arrow_back Alle partijpunten
Partijpunt 2 van 30

Religie en staat

Partijprogramma Religie & Staat. HART

Partijprogramma Religie & Staat. HART Federale en Vlaamse verkiezingen 2029

Op basis van het Duits Kirchensteuer-model, het Oostenrijks Islamgesetz, de Franse separatismewet en het Italiaans otto per mille-systeem


Onze visie: waarom een hybride model?

België financiert vandaag zeven erkende erediensten en het georganiseerd vrijzinnig humanisme met circa €280-300 miljoen per jaar uit algemene belastingen. De burger heeft geen keuze: iedereen betaalt mee voor alle erkende erediensten, ongeacht de eigen overtuiging. Tegelijk is de controle op buitenlandse invloed dramatisch gebrekkig. De Turkse overheid stuurt via Diyanet ambtenaren-imams naar ruim 60 Belgische moskeeën. Saudi-Arabië financierde decennialang de Grote Moskee van Brussel, waar negen geregistreerde jihadisten cursussen volgden. Marokkaanse inlichtingendiensten werden ervan beschuldigd de Moslimexecutieve te infiltreren. De parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart 2016 documenteerde dit alles. En er is sindsdien te weinig veranderd.

Een volledig laïcistisch model naar Frans voorbeeld maakt de staat blind: wanneer religie dreigt extremistisch te worden, is er geen controle of ingrijpmogelijkheid. Het Duitse Kirchensteuer-model biedt controle via financiering, maar sluit de islam structureel uit. HART kiest voor een derde weg: een hybride model dat de vrijheid van godsdienst volledig respecteert, maar met drie absolute voorwaarden: nul buitenlandse financiering, volledige transparantie, en exclusieve financiering via de belastingen.

KERNPRINCIPE: Religieuze organisaties zijn vrij om te geloven, te prediken en te praktiseren wat ze willen. Zolang ze zich financieren via het Belgische belastingsysteem, volledig transparant opereren, en nul invloed accepteren van buitenlandse staten of organisaties. Wie zich hieraan onttrekt, wordt zwaar bestraft.


Het huidige systeem: wat er mis is

België betaalt ~€280-300 miljoen per jaar zonder controle

De Belgische Grondwet (artikel 181) verplicht de staat om de wedden en pensioenen van bedienaren van erkende erediensten te betalen. De verdeling is scheef: de katholieke kerk ontvangt circa 85% van het budget, terwijl slechts 1,5% van de Belgen wekelijks de mis bijwoont (telling oktober 2024: 173.335 personen). De islam, met naar schatting 700.000-900.000 aanhangers, ontvangt een fractie. Er is geen relatie tussen het aantal aanhangers en de financiering.

Buitenlandse inmenging is gedocumenteerd en ernstig

  • Turkije controleert via Diyanet/DITIB ruim 60 Belgische moskeeën met ambtenaren-imams die vanuit Ankara worden aangesteld en betaald. Het Diyanet-budget voor 2025 bedraagt circa $3,5 miljard. Meer dan de Turkse ministeries van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Energie samen. In 2017 werden 19 DITIB-imams in Duitsland onderzocht wegens verdenking van spionage op Gülen-aanhangers.
  • Saudi-Arabië besteedde sinds de jaren zestig naar schatting $70-100 miljard aan de wereldwijde verspreiding van het salafisme. De Grote Moskee van Brussel stond van 1969 tot 2018 onder Saudische controle, met bewezen links naar jihadistische radicalisering.
  • Marokko stuurt jaarlijks honderden imams naar Europa (372 in 2024, waarvan 42 naar België) en oefent via het Rassemblement des Musulmans de Belgique directe invloed uit. Inclusief beschuldigingen van spionageactiviteiten door de Marokkaanse inlichtingendiensten, op basis van rapporten van de Belgische Veiligheid van de Staat.
  • Qatar financierde via Qatar Charity 140 moskee- en islamitische centrumprojecten in Europa met €71 miljoen, waarvan 90% via netwerken gelinkt aan de Moslimbroeders (bron: Qatar Papers, Chesnot & Malbrunot, 2019).

Het Vlaamse verbod op buitenlandse financiering werd gedeeltelijk vernietigd

Op 20 juli 2023 vernietigde het Grondwettelijk Hof twee specifieke bepalingen van het Vlaamse Erkenningsdecreet (2021): het verbod op buitenlandse financiering die de onafhankelijkheid aantast, en het verbod op buitenlandse bezoldiging van eredienst-bedienaars. De reden: "onvoldoende precies" en "onevenredige inmenging in de vrijheid van eredienst." Diyanet en Milli Görüş hadden de procedure aangespannen. De les: een verbod moet juridisch waterdicht zijn. Niet-discriminatoir, proportioneel en gekoppeld aan een alternatieve financieringsbron.


