Partijprogramma Religie & Staat. HART Federale en Vlaamse verkiezingen
Op basis van het Duits Kirchensteuer-model, het Oostenrijks Islamgesetz, de Franse separatismewet en het Italiaans otto per mille-systeem
Onze visie: waarom een hybride model?
België financiert de erkende erediensten en het georganiseerd vrijzinnig humanisme met bijna een half miljard euro per jaar uit algemene belastingen (Nationale Bank, 2020: €487 miljoen aan "diensten van religieuze en andere gemeenschappen"). Tel de aparte levensbeschouwelijke schoolvakken en de fiscale vrijstellingen erbij en het totaal loopt op tot €0,8 à 0,9 miljard per jaar (Knack-factcheck, 2022). De burger heeft geen keuze: iedereen betaalt mee voor alle erkende erediensten, ongeacht de eigen overtuiging. Tegelijk is de controle op buitenlandse invloed dramatisch gebrekkig. De Turkse overheid stuurt via Diyanet ambtenaren-imams naar ruim 60 Belgische moskeeën. Saudi-Arabië controleerde en financierde decennialang de Grote Moskee van Brussel, die volgens de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart 2016 het salafo-wahabisme uitdroeg. De Veiligheid van de Staat stelde Marokkaanse spionage vast in het bestuur van diezelfde Grote Moskee, en in 2022 werd de erkenning van de Moslimexecutieve ingetrokken wegens gebrek aan transparantie. Er is te weinig veranderd.
Een volledig laïcistisch model naar Frans voorbeeld maakt de staat blind: wanneer religie dreigt extremistisch te worden, is er geen controle of ingrijpmogelijkheid. Het Duitse Kirchensteuer-model biedt controle via financiering, maar sluit de islam in de praktijk uit. HART kiest voor een derde weg: een hybride model dat de vrijheid van godsdienst volledig respecteert, maar met drie absolute voorwaarden: nul buitenlandse financiering, volledige transparantie, en exclusieve financiering via de belastingen.
KERNPRINCIPE: Religieuze organisaties zijn vrij om te geloven, te prediken en te praktiseren wat ze willen, zolang ze zich financieren via het Belgische belastingsysteem, volledig transparant opereren, en nul invloed accepteren van buitenlandse staten of organisaties. Wie zich hieraan onttrekt, wordt zwaar bestraft.
Het bestaande systeem: wat er mis is
België betaalt bijna een half miljard per jaar zonder controle
De Belgische Grondwet (artikel 181) verplicht de staat om de wedden en pensioenen van bedienaren van erkende erediensten te betalen. De optelsom over alle overheidsniveaus: de federale overheid betaalt ruim €140 miljoen per jaar aan wedden van bedienaren (2021), met hun pensioenen daarbovenop; de Vlaamse lokale besturen passen jaarlijks ruim €127 miljoen bij voor kerkfabrieken en gebouwen (2020), de Waalse lokale besturen geven er ruim €91 miljoen per jaar aan uit (volgens een parlementaire vraag uit dezelfde periode), plus provinciale en gewestelijke subsidies voor restauraties. De Nationale Bank telde voor 2020 in totaal €487 miljoen aan overheidsuitgaven voor "diensten van religieuze en andere gemeenschappen". Daarbovenop komen de levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs (€302 miljoen in 2020 aan Vlaamse kant alleen) en fiscale vrijstellingen zoals die van de onroerende voorheffing. De verdeling is scheef: de katholieke kerk ontvangt bijna 75% van alle overheidsgeld voor erediensten en vrijzinnigheid (cijfers 2020, observatorium ORACLE van de ULiège; vroeger lag dat aandeel nog hoger), terwijl op een gewone zondag in oktober 2024 slechts 173.335 mensen de mis bijwoonden, ongeveer 1,5% van de bevolking. De islam, met naar schatting 700.000 à 900.000 aanhangers, ontvangt een fractie. Er is geen relatie tussen het aantal aanhangers en de financiering.
