
- Audit buitengewoon onderwijs (2024): bijna +13% leerlingen in vier jaar, géén evolutie richting inclusief onderwijs ondanks beleidsdoelstellingen
- Audit deeltijds kunstonderwijs (2021): tekort aan omkaderings- en werkingsmiddelen; het werkingsbudget van de gesubsidieerde academies werd vanaf 2020 met €170.000 verminderd, en ook in het GO! werd bespaard
1C. Internationale vergelijking
Nederland:
- Centraal ministerie (OCW) met decentrale uitvoering
- Openbare en bijzondere scholen worden gelijk gefinancierd (vrijheid van onderwijs, artikel 23 van de Nederlandse Grondwet), maar zonder koepels die eigen leerplannen schrijven: alle scholen zijn autonoom onder één kader en één inspectie
- Bindende kwaliteitsnormen en kerndoelen, geen nationaal curriculum in conventionele zin
- Onvervulde lerarenposities: 2,6%, niet-volledig gekwalificeerde leerkrachten: 2,7% (Vlaanderen: 1,8% en 4,8%; OESO, Education at a Glance 2025). Het lerarentekort is dus geen Vlaams probleem alleen
- Uitgaven per leerling: USD 15.254 van lager tot postsecundair niet-tertiair onderwijs (2022), iets minder dan België (USD 16.467)
- PISA 2025: wiskunde 483, lezen 441, wetenschappen 485, lager dan Vlaanderen. Nederland is een referentie voor zijn bestuursmodel, niet voor zijn resultaten
- NEET-ratio 18-24 jaar: 5,0% (2025), ruim onder België (10,2%) en de EU (11,8%)
Duitsland:
- 16 Länder met eigen onderwijssystemen (Kulturhoheit der Länder)
- Kultusministerkonferenz (KMK) voor coördinatie, maar zonder bindende besluiten
- Probleem: verhuizen tussen Länder is complex door verschillende systemen
- Schoolonderwijs is bijna volledig een bevoegdheid van de Länder; de Bund heeft enkel afgebakende bevoegdheden, zoals de beroepsopleiding in bedrijven en de toelating tot en diploma's van het hoger onderwijs
- Relevantie voor België: toont dat onderwijs op deelstaatniveau kan werken, maar dat coördinatie tussen deelstaten essentieel is
Estland (referentiemodel):
- Europese top in PISA 2022: eerste voor wetenschappen, gedeeld eerste met Zwitserland voor wiskunde en met Ierland voor lezen; in PISA 2025 het enige EU-land dat op alle drie de domeinen hoger scoort dan Vlaanderen
- Besteedt 37% minder per leerling dan België (USD 10.303 tegenover 16.467, lager tot postsecundair niet-tertiair onderwijs, 2022)
- Hoge schoolautonomie binnen nationaal curriculum
- Digitale competenties vanaf basisonderwijs (programmeren + computational thinking)
- Korte schooldagen, weinig huiswerk, en toch topresultaten
- Een van de meest gelijke onderwijssystemen: sociale achtergrond weegt er weinig op de prestaties
- Succesfactoren: vertrouwen in leerkrachten, sterke nationale standaarden, vroege digitalisering
Finland:
- Sterk gedecentraliseerd: gemeenten verantwoordelijk voor uitvoering
- Kleine scholen, minimale overhead
- Zeer hoge lerarenstatus (master verplicht)
- PISA: dalende trend sinds 2006 (vergelijkbaar met Vlaanderen)
- Relevantie: toont dat decentralisatie alléén niet volstaat; de kwaliteit van leerkrachten is bepalend
Denemarken:
- Gemeentelijk aangestuurd onderwijs
- PISA 2025: wiskunde 471, lezen 460, wetenschappen 478, rond het OESO-gemiddelde (2022: 489, 489 en 494)
- Sterke sociale inclusie
1D. Knelpunten en kritiek
Dalende onderwijskwaliteit ondanks stijgend budget: €17,25 miljard (+15% personeel in tien jaar), maar PISA daalt structureel. 68% van het Vlaamse onderwijsbudget gaat rechtstreeks naar lonen (2025); in de internationale vergelijking van de Vlaamse Brede Heroverweging ging 88% van de lopende onderwijsuitgaven naar personeel (2017), het hoogste aandeel van twaalf EU-landen na België als geheel.
