Onderwijs (Vlaamse Gemeenschap): Audit 2026-03-30
Lijn
Onderwijs. ~130.000 pers. Categorie: Vlaamse Deelstaat. Gemeenschapsbevoegdheden Status op tracker: eerste audit
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Officiële naam: Beleidsdomein Onderwijs en Vorming van de Vlaamse overheid Juridische basis: Artikel 127 §1 van de Grondwet (gemeenschapsbevoegdheid onderwijs), Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen (BWHI) van 8 augustus 1980. Onderwijs is sinds de staatshervorming van 1988 een gemeenschapsbevoegdheid. De drie uitzonderingen die federaal blijven: begin en einde van de leerplicht, minimumvoorwaarden voor het uitreiken van diploma's, en de pensioenregeling van het onderwijspersoneel. Bestuursniveau: Vlaamse Gemeenschap (in de HART-structuur: Vlaamse Deelstaat) Minister: Vlaams minister van Onderwijs (sinds 2024: Zuhal Demir, N-VA. Voordien Ben Weyts)
Budget 2026: ~€17,25 miljard aan vastleggingskredieten. Veruit de grootste post op de Vlaamse begroting (~35-40% van het totaal). In 2025 was er een stijging van ~2,4% in gewone kredieten, met de grootste absolute toename in het leerplichtonderwijs (+€304,8 miljoen, +2,6%).
Personeel: Het Vlaams onderwijs telt ~210.800 personeelsleden die een salaris ontvangen via de Vlaamse overheid (cijfer maart 2024). Dat is een stijging van ~28.000 ten opzichte van 2014 (+15%). Dit omvat leerkrachten, directies, administratief personeel, CLB-medewerkers, en ondersteunend personeel. De vaak genoemde ~130.000 verwijst naar het personeelsbestand in voltijdsequivalenten (VTE) van het leer- en onderwijzend personeel.
Structuur: Het Vlaams onderwijs kent drie onderwijsnetten:
- GO! (Gemeenschapsonderwijs) rechtstreeks van de Vlaamse Gemeenschap, ~15-20% van de leerlingen, 26 scholengroepen, ~1.000 instellingen, ~38.000 personeelsleden, ~330.000 leerlingen
- Officieel gesubsidieerd onderwijs gemeentelijke en provinciale scholen (koepels: OVSG voor gemeenten, POV voor provincies)
- Vrij gesubsidieerd onderwijs overwegend katholieke scholen (~70% van alle leerlingen), koepel: Katholiek Onderwijs Vlaanderen
Daarnaast: het Departement Onderwijs en Vorming (beleidsvoorbereiding, -uitvoering en inspectie), het AGODI (Agentschap voor Onderwijsdiensten. Leerlingenadministratie, personeelsdossiers, financiering), en de Onderwijsinspectie (kwaliteitscontrole).
