arrow_back Alle partijpunten
Partijpunt 12 van 30

Fiscaliteit

Kernprincipe: eenvoud, eerlijkheid en eigendomsopbouw. Belastingen moeten werk belonen, wonen betaalbaar maken en spaarders niet bestraffen.

Kernprincipe: eenvoud, eerlijkheid en eigendomsopbouw. Belastingen moeten werk belonen, wonen betaalbaar maken en spaarders niet bestraffen.

België heeft de hoogste belastingdruk op arbeid in de OESO (52,6%), een vastgoedwaardering uit 1975, een huwelijksquotiënt dat vrouwen thuis houdt, en een pensioenspaarsysteem waar banken en verzekeraars meer aan verdienen dan de spaarder. Tegelijk subsidieert de staat bedrijfswagens voor naar schatting €3 tot 6 miljard per jaar. Terwijl jonge gezinnen geen huis kunnen kopen. HART wil een belastingsysteem dat werken beloont, wonen ondersteunt en sparen eerlijk maakt. Niet door meer te belasten, maar door anders te belasten: bredere basis, lagere tarieven, minder uitzonderingen.


De feiten

Indicator België Context
Belastingdruk op arbeid 52,6% tax wedge (alleenstaande, gemiddeld loon) Hoogste in de OESO (gem.: 34,9%)
Bedrijfswagens 626.000 (FOD Mobiliteit 2024); 572.416 salariswagens (RSZ) 62% van alle nieuwe personenwagens. Fiscale kost: geschat €3-6 mld/jaar (FPB, projectie 2028)
Mobiliteitsbudget 77% van gebruikers besteedt het aan wonen (huur/hypotheek) Slechts 0,4% van alle werknemers maakt er gebruik van (~3% van rechthebbenden)
Kadastraal inkomen Gebaseerd op huurwaarden van 1 januari 1975 Laatste perequatie: 1980. Sindsdien alleen geïndexeerd
Huwelijksquotiënt Max. €13.460 overdraagbaar (AJ 2026) ~500.000 gezinnen profiteren; tot ~€6.000-6.500 belastingvoordeel/jaar
Bijverdienen gepensioneerden Onbeperkt bij 66+ met 45 jaar loopbaan Vervroegd gepensioneerden: max. €10.117/jaar, anders pensioenverlies
Belastingcompetitiviteit 30e van 38 OESO-landen (Tax Foundation ITCI 2025) Estland: 1e (al 12 jaar op rij)
Pensioensparen uitkering Gemiddeld €71.631 bij pensionering (FSMA) Vrouwen: €40.313. Mannen: €92.101. Onderste 10%: €143
Beurstaks (TOB) 0,35% aandelen; 1,32% kapitalisatiefondsen België heeft al een financiële transactietaks. Maar niet geharmoniseerd met de EU

Bronnen: OESO Taxing Wages 2025; Federaal Planbureau (Franckx & Hoornaert, juni 2025); RSZ Q4 2024; FOD Mobiliteit 2024; FOD Financiën; FSMA kostenonderzoek april 2024; Tax Foundation ITCI 2025; Securex; Acerta.


1. Woonbudget in plaats van bedrijfswagen

Standpunt: België subsidieert bedrijfswagens voor naar schatting €3 tot 6 miljard per jaar. HART wil het mobiliteitsbudget openstellen voor alle werknemers — niet alleen wie recht heeft op een bedrijfswagen — en beperken tot de eerste eigen woning. Budgetneutraal: geen nieuwe uitgave, maar een herallocatie van autosubsidie naar woonsubsidie. Zie het hoofdstuk Wonen voor de volledige uitwerking van het woonbudget, de aanbodzijdige maatregelen en de internationale vergelijkingen (Singapore CPF, mobiliteitsbudget pijler 2).


2. Kadastraal inkomen moderniseren

Standpunt: Het kadastraal inkomen (KI) is gebaseerd op geschatte huurwaarden van 1 januari 1975. HART wil een geleidelijke overgang naar marktconforme vastgoedwaardering (naar Nederlands WOZ-model), met bescherming van eigenaar-bewoners van één woning en financiële compensatie voor gemeenten. Zie het hoofdstuk Wonen voor de volledige uitwerking: KI-modernisering, progressieve vastgoedbelasting op basis van het aantal eigendommen (KI = 0 op de eerste bescheiden woning, vermenigvuldiging bij meervoudig bezit), en de koppeling met de bouwshift en verdichting.


3. Huwelijksquotiënt afschaffen: belastingen verlagen voor iedereen

Standpunt: Het huwelijksquotiënt laat toe dat tot 30% van het gezamenlijk netto beroepsinkomen wordt overgedragen naar de niet- of laagverdienende partner. Tot een maximum van €13.460 (AJ 2026). Het voordeel kan oplopen tot ~€6.000-6.500 per jaar (inclusief gemeentelijke opcentiemen, bij het 50%-marginaaltarief). Ongeveer 500.000 gezinnen profiteren (ABVV), waarvan 277.000 op arbeidsleeftijd (Ligue des Familles). Het systeem beloont eenverdienersgezinnen en bestraft tweeverdieners en alleenstaanden. Precies het omgekeerde van wat de arbeidsmarkt nodig heeft.

Wat het onderzoek zegt:

  • OESO Taxing Wages 2025: de belastingwig voor een alleenstaande in België is 52,6%, maar daalt naar 36,9% voor een eenverdienersgezin met 2 kinderen. Een verschil van meer dan 15 procentpunt, een van de grootste in de OESO. Tweede verdieners (75%+ vrouwen) worden fiscaal afgestraft als ze beginnen werken.
  • IMF (2021, Country Report 21/210): het huwelijksquotiënt "beloont disproportioneel hogere inkomens" en "ontmoedigt de tewerkstelling van bepaalde groepen vrouwen." Het IMF adviseert volledige afschaffing.
  • OESO Working Paper (Social, Employment & Migration nr. 76, Immervoll et al.): de analyse toont dat verlaging van de belasting voor tweede verdieners in België substantiële participatie-effecten zou genereren. Mogelijk zelffinancierend via hogere arbeidsparticipatie.
  • Europees Parlement (2025): gezamenlijke belastingstelsels leiden tot een "disproportioneel hogere marginale belastingdruk voor de tweede verdiener, die vaak een vrouw is."

Wat het Arizona-akkoord al voorziet: een geleidelijke afbouw: het maximum wordt gehalveerd tegen 2029 voor niet-gepensioneerden, met onmiddellijke indexbevriezing. Gepensioneerden krijgen een overgangsperiode van 20 jaar (1/20e per jaar). Compensatie via verhoging van de belastingvrije som naar €14.450 (AJ 2030), oplopend naar €15.600 (AJ 2031).

