Vlaamse Vervoersautoriteit: Tariefintegratie
Categorie: Nieuw Vlaams (HART-voorstel) Status: 🟠 Nieuw/hervormd Datum audit: 2026-03-30
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
De "Vlaamse Vervoersautoriteit" is een HART-voorstel voor een nieuwe instelling die volledige tariefintegratie en coördinatie van het openbaar vervoer in Vlaanderen (en bij uitbreiding in heel België) moet realiseren. Het gaat om een overkoepelend orgaan dat. Naar het model van de Duitse Verkehrsverbünde. Zorgt voor één tariefsysteem, één dienstregeling en één reizigerservaring, ongeacht of je met trein, tram, bus of metro reist.
Huidige situatie in Vlaanderen:
Vlaanderen heeft in 2019 het Decreet Basisbereikbaarheid aangenomen, dat de omslag maakte van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd openbaar vervoer. Vlaanderen werd ingedeeld in 15 vervoerregio's, elk met een vervoerregioraad waar lokale besturen en mobiliteitspartners samenzitten. Het vervoersaanbod werd opgedeeld in vier lagen: treinnet, kernnet (intersteedse verbindingen), aanvullend net (naar kleinere kernen), en vervoer op maat (flexbussen, deelmobiliteit).
In 2022 keurde het Vlaams Parlement het Decreet betreffende de Vervoersautoriteit goed, dat een Dienst met Afzonderlijk Beheer (DAB) oprichtte binnen het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW). Deze Vervoersautoriteit kreeg taken rond monitoring, evaluatie van contracten, beheer van Hoppinpunten en mobiliteitsindeling.
Cruciale wending: Op 23 februari 2024 werd dit decreet alweer ingetrokken. De Vlaamse overheid oordeelde dat de overheveling van taken van De Lijn naar de administratie niet werkte. De taken gingen terug naar De Lijn. De Vervoersautoriteit als apart orgaan bestaat dus de facto niet meer in de oorspronkelijke vorm, al blijft het departement MOW bepaalde toezichtstaken uitoefenen.
De Lijn in cijfers (2024):
- ~8.000 eigen medewerkers + ~2.000 bij private exploitanten
- 373 miljoen reizigers vervoerd (+ 4,5% t.o.v. 2023)
- Kostendekkingsgraad: gedaald van 38,5% (2019) naar 30,5% (2024)
- 3.247 bushaltes geschrapt bij de hervorming
- 50% meer klachten bij de Vlaamse Ombudsdienst in 2024
- Slechts 1,58 reizigers gemiddeld per flexbus
- Klanttevredenheid: 77%, maar stiptheid en rituitval blijven knelpunten
Budget: De Lijn ontvangt een Vlaamse dotatie als hoofdinkomstenbron. De organisatie vroeg structureel €100 miljoen extra per jaar (€500 miljoen over de legislatuur), maar de Vlaamse regering voorziet slechts €325 miljoen. In 2025 werd zelfs een besparing van €35,5 miljoen opgelegd in plaats van de beloofde extra investering van €50 miljoen.
1B. Wat doet het in de praktijk?
Het probleem: vier vervoersmaatschappijen, nul coördinatie
België telt vier openbaarvervoermaatschappijen: NMBS (federaal, trein), De Lijn (Vlaanderen, bus/tram), TEC (Wallonië, bus), en MIVB/STIB (Brussel, bus/tram/metro). Elke maatschappij heeft eigen tarieven, eigen tickets, eigen apps en eigen dienstregelingen. Er is geen overkoepelende autoriteit die dit geheel coördineert.
De reiziger merkt dit dagelijks:
- Wie van Gent naar Brussel reist met trein + bus, heeft twee tickets nodig (of moet een complexe combi-abonnementsformule uitzoeken)
- De NMBS-reisplanner integreert sinds kort de real-time dienstregelingen van de andere operatoren, maar het kopen van een geïntegreerd ticket blijft moeizaam
- Brupass en Brupass XL (sinds 2021) bieden een geïntegreerd ticket in en rond Brussel. Het enige werkende voorbeeld in België. Maar dit geldt enkel voor 6 van de 22 NMBS-tariefzones
- De MOBIB-chipkaart wordt door alle vier operatoren gebruikt, maar buiten de MIVB enkel voor abonnementen, niet voor losse ritten
Wat het Rekenhof zegt (rapport maart 2024): Het Rekenhof oordeelde dat de complexiteit van de transitie naar vraaggestuurd openbaar vervoer in Vlaanderen werd onderschat. De regelgeving is onvoldoende transparant en gefragmenteerd, de implementatie vertraagd. Het is onzeker of de beoogde reizigerswinst van 7,5% gerealiseerd wordt.
