arrow_back Alle partijpunten
Partijpunt 11 van 30

Loon en werkregeling

Kernprincipe: lonen moeten productiviteit volgen. Niet anciënniteit. Opleiding moet leiden naar werk. Niet naar hobby's op staatskosten. België betaalt zijn jongeren te weinig en zijn oudere werknemers te veel ten opzichte van hun productiviteit.

Kernprincipe: lonen moeten productiviteit volgen. Niet anciënniteit. Opleiding moet leiden naar werk. Niet naar hobby's op staatskosten.

België betaalt zijn jongeren te weinig en zijn oudere werknemers te veel ten opzichte van hun productiviteit. Tegelijkertijd investeert Vlaanderen €1,3 miljard per jaar in een versnipperd opleidingslandschap zonder centrale regie, terwijl 251 beroepen structureel niet ingevuld raken. HART wil een loonevolutie die het leven van jonge gezinnen draagbaar maakt, en een opleidingssysteem dat mensen naar werk leidt. Niet naar ademtherapie of paardencoaching.


De feiten

Indicator België Context
Loonprofiel naar leeftijd 60-plussers verdienen 31% boven het gemiddelde (Statbel); starters verdienen €2.510 bruto (Acerta) Een van de steilste leeftijd-loonprofielen in de EU (top 3-5)
Gemiddeld startloon (<25 jaar) €2.510 bruto/maand (~€1.850 netto) Gemiddeld bruto maandloon België: €4.076 (Statbel 2022)
Gemiddelde woningprijs (huizen) €329.468 (België); Vlaanderen: €367.595 Gemiddelde kopersleeftijd: 38 (VL), 41 (Brussel)
Betaalbaarheid jongeren 51% jonge starters: aankoop onmogelijk zonder ouderlijke steun Gemiddelde ouderlijke bijdrage: €58.000 (Immotheker Finotheker 2021)
Werkzaamheidsgraad 55-64 59,4% (2024) NL: ~75%, Zweden: ~78%, EU-gem.: ~65%
Deelname volwasseneneducatie 35,5% (LFS 2024, 25-64 jaar) EU-gem.: 28,1%. Doelstelling 2030: 60,9%
Knelpuntberoepen Vlaanderen 251 (VDAB 2025) Was 161 in 2017. Stijging al 8 jaar op rij
Vacaturegraad 4,7% (Vlaanderen 2024) België heeft de hoogste nationale vacaturegraad in de EU (Eurostat)
Opleidingsbudget Vlaanderen ~€1,3 mld/jaar (VDAB + Syntra + CVO + sectoraal) Verdeeld over 3 beleidsdomeinen, zonder centrale regie (Voka)
Federal Learning Account Afgeschaft op 1 januari 2026 (Arizona) Vervanging "individuele leerrekening" aangekondigd voor 2027

Bronnen: Statbel (Structure of Earnings Survey 2022; LFS 2024); Acerta sept. 2025; Notarisbarometer 2024/Q1 2025; Immotheker Finotheker 2021; VDAB Knelpuntberoepen 2025; Eurostat; NBB (Coppens & Saks, 2022); Voka "Leren om te groeien" 2025; Securex; FOD WASO.


11. Loonevolutie hervormen: sneller hoger voor jongeren, vlakker daarna

Standpunt: Het Belgische baremasysteem koppelt lonen automatisch aan anciënniteit. Niet aan productiviteit. Met nagenoeg 100% collectieve dekkingsgraad (OESO/AIAS) en wettelijk beschermde baremieke verhogingen (ook onder een loonnorm van 0%) stijgen lonen elk jaar ongeacht prestatie. Het resultaat: werknemers van 60+ verdienen 31% boven het nationaal gemiddelde (Statbel), terwijl starters gemiddeld €2.510 bruto verdienen (Acerta). Academisch onderzoek (Vandenberghe, Waltenberg & Rigo, UCLouvain, 2013) toont een negatief productiviteitsverschil van 20-40% voor oudere werknemers ten opzichte van werknemers in hun topjaren. Maar hun loonkosten blijven stijgen.

