arrow_back Alle partijpunten
Partijpunt 20 van 30

Overheid

Partijprogramma Overheid. HART

Partijprogramma Overheid. HART Federale en Vlaamse verkiezingen

Op basis van OESO Government at a Glance 2023/2025, IMD World Competitiveness Ranking 2025, Eurostat COFOG-data, Federaal Planbureau economische vooruitzichten 2025-2030, NBB jaarverslag 2024, Rekenhof auditverslagen, e-Estonia/OECD Digital Government Policy Framework, Deense Kommunalreform 2007, Nederlands ABD-model, Nieuw-Zeelands Public Finance Act, en de Zweedse/Canadese begrotingshervormingen


Kernprincipe

De Belgische overheid is de zesde duurste van europa, maar levert geen zesde-beste dienstverlening. Het probleem is niet dat Belgen te veel vragen van hun staat. Het probleem is dat de institutionele architectuur kosten vermenigvuldigt zonder resultaten te vermenigvuldigen. Zes regeringen, meer dan vijftig ministers en staatssecretarissen, ruim 1.500 publiekrechtelijke entiteiten, circa 2.000 kabinetsmedewerkers en meer dan een miljoen ambtenaren voor 11,8 miljoen inwoners. HART wil geen besparingsretoriek maar een structurele hervorming: minder lagen, minder kabinetten, meer digitaal, meer meritocratisch, meer transparant. Landen met vergelijkbare of betere publieke diensten. Nederland, Denemarken, Zwitserland, Estland. Realiseren die tegen dramatisch lagere kosten.

Zie ook: HART-hoofdstuk Subsidiariteit (bevoegdheidsverdeling, provincies, Senaat, gemeentefusies, fiscale autonomie).


Feiten en bronnen

Feit Cijfer Bron
Belgische overheidsuitgaven (% bbp, 2024) 54,1% Eurostat EDP-notificatie 2024
EU-gemiddelde overheidsuitgaven (% bbp) ~49% Eurostat COFOG 2023
Nederland overheidsuitgaven (% bbp) ~43-44% Eurostat / CBS
Zwitserland overheidsuitgaven (% bbp) 33,2% OESO Government at a Glance 2025
Estland overheidsuitgaven (% bbp) ~44% OESO / Trading Economics
Totaal overheidspersoneel België ~1.062.000 personen Aernoudt / FDmagazine 2025
Personeelskosten overheid €58,3 miljard FDmagazine / BOSA
Groei overheidspersoneel (1994-2024) +45% (~728.000 → ~1.062.000) Aernoudt / FDmagazine
IMD Competitiveness Ranking 2025. België 24e van 69 landen (overall) IMD 2025
IMD overheidsefficiëntie-subfactor 2025 ~42e van 69 (slechtste subfactor) IMD 2025 / FDmagazine
Kabinetsmedewerkers federaal (De Croo) 838 voor 20 bewindslieden VRT NWS 2020
Kabinetsmedewerkers alle niveaus ~2.000, ~€200 mln/jaar VRT NWS 2018 / BRUZZ
Kabinetsleden per mln inwoners. Wallonië+Brussel ~205 BRUZZ 2024
Kabinetsleden per mln inwoners. Vlaanderen ~40 BRUZZ 2024
Politieke medewerkers per minister. België federaal (De Croo) ~42 (838 ÷ 20 bewindslieden) VRT NWS 2020
Politieke medewerkers per minister. VK (Special Advisers) ~5 (130 totaal ÷ 23 kabinetministers, excl. PM Office) GOV.UK Cabinet Office juli 2025
Politieke medewerkers per bewindspersoon. Nederland ~2 (1 politiek assistent + 1 woordvoerder) Rijksoverheid / Binnenlands Bestuur
Kabinetslimiet Frankrijk 2017-2020 (Macron) 10 per minister (decreet 2017-1063) Dalloz Actualité / Acteurs Publics
FOD Financiën. Personeel ~20.000 (grootste FOD) Werkenvoor.be / BOSA
Overheidsschuld (% bbp, 2024) 103,9% (~€650 mld) Europese Commissie / NBB
Begrotingstekort (% bbp, 2024) 4,4% NBB / Europese Commissie
Begrotingstekort projectie 2025 5,1-5,4% Federaal Planbureau / EC
Federaal tekort 2025 (absoluut) €25,5 miljard VRT NWS april 2025
Uitgaven externe consultants federaal (2020-2022) €2,5 miljard Rekenhof 2025
itsme® gebruikers >7 miljoen (80%+ volwassenen) itsme® jaarverslag 2024
België. UN E-Government Development Index ~56e plaats UN EGDI 2024
Denemarken. UN EGDI #1 (score 0,9847) UN EGDI 2024
Estland. Besparing door e-government ~2% bbp per jaar e-Estonia / OESO
Canada. Begrotingssanering jaren '90 7:1 ratio besparingen vs. belastingen Fraser Institute / R Street
Zweden. Begrotingskader Uitgavenplafonds + overschotdoel + schuldanker 35% Government.se / CEPR
Nederland. Begrotingstekort 2024 0,9% bbp Government.nl
Nederland. Overheidsschuld 2024 43,7% bbp Trading Economics / CBS
Politiezones België 176 Wikipedia / Federale Politie

