Franstalig onderwijs (Waals grondgebied): Audit
Datum: 2026-03-30 Categorie: Waalse Deelstaat. Overgeheveld van FWB + Nieuw Status: 🔵 Overgeheveld. Van de Fédération Wallonie-Bruxelles naar de Waalse deelstaat HART-classificatie: Overgeheveld
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Het Franstalig onderwijs op Waals grondgebied is het volledige onderwijssysteem. Van kleuteronderwijs tot en met hoger secundair. Dat momenteel wordt georganiseerd door de Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB), ook bekend als de Franse Gemeenschap van België. Dit gemeenschapsniveau is bevoegd voor onderwijs op basis van artikel 127 van de Grondwet en de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
Kerncijfers:
- ~900.000 leerlingen in het leerplichtonderwijs over de hele FWB (Wallonië + Brussel samen)
- Daarvan zitten er ~675.000 op Waals grondgebied (ca. 75% van het FWB-totaal)
- ~2.685 scholen in de hele FWB, waarvan het merendeel in Wallonië
- ~120.000 leerkrachten in de hele FWB (alle niveaus)
- Budget 2025: het leerplichtonderwijs vertegenwoordigt ~€9 miljard op een totaal FWB-budget van ~€15-16 miljard. Onderwijs is ~70% van alle FWB-uitgaven.
- Salarissen: de lonen van het onderwijspersoneel vertegenwoordigen ~€7 miljard ofwel 85,8% van het onderwijsbudget
Bestuursniveau: De FWB is een gemeenschap. Geen gewest. Dit is de kern van het probleem: het Franstalig onderwijs in Wallonië wordt bestuurd door een bestuursniveau (de FWB) dat ook Brussel bedient, geen eigen belastinginkomsten heeft, en indirect gefinancierd wordt via dotaties vanuit de federale overheid.
Wie stuurt aan? De minister van Onderwijs van de FWB (momenteel Valérie Glatigny, MR). De administratie wordt verzorgd door het Ministerie van de FWB en door Wallonie-Bruxelles Enseignement (WBE), een autonoom publiek orgaan opgericht in 2019 dat ~500 scholen beheert die rechtstreeks door de FWB worden georganiseerd.
1B. Wat doet het in de praktijk?
Onderwijsnetten (réseaux): Het Franstalig onderwijs kent vier netten:
- Officieel georganiseerd (WBE) ~500 scholen, rechtstreeks door de FWB
- Officieel gesubsidieerd scholen georganiseerd door gemeenten en (tot voor kort) provincies
- Vrij gesubsidieerd confessioneel overwegend katholiek, het grootste net
- Vrij gesubsidieerd niet-confessioneel kleinere groep
Elk net heeft een eigen "pouvoir organisateur" (inrichtende macht), maar de FWB bepaalt de leerplannen, financiert alle netten, en betaalt de lerarensalarissen.