De gevolgen:

  • Voor jongeren: een gemiddeld startloon van €2.510 bruto (~€1.850 netto) tegenover een gemiddelde woningprijs van €367.595 in Vlaanderen (Notarisbarometer 2024, woonhuizen). Van de jonge starters zegt 51% dat een aankoop onmogelijk is zonder financiële steun van ouders. Gemiddeld €58.000 (Immotheker Finotheker 2021). De gemiddelde leeftijd van eerste kopers (koppels) is gestegen van 31 jaar (2007) naar 36 jaar (2019, Immotheker Finotheker): een verschuiving van vijf jaar in één generatie. Een groeiende generatiekloof in vermogensopbouw.
  • Voor 55-plussers: een werkzaamheidsgraad van slechts 59,4%. Circa zestien procentpunt lager dan Nederland (~75%). Recente NBB-data tonen dat ongeveer 9% van alle nieuw aangeworven werknemers ouder is dan 50. Een verbetering, maar nog steeds structureel laag. Van de werkzoekenden tussen 55 en 64 vindt slechts 10% binnen het jaar een nieuwe baan (Hoge Raad voor de Werkgelegenheid). De hoge loonkosten maken hen onaantrekkelijk voor werkgevers, ook als zij productief en gemotiveerd zijn.
  • Voor de economie: de Nationale Bank (Coppens & Saks, 2022) stelt vast dat werknemers met 5-10 jaar anciënniteit de gunstigste verhouding hebben tussen productiviteit en loonkost. Daarna neemt het economisch rendement af. Toch voorzien veel sectorale barema's automatische verhogingen gedurende 20 jaar of meer.

Wat de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid al in 2014 adviseerde: loonschalen moeten rekening houden met het afnemend rendement van ervaring. Sterk stijgend in het begin, geleidelijk afvlakkend, en uiteindelijk stabiel. Dit advies is nooit uitgevoerd.

Wat de loonnormwet (1996, gewijzigd 2017) bepaalt: de wet begrenst de totale loongroei boven indexatie, maar indexeringen en baremieke verhogingen zijn steeds gegarandeerd. Ook bij een loonnorm van 0% (zoals in 2025-2026). De overheid kan barema's niet eenzijdig wijzigen; dat kan enkel via de sociale partners.

Wat we gaan doen:

  • Onderhandeling met de sociale partners voor een nieuw loonmodel waarin barema's worden afgevlakt na 10-15 jaar anciënniteit. In ruil: hogere instaplonen, zodat starters sneller een leefbaar nettoloon bereiken. Het principe: dezelfde totale loonsommassa, anders verdeeld over de loopbaan.
  • Wettelijk kader scheppen dat de sociale partners verplicht om binnen 3 jaar per sector een voorstel te formuleren voor afgevlakte loonschalen. Sectoren die geen voorstel indienen, krijgen een suppletieve regeling opgelegd via koninklijk besluit.
  • De loonnormwet aanpassen zodat baremieke verhogingen boven 15 jaar anciënniteit meetellen in de loonnorm. En dus niet langer automatisch beschermd zijn. Indexeringen blijven onverkort gegarandeerd.
  • Leeftijdsneutrale aanwerving stimuleren via een gerichte loonkostenverlaging voor werkgevers die 55-plussers aanwerven. Analoog aan de bestaande RSZ-korting voor jongeren.
  • De "loonkussen"-praktijk transparant maken. Veel werkgevers betalen boven het barema (het verschil heet "loonkussen"). HART wil dat cao's transparant vastleggen welk deel van het loon baremiek is en welk deel prestatie-gebonden. Zodat werknemers weten waarvoor ze betaald worden.

Wat HART niet wil: een race to the bottom. Oudere werknemers hebben recht op een eerlijk loon. Maar een systeem dat een bediende van 55 automatisch 76% duurder maakt dan een 25-jarige (Acerta, profit sector): ongeacht productiviteit. Is geen bescherming. Het is een uitsluitingsmechanisme.

