arrow_back Alle partijpunten
Partijpunt 5 van 30

Belastingen

Partijprogramma Belastingen. HART

Partijprogramma Belastingen. HART Federale verkiezingen 2029

Op basis van OESO Taxing Wages 2025, de Tax Foundation International Tax Competitiveness Index 2025, IMF Article IV Belgium 2026, en de Estse, Deense en Zweedse modellen


Onze diagnose: het probleem is niet de hoogte, maar de verspilling

België heeft een belastingdruk van 45,1% van het bbp (Eurostat 2024): top-5 in de EU. Denemarken zit op 45,8%. Vrijwel identiek. Maar vraag een Belg op straat wat hij van zijn belastingen vindt, en hij zegt: "Schandalig. Diefstal. Waar gaat mijn geld naartoe?" Vraag hetzelfde aan een Deen, en hij zegt: "Ja, het is veel. Maar we krijgen er enorm veel voor terug." Uit een Gallup-enquête blijkt dat 88% van de Denen tevreden is met het betalen van belastingen. In België is dat ondenkbaar.

Het verschil is niet het tarief. Het verschil is wat je ervoor terugkrijgt en hoeveel er onderweg verloren gaat aan complexiteit, uitzonderingen, bureaucratie en inefficiëntie.

België telt meer dan 2.000 instellingen voor sociale zekerheid, verbonden via een netwerk van circa 3.000 actoren. Er bestaan €38 miljard aan belastinguitgaven aftrekposten, vrijstellingen, verlaagde tarieven en speciale regimes die het IMF als deels inefficiënt bestempelt (IMF Article IV 2026, equivalent in euro's van 2025). De belastingwetgeving telt duizenden pagina's, met honderden uitzonderingen die elk hun eigen lobby en administratie vereisen. Het resultaat: een systeem dat niemand begrijpt, dat de middenklasse en alleenstaanden onevenredig belast, en dat ondanks de hoogste tarieven ter wereld onvoldoende oplevert voor de kwaliteit van publieke diensten.

De tax wedge voor een alleenstaande werknemer zonder kinderen bedraagt 52,6% de hoogste in alle 38 OESO-landen. Van elke €100 die een werkgever uitgeeft, houdt de werknemer slechts €47,40 over. Het OESO-gemiddelde is €65,10. Het verschil tussen alleenstaanden en gezinnen is 15,6 procentpunt een van de grootste kloven ter wereld.

Onze stelling: Hoge belastingen zijn geen probleem als de servicegraad hoog is. Het Deense model bewijst dit: 88% tevredenheid bij een vergelijkbare belastingdruk (45,8% vs. 45,1%). Het probleem in België is niet dat we te veel betalen. Het is dat we te weinig terugkrijgen. HART wil niet de belastingen verlagen en de dienstverlening uitkleden. HART wil de belastingen radicaal vereenvoudigen, de verspilling elimineren, en de vrijgekomen middelen investeren in publieke diensten die dat geld waard zijn.


Het Estse model: het beste belastingsysteem ter wereld

Estland staat twaalf jaar op rij op de eerste plaats van de OESO Tax Competitiveness Index (Tax Foundation 2025). Niet omdat het de laagste tarieven heeft. Het tarief is 22%. Maar omdat het systeem radicaal eenvoudig is.

De kernprincipes:

Radicale vereenvoudiging met behoud van progressiviteit. Estland heft een eenvoudig belastingsysteem met minimale uitzonderingen en een hoge belastingvrije som (€700/maand vanaf 2026). HART kiest niet voor een vlaktaks, maar neemt het Estse principe over: brede basis, weinig uitzonderingen, hoge belastingvrije som. België behoudt progressieve tarieven. Maar vereenvoudigt naar drie heldere schijven, verhoogt de belastingvrije som fors, en schrapt het overgrote deel van de aftrekposten. Concreet: belastingvrije som €16.000 per jaar (zodat die samenvalt met de bovengrens van de laagste schijf), gevolgd door 25% tot €16.000 (volledig gedekt door de belastingvrije som), 40% tot €27.000, en 50% boven €27.000. De progressiviteit zit in de sterk verhoogde belastingvrije som (zo blijven de eerste €16.000 van elk inkomen volledig onbelast) én in een vlakke maar brede 50%-schijf op middelhoge en hoge inkomens. Deze structuur werd getest met EUROMOD (zie kader onderaan §1): iedereen wint, geen enkel deciel verliest, de middenklasse wint het meest.