Overlap en complexiteit:
- De FWB bestuurt onderwijs voor zowel Wallonië als Brussel, twee gebieden met fundamenteel verschillende noden
- Brussel is meertalig, internationaal, en groeiend; Wallonië is krimpend en meer homogeen Franstalig
- Het onderwijsbeleid kan niet gedifferentieerd worden per regio. Dezelfde regels gelden voor een dorpsschool in de Ardennen en een grootstedelijke school in Charleroi of Brussel
Kerntaken vs. realiteit:
- De FWB moet kwaliteitsvol onderwijs garanderen, maar kampt met een structureel begrotingstekort (€15 mld uitgaven vs. €13,5 mld inkomsten in 2025)
- De FWB heeft geen eigen fiscaliteit. Ze is volledig afhankelijk van federale dotaties
- Dit leidt tot permanente besparingen die het onderwijs rechtstreeks raken
Prestatie-indicatoren (PISA 2022):
| Domein | FWB-score | OESO-gemiddelde | Vlaanderen |
|---|---|---|---|
| Wiskunde | 474 | 472 | 493 |
| Lezen | 474 | 476 | 492 |
| Wetenschappen | 479 | 485 | 497 |
- De FWB scoort rond het OESO-gemiddelde, maar 20-25 punten lager dan Vlaanderen in alle domeinen
- Daling van 21 punten in wiskunde t.o.v. 2018. Een historische achteruitgang
- De FWB is Europees kampioen sociale ongelijkheid in onderwijs: de kloof tussen kansarme en kansrijke leerlingen is een van de grootste in de OESO
Lerarentekort. Dramatische cijfers:
- In 2024 had slechts 53% van de nieuw aangeworven leerkrachten het vereiste diploma (was 71% in 2016)
- 25% van de nieuwe leerkrachten heeft geen enkele specifieke vakbekwaamheid of pedagogische kwalificatie. Ze zijn "niet-gelisteerd"
- Het aantal "titres de pénurie" (noodoplossingen) steeg van 8% naar 11%
- De instroom in de lerarenopleiding daalt jaar na jaar
Lopende hervormingen. Pacte pour un Enseignement d'excellence:
- Gestart in 2017, implementatie loopt tot 2030+
- Belangrijkste maatregel: de "tronc commun" (gemeenschappelijke stam) tot 15 jaar, uitgerold vanaf 2026
- Vanaf 2026: leerkrachten hoger secundair moeten 22 i.p.v. 20 uur lesgeven
- Vanaf 2026: diagnostische toets CLE in 4e leerjaar (lezen, schrijven, rekenen)
- Maar: het Pacte wordt uitgerold te midden van zware besparingen (€110 mln in 2025, €86,7 mln extra in 2026), wat de geloofwaardigheid ondermijnt
1C. Internationale vergelijking
Nederland. Onderwijs als gemeentelijke bevoegdheid met nationale kaders:
- Onderwijs is in Nederland een nationale bevoegdheid (Ministerie van OCW), maar met extreme decentralisatie naar schoolbesturen
- 86% van de onderwijsbeslissingen worden op schoolniveau genomen (OESO-gemiddelde: 41%)
- Gemeenten hebben toezicht op openbare scholen; schoolbesturen (zowel openbaar als bijzonder) zijn autonoom
- Grondwettelijke vrijheid van onderwijs (art. 23): vergelijkbaar met België, maar zonder de complexiteit van gemeenschapsniveaus
- Resultaat: meer autonomie, hogere PISA-scores, minder bureaucratie
Duitsland. Onderwijs als Länder-bevoegdheid (Kulturhoheit):
- Onderwijs is in Duitsland exclusief een bevoegdheid van de 16 deelstaten (Länder)
- De Kultusministerkonferenz (KMK) coördineert via unanime besluiten. Geen federale onderwijswetgeving
- Elke deelstaat heeft een eigen onderwijsminister, eigen leerplannen, eigen eindtermen
- Sinds 2024 is de KMK opgesplitst in aparte conferenties voor onderwijs, wetenschap en cultuur
- Resultaat: concurrerende bevoegdheden. Deelstaten innoveren en leren van elkaar
Denemarken. Gemeenten als onderwijsverantwoordelijke:
- 98 gemeenten (na fusie van 271 in 2007) zijn verantwoordelijk voor basisonderwijs (folkeskole)
- Het nationale ministerie stelt doelen en kaders; gemeenten voeren uit
- 71% van alle publieke uitgaven gebeurt op subnatonaal niveau (49% gemeenten, 22% regio's)
- Resultaat: directe democratische controle, snelle aanpassing aan lokale noden
Conclusie internationaal: Nergens in Europa wordt onderwijs bestuurd door een tussenniveau dat tegelijk twee regio's bedient (Wallonië + Brussel), geen eigen fiscaliteit heeft, en indirect gefinancierd wordt. Het FWB-model is een Belgisch unicum. En niet in positieve zin.
1D. Knelpunten en kritiek
Structureel begrotingstekort: De FWB geeft ~€1,5 miljard meer uit dan ze ontvangt. Onderwijs is het eerste slachtoffer van besparingen.