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken:
- Organisatie en financiering van kleuter-, lager-, secundair, hoger en volwassenenonderwijs
- Bepalen van eindtermen en ontwikkelingsdoelen
- Salariëring van ~210.000 personeelsleden
- Leerlingenbegeleiding via CLB's (Centra voor Leerlingenbegeleiding)
- Kwaliteitscontrole via de Onderwijsinspectie
- Beheer van de studietoelagen en scholenbouw (Scholen van Vlaanderen)
Overlap en fragmentatie:
- Drie netten, vier koepels die elk eigen leerplannen, pedagogische projecten en begeleiding organiseren. Fundamentele versnippering
- Overlap met federaal niveau: diplomaerkenning, leerplicht, pensioenen onderwijspersoneel
- In Brussel: parallelle Nederlandstalige en Franstalige onderwijssystemen op hetzelfde grondgebied
- Hoger onderwijs: Vlaamse bevoegdheid maar onderzoeksfinanciering deels federaal (BELSPO, FNRS)
Prestatie-indicatoren en resultaten:
PISA 2022 (Vlaanderen):
- Wiskunde: 501 punten (OESO-gemiddelde: 472): maar daling van 52 punten sinds 2003
- Lezen: 483 punten (OESO: 476): daling van 19 punten t.o.v. 2018, dubbel zo snel als OESO-gemiddelde
- Wetenschappen: 499 punten (OESO: 485): daling van 11 punten t.o.v. 2018
- 22,4% van de Vlaamse leerlingen haalt het basisniveau wiskunde niet (verdubbeld)
- 23,9% haalt het basisniveau lezen niet
- Top-presteerders wetenschappen: slechts 2% (EU-gemiddelde: 6,6%)
- De daling versnelt: tussen 2018 en 2022 ging het sneller achteruit dan ooit
Lerarentekort:
- Eind 2025: 1.983 openstaande vacatures (daling van 25% t.o.v. 2024: 2.652)
- Hele jaar 2025: 21.398 vacatures geplaatst
- Knelpuntvakken: Frans, wiskunde, STEM-vakken
- Regionale concentratie: Antwerpen en Brussel meest getroffen
Administratieve last (planlast):
- Leerkrachten ervaren 33% van hun werk als administratieve last
- Digitalisering (DigiPlan) leidt paradoxaal tot méér registratielast
- 100+ verouderde regelgevingsartikelen geschrapt, maar structureel probleem blijft
Studierendement hoger onderwijs:
- Slechts 33% van bachelorstudenten studeert af binnen de nominale studieduur (EU-gemiddelde: 43%)
Vroegtijdig schoolverlaten:
- 7% (2024), onder EU-gemiddelde van 9,3%, maar stijgend schoolverzuim, vooral in Brussel
Rekenhof-audits:
- Audit buitengewoon onderwijs: +13% leerlingen in 4 jaar, géén evolutie richting inclusief onderwijs ondanks beleidsdoelstellingen
- Audit deeltijds kunstonderwijs: dalend werkingsbudget vanaf 2020
1C. Internationale vergelijking
Nederland:
- Centraal ministerie (OCW) met decentrale uitvoering
- Géén nettenstructuur. Scholen zijn autonoom maar onder één kader
- Bindende kwaliteitsnormen en kerndoelen, geen nationaal curriculum in conventionele zin
- Onvervulde lerarenposities: 2,6% (veel lager dan Vlaanderen)
- Niet-volledig gekwalificeerde leerkrachten: 2,7%
- Uitgaven per leerling: vergelijkbaar met Vlaanderen maar betere efficiëntie
- NEET-ratio 18-24 jaar: 3,1% (één van de laagste in OESO)
Duitsland:
- 16 Länder met eigen onderwijssystemen (Kulturhoheit der Länder)
- Kultusministerkonferenz (KMK) voor coördinatie. Maar geen bindende besluiten
- Probleem: verhuizen tussen Länder is complex door verschillende systemen
- Concurrent powers-model: federale kader + regionale invulling
- Relevantie voor België: toont dat federaal onderwijs kan met regionale autonomie, maar coördinatie essentieel is
Estland (referentiemodel):
- #1 in Europa op PISA 2022 (wiskunde, lezen, wetenschappen)
- Besteedt 30% minder per leerling dan OESO-gemiddelde
- Hoge schoolautonomie binnen nationaal curriculum
- Digitale competenties vanaf basisonderwijs (programmeren + computational thinking)
- Korte schooldagen, weinig huiswerk. Toch topresultaten
- Laagste socio-economische impact op prestaties in Europa
- Succesfactoren: vertrouwen in leerkrachten, sterke nationale standaarden, vroege digitalisering
Finland:
- Sterk gedecentraliseerd: gemeenten verantwoordelijk voor uitvoering
- Kleine scholen, minimale overhead
- Zeer hoge lerarenstatus (master verplicht)
- PISA: dalende trend sinds 2006 (vergelijkbaar met Vlaanderen)
- Relevantie: toont dat decentralisatie alléén niet volstaat. Kwaliteit van leerkrachten is bepalend
Denemarken:
- Gemeentelijk aangestuurd onderwijs
- PISA 2022: wiskunde 489, lezen 489, wetenschappen 494. Stabiel boven OESO-gemiddelde
- Sterke sociale inclusie
1D. Knelpunten en kritiek
Dalende onderwijskwaliteit ondanks stijgend budget €17,25 miljard (+15% personeel in 10 jaar) maar PISA daalt structureel. Vlaanderen besteedt ~90% van het onderwijsbudget aan personeelskosten. Hoogste in de OESO.