Wat de Vervoersautoriteit (rapport 2024) zegt: De hervorming bij De Lijn was onvoldoende voorbereid. Vervoerregio's hebben te weinig inzicht in budgetten en te weinig invloed op beslissingen. De doelstellingen voor efficiëntie worden in bijna geen enkele vervoerregio gehaald.
1C. Internationale vergelijking
Duitsland: Verkehrsverbünde (het referentiemodel)
Duitsland kent sinds 1967 (Hamburg) het systeem van Verkehrsverbünde: regionale vervoersautoriteiten die tarieven, dienstregelingen en marketing integreren voor alle openbaarvervoeroperatoren in een regio.
Verkehrsverbund Berlin-Brandenburg (VBB):
- Opgericht 1999, verenigt ~40 operatoren
- 1,56 miljard reizigers per jaar (2024), 4,28 miljoen per dag
- Eén tariefsysteem met zones, geldig op alle vervoermiddelen (trein, U-Bahn, tram, bus, veerboot)
- Aandeelhouders: deelstaten Berlijn en Brandenburg + 14 Kreise + 4 kreisfreie steden
- VBB doet planning, tariefbeheer, kwaliteitscontrole, marketing en digitale oplossingen
- De operatoren focussen op rijden; VBB focust op de reiziger
Hamburger Verkehrsverbund (HVV):
- Pionier sinds 1967
- HVV beheert één betaal- en ticketsysteem namens alle operatoren
- Verdeelt opbrengsten onder operatoren
- De stad Hamburg garandeerde financiering om eventuele verliezen door tariefintegratie op te vangen
- Resultaat: sinds 1990 meer reizigers, betere service, en lager subsidiepercentage
Sleutelprincipe: De Verkehrsverbund is een coördinerend orgaan. Operatoren behouden operationele autonomie, maar de reiziger ziet één systeem.
Nederland: OV-chipkaart
Nederland heeft met de OV-chipkaart (sinds 2005, landelijk sinds 2012) een nationaal betaalmiddel voor al het openbaar vervoer. De kaart wordt beheerd door Trans Link Systems (TLS), een joint venture van NS, GVB (Amsterdam), HTM (Den Haag), RET (Rotterdam) en Connexxion.
Sterke punten:
- Eén kaart, geldig bij alle operatoren
- Check-in/check-out systeem op basis van gefietste afstand
- Provincies zijn opdrachtgever voor regionaal vervoer en beheren concessies
Zwakke punten:
- NS heeft tariefintegratie tussen stads-/regionaal vervoer en trein geblokkeerd
- Er is geen echte Verkehrsverbund-structuur; tarieven verschillen per operator
- De overgang naar OV-betalen met bankpas/telefoon is gaande
Zweden: Regionale vervoersautoriteiten
Zweden heeft 21 regio's, elk met een eigen verkozen regionaal bestuur en een regionale vervoersautoriteit (bijv. Skånetrafiken in Skåne, Västtrafik in Västra Götaland, SL in Stockholm).
Kernmodel:
- De regio is opdrachtgever en tariefbeheerder
- Operatoren worden gecontracteerd via concessies
- Eén tariefsysteem per regio, geïntegreerd over bus, tram, trein, veerboot
- Duidelijke scheiding: regio bepaalt het "wat", operator levert het "hoe"
- Variatie tussen regio's is mogelijk, maar binnen elke regio is het systeem naadloos
Denemarken: Rejsekort
Denemarken heeft met het Rejsekort (sinds 2011) een nationaal elektronisch ticketsysteem. Rejsekort A/S is een joint venture van DSB (nationale spoorwegen), Movia (Zeeland), Midttrafik (Centraal-Jutland) en Sydtrafik (Zuid-Jutland).