Het HART-model: drie pijlers

Pijler 1: Financiering uitsluitend via de belastingen

Elke belastingplichtige wijst een percentage van zijn inkomen toe aan een erkende levensbeschouwelijke organisatie naar keuze. Dit is het Italiaans-Zweeds-Duitse model, aangepast aan de Belgische context.

Hoe het werkt:

  • Bij de jaarlijkse belastingaangifte geeft elke belastingplichtige aan welke erkende levensbeschouwelijke organisatie zijn bijdrage ontvangt. Dit kan een kerk, moskee, synagoge, tempel, vrijzinnige organisatie of een erkend humanistisch genootschap zijn.
  • % van het belastbaar inkomen de exacte hoogte wordt bij wet vastgelegd.
  • Wie geen keuze maakt, ziet zijn bijdrage naar een neutraal fonds voor gemeenschapsdoeleinden (cultuur, jeugdwerk, sociale cohesie): niet naar een specifieke religie.
  • De belastingdienst int de bijdragen en keert ze rechtstreeks uit aan de erkende organisaties. Er is geen directe financiële relatie tussen de burger en de religieuze organisatie.
  • Geen private donaties aan religieuze organisaties buiten dit systeem. Alle financiering loopt via de overheid. Individuele giften, collectes, bijdragen van buitenlandse stichtingen of overheden. Alles buiten het belastingsysteem is verboden.

Waarom dit model:

  • Het geeft de burger keuzevrijheid. Je financiert de organisatie waarin je gelooft, niet alle organisaties.
  • Het geeft de staat volledige controle over de geldstromen. Elke euro is traceerbaar.
  • Het elimineert buitenlandse financiering structureel. Er is simpelweg geen ander kanaal.
  • Het is niet-discriminatoir. Dezelfde regels gelden voor alle erkende levensbeschouwingen.
  • Italië genereert met een vergelijkbaar systeem (otto per mille, 0,8%) circa €1,3 miljard per jaar. Zweden int via de Skatteverket circa €1,4 miljard voor de Church of Sweden alleen. Het model is bewezen werkbaar.

Juridische noot: Een totaalverbod op private donaties (inclusief collectes) heeft geen precedent in een democratie en zou hoogstwaarschijnlijk sneuvelen bij het Grondwettelijk Hof en het EHRM. Het EHRM oordeelde in Sindicatul Pastorul cel bun v. Roemenië (2013) dat de autonomie van religieuze organisaties beschermd is. HART erkent dat dit het meest ambitieuze onderdeel van het voorstel is en dat de precieze formulering juridisch moet worden uitgewerkt om proportioneel te zijn. Mogelijk via een systeem waarin private donaties zijn toegelaten maar onderworpen aan strikte transparantieverplichtingen en limieten, in plaats van een absoluut verbod.

Pijler 2: Nul buitenlandse financiering en invloed

Absoluut verbod. Geen enkel geldbedrag, geen materiële steun, geen personeel, geen ideologische sturing vanuit het buitenland. Nul. Dit geldt voor alle erkende levensbeschouwelijke organisaties zonder uitzondering.

Concreet:

  • Nul euro uit het buitenland. Geen structurele financiering, geen projectfinanciering, geen donaties, geen leningen, geen materiële steun van buitenlandse overheden, stichtingen, ngo's of individuen aan Belgische religieuze organisaties.
  • Geen buitenlandse ambtenaren als geestelijken. Alle imams, priesters, predikanten, rabbijnen en moreel consulenten die in België actief zijn, moeten in België of in de EU zijn opgeleid en mogen geen dienstverband hebben met een buitenlandse overheid. Het Diyanet-model. Waarbij Turkse ambtenaren als imam fungeren in Belgische moskeeën. Wordt onmiddellijk beëindigd.
  • Geen buitenlandse invloed op curriculum of prediking. Religieuze organisaties bepalen zelf hun theologische inhoud, maar mogen geen instructies ontvangen van buitenlandse autoriteiten. Dit is het Oostenrijkse model (Islamgesetz 2015): een "positieve houding tegenover maatschappij en staat" als voorwaarde.
  • Overtredingen worden zwaar bestraft. Organisaties die buitenlandse financiering ontvangen of verhullen, verliezen onmiddellijk hun erkenning en bijbehorende belastingfinanciering. Bestuurders zijn persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk. Dit is geen administratieve boete. Het is een misdrijf.