Versnippering door netten en koepels drie netten, vier koepels, elk met eigen leerplannen, pedagogische begeleiding en administratie. Dit is een Belgische uniciteit die nergens in Europa bestaat.
Lerarentekort en -attractiviteit ondanks relatief hoge salarissen (boven OESO-gemiddelde) blijft het tekort structureel, vooral in STEM en grootsteden. De planlast drijft leerkrachten weg.
Planlast en bureaucratie leerkrachten besteden 1/3 van hun tijd aan administratie. Digitalisering maakt het erger in plaats van beter.
Lage studierendementen 33% afstuderen op tijd (EU: 43%). Enorme verspilling van middelen.
Geen doorgedreven resultaatmeting eindtermen worden getoetst via steekproeven (peilingsproeven), niet via systematische assessment. Centrale toetsen pas sinds 2024 ingevoerd (4e en 8e leerjaar, enkel Nederlands en wiskunde).
Inclusief onderwijs mislukt meer leerlingen in buitengewoon onderwijs ondanks beleidsintentie van inclusie.
Vlaamse Brede Heroverweging (2021) identificeerde beperkte efficiëntiewinst (~€27 miljoen) maar raakte structurele problemen niet aan. Concludeerde dat ~90% personeelskosten de hoogste ratio in de OESO is.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ✅ | Onderwijs als gemeenschapsbevoegdheid is correct: taalnabij, cultuurgevoelig. In de HART-structuur (4 deelstaten) blijft dit logisch op deelstaatniveau. De drie federale uitzonderingen (leerplicht, diploma, pensioenen) zijn verdedigbaar. |
| 2 | Transparantie | ⚠️ | De nettenstructuur maakt het ondoorzichtig: wie beslist over wat? De koepels opereren als tussenlaag zonder directe democratische verantwoording. Ouders en burgers zien het verschil tussen GO!, OVSG, Katholiek Onderwijs en het Departement niet. Geldstromen naar koepels zijn onduidelijk. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ⚠️ | De Vlaamse overheid betaalt ~100% maar de koepels en schoolbesturen bepalen mede het beleid (leerplannen, pedagogisch project). De schoolbesturen in het vrij onderwijs ontvangen subsidies maar opereren als private vzw's met beperkte verantwoordingsplicht. Fiscal gap is beperkt, maar de accountability gap is reëel. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Drie netten, vier koepels, 26 scholengroepen (GO!), honderden schoolbesturen, Departement, AGODI, Inspectie, CLB's, pedagogische begeleidingsdiensten per net. Dit is het tegenovergestelde van eenvoud. Een 16-jarige kan dit systeem niet uitleggen. Nergens in Europa bestaat deze structuur. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | De schaalgrootte van het Vlaamse onderwijs als geheel (~1,2 miljoen leerlingen) is voldoende. Maar de versnippering over netten en besturen creëert suboptimale schaal: kleine schoolbesturen met onvoldoende professionele capaciteit voor HR, ICT en financieel beheer. De scholengroepen van GO! zijn een stap in de goede richting. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ⚠️ | Onderwijs is exclusief Vlaams (behalve de 3 uitzonderingen). In het HART-model van concurrerende bevoegdheden (Duits model) zou onderwijs een deelstaatbevoegdheid blijven met federale kaderregeling voor diploma-erkenning en leerplicht. De huidige situatie werkt, maar de totale scheiding tussen de drie gemeenschappen maakt wederzijdse erkenning en mobiliteit moeilijk. |