Kenmerken:
- Check-in/check-out, tarief op basis van hemelsbrede afstand
- Geldig op trein, bus en metro door heel Denemarken
- Operatoren behouden autonomie over tarieven maar binnen één systeem
- Wordt vervangen door een app-gebaseerd systeem
Zwitserland: Tariefverbünde
Zwitserland kent sinds 1987 regionale tariefverbonden. De Zürcher Verkehrsverbund (ZVV, sinds 1990) is het bekendste voorbeeld.
Kenmerken:
- Eén ticket geldig op trein, tram, bus en boot binnen de regio
- Zonesysteem (zones 110-184)
- In de meeste gevallen koop je één ticket voor je hele reis, ook bij overstappen tussen operatoren
- Goedkoper dan losse tickets
1D. Knelpunten en kritiek
Structurele knelpunten in België:
Bevoegdheidsverdeling blokkeert integratie. De NMBS is federaal, De Lijn/TEC/MIVB zijn regionaal. Een regionale overheid kan de NMBS niet verplichten om deel te nemen aan een geïntegreerd tariefsysteem. De Raad van State heeft eerder geoordeeld dat verplichte vertegenwoordiging van een federale instelling in een regionaal orgaan niet kan.
Geen overkoepelende autoriteit. Er is niemand die namens de reiziger het geheel overziet. Elke operator optimaliseert voor zichzelf, niet voor het netwerk.
Mislukte Vlaamse poging. De Vervoersautoriteit (decreet 2022) werd na amper twee jaar weer afgeschaft (decreet 2024). De taken gingen terug naar De Lijn, wat de scheidsrechtersrol ondermijnt: De Lijn is tegelijk speler en scheidsrechter.
Brupass als enige succes. Maar beperkt. Brupass werkt, maar dekt slechts het Brusselse gewest en directe omgeving. Er is geen equivalent voor Antwerpen, Gent, Luik of het platteland.
CRB-advies genegeerd. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) heeft herhaaldelijk gepleit voor verdergaande tariefintegratie en een geïntegreerd, betaalbaar openbaarvervoerticket voor heel België. De implementatie blijft uit.
Dalende kostendekkingsgraad. Van 38,5% in 2019 naar 30,5% in 2024 bij De Lijn. Het openbaar vervoer wordt relatief duurder voor de overheid terwijl het aanbod krimpt.
Flexvervoer werkt niet. Met gemiddeld 1,58 reizigers per flexbus is vervoer op maat extreem inefficiënt. Het is een dure pleister op de wonde van geschrapte vaste lijnen.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ⚠️ | Openbaar vervoer is een gewestbevoegdheid, maar de trein is federaal. Dit zorgt voor een structureel coördinatieprobleem. Een vervoersautoriteit op deelstaatniveau met een federaal samenwerkingsakkoord voor de trein zou dit oplossen. |
| 2 | Transparantie | ❌ | De reiziger kan niet zien wie beslist over zijn bus, trein of ticket. De verdeling van verantwoordelijkheden tussen De Lijn, NMBS, vervoerregio's en het departement MOW is ondoorzichtig. Het Rekenhof bevestigt: vervoerregio's hebben onvoldoende inzicht in budgetten. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | De Lijn beslist over het aanbod maar is afhankelijk van Vlaamse dotaties die politiek bepaald worden. De vervoerregio's hebben verantwoordelijkheid maar geen budgetcontrole. Er is een grote fiscal gap. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Vier openbaarvervoermaatschappijen, vier ticketsystemen, vier apps, meerdere tariefzones, een vervoersautoriteit die opgericht en weer afgeschaft werd. Het systeem is onbegrijpelijk voor de burger. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | De Lijn bedient 6,7 miljoen Vlamingen. Voldoende schaal. Maar de versnippering met NMBS en de andere regionale operatoren verhindert efficiënte schaalvoordelen in ticketing, data en planning. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ⚠️ | Deelstaten zouden eigen vervoersautoriteiten kunnen oprichten die regionaal innoveren (zoals in Duitsland), maar het federale NMBS-monopolie verhindert dit. Er is geen wettelijk kader voor concurrerende bevoegdheden in mobiliteit. |