Bewezen in: Zweden. Individuell lönesättning: sinds de jaren '90 worden lonen individueel vastgesteld binnen sectorale enveloppes, op basis van functie en prestatie. Resultaat: een van de vlakste leeftijd-loonprofielen in de OESO en een werkzaamheidsgraad 55-64 van ~78%. Denemarken. Ny løn (nieuw loon): sinds 1997-1998 in de publieke sector, met een basissalaris aangevuld met functie-, kwalificatie- en prestatiecomponenten. Duitsland. Het TVöD (2005-2006) verving leeftijdsgebonden loontrappen door zes ervaringsniveaus per loongroep, met hogere instaplonen en vlakkere progressie. Japan. Geleidelijke afbouw van het nenkō jōretsu-systeem sinds de jaren '90, waarbij bedrijven als Toyota en Sony prestatiecomponenten invoerden.


12. Levenslang leren: één regie, gericht op knelpuntberoepen

Standpunt: Vlaanderen investeert ~€1,3 miljard per jaar in opleiding (Voka-berekening), verdeeld over VDAB, de voormalige Syntra-structuur (nu versnipperd over VLAIO, het Departement WSE en VDAB), CVO's, 13 Centra voor Basiseducatie, en circa 38 sectorale opleidingsfondsen. Gefinancierd vanuit drie beleidsdomeinen (Economie, Onderwijs, Werk) zonder centraal masterplan. Voka concludeert: "Het huidige opleidingslandschap is sterk versnipperd." Ondertussen stijgt het aantal knelpuntberoepen al acht jaar op rij. Van 161 (2017) naar 251 (2025): en heeft België de hoogste nationale vacaturegraad in de EU.

Het federale opleidingsrecht: elke voltijdse werknemer in een bedrijf met 20+ werknemers heeft recht op 5 betaalde opleidingsdagen per jaar (Labour Deal 2022). Voor bedrijven met 10-19 werknemers geldt minimaal 1 dag; micro-ondernemingen (<10) zijn vrijgesteld. De Federal Learning Account. Het digitale platform om dit recht te registreren. Is op 1 januari 2026 afgeschaft door de Arizona-coalitie. Het onderliggende recht bestaat nog, maar er is geen registratie meer. Een vervangende "individuele leerrekening" is aangekondigd voor 2027, zonder concrete invulling.

Wat het onderzoek zegt over effectiviteit: de meest gezaghebbende meta-analyse (Card, Kluve & Weber, 2018; 857 schattingen uit 207 studies) toont dat opleidingsprogramma's op korte termijn nauwelijks effect hebben, maar na 1-2 jaar de tewerkstellingskans met 6,6 procentpunt verhogen en na 2+ jaar nog sterker werken. Belgisch onderzoek (Cockx, Lechner & Bollens, 2023, Labour Economics) toont in simulatie dat algoritmische toewijzing van werklozen aan opleidingen de tewerkstellingswinst met tot 20% kan verhogen. Meer dan één extra maand werk binnen 30 maanden. Een meer transparant beslismodel haalt 14-17% verbetering.

Wat niet werkt: het Nederlandse STAP-budget (€1.000/persoon, maart 2022 – januari 2024) werd na 22 maanden afgeschaft. Budgetronden van €34 miljoen waren binnen 2,5 uur uitgeput. Subsidies gingen naar ademtherapie, paardencoaching, beleggen in bitcoin en edelsteentherapie. De typische aanvrager was 30-40 jaar, reeds werkend. Het omgekeerde van de doelgroep. De les is onverbiddelijk: opleidingsbudgetten zonder kwaliteitscontrole en doelgroepafbakening leiden tot verspilling.