Buitenlandse inmenging is gedocumenteerd en ernstig
- Turkije controleert via Diyanet ruim 60 Belgische moskeeën met ambtenaren-imams die vanuit Ankara worden aangesteld en betaald. Het Diyanet-budget voor 2025 bedroeg circa 130 miljard Turkse lira (ongeveer $3,8 miljard), meer dan het budget van elk van de Turkse ministeries van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Energie. In 2017 werden 19 imams van de Duitse Diyanet-koepel DITIB in Duitsland onderzocht wegens verdenking van spionage op Gülen-aanhangers; het onderzoek werd later stopgezet.
- Saudi-Arabië steunde decennialang de wereldwijde verspreiding van het salafo-wahabisme. De Grote Moskee van Brussel stond van 1969 tot 2019 onder Saudische controle. De parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart 2016 stelde vast dat de moskee het salafo-wahabisme uitdroeg, financiële banden had met de Islamitische Wereldliga en niet erkend was, en adviseerde de concessie te beëindigen. De Belgische Staat zegde de concessie in 2018 op; het Saudisch geleide centrum moest de moskee tegen eind maart 2019 verlaten.
- Marokko stuurt elk jaar honderden imams en predikers naar Europa voor de ramadan (320 in 2026, waarvan 42 naar België) en heeft invloed via Marokkaans georiënteerde koepels zoals het Rassemblement des Musulmans de Belgique. Op basis van informatie van de Veiligheid van de Staat kreeg de erkenningsaanvraag van de Grote Moskee in 2020 een negatief advies, wegens Marokkaanse inmenging en spionage in het bestuur.
- Qatar financierde via Qatar Charity 140 moskee- en islamitische centrumprojecten in Europa met €71 miljoen, ten voordele van verenigingen die dicht bij de Moslimbroeders staan (bron: Qatar Papers, 2019).
Het Vlaamse verbod op buitenlandse financiering werd twee keer vernietigd
Op 20 juli 2023 vernietigde het Grondwettelijk Hof twee specifieke bepalingen van het Vlaamse Erkenningsdecreet (2021): het verbod op buitenlandse financiering die de onafhankelijkheid aantast, en het verbod op buitenlandse bezoldiging van eredienst-bedienaars. De reden: "onvoldoende precies" en "onevenredige inmenging in de vrijheid van eredienst." Vlaanderen paste het decreet in 2024 aan, maar op 25 september 2025 vernietigde het Hof ook de bijgestuurde versie van dat verbod, opnieuw als onevenredige inmenging in de vrijheid van eredienst. De procedures werden aangespannen door onder meer de Belgische Diyanet-vereniging en, in 2025, ook de Islamitische Federatie van België (Milli Görüş). De les: een verbod moet juridisch waterdicht zijn: precies, niet-discriminatoir, proportioneel en gekoppeld aan een alternatieve financieringsbron.
Het HART-model: drie pijlers
Pijler 1: Financiering uitsluitend via de belastingen
Elke belastingplichtige kiest zelf of hij bijdraagt aan een levensbeschouwing. Wie bijdraagt, wijst een percentage van zijn inkomen toe aan een erkende levensbeschouwelijke organisatie naar keuze. Wie niet wil bijdragen, betaalt niets: volledige opt-out. Dit is het Duits-Zweedse model, aangepast aan de Belgische context.
Hoe het werkt:
- Bij de jaarlijkse belastingaangifte geeft elke belastingplichtige aan welke erkende levensbeschouwelijke organisatie zijn bijdrage ontvangt. Dit kan een kerk, moskee, synagoge, tempel, vrijzinnige organisatie of een erkend humanistisch genootschap zijn, of hij kiest ervoor niet bij te dragen.
- Een percentage van het belastbaar inkomen. De exacte hoogte wordt bij wet vastgelegd.
- Volledige opt-out. Wie niet bijdraagt, betaalt niets. Geen verplichte bijdrage, geen automatische herverdeling, geen neutraal fonds. Niemand financiert een levensbeschouwing tegen zijn wil. Zo trekt het model de negatieve godsdienstvrijheid van artikel 20 van de huidige Grondwet (niemand kan verplicht worden deel te nemen aan de handelingen en plechtigheden van een eredienst; in de HART-grondwet art. 14) door naar de financiering.