| 7 | Resultaatgericht | ❌ | Structureel tekort. Centrale toetsen pas sinds 2024 en enkel voor Nederlands en wiskunde in 2 leerjaren. Geen systematische outputmeting. PISA daalt al 20 jaar zonder effectieve beleidsrespons. Het Rekenhof concludeert dat inclusie-doelen niet worden behaald. Studierendement hoger onderwijs (33%) is dramatisch zonder consequentie. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | DigiPlan en Digisprong hebben geïnvesteerd in hardware en infrastructuur. Vlaamse 8e-klassers scoren significant hoger dan EU-peers op digitale vaardigheden. Maar schoolbeheer en administratie zijn nog sterk papier-gebaseerd. Digitalisering leidt tot méér planlast i.p.v. minder. Once-only-principe niet gerealiseerd: scholen moeten dezelfde data meerdere keren aanleveren. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | De nettenstructuur is internationaal uniek. En niet in positieve zin. Estland bewijst dat je met 30% minder budget betere resultaten kunt halen via hoge schoolautonomie, sterk nationaal curriculum en digitale integratie. Nederland toont dat één kader zonder netten efficiënter is. Vlaanderen volgt geen enkel bewezen internationaal model. |
Synthese: Grootste winst te boeken op Eenvoud (afschaffing nettenstructuur), Resultaatgericht (systematische outputmeting) en Internationaal bewezen (Estisch/Nederlands model). Score: 1✅, 5⚠️, 3❌.
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Hervormd Onderwijs blijft deelstaatbevoegdheid maar wordt fundamenteel anders ingericht
3B. Concreet voorstel
1. Eén net, één kader. Afschaffing nettenstructuur
- Alle scholen worden autonome instellingen onder één Vlaams onderwijskader
- De koepels (Katholiek Onderwijs Vlaanderen, OVSG, POV) verliezen hun formele rol als tussenniveau
- Schoolbesturen fuseren tot professionele scholengroepen van minimaal 5.000 leerlingen (naar Nederlands model)
- Vrije schoolkeuze en levensbeschouwelijk karakter blijven behouden. Maar onder één regelgevend kader
- Referentie: Nederland. Autonome scholen onder centraal kwaliteitskader
2. Nationaal curriculum met schoolautonomie
- Eén Vlaams kerncurriculum (kerndoelen per leerjaar) dat voor alle scholen geldt
- Scholen krijgen autonomie over pedagogische aanpak en 20% vrije ruimte
- Koepels mogen pedagogische diensten aanbieden als vrije marktpartij, niet als verplicht tussenniveau
- Referentie: Estland. Nationaal curriculum + hoge schoolautonomie
3. Systematische resultaatmeting
- Verplichte centrale toetsen op 12, 15 en 18 jaar (Nederlands, wiskunde, wetenschappen, Engels), gebouwd op een leerwinst-architectuur (pretest-posttest met SES-correctie)
- Publicatie op schoolniveau op basis van leerwinst, niet op ruwe scores. Op klas- en leerkrachtniveau blijven de data intern voor pedagogische reflectie en coaching, niet voor rangschikking of sanctie
- Scholen die structureel onderpresteren krijgen verbetertraject; bij falen: bestuurlijke interventie
- Referentie: Nederland (Inspectie van het Onderwijs), Estland
4. Planlast halveren via echte digitalisering
- Once-only-principe: elke school levert data één keer aan, centraal systeem distribueert
- Standaard digitaal schoolbeheersysteem (optioneel maar gratis beschikbaar)
- Vermindering registratieplichten met 50% binnen 5 jaar
- Referentie: Estland (e-School, Studium)
