Partijprogramma Belastingen. HART Federale verkiezingen
Op basis van OESO Taxing Wages 2026, de International Tax Competitiveness Index 2025 van de Tax Foundation, de federale Inventaris van de fiscale uitgaven, IMF Article IV Belgium 2026, EUROMOD, en de Estse, Deense en Zweedse modellen
Onze diagnose: het probleem is niet de hoogte, maar de verspilling
België heeft een belastingdruk van 45,1% van het bbp (Eurostat, 2024): de derde hoogste van de EU. Denemarken zit op 45,5%. Vrijwel identiek. Maar vraag een Belg op straat wat hij van zijn belastingen vindt, en hij zegt: "Schandalig. Diefstal. Waar gaat mijn geld naartoe?" Vraag hetzelfde aan een Deen, en hij zegt: "Ja, het is veel. Maar we krijgen er enorm veel voor terug." In een Gallup-peiling voor de krant Berlingske (2014) zei 88% van de Denen dat ze met plezier belasting betalen. In België is dat ondenkbaar.
Het verschil is niet het tarief. Het verschil is wat je ervoor terugkrijgt en hoeveel er onderweg verloren gaat aan complexiteit, uitzonderingen, bureaucratie en inefficiëntie.
Alleen al in de sociale zekerheid wisselen ongeveer 3.000 actoren gegevens uit via de Kruispuntbank (2025). Er bestaan €39,4 miljard aan fiscale uitgaven (2023, federale Inventaris van de fiscale uitgaven): aftrekposten, vrijstellingen, verlaagde tarieven en speciale regimes. Het IMF vraagt om de posten te schrappen die inefficiënt zijn of geen beleidsprioriteit meer dienen (Article IV 2026). De belastingwetgeving telt duizenden pagina's, met honderden uitzonderingen die elk hun eigen lobby en administratie vereisen. Het resultaat: een systeem dat niemand begrijpt, dat de middenklasse en alleenstaanden onevenredig belast, en dat ondanks de hoogste belastingdruk op arbeid van de OESO onvoldoende oplevert voor de kwaliteit van publieke diensten.
De belastingwig voor een alleenstaande werknemer zonder kinderen op een gemiddeld loon bedraagt 52,5% (2025): de hoogste van de 38 OESO-landen. Van elke €100 die een werkgever aan loon uitgeeft, houdt de werknemer slechts €47,50 over. Het OESO-gemiddelde is €64,90. Voor een eenverdienersgezin met twee kinderen is de belastingwig 36,9%: een verschil van 15,6 procentpunt met de alleenstaande.
Onze stelling: Hoge belastingen zijn geen probleem als de servicegraad hoog is. Het Deense model bewijst dit: 88% betaalt met plezier belasting, bij een vergelijkbare belastingdruk (45,5% tegenover 45,1% in België). Het probleem in België is niet dat we te veel betalen. Het is dat we te weinig terugkrijgen. HART wil niet de belastingen verlagen en de dienstverlening uitkleden. HART wil de belastingen radicaal vereenvoudigen, de verspilling elimineren, en de vrijgekomen middelen investeren in publieke diensten die dat geld waard zijn.
Het Estse model: het beste belastingsysteem van de OESO
Estland stond in 2025 voor het twaalfde jaar op rij op de eerste plaats van de International Tax Competitiveness Index van de Tax Foundation, een rangschikking van de 38 OESO-landen (België: 30e). Niet omdat het de laagste tarieven heeft: de personenbelasting bedraagt 22% (2026) en werkgevers betalen 33% sociale belasting. Maar omdat het systeem radicaal eenvoudig is.
