ONE: Kinderopvang (Waals grondgebied): Audit
Datum: 2026-03-31 Status: 🔵 Overgeheveld. Van FWB naar Waalse Deelstaat Categorie: Waalse Deelstaat. Overgeheveld van FWB + Nieuw
Fase 1: Diepteonderzoek
1A. Wat is het precies?
Officiële naam: Office de la Naissance et de l'Enfance (ONE) Juridische basis: Decreet van de Franse Gemeenschap van 17 juli 2002 (hervorming structuur ONE), oorspronkelijk opgericht bij decreet van 30 maart 1983, als opvolger van het Œuvre Nationale de l'Enfance (opgericht 5 september 1919) Type: Organisme d'Intérêt Public (OIP) van type B. Publiekrechtelijke rechtspersoon onder toezicht van de Regering van de Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB) Bestuursniveau: Fédération Wallonie-Bruxelles (Franse Gemeenschap): bevoegd op Waals grondgebied én in het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest (voor Franstalige instellingen)
Budget: ~€750 miljoen (2025) Personeel: ~1.900 medewerkers, waarvan ~800 veldwerkers (consultaties, huisbezoeken) Hoofdzetel: Chaussée de Charleroi 95, 1060 Brussel Algemeen bestuurder: Déborah Dewulf Voorzitter raad van bestuur: Violaine Herbaux
Historiek: ONE ontstond in 1919 als nationaal initiatief tegen kindersterfte na de Eerste Wereldoorlog. Na de federalisering van België werd het Œuvre Nationale de l'Enfance opgesplitst in drie autonome takken: ONE voor de Franse Gemeenschap, Kind en Gezin (nu Opgroeien) voor de Vlaamse Gemeenschap, en Kaleido-DG voor de Duitstalige Gemeenschap. Het decreet van 2002 hervormde de structuur radicaal: kleinere raad van bestuur, nieuwe adviesorganen, en herdefiniëring van de missies.
1B. Wat doet het in de praktijk?
Kerntaken:
- Preventieve gezinsondersteuning: prenatale consultaties, consultaties voor kinderen (0-6 jaar), huisbezoeken, begeleiding van SOS-Enfants-teams
- Kinderopvang buiten het gezin: erkenning, subsidiëring, controle en evaluatie van alle vormen van kinderopvang (crèches, onthaalouders, buitenschoolse opvang) voor kinderen tot 12 jaar
- Kinderbeschermingsbeleid: overkoepelend beleid rond kinderwelzijn en ouderschap
Structuur centrale administratie: Twee hoofddirecties (preventieve begeleiding + kinderopvang), ondersteund door transversale diensten (juridisch, HR, ICT, financiën). Daarnaast subregionale administraties voor het veldwerk.
Overlap met andere instellingen:
- AVIQ (Agence pour une Vie de Qualité): Waals agentschap voor welzijn, handicap en gezondheid. Overlap op vlak van kinderwelzijn en preventie
- Iriscare (GGC/COCOM Brussel): bevoegd voor bicommunautaire persoonszorg in Brussel, inclusief kinderopvang
- FWB onderwijsadministratie: overlap bij buitenschoolse opvang die aansluit op schooluren
Klanten: Ouders met kinderen 0-12 jaar in Wallonië en het Brussels Gewest (Franstalige kant), kinderopvangvoorzieningen (~2.400 milieux d'accueil), onthaalouders
Prestatie-indicatoren. Dekkingsgraad kinderopvang:
- Wallonië (2022): 37 plaatsen per 100 kinderen (0-3 jaar)
- Ter vergelijking: Barcelona-doelstelling EU = 33% (net gehaald), maar ver onder Vlaamse en Scandinavische niveaus
- 32.543 erkende plaatsen op 31 december 2022
- Neerwaartse trend: -1.757 plaatsen tussen 2019 en 2022 (na een stijging van +9.694 tussen 2006 en 2019)
- 77% van de plaatsen is gesubsidieerd
Recentste audit. Rekenhof/Cour des comptes (mei 2025): Het Rekenhof publiceerde in mei 2025 een specifiek auditrapport over ONE en de opvangcapaciteit in Wallonië. Kernbevindingen:
- Het systeem is ongelijk verdeeld over het grondgebied sommige zones hebben ernstige tekorten
- Ongeveer 1 op 5 gezinnen vindt geen opvangplaats
- Het aandeel ouders van kinderen onder 3 dat noch opvang noch ouderschapsuitkering ontvangt steeg van 23,3% (2014) naar bijna 29% (2022)
- Massale pensionering van onthaalouders en een tekort aan gekwalificeerd personeel remmen de groei
- Het systeem is financieel niet duurzaam voor de overheid op de huidige voet
1C. Internationale vergelijking
Nederland. Gedecentraliseerd toezicht, centraal register:
- Kinderopvang is een marktmodel met private aanbieders en overheidstoezicht
- Gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht en handhaving, uitgevoerd door de GGD'en
- Landelijk Register Kinderopvang (LRK): centraal, openbaar register van alle opvanglocaties met inspectierapporten. Volledige transparantie
- GGD GHOR Nederland bevordert uniformiteit en kwaliteit van het toezicht via landelijk kader
- Financiering via kinderopvangtoeslag (inkomensafhankelijk, direct aan ouders): de overheid betaalt niet de instelling, maar de ouder
- Resultaat: hoge dekkingsgraad (~70% van kinderen 0-4 gebruikt formele opvang), meer keuzevrijheid voor ouders, maar ook relatief duur voor ouders met midden-inkomens
Denemarken. Gemeentelijke verantwoordelijkheid, universele toegang:
- Gemeenten zijn wettelijk verplicht opvang te bieden aan alle kinderen vanaf 26 weken
- Typen: vuggestue (crèche, 60-96 kinderen), dagpleje (onthaalouder, max 5 kinderen)
- Gemeente betaalt minstens 75% van de kosten, ouders max 25%
- Personeel is in dienst van de gemeente geen complexe subsidiestructuur
- Ratio's: 1 volwassene per 3-4 kinderen in de crèche
- Resultaat: dekkingsgraad >90% voor kinderen 1-5 jaar, nauwelijks wachtlijsten
Zweden. Gemeentelijk, universeel, met maxtaxe:
- 290 gemeenten zijn wettelijk verplicht förskola (kleuterschool/opvang) aan te bieden aan alle kinderen 1-6 jaar
- Financiering: 93% overheid (gemeentebelastingen + rijkssubsidies), max 7% ouderbijdrage
- Maxtaxe-systeem: maximumtarief dat gezinnen betalen, inkomensafhankelijk, wettelijk vastgelegd. Geen verrassing op de factuur
- Kwaliteitstoezicht door Skolinspektionen (nationale inspectie)
- Resultaat: >95% deelname bij 3-5 jarigen, een van de hoogste ter wereld
Duitsland. Federaal kader, deelstatelijke uitvoering, lokale uitvoering:
- Kaderwet op federaal niveau: Kinder- und Jugendhilfegesetz (SGB VIII)
- Deelstaten bepalen curricula, kwaliteitseisen, personeelsnormen
- Gemeenten (Jugendamt) zijn uitvoerder: registratie, toezicht, plaatsing
- Subsidiariteitsprincipe: private aanbieders (kerken, non-profits) hebben voorrang; gemeente komt pas als private sector niet levert
- KiTa-Qualitätsgesetz (2023): federale kwaliteitsfinanciering aan deelstaten
- Resultaat: dekkingsgraad sterk variërend per deelstaat (35% in West tot >55% in Oost voor 0-3 jaar)
1D. Knelpunten en kritiek
Structureel probleem. Dubbele bevoegdheid FWB/Gewesten: ONE is een instelling van de FWB maar opereert op twee grondgebieden (Wallonië + Brussel) met totaal verschillende demografische, socio-economische en institutionele contexten. Dit maakt gericht beleid bijna onmogelijk. Wallonië heeft een verouderend onthaalouderbestand en rurale tekorten; Brussel heeft een jonge, groeiende bevolking met acute plaatsgebrek in dichtbevolkte wijken.