Bedrijfswinsten worden pas belast bij uitkering. Zolang een bedrijf zijn winst herinvesteert, betaalt het nul vennootschapsbelasting. Pas bij dividenduitkering aan aandeelhouders wordt 22% geheven. Dit stimuleert investeringen, groei en werkgelegenheid. Zonder subsidies, zonder complexe aftrekken, zonder achterpoortjes.

Onroerendgoedbelasting alleen op grondwaarde. Geen belasting op gebouwen of verbeteringen. Alleen op de grond. Dit ontmoedigt speculatie en moedigt ontwikkeling aan, zonder huiseigenaars te straffen voor renovatie.

Digitale aangifte in drie minuten. De Estse belastingdienst vult de aangifte vooraf in op basis van gegevens uit het X-Road-systeem. De burger controleert en bevestigt. In 2024 deed 98% van de Esten zijn aangifte digitaal. De gemiddelde doorlooptijd: drie minuten. In België vereist dezelfde aangifte uren, een boekhouder, en soms een advocaat.

Vrijwel geen uitzonderingen. Estland kent bijna geen aftrekposten, geen speciale tarieven, geen fiscale cadeaus voor specifieke sectoren. Het resultaat: een brede belastingbasis, lage tarieven, hoge compliance, minimale fraude, en een systeem dat iedereen begrijpt.

De les: Een goed belastingsysteem is niet een systeem met de laagste tarieven. Het is een systeem met de breedste basis, de minste uitzonderingen, en de laagste administratieve kosten. Estland bewijst dat eenvoud meer oplevert dan complexiteit. Voor de staat én voor de burger.


1. Radicale vereenvoudiging: schrap de uitzonderingen, verlaag de tarieven

Het probleem

België kent naar schatting €38 miljard aan belastinguitgaven (IMF Article IV 2026, equivalent in euro's van 2025): aftrekposten, vrijstellingen, verlaagde btw-tarieven en speciale regimes die in de loop der decennia zijn opgestapeld. Elke uitzondering had ooit een reden, maar het geheel is een ondoordringbaar kluwen geworden dat de middenklasse benadeelt (wie geen fiscaal adviseur kan betalen, mist de voordelen), de belastingbasis uitholt (elke uitzondering verlaagt de opbrengst, waardoor de tarieven op de resterende basis hoger moeten), administratieve kosten genereert (voor de overheid én voor de burger), en lobby's voedt (elke uitzondering heeft belangengroepen die haar verdedigen).

De werkbonus, de bijzondere bijdrage sociale zekerheid, de woonbonus, de dienstencheques, het pensioensparen, de salariswagens. Het zijn allemaal pleisters op een systeem dat fundamenteel kapot is. Elke nieuwe maatregel voegt complexiteit toe. HART wil het omgekeerde: het hele systeem vereenvoudigen zodat pleisters overbodig worden.

Wat we willen

Een fundamentele doorlichting van alle €38 miljard aan belastinguitgaven, met als doel minstens 40–60% te schrappen (€15–23 miljard) en de opbrengst te gebruiken voor twee dingen: lagere standaardtarieven en betere publieke diensten.

Concrete maatregelen

  • Onafhankelijke commissie naar het model van het Australische Tax Expenditure Statement: elke belastinguitgave wordt beoordeeld op effectiviteit (bereikt het zijn doel?), efficiëntie (tegen welke kost?), en rechtvaardigheid (wie profiteert?). Resultaten binnen 18 maanden, bindend advies aan het parlement.
  • Prioritaire afschaffingen (op basis van IMF- en OESO-aanbevelingen):
    • Verlaagde btw-tarieven die geen essentiële goederen betreffen: harmonisering naar één laag tarief voor voeding, water, energie, geneesmiddelen en openbaar vervoer (6%), en één standaardtarief voor al het overige (21%). Geschatte opbrengst: €2–4 miljard.
    • Dienstencheques: de fiscale aftrek komt disproportioneel ten goede aan hogere inkomens. Omvormen naar een inkomensafhankelijk systeem.
    • Pensioenspaarvoordelen die vooral kansrijke huishoudens bereiken: plafonneren en heroriënteren naar lage inkomens.
    • Salariswagens: het huidige systeem is een verkapte loonsubsidie die files, CO₂-uitstoot en sociale ongelijkheid vergroot. Afbouwen over vijf jaar met compensatie via nettoloon.
    • Fiscale gunstregimes die onder Pillar Two toch hun effect verliezen voor grote multinationals.
  • Vereenvoudiging personenbelasting naar Estlands principes: het huidige systeem met vier schijven (25%, 40%, 45% en 50%), honderden aftrekken en talloze bijzondere bijdragen vervangen door drie heldere schijven, een fors verhoogde belastingvrije som en maximaal tien aftrekposten. Concreet: belastingvrije som €16.000 per jaar (zodat die samenvalt met de bovengrens van de laagste schijf), 25% tot €16.000 (volledig gedekt door de belastingvrije som), 40% tot €27.000, 50% boven €27.000. Wie weinig verdient betaalt weinig of niets, wie meer verdient betaalt het volle tarief. Maar het systeem is begrijpelijk, eerlijk en beheersbaar zonder fiscalist.