Wat we gaan doen:

  • Het huwelijksquotiënt volledig afschaffen binnen één legislatuur voor niet-gepensioneerden, met een overgangsperiode van maximaal 5 jaar.
  • Compensatie via de nieuwe tariefstructuur de vrijgekomen middelen vloeien terug naar alle belastingplichtigen via de hogere belastingvrije som en de verbrede lagere schijven (zie hoofdstuk Belastingen §1). Alleenstaanden, tweeverdieners en eenoudergezinnen profiteren het meest.
  • Gepensioneerden beschermen via een overgangsregeling van 10 jaar (sneller dan Arizona's 20 jaar). Gepensioneerde koppels waar één partner weinig eigen pensioen heeft, krijgen een specifieke pensioentoelage die het inkomstenverlies compenseert. Niet via de belastingcode, maar via de pensioenwetgeving.
  • Kinderlast apart behandelen. De kosten van kinderen zijn reëel en verdienen fiscale erkenning. Maar via de bestaande verhoogde belastingvrije som voor kinderen ten laste, niet via het huwelijksquotiënt.

Wat HART niet beloont: thuisblijven. Wie kiest om niet te werken heeft dat recht. Maar de belastingbetaler hoeft die keuze niet te subsidiëren. HART beloont arbeid, niet burgerlijke staat.

Bewezen in: Zweden. Individuele belasting sinds 1971. Onderzoek (Selin, 2014, International Tax and Public Finance) toont dat de tewerkstelling van vrouwen gehuwd met hoge inkomens significant steeg na de hervorming, vooral bij gezinnen met kinderen. Zweden bereikte het OESO-gemiddelde voor vrouwelijke participatie al in 1974. Drie jaar na de hervorming. Alle Noordse landen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland hanteren individuele belasting. Duitsland. Het Ehegattensplitting (nog vergaander dan België's systeem) staat onder groeiende druk tot afschaffing.


4. Financiële transactietaks optimaliseren

Standpunt: België heeft al een financiële transactietaks. De beurstaks (TOB), ingevoerd in 1927. Maar het systeem is onnodig complex (drie tarieven: 0,35% voor aandelen, 0,12% voor obligaties, 1,32% voor kapitalisatiefondsen) en niet gecoördineerd met buurlanden. De EU-brede FTT is na 14 jaar onderhandelen door de Europese Commissie aangekondigd voor intrekking (oktober 2025, als onderdeel van het Werkprogramma 2026). België moet zijn eigen taks moderniseren.

Wat we gaan doen:

  • De beurstaks vereenvoudigen tot één tarief op alle financiële transacties, naar model van de Britse stamp duty op aandelen (0,5% op aankoop). Het VK genereert hiermee £4,32 miljard per jaar (gecombineerde stamp duty en SDRT, 2024-25, HMRC): meer dan 40% afkomstig van buitenlandse investeerders. De Britse aandelentaks bestaat in haar oorspronkelijke vorm als stamp duty sinds 1694; de electronische SDRT werd ingevoerd in 1986.
  • Het issuance-principe toepassen: de taks volgt het bedrijf (Belgisch genoteerd = Belgische taks), niet de handelsplaats. Dit voorkomt de kapitaalvlucht die Zweden fataal werd in 1984-1991, toen 60% van het handelsvolume in de meest verhandelde aandelen naar Londen verhuisde.
  • Market maker-vrijstellingen behouden om liquiditeit te garanderen.
  • De Europese weg blijven bewandelen voor verdere harmonisatie, maar niet langer wachten op een EU-breed akkoord dat er na 14 jaar niet gekomen is.

Les uit het buitenland: de Zweedse transactietaks (1984-1991) is het schoolvoorbeeld van hoe het niet moet: te hoog tarief (1% per zijde), geen issuance-principe, geen market maker-vrijstelling. De obligatiehandel daalde 85% in de eerste week na invoering. De taks werd afgeschaft in 1991. Frankrijk heft sinds 2012 een TTF op grote beursgenoteerde bedrijven. Het tarief werd verhoogd naar 0,4% in april 2025, met een geschatte opbrengst van ~€2-2,5 miljard/jaar.

Bewezen in: Verenigd Koninkrijk. Stamp duty/SDRT op aandelen: 0,5% op aandelenaankopen, £4,32 mld gecombineerde opbrengst (2024-25). Frankrijk. TTF: 0,4% (sinds april 2025), ~€2-2,5 mld/jaar. Zweden. Het anti-voorbeeld: 60% handelsvolume vluchtte naar Londen, obligatiehandel daalde 85% in één week. Afgeschaft in 1991.


5. Gepensioneerden kunnen bijverdienen zonder straf

Standpunt: Gepensioneerden die de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt (66 jaar sinds 1 januari 2025; 67 vanaf 2030) met 45 jaar loopbaan mogen onbeperkt bijverdienen. Maar vervroegd gepensioneerden zonder 45 loopbaanjaren zitten vast aan een inkomenslimiet van €10.117/jaar als werknemer zonder personen ten laste (2025). Eén euro te veel, en het pensioen wordt proportioneel gekort. Of bij overschrijding met meer dan 100%: volledig geschorst voor het hele kalenderjaar. Een nieuwe flexi-job inkomenslimiet van €7.876/jaar voor vervroegd gepensioneerden (KB 2025) maakt het systeem nog complexer. De OESO identificeert België als uitschieter met "verplichte schorsing van vervroegd pensioen boven zeer lage inkomensgrenzen."

Wat we gaan doen:

  • Alle inkomensgrenzen voor bijverdienen afschaffen ook voor vervroegd gepensioneerden. Wie werkt, draagt bij via belastingen en RSZ. Dat is voldoende.
  • De pensioenval aanpakken door het pensioenverlies bij bijverdienen te vervangen door een degressieve integratie: elke extra verdiende euro wordt normaal belast, maar het pensioen wordt niet gekort. Geen cliff-effecten meer.
  • Flexi-jobs voor gepensioneerden behouden maar de nieuwe inkomenslimiet van €7.876/jaar voor vervroegd gepensioneerden afschaffen. Die maakt het systeem juist complexer.

Bewezen in: Duitsland. Hinzuverdienstgrenze voor vervroegd ouderdomspensioen volledig afgeschaft op 1 januari 2023; vanaf 2026 komt er een extra belastingvrijstelling (Aktivrente) van €2.000/maand voor werkende gepensioneerden na de wettelijke pensioenleeftijd. Nederland. Geen enkele inkomensbeperking bij de AOW (staatspensioen). Verenigd Koninkrijk. Volledig vrij bijverdienen naast het staatspensioen. Zweden. Gepensioneerden kunnen 25%, 50%, 75% of 100% pensioen trekken naast onbeperkt werk, met een verhoogde werkbonus voor 66-plussers.


