Kernprincipe: ondernemen is risico nemen en vergt moed. De overheid legt geen berg voorwaarden op en staat niet in de weg. Tegelijk investeert de overheid als een intelligente aandeelhouder in strategische sectoren waar de markt alleen tekortschiet.
België is een innovatieparadox. We hebben een wereldleider in halfgeleideronderzoek (IMEC, €1,2 mld omzet in 2025), een farmasector die meer dan 10% van onze goederenexport levert, en een plaats bij de "Strong Innovators" van het European Innovation Scoreboard. Maar een bedrijf oprichten vraagt vijf procedures, een notaris en ongeveer €1.500 tot €3.000. Een omgevingsvergunning in Vlaanderen neemt gemiddeld 91 dagen in beslag, als je geluk hebt. Een echte wettelijke proefperiode bestaat niet meer, waardoor kleine bedrijven aarzelen om aan te werven. En bijna de helft van de Belgen noemt faalangst als reden om niet te ondernemen. HART wil een land waar ondernemen makkelijk begint, snel groeit en eerlijk faalt.
De feiten
| Indicator | België | Context |
|---|---|---|
| Doing Business 2020 (laatste editie) | 46e van 190 (score 75,0) | NL: 42e. Denemarken: 4e. VK: 8e |
| Heritage Economic Freedom 2026 | 36e (score 69,2, "Moderately Free") | NL: 10e. Denemarken: 7e. Estland: 9e |
| IMD Competitiveness 2026 | 32e van 70 (score 68,98) | 13e in 2023, 24e in 2025 |
| European Innovation Scoreboard 2026 | Strong Innovator, 5e in de EU | Eerder Innovation Leader; de top bestaat uit Zweden, Denemarken en Nederland |
| Bedrijf oprichten | 5 procedures, 5 dagen (Doing Business 2020), ongeveer €1.500-3.000 | Estland: volledig online, geen notaris, staatstaks €265 |
| Omgevingsvergunning (Vlaanderen) | Gemiddeld 91 dagen (eerste aanleg) | Bouwvergunning in Doing Business 2020: Brussel 212 dagen en 10 procedures, Denemarken 64 dagen en 7 procedures |
| Proefperiode | Afgeschaft sinds 1 januari 2014; sinds 1 augustus 2026 wel één week opzeg in de eerste zes maanden | Juridisch geen echte proefperiode; België is een van de weinige EU-landen zonder wettelijke proefperiode |
| Faalangst | ~49% (GEM 2014-2015) | Onder de hoogste van innovatiegedreven economieën; EU-gem.: ~41% |
| Durfkapitaal (Belgische VC-fondsen) | Bijna €4,45 mld geïnvesteerd (2024); 60,5% van de investeringen in Belgische bedrijven | BE aandeel in Europees VC steeg van 3,2% naar 7,8% (2022-2024) |
| IMEC omzet | €1,2 mld (2025), 6.500+ medewerkers | Wereldleider in halfgeleider-R&D. Partners: TSMC, Intel, Samsung, ASML |
| Farma-export | €73,1 mld (2025), 3e in de EU | >10% van de Belgische goederenexport; hoogste farma-O&O per inwoner van de EU |
Bronnen: World Bank Doing Business 2020; Heritage Foundation 2026; IMD 2026; European Innovation Scoreboard 2026; imec (jaarverslag 2024 en perskit); PwC en Private Capital Belgium, VC-marktstudie 2024; GEM 2014-2015; pharma.be; EFPIA, The Pharmaceutical Industry in Figures 2026; FOD Economie; VLAIO.
1. Bedrijf oprichten in 24 uur: volledig digitaal
Standpunt: Een bedrijf (BV/SRL) oprichten in België vraagt vijf procedures en vijf dagen (Wereldbank, Doing Business 2020) en kost ongeveer €1.500 tot €3.000. De grootste bottleneck is de verplichte notariële akte: ongeveer €1.000 à €1.300 notariskosten, plus publicatie in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad (€236,50 bij elektronische neerlegging) en inschrijving in de KBO via een ondernemingsloket (€111,50), telkens tarieven van 2026, exclusief btw. In Estland richt je een bedrijf volledig digitaal op, zonder notaris, via digitale handtekening en voor een staatstaks van €265. In het VK gebeurt online registratie doorgaans binnen 24 uur voor £100 (ongeveer €115). In Denemarken kost registratie ~€90 via virk.dk.