Versnippering door netten en koepels: drie netten, vier koepels, elk met eigen leerplannen, pedagogische begeleiding en administratie. Geen enkel PISA-topland kent dit model.
Lerarentekort en -attractiviteit: ondanks relatief hoge salarissen (boven het OESO-gemiddelde) vinden scholen niet overal leraren. Het tekort is vooral een verdelingsprobleem: 1,8% onvervulde posten, geconcentreerd in Antwerpen, Brussel en Halle-Vilvoorde, en 6,3% van de leraren die jaarlijks ontslag neemt. Planlast is voor leraren de meest genoemde bron van stress.
Planlast en bureaucratie: één op drie leraren noemt te veel administratief werk een grote bron van stress, in het secundair meer dan in de rest van de EU. Digitalisering zonder ondersteuning kan de planlast eerder verzwaren dan verlichten.
Lage studierendementen: 33% afstuderen op tijd (EU: 43%). Een verlies aan tijd en middelen voor studenten en instellingen.
Geen doorgedreven resultaatmeting: eindtermen worden getoetst via steekproeven (peilingsproeven), niet via systematische assessment. Centrale toetsen (Vlaamse toetsen) bestaan pas sinds 2024 in het vierde leerjaar en het tweede jaar secundair, sinds 2026 ook in het zesde leerjaar, en enkel voor Nederlands en wiskunde.
Inclusief onderwijs mislukt: meer leerlingen in buitengewoon onderwijs ondanks beleidsintentie van inclusie.
Vlaamse Brede Heroverweging (2021): rekende vooral kleine parametrische besparingen door (bijvoorbeeld €26,8 miljoen bij 1% minder omkadering en €49,1 miljoen door de extra lestijden voor scholengemeenschappen te schrappen) en raakte de nettenstructuur niet aan.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ✅ | Onderwijs als gemeenschapsbevoegdheid is correct: taalnabij, cultuurgevoelig. In de HART-structuur (twaalf deelstaten) blijft dit logisch per taalgroep: de deelstaten regelen onderwijs samen in een bindend concordaat (art. 31 HART-grondwet). De drie federale uitzonderingen (leerplicht, diploma, pensioenen) zijn verdedigbaar. |
| 2 | Transparantie | ⚠️ | De nettenstructuur maakt het ondoorzichtig: wie beslist over wat? De koepels opereren als tussenlaag zonder directe democratische verantwoording. Ouders en burgers zien het verschil tussen GO!, OVSG, Katholiek Onderwijs en het Departement niet. Geldstromen naar koepels zijn onduidelijk. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ⚠️ | De Vlaamse overheid betaalt ~100% maar de koepels en schoolbesturen bepalen mede het beleid (leerplannen, pedagogisch project). De schoolbesturen in het vrij onderwijs ontvangen subsidies maar opereren als private vzw's met beperkte verantwoordingsplicht. Fiscal gap is beperkt, maar de accountability gap is reëel. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Drie netten, vier koepels, 26 scholengroepen (GO!), honderden schoolbesturen, Departement, AGODI, Inspectie, CLB's, pedagogische begeleidingsdiensten per net. Dit is het tegenovergestelde van eenvoud. Een 16-jarige kan dit systeem niet uitleggen. Geen enkel PISA-topland kent deze structuur. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | De schaalgrootte van het Vlaamse onderwijs als geheel (~1,2 miljoen leerlingen) is voldoende. Maar de versnippering over netten en besturen creëert suboptimale schaal: kleine schoolbesturen met onvoldoende professionele capaciteit voor HR, ICT en financieel beheer. De scholengroepen van GO! zijn een stap in de goede richting. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ⚠️ | Onderwijs is exclusief Vlaams (behalve de 3 uitzonderingen). In het HART-model regelen de deelstaten onderwijs per taalgroep in een bindend concordaat (art. 31 HART-grondwet); blijft de harmonisatie uit, dan regelt de federatie de kern: schoolstart, leerplicht, duur en overgangen. De bestaande regeling werkt, maar de totale scheiding tussen de drie gemeenschappen maakt wederzijdse erkenning en mobiliteit moeilijk. |