Standpunt 1: SLANKERE OVERHEID: saneren door efficiëntie, niet door blind te snijden

België geeft 54,1% van zijn bbp uit aan de overheid. Tien procentpunten meer dan Nederland en twintig meer dan Zwitserland, zonder aantoonbaar betere dienstverlening. Het overheidspersoneel groeide met 45% in dertig jaar tot meer dan een miljoen personen, aan een gemiddeld tempo van dertig nieuwe aanwervingen per dag. De personeelskosten bedragen €58,3 miljard, oftewel 75% van de totale administratiekosten. Op de IMD World Competitiveness Ranking 2025 staat België 24e van 69 landen overall, maar voor de subfactor overheidsefficiëntie zakt het naar circa de 42e plaats. De slechtst scorende dimensie. Ondertussen besteedt de federale overheid €2,5 miljard aan externe consultants over drie jaar, met volgens het Rekenhof structurele inbreuken op de aanbestedingsregels en zonder centrale strategie.

Feiten:

  • Overheidsuitgaven: 54,1% bbp (2024) versus EU-gemiddelde ~49%, Nederland ~43%, Zwitserland 33,2% (Eurostat, OESO Government at a Glance 2025).
  • Overheidspersoneel: ~1.062.000, +45% sinds 1994; personeelskosten €58,3 miljard (Aernoudt/FDmagazine 2025, BOSA).
  • Consultancy-uitgaven federaal: €2,5 miljard incl. btw (2020-2022), 80% IT, structurele aanbestedingsinbreuken (Rekenhof 2025).
  • IMD Competitiveness: 24e overall (2025), gedaald van 13e in 2023; subfactor overheidsefficiëntie ~42e van 69 (IMD 2025).
  • Canada saneerde in de jaren '90 met een verhouding van 7 besparingen op 1 belastingverhoging, schrapte 45.000 ambtenaren en bereikte binnen vier jaar een begrotingsoverschot (Fraser Institute, R Street Institute).

Wat we gaan doen:

  • Elke FOD, parastatale en agentschap doorlichten op kerntaken, overlap en efficiëntie via een onafhankelijke spending review. Naar Canadees model (Program Review 1994-1996). Elke instelling moet aantonen waarom zij bestaat en wat zij toevoegt.
  • Personeelsbestand terugbrengen via natuurlijke uitstroom en niet-vervanging, gecombineerd met investering in digitalisering en automatisering. Geen naakte besparingen maar slimmere processen. Streefcijfer: overheidsuitgaven dalen naar 48% bbp binnen tien jaar (EU-gemiddelde).
  • Interne expertise opbouwen om de afhankelijkheid van externe consultants structureel te verlagen. Maximaal 10% van IT-budgetten naar externe consultancy, de rest naar eigen personeel en open-source-oplossingen.
  • De twee resterende POD's (Maatschappelijke Integratie en Wetenschapsbeleid) integreren in bestaande FOD's. Zij waren als tijdelijke structuren opgezet bij de Copernicushervorming van 2000 maar zijn de facto permanent geworden.

Bewezen: Canada reduceerde zijn schuldquote met 30 procentpunten in tien jaar via de Program Review. Niet door blind te snijden maar door elk overheidsprogramma te toetsen aan zes criteria, waaronder "Is dit nog een rol voor de overheid?" De programma-uitgaven daalden met ongeveer C$12 miljard in twee jaar. Zweden elimineerde een tekort van 13% bbp in vijf jaar via uitgavenplafonds en structuurhervormingen. Beide landen combineerden sanering met economische groei. (Fraser Institute, CEPR, Government.se)