De kernprincipes:
Radicale vereenvoudiging met behoud van progressiviteit. Estland heft een eenvoudig belastingsysteem met minimale uitzonderingen en een belastingvrije som die voor iedereen gelijk is (€700 per maand sinds 2026). HART kiest niet voor een vlaktaks, maar neemt het Estse principe over: brede basis, weinig uitzonderingen, hoge belastingvrije som. België behoudt progressieve tarieven, maar vereenvoudigt naar drie heldere schijven, verhoogt de belastingvrije som fors, en schrapt het overgrote deel van de aftrekposten. Concreet: belastingvrije som €16.000 per jaar (zodat die samenvalt met de bovengrens van de laagste schijf), gevolgd door 25% tot €16.000 (volledig gedekt door de belastingvrije som), 40% tot €27.000, en 50% boven €27.000. De progressiviteit zit in de sterk verhoogde belastingvrije som (zo blijven de eerste €16.000 van elk inkomen volledig onbelast) én in een vlakke maar brede 50%-schijf op middelhoge en hoge inkomens. Deze structuur werd getest met EUROMOD, tegenover de belastingregels van 2025 (zie kader onderaan §1): iedereen wint, geen enkel deciel verliest, de middenklasse wint het meest.
Bedrijfswinsten worden pas belast bij uitkering. Zolang een Estisch bedrijf zijn winst herinvesteert, betaalt het nul vennootschapsbelasting. Pas bij uitkering aan aandeelhouders wordt 22% van de uitgekeerde winst geheven. Dit stimuleert investeringen, groei en werkgelegenheid. Zonder subsidies, zonder complexe aftrekken, zonder achterpoortjes. HART neemt dat model over met de Belgische tarieven (zie §2).
Onroerendgoedbelasting alleen op grondwaarde. In Estland wordt onroerend goed enkel op grondwaarde belast: geen belasting op gebouwen of verbeteringen. Dit ontmoedigt speculatie en moedigt ontwikkeling aan, zonder huiseigenaars te straffen voor renovatie. HART verschuift de onroerende voorheffing in die richting (zie partijpunt Wonen).
Digitale aangifte in enkele minuten. De Estse belastingdienst vult de aangifte vooraf in op basis van gegevens uit het X-Road-systeem. De burger controleert en bevestigt. 98% van de aangiften wordt elektronisch ingediend (aangifteperiode 2026), en voor de meeste Esten is dat een werk van enkele minuten. In België kost dezelfde aangifte wie aftrekposten heeft vaak uren, en niet zelden een boekhouder.
Vrijwel geen uitzonderingen. Estland kent bijna geen aftrekposten, geen speciale tarieven, geen fiscale cadeaus voor specifieke sectoren. Het resultaat: een brede belastingbasis, eenvoudige tarieven, hoge compliance, minimale fraude, en een systeem dat iedereen begrijpt.
De les: Een goed belastingsysteem is niet een systeem met de laagste tarieven. Het is een systeem met de breedste basis, de minste uitzonderingen, en de laagste administratieve kosten. Estland bewijst dat eenvoud meer oplevert dan complexiteit, voor de staat én voor de burger.
1. Radicale vereenvoudiging: schrap de uitzonderingen, verlaag de tarieven
Het probleem
België kent €39,4 miljard aan fiscale uitgaven (2023, federale Inventaris van de fiscale uitgaven): aftrekposten, vrijstellingen, verlaagde btw-tarieven en speciale regimes die in de loop der decennia zijn opgestapeld. Ruim 40% daarvan zijn verlaagde btw-tarieven en btw-vrijstellingen, waarvan €10,6 miljard op basisbehoeften zoals voeding, water en geneesmiddelen, die HART op 6% houdt. Elke uitzondering had ooit een reden, maar het geheel is een ondoordringbaar kluwen geworden dat de middenklasse benadeelt (wie geen fiscaal adviseur kan betalen, mist de voordelen), de belastingbasis uitholt (elke uitzondering verlaagt de opbrengst, waardoor de tarieven op de resterende basis hoger moeten), administratieve kosten genereert (voor de overheid én voor de burger), en lobby's voedt (elke uitzondering heeft belangengroepen die haar verdedigen).