| 7 | Resultaatgericht | ❌ | Structureel tekort. Centrale toetsen pas sinds 2024, enkel voor Nederlands en wiskunde. Geen systematische outputmeting. PISA daalt al 20 jaar zonder effectieve beleidsrespons. Het Rekenhof concludeert dat inclusie-doelen niet worden behaald. Het studierendement in het hoger onderwijs (33% op tijd) is laag; de "knip" geldt pas voor wie sinds 2023-2024 start. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | De Digisprong investeerde in hardware en infrastructuur. Vlaamse leerlingen in het tweede jaar secundair scoren significant hoger dan hun EU-leeftijdsgenoten op digitale vaardigheden (ICILS 2023). Maar schoolbeheer en administratie zijn nog sterk papier-gebaseerd, en digitalisering zonder ondersteuning kan de planlast eerder verzwaren dan verlichten. Once-only-principe niet gerealiseerd: scholen moeten dezelfde data meerdere keren aanleveren. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | De nettenstructuur is internationaal uniek, en niet in positieve zin. Estland bewijst dat je met 37% minder budget per leerling dan België betere resultaten kunt halen via hoge schoolautonomie, sterk nationaal curriculum en digitale integratie. Nederland toont dat vrijheid van onderwijs kan zonder koepels met eigen leerplannen, onder één kader en één inspectie. Vlaanderen volgt geen enkel bewezen internationaal model. |
Synthese: Grootste winst te boeken op Eenvoud (afschaffing nettenstructuur), Resultaatgericht (systematische outputmeting) en Internationaal bewezen (Estisch/Nederlands model). Score: 1✅, 5⚠️, 3❌.
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Hervormd: Onderwijs gaat naar het Nederlandstalige concordaat van de vijf Vlaamse deelstaten en Brussel (art. 31 HART-grondwet) en wordt fundamenteel anders ingericht
3B. Concreet voorstel
1. Eén net, één kader. Afschaffing nettenstructuur
- Alle netten worden samengevoegd tot één publiek onderwijssysteem: alle scholen worden autonome instellingen onder één Vlaams onderwijskader, met één inspectie, één inschrijvingssysteem en één salarisschaal
- De bestaande koepels (Katholiek Onderwijs Vlaanderen, OVSG, POV en GO! als net) verliezen hun formele rol als tussenniveau; één publieke begeleidingsdienst ondersteunt alle scholen
- Schoolbesturen fuseren tot professionele scholengroepen van minimaal 5.000 leerlingen
- Vrije schoolkeuze blijft; godsdienst- en zedenleer wordt een buitenschools aanbod van de levensbeschouwelijke organisaties zelf, zoals in het partijpunt Onderwijs
- Schoolgebouwen van het katholiek net worden niet onteigend maar via erfpacht of langetermijnconcessies ter beschikking gesteld
- Referentie: Nederland. Autonome scholen onder centraal kwaliteitskader
2. Nationaal curriculum met schoolautonomie
- Eén Vlaams kerncurriculum (kerndoelen per leerjaar) dat voor alle scholen geldt
- Scholen krijgen autonomie over pedagogische aanpak en 20% vrije ruimte
- De vroegere koepels mogen pedagogische diensten aanbieden als vrije marktpartij, niet als verplicht of gefinancierd tussenniveau
- Referentie: Estland. Nationaal curriculum + hoge schoolautonomie
3. Systematische resultaatmeting
- Verplichte centrale toetsen op 12, 15 en 18 jaar (Nederlands, wiskunde, wetenschappen, Engels), gebouwd op een leerwinst-architectuur (pretest-posttest met SES-correctie)
- Publicatie op schoolniveau op basis van leerwinst, niet op ruwe scores. Op klas- en leerkrachtniveau blijven de data intern voor pedagogische reflectie en coaching, niet voor rangschikking of sanctie
- Scholen die structureel onderpresteren krijgen verbetertraject; bij falen: bestuurlijke interventie