- De belastingdienst int de bijdragen en keert ze rechtstreeks uit aan de erkende organisaties. Er is geen directe financiële relatie tussen de burger en de religieuze organisatie.
- Geen private donaties aan religieuze organisaties buiten dit systeem. Alle financiering loopt via de overheid. Individuele giften, collectes, bijdragen van buitenlandse stichtingen of overheden: alles buiten het belastingsysteem is verboden.
Waarom dit model:
- Het geeft de burger volledige keuzevrijheid. Je financiert de organisatie waarin je gelooft, of je financiert niets. Wie gelooft, betaalt. Wie niet gelooft, betaalt niet.
- Het geeft de staat volledige controle over de geldstromen. Elke euro is traceerbaar.
- Het elimineert buitenlandse financiering structureel. Er is simpelweg geen ander kanaal.
- Het is niet-discriminatoir. Dezelfde regels gelden voor alle erkende levensbeschouwingen.
- Het model is bewezen werkbaar. Duitsland int de Kirchensteuer alleen bij geregistreerde leden (circa €12,6 miljard in 2024); wie uittreedt, betaalt niets. Zweden int via de Skatteverket bijdragen van wie aangesloten is (circa €1,4 miljard in 2024 voor de Church of Sweden alleen). Beide systemen kennen volledige opt-out en blijven overeind.
Eerlijk over de consequentie: volledige opt-out betekent dat de inkomsten van levensbeschouwelijke organisaties volledig afhangen van het aantal burgers dat actief voor hen kiest. Organisaties met weinig draagvlak zien hun financiering krimpen of verdwijnen. Dat is geen fout in het systeem, dat is het systeem: financiering volgt overtuiging, niet geschiedenis.
Juridische noot: Een totaalverbod op private donaties (inclusief collectes) heeft geen precedent in een democratie en zou hoogstwaarschijnlijk sneuvelen bij het Grondwettelijk Hof en het EHRM. Het EHRM oordeelde in Sindicatul Pastorul cel bun v. Roemenië (2013) dat de autonomie van religieuze organisaties beschermd is. HART erkent dat dit het meest ambitieuze onderdeel van het voorstel is en dat de precieze formulering juridisch moet worden uitgewerkt om proportioneel te zijn, mogelijk via een systeem waarin private donaties zijn toegelaten maar onderworpen aan strikte transparantieverplichtingen en limieten, in plaats van een absoluut verbod.
Pijler 2: Nul buitenlandse financiering en invloed
Absoluut verbod. Geen enkel geldbedrag, geen materiële steun, geen personeel, geen ideologische sturing vanuit het buitenland. Nul. Dit geldt voor alle erkende levensbeschouwelijke organisaties zonder uitzondering.
Concreet:
- Nul euro uit het buitenland. Geen structurele financiering, geen projectfinanciering, geen donaties, geen leningen, geen materiële steun van buitenlandse overheden, stichtingen, ngo's of individuen aan Belgische religieuze organisaties.
- Geen buitenlandse ambtenaren als geestelijken. Alle imams, priesters, predikanten, rabbijnen en moreel consulenten die in België actief zijn, moeten in België of in de EU zijn opgeleid en mogen geen dienstverband hebben met een buitenlandse overheid. Het Diyanet-model, waarbij Turkse ambtenaren als imam fungeren in Belgische moskeeën, wordt onmiddellijk beëindigd.
- Geen buitenlandse invloed op curriculum of prediking. Religieuze organisaties bepalen zelf hun theologische inhoud, maar mogen geen instructies ontvangen van buitenlandse autoriteiten. Dit is het Oostenrijkse model (Islamgesetz 2015): een "positieve houding tegenover maatschappij en staat" als voorwaarde.
- Overtredingen worden zwaar bestraft. Organisaties die buitenlandse financiering ontvangen of verhullen, verliezen onmiddellijk hun erkenning en bijbehorende belastingfinanciering. Bestuurders zijn persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk. Dit is geen administratieve boete. Het is een misdrijf.