Standpunt 2: DEPOLITISERING: kabinetten afbouwen, meritocratie invoeren

Het Belgische kabinettensysteem is uniek in Noord-Europa en structureel disfunctioneel. Onder de regering-De Croo werkten 838 kabinetsmedewerkers voor twintig bewindslieden. Over alle bestuursniveaus heen telt België circa 2.000 kabinetsmedewerkers aan een geschatte kost van circa €200 miljoen per jaar. Wallonië en Brussel samen tellen ongeveer 205 kabinetsleden per miljoen inwoners, Vlaanderen circa 40. Een vijfvoudige per-capita-kloof. Kabinetten usurperen de rol van de administratie in alle beleidsfasen: voorbereiding, besluitvorming én uitvoering. Belangengroepen wenden zich tot kabinetten in plaats van administraties, wetende dat die laatste geen betekenisvolle rol spelen. Dit demoraliseert de ambtenarij en drijft het beste talent richting kabinetten, die dan nog meer personeel nodig hebben.

Ondanks het mandaatsysteem ingevoerd bij de Copernicushervorming van 2001 blijft de politieke greep op topbenoemingen totaal. Op vrijwel elke absolute topambtenaar kan een politieke kleur worden geplakt, meestal omdat men een verleden als kabinetschef heeft.

Feiten:

  • 838 kabinetsmedewerkers federaal onder De Croo voor 20 bewindslieden, gemiddeld circa 42 per kabinet; circa 2.000 over alle bestuursniveaus aan een geschatte kost van €200 mln/jaar (VRT NWS 2020, VRT NWS 2018, BRUZZ).
  • Wallonië+Brussel: circa 205 kabinetsleden per miljoen inwoners; Vlaanderen: circa 40. Een vijfvoudige kloof binnen hetzelfde institutionele kader, wat aantoont dat afslanking binnen België technisch haalbaar is (BRUZZ 2024).
  • Per minister politiek benoemde medewerkers (appels met appels): Nederland circa 2 (1 politiek assistent + 1 woordvoerder), VK circa 5 Special Advisers (130 in de hele regering, juli 2025), Frankrijk 10 onder de Macron-limiet (decreet 2017-1063), België federaal circa 42. België heeft per minister vier tot twintig keer meer politiek benoemd personeel dan landen met een professionele ambtelijke structuur. Dit gaat niet over de totale beleidscapaciteit. Die zit in Nederland en het VK in de neutrale ambtenarij (GOV.UK Cabinet Office 2025, Rijksoverheid, Dalloz Actualité).
  • Volgorde is cruciaal. Frankrijk beperkte in 2017 kabinetten tot 10 medewerkers (decreet 2017-1063 van 18 mei 2017). De limiet hield drie jaar stand en werd in juli 2020 verhoogd naar 15. Niet omdat 10 onhaalbaar was, maar omdat de Franse administratie geen Algemene Bestuursdienst had om de weggehaalde beleidscapaciteit op te vangen. De les voor België: eerst capaciteit opbouwen in de administratie, dan kabinetten afbouwen (Acteurs Publics, Dalloz).
  • KU Leuven-onderzoek (Pelgrims): bij de Vlaamse BBB-hervorming werden 13 beleidsdomeinen gecreëerd, mede gestuurd door het feit dat de coalitie 9 ministers van 4 partijen telde. Politieke logica eerder dan organisatorische.
  • Nederland: ministers werken met circa 2 politieke medewerkers; beleidswerk wordt gedaan door een neutrale ambtenarij onder leiding van een secretaris-generaal (ABD/P-Direkt).
  • VK: de onafhankelijke Civil Service Commission zit persoonlijk elke selectie voor op het hoogste niveau (permanent secretaries en equivalent); ministers mogen het competentieprofiel definiëren maar mogen niet in het selectiecomité zitten (Constitutional Reform and Governance Act 2010).
  • Nieuw-Zeeland: de Public Service Commissioner benoemt topambtenaren onafhankelijk; het kabinet heeft in meer dan 35 jaar werking slechts één keer een aanbeveling van de Commissioner overruled.
  • FOD BOSA coördineert sinds 2022 het OESO/EU-traject Evidence Informed Policy Making (EIPM) onder het Technical Support Instrument van DG Reform, samen met Belspo, het Federaal Planbureau en Statbel. Vier speerpunten: vaardigheden van beleidsmakers, uitwisselingsnetwerken, beleidsvoorbereiding en impactanalyse, en evidence-informed HR-beleid. Een ankerpunt voor capaciteitsopbouw binnen de administratie waar een ABD op voortbouwt (FOD BOSA).