6. Fiscale vereenvoudiging: bredere basis, lagere tarieven

Standpunt: België staat op de 30e plaats van 38 OESO-landen in de Tax Foundation's International Tax Competitiveness Index (2025). Estland staat al twaalf jaar op nummer 1. Met een eenvoudig systeem dat fraude bemoeilijkt en burgers ontzorgt. België's personenbelasting kent vier schijven (25%, 40%, 45%, 50%), waarbij het toptarief van 50% ingaat vanaf ~€49.840 (inkomensjaar 2025). De werkelijke complexiteit zit in de honderden aftrekposten, belastingverminderingen en uitzonderingsregelingen die het systeem ondoorzichtig maken. Fiscalisten geassocieerd met de Hoge Raad van Financiën beschreven het Belgische systeem als "een incoherent geheel" en "een emmer met vijftig gaten" (Wim Coumans, lid HRvF Afdeling Fiscaliteit; Bruno Peeters, professor fiscaal recht).

Wat we gaan doen:

  • Belastbare basis verbreden, tarieven herstructureren. Het principe: elke uitzondering die wordt geschrapt, financiert een herijking van de tarieven. Enkel aftrekposten waarvan het doel "bewezen en aanvaard" is blijven bestaan. Sturingsinstrumenten ("de vervuiler betaalt") en maatregelen die passen binnen de economische realiteit.
  • De tariefstructuur fundamenteel herzien. HART stapt af van de vier schijven (25/40/45/50%) en kiest voor drie heldere schijven met verlegde drempels: 25% tot €16.000, 40% tot €27.000, en 50% boven €27.000. De middenklasse krijgt ruimte en iedereen gaat er netto op vooruit, ook de top. Deze structuur is getest met EUROMOD (netto kost €8,42 mld gecombineerd met de Groeipakket-verhoging, Gini −0,66 pp, AROP −0,91 pp). Zie hoofdstuk Belastingen §1 voor de volledige EUROMOD-analyse en de decieltabel.
  • De belastingvrije som verhogen naar €16.000 per jaar, zodat die exact samenvalt met de bovengrens van de laagste schijf. De eerste €16.000 van elk inkomen is dus volledig vrijgesteld van belasting. Deze verhoging zit mee in de EUROMOD-getoetste structuur en vervangt de losse compensatietrajecten uit het Arizona-akkoord. Zodat lage lonen niets meer betalen en de middenklasse niet wordt vergeten.
  • Digitale aangifte naar Estisch model. Estland bereikt 98%+ elektronische aangiften; de meeste zijn vooraf ingevuld en in enkele minuten afgerond. België's Tax-on-web is een goed begin, maar HART wil naar een systeem waarbij 80%+ van de belastingplichtigen hun aangifte kan bevestigen met één klik. Zonder hulp van een boekhouder.
  • Fiscale niches systematisch evalueren. Elke vijf jaar wordt het volledige Inventaris van de Federale Fiscale Uitgaven doorgelicht op effectiviteit. Niches die hun doel niet bereiken, worden geschrapt.
  • Het duaal belastingmodel onderzoeken als structurele hervorming op middellange termijn. Het Noordse model belast alle kapitaalinkomen aan een vlak tarief (~25-30%) en behoudt progressieve tarieven op arbeid. Dit vermindert kapitaalvlucht en maakt het systeem structureel eenvoudiger.

Bewezen in: Estland. Vlaktaks van 22% (sinds 2025; verhoging naar 24% werd geannuleerd door het parlement), geen belasting op ingehouden bedrijfswinsten, minimale aftrekposten, 98%+ elektronische aangifte. Nr. 1 in fiscale competitiviteit sinds 2014. Belastingvrije drempel: €700/maand (uniform, vanaf 2026). Nieuw-Zeeland. Btw (GST) met bijna geen uitzonderingen (15%), ingevoerd in 1986 samen met diepe tariefverlagingen. De OESO noemt het "de schoonste btw ter wereld." Denemarken. Breed belastbaar inkomen, gematigde tarieven, hoge compliance. De Noordse landen. Duaal belastingmodel (arbeid progressief, kapitaal vlak) sinds 1987-1993.


7. Pensioensparen hervormen: één platform, lage kosten, vrije keuze

Standpunt: België heeft een lappendeken aan pensioenspaarproducten: groepsverzekering (2e pijler), VAPW, VAPZ, POZ, pensioensparen, langetermijnsparen. Elk met eigen regels, limieten en fiscale behandeling. De gemiddelde uitkering bij pensionering bedraagt slechts €71.631 (FSMA): met een genderkloof van meer dan €50.000 (mannen: €92.101, vrouwen: €40.313). 99% wordt als eenmalig kapitaal uitbetaald, niet als rente. Het FSMA-kostenonderzoek (april 2024) stelt vast dat er geen wettelijke kostenbeperking bestaat in de Belgische pensioenwetgeving. Tak 21-producten leverden jaren minder dan 1% gegarandeerd rendement. Terwijl brede aandelenindexen gemiddeld 7-10% per jaar halen. De werknemer heeft doorgaans geen keuze.

De huidige structuur:

  • 2e pijler (groepsverzekering/pensioenfonds): 4,56 mln aangeslotenen (1 jan. 2025), 78% dekkingsgraad (FSMA 2025). Circa 81% van de reserves bij verzekeraars (waarvan 86% in tak 21), 19% bij pensioenfondsen. WAP-minimumrendement: 2,50% sinds 1 januari 2025.
  • VAPW (vrij aanvullend pensioen werknemers): sinds 2019, max. 3% van referentieloon minus bestaande 2e pijler, 30% belastingvermindering. Lage participatie.
  • 3e pijler (pensioensparen): max. €1.050 (30% belastingvermindering) of €1.350 (25%) voor 2025-2026. Langetermijnsparen: max. €2.450 (bevroren op AJ 2025-niveau door de Arizona-coalitie tot minstens AJ 2030; 30% belastingvermindering).
  • Zelfstandigen: VAPZ (max. €4.000/jaar, tot 64% fiscaal recupereerbaar) en POZ (30% belastingvermindering, 10% eindbelasting).

Wat we gaan doen:

  • Eén digitaal pensioenspaarplatform oprichten, beheerd door een nieuw publiek pensioenfonds naar model van het Zweedse PPM en het Britse NEST. Het platform consolideert de 2e, 3e en 4e pijler op één plek. Één login, één overzicht, één keuze-architectuur.
  • De werknemer kiest zelf waarin wordt belegd. Niet de werkgever, niet de verzekeraar. Het platform biedt een beperkt aantal doorgelichte, laaggeprijsde fondsen aan (naar model van Zweden's Fondtorgsnämnden). Wie niet kiest, zit in een sterk default lifecycle-fonds (naar model van AP7 Såfa: ~0,05% beheerskosten. Minder dan een tiende van wat Belgische verzekeraars aanrekenen).
  • Wettelijke kostenlimieten invoeren. Het FSMA stelt vast dat er geen kostenplafond bestaat. HART wil een maximum van 0,5% jaarlijkse beheerskosten op het platform. Vergelijkbaar met het Britse NEST (0,3%) en PensionDanmark (0,63%).
  • VAPW, VAPZ, APZNP, POZ, pensioensparen en langetermijnsparen vereenvoudigen tot twee fiscale kaders: één voor werknemers en één voor zelfstandigen, beide via hetzelfde platform.
  • De WAP-rendementsgarantie hervormen. Het huidige systeem. Waarbij de werkgever 2,50% moet garanderen, ook in tak 23-fondsen. Ontmoedigt belegging in fondsen en verplicht de facto tot tak 21. HART wil de garantie vervangen door een collectieve vangnetgarantie op platformniveau, gefinancierd uit een klein percentage van de reserves. Zodat werknemers kunnen kiezen voor fondsen zonder dat hun werkgever het beleggingsrisico draagt.
  • Transparantie als recht. Elk jaar ontvangt elke aangeslotene een gestandaardiseerd kostenoverzicht: inleg, kosten, rendement, vergelijking met het default-fonds. Wie consistent meer betaalt dan het platformgemiddelde, krijgt een actieve melding.