Wat we gaan doen:

  • Eén regisseur voor levenslang leren in Vlaanderen. Een Vlaamse Opleidingsautoriteit die VDAB-opleidingen, CVO-programma's, de voormalige Syntra-taken en sectorale fondsen coördineert. Niet één organisatie. Wel één strategie, één dataplatform, één aanspreekpunt voor werkzoekenden en werkgevers.
  • Opleidingsbudget koppelen aan knelpuntberoepen. Minstens 70% van de publiek gefinancierde opleidingsplaatsen moet gericht zijn op beroepen die op de VDAB-knelpuntlijst staan of door sectoren als kraapteberoep worden aangemeld. Hobbyopleidingen kunnen bestaan, maar niet op kosten van de belastingbetaler.
  • Een Vlaams Opleidingskrediet ter vervanging van de afgeschafte Federal Learning Account. Elke werknemer en werkzoekende krijgt een persoonlijk digitaal krediet van €500/jaar (cumuleerbaar tot €2.500 over 5 jaar), exclusief besteedbaar aan opleidingen die leiden tot een erkend certificaat in een knelpuntberoep of een door sectoren gevalideerde competentie. Geen open stelsel: enkel erkende opleidingsaanbieders komen in aanmerking, vooraf doorgelicht op kwaliteit en arbeidsmarktrelevantie.
  • Inkomensvervanging tijdens langere omscholing. Wie zich gedurende 6-12 maanden voltijds omschoolt naar een knelpuntberoep, ontvangt 70% van het vorige netto-inkomen (plafond €2.500/maand), gefinancierd uit de bestaande VDAB-middelen en sectorale fondsen. Het Zweedse omställningsstudiestöd (80% van het loon, max. 44 weken) toont dat dit werkt: twee derde van de deelnemers wisselde van beroep (PTK).
  • Werkgevers mede-verantwoordelijk. Het federale opleidingsrecht van 5 dagen per jaar (20+ werknemers) effectief handhaven. Werkgevers die structureel onder de norm blijven, betalen een solidariteitsbijdrage aan het sectoraal opleidingsfonds. Naar Duits model (Qualifizierungschancengesetz), waar subsidiepercentages variëren van 100% voor micro-ondernemingen tot 15% voor grote bedrijven.
  • Algoritmische matching. Het Belgisch onderzoek van Cockx, Lechner & Bollens toont in simulatie dat data-gedreven toewijzing van werklozen aan opleidingen de effectiviteit met tot 20% kan verhogen. VDAB moet dit structureel inzetten: niet elke werkloze dezelfde opleiding, maar de juiste opleiding voor de juiste persoon op basis van profiel, regio en arbeidsmarktvraag.
  • Kwaliteitscontrole als kern. Een onafhankelijke kwaliteitsinstelling beoordeelt alle erkende opleidingsaanbieders op twee criteria: tewerkstellingsresultaat na 12 maanden en cursistevaluatie. Aanbieders die structureel onder de drempel scoren, verliezen hun erkenning. Het Deense model. Tripartiet bestuurde opleidingscomités die cursusinhoud voortdurend actualiseren op basis van arbeidsmarktsignalen. Is het richtsnoer.

Wat HART expliciet niet wil: een open stelsel waarin publiek geld naar cursussen gaat zonder arbeidsmarktrelevantie. Het Nederlandse STAP-debacle en de Franse CPF-fraude (€43,2 mln fraude in 2021; circa 122.000 rijbewijsopleidingen gefinancierd in vijf maanden in 2024) tonen wat er gebeurt als je kwaliteitscontrole weglaat. Levenslang leren is geen recht op belastingvrije hobby's. Het is een investering in inzetbaarheid.

Bewezen in: Singapore. SkillsFuture: persoonlijk krediet van S$500-4.500, enkel besteedbaar bij erkende aanbieders, met kwaliteitstoezicht door SSG. Deelname steeg van 35% (2015) naar ~50% (2022); meer dan de helft van de loopbaanwisselaars vond binnen 6 maanden werk. Denemarken. AMU-systeem: ~3.000 kortlopende praktijkopleidingen via circa 80 scholen, tripartiet bestuurd, inkomensvervangend (VEU-godtgørelse = maximale werkloosheidsuitkering). Bedrijfsopleidingsdeelname: 87%. Zweden. Omställningsstudiestöd (2022): 80% van het loon tot 44 weken voor omscholing; 12.400 deelnemers in 2024, twee derde wisselde van beroep. Nederland. STAP-budget (maart 2022 – januari 2024): het perfecte anti-voorbeeld. Binnen 22 maanden afgeschaft wegens fraude, misbruik en totale afwezigheid van doelgroepsturing.