De WVV-hervorming van 2019 heeft het minimumaandelenkapitaal van €18.550 voor de BV afgeschaft en het aantal vennootschapsvormen teruggebracht van 17 naar 4 basisvormen (BV, NV, CV en maatschap). Maar de verplichte notariële tussenkomst bleef ongewijzigd.
Wat we gaan doen:
- De verplichte notariële akte afschaffen voor standaard-BV-oprichtingen. Identiteitsverificatie, antiwitwascontrole en authentificatie van de statuten gebeuren digitaal, via eID en itsme, net zoals Estland het doet via e-Residency. De notaris blijft beschikbaar als optie voor complexe structuren, maar is geen verplichting meer voor een standaard-eenpersoons-BV.
- Eén digitaal oprichtingsplatform bouwen. Van naamcontrole tot KBO-inschrijving, btw-activering en publicatie in één proces, in maximaal 24 uur.
- Startkosten minstens halveren. Zonder verplichte notaris valt het grootste deel van de kosten weg. Daarnaast schrappen we de publicatiekosten in het Staatsblad (digitale registratie volstaat) en wordt KBO-registratie gratis voor nieuwe ondernemingen.
- Benchmarken en rapporteren. België monitort jaarlijks zijn positie op de B-READY-index van de Wereldbank (zodra België erin is opgenomen) en de Heritage Economic Freedom Index. Per domein wordt vergeleken met de top 5 Europese presteerders, en afwijkingen worden publiek gemotiveerd.
Bewezen in: Estland: volledig digitale oprichting van een OÜ, €265 staatstaks, geen notaris; meer dan 144.000 e-residenten richtten samen meer dan 44.000 bedrijven op (september 2026). Verenigd Koninkrijk: Companies House, online registratie doorgaans binnen 24 uur, £100 (sinds 1 februari 2026), minimumkapitaal £1. Denemarken: Virk.dk, digitale registratie met MitID, CVR-nummer binnen 3-7 werkdagen (ApS), kosten ~€90. Frankrijk: guichet unique (INPI, sinds 1 januari 2023), 56 formulieren en 6 netwerken samengevoegd tot één digitaal portaal, SAS/SARL in 5-15 werkdagen zonder notaris.
2. Vergunningen: sneller, digitaler, transparanter
Standpunt: België kent drie volledig gescheiden vergunningssystemen, in Vlaanderen, Wallonië en Brussel, elk met eigen regels, termijnen en digitale platforms. In Vlaanderen duurt een omgevingsvergunning gemiddeld 91 dagen (gemeenten: 89 dagen, provincies: 138,6 dagen, Vlaams Gewest: 149,3 dagen). In de laatste Doing Business-meting van de Wereldbank (2020) vroeg een bouwvergunning voor een magazijn in Brussel 212 dagen en 10 procedures. Denemarken haalde 64 dagen met 7 procedures.
Wat we gaan doen:
- Eén geïntegreerd digitaal vergunningenplatform voor heel België, met alle aanvragen, bezwaren, beslissingen en beroepen publiek en doorzoekbaar. Het Omgevingsloket van de Vlaamse deelstaten is de basis; de andere deelstaten sluiten aan.
- Wettelijke maximumtermijnen per vergunningstype met financiële sancties (dwangsommen) bij overschrijding door de overheid, naar Nederlands model (Wet dwangsom). Wie niet tijdig beslist, betaalt.