- Referentie: Nederland (Inspectie van het Onderwijs), Estland
4. Planlast halveren via echte digitalisering
- Once-only-principe: elke school levert data één keer aan, centraal systeem distribueert
- Standaard digitaal schoolbeheersysteem (optioneel maar gratis beschikbaar)
- Vermindering registratieplichten met 50% binnen 5 jaar
- Referentie: Estland (eKool, Stuudium)
5. Lerarenstatus verhogen
- Lesgeven als kernactiviteit: max. 20% van de werktijd voor taken buiten de kerntaken (lesgeven, voorbereiden, verbeteren, leerlingen adviseren); in 2024 was dat 25 à 29% (TALIS 2024)
- Zij-instromers structureel verankerd met snellere trajecten
- Lerarensalarissen koppelen aan prestatie-evaluatie (vrijwillig, met bonus), nooit aan toetsresultaten van leerlingen
- Master-vereiste voor bovenbouw secundair (gefaseerde invoering)
6. Studierendement hoger onderwijs
- Bindend studieadvies na het eerste jaar (naar Nederlands model), een stap verder dan de "knip" na twee jaar die sinds 2023-2024 geldt
- Financiering universiteiten en hogescholen deels outputgericht (afstudeerpercentage, arbeidsmarktresultaten)
Geschatte efficiëntiewinst:
- Eén publieke begeleidingsdienst en één kerncurriculum in plaats van vier begeleidingsdiensten met eigen leerplannen: €10-20 miljoen/jaar. De pedagogische begeleidingsdiensten krijgen een halftijdse adviseur per 350 organieke betrekkingen plus werkingsmiddelen (waarvan €8 miljoen per jaar voor beleidsprioriteiten sinds 2024): de koepellaag kost tientallen miljoenen euro, geen honderden, en de begeleiding zelf blijft nodig
- Fusie schoolbesturen: betere inkoop, gedeelde diensten (ICT, HR, financiën): €50-100 miljoen/jaar (1 à 2% van de werkingskosten, die 27% van de €17,1 miljard onderwijsuitgaven van 2025 uitmaken)
- Hogere studierendementen: minder verloren studiejaren. Dat is vooral winst voor studenten en gezinnen; omdat hogescholen en universiteiten via een enveloppe gefinancierd worden, levert het geen automatische begrotingsbesparing op en telt het niet mee
- Totaal: €60-120 miljoen/jaar aan efficiëntiewinst, bij gelijkblijvend kwaliteitsniveau
Implementatiepad:
- Jaar 1-2: Wettelijk kader voor één onderwijssysteem, ontwerp kerncurriculum
- Jaar 3-4: Fusie schoolbesturen, uitrol centraal digitaal systeem, eerste centrale toetsen
- Jaar 5-7: Volledige implementatie, koepels omvormen tot vrije dienstenleveranciers
- Vereist: art. 16 HART-grondwet (ieder mag een school oprichten; het concordaat bepaalt welke scholen publiek gefinancierd worden, volgens objectieve criteria) en besluiten van de gemeenschapsraad van het Nederlandstalige concordaat (art. 31) in de plaats van de Vlaamse onderwijsdecreten. In afwachting daarvan: dezelfde eindtermen, dezelfde inspectie en dezelfde toetsen voor alle netten, en fusie binnen de officiële netten (GO!, gemeentelijk en provinciaal)
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
Onderwijs (Vlaamse Gemeenschap): Hervormd Eén onderwijssysteem in plaats van drie netten. Centrale kwaliteitstoetsen, minder bureaucratie, meer autonomie voor scholen. Naar het model van Estland en Nederland.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
Het Vlaamse onderwijs is met €17,25 miljard (2026) veruit de grootste uitgavenpost van de Vlaamse overheid. Ruim 210.000 personeelsleden (179.000 voltijdse equivalenten) geven les aan of ondersteunen ~1,2 miljoen leerlingen. Het systeem is opgedeeld in drie netten: Gemeenschapsonderwijs (GO!, ongeveer 19% van de leerlingen), officieel gesubsidieerd onderwijs (gemeenten en provincies, ongeveer 16%) en vrij onderwijs (overwegend katholiek, ongeveer 63%), met vier koepels die elk hun eigen leerplannen, pedagogische begeleiding en administratie organiseren. Geen enkel PISA-topland kent zo'n versnipperd onderwijslandschap.