Specifiek: Marokko, Turkije en Saudi-Arabië

De drie landen die het meest gedocumenteerd interfereren in het Belgische religieuze landschap worden expliciet aangepakt. Elke institutionele band tussen Belgische religieuze organisaties en Diyanet (Turkije), het Marokkaanse Ministerie van Religieuze Zaken, de Muslim World League (Saudi-Arabië) of Qatar Charity wordt verboden. Moskeeën die door deze organisaties worden gecontroleerd of gefinancierd, krijgen een overgangstermijn van maximaal twee jaar om zich te conformeren aan het Belgische systeem. Of verliezen hun erkenning.

Juridische noot: Het Grondwettelijk Hof vernietigde in 2023 een beperkter Vlaams verbod als disproportioneel. Het HART-model versterkt het proportionaliteitsargument door een alternatief financieringskanaal te bieden (het belastingsysteem), maar de combinatie met een verbod op private binnenlandse donaties maakt het juridisch kwetsbaarder. Het Oostenrijkse Islamgesetz (2015): dat enkel buitenlandse financiering verbiedt, niet binnenlandse donaties. Biedt het sterkste precedent. HART pleit voor een federaal kader naar Oostenrijks model als minimumvariant, met het totaalverbod als langetermijnambitie die een grondwetswijziging vereist.

Pijler 3: Radicale transparantie met AI-monitoring

Elke erkende religieuze organisatie opereert volledig transparant. Niet als optie, maar als absolute voorwaarde voor erkenning en financiering.

Concreet:

  • Alle financiën zijn openbaar. Jaarrekeningen worden gedeponeerd bij een nieuw op te richten Federaal Agentschap voor Levensbeschouwelijke Organisaties, gecontroleerd door een onafhankelijke revisor, en publiek toegankelijk online.
  • Alle bijeenkomsten met publiek karakter worden opgenomen. Preken, lezingen, cursussen en openbare samenkomsten in erkende gebedshuizen worden audio- of video-opgenomen en bewaard gedurende minimaal twee jaar. Dit geldt voor alle erkende erediensten. Kerken, moskeeën, synagoges, tempels. Zonder uitzondering.
  • AI-gestuurde monitoring op extremistische inhoud. De opnames worden gescreend met AI-systemen op haatzaaierij, aanzetting tot geweld, discriminatie en ondermijning van de democratische rechtsstaat. Dit is vergelijkbaar met de EU TCO-verordening (2021/784) die platforms verplicht terroristische inhoud binnen één uur te verwijderen, maar toegepast op religieuze context. Menselijke toetsing volgt altijd. AI signaleert, mensen beslissen.
  • Predikanten en religieuze leiders worden geregistreerd. Elke persoon die regelmatig preken, lezingen of religieus onderwijs verzorgt voor meer dan een vastgesteld aantal aanwezigen, wordt geregistreerd bij het Federaal Agentschap. Dit is geen inperking van de godsdienstvrijheid. Het is vergelijkbaar met de registratieplicht voor leerkrachten, artsen en advocaten.
  • Alle communicatie van de organisatie is traceerbaar. Officiële communicatie (nieuwsbrieven, sociale media, interne mededelingen aan leden) van erkende religieuze organisaties is beschikbaar voor inspectie bij vermoeden van extremisme. Dit gaat niet over privécorrespondentie van individuele gelovigen, maar over de institutionele communicatie van organisaties die publiek geld ontvangen.

Juridische noot: Dit is het meest vergaande onderdeel van het voorstel. Het EHRM oordeelde in Glukhin v. Rusland (2023) dat AI-surveillance "hoogst intrusief" is en dat minder restrictieve alternatieven de voorkeur verdienen. De EU AI Act (2024) classificeert real-time biometrische surveillance als hoog-risico of verboden. De opnameplicht geldt alleen voor openbare bijeenkomsten in erkende gebedshuizen die publieke financiering ontvangen. Niet voor privégebed of persoonlijke spirituele bijeenkomsten. Frankrijk monitort ~2.600 moskeeën via menselijke inlichtingen, niet via verplichte opname. HART is zich bewust dat dit onderdeel de zwaarste juridische toetsing zal ondergaan en dat een gefaseerde invoering. Te beginnen met verplichte transparantie van financiën en pas daarna, na juridische validatie, de opnameplicht. Realistischer is.