| 7 | Resultaatgericht | ❌ | De kostendekkingsgraad daalt (38,5% → 30,5%). De beoogde reizigerswinst van 7,5% door basisbereikbaarheid is onzeker. Flexvervoer haalt 1,58 reizigers per rit. Doelstellingen worden in bijna geen enkele vervoerregio gehaald. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | De MOBIB-kaart bestaat maar is beperkt tot abonnementen buiten Brussel. De NMBS-reisplanner integreert sinds kort real-time data van andere operatoren. Maar er is geen nationaal once-only ticketsysteem. De transitie naar OV-betalen met bankpas loopt achter op Nederland. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Het Verkehrsverbund-model (Duitsland), de regionale vervoersautoriteiten (Zweden), het Rejsekort (Denemarken) en de ZVV (Zwitserland) bewijzen allemaal dat tariefintegratie werkt, meer reizigers trekt en subsidies verlaagt. België is een negatieve uitschieter onder vergelijkbare West-Europese landen. |
Synthese: 0 × ✅, 4 × ⚠️, 5 × ❌. Dit is een van de slechtst scorende domeinen. De grootste winst zit bij Eenvoud (één systeem i.p.v. vier), Resultaatgericht (meetbare KPI's en financiële gezondheid) en Internationaal bewezen (Verkehrsverbund-model overnemen).
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🟠 Nieuw/hervormd Er bestaat geen werkende vervoersautoriteit in Vlaanderen (de poging van 2022 is alweer ingetrokken). HART stelt een fundamenteel nieuwe structuur voor.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
HART richt een Vlaamse Vervoersautoriteit (VVA) op naar het model van de Duitse Verkehrsverbünde, specifiek geïnspireerd door VBB (Berlijn-Brandenburg) en HVV (Hamburg). De VVA wordt een zelfstandig publiekrechtelijk orgaan (geen onderdeel van De Lijn of het departement MOW) met als kerntaken:
Tariefintegratie: Eén tariefsysteem met zones, geldig op alle openbaar vervoer in Vlaanderen (bus, tram, trein op Vlaams grondgebied). Eén ticket, één app, één prijs.
Dienstregeling-coördinatie: De VVA stelt het kadernetwerk en de aansluitingsgaranties vast. Operatoren (De Lijn, private exploitanten, en via samenwerkingsakkoord de NMBS voor Vlaamse trajecten) leveren de ritten.
Concessiebeheer: De VVA wordt opdrachtgever. Operatoren worden beoordeeld op prestatie-indicatoren (stiptheid, klanttevredenheid, rituitvoering, kostendekkingsgraad). Slecht presterende concessies worden herverdeeld.
Opbrengstverdeling: De VVA int alle ticketopbrengsten en verdeelt deze op basis van gemaakte reizigerskilometers. Dit elimineert de prikkel om enkel winstgevende lijnen te bedienen.
Kwaliteitscontrole en data: De VVA beheert een centraal dataplatform (real-time posities, bezettingsgraden, stiptheidscijfers) en publiceert jaarlijks een transparant kwaliteitsrapport per vervoerregio.
Naar welk niveau:
- De VVA is een Vlaamse instelling (deelstaatniveau)
- Voor de integratie met NMBS-treinen op Vlaams grondgebied: samenwerkingsakkoord met de federale overheid (naar analogie met Brupass, dat bewijst dat dit juridisch kan)
- Op termijn: afstemming met Waalse en Brusselse equivalenten via een interfederaal protocol
Internationaal model:
- Structuur: VBB (Berlijn-Brandenburg) overkoepelend orgaan, ~40 operatoren, aandeelhouders zijn deelstaat + lokale besturen
- Tariefintegratie: HVV (Hamburg) één tarief, opbrengstverdeling, financiële garantie bij transitie
- Digitaal: Rejsekort (Denemarken) → check-in/check-out, later app-gebaseerd
- Opdrachtgeverschap: Zweden regio bepaalt het "wat", operator levert het "hoe"
Geschatte efficiëntiewinst:
- Tariefintegratie trekt 10-15% meer reizigers aan (benchmark: alle zes grote Duitse Verkehrsverbünde zagen stijging na integratie)
- Hogere kostendekkingsgraad door meer reizigers (doel: van 30,5% terug naar 40%+ binnen 5 jaar)
- Besparing op overhead door één ticketsysteem i.p.v. vier parallelle systemen
- Afschaffing inefficiënt flexvervoer (1,58 reizigers/rit) ten gunste van vaste lijnen op basis van data
Implementatiepad:
- Jaar 1 (2027): Decreet Vlaamse Vervoersautoriteit. Oprichten als zelfstandig publiekrechtelijk orgaan. Samenwerkingsakkoord met federale overheid voor NMBS-integratie op Vlaams grondgebied.