De werkbonus, de bijzondere bijdrage sociale zekerheid, de dienstencheques, het pensioensparen, de salariswagens en vroeger de woonbonus: het zijn allemaal pleisters op een systeem dat fundamenteel kapot is. Elke nieuwe maatregel voegt complexiteit toe. HART wil het omgekeerde: het hele systeem vereenvoudigen zodat pleisters overbodig worden.
Wat we willen
Een fundamentele doorlichting van alle fiscale uitgaven, met als doel er minstens 40%, en tot 60%, van te schrappen en de opbrengst te gebruiken voor twee dingen: lagere standaardtarieven en betere publieke diensten. Wat zijn doel niet haalt, verdwijnt. Een maatregel telt pas mee in de financiering zodra hij een eigen raming heeft: de Inventaris telt statische bedragen op, en afschaffen levert nooit het volle bedrag op.
Concrete maatregelen
- Onafhankelijke commissie, met een jaarlijks overzicht naar het model van het Australische Tax Expenditures and Insights Statement: elke belastinguitgave wordt beoordeeld op effectiviteit (bereikt het zijn doel?), efficiëntie (tegen welke kost?), en rechtvaardigheid (wie profiteert?). Resultaten binnen 18 maanden, advies aan het parlement, waarop de regering binnen dertig dagen publiek en gemotiveerd antwoordt (art. 41 HART-grondwet).
- Prioritaire afschaffingen (op basis van IMF- en OESO-aanbevelingen):
- Verlaagde btw-tarieven die geen essentiële goederen betreffen: harmonisering naar één laag tarief voor voeding, water, energie, geneesmiddelen en openbaar vervoer (6%), en één standaardtarief voor al het overige (21%). Geschatte opbrengst (HART-raming): €2–4 miljard.
- Dienstencheques: de gebruikers hebben gemiddeld een hoger inkomen dan de niet-gebruikers (doorlichting 2018), terwijl de steun per cheque voor iedereen gelijk is. De fiscale aftrek bestaat alleen nog in Wallonië (afgeschaft in Vlaanderen sinds 2025 en in Brussel sinds 2026). Omvormen naar een inkomensafhankelijk systeem.
- Pensioenspaarvoordelen die vooral kansrijke huishoudens bereiken: plafonneren en heroriënteren naar lage inkomens.
- Salariswagens: het bestaande systeem is een verkapte loonsubsidie die files, CO₂-uitstoot en sociale ongelijkheid vergroot. Het regime dooft uit over acht jaar (zie partijpunt Mobiliteit); het vrijgekomen budget gaat naar de hervorming van de personenbelasting.
- Fiscale gunstregimes die onder Pillar Two toch hun effect verliezen voor grote multinationals.
- Vereenvoudiging personenbelasting naar Estlands principes: het bestaande systeem met vier schijven (25%, 40%, 45% en 50%), honderden aftrekken en talloze bijzondere bijdragen vervangen door drie heldere schijven, een fors verhoogde belastingvrije som en maximaal tien aftrekposten. Concreet: belastingvrije som €16.000 per jaar (zodat die samenvalt met de bovengrens van de laagste schijf), 25% tot €16.000 (volledig gedekt door de belastingvrije som), 40% tot €27.000, 50% boven €27.000. Die tarieven gelden bij het referentietarief van de deelstaten: de federatie bepaalt de grondslag, de belastingvrije som en de schijven, en elke deelstaat kiest zijn tarief binnen een band (art. 53 HART-grondwet). Wie weinig verdient betaalt weinig of niets, wie meer verdient betaalt het volle tarief. Maar het systeem is begrijpelijk, eerlijk en beheersbaar zonder fiscalist.
De logica: Elke uitzondering die je schrapt, verlaagt het tarief dat je op de rest moet heffen. Hoe breder de basis, hoe lager het tarief kan zijn bij dezelfde opbrengst. Dit is precies wat Estland doet. En het is precies het tegenovergestelde van wat België al decennia doet.