5. Lerarenstatus verhogen
- Lesgeven als kernactiviteit: max. 20% niet-lesgebonden taken (nu ~33%)
- Zij-instromers structureel verankerd met snellere trajecten
- Lerarensalarissen koppelen aan prestatie-evaluatie (vrijwillig, met bonus)
- Master-vereiste voor bovenbouw secundair (gefaseerde invoering)
6. Studierendement hoger onderwijs
- Bindend studieadvies na eerste jaar (naar Nederlands model)
- Financiering universiteiten en hogescholen deels outputgericht (afstudeerpercentage, arbeidsmarktresultaten)
Geschatte efficiëntiewinst:
- Afschaffing koepel-tussenlaag: €100-200 miljoen/jaar (schattting op basis van pedagogische begeleidingsdiensten, leerplanontwikkeling, administratie per net)
- Fusie schoolbesturen: betere inkoop, gedeelde diensten (ICT, HR, financiën): €50-100 miljoen/jaar
- Hogere studierendementen: minder verspilling in hoger onderwijs. Structureel €200-400 miljoen/jaar
- Totaal: €350-700 miljoen/jaar aan efficiëntiewinst of besparingen, bij gelijkblijvend kwaliteitsniveau
Implementatiepad:
- Jaar 1-2: Wettelijk kader voor één onderwijssysteem, ontwerp kerncurriculum
- Jaar 3-4: Fusie schoolbesturen, uitrol centraal digitaal systeem, eerste centrale toetsen
- Jaar 5-7: Volledige implementatie, koepels omvormen tot vrije dienstenleveranciers
- Vereist: wijziging Vlaamse onderwijsdecreten, mogelijk aanpassing Schoolpact-evenwichten
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
Onderwijs (Vlaamse Gemeenschap): Hervormd Eén onderwijssysteem in plaats van drie netten. Centrale kwaliteitstoetsen, minder bureaucratie, meer autonomie voor scholen. Naar het model van Estland en Nederland.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
Het Vlaamse onderwijs is met €17,25 miljard de grootste post op de Vlaamse begroting. Meer dan 210.000 personeelsleden geven les aan of ondersteunen ~1,2 miljoen leerlingen. Het systeem is opgedeeld in drie netten. Gemeenschapsonderwijs (GO!), officieel gesubsidieerd (gemeenten en provincies) en vrij onderwijs (overwegend katholiek, ~70% van de leerlingen): met vier koepels die elk hun eigen leerplannen, pedagogische begeleiding en administratie organiseren. Dit is uniek in Europa. Nergens anders bestaat zo'n versnipperd onderwijslandschap.
Wat er mis gaat
Ondanks recordbudgetten gaat de kwaliteit al twintig jaar achteruit. Op de PISA-toetsen van 2022 scoorden Vlaamse 15-jarigen 52 punten lager op wiskunde dan in 2003. Een daling die dubbel zo snel gaat als het OESO-gemiddelde. Bijna een kwart van de leerlingen haalt het basisniveau niet meer. Tegelijk besteedt Vlaanderen 90% van het onderwijsbudget aan personeelskosten. Het hoogste percentage in de hele OESO. Leerkrachten spenderen een derde van hun tijd aan administratie in plaats van lesgeven. Slechts 33% van de bachelorstudenten studeert af binnen de voorziene tijd (EU-gemiddelde: 43%).
De kern van het probleem is structureel. De drie netten en vier koepels vormen een tussenlaag die geld, tijd en aandacht opslorpt zonder aantoonbaar bij te dragen aan onderwijskwaliteit. Elke koepel ontwikkelt eigen leerplannen, eigen begeleidingsdiensten, eigen administratieve systemen. Dat is drie keer hetzelfde werk doen. Ondertussen worden resultaten nauwelijks gemeten: centrale toetsen bestaan pas sinds 2024, en dan enkel voor twee vakken in twee leerjaren.