Geen fiscale verantwoordelijkheid: De FWB heft geen belastingen. Ze is afhankelijk van de bijzondere financieringswet. Wie beslist (FWB) is niet wie betaalt (federaal/gewestelijk): een flagrante schending van het principe verantwoordelijkheid=financiering.
Eén beleid voor twee werelden: Brussel en Wallonië hebben radicaal verschillende onderwijsnoden. Een dorpsschool in Vielsalm en een grootstedelijke school in Molenbeek worden door dezelfde regels bestuurd.
Lerarentekort als symptoom: Het feit dat 25% van nieuwe leerkrachten niet gekwalificeerd is, is geen toevallig probleem maar het structurele gevolg van een ondergefinancierd systeem met dalende aantrekkelijkheid.
Nettencomplexiteit: Vier onderwijsnetten met elk eigen structuren, inrichtende machten, en koepels creëren overhead en verhinderen schaalvoordelen.
Democratisch tekort: Het FWB-parlement wordt niet rechtstreeks verkozen. Het zijn de Franstalige leden van het Waals Parlement + de Franstalige Brusselse parlementsleden. Geen enkele burger stemt specifiek voor een FWB-volksvertegenwoordiger.
Sociale ongelijkheid: Ondanks het Pacte d'excellence blijft de FWB een van de meest ongelijke onderwijssystemen in Europa. De vrije schoolkeuze zonder regulering leidt tot extreme sociale segregatie.
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ❌ | Onderwijs op Waals grondgebied wordt bestuurd door een gemeenschapsniveau dat ook Brussel bedient. Beslissingen worden ver van de burger genomen. Een school in Namen heeft niets te zeggen over beleid dat in Brussel wordt gemaakt voor zowel Wallonië als Brussel. |
| 2 | Transparantie | ❌ | De burger kan nauwelijks volgen wie beslist. FWB-parlement is niet direct verkozen, financiering komt via federale dotaties, en de verwevenheid tussen WBE, de netten, en de koepels is onoverzichtelijk. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | Maximale schending. De FWB beslist over ~€9 mld onderwijsuitgaven maar heft zelf geen euro belasting. De fiscal gap is ~100%. Alles komt van elders. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Vier onderwijsnetten, duizenden inrichtende machten, een gemeenschapsniveau dat twee regio's bedient, een apart autonoom orgaan (WBE), plus gemeentelijke en provinciale scholen. Niemand snapt dit systeem. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | De FWB is qua schaal groot genoeg voor professioneel onderwijs (~900.000 leerlingen), maar het probleem is dat de schaal niet overeenkomt met het territorium. Het bedient twee regio's met verschillende noden. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ❌ | Er is geen ruimte voor regionale innovatie. Het Waals gewest kan niet experimenteren met eigen onderwijsbeleid. Alles moet via de FWB, die ook rekening moet houden met Brussel. |
| 7 | Resultaatgericht | ⚠️ | Het Pacte d'excellence introduceert eindelijk KPI's en diagnostische toetsen (CLE), maar de implementatie is traag, wordt ondermijnd door besparingen, en 25% van nieuwe leerkrachten is niet gekwalificeerd. |
| 8 | Digitaal-eerst | ⚠️ | Er is vooruitgang via het Pacte (digitale leerplannen), maar het structurele geldgebrek van de FWB remt investeringen in digitale infrastructuur. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Het FWB-model is nergens ter wereld een referentie. Elk vergelijkbaar land organiseert onderwijs op deelstaatniveau (Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk) of nationaal met sterke lokale autonomie (Nederland, Denemarken). |
Synthese: 5× ❌, 3× ⚠️, 0× ✅. Het Franstalig onderwijs op Waals grondgebied faalt op bijna alle principes. De drie grootste winstpunten:
- Verantwoordelijkheid = Financiering de fiscal gap van ~100% is de kern van alles
- Subsidiariteit onderwijs hoort bij de deelstaat die het grondgebied bestuurt
- Concurrerende bevoegdheden Wallonië moet eigen onderwijsbeleid kunnen voeren
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🔵 Overgeheveld van de Fédération Wallonie-Bruxelles naar de Waalse deelstaat
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
In het HART-model van 4 deelstaten (Vlaanderen, Wallonië, Brussel, Ostbelgien) wordt de FWB als bestuursniveau afgeschaft. Het Franstalig onderwijs op Waals grondgebied wordt een volwaardige bevoegdheid van de Waalse deelstaat.