Erkenning: strenge voorwaarden, gelijke behandeling

Wie komt in aanmerking?

Religieuze en levensbeschouwelijke organisaties die erkenning willen. En daarmee toegang tot de belastingfinanciering. Moeten voldoen aan strikte, transparante en niet-discriminatoire criteria.

Erkenningsvoorwaarden:

  • Rechtspersoonlijkheid naar Belgisch recht. Geen buitenlandse rechtspersonen.
  • Minimumaantal aanhangers dat via de belastingaangifte de organisatie als begunstigde aanwijst. De exacte drempel wordt bij wet vastgelegd.
  • Volledige financiële transparantie: jaarrekening door onafhankelijke revisor, publiek beschikbaar.
  • Geen buitenlandse financiering of institutionele banden met buitenlandse overheden of door buitenlandse overheden gecontroleerde organisaties.
  • Alle geestelijken en religieuze leiders zijn opgeleid in België of de EU en spreken minstens één landstaal op B2-niveau.
  • Onderschrijving van de democratische rechtsstaat, de grondwet, de gelijkheid van man en vrouw, en de fundamentele mensenrechten. Dit is het Oostenrijkse model: een "positieve houding tegenover maatschappij en staat."
  • Opname en bewaring van alle openbare religieuze bijeenkomsten.
  • Jaarlijkse rapportage aan het Federaal Agentschap over activiteiten, leden, personeel en financiën.

Intrekking van erkenning:

  • Bij vastgestelde buitenlandse financiering: onmiddellijke intrekking.
  • Bij weigering van transparantie of inspectie: opschorting binnen 30 dagen, intrekking na 90 dagen.
  • Bij vastgesteld extremisme: onmiddellijke intrekking en strafrechtelijke vervolging van verantwoordelijken.
  • Bij fraude of verduistering: intrekking, terugvordering van ontvangen middelen, en strafrechtelijke vervolging.

Gelijke behandeling is niet onderhandelbaar

Deze regels gelden voor alle erkende levensbeschouwelijke organisaties: katholiek, protestant, joods, islamitisch, orthodox, anglicaans, boeddhistisch, vrijzinnig humanistisch en elke andere erkende organisatie. Geen enkele religie wordt uitgezonderd of zwaarder belast. Het Grondwettelijk Hof vernietigde bepalingen van het Vlaamse erkenningsdecreet in 2023 omdat ze onevenredig waren. Het HART-model voorkomt dit door universele regels die voor iedereen identiek zijn.

Risico: het ondergrondse circuit. Academisch onderzoek (Fox, 2021; Laurence, 2012) waarschuwt dat repressieve maatregelen religie niet elimineren maar ondergronds drijven. Van de circa 300-380 Belgische moskeeën zijn er slechts ~91 officieel erkend. Een te streng systeem riskeert dat meer moskeeën de erkenning weigeren en volledig buiten toezicht opereren. Het omgekeerde van het beoogde effect. HART pleit daarom voor een parallelle investering in positieve prikkels: financiering van lokale imamopleidingen, ondersteuning van gemeenschappen die zich aan het systeem conformeren, en een overgangstermijn die niet-erkende moskeeën de kans geeft toe te treden.


Online radicalisering: de nieuwe frontlinie

Fysieke gebedshuizen zijn niet langer de hoofdroute naar extremisme. Online platforms zijn dat wél. Het OCAD rapporteerde voor 2024 dat 18% van de auteurs van dreigingsmeldingen minderjarig was, met driekwart van jihadistische oriëntatie. In de voorbije drie jaar was bijna een derde van de personen die in België aanslagplannen beraamden jonger dan 18 jaar. Online platforms. Met name TikTok als instapzone en Telegram als operationeel platform. Spelen hierin een centrale rol. Het dreigingsniveau staat sinds oktober 2023 op niveau 3 ("ernstig").

Concrete maatregelen

  • Digitale geletterdheid als verplicht onderdeel van het onderwijscurriculum jongeren leren propaganda herkennen, bronnen checken en manipulatie doorzien (zie hoofdstuk Onderwijs: IT als verplicht vak).
  • Vilvoorde-aanpak opschalen naar nationaal niveau: persoonlijke betrokkenheid van burgemeesters, vertrouwensrelaties met gemeenschappen, multidisciplinaire LIVC-R's in elke gemeente. Sinds 2014 is niemand meer vanuit Vilvoorde naar Syrië vertrokken. Uniek in Europa.
  • EU-instrumenten voluit benutten: de TCO-verordening (terroristische inhoud binnen één uur verwijderen), de Digital Services Act (algoritmische transparantie voor grote platforms), en Europol's Internet Referral Unit.
  • Investering in deradicaliseringsprogramma's: zowel online (tegennarratief, digitale mentoring) als offline (exitprogramma's, psychologische begeleiding). Het bewijs toont dat contentverwijdering alleen niet volstaat. Je moet het alternatief bieden.