De logica: Elke uitzondering die je schrapt, verlaagt het tarief dat je op de rest moet heffen. Hoe breder de basis, hoe lager het tarief kan zijn bij dezelfde opbrengst. Dit is precies wat Estland doet. En het is precies het tegenovergestelde van wat België al decennia doet.

EUROMOD-simulatie: wat gebeurt er in de praktijk

HART heeft deze hervorming getest met EUROMOD, het officiële microsimulatiemodel van de Europese Commissie (JRC) voor België 2025. Getoetst werden: belastingvrije som €16.000, schijven 16k/27k, tarieven 25%/40%/50%, in combinatie met een verhoging van het Groeipakket met 25% over de lijn (zie partijpunt Demografie).

Wijziging beschikbaar inkomen per huishouden, gemiddeld per jaar, per deciel:

Deciel Wijziging per jaar
D1 (laagste) +€520
D2 +€1.300
D3 +€1.862
D4 +€2.014
D5 +€2.091
D6 +€2.041
D7 +€2.061
D8 +€1.958
D9 +€1.635
D10 (hoogste) +€1.131

Macro-effecten:

  • Netto budgettaire kost: €8,42 miljard per jaar (personenbelasting + Groeipakket samen)
  • Gini-coëfficiënt (disposable income): −0,66 procentpunt (minder ongelijkheid)
  • Armoederisico (AROP): −0,91 procentpunt
  • Alleenstaande ouders: AROP −2,52 pp, voor vrouwelijke alleenstaande ouders −3,04 pp
  • Koppels met twee kinderen: AROP −1,59 pp
  • Kinderen 0–17 jaar: AROP −1,53 pp
  • Iedereen wint: geen enkel deciel verliest. Middenklasse (D3–D7) wint het meest (€1.862–€2.091/jaar = €155–€174/maand). De hoogste 10% wint het minst (+€1.131/jaar = +1,1%).

Waarom deze structuur? Een eerste ontwerp ging uit van schijven tot €20k/€38k met een toptarief van 60% boven €50.000. Opeenvolgende EUROMOD-tests toonden dat deze combinatie — belastingvrije som €16.000 die exact samenvalt met de bovengrens van de laagste schijf, een tweede schijf van 40% tot €27.000 en een vlak toptarief van 50% daarboven — zowel de middenklasse als de laagste decielen materieel doet winnen, terwijl het topdeciel slechts minimaal (+1,1%) voordeel haalt. De drempel op €27.000 ligt dicht bij de huidige wettelijke schijf van €28.880 (AJ 2026) maar geeft meer ruimte aan de middenklasse. Dit is geen ideologische keuze, maar een rekenresultaat: de structuur volgt uit het doel (middenklasse versterken, armoede verminderen, geen budgettaire ontsporing), niet omgekeerd.


2. Bedrijfsbelasting: het Estse investeringsmodel

Het probleem

Het Belgische vennootschapsbelastingtarief bedraagt 25% (20% voor KMO's op de eerste €100.000). Maar het effectieve tarief varieert wild door een lappendeken aan aftrekken: de Innovation Income Deduction (effectief ~3,75%), de 80%-vrijstelling op O&O-loonheffing, de investeringsaftrek, de DBI-aftrek, restanten van de notionele interestaftrek. Het resultaat: complexiteit, rechtsongelijkheid, en een systeem dat fiscale planners beloont in plaats van ondernemers.

Wat we willen

Een verschuiving naar het Estse model: geen belasting op geherinvesteerde winst, normale belasting op uitgekeerde winst. Dit elimineert de noodzaak voor tientallen aftrekken en stimuleert investeringen direct. Zonder dat de overheid hoeft te bepalen welke investeringen "goed" zijn.