- Stilzwijgende weigering vervangen door actieve beslissingsplicht. Wie in Vlaanderen niet tijdig een beslissing krijgt, krijgt een stilzwijgende weigering: geen beslissing staat gelijk aan een weigering. HART draait dit om: de overheid moet beslissen binnen de wettelijke termijn. Wie niet beslist, betaalt: de gemeente betaalt een dwangsom aan de aanvrager, oplopend per week vertraging. Dit is geen stilzwijgende goedkeuring (lex silencio positivo; Nederland sloot die onder de Omgevingswet uit sinds 1 januari 2024 wegens milieu- en kwaliteitsrisico's), maar een actieve strafmaatregel tegen overheidstraagheid. Stilzwijgende goedkeuring is de regel van de HART-grondwet (art. 44), maar de wet kan gevallen uitsluiten; omgevingsvergunningen horen daarbij.
- Beroepsprocedures hervormen: enkel inhoudelijke argumenten, geen tactische vertragingen. Herhaalde ongegronde bezwaren door dezelfde partij worden juridisch afgestraft.
- Investeren in BIM-gebaseerde automatische toetsing naar model van Singapore's CORENET X (stapsgewijs verplicht gemaakt voor nieuwe bouwprojecten): 3D-modellen worden automatisch getoetst aan regelgeving, wat de menselijke beoordelingstijd drastisch verkort.
Bewezen in: Denemarken: digitaal platform Byg og Miljø, 64 dagen gemiddelde doorlooptijd, 7 procedures, 4e wereldwijd voor bouwvergunningen (Doing Business 2020). Singapore: CORENET X, verplichte 3D BIM-indiening met geautomatiseerde regelgevingstoetsing, een van 's werelds meest geavanceerde digitale vergunningensystemen. Nederland: dwangsomregeling bij te late beslissingen (Wet dwangsom), ook onder de Omgevingswet (sinds 1 januari 2024), die lex silencio positivo expliciet uitsluit. Estland: Ehitisregister, volledig digitale vergunningsafhandeling, BIM-integratie in ontwikkeling.
3. Toegang tot kapitaal: meer durven investeren
Standpunt: Belgische durfkapitaalfondsen investeerden bijna €4,45 miljard in 2024 (PwC en Private Capital Belgium); 60,5% van hun investeringen ging naar Belgische bedrijven. België's aandeel in Europees VC steeg van 3,2% naar 7,8% (2022-2024), en sinds Collibra (2019) bracht het ecosysteem een handvol unicorns voort, zoals Odoo, Deliverect en Aikido. Dat is bemoedigend, maar voor een land met deze kennisbasis blijft het aantal klein. België's tax shelter voor startups (45% belastingvermindering voor micro-ondernemingen, 30% voor kleine, max. €100.000/jaar) is minder genereus en veel minder bekend dan het Britse SEIS/EIS-systeem, dat sinds de invoering £35,5 miljard naar meer dan 62.000 bedrijven bracht. Volgens Beauhurst (2024) ontving 46,5% van de Britse unicorns EIS-financiering.
Wat we gaan doen:
- De tax shelter voor startups uitbreiden naar het Britse niveau: 50% belastingvermindering voor investeringen in startups tot €250.000/jaar (het bestaande regime: 45% tot €100.000). Verliesgarantie toevoegen: als de startup faalt, wordt het nettoverlies (na belastingvermindering) aftrekbaar van het belastbaar inkomen.
- Een Belgisch Yozma-programma lanceren via het SFPIM (na de opsplitsing: het Belgisch Staatsinvesteringsfonds): €200 miljoen overheidsgeld in 10 hybride durfkapitaalfondsen (40% overheid, 60% privaat), met een buyout-mechanisme naar Israëlisch voorbeeld: private partners kunnen de overheidsparticipatie binnen 5 jaar overkopen tegen kostprijs. Israëls originele Yozma (1993, $100 mln) deed het durfkapitaal groeien van $58 mln (1991) naar $3,3 mld (2000): een factor ~57.
- De bestaande overheidsinvesteringsmaatschappijen stroomlijnen. België heeft er vier: SFPIM (federaal, balanstotaal €11,7 mld in 2025, plus ongeveer €14 mld beheerd voor rekening van de Staat), PMV (Vlaanderen), Wallonie Entreprendre en finance&invest.brussels. Elk opereert als aandeelhouder met terugverdienlogica, niet als subsidieloket. HART wil één gezamenlijke investeringsstrategie voor deep tech, met gedeelde dealflow en co-investering. Geen bijkomende structuren naast het Staatsinvesteringsfonds dat uit het SFPIM ontstaat, maar betere coördinatie.