Wat HART niet wil: vrije opname van pensioenkapitaal vóór pensioenleeftijd. Estland liet dit toe in 2021. Circa 20% van de deelnemers nam cumulatief ~€1,5 mld op over meerdere rondes, grotendeels besteed aan consumptie en schuldaflossing. De Nationale Bank van Estland projecteert dat pensioenen voor deze groep tot 30% lager zullen uitvallen. Een pensioenplatform is voor pensioen. Niet voor impulsaankopen.

Bewezen in: Zweden. PPM-systeem: werknemers kiezen uit doorgelichte fondsen voor 2,5% van hun pensioeninkomen. Het default-fonds AP7 Såfa beheert activa voor ~6 miljoen Zweden aan ~0,05% kosten. Een fractie van wat Belgische verzekeraars aanrekenen. Na het Falcon Funds-schandaal werden 269 fondsen geschrapt en een onafhankelijke selectie-instelling (Fondtorgsnämnden) opgericht. Verenigd Koninkrijk. NEST: 13,8 mln leden, £49,7 mld activa, 0,3% beheerskosten, 7,2% geannualiseerd rendement over 10 jaar. Slechts 8% opt-out (verwacht was 28%). Denemarken. PensionDanmark: ~€40 mld, 0,63% kosten, ~90% dekkingsgraad via cao's. Australië. YourSuper vergelijkingstool (ATO): kwartaalrapportage van kosten en rendement, verplichte prestatietoets, fondsenwisseling met één klik.


Samenvatting: wat HART gaat doen

Woonbudget in plaats van bedrijfswagen. Het mobiliteitsbudget openstellen voor alle werknemers, beperkt tot de eerste eigen woning. Budgetneutraal: herallocatie van autosubsidie naar woonsubsidie. Zie hoofdstuk Wonen. Termijn: 2 tot 3 jaar.

Kadastraal inkomen moderniseren. Overgang naar marktconforme waarderingen (WOZ-model), met bescherming van eigenaar-bewoners en compensatie voor gemeenten. Progressieve vastgoedbelasting: KI = 0 op de eerste bescheiden woning, vermenigvuldiging bij meervoudig bezit. Zie hoofdstuk Wonen. Termijn: 5 tot 10 jaar (gefaseerd).

Huwelijksquotiënt afschaffen. Het huwelijksquotiënt beloont eenverdienersgezinnen met tot €6.000-6.500/jaar en bestraft alleenstaanden en tweeverdieners. Het IMF, de OESO en het Europees Parlement adviseren afschaffing. Zweden schafte gezamenlijke belasting af in 1971. Drie jaar later lag de vrouwelijke arbeidsparticipatie al op het OESO-gemiddelde. HART schrapt het huwelijksquotiënt volledig voor niet-gepensioneerden binnen één legislatuur en verlaagt de belastingen voor iedereen via een hogere belastingvrije som en lagere tarieven. Gepensioneerden krijgen een overgangsperiode van 10 jaar met compensatie via de pensioenwetgeving. Termijn: 3 tot 5 jaar.

Beurstaks moderniseren. België heeft al een financiële transactietaks. Drie verschillende tarieven, onnodig complex. De EU-brede Tobintaks is na 14 jaar onderhandelen aangekondigd voor intrekking (oktober 2025). HART vereenvoudigt de beurstaks tot één tarief, met het issuance-principe (taks volgt het bedrijf, niet de handelsplaats) en market maker-vrijstellingen. Het Britse model (0,5%, £4,32 mld/jaar gecombineerd) toont dat een goed ontworpen FTT stabiel inkomsten genereert zonder kapitaalvlucht. Termijn: 1 tot 2 jaar.

Gepensioneerden vrij laten bijverdienen. Vervroegd gepensioneerden zitten vast aan een inkomenslimiet van €10.117/jaar. Één euro te veel en het pensioen wordt gekort of volledig geschorst. De OESO noemt België een uitschieter. HART schrapt alle inkomensgrenzen: wie werkt, betaalt belasting en RSZ, en dat is voldoende bijdrage. Duitsland schafte de Hinzuverdienstgrenze af in 2023; Nederland en het VK kennen helemaal geen beperkingen. Termijn: 1 jaar.

Fiscale vereenvoudiging. België staat 30e van 38 OESO-landen in fiscale competitiviteit. Fiscalisten van de Hoge Raad van Financiën beschrijven het systeem als "een emmer met vijftig gaten." HART wil een bredere belastbare basis, een herstructureerde tariefladder en systematische evaluatie van alle fiscale niches. De personenbelasting krijgt drie heldere schijven (25% tot €16k, 40% tot €27k, 50% daarboven) en een belastingvrije som van €16.000 die samenvalt met de bovengrens van de laagste schijf. Getoetst met EUROMOD (gecombineerd met de Groeipakket-verhoging): iedereen wint, de middenklasse wint het meest, het armoederisico daalt 0,91 procentpunt (zie hoofdstuk Belastingen §1). Digitale aangifte naar Estisch model: 80%+ met één klik. Op middellange termijn onderzoekt HART het Noordse duale belastingmodel als structurele hervorming. Termijn: 3 tot 5 jaar.

Pensioensparen hervormen via één platform. De gemiddelde pensioenuitkering bedraagt €71.631 (FSMA): voor vrouwen slechts €40.313. 99% wordt als eenmalig kapitaal uitbetaald. Er is geen wettelijk kostenplafond. Tak 21-producten leverden jaren minder dan 1%. HART richt één digitaal pensioenspaarplatform op, beheerd door een publiek pensioenfonds, met doorgelichte laaggeprijsde fondsen (max. 0,5% beheerskosten), een sterk default lifecycle-fonds, en volledige keuzevrijheid voor de werknemer. VAPW, VAPZ, POZ, pensioensparen en langetermijnsparen worden vereenvoudigd tot twee fiscale kaders op hetzelfde platform. De WAP-rendementsgarantie wordt hervormd naar een collectief vangnet, zodat werknemers voor fondsen kunnen kiezen zonder hun werkgever het risico op te zadelen. Het Zweedse PPM (~0,05% kosten), het Britse NEST (13,8 mln leden, 7,2% rendement) en het Deense PensionDanmark bewijzen dat het kan. Estlands experiment met vrije opname is het anti-voorbeeld: geprojecteerd 30% lagere pensioenen. Termijn: 3 tot 5 jaar.