Concrete maatregelen

  • Vennootschapsbelasting hervormen naar uitkeringsmodel: bedrijfswinsten die worden geherinvesteerd zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Bij uitkering als dividend wordt het standaardtarief geheven (25%, of 20% voor KMO's). Dit vervangt het huidige systeem van aftrekken en uitzonderingen door één eenvoudige regel: investeer en groei belastingvrij, keer uit en betaal.
  • Afschaffing van de meeste vennootschapsbelastingaftrekken die overbodig worden in het uitkeringsmodel: notionele interestaftrek (restanten), bepaalde investeringsaftrekken, en sectorspecifieke gunstregimes.
  • Behoud van gerichte O&O-instrumenten die Pillar Two-proof zijn: qualified refundable tax credits voor R&D (tellen als inkomen onder GloBE-regels, verlagen het effectieve tarief niet) en de substance-based income exclusions (5% materiële activa + 5% loonkosten).
  • KMO-tarief van 20% handhaven en uitbreiden naar de eerste €200.000 winst. KMO's vallen buiten Pillar Two (drempel: €750 miljoen omzet).

Waarom dit werkt: Estland bewijst het al dertig jaar. Bedrijven die hun winst herinvesteren groeien sneller, creëren meer banen, en dragen uiteindelijk meer bij dan bedrijven die hun winst uitkeren en belasting ontwijken via complexe structuren. Het systeem is transparant, eenvoudig te controleren, en elimineert de noodzaak voor een leger aan fiscalisten.


3. Cash afschaffen: volledige traceerbaarheid van elke transactie

Onze positie

HART wil cash geld volledig afschaffen. Elke transactie. Van een brood bij de bakker tot een internationale zakendeal. Moet digitaal en traceerbaar zijn. Dit is de meest directe manier om zwart werk, witwassen, drugshandel en belastingfraude te bestrijden.

De juridische realiteit

We erkennen dat dit vandaag juridisch niet mogelijk is. Artikel 128(1) van het EU-Werkingsverdrag kent eurobankbiljetten de status van wettig betaalmiddel toe. Het Europees Hof van Justitie oordeelde in januari 2021 (gevoegde zaken C-422/19 en C-423/19) dat aanvaarding van contant geld in beginsel verplicht is, al zijn proportionele beperkingen toegestaan mits alternatieve betaalmiddelen beschikbaar blijven. Een volledig cashverbod is onder huidig EU-recht niet haalbaar. De EU beweegt momenteel zelfs in de omgekeerde richting: de Raad bereikte in december 2025 een akkoord over versterking van de rol van cash.

Maar verdragen veranderen. De digitale euro is in ontwikkeling. En de trend is onomkeerbaar: in Zweden vindt nog slechts 10% van de winkeltransacties contant plaats. België heeft al een cashplafond van €3.000. De EU voert in 2027 een limiet van €10.000 in voor alle lidstaten.

Concrete maatregelen: nu al haalbaar

  • Verlaging cashplafond naar €500 voor alle consumententransacties. De laagste in Europa. Hogere bedragen uitsluitend digitaal.
  • Verplichte digitale betaalterminals voor alle handelszaken, contactberoepen en dienstverlenende bedrijven. Fiscale incentive: 120% investeringsaftrek voor de aanschaf.
  • Verplichte B2B-e-facturering vanaf 2026 (al ingepland) met uitbreiding naar B2C tegen 2028. Real-time rapportage aan de belastingdienst.
  • Digitale registratiekassa's verplicht voor alle horecazaken en contactberoepen.
  • Actief EU-lobby voor verdragswijziging die lidstaten toelaat contant geld uit te faseren, gekoppeld aan de invoering van de digitale euro.
  • Overgangsprogramma voor ouderen en digitaal kwetsbaren: gratis digitale geletterdheidsopleidingen, vereenvoudigde betaalapps met spraakondersteuning, en een overgangsperiode van vijf jaar met persoonlijke begeleiding via OCMW's en bibliotheken.

De Belgische schaduweconomie bedraagt naar schatting 15–18% van het bbp (Schneider-schattingen, meest recente data: 17,8% in 2015): tientallen miljarden euro's per jaar. Professor Schneider (de leidende expert) schat het effect van volledige cash-eliminatie op 10–20% reductie van de schaduweconomie. Dat is €1,5–3,5 miljard extra per jaar. Maar het echte doel is breder: een maatschappij waarin iedereen bijdraagt aan het systeem waarvan iedereen profiteert.