Wat we gaan doen:

  • Kabinetten reduceren tot maximaal 5-10 politieke medewerkers per minister, uitsluitend voor politieke coördinatie. Naar Nederlands model. Alle beleidsvoorbereiding en -uitvoering wordt teruggegeven aan de administratie.
  • Een gefaseerd transitiepad volgen. De Belgische Algemene Bestuursdienst wordt eerst twee tot drie jaar operationeel gemaakt in een pilot met vijf FOD's. Pas wanneer de administratieve beleidsadviescapaciteit aantoonbaar is opgebouwd, worden kabinetten stapsgewijs afgebouwd naar 5-10 medewerkers. Geen Franse herhaling van 2017, waar de limiet sneuvelde omdat de administratie niet klaar was.
  • Een onafhankelijk Benoemingsorgaan voor de Overheid oprichten, wettelijk verankerd en naar het model van de Nieuw-Zeelandse Public Service Commissioner en de Britse Civil Service Commission. Dit orgaan selecteert alle topmanagementfuncties bij FOD's, parastatalen en overheidsbedrijven op basis van competenties, niet partijkaart.
  • Sunset-mandaten met publieke KPI's voor alle topbenoemingen via het Benoemingsorgaan. Elke topambtenaar, bestuurder van een overheidsbedrijf of regulerend orgaan wordt benoemd voor een termijn van 5 jaar, met 5 tot 8 meetbare doelstellingen die publiek worden gepubliceerd op de dag van benoeming. Na 5 jaar volgt een onafhankelijke evaluatie, niet door de voogdijminister maar door het Benoemingsorgaan op basis van de vooraf vastgelegde KPI's. Het mandaat is eenmalig verlengbaar met 3 jaar bij aantoonbaar behaalde resultaten. Na maximaal 8 jaar is verplichte rotatie de norm. Naar het model van de Nieuw-Zeelandse "performance agreements" en de Nederlandse ABD-rotatie (maximaal 7 jaar per post). Dit is geen termijnlimiet uit wantrouwen, maar een mechanisme dat prestatie beloont en stilstand voorkomt. De KPI's zijn publiek, de evaluatie is onafhankelijk, en de burger kan volgen of de top van de overheid levert.
  • Een Belgische Algemene Bestuursdienst (ABD) oprichten naar Nederlands model: de belangrijkste senior managementposities worden centraal beheerd, met verplichte mobiliteit en maximaal zeven jaar per functie. De Nederlandse ABD beheert sinds 1995 circa 2.000 posities. Dit doorbreekt de verkokering en creëert een professioneel topkader dat de overheid als geheel dient. HART bouwt hierbij voort op het lopende OESO/EU TSI-traject Evidence Informed Policy Making dat FOD BOSA sinds 2022 coördineert met Belspo, het Federaal Planbureau en Statbel. HART versnelt en verankert, vindt niet opnieuw uit.
  • Een Interministerieel Coördinatiebureau onder de premier oprichten, naar het model van het Britse Cabinet Office en het Nieuw-Zeelandse Department of the Prime Minister and Cabinet. Dit bureau vervangt de huidige interkabinettenwerkgroepen als mechanisme voor interdepartementale en intercoalitie-afstemming, met een kleine politieke topstructuur en een professionele ambtelijke onderbouw. Coalitiepolitiek blijft een reële coördinatievraag, maar de oplossing is niet veertig kabinetten die permanent onderhandelen, wel één gestructureerd orgaan dat de afstemming systematisch organiseert.
  • Geen positieve discriminatie bij aanstellingen. De beste persoon voor elke positie, ongeacht achtergrond. Een echte meritocratie.

Bewezen: Onder De Croo werkten 838 kabinetsmedewerkers voor 20 bewindslieden, gemiddeld circa 42 politiek benoemde medewerkers per minister. Het VK werkt met circa 5 Special Advisers per kabinetminister, Nederland met circa 2 politieke medewerkers, Frankrijk werkte drie jaar met een wettelijke limiet van 10. Het verschil zit niet in de totale beleidscapaciteit. Het zit in de omvang van de politiek benoemde laag bovenop een professionele ambtenarij. De Nederlandse ABD beheert sinds 1995 circa 2.000 senior posities, waaronder een Top Management Group van de hoogste ambtenaren. Het resultaat: een professionelere, minder gepolitiseerde ambtenarij die consistent hoger scoort op internationale vergelijkingen van overheidseffectiviteit dan de Belgische. Singapore combineert een grondwettelijke Public Service Commission met competitieve salarissen gekoppeld aan de privésector en een beurzenprogramma dat talent identificeert vanaf de universiteit. (Zie ook: HART-hoofdstuk De Efficiënte Staat, principes 9 en 13, voor de theoretische onderbouwing van spending reviews en sunset clauses.) (GOV.UK Cabinet Office juli 2025, Rijksoverheid, Dalloz Actualité, Oxford Academic, P-Direkt, Institute for Government UK, NZ Public Service Commission)