- Crowdfunding juridisch kader moderniseren zodat particuliere investeerders eenvoudiger kunnen instappen in kmo's. Hogere drempels, minder paperwork, betere beleggersbescherming via gestandaardiseerde informatiesheets.
Bewezen in: Israël: Yozma (1993), $100 mln overheidsinvestering, 10 hybride fondsen; in 1998 verkocht de overheid haar belang in 9 fondsen aan de private partners, en de VC-sector groeide met een factor ~57 in 9 jaar. Israël lanceerde Yozma 2.0 in 2024 ($155 mln gericht op $700 mln institutioneel kapitaal). Verenigd Koninkrijk: SEIS/EIS, 50%/30% belastingvermindering, CGT-vrijstelling, verliesrelief; £35,5 mld naar meer dan 62.000 bedrijven sinds de invoering. Frankrijk: Bpifrance bracht in 2024 €60 mld in de Franse economie.
4. Faillissement als leerschool: niet als schande
Standpunt: Bijna de helft van de Belgen noemt faalangst als reden om niet te ondernemen, een van de hoogste scores onder innovatiegedreven economieën (GEM 2014-2015). België scoort ook hoog op de internationale cultuurindex voor onzekerheidsvermijding (UAI-score 94, top 10 wereldwijd). Ondernemers houden falende bedrijven langer in leven dan nodig. Niet uit optimisme, maar uit angst voor de consequenties.
Toch is de realiteit beter dan de perceptie. België stond 9e wereldwijd op "resolving insolvency" (Doing Business 2020): 89,4 cent op de dollar teruggevorderd in gemiddeld 0,9 jaar. De hervorming van Boek XX (in werking sinds 1 mei 2018) opende het insolventierecht voor alle ondernemers, niet alleen voor handelaars, en verving de oude verschoonbaarheid door echte kwijtschelding van restschulden. De wet van 7 juni 2023 (in werking september 2023) maakte die kwijtschelding quasi-automatisch bij sluiting van het faillissement, zonder aparte aanvraag.
Het probleem is niet meer de wet. Het is de cultuur.
Wat we gaan doen:
- De wettelijke hervormingen van 2018 en 2023 actief communiceren. Veel ondernemers en hun adviseurs weten niet dat België sinds 2023 een quasi-automatische kwijtschelding kent die vergelijkbaar is met het Britse systeem (12 maanden) en sneller dan het Duitse (3 jaar).
- Een "Fresh Start"-garantiefonds oprichten: wie na een eerlijk faillissement opnieuw wil ondernemen, krijgt voorrang bij microkredieten en een versnelde procedure voor nieuwe oprichtingen. Geen wachttijden, geen extra voorwaarden.
- Faillissementsregistratie beperken in de tijd. De vermelding in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) als gefailleerde ondernemer moet na 3 jaar automatisch worden gewist, zodat het verleden niet eeuwig achtervolgt.
- Preventie versterken. De vertrouwelijke minnelijke reorganisatie (sinds de wet van 7 juni 2023 vast verankerd in Boek XX) is een sterk instrument, maar onbekend bij kmo's. HART wil dat elke ondernemer die 2 maanden achterstand heeft op RSZ of btw automatisch een uitnodiging ontvangt voor een gratis, vertrouwelijk adviesgesprek. Niet als controle, maar als vangnet.
Bewezen in: Verenigd Koninkrijk: automatische kwijtschelding na 12 maanden (Enterprise Act 2002). Ierland: kwijtschelding teruggebracht van 12 jaar (vóór 2011) naar 3 jaar (2013) en vervolgens 1 jaar (2016, Bankruptcy Amendment Act 2015). Duitsland: InsO-hervorming (oktober 2020), kwijtscheldingstermijn teruggebracht van 6 naar 3 jaar. VS: Chapter 7, volledige fresh start in 4-6 maanden na means test. België: wettelijk vergelijkbaar met de besten, maar de perceptie hinkt jaren achterop.