Hoe het elders werkt
Estland. Een land met minder inwoners dan Vlaanderen. Scoort het beste van heel Europa op PISA, en besteedt daar 30% minder per leerling aan. Het recept: één nationaal curriculum met hoge autonomie voor scholen, digitale competenties vanaf het basisonderwijs, vertrouwen in leerkrachten en korte schooldagen. Geen koepels, geen netten, geen tussenlagen.
Nederland heeft één onderwijskader met autonome scholen, een krachtige Inspectie van het Onderwijs die resultaten openbaar maakt, en bindend studieadvies in het hoger onderwijs. Het onvervulde lerarentekort bedraagt 2,6%. Een fractie van het Vlaamse probleem.
Wat HART voorstelt
HART wil het Vlaamse onderwijs hervormen rond vijf pijlers:
Eén: één onderwijssysteem. De drie netten verdwijnen als formele structuur. Alle scholen worden autonome instellingen onder één Vlaams kader. Vrije schoolkeuze en levensbeschouwelijk karakter blijven bestaan, maar de koepels verliezen hun rol als verplicht tussenniveau. Ze mogen pedagogische diensten blijven aanbieden als vrije marktpartij. Niet als gefinancierd monopolie.
Twee: één kerncurriculum. Eén set kerndoelen per leerjaar voor alle scholen, met 20% vrije ruimte voor eigen accenten. Geen vier parallelle leerplannen meer.
Drie: meten is weten. Verplichte centrale toetsen op 12, 15 en 18 jaar voor Nederlands, wiskunde, wetenschappen en Engels, gebouwd op een leerwinst-architectuur: pretest aan het begin van een cyclus, posttest aan het eind, met correctie voor sociaal-economische context. Publicatie gebeurt op schoolniveau op basis van leerwinst (niet ruwe scores), zodat scholen met kansarme leerlingen niet oneerlijk afgerekend worden en scholen met een bevoorrechte instroom zich niet kunnen verschuilen achter hun populatie. Op klas- en leerkrachtniveau blijven de data intern voor pedagogische reflectie en coaching, niet voor publieke rangschikking of sanctie. Scholen die structureel onderpresteren krijgen hulp. En als dat niet werkt, bestuurlijke interventie.
Vier: lesgeven centraal. Administratieve last halveren door echte digitalisering: elke school levert data één keer aan, één systeem verdeelt het. Leerkrachten besteden maximaal 20% van hun tijd aan niet-lesgebonden taken.
Vijf: bindend studieadvies in het hoger onderwijs. Wie na het eerste jaar onvoldoende studiepunten haalt, krijgt een heroriënteringsadvies. Financiering van hogescholen en universiteiten wordt deels gekoppeld aan afstudeerpercentages.
Wat het oplevert
Een efficiëntiewinst van €350-700 miljoen per jaar door het wegsnijden van dubbele structuren, betere schaalgrootte van schoolbesturen en hogere studierendementen. Maar belangrijker dan geld: beter onderwijs. Estland bewijst dat het kan. Topkwaliteit, lage kosten, hoge gelijkheid. Vlaanderen heeft het talent, het budget en de ambitie. Wat ontbreekt is een systeem dat werkt.
Fase 5: Bronnenlijst
Samenvatting
Lijn: Onderwijs. ~130.000 pers. (Vlaamse Deelstaat. Gemeenschapsbevoegdheden) Classificatie: 🟠 Hervormd Kernprobleem: Recordbudget (€17,25 mld) maar structureel dalende kwaliteit. Unieke nettenstructuur veroorzaakt versnippering, bureaucratie en gebrek aan resultaatmeting. HART-voorstel: Eén onderwijssysteem, één kerncurriculum, centrale kwaliteitstoetsen, halvering planlast, bindend studieadvies. Referentiemodellen: Estland (kwaliteit + efficiëntie), Nederland (één kader + inspectie) Geschatte efficiëntiewinst: €350-700 miljoen/jaar Principescore: 1✅, 5⚠️, 3❌. Grootste winst op Eenvoud, Resultaatgericht, Internationaal bewezen