Specifiek: Marokko, Turkije en Saudi-Arabië
De drie landen die het meest gedocumenteerd interfereren in het Belgische religieuze landschap worden expliciet aangepakt. Elke institutionele band tussen Belgische religieuze organisaties en Diyanet (Turkije), het Marokkaanse Ministerie van Religieuze Zaken, de Muslim World League (Saudi-Arabië) of Qatar Charity wordt verboden. Moskeeën die door deze organisaties worden gecontroleerd of gefinancierd, krijgen een overgangstermijn van maximaal twee jaar om zich te conformeren aan het Belgische systeem, of verliezen hun erkenning.
Juridische noot: Het Grondwettelijk Hof vernietigde in 2023 een beperkter Vlaams verbod als te vaag en disproportioneel, en in 2025 de bijgestuurde versie opnieuw als disproportioneel. Het HART-model versterkt het proportionaliteitsargument door een alternatief financieringskanaal te bieden (het belastingsysteem), maar de combinatie met een verbod op private binnenlandse donaties maakt het juridisch kwetsbaarder. Het Oostenrijkse Islamgesetz (2015), dat enkel buitenlandse financiering van de gewone werking verbiedt en binnenlandse donaties toelaat, biedt het sterkste precedent. HART pleit voor een federaal kader naar Oostenrijks model als minimumvariant, met het totaalverbod als langetermijnambitie die een grondwetswijziging vereist. Dat federale kader en het Federaal Agentschap van pijler 3 komen er bij een wet met instemming van de Raad van de Deelstaten: de erediensten staan niet in de lijst van federale bevoegdheden (art. 27 §2 en 29 HART-grondwet).
Pijler 3: Radicale transparantie met AI-monitoring
Elke erkende religieuze organisatie opereert volledig transparant. Niet als optie, maar als absolute voorwaarde voor erkenning en financiering.
Concreet:
- Alle financiën zijn openbaar. Jaarrekeningen worden gedeponeerd bij een nieuw op te richten Federaal Agentschap voor Levensbeschouwelijke Organisaties, gecontroleerd door een onafhankelijke revisor, en publiek toegankelijk online.
- Alle bijeenkomsten met publiek karakter worden opgenomen. Preken, lezingen, cursussen en openbare samenkomsten in erkende gebedshuizen worden audio- of video-opgenomen en bewaard gedurende minimaal twee jaar. Dit geldt voor alle erkende erediensten: kerken, moskeeën, synagoges, tempels, zonder uitzondering.
- AI-gestuurde monitoring op extremistische inhoud. De opnames worden gescreend met AI-systemen op haatzaaierij, aanzetting tot geweld, discriminatie en ondermijning van de democratische rechtsstaat. Dit is vergelijkbaar met de EU TCO-verordening (2021/784) die platforms verplicht terroristische inhoud binnen één uur na een verwijderingsbevel te verwijderen, maar toegepast op religieuze context. Menselijke toetsing volgt altijd. AI signaleert, mensen beslissen.
- Predikanten en religieuze leiders worden geregistreerd. Elke persoon die regelmatig preken, lezingen of religieus onderwijs verzorgt voor meer dan een vastgesteld aantal aanwezigen, wordt geregistreerd bij het Federaal Agentschap. Dit is geen inperking van de godsdienstvrijheid; het is vergelijkbaar met de registratie van artsen en advocaten bij hun beroepsorde.
- Alle communicatie van de organisatie is traceerbaar. Officiële communicatie (nieuwsbrieven, sociale media, interne mededelingen aan leden) van erkende religieuze organisaties is beschikbaar voor inspectie bij vermoeden van extremisme. Dit gaat niet over privécorrespondentie van individuele gelovigen, maar over de institutionele communicatie van organisaties die publiek geld ontvangen.