Financiële crisis (2025-2026):
- De FWB besliste tot €74 miljoen besparingen in de sector petite enfance
- €8 miljoen bespaard door niet-indexering van ONE-subsidies. Opvangvoorzieningen moeten ~€1.000/werknemer zelf vinden
- De sector waarschuwt voor duizenden plaatsen die dreigen te verdwijnen begin 2026
- Uitzonderlijke financiering van €43 miljoen (2026) en €57 miljoen (2027) als lapmiddel voor opgebouwde schulden
- €15 miljoen noodfonds voor 2025 om sluitingen door veroudering van gebouwen te voorkomen
Personeelstekort:
- Massale pensionering van onthaalouders (vergrijzing van het beroep)
- Onaantrekkelijke lonen en arbeidsvoorwaarden
- ONE en de Ligue des Familles pleiten voor herwaardering van het beroep, maar structurele middelen ontbreken
Gebrekkige transparantie en meting:
- Geen centraal, openbaar, real-time register van beschikbare plaatsen (in tegenstelling tot het Nederlandse LRK)
- Inspectierapporten niet systematisch openbaar
- KPI's op resultaatniveau (kindontwikkeling, oudertevredenheid) worden niet structureel gemeten of gepubliceerd
Politieke kritiek:
- Bij de verkiezingen 2024 was het tekort aan crèches een kernthema. Alle partijen hadden voorstellen, maar de structurele oorzaak (versnippering FWB-model) werd zelden benoemd
- Plan Cigogne (2021-2026) beloofde 5.200 nieuwe plaatsen. Realisatie blijft ver achter
Fase 2: Toetsing aan de 9 Principes
| # | Principe | Oordeel | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 1 | Subsidiariteit | ❌ | ONE is een FWB-instelling die opereert op twee totaal verschillende grondgebieden (Wallonië + Brussel). Kinderopvangbeleid zou op deelstaat- of gemeenteniveau moeten zitten, dicht bij de ouders. Het FWB-niveau is een kunstmatig tussenlaag zonder eigen fiscaliteit. |
| 2 | Transparantie | ❌ | Geen centraal openbaar register van opvangplaatsen en beschikbaarheid. Inspectierapporten niet systematisch publiek. Ouders kunnen niet makkelijk zien wie beslist over hun crèche en hoe de subsidiëring werkt. |
| 3 | Verantwoordelijkheid = Financiering | ❌ | De FWB heeft de bevoegdheid maar geen eigen fiscaliteit. Het budget komt uit dotaties. Dit creëert een enorme fiscal gap. De FWB beslist over kinderopvang maar kan de financiering niet zelf sturen. Resultaat: structurele onderfinanciering en besparingen die de sector treffen. |
| 4 | Eenvoud | ❌ | Minstens vier bestuurslagen betrokken: FWB (bevoegdheid), Waals Gewest (grondgebied), ONE (uitvoering), gemeenten (lokale context). Daarbovenop overlap met AVIQ, Iriscare (Brussel), en de FWB-onderwijsadministratie voor buitenschoolse opvang. Onuitlegbaar complex. |
| 5 | Schaalgrootte | ⚠️ | ONE zelf is groot genoeg (~1.900 personeel, €750 mln budget), maar het probleem is dat het éénzelfde beleid moet voeren voor Wallonië en Brussel. Twee gebieden met totaal andere noden. Brusselse kinderopvang vereist een volledig ander aanpak dan rurale Wallonische opvang. |
| 6 | Concurrerende bevoegdheden | ❌ | Het huidige systeem laat nul ruimte voor regionale innovatie. Wallonië kan geen eigen kinderopvangbeleid voeren dat verschilt van het Brusselse. Alles wordt centraal door de FWB bepaald via ONE. |
| 7 | Resultaatgericht | ❌ | Dekkingsgraad daalt (van +9.694 plaatsen 2006-2019 naar -1.757 plaatsen 2019-2022). 29% van ouders vindt geen opvang. Plan Cigogne haalt doelstellingen niet. Geen structurele meting van kwaliteit, kindontwikkeling of oudertevredenheid. |
| 8 | Digitaal-eerst | ❌ | Geen centraal digitaal register (vergelijk Nederlands LRK). Geen geïntegreerd aanmeldsysteem. Geen real-time zicht op beschikbaarheid. Ouders moeten individueel crèches bellen en op wachtlijsten staan. |
| 9 | Internationaal bewezen | ❌ | Het FWB-model (gemeenschapsniveau zonder eigen fiscaliteit, gescheiden van het gewest) bestaat nergens anders in Europa. In Nederland, Denemarken, Zweden en Duitsland is kinderopvang een zaak van het dichtstbijzijnde bestuursniveau (gemeente/deelstaat) mét eigen financiering. |
Synthese: 0 ✅, 1 ⚠️, 8 ❌. ONE scoort buitengewoon slecht. De kern van het probleem is structureel: kinderopvang zit vast op het FWB-niveau, een bestuursniveau zonder eigen fiscaliteit dat twee totaal verschillende gebieden bedient. De grootste winst zit bij subsidiariteit (overheveling naar deelstaat), verantwoordelijkheid = financiering (wie beslist moet betalen) en digitaal-eerst (centraal register).