4. Proactieve overheid: de burger niet opzoeken, maar vinden

Het probleem

In België moet je als burger zelf uitzoeken waar je recht op hebt, het juiste formulier vinden bij de juiste instelling, het correct invullen, en dan wachten. Veel rechthebbenden ontvangen hun uitkeringen niet ("non-take-up") omdat ze niet weten dat ze er recht op hebben. Tegelijkertijd betaalt de overheid miljarden aan administratiekosten voor het beheren van duizenden instellingen die elk hun eigen systemen, definities en procedures hanteren.

Het Estse ideaal

In Estland werkt het omgekeerd. Het X-Road-systeem verbindt alle overheidsdatabanken. Bij de geboorte van een kind ontvangen ouders automatisch een aanbod van gezinsuitkeringen. Bij het verliezen van een baan wordt de werkloosheidsuitkering proactief aangeboden. De belastingaangifte is vooraf ingevuld. Niemand hoeft formulieren in te vullen, in de rij te staan, of een advocaat in te huren. De staat weet wat je nodig hebt en biedt het aan. Tenzij je weigert. De tevredenheid met overheidsdiensten bedraagt 83% (OESO 2024): ver boven het OESO-gemiddelde van 66%.

Concrete maatregelen

  • De Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) upgraden naar een volwaardig proactief platform, vergelijkbaar met Estlands X-Road. De KSZ bestaat al 35 jaar (opgericht in 1990) en verbindt al duizenden instellingen. Maar wordt nog te weinig gebruikt voor automatische toekenning van rechten.
  • Harmonisering van inkomensdefinities tussen FOD Financiën, RIZIV, RVA, OCMW's en de gewesten. Vandaag hanteert elke instelling een eigen definitie van "inkomen". De grootste technische barrière voor data-integratie.
  • Centraal vermogensregister: een register van alle bankrekeningen, effectenportefeuilles en verzekeringscontracten, toegankelijk voor belasting- en socialezekerheidsdiensten. Dit is een voorwaarde voor zowel een eerlijke vermogensbelasting als voor automatische middelentoetsing.
  • Automatische toekenning van rechten waar data compleet is: verhoogde tegemoetkoming, kinderbijslagtoeslag, energiepremie, studietoelagen. Geen aanvraag meer. De overheid berekent, biedt aan, en keert uit.
  • Digitale belastingaangifte als standaard: de vooraf ingevulde aangifte (Tax-on-web) uitbreiden zodat 95%+ zonder manuele interventie kan worden ingediend. Doel: gemiddelde doorlooptijd van drie minuten, naar Estlands voorbeeld.
  • Eén digitaal overheidsprofiel per burger: alle interacties met de overheid. Belastingen, sociale zekerheid, gezondheidszorg, onderwijs, justitie. Via één platform, met volledige transparantie over wie welke data gebruikt.

Geschatte besparing: €1–3 miljard per jaar aan administratieve kosten door eliminatie van dubbele systemen, vermindering van papieren procedures, en automatisering van routinebeslissingen. Plus onberekenbare winst in vertrouwen. Het fundament van het Deense model.


5. Europese gelijke spelregels: harmonisering

De stand van zaken

De mondiale minimumbelasting van 15% (Pillar Two) is het grootste succes in internationale belastingcoördinatie in een generatie: meer dan 55 landen hebben wetgeving omgezet, en nog eens tien zijn bezig met ontwerpen. België implementeerde de QDMTT en IIR per 1 januari 2024 en de UTPR per 1 januari 2025. Maar het systeem staat onder druk: de VS trok zich terug onder Trump, en het Europees voorstel voor een gemeenschappelijke grondslag (BEFIT) komt niet van de grond door het unanimiteitsvereiste met name Hongarije, maar ook Ierland, Luxemburg, Nederland, Cyprus en Malta hebben herhaaldelijk hervormingen geblokkeerd.

Concrete maatregelen

  • Actief pleiten voor gekwalificeerde meerderheid (QMV) voor directe belastingmaatregelen in de EU. Eén land mag niet langer de vooruitgang van 26 anderen kunnen blokkeren.
  • Steun voor uitbreiding van Pillar Two: verlaging van de omzetdrempel van €750 miljoen naar €250 miljoen, en verhoging van het minimumtarief naar 20% op middellange termijn.
  • Steun voor het BEFIT-voorstel: een gemeenschappelijke grondslag maakt winstverplaatsing tussen lidstaten onmogelijk en transparant.
  • België als geloofwaardige stem: een land dat zelf een eerlijk, eenvoudig en transparant belastingsysteem hanteert heeft meer moreel gezag aan de onderhandelingstafel dan een land dat klaagt over belastingparadijzen terwijl het zelf excess profit rulings uitdeelt.
  • Andere landen moeten gedwongen worden mee te werken. Of handelsoorlog, zelfs binnen de EU