Juridische noot: Dit is het meest vergaande onderdeel van het voorstel. Het EHRM oordeelde in Glukhin v. Rusland (2023) dat gezichtsherkenning "hoogst intrusief" is en dat de inzet ervan tegen een vreedzame betoger niet noodzakelijk was in een democratische samenleving. De EU AI Act (Verordening (EU) 2024/1689) classificeert systemen voor biometrische identificatie op afstand als hoog-risico en verbiedt real-time biometrische identificatie op afstand in openbare ruimten voor rechtshandhaving, op enkele uitzonderingen na. De opnameplicht geldt alleen voor openbare bijeenkomsten in erkende gebedshuizen die publieke financiering ontvangen, niet voor privégebed of persoonlijke spirituele bijeenkomsten. Frankrijk houdt toezicht op moskeeën via inlichtingendiensten en prefecten, niet via verplichte opname. HART is zich bewust dat dit onderdeel de zwaarste juridische toetsing zal ondergaan en dat een gefaseerde invoering realistischer is: eerst verplichte transparantie van de financiën, pas daarna, na juridische validatie, de opnameplicht.
Erkenning: strenge voorwaarden, gelijke behandeling
Wie komt in aanmerking?
Religieuze en levensbeschouwelijke organisaties die erkenning willen, en daarmee toegang tot de belastingfinanciering, moeten voldoen aan strikte, transparante en niet-discriminatoire criteria.
Erkenningsvoorwaarden:
- Rechtspersoonlijkheid naar Belgisch recht. Geen buitenlandse rechtspersonen.
- Minimumaantal aanhangers dat via de belastingaangifte de organisatie als begunstigde aanwijst. De exacte drempel wordt bij wet vastgelegd.
- Volledige financiële transparantie: jaarrekening door onafhankelijke revisor, publiek beschikbaar.
- Geen buitenlandse financiering of institutionele banden met buitenlandse overheden of door buitenlandse overheden gecontroleerde organisaties.
- Alle geestelijken en religieuze leiders zijn opgeleid in België of de EU en spreken minstens één landstaal op B2-niveau.
- Onderschrijving van de democratische rechtsstaat, de grondwet, de gelijkheid van man en vrouw, en de fundamentele mensenrechten. Dit is het Oostenrijkse model: een "positieve houding tegenover maatschappij en staat."
- Opname en bewaring van alle openbare religieuze bijeenkomsten.
- Jaarlijkse rapportage aan het Federaal Agentschap over activiteiten, leden, personeel en financiën.
Intrekking van erkenning:
- Bij vastgestelde buitenlandse financiering: onmiddellijke intrekking.
- Bij weigering van transparantie of inspectie: opschorting binnen 30 dagen, intrekking na 90 dagen.
- Bij vastgesteld extremisme: onmiddellijke intrekking en strafrechtelijke vervolging van verantwoordelijken.
- Bij fraude of verduistering: intrekking, terugvordering van ontvangen middelen, en strafrechtelijke vervolging.
Gelijke behandeling is niet onderhandelbaar
Deze regels gelden voor alle erkende levensbeschouwelijke organisaties: katholiek, protestant, joods, islamitisch, orthodox, anglicaans, boeddhistisch, vrijzinnig humanistisch en elke andere erkende organisatie. Geen enkele religie wordt uitgezonderd of zwaarder belast. Het Grondwettelijk Hof vernietigde bepalingen van het Vlaamse erkenningsdecreet in 2023 en 2025 omdat ze onvoldoende precies (2023) en onevenredig (2023 en 2025) waren. Het HART-model wil dat vermijden met precieze, universele regels die voor iedereen identiek zijn, en met een Belgisch financieringskanaal als alternatief.
Risico: het ondergrondse circuit. Academisch onderzoek naar religiebeleid waarschuwt dat repressieve maatregelen religie niet elimineren maar ondergronds drijven. Van de ruim 300 Belgische moskeeën is slechts een minderheid officieel erkend. Een te streng systeem riskeert dat meer moskeeën de erkenning weigeren en volledig buiten toezicht opereren: het omgekeerde van het beoogde effect. HART pleit daarom voor een parallelle investering in positieve prikkels: financiering van lokale imamopleidingen, ondersteuning van gemeenschappen die zich aan het systeem conformeren, en een overgangstermijn die niet-erkende moskeeën de kans geeft toe te treden.