- Jaar 2 (2028): Eén tariefzonesysteem ontwerpen. Digitaal platform bouwen (API-gebaseerd, open data). Pilootproject in vervoerregio Gent of Antwerpen.
- Jaar 3 (2029): Uitrol tariefintegratie over heel Vlaanderen. Eén app, één ticket, check-in/check-out.
- Jaar 4-5 (2030-2031): Eerste concessieherzieningen op basis van prestatiedata. Interfederaal protocol met Wallonië en Brussel voor nationale uitrol.
Fase 4: Partijpunt (website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
Vlaamse Vervoersautoriteit. Nieuw
Eén ticket voor bus, tram en trein in heel Vlaanderen. Een onafhankelijke vervoersautoriteit coördineert tarieven, dienstregelingen en kwaliteit. Zodat de reiziger één systeem ziet in plaats van vier.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
België heeft vier openbaarvervoermaatschappijen die elk hun eigen tarieven, tickets en apps hanteren: de NMBS (trein, federaal), De Lijn (bus en tram, Vlaanderen), TEC (bus, Wallonië) en MIVB (bus, tram en metro, Brussel). Wie van Aalst naar Brussel-centrum wil reizen met bus en trein, heeft twee aparte tickets nodig en moet navigeren tussen twee apps. De MOBIB-chipkaart wordt door alle operatoren gebruikt, maar buiten Brussel enkel voor abonnementen. Enkel in en rond Brussel bestaat met Brupass een geïntegreerd ticket. De rest van het land moet het zonder stellen.
De Lijn vervoerde in 2024 zo'n 373 miljoen reizigers met ongeveer 8.000 eigen medewerkers en 2.000 via onderaannemers. De kostendekkingsgraad. Hoeveel van de kosten gedekt worden door ticketopbrengsten. Daalde van 38,5% in 2019 naar 30,5% in 2024. Dat betekent dat de belastingbetaler een steeds groter deel van de rekening betaalt, terwijl het aanbod juist krimpt: 3.247 bushaltes werden geschrapt.
Wat er mis gaat
Het kernprobleem is dat niemand het geheel overziet. De NMBS is federaal, De Lijn is Vlaams. Ze hebben geen gemeenschappelijke baas, geen gemeenschappelijk tarief, en geen gemeenschappelijke planning. Vlaanderen probeerde dit te repareren met een Vervoersautoriteit (opgericht per decreet in 2022), maar schafte die na amper twee jaar alweer af (decreet februari 2024) omdat de taken die van De Lijn naar de administratie waren overgeheveld, niet werkten. De Lijn is nu opnieuw tegelijk speler én scheidsrechter.
Het Rekenhof concludeerde in maart 2024 dat de complexiteit van de hervorming naar basisbereikbaarheid werd onderschat. De regelgeving is gefragmenteerd, de implementatie loopt achter, en het is onzeker of de beloofde reizigersgroei gerealiseerd wordt. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) pleitte herhaaldelijk voor tariefintegratie. Maar het blijft bij mooie woorden.
Ondertussen is het flexvervoer (de vervanging voor geschrapte buslijnen) een fiasco: gemiddeld 1,58 reizigers per flexbus. In 2024 maakten slechts 1,13 miljoen mensen gebruik van flexvervoer. 0,3% van het totaal. De Vlaamse Ombudsdienst registreerde 50% meer klachten over De Lijn in 2024.
Hoe het elders werkt
In Duitsland bestaat het Verkehrsverbund-model al sinds 1967. Een Verkehrsverbund is een regionale vervoersautoriteit die tarieven, dienstregelingen en kwaliteitscontrole coördineert voor alle openbaarvervoeroperatoren in een regio. Trein, bus, tram, metro, veerboot. De reiziger koopt één ticket dat overal geldt.