5. Strategische sectoren: investeren waar België wereldleider is
Standpunt: De wereld is veranderd. De VS (Inflation Reduction Act, 2022), China en de EU (Net-Zero Industry Act; EU Chips Act, dat meer dan €43 mld aan publieke en private investeringen moet mobiliseren) zetten massaal in op strategische sectoren. Puur laissez-faire is geen optie meer. België moet investeren waar het een échte voorsprong heeft.
Waar België wereldleider is:
- Halfgeleiders en nano-elektronica. IMEC in Leuven is het wereldleidend onafhankelijk halfgeleider-R&D-centrum: €1,2 mld omzet (2025), 6.500+ medewerkers, 600+ bedrijven in de R&D-programma's (onder meer TSMC, Intel, Samsung en ASML). De NanoIC-pilootlijn, Europa's vlaggenschip onder de EU Chips Act, heeft een budget van €2,5 mld (€700 mln van de EU, €700 mln van nationale en regionale overheden, vooral Vlaanderen, en €1,1 mld van industriële partners zoals ASML). Een cleanroomuitbreiding van 2.000 m² werd ingehuldigd op 9 februari 2026; een nieuwe cleanroom van 4.000 m² volgt.
- Farma en biotech. België hoort bij de grootste farma-exporteurs van Europa: €73,1 mld export in 2025 (derde in de EU, na jaren op de tweede plaats), goed voor meer dan 10% van de goederenexport. De sector investeert per inwoner meer in O&O dan in enig ander EU-land, is de grootste private investeerder in onderzoek en ontwikkeling in België en telde 44.738 directe jobs (2024). België heeft een van de hoogste aantallen klinische studies per capita in Europa. Sleutelbedrijven: Janssen/J&J (Beerse, de grootste R&D-campus van J&J buiten de VS), UCB, Galapagos, Syensqo (afgesplitst van Solvay in december 2023), GSK Biologicals (Wavre), Pfizer (Puurs).
- Groene chemie en materialen. De haven van Antwerpen-Brugge als hub voor de industriële transitie naar klimaatneutraliteit, met de grootste geïntegreerde chemische cluster van Europa.
Wat we gaan doen:
- Het IMEC-ecosysteem beschermen en uitbreiden. De Vlaamse subsidie (ongeveer €152 mln in 2024, zo'n 15% van de inkomsten van IMEC) is essentieel en moet inflatiebestendig worden geïndexeerd. Elke euro overheidssteun genereert meervoudig privaat onderzoeksgeld.
- Strategische investeringen via het SFPIM (na de opsplitsing: het Belgisch Staatsinvesteringsfonds) als aandeelhouder met terugverdienlogica. Geen blanco subsidies. Focus: deep tech, biotech, halfgeleiders, AI, groene chemie.
- Klinische studies aantrekken door het IP-belastingregime (85% aftrek op patentinkomen, effectief tarief ~3,8%) te behouden en de regelgeving voor first-in-human trials te versnellen.
- Ondernemerschap in onderwijs verankeren. Ondernemen leert men door te doen. Vlajo (Vlaamse Jonge Ondernemingen) laat elk jaar tienduizenden jongeren zelf ondernemen; Les Jeunes Entreprises doet hetzelfde in de Franse Gemeenschap. HART wil ondernemerschap als keuzevak dat elke school in de derde graad secundair onderwijs aanbiedt. Geen transversale competentie die afhankelijk is van individuele scholen, maar een eigen vak met miniondernemingsprojecten.
- Publieke campagne voor ondernemerscultuur. België's faalangst is cultureel, niet juridisch. HART lanceert een jaarlijkse "Durf Falen"-campagne met echte verhalen van ondernemers die na een faillissement opnieuw begonnen. Inclusief media, scholen en ondernemersverenigingen.