Fase 3: HART-voorstel
3A. Classificatie
🔵 Overgeheveld De ONE-taken op Waals grondgebied worden overgeheveld naar de Waalse Deelstaat. De Brusselse ONE-taken gaan naar de Brusselse Deelstaat.
3B. Concreet voorstel
Wat verandert er:
- FWB wordt afgeschaft als bestuursniveau → ONE houdt op te bestaan in zijn huidige vorm
- Waalse Deelstaat neemt alle ONE-taken over voor het Waals grondgebied: preventieve gezinsbegeleiding, erkenning en subsidiëring van kinderopvang, kwaliteitscontrole
- Brusselse Deelstaat neemt de Brusselse ONE-taken over (Franstalig) en integreert ze met de Nederlandstalige tegenhanger (nu VGC/Opgroeien) in een tweetalig Brussels kader
- De ONE-medewerkers op Waals grondgebied (~1.200 van de ~1.900) worden overgedragen aan de Waalse administratie, bij voorkeur geïntegreerd in AVIQ of in een nieuw Waals agentschap Jeugd & Gezin
- Gemeenten krijgen een sterkere rol in het afstemmen van vraag en aanbod, naar Deens/Nederlands model. Zij kennen hun bevolking het best
Internationaal model: Combinatie van:
- Deens model voor de verantwoordelijkheidsverdeling: deelstaat bepaalt kader en kwaliteitsnormen, gemeenten voeren uit en zorgen voor voldoende aanbod
- Nederlands model voor transparantie: centraal digitaal register van alle opvanglocaties met openbare inspectierapporten
- Zweeds model voor financiering: maxtaxe-systeem zodat ouders nooit meer betalen dan een wettelijk maximum
Geschatte efficiëntiewinst:
- Eliminatie van de FWB-overhead voor kinderopvang (bestuur, kabinet, parlementaire commissies)
- Eén aanspreekpunt per deelstaat in plaats van de huidige wirwar (FWB + gewest + ONE + AVIQ + gemeente)
- Door deelstaat-specifiek beleid: Wallonië kan focussen op rurale tekorten en vergrijzende onthaalouders; Brussel kan focussen op stedelijke verdichting en meertalige opvang
- Betere afstemming kinderopvang-arbeidsmarkt: VDAB, Forem en Actiris zitten al op deelstaatniveau. Kinderopvangbeleid kan daar direct op aansluiten
Implementatiepad:
- Jaar 1-2: Juridisch kader. Overdrachtsdecreet, personeelsoverdracht, budgettransfer op basis van huidige ONE-uitgaven op Waals grondgebied
- Jaar 2-3: Operationele integratie in Waalse administratie (het nieuwe Agentschap Gezondheid & Welzijn Wallonië (opvolger AVIQ) of een apart agentschap)
- Jaar 3-4: Lancering Waals digitaal register kinderopvang (naar LRK-model)
- Jaar 4-5: Invoering maxtaxe-systeem en versterking gemeentelijke regierol
Fase 4: Partijpunt (Website-klare tekst)
Deel A: Het partijpunt
ONE. Kinderopvang (Waals grondgebied): Overgeheveld De kinderopvang op Waals grondgebied gaat van de Fédération Wallonie-Bruxelles naar de Waalse Deelstaat. Eén bestuursniveau, één budget, één verantwoordelijke. Zodat Wallonië eindelijk een kinderopvangbeleid kan voeren dat past bij zijn eigen gezinnen.
Deel B: De uitleg
Hoe het nu werkt
Kinderopvang in Wallonië wordt geregeld door de Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB) via ONE, het Office de la Naissance et de l'Enfance. ONE heeft een budget van circa €750 miljoen en 1.900 medewerkers. Het erkent, subsidieert en controleert alle kinderopvang. Van crèches tot onthaalouders. Voor kinderen tot 12 jaar. Maar ONE is een FWB-instelling, wat betekent dat het tegelijk Wallonië en het Brussels Gewest bedient. Twee gebieden met totaal verschillende noden.
Wat er mis gaat
Het systeem zit in een structurele crisis. In 2022 waren er 32.543 erkende opvangplaatsen in Wallonië. 37 plaatsen per 100 kinderen. Dat klinkt redelijk, maar bijna 29% van de ouders met kinderen onder 3 vindt geen opvang en ontvangt ook geen ouderschapsuitkering. Tussen 2019 en 2022 verdwenen 1.757 plaatsen, na een decennium van groei.