Concreet:
De Waalse deelstaat wordt bevoegd voor het volledige onderwijs op haar grondgebied. Van kleuteronderwijs tot en met hoger secundair, inclusief het buitengewoon onderwijs en het volwassenenonderwijs.
WBE (Wallonie-Bruxelles Enseignement) wordt gesplitst. De scholen op Waals grondgebied (~350-400 van de ~500) komen onder een nieuw Waals publiek onderwijsorgaan. De Brusselse scholen gaan naar de Brusselse deelstaat.
Financiering wordt territoriaal: de Waalse deelstaat financiert haar eigen onderwijs uit eigen belastingopbrengsten (via de hervorming van de bijzondere financieringswet). Wie beslist, betaalt.
De onderwijsnetten worden vereenvoudigd naar maximaal twee: een publiek net (samenvoeging WBE-opvolger + gemeentelijke scholen) en een vrij net. Dit naar Nederlands model, waar het onderscheid openbaar/bijzonder eenvoudig en transparant is.
Autonomie voor scholen wordt versterkt naar Nederlands/Deens model: het Waalse parlement stelt de kaders en eindtermen, schoolbesturen voeren uit.
Inhoudelijke hervormingen. 5 pijlers (spiegelbeeld Vlaanderen):
- Zittenblijven halveren: van 47% naar <25% tegen 2035 via drielaags ondersteuningssysteem (Fins model)
- Lerarentekort aanpakken: 25% ongekwalificeerden terugdringen via zij-instroom en salarispariteit
- Individueel curriculum: drie niveaus per kernvak (basis, standaard, gevorderd), gemeenschappelijke stam tot 15 jaar, geen gescheiden stromen (équivalent ASO/TSO/BSO/KSO afgeschaft). Differentiatie binnen vakken, niet tussen leerlingen.
- Centrale kwaliteitstoetsen op leerwinst-architectuur: meetmomenten op 12, 15 en 18 jaar, pretest-posttest-logica. Publiek op schoolniveau (SES-gecorrigeerde leerwinst), intern op klas- en leerkrachtniveau voor pedagogische reflectie, niet voor rangschikking of sanctie.
- Diploma-erkenning via interregionaal concordaat (Zwitsers HarmoS-model)
Internationaal referentiemodel: Combinatie van het Duitse Länder-model (onderwijs als exclusieve deelstaatbevoegdheid) met het Nederlandse model (hoge schoolautonomie, eenvoudige netwerkstructuur) en het Deense model (sterke gemeentelijke rol in basisonderwijs).
Geschatte efficiëntiewinst:
- Afschaffing FWB-overhead voor Waals onderwijs: besparing op dubbele administratie
- Vereenvoudiging van 4 naar 2 netten: minder koepels, minder overhead
- Betere afstemming op regionale arbeidsmarkt (Waalse deelstaat kan onderwijs-arbeidsmarktbeleid integreren. Iets wat de FWB niet kan)
- Fiscale verantwoordelijkheid dwingt tot efficiëntie: als de Waalse deelstaat zelf betaalt, wordt er beter gewikt en gewogen
Implementatiepad:
- Fase 1 (2027-2028): Grondwetswijziging om gemeenschapsbevoegdheid onderwijs over te hevelen naar deelstaten. Splitsing WBE.
- Fase 2 (2029-2030): Overheveling van personeel, budgetten, en regelgeving. Overgangsperiode waarin bestaande leerplannen gerespecteerd worden.
- Fase 3 (2030-2032): Waalse deelstaat neemt volledig over. Vereenvoudiging netten. Eigen Waalse eindtermen en leerplannen.