EUROMOD-simulatie: wat gebeurt er in de praktijk
HART heeft deze hervorming getest met EUROMOD, het officiële microsimulatiemodel van de Europese Commissie (JRC), tegenover de Belgische belastingregels van 2025. Getoetst werden: belastingvrije som €16.000, schijven 16k/27k, tarieven 25%/40%/50%, in combinatie met een verhoging van het Groeipakket met 25% over de lijn (zie partijpunt Demografie).
Wijziging beschikbaar inkomen per huishouden, gemiddeld per jaar, per deciel (tegenover de belastingregels van 2025):
| Deciel | Wijziging per jaar |
|---|---|
| D1 (laagste) | +€520 |
| D2 | +€1.300 |
| D3 | +€1.862 |
| D4 | +€2.014 |
| D5 | +€2.091 |
| D6 | +€2.041 |
| D7 | +€2.061 |
| D8 | +€1.958 |
| D9 | +€1.635 |
| D10 (hoogste) | +€1.131 |
Macro-effecten (tegenover de belastingregels van 2025):
- Netto budgettaire kost: €8,42 miljard per jaar (personenbelasting + Groeipakket samen)
- Gini-coëfficiënt (beschikbaar inkomen): −0,66 procentpunt (minder ongelijkheid)
- Armoederisico (AROP): −0,91 procentpunt
- Alleenstaande ouders: AROP −2,52 pp, voor vrouwelijke alleenstaande ouders −3,04 pp
- Koppels met twee kinderen: AROP −1,59 pp
- Kinderen 0–17 jaar: AROP −1,53 pp
- Iedereen wint: geen enkel deciel verliest. Middenklasse (D3–D7) wint het meest (€1.862–€2.091/jaar = €155–€174/maand). De hoogste 10% wint relatief het minst (+€1.131/jaar = +1,1%).
Waarom deze structuur? Een eerste ontwerp ging uit van schijven tot €20k/€38k met een toptarief van 60% boven €50.000. Opeenvolgende EUROMOD-tests toonden dat deze combinatie (een belastingvrije som van €16.000 die exact samenvalt met de bovengrens van de laagste schijf, een tweede schijf van 40% tot €27.000 en een vlak toptarief van 50% daarboven) zowel de middenklasse als de laagste decielen materieel doet winnen, terwijl het topdeciel slechts minimaal (+1,1%) voordeel haalt. De drempel op €27.000 ligt dicht bij de wettelijke schijfgrens van €28.800 (aanslagjaar 2026); de middenklasse wint vooral door de veel hogere belastingvrije som. Dit is geen ideologische keuze, maar een rekenresultaat: de structuur volgt uit het doel (middenklasse versterken, armoede verminderen, geen budgettaire ontsporing), niet omgekeerd.
2. Bedrijfsbelasting: het Estse investeringsmodel
Het probleem
Het Belgische vennootschapsbelastingtarief bedraagt 25% (20% voor KMO's op de eerste €100.000). Maar het effectieve tarief varieert wild door een lappendeken aan aftrekken: de Innovation Income Deduction (effectief ~3,75%), de 80%-vrijstelling op O&O-loonheffing, de investeringsaftrek, de DBI-aftrek, restanten van de notionele interestaftrek. Het resultaat: complexiteit, rechtsongelijkheid, en een systeem dat fiscale planners beloont in plaats van ondernemers.
Wat we willen
Een verschuiving naar het Estse model: geen belasting op geherinvesteerde winst, normale belasting op uitgekeerde winst. Dit elimineert de noodzaak voor tientallen aftrekken en stimuleert investeringen direct, zonder dat de overheid hoeft te bepalen welke investeringen "goed" zijn.
Concrete maatregelen
- Vennootschapsbelasting hervormen naar uitkeringsmodel: bedrijfswinsten die worden geherinvesteerd zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Bij uitkering als dividend wordt het standaardtarief geheven (25%, of 20% voor KMO's). Dit vervangt het bestaande systeem van aftrekken en uitzonderingen door één eenvoudige regel: investeer en groei belastingvrij, keer uit en betaal.