De oorzaken zijn structureel. De FWB heeft de bevoegdheid over kinderopvang maar geen eigen belastinginkomsten. Het budget komt uit dotaties. Resultaat: chronische onderfinanciering. In 2025-2026 besliste de FWB tot €74 miljoen besparingen in de sector, waaronder €8 miljoen door het niet-indexeren van ONE-subsidies. De sector waarschuwt dat duizenden plaatsen dreigen te sluiten. Ondertussen gaan onthaalouders massaal met pensioen en is het beroep te onaantrekkelijk om voldoende nieuwe krachten aan te trekken.
Er is geen centraal digitaal register waar ouders beschikbare plaatsen kunnen zien. Inspectierapporten zijn niet systematisch openbaar. Ouders moeten individueel crèches bellen en op wachtlijsten staan. Het Plan Cigogne beloofde 5.200 nieuwe plaatsen tegen 2025-2026. De realisatie blijft ver achter.
Het kernprobleem: de FWB is een bestuursniveau dat niet thuishoort tussen gezinnen en hun crèche. Het is een laag zonder eigen fiscaliteit, zonder democratische directheid (het Parlement van de FWB wordt niet rechtstreeks verkozen), en het moet éénzelfde beleid voeren voor rurale Henegouwse dorpen en dichtbevolkte Brusselse wijken.
Het Rekenhof concludeerde in mei 2025 dat het systeem ongelijk verdeeld is over het grondgebied en financieel niet duurzaam.
Hoe het elders werkt
In Denemarken zijn gemeenten wettelijk verplicht opvang te bieden aan elk kind vanaf 26 weken. De gemeente betaalt minstens 75% van de kosten. Resultaat: meer dan 90% deelname en nauwelijks wachtlijsten.
In Zweden bieden 290 gemeenten förskola aan alle kinderen van 1 tot 6 jaar. Een nationaal maxtaxe-systeem garandeert dat ouders nooit meer betalen dan een wettelijk maximum. De overheid financiert 93%, ouders 7%. Deelname bij 3-5 jarigen: meer dan 95%.
In Nederland bewaakt de GGD de kwaliteit en staat alle informatie in het openbare Landelijk Register Kinderopvang. Elke ouder kan online checken welke crèche welke kwaliteitsscore heeft.
In Duitsland bepaalt de federale overheid het kader, vullen deelstaten de normen in, en voeren gemeenten via het Jugendamt het beleid uit. Het subsidiariteitsprincipe is wettelijk vastgelegd: private aanbieders eerst, overheid als vangnet.
Geen enkel vergelijkbaar land organiseert kinderopvang op een tussenlaag zonder eigen fiscaliteit die twee verschillende regio's bedient.
Wat HART voorstelt
- De ONE-taken voor Waals grondgebied worden overgeheveld naar de Waalse Deelstaat. De FWB wordt afgeschaft als bestuursniveau.
- De Waalse Deelstaat krijgt een eigen agentschap Jeugd & Gezin (of integreert de taken in AVIQ) dat kinderopvangbeleid, preventieve gezinsbegeleiding en kwaliteitscontrole bundelt.
- Gemeenten krijgen een sterkere regierol: zij stemmen vraag en aanbod af, kennen hun bevolking, en kunnen lokale tekorten aanpakken. Naar Deens model.
- Er komt een Waals digitaal register kinderopvang naar Nederlands model: openbaar, real-time, met inspectierapporten en beschikbaarheid per locatie.
- Een maxtaxe-systeem naar Zweeds model zorgt ervoor dat ouders nooit meer betalen dan een wettelijk vastgelegd maximum, afhankelijk van inkomen.
- De ~1.200 ONE-medewerkers op Waals grondgebied worden overgedragen met behoud van statuut en anciënniteit.
Wat het oplevert
- Eén bestuursniveau verantwoordelijk voor kinderopvang in Wallonië, met eigen budget en eigen fiscale verantwoordelijkheid. Einde aan de fiscal gap
- Beleid op maat: Wallonië kan focussen op de vergrijzing van onthaalouders in rurale gebieden en de mismatch tussen vraag en aanbod in stedelijke zones
- Directe koppeling met arbeidsmarktbeleid: Forem zit al op Waals niveau, kinderopvang kan daar rechtstreeks op aansluiten
- Transparantie voor ouders: één digitaal register, openbare kwaliteitsscores, real-time beschikbaarheid
- Geen overhead meer van een apart FWB-parlement, kabinet en administratie voor deze bevoegdheid
- Ouders betalen nooit meer dan het maximum. Voorspelbaar en eerlijk