Online radicalisering: de nieuwe frontlinie
Fysieke gebedshuizen zijn niet langer de hoofdroute naar extremisme. Online platforms zijn dat wél. Volgens het OCAD was 18% van de auteurs van dreigingsmeldingen minderjarig in 2024 en 13% in 2025; islamitisch extremisme bleef de voornaamste ideologie achter die meldingen (55% in 2024, 39% in 2025). In de drie jaar tot en met 2024 was bijna een derde van de personen die in België aanslagplannen beraamden jonger dan 18 jaar. Jongeren radicaliseren snel, vaak online, in kleine en losse netwerken op digitale platforms waar jihadistisch materiaal intensief gedeeld wordt. Na de aanslag in Brussel van 16 oktober 2023 verhoogde het OCAD het algemene dreigingsniveau naar niveau 3 ("ernstig").
Concrete maatregelen
- Digitale geletterdheid als verplicht onderdeel van het onderwijscurriculum: jongeren leren propaganda herkennen, bronnen checken en manipulatie doorzien (zie hoofdstuk Onderwijs: IT als verplicht vak).
- Vilvoorde-aanpak opschalen naar nationaal niveau: persoonlijke betrokkenheid van burgemeesters, vertrouwensrelaties met gemeenschappen, en de multidisciplinaire LIVC-R's die sinds 2018 in elke gemeente wettelijk verplicht zijn, overal echt laten werken. Uit Vilvoorde vertrokken 28 strijders naar het Midden-Oosten; sinds de zomer van 2014 is niemand meer naar Syrië vertrokken. De aanpak kreeg internationale erkenning.
- EU-instrumenten voluit benutten: de TCO-verordening (terroristische inhoud binnen één uur na een verwijderingsbevel verwijderen), de Digital Services Act (algoritmische transparantie voor grote platforms), en Europol's Internet Referral Unit.
- Investering in deradicaliseringsprogramma's: zowel online (tegennarratief, digitale mentoring) als offline (exitprogramma's, psychologische begeleiding). Contentverwijdering alleen volstaat niet: je moet het alternatief bieden.
Juridische haalbaarheid: wat er nodig is
Grondwetswijziging is noodzakelijk
Het HART-model vereist een wijziging van artikel 181 van de Belgische Grondwet (wedden en pensioenen van de bedienaren van de erediensten en van de afgevaardigden van de vrijzinnigheid ten laste van de staat). Artikel 20 (niemand kan verplicht worden deel te nemen aan de handelingen en plechtigheden van een eredienst) hoeft niet gewijzigd te worden: de volledige opt-out ligt in dezelfde lijn. De procedure via artikel 195 vereist een verklaring tot herziening, ontbinding van het parlement, en een tweederdemeerderheid in het nieuw verkozen parlement. Dat is een zware procedure. De HART-grondwet neemt artikel 181 niet over en waarborgt de vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing (art. 14); een herziening vraagt er twee derden in de Kamer en daarna een verplichte burgerstemming, zonder herzieningsverklaring en zonder ontbinding (art. 63).
GDPR en privacy
Religieuze overtuiging is onder artikel 9 GDPR een "bijzondere categorie persoonsgegevens." Het toewijzingssysteem via de belastingaangifte vereist nationale wetgeving op basis van artikel 9(2)(g) GDPR ("zwaarwegend algemeen belang") en een verplichte gegevensbeschermingseffectbeoordeling. Duitsland opereert al decennia met een vergelijkbaar systeem; het EHRM oordeelde in Wasmuth tegen Duitsland (2011) dat dit geen schending van de godsdienstvrijheid oplevert, mits de informatiewaarde beperkt blijft.
Het opnemen van bijeenkomsten
Dit is het meest gevoelige onderdeel. Artikel 9 EVRM (godsdienstvrijheid) beschermt niet alleen het geloof maar ook de uitoefening ervan. Het EHRM laat echter beperkingen toe die "bij wet zijn voorzien, een legitiem doel nastreven (openbare veiligheid, bescherming van de rechten van anderen) en noodzakelijk zijn in een democratische samenleving." De sleutel is proportionaliteit: de opnameplicht geldt alleen voor openbare bijeenkomsten in erkende gebedshuizen die publieke financiering ontvangen, niet voor privégebed of persoonlijke spirituele bijeenkomsten.