Wat er mis gaat
Ondanks recordbudgetten gaat de kwaliteit al twintig jaar achteruit. In PISA 2025 scoorden Vlaamse 15-jarigen 64 punten lager op wiskunde dan in 2003. Voor lezen was de daling tussen 2018 en 2025 dubbel zo groot als tussen 2009 en 2018. Een kwart van de leerlingen haalt het basisniveau wiskunde niet, bijna drie op tien het basisniveau lezen. Tegelijk gaat 68% van het onderwijsbudget rechtstreeks naar lonen, en volgens de Vlaamse Brede Heroverweging ging 88% van de lopende onderwijsuitgaven naar personeel (2017), een van de hoogste aandelen in de EU. Te veel administratief werk is voor leraren de meest genoemde bron van stress: één op drie ervaart het als een zware last. Slechts 33% van de bachelorstudenten studeert af binnen de voorziene tijd (EU-gemiddelde: 43%).
De kern van het probleem is structureel. De drie netten en vier koepels vormen een tussenlaag die geld, tijd en aandacht opslorpt zonder aantoonbaar bij te dragen aan onderwijskwaliteit. Elke koepel ontwikkelt eigen leerplannen, eigen begeleidingsdiensten, eigen administratieve systemen. Dat is vier keer hetzelfde werk doen. Ondertussen worden resultaten nauwelijks gemeten: centrale toetsen bestaan pas sinds 2024, en dan enkel voor Nederlands en wiskunde.
Hoe het elders werkt
Estland, een land met minder inwoners dan Vlaanderen, stond in PISA 2022 aan de Europese top en is in PISA 2025 het enige EU-land dat op alle drie de domeinen hoger scoort dan Vlaanderen. Het besteedt daar 37% minder per leerling aan dan België. Het recept: één nationaal curriculum met hoge autonomie voor scholen, digitale competenties vanaf het basisonderwijs, vertrouwen in leerkrachten en korte schooldagen. Geen koepels, geen netten, geen tussenlagen.
Nederland financiert openbare en bijzondere scholen gelijk, maar zonder koepels met eigen leerplannen: één onderwijskader met autonome scholen, een krachtige Inspectie van het Onderwijs die resultaten openbaar maakt, en bindend studieadvies in het hoger onderwijs. Het bewijst dat vrije schoolkeuze kan zonder versnipperde tussenlagen.
Wat HART voorstelt
HART wil het Vlaamse onderwijs hervormen rond vijf pijlers:
Eén: één onderwijssysteem. Alle netten worden samengevoegd tot één publiek onderwijssysteem, met één inspectie, één inschrijvingssysteem en één salarisschaal. Alle scholen worden autonome instellingen onder één Vlaams kader. Vrije schoolkeuze blijft; godsdienst- en zedenleer wordt een buitenschools aanbod. Schoolgebouwen van het katholiek net worden niet onteigend maar via erfpacht of concessie ter beschikking gesteld. De koepels verliezen hun rol als verplicht tussenniveau. Ze mogen pedagogische diensten blijven aanbieden als vrije marktpartij, niet als gefinancierd monopolie. Eén publiek systeem kan omdat de HART-grondwet het concordaat laat bepalen welke scholen publiek gefinancierd worden, volgens objectieve criteria; ieder mag een school oprichten (art. 16).