België belast arbeid het zwaarst van alle OESO-landen, waardeert vastgoed op basis van een fictie uit 1975, bestraft alleenstaanden via het huwelijksquotiënt en laat verzekeraars graaien aan het pensioen van de gewone burger. Andere landen bewijzen dat het eerlijker, eenvoudiger en doeltreffender kan. HART kiest voor een belastingsysteem dat werk beloont, wonen ondersteunt en elke gespaarde euro maximaal laat renderen. Transparant, digitaal, en zonder tussenpersonen die meer verdienen dan de spaarder.

Fiscale codificatie als antwoord op Belgische belastingchaos

België heeft een van de meest complexe belastingstelsels ter wereld, en die complexiteit kost de samenleving jaarlijks miljarden euro's. Het Rekenhof, de Raad van State, het IMF en de Hoge Raad van Financiën stellen dit onafhankelijk van elkaar vast. De administratieve lasten voor ondernemingen en zelfstandigen bedragen volgens het Federaal Planbureau ruim €6 miljard per jaar, VBO FEB de hoogste belastingwig op arbeid van alle OESO-landen maakt het stelsel ondoorzichtig, Wikipedia en de FOD Financiën kan de twee grootste categorieën vrijstellingen van bedrijfsvoorheffing. Samen goed voor €2,34 miljard simpelweg niet controleren vanwege de complexiteit van de wetgeving. Site-Trends-NL Internationale vergelijkingen tonen aan dat het anders kan: Estland scoort al twaalf jaar op rij het hoogst op de Tax Competitiveness Index, Euronews +3 Nieuw-Zeeland bouwde een robuust consultatieproces dat al dertig jaar standhoudt, en Zweden bewees dat een ingrijpende "big bang"-hervorming politiek haalbaar is. University of Chicago Press Dit rapport analyseert de Belgische probleemstelling, vergelijkt internationale best practices, en formuleert concrete beleidsvoorstellen voor een fundamentele verbetering van de wetgevingskwaliteit.


Het Rekenhof documenteert een systeem dat zichzelf ondermijnt

Het Belgische Rekenhof heeft in opeenvolgende rapporten een vernietigend beeld geschetst van een fiscaal systeem dat zo complex is geworden dat het zijn eigen doeltreffendheid ondermijnt. De bevindingen zijn niet abstract. Ze vertalen zich in concrete misgelopen inkomsten en falend toezicht.

Het meest schrijnende voorbeeld betreft de vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Er bestaan tien categorieën van dergelijke vrijstellingen (nacht- en ploegenarbeid, O&O, overuren, sportbeoefenaars), die explosief groeiden van €198 miljoen in 2005 naar €2,9 miljard in 2017 een vervijftienvoudiging in twaalf jaar. Site-Trends-NL Het Rekenhof stelde vast dat er geen voorafgaande impactstudies aan de invoering voorafgingen en geen evaluaties werden uitgevoerd om het verband tussen de belastingvoordelen en de beleidsdoelstellingen aan te tonen. De wetgeving werd omschreven als "bijzonder ingewikkeld" met "onduidelijke formuleringen". Site-Trends-NL Het directe gevolg: de twee grootste vrijstellingscategorieën. Nacht-/ploegenarbeid (€1,43 miljard) en O&O (€911 miljoen): werden in 2017 en 2018 niet gecontroleerd door de fiscale administratie, precies vanwege die complexiteit. Site-Trends-NL

Bij de controle van kmo's in de vennootschapsbelasting documenteerde het Rekenhof dat het aantal belastingcontroleurs tussen 2016 en 2021 met 21% daalde driemaal sneller dan in andere departementen van de FOD Financiën. Visie De belastingopbrengsten uit controles daalden parallel: van €1,2 miljard aan bijkomende inkomsten in 2017 naar €865 miljoen in 2020. Visie Een ministerieel besluit uit 2017 dat beloofde vertrekkende controleurs één-op-één te vervangen, werd volgens het Rekenhof niet nagekomen. Visie

Over de in 2021 ingevoerde jaarlijkse taks op effectenrekeningen (0,15% boven €1 miljoen) FOD Financiën rapporteerde het Rekenhof in september 2024 dat de opbrengsten daalden van €470 miljoen in 2021 naar €362 miljoen in 2023 een daling van meer dan 20% in drie jaar. De oorzaak: toenemend gebruik van ontwijkingsmechanismen (omzetting naar aandelen op naam, splitsing van rekeningen, buitenlandse rekeningen), Pvda terwijl de antimisbruikbepalingen door het Grondwettelijk Hof werden vernietigd (arrest 138/2022). KBC Bank & Verzekeringtemp En bij de evaluatie van de Arizona-begroting 2026 noemde het Rekenhof de nieuwe meerwaardebelasting "te onzeker om structureel in te schrijven" Pvda en beschreef het de wetgeving als gekenmerkt door "grande complexité, combinée à des défis techniques et organisationnels". Le Vif


De Raad van State en het WIB92 illustreren structureel falen

De Raad van State vormt theoretisch de laatste verdedigingslinie voor wetgevingskwaliteit, maar in de praktijk is die linie doorbroken. Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove verklaarde publiek in 2019 dat er onvoldoende magistraten zijn om de vloed aan wetgeving te volgen: het aantal adviesaanvragen is vervijfvoudigd sinds de jaren tachtig, terwijl het aantal staatsraden Wikipedia in de afdeling wetgeving ongewijzigd bleef op twaalf leden sinds 1982. Wikipedia Het resultaat is dat de Raad soms geen advies of slechts oppervlakkig advies geeft. Wikipedia De kwaliteit van wetgeving noemde hij "vaak ondermaats en zichtbaar het resultaat van haastwerk". Wikipedia

Het probleem wordt verergerd door het systematische gebruik van hoogdringendheidsprocedures voor fiscale wetgeving. Belastingmaatregelen worden routinematig gebundeld in programmawetten die onder extreme tijdsdruk aan het einde van het jaar worden aangenomen. Bij hoogdringendheid beperkt de Raad van State zich tot een bevoegdheidscontrole. Er vindt geen inhoudelijke kwaliteitsbeoordeling plaats. Wikipedia

Het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB92) is het levende bewijs van dit structureel falen. De officiële consolidatie van het wetboek werd vanaf 2002 stopgezet op het portaal van ejustice staat letterlijk: "Het bijwerken van deze tekst is vanaf 2002 uitgesteld." Ejustice Gebruikers worden doorverwezen naar de FisconetPlus-databank. Het WIB92 wordt jaarlijks door meer dan vijftien afzonderlijke wetten en koninklijke besluiten gewijzigd. Het aantal codes op het aangifteformulier personenbelasting is volgens de Hoge Raad van Financiën in drie decennia ongeveer verdrievoudigd Jubel: van circa 260 naar meer dan 800 codes. Pas in het aanslagjaar 2026 daalde het Vlaamse formulier voor het eerst sinds 2015 onder de 800-codegrens (naar 780), door de afschaffing van verschillende federale en Vlaamse aftrekken door de Arizona-regering. Wolters Kluwer