Het Verkehrsverbund Berlin-Brandenburg (VBB) verenigt zo'n 40 operatoren en vervoert 1,56 miljard reizigers per jaar (2024). Het Hamburger Verkehrsverbund (HVV), de pionier sinds 1967, beheert één betaal- en ticketsysteem en verdeelt de opbrengsten onder operatoren. Sinds 1990 hebben alle zes grote Duitse Verkehrsverbünde meer reizigers aangetrokken, betere service geleverd, en het subsidiepercentage verlaagd.
In Zweden heeft elke regio een eigen vervoersautoriteit (Skånetrafiken, Västtrafik, SL) die als opdrachtgever fungeert. De regio bepaalt het tarief en het netwerk; operatoren worden via concessies gecontracteerd op basis van prestaties. In Denemarken biedt het Rejsekort een nationaal check-in/check-out systeem voor trein, bus en metro. In Zwitserland garanderen regionale Tariefverbünde (zoals de ZVV in Zürich, sinds 1990) dat je met één ticket kunt reizen op trein, tram, bus en boot.
België is een negatieve uitschieter: het enige West-Europese land met vier aparte openbaarvervoersystemen zonder overkoepelende tariefintegratie buiten de hoofdstad.
Wat HART voorstelt
HART richt een Vlaamse Vervoersautoriteit (VVA) op als zelfstandig publiekrechtelijk orgaan. Niet als onderdeel van De Lijn en niet als afdeling van een ministerie. De VVA wordt de onafhankelijke scheidsrechter en regisseur van het Vlaamse openbaar vervoer, naar het bewezen Verkehrsverbund-model.
Concreet:
Eén tariefsysteem met zones, geldig op bus, tram en trein in heel Vlaanderen. Eén ticket, eén app, check-in/check-out. Net als in Duitsland, Denemarken en Zwitserland. Voor de integratie van NMBS-treinen op Vlaams grondgebied sluit de VVA een samenwerkingsakkoord met de federale overheid. Dat dit juridisch kan, bewijst Brupass al sinds 2021.
De VVA wordt opdrachtgever: ze stelt het netwerk en de aansluitingsgaranties vast, en contracteert operatoren (De Lijn, private bedrijven) via prestatieconcessies. Wie goed presteert, houdt de concessie. Wie niet levert, verliest ze. De VVA int alle ticketopbrengsten en verdeelt ze op basis van reizigerskilometers. Zodat niet alleen de winstgevende stadslijnen aandacht krijgen.
De VVA publiceert jaarlijks een transparant kwaliteitsrapport per vervoerregio met stiptheidscijfers, klanttevredenheid, kostendekkingsgraad en rituitvoering. Elke burger kan online zien hoe zijn regio presteert.
Het inefficiënte flexvervoer (1,58 reizigers per rit) wordt afgebouwd ten gunste van vaste lijnen die op basis van data worden ingepland waar de vraag het grootst is.
Wat het oplevert
Alle zes grote Duitse Verkehrsverbünde trokken na tariefintegratie meer reizigers aan. Een conservatieve schatting van 10-15% reizigersgroei zou voor Vlaanderen 37 tot 56 miljoen extra ritten per jaar betekenen. Meer reizigers betekent een hogere kostendekkingsgraad. Het doel is terug van 30,5% naar minstens 40% binnen vijf jaar.
Eén tariefsysteem in plaats van vier bespaart op IT-ontwikkeling, marketing, klantenservice en backoffice. De reiziger wint tijd (geen tariefpuzzel meer) en geld (geïntegreerde tarieven zijn doorgaans goedkoper dan de som van losse tickets). De overheid wint transparantie: de VVA rapporteert op resultaten, niet op intenties.
Het belangrijkste: openbaar vervoer wordt weer aantrekkelijk. Wie weet dat hij met één ticket en één app van deur tot deur kan reizen, stapt eerder in. Dat is niet alleen goed voor het klimaat en de mobiliteit. Het is ook de enige manier om de stijgende subsidiekost structureel om te buigen.