Twee: één kerncurriculum. Eén set kerndoelen per leerjaar voor alle scholen, met 20% vrije ruimte voor eigen accenten. Geen vier parallelle leerplannen meer.
Drie: meten is weten. Verplichte centrale toetsen op 12, 15 en 18 jaar voor Nederlands, wiskunde, wetenschappen en Engels, gebouwd op een leerwinst-architectuur: pretest aan het begin van een cyclus, posttest aan het eind, met correctie voor sociaal-economische context. Publicatie gebeurt op schoolniveau op basis van leerwinst (niet ruwe scores), zodat scholen met kansarme leerlingen niet oneerlijk afgerekend worden en scholen met een bevoorrechte instroom zich niet kunnen verschuilen achter hun populatie. Op klas- en leerkrachtniveau blijven de data intern voor pedagogische reflectie en coaching, niet voor publieke rangschikking of sanctie. Scholen die structureel onderpresteren krijgen hulp, en als dat niet werkt, volgt bestuurlijke interventie.
Vier: lesgeven centraal. Administratieve last halveren door echte digitalisering: elke school levert data één keer aan, één systeem verdeelt het. Leerkrachten besteden maximaal 20% van hun tijd aan taken buiten lesgeven, voorbereiden, verbeteren en leerlingen begeleiden.
Vijf: bindend studieadvies in het hoger onderwijs. Wie na het eerste jaar onvoldoende studiepunten haalt, krijgt een bindend heroriënteringsadvies, een jaar vroeger dan de "knip" die sinds 2023-2024 geldt. Financiering van hogescholen en universiteiten wordt deels gekoppeld aan afstudeerpercentages.
Wat het oplevert
Een efficiëntiewinst van €60-120 miljoen per jaar door het wegsnijden van dubbele structuren en een betere schaalgrootte van schoolbesturen. Hogere studierendementen besparen daarbovenop verloren studiejaren voor studenten en gezinnen. Maar belangrijker dan geld: beter onderwijs. Estland bewijst dat het kan: topkwaliteit, lage kosten, hoge gelijkheid. Vlaanderen heeft het talent, het budget en de ambitie. Wat ontbreekt is een systeem dat werkt.
Fase 5: Bronnenlijst
| Bron | URL | Datum | Gebruikt voor |
|---|---|---|---|
| Vlaamse overheid. Departement Onderwijs en Vorming | https://www.vlaanderen.be/departement-onderwijs-en-vorming | 2026 | Structuur departement |
| Vlaams Parlement. Verslag Commissie Onderwijs over de uitgavenbegroting 2026 (Stuk 15 (2025-2026) nr. 7-H) | https://docs.vlaamsparlement.be/files/pfile?id=2246988 | dec 2025 | Budget €17,25 mld (VAK) en €17,24 mld (VEK), stijging 2,4% VAK, +€304,8 mln kleuter- en leerplichtonderwijs, Vlaamse toetsen |
| Statistiek Vlaanderen. Onderwijsbegroting | https://www.vlaanderen.be/statistiek-vlaanderen/onderwijs-en-vorming/onderwijsbegroting | 2026 | €17,1 mld uitgaven 2025, ruim 25% van de Vlaamse uitgaven, 68% lonen, 27% werkingskosten |
| Statistiek Vlaanderen. Personeelsleden Vlaams onderwijs | https://www.vlaanderen.be/statistiek-vlaanderen/onderwijs-en-vorming/personeelsleden-vlaams-onderwijs | 2025 | 179.205 VTE (2024-2025), +12,9% sinds 2015-2016 |
| Statistiek Vlaanderen. Schoolbevolking basis- en secundair onderwijs | https://www.vlaanderen.be/statistiek-vlaanderen/onderwijs-en-vorming/schoolbevolking-basis-en-secundair-onderwijs | 2025 | ~1,2 miljoen leerlingen (2025-2026) |