De Hoge Raad van Financiën concludeerde in mei 2020 Hogeraadvanfinancien in een rapport van 367 pagina's dat het Belgische stelsel van personenbelasting "extreem ingewikkeld" is. Jubel Het hoogste tarief slaat toe bij een veel lager inkomensniveau dan in buurlanden, en de verschillende uitzonderingsstelsels vormen geen coherent geheel. Hogeraadvanfinancien Veelzeggend: de Hoge Raad slaagde er niet in tot een unaniem beleidsadvies te komen Jubel: het interne meningsverschil was zo groot dat het rapport jarenlang vertraagd werd. Visie


Compliance kost België miljarden en ondermijnt het draagvlak

De economische impact van fiscale complexiteit is meetbaar en substantieel. Het Federaal Planbureau rapporteerde in februari 2024 dat de administratieve lasten voor ondernemingen en zelfstandigen stegen van minder dan €5 miljard in 2020 naar €6 miljard in 2022 een toename van meer dan 20%. VBO FEB De Europese Raad schatte in 2020 de totale administratieve lasten voor Belgische bedrijven op circa €7 miljard per jaar, FOD Werkgelegenheid met fiscale en arbeidswetgeving als belangrijkste oorzaken. Tachtig procent van de ondernemingen rapporteerde een toename van fiscale administratieve lasten tussen 2020 en 2022. Voka

België heeft volgens de OESO de hoogste belastingwig op arbeid van alle geïndustrialiseerde landen FinestconsultAndersen: het verschil tussen wat werkgevers betalen en wat werknemers netto ontvangen is nergens groter. Wikipedia De totale belasting- en bijdragevoet bedraagt circa 55-57% van de commerciële winst, een van de hoogste in de OESO. Het IMF stelde in 2021 expliciet: "The Belgian tax system is complicated, even for experts with decades of experience." IMF eLibraryIMF eLibrary Het ITAA (Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants) meldde in 2023 dat 85% van de leden privépersonen helpt bij het invullen van hun belastingaangifte. Een direct gevolg van de complexiteit. ITAAWolterskluwer 94% van de ITAA-leden vindt onvoldoende talent, mede door de toenemende complexiteit van het beroep. ITAA

Belastingadviseur Van Havermaet vatte het samen: "De alleskunner in de fiscaliteit is een uitstervend ras. Je hebt specialisten nodig in vennootschapsbelasting, personenbelasting, internationaal, global mobility, innovatie, transfer pricing, btw óf vermogensplanning." Van Havermaet


Estland bewijst dat radicale eenvoud werkt

Estland voerde in 1994 als eerste post-Sovjet-land een vlaktaks in LOC en bouwde een volledig gedigitaliseerd belastingstelsel. Het land staat al twaalf opeenvolgende jaren op de eerste plaats van de Tax Foundation International Tax Competitiveness Index e-Residency of EstoniaEstonian World: de langste reeks ooit. Het Estse model rust op drie pijlers die elkaar versterken.

Ten eerste is er de structurele eenvoud: een vlaktaks van 22% op persoonlijk inkomen, Stateless +3 een belastingvrije som van €8.400 per jaar, Taxravens en. Het meest onderscheidende element. 0% vennootschapsbelasting op niet-uitgekeerde winsten. Belasting wordt pas geheven op het moment dat winst wordt uitgekeerd als dividend. Invest in EstoniaInvest in Estonia Er zijn geen successie-, schenk- of vermogenswinstbelastingen. Tax FoundationICAEW De onroerendgoedbelasting geldt uitsluitend op de grondwaarde, niet op gebouwen. Invest in Estonia

Ten tweede is er de digitale infrastructuur. Het e-MTA-platform, Azola Legal Services gebouwd op de X-Road-gegevensuitwisselingslaag, stelt burgers in staat hun belastingaangifte in gemiddeld 3 tot 7 minuten in te vullen. European Commission Sinds 2015 is er een one-click-aangifte beschikbaar: alle bekende gegevens worden automatisch ingevuld en de belastingplichtige hoeft slechts te bevestigen. 95% van alle aangiften wordt elektronisch ingediend. Belastingteruggaven worden binnen vijf werkdagen verwerkt. European Commission Het personeelsbestand van de belastingdienst daalde met 36,7% tussen 2003 en 2012 dankzij digitale efficiëntie. European Commission

Ten derde vertalen deze elementen zich in uitzonderlijk lage compliance-kosten: de vennootschapsbelastingcompliance vergt slechts 5 uur per jaar PwC: het laagste in de gehele OESO, waar het gemiddelde 42 uur bedraagt. Invest in Estonia België zit op 136 uur.

De kanttekeningen bij het Estse model zijn relevant voor België. Het systeem werkt goed in een kleine, digitaal geavanceerde economie, maar de schaalbaarheid naar complexere landen is onzeker. De 33% werkgeversbijdrage voor sociale zekerheid is substantieel. TaxravensInvest in Estonia En de OESO Pillar Two (wereldwijde minimumbelasting van 15%) kan het unieke vennootschapsbelastingmodel onder druk zetten.


Van Nieuw-Zeeland tot Zweden: wat structureel werkt

Nieuw-Zeeland ontwikkelde in 1994 het Generic Tax Policy Process (GTPP), ResearchGate een gestructureerd vijffasenproces. Strategisch, tactisch, operationeel, wetgevend en implementatie/evaluatie. Dat publieke consultatie tot kernprincipe verheft. IRD Tax Policytaxworkinggroup Het GTPP is opmerkelijk omdat het niet wettelijk verankerd is maar al meer dan dertig jaar standhoudt op basis van politiek commitment. ResearchGate Het proces garandeert dat belanghebbenden. Bedrijven, belastingadviseurs, academici, het maatschappelijk middenveld. Vroegtijdig en structureel betrokken worden bij het ontwerpen van fiscale wetgeving. taxworkinggroup Het resultaat is wetgeving die minder amendering behoeft en breder maatschappelijk draagvlak geniet. Nieuw-Zeeland staat derde op de International Tax Competitiveness Index Tax FoundationICAEW en scoorde eerste op de World Bank Doing Business-ranglijst in 2017. PwC

De Scandinavische dual income tax (DIT), voor het eerst geïmplementeerd tussen 1987 en 1993, Wikipedia biedt een structureel alternatief voor de Belgische benadering van progressieve belasting op alle inkomsten. Het DIT-model belast kapitaalinkomen tegen een uniform vlak tarief (afgestemd op het vennootschapsbelastingtarief) en arbeidsinkomen progressief. Springer Dit elimineert de prikkel tot belastingarbitrage die in België leidt tot de bekende "vervennootschappelijking" Solverius: het fenomeen dat zelfstandigen incorporeren om het verschil tussen het marginale PB-tarief (50%) en het VenB-tarief (25%) te exploiteren.