EU-vrij verkeer van kapitaal
Artikel 63 VWEU verbiedt beperkingen op het kapitaalverkeer, ook met derde landen. België kan zich beroepen op de uitzondering van openbare orde (artikel 65(1)(b)), maar de maatregel moet proportioneel zijn. De combinatie van een totaalverbod op buitenlandse financiering mét een alternatief financieringskanaal (het belastingsysteem) versterkt het proportionaliteitsargument: organisaties worden niet financieel uitgehongerd, ze krijgen een Belgisch alternatief.
Internationaal bewijs: wat werkt?
Oostenrijk: Islamgesetz (2015)
Het meest vergelijkbare model. Verbiedt dat de gewone werking van islamitische organisaties, inclusief de lonen van imams, uit het buitenland gefinancierd wordt, eist dat de geloofsleer in het Duits beschikbaar is en verlangt een "positieve houding tegenover maatschappij en staat." In 2018 kondigde de Oostenrijkse regering de sluiting van 7 moskeeën en de uitzetting van tot 60 buitenlands gefinancierde imams aan; een rechtbank vernietigde in 2019 de sluiting van zes moskeeën wegens procedurefouten. Zwakte: de Turkse koepel ATIB leverde in 2016 desondanks de voorzitter van het officiële vertegenwoordigingsorgaan (IGGÖ). Bewijs dat wetgeving alleen niet volstaat zonder actieve handhaving.
Frankrijk: Separatismewet (2021)
Verplicht erediensten om buitenlandse financiering aan te geven zodra die €15.300 per boekjaar overschrijdt. Prefecten kunnen gebedshuizen tijdelijk sluiten bij haatprediking. Sinds 2021 werden volgens het Élysée 741 instellingen tijdelijk of definitief gesloten (gebedshuizen, scholen, kinderopvang, sport- en culturele voorzieningen en handelszaken samen; stand mei 2025). Zwakte: geen totaalverbod op buitenlandse financiering. Omzeiling via tussenpersonen en liefdadigheidsorganisaties blijft mogelijk.
Duitsland: Kirchensteuer
Genereert circa €12,6 miljard per jaar (2024) voor de christelijke kerken via 8-9% van de inkomstenbelasting. Geeft de staat volledige financiële transparantie. Sterkte: alleen geregistreerde leden betalen; wie uittreedt (Kirchenaustritt), betaalt niets. Zwakte: de islam kan in de praktijk niet deelnemen, omdat islamitische organisaties zelden de vereiste status van publiekrechtelijke corporatie (KdöR) krijgen; de Ahmadiyya-gemeenschap in Hessen is een uitzondering. Een discriminatieprobleem dat het HART-model vermijdt door universele, religie-neutrale criteria.
Italië: Otto per mille
0,8% van de opbrengst van de personenbelasting wordt verdeeld volgens de keuze van de belastingplichtigen: een erkende geloofsgemeenschap of de staat. Wie niet kiest, ziet zijn aandeel proportioneel herverdeeld; slechts ongeveer 40% van de belastingplichtigen maakt een keuze. Goed voor circa €1,5 miljard (verdeling 2025), waarvan ruim €1 miljard naar de katholieke kerk. Sterkte: keuzevrijheid voor de burger. Zwakte: geen echte opt-out. Niet-actieve keuzes worden automatisch herverdeeld, waardoor de katholieke kerk disproportioneel profiteert en ook niet-kiezers de facto religie financieren. Belangrijke verschillen met het HART-model: HART kent een volledige opt-out, en Italië verbiedt private donaties niet.
Zweden: Kyrkoavgift
Na de scheiding van kerk en staat (2000) kunnen geregistreerde geloofsgemeenschappen, ook islamitische, hun bijdragen laten innen via de belastingdienst. De Church of Sweden int gemiddeld ongeveer 1% van het belastbaar inkomen van haar leden, goed voor circa €1,4 miljard (2024). Sterkte: meest inclusief model, ook voor minderheidsgodsdiensten. Zwakte: dalende ledenaantallen (ruim 1% per jaar).