| Vlaams minister van Onderwijs. Aantal leerkrachten sterk gestegen in de voorbije 10 jaar | https://www.benweyts.be/nieuws/aantal-leerkrachten-sterk-gestegen-in-de-voorbije-10-jaar | apr 2024 | 210.798 personeelsleden in koppen (maart 2024), +28.342 sinds 2014; 165.962 leerkrachten (2022-2023) |
| GO! Pro. GO! in cijfers en Scholengroepen | https://pro.g-o.be/themas/over-go/go-in-cijfers/ | 2024 | 233.068 leerlingen (1 februari 2024), 26 scholengroepen (https://pro.g-o.be/themas/over-go/organisatiestructuur/mesoniveau/scholengroepen/) |
| UGent. Vlaamse resultaten PISA 2025 | https://www.pisa.ugent.be/resultaten/pisa-2025/vlaamse-resultaten | sep 2026 | PISA 2025-scores, laag- en toppresteerders |
| UGent. Vlaams Rapport PISA 2025 | https://www.pisa.ugent.be/uploads/files/Vlaams-Rapport-PISA-2025.pdf | sep 2026 | Trends sinds 2003, Estland enig EU-land hoger op drie domeinen, scores Nederland en Denemarken |
| UGent. Vlaamse resultaten PISA 2022 | https://www.pisa.ugent.be/resultaten/pisa-2022/vlaamse-resultaten | 2023 | PISA 2022-scores ter vergelijking |
| Departement Onderwijs en Vorming. Indicatoren over het lerarentekort | https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestanden/Indicatoren-lerarentekort.pdf | jul 2025 | Niet-aangewende omkadering, niet-ingevulde vervangingen, regionale concentratie |
| VRT NWS. Lerarentekort wordt kleiner | https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/01/13/lerarentekort-vdab-vacatures/ | jan 2026 | VDAB-vacatures eind 2025 en 2024, Frans en wiskunde als knelpuntvakken |
| TALIS 2024 Vlaanderen | https://talis2024.be/wp-content/uploads/2025/10/TALIS-2024-Vlaanderen-1.pdf | okt 2025 | Tijdsbesteding leraren, administratie als bron van stress |
| Vlaamse Brede Heroverweging. Rapport Onderwijs & Vorming | https://docs.vlaamsparlement.be/docs/begroting/brede-heroverweging/eindrapporten-projectgroepen/VBH_OV_Definitief_rapport_publicatie.pdf | 2021 | 88% personeelskosten (lopende uitgaven, vergelijking 12 EU-landen), besparingssimulaties, lerarenlonen boven OESO-gemiddelde |
| Rekenhof. Buitengewoon onderwijs: toegang en uitstroom | https://www.ccrek.be/nl/publicatie/buitengewoon-onderwijs-toegang-en-uitstroom | sep 2024 | +13% leerlingen buitengewoon onderwijs in vier jaar, geen evolutie naar inclusie |
| Rekenhof. Deeltijds kunstonderwijs: afstemming en toegankelijkheid van het aanbod | https://www.ccrek.be/sites/default/files/Docs/2021_58_DeeltijdsKunstonderwijs.pdf | dec 2021 | Tekort aan werkingsmiddelen, werkingsbudget gesubsidieerde academies -€170.000 vanaf 2020 |
| Vlaams Parlement. Schriftelijke vraag nr. 1220 over de harde knip in het hoger onderwijs | https://docs.vlaamsparlement.be/files/pfile?id=2228371 | sep 2025 | Knip (decreet van 5 juli 2022): eerstejaarsvakken behaald na twee jaar |
| Vlor. Advies over de financiering van de werking van hogescholen en universiteiten | https://www.vlor.be/adviezen/advies-over-de-financiering-van-de-werking-van-hogescholen-en-universiteiten | jun 2007 | Enveloppefinanciering met kliksysteem voor het variabele deel (financieringsdecreet van 2008) |