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
Franstalig onderwijs (Waals grondgebied): Overgeheveld naar Waalse deelstaat
Het Franstalig onderwijs in Wallonië wordt een volwaardige bevoegdheid van de Waalse deelstaat. De Fédération Wallonie-Bruxelles, een bestuursniveau dat niemand begrijpt en dat geen eigen belastingen heft, verliest haar onderwijsbevoegdheid. Wallonië krijgt de vrijheid om een eigen onderwijsbeleid te voeren. Afgestemd op de Waalse arbeidsmarkt, de Waalse bevolking, en de Waalse noden.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
Het Franstalig onderwijs in Wallonië wordt vandaag niet bestuurd door Wallonië, maar door de Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB): een apart bestuursniveau dat tegelijk ook Brussel bedient. De FWB beheert ~900.000 leerlingen, ~120.000 leerkrachten, en een budget van ~€9 miljard aan leerplichtonderwijs. Dat onderwijs is verdeeld over vier netten met duizenden inrichtende machten. De FWB heeft geen eigen belastingen. Ze leeft volledig van federale dotaties.
Wat er mis gaat
Het systeem faalt op bijna elk meetbaar criterium.
Ten eerste: de resultaten. In PISA 2022 scoorde de FWB 474 punten voor wiskunde. Een daling van 21 punten ten opzichte van 2018 en een kloof van bijna 20 punten met Vlaanderen. De sociale ongelijkheid in het Franstalig onderwijs is een van de grootste in heel Europa: je achtergrond bepaalt je schoolresultaten meer dan in bijna elk ander OESO-land.
Ten tweede: het lerarentekort. In 2024 had slechts 53% van de nieuw aangeworven leerkrachten het vereiste diploma. Een kwart. 25%. Had helemaal geen relevante kwalificatie. In 2016 was dat nog 10%. Het beroep is zo onaantrekkelijk geworden dat scholen steeds vaker mensen voor de klas zetten die geen opleiding hebben voor het vak dat ze geven.
Ten derde: het geld. De FWB geeft structureel meer uit dan ze ontvangt (~€15 miljard uitgaven vs. ~€13,5 miljard inkomsten). Dit leidt tot permanente besparingen in het onderwijs. €110 miljoen in 2025, nog eens €86,7 miljoen in 2026. Terwijl tegelijk een ambitieus hervormingsplan (het Pacte d'excellence) wordt uitgerold dat investeringen vraagt.
De kern van het probleem is structureel: de FWB is een bestuursniveau zonder eigen inkomsten, zonder directe democratische legitimiteit (het parlement is niet rechtstreeks verkozen), en met de onmogelijke opdracht om één beleid te maken voor twee totaal verschillende regio's.
Hoe het elders werkt
In Duitsland is onderwijs een exclusieve bevoegdheid van de 16 deelstaten (Länder). Elke deelstaat heeft een eigen onderwijsminister, eigen leerplannen, en een eigen budget. Gefinancierd uit eigen belastinginkomsten. De Kultusministerkonferenz (KMK) coördineert op vrijwillige basis. Dit model garandeert dat wie beslist over onderwijs, er ook voor betaalt. En dat elke regio een beleid kan voeren dat past bij haar specifieke situatie.
In Nederland wordt 86% van alle onderwijsbeslissingen op schoolniveau genomen. Het hoogste percentage in de OESO (gemiddelde: 41%). Het ministerie stelt nationale kaders, maar schoolbesturen zijn autonoom. Het onderscheid is simpel: openbare scholen (van de gemeente) en bijzondere scholen (privaat, vaak religieus). Geen vier netten, geen duizenden "pouvoirs organisateurs", geen tussenniveau dat alles compliceert.
In Denemarken zijn de 98 gemeenten verantwoordelijk voor het basisonderwijs. Na een grote fusieronde in 2007 (van 271 naar 98 gemeenten) kreeg elke gemeente voldoende schaalgrootte om professioneel onderwijs te organiseren. Het nationale ministerie bewaakt de kwaliteit; de gemeenten voeren uit.
Wat HART voorstelt
HART wil het Franstalig onderwijs op Waals grondgebied overhevelen van de FWB naar de Waalse deelstaat. Concreet:
De Waalse deelstaat wordt volledig bevoegd voor onderwijs op haar grondgebied. Van de kleuterklas tot het einde van het secundair. Het huidige orgaan WBE (Wallonie-Bruxelles Enseignement) wordt gesplitst: de Waalse scholen komen onder een nieuw Waals publiek onderwijsorgaan.