- Afschaffing van de meeste vennootschapsbelastingaftrekken die overbodig worden in het uitkeringsmodel: notionele interestaftrek (restanten), bepaalde investeringsaftrekken, en sectorspecifieke gunstregimes.
- Behoud van gerichte O&O-instrumenten die Pillar Two-proof zijn: qualified refundable tax credits voor R&D (tellen als inkomen onder de GloBE-regels en wegen daardoor veel minder op het effectieve tarief dan een gewone belastingvermindering) en de substance-based income exclusions (5% materiële activa + 5% loonkosten).
- KMO-tarief van 20% handhaven en uitbreiden naar de eerste €200.000 winst. KMO's vallen buiten Pillar Two (drempel: €750 miljoen omzet).
Waarom dit werkt: Estland past dit model toe sinds 2000. Bedrijven die hun winst herinvesteren groeien sneller, creëren meer banen, en dragen uiteindelijk meer bij dan bedrijven die hun winst uitkeren en belasting ontwijken via complexe structuren. Het systeem is transparant, eenvoudig te controleren, en elimineert de noodzaak voor een leger aan fiscalisten.
3. Cash afschaffen: volledige traceerbaarheid van elke transactie
Onze positie
HART wil cash geld volledig afschaffen. Elke transactie, van een brood bij de bakker tot een internationale zakendeal, moet digitaal en traceerbaar zijn. Dit is de meest directe manier om zwart werk, witwassen, drugshandel en belastingfraude te bestrijden.
De juridische realiteit
We erkennen dat dit binnen het bestaande EU-recht juridisch niet mogelijk is. Artikel 128(1) van het EU-Werkingsverdrag kent eurobankbiljetten de status van wettig betaalmiddel toe. Het Europees Hof van Justitie oordeelde in januari 2021 (gevoegde zaken C-422/19 en C-423/19) dat aanvaarding van contant geld in beginsel verplicht is, al zijn proportionele beperkingen toegestaan mits alternatieve betaalmiddelen beschikbaar blijven. Een volledig cashverbod is onder het bestaande EU-recht niet haalbaar. De EU beweegt eerder in de omgekeerde richting: in december 2025 legde de Raad een standpunt vast dat de rol van contant geld als wettig betaalmiddel versterkt.
Maar verdragen veranderen. De digitale euro is in ontwikkeling. En de trend is onomkeerbaar: in Zweden betaalde nog slechts 5% van de mensen zijn laatste aankoop in een winkel contant (2025), tegenover 40% vijftien jaar eerder. België verbiedt contante betalingen boven €3.000, op enkele uitzonderingen na, zoals betalingen tussen particulieren. Vanaf 10 juli 2027 geldt in de hele EU een limiet van €10.000.
Concrete maatregelen: binnen het bestaande EU-recht haalbaar
- Verlaging cashplafond naar €500 voor alle consumententransacties, even streng als Griekenland, dat de laagste grens van de EU hanteert. Hogere bedragen uitsluitend digitaal.
- Verplichte digitale betaalterminals voor alle handelszaken, contactberoepen en dienstverlenende bedrijven: de verplichting om minstens één elektronisch betaalmiddel aan te bieden (sinds 1 juli 2022) strikt handhaven en uitbreiden tot een volwaardige betaalterminal. Fiscale incentive: 120% investeringsaftrek voor de aanschaf.
- Verplichte e-facturering: voor B2B geldt ze sinds 1 januari 2026; HART breidt ze uit naar B2C, met real-time rapportage aan de belastingdienst.
- Digitale registratiekassa's verplicht voor alle horecazaken en contactberoepen: het geregistreerd kassasysteem (witte kassa), dat geldt voor horecazaken met meer dan €25.000 omzet uit maaltijden ter plaatse, wordt uitgebreid zonder drempel.