Juridische haalbaarheid: wat er nodig is

Grondwetswijziging is noodzakelijk

Het HART-model vereist een wijziging van artikel 181 van de Belgische Grondwet (financiering erediensten) en mogelijk artikel 20 (verbod op gedwongen bijdrage aan eredienst). De procedure via artikel 195 vereist een verklaring tot herziening, ontbinding van het parlement, en een tweederdemeerderheid in het nieuw verkozen parlement. Dit is een zware procedure. Maar HART mikt op de federale verkiezingen van 2029, waarna een herziening mogelijk is in de legislatuur 2029-2034.

GDPR en privacy

Religieuze overtuiging is onder artikel 9 GDPR een "bijzondere categorie persoonsgegevens." Het toewijzingssysteem via de belastingaangifte vereist nationale wetgeving op basis van artikel 9(2)(g) GDPR ("zwaarwegend algemeen belang") en een verplichte gegevensbeschermingseffectbeoordeling. Duitsland opereert al decennia met een vergelijkbaar systeem; het EHRM oordeelde in Wasmuth tegen Duitsland (2011) dat dit geen schending van de godsdienstvrijheid oplevert, mits de informatiewaarde beperkt blijft.

Het opnemen van bijeenkomsten

Dit is het meest gevoelige onderdeel. Artikel 9 EVRM (godsdienstvrijheid) beschermt niet alleen het geloof maar ook de uitoefening ervan. Het EHRM laat echter beperkingen toe die "bij wet zijn voorzien, een legitiem doel nastreven (openbare veiligheid, bescherming van de rechten van anderen) en noodzakelijk zijn in een democratische samenleving." De sleutel is proportionaliteit: de opnameplicht geldt alleen voor openbare bijeenkomsten in erkende gebedshuizen die publieke financiering ontvangen, niet voor privégebed of persoonlijke spirituele bijeenkomsten.

EU-vrij verkeer van kapitaal

Artikel 63 VWEU verbiedt beperkingen op het kapitaalverkeer, ook met derde landen. België kan zich beroepen op de uitzondering van openbare orde (artikel 65(1)(b)), maar de maatregel moet proportioneel zijn. De combinatie van een totaalverbod op buitenlandse financiering mét een alternatief financieringskanaal (het belastingsysteem) versterkt het proportionaliteitsargument: organisaties worden niet financieel uitgehongerd, ze krijgen een Belgisch alternatief.


Internationaal bewijs: wat werkt?

Oostenrijk: Islamgesetz (2015)

Het meest vergelijkbare model. Verbiedt structurele buitenlandse financiering van islamitische organisaties, eist Duitstalige imams en verlangt een "positieve houding tegenover maatschappij en staat." In 2018 kondigde de Oostenrijkse regering de sluiting van 7 moskeeën en de uitzetting van tot 60 buitenlands gefinancierde imams aan. Al werden uiteindelijk slechts enkele effectief verwijderd. Zwakte: de Turkse koepel ATIB verwierf in 2016 desondanks de controle over het officiële vertegenwoordigingsorgaan. Bewijs dat wetgeving alleen niet volstaat zonder actieve handhaving.

Frankrijk: Separatismewet (2021)

Verplicht aangifte van buitenlandse donaties boven €10.000. Prefecten kunnen gebedshuizen tijdelijk sluiten bij haatprediking. Tussen 2018 en 2024 werden circa 718 moslimgerelateerde instellingen gesloten (moskeeën, scholen, verenigingen en bedrijven samen), waaronder circa 20 moskeeën. Zwakte: geen totaalverbod op buitenlandse financiering. Omzeiling via tussenpersonen en liefdadigheidsorganisaties blijft mogelijk.

Duitsland: Kirchensteuer

Genereert circa €12,6 miljard per jaar (2024) voor de christelijke kerken via 8-9% van de inkomstenbelasting. Geeft de staat volledige financiële transparantie. Zwakte: de islam kan niet deelnemen wegens structurele eisen (KdöR-status) die islamitische organisaties niet kunnen vervullen. Een discriminatieprobleem dat het HART-model vermijdt door universele, religie-neutrale criteria.