De vier onderwijsnetten worden vereenvoudigd naar twee: een publiek net (samenvoeging van het voormalige WBE en de gemeentelijke scholen) en een vrij net. Dit maakt het systeem overzichtelijk en bespaart op overhead.
De financiering wordt territoriaal: de Waalse deelstaat betaalt haar eigen onderwijs uit eigen middelen. Geen dotaties meer die via drie bestuursniveaus moeten passeren voordat ze in een klaslokaal belanden. Wie beslist, betaalt. En wie betaalt, let beter op hoe het geld wordt besteed.
Scholen krijgen meer autonomie naar Nederlands model. Het Waalse parlement stelt de kaders en eindtermen, schoolbesturen voeren uit. Zo kan elke school inspelen op lokale noden. Of dat nu een technische school in Charleroi is die samenwerkt met de lokale industrie, of een dorpsschool in de Ardennen die worstelt met dalende leerlingenaantallen.
Maar structuurhervorming alleen volstaat niet. HART voegt vijf inhoudelijke pijlers toe. Spiegelbeeld Vlaanderen:
- Structureel: WBE gesplitst, vier netten naar twee (publiek + vrij), territoriale financiering.
- Zittenblijven halveren: van 47% (hoogste ter wereld) naar <25% tegen 2035 via drielaags ondersteuningssysteem naar Fins model. Automatische doorstroming, versterkte remediëring, gespecialiseerde begeleiding.
- Lerarentekort aanpakken: 25% ongekwalificeerden terugdringen via versnelde zij-instroom, salarispariteit met Vlaanderen, rurale premies.
- Individueel curriculum: drie niveaus per kernvak (basis, standaard, gevorderd), gemeenschappelijke stam tot 15 jaar, afschaffing van de gescheiden stromen. Differentiatie gebeurt binnen vakken, niet tussen leerlingen. De lat voor het gevorderde niveau ligt hoger dan de huidige bovenbouw, niet lager.
- Kwaliteitsgarantie: verplichte centrale toetsen op 12, 15 en 18 jaar, gebouwd op een leerwinst-architectuur (pretest-posttest met SES-correctie). Publicatie gebeurt op schoolniveau op basis van leerwinst, niet op ruwe scores. Op klas- en leerkrachtniveau blijven de data intern voor pedagogische reflectie en coaching, niet voor rangschikking of sanctie. Verbetertrajecten voor structureel onderpresterende scholen. Diploma-erkenning via interregionaal concordaat naar Zwitsers HarmoS-model.
Wat het oplevert
Fiscale verantwoordelijkheid: voor het eerst betaalt wie beslist. Dit dwingt tot efficiëntie en maakt de kosten zichtbaar voor de burger.
Beleid op maat: Wallonië kan haar onderwijs afstemmen op de Waalse arbeidsmarkt. Nu is dat onmogelijk. Onderwijs is een FWB-bevoegdheid, arbeidsmarkt een gewestbevoegdheid. Na overheveling kan de Waalse deelstaat beide integreren.
Minder overhead: twee netten in plaats van vier, één deelstaatadministratie in plaats van een apart gemeenschapsniveau plus koepels plus netten. De besparing op administratieve overhead wordt geschat op tientallen miljoenen euro's per jaar.
Democratische legitimiteit: het Waalse parlement wordt rechtstreeks verkozen door de Waalse burger. Het FWB-parlement niet. Na de overheveling beslist een parlement met directe democratische mandaat over het onderwijs.
Concurrerende bevoegdheden: in het HART-model kan Wallonië experimenteren met onderwijsvernieuwing. Net zoals Duitse Länder dat doen. Als Vlaanderen iets probeert dat werkt, kan Wallonië het overnemen, en omgekeerd. Nu is onderwijs opgesloten in de gemeenschapsstructuur, zonder ruimte voor wederzijds leren.