Zweden voerde in 1990-1991 de meest ingrijpende belastinghervorming door die een geïndustrialiseerd land in de naoorlogse periode heeft gekend. University of Chicago Press Het toptarief op arbeidsinkomen daalde van circa 80% naar 50%, Wilsonquarterly het vlakke kapitaalinkomstarief werd vastgesteld op 30%, en tegelijk werd de belastingbasis massaal verbreed door het schrappen van aftrekposten en belastinguitgaven. Diva-portal Vóór de hervorming was de netto-opbrengst van de kapitaalinkomstenbelasting in Zweden negatief hoge-inkomensgroepen maakten zo intensief gebruik van aftrekposten dat de belasting per saldo geld kostte. Ku Na de hervorming werd de opbrengst positief en de horizontale gelijkheid verbeterde aanzienlijk. Government.seDiva-portal

De Nederlandse ervaring met de Commissie Van Dijkhuizen (2013) en het "Bouwstenen voor een beter belastingstelsel"-rapport (2020, meer dan 1.000 pagina's, 169 beleidsopties) MeijburgEY illustreert het tegenovergestelde: herhaalde, grondige analyse zonder politieke implementatie. De Commissie Van Dijkhuizen adviseerde reductie van vier naar twee schijven in de inkomstenbelasting, afschaffing van talrijke aftrekken, en vereenvoudiging van het toeslagenstelsel. Rbvk De meeste aanbevelingen werden niet uitgevoerd elke aanbeveling creëerde verliezers, en de coalitiedynamiek maakte integraal hervormen onmogelijk. Het toeslagenstelsel werd niet vereenvoudigd, met als dramatisch gevolg de Toeslagenaffaire die het kabinet Rutte III ten val bracht.


Het Britse OTS en de Franse CGI als waarschuwing

Het Verenigd Koninkrijk richtte in 2010 het Office of Tax Simplification (OTS) op Wikipedia: het eerste orgaan ter wereld gewijd aan systematische fiscale vereenvoudiging. GOV.UK In twaalf jaar publiceerde het OTS meer dan 60 rapporten en adviseerde het de afschaffing van 43 overbodige belastingfaciliteiten. WikipediaUK Parliament Desondanks verdubbelde de Britse belastingcode tot meer dan 21.000 pagina's met circa 10 miljoen woorden twaalfmaal het complete werk van Shakespeare. Het OTS werd in 2023 afgeschaft Wikipedia door Chancellor Jeremy Hunt, met als argument dat het orgaan "niet altijd in staat was om de concurrerende, legitieme doelstellingen en prioriteiten voor fiscaal beleid tegen elkaar af te wegen." Tax.org.uk

De les uit het OTS is dubbelzijdig. Enerzijds bewees het dat een onafhankelijk orgaan eerlijkere feedback van belanghebbenden genereert en concrete verbeteringen in belastingadministratie kan realiseren. Tax.org.uk Anderzijds was het OTS structureel zwak: het had geen invloed op het wetgevingsproces zelf, kon alleen de bestaande voorraad aan complexiteit adresseren maar niet de stroom van nieuwe complexiteit tegenhouden, Institute for Government en beschikte over geen formele definitie van "vereenvoudiging". Een opvolger met breder mandaat wordt breed aanbevolen. Tax.org.uk

Frankrijk biedt een nog belangrijkere waarschuwing. De Code Général des Impôts (CGI), gecreëerd in 1950, Wikipedia belichaamt de codificatietraditie: alle belastingregels in één wetboek. Maar ondanks deze codificatie scoort Frankrijk op de allerlaatste plaats van alle 38 OESO-landen op de International Tax Competitiveness Index (45,8 op 100). Euronews Het vennootschapsbelastingtarief steeg in 2025 tot 36,13% het hoogste in de OESO. Tax Foundation De artikelnummering is onnavolgbaar geworden (voorbeelden: artikel 199 terdecies-0 AA, artikel 238 bis HZ bis), en een poging tot herziening in 1990 werd door de codificatiecommissie zelf afgewezen wegens de extreme complexiteit van de taak. Wikipedia De conclusie is onvermijdelijk: codificatie alleen is niet voldoende. Zonder beleidsmatige vereenvoudiging is een netjes geordend wetboek slechts een netjes geordende chaos.


Zeven concrete hervormingsvoorstellen voor België

Op basis van de internationale vergelijking en de Belgische probleemanalyse zijn de volgende beleidsvoorstellen het meest kansrijk en onderbouwd.

1. Horizonbepalingen (sunset clauses) voor alle fiscale gunstmaatregelen. Nederland implementeert dit geleidelijk na een Kamermotie van 2022: nieuwe fiscale regelingen krijgen standaard een horizonbepaling van vijf jaar; bestaande regelingen krijgen er een na evaluatie. België kent dit mechanisme niet. Elke fiscale gunstmaatregel. Van de innovatieaftrek tot de tax shelter voor audiovisuele producties. Zou een wettelijke vervaldatum moeten krijgen, met verplichte evaluatie als voorwaarde voor verlenging. Het Rekenhof-rapport over bedrijfsvoorheffingvrijstellingen toont precies aan wat er gebeurt zonder evaluatieplicht: €2,9 miljard aan uitgaven zonder enig bewijs van effectiviteit. Site-Trends-NL

2. Verplichte, versterkte reguleringsimpactanalyse (RIA) voor fiscale wetgeving. België scoort volgens de OESO onder het OESO-gemiddelde op RIA-kwaliteit. De SGI 2024 stelt dat RIA's in de praktijk "often only superficially addressed" worden. Voor fiscale wetgeving is het probleem acuut: programmawetten worden onder hoogdringendheid aangenomen, waardoor noch RIA noch Raad van State-advies betekenisvol is. Naar Duits model (Nationaler Normenkontrollrat) zou een onafhankelijk orgaan alle fiscale RIA's moeten toetsen vóór parlementaire behandeling.