Het HART-model neemt het beste uit elk systeem: de toewijzing via de belastingaangifte van Italië, de volledige opt-out van Duitsland en Zweden, de financiële transparantie van Duitsland, het buitenlandse-financieringsverbod van Oostenrijk, de anti-extremismewetgeving van Frankrijk, en de inclusiviteit van Zweden. Gecombineerd met een AI-gestuurde transparantie-eis die verder gaat dan elk bestaand model.
Het verschil met het bestaande Belgische systeem
| Aspect | Bestaand systeem | HART-model |
|---|---|---|
| Financiering | Uit algemene belastingen, geen keuzevrijheid | Burger kiest organisatie, of kiest volledige opt-out en betaalt niets |
| Buitenlandse financiering | Toegelaten (Vlaams verbod twee keer vernietigd door het Grondwettelijk Hof, 2023 en 2025) | Absoluut verboden, nul uitzonderingen |
| Transparantie | Beperkt, geen openbare jaarrekeningen verplicht | Volledige openbaarheid: financiën, bijeenkomsten, personeel |
| Controle op extremisme | Reactief (na incidenten), gefragmenteerd | Proactief: AI-monitoring, opnameplicht, preventie |
| Verdeling | Historisch scheef (bijna 75% naar de katholieke kerk, 2020) | Evenredig: financiering volgt het aantal aanhangers |
| Geestelijken | Buitenlandse ambtenaren-imams toegelaten | Alleen in België/EU opgeleide geestelijken |
| Erkenning | Ondoorzichtige criteria (veroordeeld door EHRM, 2022) | Transparante, wettelijk vastgelegde criteria |
| Handhaving | Zwak, zelden sancties | Zware straffen bij overtreding, onmiddellijke intrekking |
Samenvatting: 7 partijpunten Religie & Staat
| # | Partijpunt | Kernactie |
|---|---|---|
| 1 | Belastingfinanciering met opt-out | % van inkomen naar erkende organisatie naar keuze; wie niet wil bijdragen, betaalt niets |
| 2 | Nul buitenlandse financiering | Absoluut verbod op elke financiële of materiële steun uit het buitenland |
| 3 | Nul buitenlandse invloed | Geen buitenlandse ambtenaren-imams, geen instructies uit Ankara/Rabat/Riyad |
| 4 | Radicale transparantie | Openbare jaarrekeningen, opname van bijeenkomsten, AI-monitoring |
| 5 | Strenge erkenningscriteria | Rechtspersoonlijkheid, minimumaantal leden, taalvereiste B2, democratie-engagement |
| 6 | Online radicalisering aanpakken | Vilvoorde-aanpak opschalen, EU-instrumenten benutten, digitale geletterdheid |
| 7 | Zware sancties | Onmiddellijke intrekking erkenning, strafrechtelijke vervolging bij overtreding |
De boodschap is helder: In België is religie vrij. Maar wie publiek geld ontvangt, opereert in het volle daglicht. Geen euro uit Ankara, Rabat of Riyad. Geen verborgen agenda's. Geen schaduwfinanciering. Elke preek, elke euro, elke beslissing: transparant, controleerbaar, Belgisch.
Dit programma is onderbouwd met data van het budget erediensten van de FOD Justitie, de verdelingscijfers van het observatorium ORACLE (ULiège, 2022), de Nationale Bank (overheidsuitgaven religieuze gemeenschappen, 2020), de Knack-factcheck over de totale subsidiëring van levensbeschouwingen (2022), Geld voor je god? (2021), het Belgisch Grondwettelijk Hof (arresten nr. 113/2023 van 20 juli 2023 en nr. 124/2025 van 25 september 2025), het EHRM (Getuigen van Jehovah van Anderlecht, 5 april 2022; Wasmuth v. Duitsland, 17 februari 2011; Glukhin v. Rusland, 4 juli 2023), het Oostenrijks Islamgesetz (2015), de Franse separatismewet (24 augustus 2021), de OCAD-jaarverslagen 2024-2025, het Duitse Kirchensteuer-systeem, het Italiaans otto per mille, het Zweeds kyrkoavgift-model, en de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart 2016 (tussentijds verslag Radicalisme, DOC 54 1752/009).