Bewezen in: IMEC zelf: 's werelds enige onafhankelijke R&D-centrum waar TSMC, Intel en Samsung samen aan de volgende chipgeneratie werken. EU Chips Act: de NanoIC-pilootlijn in Leuven als Europees vlaggenschip. IDA Ireland: bescheiden budget, maar bijna 1.900 buitenlandse klantbedrijven met samen ruim 310.000 jobs (2025); buitenlandse multinationals betalen het grootste deel van de Ierse vennootschapsbelasting. Finland: ondernemerschap als doorlopende competentie in het nationaal curriculum sinds de jaren negentig.
6. Arbeidsmarktflexibiliteit voor ondernemers
Standpunt: België schafte de proefperiode af op 1 januari 2014 als onderdeel van het eenheidsstatuut. Sindsdien is België een van de weinige EU-landen zonder wettelijke proefperiode voor standaard arbeidsovereenkomsten. Voor arbeidsovereenkomsten die starten vanaf 1 augustus 2026 geldt in de eerste 6 maanden wel een opzegtermijn van 1 week, voor beide partijen (wet van 3 juni 2026). Functioneel komt dat in de buurt, maar juridisch is het geen echte proefperiode: het gewone ontslagrecht blijft gelden. Duitsland hanteert 6 maanden proeftijd, Frankrijk 2-4 maanden, Nederland 1-2 maanden, Denemarken 3 maanden.
Wat we gaan doen:
- Een echte proefperiode van 6 maanden (her)invoeren met een opzegtermijn van 1 week voor beide partijen. Wettelijk verankerd als proefperiode, niet via een verkorte opzegtermijn. Dit verlaagt de drempel om mensen vast aan te werven, vooral voor kmo's en startups.
- Studentenarbeid structureel op 650 uur houden (het vaste jaarcontingent sinds 2025) en het urencontingent verder verhogen naar 700 uur met een vereenvoudigde digitale aangifte. De verlaagde solidariteitsbijdrage (2,71% student, 5,42% werkgever) blijft behouden.
- Zelfstandige in bijberoep versterken. België telt 352.517 zelfstandigen in bijberoep (eind 2025, RSVZ): 26,5% van alle zelfstandigen, en hun aantal groeit sneller dan dat van de zelfstandigen in hoofdberoep. Onder €1.922 netto belastbaar inkomen per jaar (RSVZ-drempel, 2026) zijn geen sociale bijdragen verschuldigd. HART wil deze drempel verhogen naar €3.000 en de administratieve last verminderen: geen aparte aangifte bij het sociaal verzekeringsfonds zolang het bijberoepinkomen onder de drempel blijft.
- Ontslagprocedures vereenvoudigen: objectieve criteria, snelle procedure, correcte vergoeding. Geen jarenlange rechtszaken. Voor arbeidsovereenkomsten die starten vanaf 1 juni 2026 is de opzegtermijn bij ontslag door de werkgever beperkt tot 52 weken. Voor oudere contracten blijven de lange opzegtermijnen gelden (67 weken na 25 jaar dienst, oplopend tot ruim 80 weken na 40 jaar), en die maken herstructurering voor kmo's praktisch onhaalbaar.
Bewezen in: Duitsland: 6 maanden proefperiode (Probezeit), wettelijk verankerd, opzegtermijn 2 weken. Frankrijk: période d'essai van 2-4 maanden (verlengbaar), eenzijdig beëindigbaar zonder motivering. Nederland: proeftijd tot 2 maanden, opzegging zonder reden of vergoeding. België zette met één week opzeg in de eerste zes maanden (sinds 1 augustus 2026) een stap in die richting. HART wil verder gaan: een heldere wettelijke proefperiode, geen workaround via opzegtermijnen.
Samenvatting: wat HART gaat doen
Bedrijf oprichten in 24 uur. Een bedrijf oprichten vraagt in België vijf procedures, een notaris en ongeveer €1.500-3.000, terwijl Estland het volledig digitaal doet, zonder notaris, voor een staatstaks van €265. HART schrapt de verplichte notariële akte voor standaard-BV-oprichtingen, bouwt één digitaal oprichtingsplatform en halveert de startkosten. België monitort jaarlijks zijn positie op de B-READY-index van de Wereldbank (zodra België erin is opgenomen) en de Heritage Economic Freedom Index, en vergelijkt per domein met de top 5 in Europa. Termijn: 2 jaar.