- Actieve EU-lobby voor verdragswijziging die lidstaten toelaat contant geld uit te faseren, gekoppeld aan de invoering van de digitale euro.
- Overgangsprogramma voor ouderen en digitaal kwetsbaren: gratis digitale geletterdheidsopleidingen, vereenvoudigde betaalapps met spraakondersteuning, en een overgangsperiode van vijf jaar met persoonlijke begeleiding via OCMW's en bibliotheken.
De Belgische schaduweconomie wordt geraamd op ongeveer 16% van het bbp (2022, studie voor het Europees Parlement, geciteerd door de Europese Commissie): tientallen miljarden euro's per jaar. Hoeveel een cashvrije samenleving daarvan terughaalt, is niet betrouwbaar te becijferen; HART rekent er in de financiering niet op. Maar het echte doel is breder: een maatschappij waarin iedereen bijdraagt aan het systeem waarvan iedereen profiteert.
4. Proactieve overheid: de burger niet opzoeken, maar vinden
Het probleem
In België moet je als burger zelf uitzoeken waar je recht op hebt, het juiste formulier vinden bij de juiste instelling, het correct invullen, en dan wachten. Veel rechthebbenden ontvangen hun uitkeringen niet ("non-take-up") omdat ze niet weten dat ze er recht op hebben. Tegelijkertijd betaalt de overheid miljarden aan administratiekosten voor het beheren van duizenden instellingen die elk hun eigen systemen, definities en procedures hanteren.
Het Estse ideaal
In Estland werkt het omgekeerd. Het X-Road-systeem verbindt alle overheidsdatabanken. Bij de geboorte van een kind ontvangen ouders automatisch een vooraf ingevuld aanbod van gezinsuitkeringen; ze hoeven enkel te bevestigen. De belastingaangifte is vooraf ingevuld. Niemand hoeft formulieren in te vullen, in de rij te staan, of een advocaat in te huren. De staat weet wat je nodig hebt en biedt het aan, tenzij je weigert. 83% van de Esten is tevreden over de administratieve diensten die ze gebruikten, ver boven het OESO-gemiddelde van 66% (OESO-vertrouwensenquête, 2024).
Concrete maatregelen
- De architectuur van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) opschalen tot een Belgische X-Road: één nationale data-uitwisselingslaag voor alle bestuursniveaus, uitgebaat door een onafhankelijke beheerder onder de regie van de FOD BOSA, waarin de zes dienstenintegratoren opgaan (zie partijpunt Digitale Overheid). De KSZ bestaat sinds 1990 en verbindt ongeveer 3.000 actoren (2025), maar haar netwerk wordt nog te weinig gebruikt voor automatische toekenning van rechten.
- Harmonisering van inkomensdefinities tussen FOD Financiën, RIZIV, de socialezekerheidsinstellingen, OCMW's en de deelstaten. Elke instelling hanteert een eigen definitie van "inkomen". Dat is een van de grootste technische drempels voor data-integratie.
- Centraal vermogensregister: een register van alle bankrekeningen, effectenportefeuilles en verzekeringscontracten, voortbouwend op het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank, toegankelijk voor belasting- en socialezekerheidsdiensten. Dit is een voorwaarde voor zowel een eerlijke vermogensbelasting als voor automatische middelentoetsing.
- Automatische toekenning van rechten waar data compleet is: verhoogde tegemoetkoming, kinderbijslagtoeslag, energiepremie, studietoelagen. Geen aanvraag meer. De overheid berekent, biedt aan, en keert uit.
- Digitale belastingaangifte als standaard: de vooraf ingevulde aangifte (Tax-on-web) uitbreiden zodat 95%+ zonder manuele interventie kan worden ingediend. Doel: gemiddelde doorlooptijd van drie minuten, naar Estlands voorbeeld.
- Eén digitaal overheidsprofiel per burger: alle interacties met de overheid (belastingen, sociale zekerheid, gezondheidszorg, onderwijs, justitie) via één platform, met volledige transparantie over wie welke data gebruikt.