Samenvatting: wat HART gaat doen

Loonevolutie hervormen. Het Belgische baremasysteem is een 20e-eeuws relict dat jongeren te weinig betaalt en oudere werknemers onbetaalbaar maakt. Starters verdienen gemiddeld €2.510 bruto (Acerta) terwijl 60-plussers 31% boven het nationaal gemiddelde zitten (Statbel). Academisch onderzoek toont een negatief productiviteitsverschil van 20-40% voor oudere werknemers, maar hun loon blijft automatisch stijgen. Het gevolg: 51% van de jonge starters kan geen woning kopen zonder ouderlijke steun (gemiddeld €58.000), en slechts 10% van de werkzoekende 55-plussers vindt binnen het jaar een baan. HART wil dat loonschalen na 10-15 jaar anciënniteit afvlakken, in ruil voor hogere instaplonen. De sociale partners krijgen 3 jaar om per sector een voorstel uit te werken; sectoren die treuzelen krijgen een suppletieve regeling opgelegd. Baremieke verhogingen boven 15 jaar anciënniteit tellen voortaan mee in de loonnorm. Oudere werknemers worden goedkoper om aan te werven via een gerichte RSZ-korting. Zweden (~78% werkzaamheidsgraad 55-64), Denemarken, Duitsland en Japan bewijzen dat vlakkere loonprofielen samengaan met hogere werkzaamheid bij 55-plussers. Termijn: 3 tot 5 jaar.

Eén regie voor levenslang leren. Vlaanderen besteedt €1,3 miljard per jaar aan een opleidingslandschap zonder centraal masterplan. Verdeeld over VDAB, de restanten van Syntra, CVO's en circa 38 sectorale fondsen, vanuit drie beleidsdomeinen. Ondertussen heeft België met 251 knelpuntberoepen de hoogste nationale vacaturegraad in de EU. Een structureel matchingprobleem dat niet wordt opgelost door meer geld maar door betere sturing. HART wil één Vlaamse Opleidingsautoriteit die strategie, data en aansturing centraliseert. Minstens 70% van de publiek gefinancierde opleidingsplaatsen wordt gekoppeld aan knelpuntberoepen. Een Vlaams Opleidingskrediet van €500/jaar (cumuleerbaar tot €2.500) vervangt de afgeschafte Federal Learning Account, uitsluitend besteedbaar bij erkende aanbieders voor arbeidsmarktrelevante certificaten. Wie zich 6-12 maanden voltijds omschoolt naar een knelpuntberoep ontvangt 70% van het vorige netto-inkomen. Belgisch onderzoek (Cockx, Lechner & Bollens, 2023) toont in simulatie dat data-gedreven toewijzing van werklozen aan opleidingen de effectiviteit met tot 20% kan verhogen. Het Singaporese SkillsFuture en het Deense AMU-systeem bewijzen dat dit werkt. Het Nederlandse STAP-budget en de Franse CPF-fraude bewijzen wat er gebeurt als je kwaliteitscontrole weglaat. Termijn: 2 tot 3 jaar.


België betaalt zijn starters te weinig om een huis te kopen en zijn vijftigers te veel om aan te werven. Tegelijk investeert het miljarden in opleiding zonder regie, terwijl een kwart miljoen vacatures openstaat. Andere landen bewijzen dat het anders kan: vlakkere loonprofielen, gerichtere opleiding, meer mensen aan het werk. HART kiest voor een arbeidsmarkt die productiviteit beloont en talent ontwikkelt. Ongeacht leeftijd.