Italië: Otto per mille

Elke belastingplichtige wijst 0,8% van zijn belasting toe aan een erkende organisatie. Wie niet kiest, ziet zijn bijdrage proportioneel herverdeeld. Genereert circa €1,3-1,4 miljard per jaar. Sterkte: keuzevrijheid voor de burger. Zwakte: niet-actieve keuzes worden automatisch herverdeeld, waardoor de katholieke kerk disproportioneel profiteert. Belangrijk verschil met het HART-model: Italië verbiedt private donaties niet.

Zweden: Kyrkoavgift

Na de scheiding van kerk en staat (2000) kunnen alle geregistreerde geloofsgemeenschappen. Inclusief islamitische. Hun bijdragen laten innen via de belastingdienst. De Church of Sweden int 0,7-1,9% van het belastbaar inkomen, goed voor circa €1,4-1,5 miljard per jaar. Sterkte: meest inclusief model, ook voor minderheidsgodsdiensten. Zwakte: dalende ledenaantallen (circa 1% per jaar).

Het HART-model neemt het beste uit elk systeem: de keuzevrijheid van Italië, de financiële transparantie van Duitsland, het buitenlandse-financieringsverbod van Oostenrijk, de anti-extremismewetgeving van Frankrijk, en de inclusiviteit van Zweden. Gecombineerd met een AI-gestuurde transparantie-eis die verder gaat dan elk bestaand model.


Het verschil met het huidige Belgische systeem

Aspect Huidig systeem HART-model
Financiering Uit algemene belastingen, geen keuzevrijheid % van inkomen, burger kiest organisatie
Buitenlandse financiering Toegelaten (verbod gedeeltelijk vernietigd door Grondwettelijk Hof) Absoluut verboden, nul uitzonderingen
Transparantie Beperkt, geen openbare jaarrekeningen verplicht Volledige openbaarheid: financiën, bijeenkomsten, personeel
Controle op extremisme Reactief (na incidenten), gefragmenteerd Proactief: AI-monitoring, opnameplicht, preventie
Verdeling Historisch scheef (~85% naar katholieke kerk) Evenredig: financiering volgt het aantal aanhangers
Geestelijken Buitenlandse ambtenaren-imams toegelaten Alleen in België/EU opgeleide geestelijken
Erkenning Ondoorzichtige criteria (veroordeeld door EHRM, 2022) Transparante, wettelijk vastgelegde criteria
Handhaving Zwak, zelden sancties Zware straffen bij overtreding, onmiddellijke intrekking

Samenvatting: 7 partijpunten Religie & Staat

# Partijpunt Kernactie
1 Belastingfinanciering % van inkomen naar erkende levensbeschouwelijke organisatie naar keuze
2 Nul buitenlandse financiering Absoluut verbod op elke financiële of materiële steun uit het buitenland
3 Nul buitenlandse invloed Geen buitenlandse ambtenaren-imams, geen instructies uit Ankara/Rabat/Riyad
4 Radicale transparantie Openbare jaarrekeningen, opname van bijeenkomsten, AI-monitoring
5 Strenge erkenningscriteria Rechtspersoonlijkheid, minimumaantal leden, taalvereiste B2, democratie-engagement
6 Online radicalisering aanpakken Vilvoorde-aanpak opschalen, EU-instrumenten benutten, digitale geletterdheid
7 Zware sancties Onmiddellijke intrekking erkenning, strafrechtelijke vervolging bij overtreding

De boodschap is helder: In België is religie vrij. Maar wie publiek geld ontvangt, opereert in het volle daglicht. Geen euro uit Ankara, Rabat of Riyad. Geen verborgen agenda's. Geen schaduwfinanciering. Elke preek, elke euro, elke beslissing. Transparant, controleerbaar, Belgisch.


Dit programma is onderbouwd met data van het Belgisch Grondwettelijk Hof (arrest 20 juli 2023, nr. 113/2023), het EHRM (Getuigen van Jehovah van Anderlecht, 5 april 2022; Wasmuth v. Duitsland, 17 februari 2011; Glukhin v. Rusland, juli 2023), het Oostenrijks Islamgesetz (2015), de Franse separatismewet (24 augustus 2021), OCAD-jaarverslagen 2024-2025, Europol TE-SAT 2025, het Duitse Kirchensteuer-systeem, het Italiaans otto per mille, het Zweeds kyrkoavgift-model, en de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart 2016 (rapport nr. 1752/9).