6. Financiële raming

Maatregel Jaarlijkse opbrengst / kostprijs
Opbrengsten
Rationalisering belastinguitgaven (40–60% van €38 mld) +€15 – 23 miljard
Digitalisering + e-facturering + cashbeperkingen +€1,5 – 3,5 miljard
Vermogensregister + beperkte vermogenswinstbelasting +€2,0 – 3,5 miljard
Efficiëntiewinst proactieve overheid +€1,0 – 3,0 miljard
Totaal extra opbrengsten +€19,5 – 33,0 miljard
Besteding
Personenbelasting + Groeipakket (belastingvrije som €16.000, schijven 16k/27k, tarieven 25/40/50%, Groeipakket +25%) — EUROMOD 2025 -€8,42 miljard
Investering in publieke diensten (zorg, onderwijs, mobiliteit) -€5 – 10 miljard
Overgangsprogramma digitalisering (éénmalig gespreid) -€0,5 – 1,0 miljard
Totaal besteding -€13,5 – 19,0 miljard
Netto begrotingseffect +€0,5 – 19,5 miljard

De personenbelastingshervorming is empirisch getest via EUROMOD en komt samen met de Groeipakket-verhoging uit op een netto kost van €8,42 miljard. De structuur is zo gebouwd dat iedereen netto wint (geen enkel deciel verliest), maar de winst is sterk gericht op de middenklasse (€1.862–€2.091/jaar voor D3–D7) terwijl het topdeciel slechts +1,1% voordeel haalt. De rationalisering van €38 miljard belastinguitgaven komt daar bovenop: die opbrengst financiert de hervorming ruim en laat middelen over voor publieke investeringen en schuldafbouw. De rekensom is helder: elke euro die je bespaart op uitzonderingen, bureaucratie en fraude kan je investeren in betere diensten of in een eerlijker tariefstructuur. De keuze is niet "meer of minder belasting". De keuze is "verspilling of waarde".


Samenvatting: vijf partijpunten op één pagina

1. RADICAAL VEREENVOUDIGEN Doorlichting en afschaffing van minstens 40% van de €38 miljard aan belastinguitgaven. Minder aftrekken, minder uitzonderingen, minder achterpoortjes. De opbrengst gaat naar lagere standaardtarieven en betere diensten. Drie heldere schijven (25% tot €16k, 40% tot €27k, 50% daarboven), belastingvrije som van €16.000 die samenvalt met de bovengrens van de laagste schijf, maximaal tien aftrekposten. Getoetst met EUROMOD in combinatie met een Groeipakket-verhoging van 25%: netto kost €8,42 miljard, Gini daalt 0,66 procentpunt, armoederisico daalt 0,91 procentpunt, alleenstaande ouders zien hun armoederisico dalen met 2,52 procentpunt. Geen enkel deciel verliest, de middenklasse wint het meest.

2. ESTSE BEDRIJFSBELASTING Geen belasting op geherinvesteerde winst. Pas belast bij uitkering. Eenvoudig, transparant, investeringsvriendelijk. Weg met het kluwen aan aftrekken. KMO-tarief van 20% handhaven en uitbreiden.

3. CASHVRIJE SAMENLEVING Cash geld uitfaseren en op termijn afschaffen. Cashplafond naar €500, verplichte betaalterminals, e-facturering, digitale registratiekassa's. Actieve EU-lobby voor verdragswijziging. Overgangssteun voor ouderen en digitaal kwetsbaren.

4. PROACTIEVE OVERHEID Data-integratie naar Estlands X-Road-model via de Kruispuntbank. Automatische toekenning van rechten, centraal vermogensregister, digitale aangifte in drie minuten. De overheid vindt de burger. Niet omgekeerd.

5. EUROPESE GELIJKE SPELREGELS Gekwalificeerde meerderheid voor EU-belastingzaken. Uitbreiding Pillar Two. Steun voor BEFIT. België als geloofwaardig voorbeeld, niet als belastingparadijs.

Ons principe: Hoge belastingen zijn geen probleem. Zolang burgers voelen dat hun geld goed besteed wordt. In Denemarken betalen ze evenveel als wij en 88% is tevreden. In België betalen we evenveel en vrijwel niemand is tevreden. Het verschil is niet het bedrag. Het verschil is het systeem. HART wil niet minder belasting. HART wil betere belasting.