3. Onafhankelijke permanente commissie voor fiscale codificatie en vereenvoudiging. Dit orgaan combineert elementen van het Nieuw-Zeelandse GTPP, het Britse OTS (met versterkt mandaat), en het Duitse NKR. Het zou bestaan uit fiscale academici, practitioners, economen en digitale experts, met als mandaat:

  • Vijfjaarlijkse technische consolidatie van het WIB92
  • Advisering over coherentie van nieuwe fiscale voorstellen met het bestaande wetboek
  • Jaarlijks publiek rapport over de "Staat van het Belastingwetboek"
  • Verplichte consultatie vóór indiening van majeure fiscale wetgeving bij het Parlement

4. Fundamentele herschrijving van het WIB92 binnen tien jaar. Het WIB92, waarvan de officiële consolidatie sinds 2002 is stopgezet, Ejustice is toe aan een volledige herschrijving. Niet slechts taalkundige modernisering (zoals het gefaalde Australische Tax Law Improvement Project dat na voltooiing van slechts een derde werd stopgezet), IRS maar een beleidsmatige vereenvoudiging waarbij het aantal uitzonderingsregimes drastisch wordt verminderd. De Nieuw-Zeelandse ervaring leert dat dit alleen slaagt als het "big" is. Piecemeal hervorming werkt niet. PBS

5. Einde van programmawetten voor fiscale materie en versterking van de Raad van State. De routinematige bundeling van belastingmaatregelen in programmawetten onder hoogdringendheid moet ophouden. Fiscale wetgeving verdient een volwaardig advies van de Raad van State, inclusief kwaliteitsbeoordeling. Concreet: beëindiging van de hoogdringendheidsprocedure voor fiscale wetgeving tenzij in werkelijk uitzonderlijke omstandigheden; uitbreiding van de afdeling wetgeving met gespecialiseerde fiscale expertise; en opvolging van de implementatie van adviezen.

6. Pilootprojecten "Rules as Code" naar Nieuw-Zeelands en Ests model. Het Better Rules-initiatief van Nieuw-Zeeland toonde aan dat wetgeving gelijktijdig menselijk leesbaar en machinaal uitvoerbaar kan worden opgesteld. Digital België beschikt reeds over Tax-on-web en MyMinfin. Een pilootproject dat specifieke, goed afgebakende belastingregels (bijvoorbeeld de energiegerelateerde aftrekken) codeert in het open-source OpenFisca-framework, GovInsider zou dubbel rendement opleveren: betere digitale dienstverlening én het blootleggen van ambiguïteiten in de bestaande wetgeving die bij handmatige interpretatie onzichtbaar blijven. Digital

7. Structurele herziening van de federaal-gewestelijke fiscale architectuur. Het opcentiemenmechanisme ingevoerd door de Zesde Staatshervorming creëert een "belasting op een belasting" VIVES waarbij het federale niveau een eerste-bewegersvoordeel heeft en de gewesten automatisch inkomsten verliezen bij federale belastingverlagingen. De Vlaamse Regering absorbeerde €572 miljoen aan inkomstenverlies door de federale Tax Shift zonder compensatie. Vlaams Parlement De bruto gewestelijke opcentiemen groeiden van €6,77 miljard in 2018 naar €9,97 miljard in 2024, SERV maar het systeem zelf genereert complexiteit door overlappende bevoegdheden en drie verschillende versies van het aangifteformulier. Een coherentere aanpak zou de gewesten exclusieve bevoegdheid geven over volledige belastinggrondslagen (bijvoorbeeld alles met betrekking tot onroerend goed) in plaats van opcentiemen op de federale personenbelasting. VIVES


Internationale benchmarks plaatsen België onderaan

De internationale vergelijking maakt de urgentie tastbaar. Op de Tax Foundation International Tax Competitiveness Index 2025 staat België op de 30e plaats van 38 OESO-landen Tax Foundation (score 63,2), Euronews terwijl Estland eerste staat, Estonian WorldTax Foundation Nieuw-Zeeland derde, Tax Foundation en Zweden tiende. Op de laatste Doing Business Paying Taxes-ranglijst (2020) besteedde een gemiddeld Belgisch bedrijf 136 uur per jaar aan belastingcompliance PwCWorld Bank: bijna 27 keer zoveel als de 5 uur in Estland voor vennootschapsbelasting alleen. Invest in Estonia De totale belasting- en bijdragevoet van 55-57% plaatst België bij de drie hoogste in de EU, samen met Frankrijk (laatste op de ITCI) en Italië.

Land ITCI 2025 rang CIT compliance (uren/jaar) Kernkenmerk
Estland 1 5 Vlaktaks + digitaal + 0% op ingehouden winst
Nieuw-Zeeland 3 Laag GTPP-consultatieproces + brede basis, lage tarieven
Zweden 10 Gemiddeld Dual income tax + brede basis
Nederland 16 Gemiddeld Boxensysteem, herhaalde hervormingspogingen
België 30 136 (totaal) Extreem complex, hoogste belastingwig OESO
Frankrijk 38 (laatste) ~139 (totaal) Codificatie zonder vereenvoudiging

De les uit deze ranglijst is dat structurele eenvoud (Estland), procesmatige kwaliteitsborging (Nieuw-Zeeland) en ingrijpende basisverbreding met tariefverlaging (Scandinavië) alle drie aantoonbaar betere resultaten opleveren dan de Belgische strategie van hoge tarieven, smalle basis en uitzonderingsregime op uitzonderingsregime.


Conclusie: van symptoombestrijding naar systeemhervorming

De Belgische fiscale complexiteit is geen natuurverschijnsel maar het resultaat van decennia aan incrementele beleidsvorming zonder kwaliteitsborging. Elk rapport. Van het Rekenhof, de Raad van State, de Hoge Raad van Financiën, het IMF. Bevestigt dezelfde diagnose; geen enkel rapport leidt tot structurele genezing. De vooraf ingevulde belastingaangifte Mediateurfederal en Tax-on-web zijn waardevolle digitale pleisters, VRTVRT maar ze behandelen symptomen terwijl de onderliggende wetgeving ongecontroleerd woekert.

De internationale vergelijking levert drie sleutelbevindingen op. Ten eerste werkt codificatie alleen niet Frankrijk bewijst dat een netjes geordend wetboek kan samengaan met Direction Générale des Douanes et Droits Indirects de slechtste concurrentiepositie van de OESO. Euronews Ten tweede is een onafhankelijk kwaliteitsorgaan noodzakelijk maar onvoldoende het Britse OTS toont dat zo'n orgaan zonder mandaat over de stroom van nieuwe wetgeving geen blijvend verschil maakt. UK ParliamentTax.org.uk Ten derde is "big bang"-hervorming superieur aan incrementalisme Zweden (1990-1991), ReforminstitutetUniversity of Chicago Press Nieuw-Zeeland (1980s) en Estland (1994) LOC realiseerden hun doorbraken door het hele systeem tegelijk aan te pakken, PBS niet door eindeloze commissierapporten zonder implementatie, zoals Nederland demonstreert. Meijburg

Voor België betekent dit een drievoudige strategie. Op korte termijn: horizonbepalingen invoeren voor alle fiscale gunstmaatregelen en de programmawettenpraktijk voor fiscale materie beëindigen. Op middellange termijn: een onafhankelijke codificatiecommissie oprichten met echt mandaat en het WIB92 grondig herschrijven. Op lange termijn: de federaal-gewestelijke fiscale architectuur herdenken zodat bevoegdheden coherent zijn in plaats van gestapeld. De kosten van niets doen zijn bekend: €6-7 miljard aan jaarlijkse administratieve lasten, €8-12 miljard aan geschatte belastingontduiking, en een belastingdienst die haar eigen wetgeving niet kan handhaven. De vraag is niet of België zich hervorming kan veroorloven, maar of het zich het uitblijven ervan nog langer kan permitteren.