Besparing: minder administratieve kosten door eliminatie van dubbele systemen, vermindering van papieren procedures, en automatisering van routinebeslissingen. Die besparing zit in de besparingen van de staatshervorming (ziekenfondsen, de afbouw van de zes dienstenintegratoren, FOD Financiën) en wordt niet apart opgeteld. Daarbovenop komt een winst in vertrouwen die niet te berekenen is: het fundament van het Deense model.
5. Europese gelijke spelregels: harmonisering
De stand van zaken
De mondiale minimumbelasting van 15% (Pillar Two) is het grootste succes in internationale belastingcoördinatie in een generatie: tientallen landen hebben de regels ingevoerd, en in de EU verplicht een richtlijn van december 2022 alle lidstaten ertoe. België past de QDMTT en de IIR toe op boekjaren die beginnen vanaf 31 december 2023, de UTPR een jaar later. Maar het systeem staat onder druk: de Verenigde Staten namen in 2025 afstand van het akkoord, en sinds 2026 kunnen groepen met een Amerikaanse moedervennootschap via een "side-by-side"-regeling buiten de IIR en de UTPR blijven (OESO, januari 2026). Het Europese voorstel voor een gemeenschappelijke grondslag (BEFIT, 2023) komt niet van de grond door het unanimiteitsvereiste: één lidstaat kan alles tegenhouden, zoals Hongarije in 2022 de richtlijn over de minimumbelasting maandenlang blokkeerde.
Concrete maatregelen
- Actief pleiten voor gekwalificeerde meerderheid (QMV) voor directe belastingmaatregelen in de EU. Eén land mag niet langer de vooruitgang van 26 anderen kunnen blokkeren.
- Steun voor uitbreiding van Pillar Two: verlaging van de omzetdrempel van €750 miljoen naar €250 miljoen, en verhoging van het minimumtarief naar 20% op middellange termijn.
- Steun voor het BEFIT-voorstel: een gemeenschappelijke grondslag maakt winstverplaatsing tussen lidstaten veel moeilijker en transparant.
- België als geloofwaardige stem: een land dat zelf een eerlijk, eenvoudig en transparant belastingsysteem hanteert heeft meer moreel gezag aan de onderhandelingstafel dan een land dat klaagt over belastingparadijzen terwijl het zelf jarenlang excess profit rulings uitdeelde.
- Druk op wie blokkeert: andere landen moeten gedwongen worden mee te werken, desnoods met handelsmaatregelen tegen landen buiten de EU. Binnen de EU gaat HART voor versterkte samenwerking zonder de lidstaten die blokkeren.
6. Financiële raming
| Maatregel | Jaarlijkse opbrengst / kostprijs (op kruissnelheid) |
|---|---|
| Kost | |
| Personenbelasting + Groeipakket (belastingvrije som €16.000, schijven 16k/27k, tarieven 25/40/50%, Groeipakket +25%), EUROMOD, tegenover de belastingregels van 2025 | -€8,42 miljard |
| Dekking | |
| Besparingen staatshervorming (netto, zonder dubbeltellingen; komen geleidelijk) | +€1,5 – 3,0 miljard |
| Minder externe IT-consultancy, bovenop de staatshervorming | +€0 – 0,2 miljard |
| Verlaagde btw-tarieven buiten basisbehoeften naar 21% (vanaf dag één) | +€2 – 4 miljard |
| Uitdoving bedrijfswagenregime over acht jaar | +€2 – 3 miljard |
| Afbouw fossiele subsidies (geleidelijk) | +€5 – 8 miljard |
| Btw-fraude terugdringen tot het EU-gemiddelde of het Nederlandse niveau | +€0,6 – 2,3 miljard |
| Totaal dekking | +€11,1 – 20,5 miljard |
| Saldo op kruissnelheid | +€2,7 – 12,1 miljard |