Vergunningen versnellen. Drie regio's, drie systemen, gemiddeld 91 dagen in Vlaanderen, en veel langer bij beroep. HART wil één geïntegreerd digitaal vergunningenplatform, wettelijke maximumtermijnen met dwangsommen bij overschrijding (naar Nederlands model), en investering in BIM-gebaseerde automatische toetsing naar model van Singapore's CORENET X. Geen stilzwijgende goedkeuring voor omgevingsvergunningen (een uitzondering die art. 44 HART-grondwet toelaat; Nederland sloot dit expliciet uit per 1 januari 2024 onder de Omgevingswet), maar wél actieve strafmaatregelen tegen overheidstraagheid. Termijn: 3 jaar.
Meer durven investeren. Belgische VC-fondsen investeerden bijna €4,45 mld in 2024, het merendeel van hun investeringen in Belgische bedrijven. HART breidt de tax shelter voor startups uit (van 45% naar 50%, plafond van €100.000 naar €250.000/jaar) en lanceert een Belgisch Yozma-programma: €200 mln overheidsgeld in 10 hybride durfkapitaalfondsen, met buyout-optie voor private partners. Israëls originele Yozma deed VC groeien met factor ~57 in 9 jaar. De bestaande overheidsinvesteringsmaatschappijen (SFPIM, PMV, Wallonie Entreprendre, finance&invest.brussels) krijgen één gezamenlijke investeringsstrategie voor deep tech. Termijn: 2-3 jaar.
Faillissement als leerschool. Bijna de helft van de Belgen noemt faalangst als reden om niet te ondernemen. Maar de wetgeving is beter dan de perceptie. Sinds september 2023 kent België quasi-automatische kwijtschelding bij faillissement, vergelijkbaar met het VK (12 maanden) en sneller dan Duitsland (3 jaar). HART communiceert deze hervormingen actief, richt een Fresh Start-garantiefonds op voor herondernemers, beperkt faillissementsregistratie tot 3 jaar, en versterkt de vertrouwelijke minnelijke reorganisatie als vangnet. Termijn: 1-2 jaar.
Investeren waar België wereldleider is. IMEC (€1,2 mld omzet in 2025, 6.500+ medewerkers, wereldleider halfgeleider-R&D), de NanoIC-pilootlijn (€2,5 mld) en een farmasector die bij de grootste exporteurs van Europa hoort. Dit zijn troeven die bescherming en uitbreiding verdienen. HART indexeert de IMEC-subsidie, investeert via het SFPIM (later het Staatsinvesteringsfonds) als aandeelhouder in deep tech en biotech, trekt klinische studies aan via het IP-belastingregime, maakt ondernemerschap een keuzevak dat elke secundaire school aanbiedt, en lanceert een jaarlijkse "Durf Falen"-campagne om de cultuur van faalangst te doorbreken. Termijn: doorlopend.
Arbeidsmarkt voor ondernemers. België is een van de weinige EU-landen zonder echte wettelijke proefperiode. HART voert een wettelijke proefperiode van 6 maanden in (1 week opzeg, beide zijden), houdt studentenarbeid structureel op 650+ uur, verhoogt de drempel voor sociale bijdragen bij zelfstandigen in bijberoep naar €3.000 (van €1.922), en vereenvoudigt ontslagprocedures voor kmo's. De ruim 350.000 zelfstandigen in bijberoep zijn de motor van ondernemend België. Zij verdienen minder administratie, niet meer. Termijn: 1-2 jaar.
België heeft alle troeven om een ondernemersland te zijn: IMEC, een wereldwijde farmacluster, topuniversiteiten, en een centrale ligging in Europa. Maar wie hier wil ondernemen, botst op een muur van procedures, kosten en angst. Andere landen bewijzen dat het sneller, goedkoper en moediger kan. HART kiest voor een overheid die ondernemers niet in de weg staat maar wél investeert waar het telt. Als een intelligente aandeelhouder, niet als een bureaucratische poortwachter.