| Codex Vlaanderen. Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs | https://codex.vlaanderen.be/Portals/Codex/documenten/1018273.html | 2026 | Financiering pedagogische begeleidingsdiensten (halftijdse adviseur per 350 organieke betrekkingen, €8 mln beleidsprioriteiten) |
| EU Education and Training Monitor 2025. Belgium | https://op.europa.eu/webpub/eac/education-and-training-monitor/en/country-reports/belgium.html | 2025 | Vroegtijdig schoolverlaten, studierendement, digitale vaardigheden (ICILS 2023) |
| OECD. Education at a Glance 2025: Belgium (landennota) | https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2025/09/education-at-a-glance-2025-country-notes_9749f4ff/belgium_3d277682/0fbd3865-en.pdf | 2025 | Uitgaven per leerling, lerarentekort Vlaamse Gemeenschap (1,8%, 4,8%, 6,3%) |
| OECD. Education at a Glance 2025: Netherlands | https://www.oecd.org/en/publications/education-at-a-glance-2025_1a3543e2-en/netherlands_26a700bc-en.html | 2025 | Lerarentekort Nederland (2,6%, 2,7%), uitgaven per leerling |
| OECD. Education at a Glance 2025: Estonia | https://www.oecd.org/en/publications/education-at-a-glance-2025_1a3543e2-en/estonia_9f1f41d3-en.html | 2025 | Uitgaven per leerling Estland (USD 10.303) |
| Eurostat. NEET-ratio 18-24 jaar (edat_lfse_20) | https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/edat_lfse_20/default/table | 2026 | NEET Nederland, België, EU (2025) |
| e-Estonia. PISA test 2022 results | https://e-estonia.com/pisa-test-2022-results-estonian-students-rank-high-in-europe/ | 2023 | Estland aan de Europese top in PISA 2022 (eerste voor wetenschappen, gedeeld eerste voor wiskunde en lezen) |
| NCEE. Estonia country profile | https://ncee.org/estonia/ | 2025 | Schoolautonomie, curriculum, gelijkheid, digitale geletterdheid |
| Vlaamse Regering. Conceptnota Digiplan (via OVSG) | https://www.ovsg.be/volumes/general/Schoolorganisatie/250502-Nota-VR-Digiplan-conceptnota-digitaliseringsbeleid-onderwijs.pdf | 2025 | Digitalisering en planlast |
| KU Leuven. Post-Pandemic Trends in Student Achievement | https://feb.kuleuven.be/research/economics/Documents/DPS2025/DPS%202502.pdf | 2025 | Dalende prestaties Vlaanderen |
| Eurydice. Germany Organisation and Governance | https://eurydice.eacea.ec.europa.eu/national-education-systems/germany/organisation-and-governance | 2025 | Bevoegdheden Länder en Bund |
Samenvatting
Lijn: Onderwijs. ~179.000 VTE (Vlaanderen. Gemeenschapsbevoegdheden) Classificatie: 🟠 Hervormd Kernprobleem: Recordbudget (€17,25 mld in 2026) maar structureel dalende kwaliteit. Unieke nettenstructuur veroorzaakt versnippering, bureaucratie en gebrek aan resultaatmeting. HART-voorstel: Eén publiek onderwijssysteem, één kerncurriculum, centrale kwaliteitstoetsen, halvering planlast, bindend studieadvies. Referentiemodellen: Estland (kwaliteit + efficiëntie), Nederland (één kader + inspectie) Geschatte efficiëntiewinst: €60-120 miljoen/jaar Principescore: 1✅, 5⚠️, 3❌. Grootste winst op Eenvoud, Resultaatgericht, Internationaal bewezen
- Herzien: 2026-09-27 (factcheck: cijfers, bronnen, tijdloze formulering)