De personenbelastingshervorming is empirisch getest via EUROMOD en komt samen met de Groeipakket-verhoging uit op een netto kost van €8,42 miljard, tegenover de belastingregels van 2025. Omdat de wet van 15 juli 2026 de belastingvrije som voor werkenden tegen inkomstenjaar 2030 al optrekt tot €15.600, ligt de echte meerkost bovenop dat beleid lager. De structuur is zo gebouwd dat iedereen netto wint (geen enkel deciel verliest), maar de winst is sterk gericht op de middenklasse (€1.862–€2.091/jaar voor D3–D7) terwijl het topdeciel slechts +1,1% voordeel haalt. HART voert de hervorming volledig en in één keer in, en laat ze ingaan op dezelfde dag als de maatregelen die haar dekken. Niet meegeteld, omdat een onderbouwde raming ontbreekt: bijkomende fiscale uitgaven zonder eigen raming, cashbeperking en een vermogensregister. De efficiëntiewinst van een proactieve overheid zit al in de besparingen van de staatshervorming. Tijdens de overgang kost het digitaliseringsprogramma tijdelijk €0,5–1,0 miljard per jaar. Wat overblijft, gaat eerst naar het terugdringen van het tekort en daarna naar betere publieke diensten, elk met een eigen financieringsplan. De rekensom is helder: elke euro die je bespaart op uitzonderingen, bureaucratie en fraude kan je investeren in betere diensten of in een eerlijker tariefstructuur. De keuze is niet "meer of minder belasting". De keuze is "verspilling of waarde".
Samenvatting: vijf partijpunten op één pagina
1. RADICAAL VEREENVOUDIGEN Doorlichting en afschaffing van minstens 40% van de €39,4 miljard aan fiscale uitgaven (2023). Minder aftrekken, minder uitzonderingen, minder achterpoortjes. De opbrengst gaat naar lagere standaardtarieven en betere diensten. Drie heldere schijven (25% tot €16k, 40% tot €27k, 50% daarboven), belastingvrije som van €16.000 die samenvalt met de bovengrens van de laagste schijf, maximaal tien aftrekposten. Getoetst met EUROMOD in combinatie met een Groeipakket-verhoging van 25%, tegenover de belastingregels van 2025: netto kost €8,42 miljard, Gini daalt 0,66 procentpunt, armoederisico daalt 0,91 procentpunt, alleenstaande ouders zien hun armoederisico dalen met 2,52 procentpunt. Geen enkel deciel verliest, de middenklasse wint het meest.
2. ESTSE BEDRIJFSBELASTING Geen belasting op geherinvesteerde winst. Pas belast bij uitkering. Eenvoudig, transparant, investeringsvriendelijk. Weg met het kluwen aan aftrekken. KMO-tarief van 20% handhaven en uitbreiden.
3. CASHVRIJE SAMENLEVING Cash geld uitfaseren en op termijn afschaffen. Cashplafond naar €500, verplichte betaalterminals, e-facturering, digitale registratiekassa's. Actieve EU-lobby voor verdragswijziging. Overgangssteun voor ouderen en digitaal kwetsbaren.
4. PROACTIEVE OVERHEID Een Belgische X-Road naar Ests model, gebouwd op de architectuur van de Kruispuntbank. Automatische toekenning van rechten, centraal vermogensregister, digitale aangifte in drie minuten. De overheid vindt de burger, niet omgekeerd.
5. EUROPESE GELIJKE SPELREGELS Gekwalificeerde meerderheid voor EU-belastingzaken. Uitbreiding Pillar Two. Steun voor BEFIT. België als geloofwaardig voorbeeld, niet als belastingparadijs.
Ons principe: Hoge belastingen zijn geen probleem, zolang burgers voelen dat hun geld goed besteed wordt. In Denemarken betalen ze evenveel als wij en betaalt 88% dat met plezier. In België betalen we evenveel en is dat gevoel ver te zoeken. Het verschil is niet het bedrag. Het verschil is het systeem. HART wil niet minder belasting. HART wil betere belasting.