Standpunt 3: DIGITALE OVERHEID: Estland als kompas

België heeft goede digitale bouwstenen maar mist de integratie en ambitie van koplopers. De itsme®-app heeft meer dan 7 miljoen gebruikers en de eID was een Europese voorloper. Toch staat België op slechts de 56e plaats van de VN E-Government Development Index. Ver onder zijn technisch potentieel. De eBox digitale brievenbus is opt-in in plaats van verplicht. Het once-only-principe heeft geen eigen wetgeving. En de meerlagige bestuursstructuur creëert interoperabiliteitsproblemen die digitale koplopers allang hebben opgelost. Administratieve aanvragen zijn te vaak nog papieren processen met een digitale laag eroverheen, in plaats van digital-first-ontwerpen met focus op gebruikerservaring.

Feiten:

  • België: ~56e op VN EGDI; 6e op EU DESI; itsme® >7 mln gebruikers, 80%+ van de volwassenen; eBox opt-in (UN EGDI 2024, DESI 2024, itsme® 2024).
  • Estland: sinds januari 2025 100% overheidsdiensten online (voorheen 99%, met huwelijk en vastgoed als uitzonderingen); X-Road verwerkt meer dan 2,7 miljard queries/jaar over 2.300+ diensten; belastingaangifte in gemiddeld 3 minuten; besparing ~2% bbp/jaar (e-Estonia, Cision/PR Newswire 2025, OESO).
  • Denemarken: MitID 96,6% penetratie; digitale communicatie met de overheid verplicht sinds 1 november 2014; borger.dk: 2.000+ diensten, 111 miljoen bezoeken/jaar; #1 op VN EGDI (score 0,9847) (denmark.dk, Queue-it, Digst).
  • Nederland: DigiD verwerkt 550 miljoen logins/jaar met meer dan 16 miljoen gebruikers; MijnOverheid.nl als centraal portaal (nldigitalgovernment.nl).

Wat we gaan doen:

  • Een X-Road-achtig interoperabiliteitsplatform bouwen dat alle bestuursniveaus (federaal, gewestelijk, gemeentelijk) verbindt. De belangrijkste digitale investering die België kan doen. Geen centraal datawarehouse maar gedecentraliseerde, beveiligde data-uitwisseling met volledige audittrail, naar Estlands model.
  • De eBox verplicht maken voor alle burgers, naar Deens model (met fysieke uitzondering voor wie aantoonbaar niet digitaal kan werken).
  • Het once-only-principe wettelijk verankeren: burgers en bedrijven leveren gegevens één keer aan en die worden gedeeld over de volledige overheid. Geen dubbele formulieren meer.
  • Alle administratieve aanvragen en diensten digital-first ontwerpen met focus op gebruikerservaring. Streefcijfer: 95% van overheidsdiensten volledig digitaal tegen 2030.
  • De overheid legt zich toe op het verzamelen, beheren en ontsluiten van data als publiek goed, met strikt respect voor privacy en de AVG.

Bewezen: Estland is sinds januari 2025 het eerste land ter wereld waar 100% van de overheidsdiensten digitaal beschikbaar is. De X-Road-infrastructuur verwerkt meer dan 2,7 miljard queries per jaar, waarbij burgers slechts 3% van de queries zelf initiëren. De rest is geautomatiseerd. Denemarken bereikte 96,6% adoptie van digitale identiteit door verplichte overschakeling gecombineerd met uitstekende gebruikerservaring. Conservatief geschat levert digitalisering op Estlands niveau België €6-12 miljard per jaar op (1-2% bbp). (e-Estonia, Cision 2025, OESO Digital Government Policy Framework, Queue-it, denmark.dk)


Standpunt 4: BEGROTINGSDISCIPLINE: spelregels die werken

De Belgische overheidsschuld bedraagt 103,9% van het bbp (circa €650 miljard) en stijgt naar een verwachte 112% tegen 2027 en mogelijk 120% tegen 2030. Het begrotingstekort bereikte 4,4% in 2024 en wordt geraamd op 5,1-5,4% voor 2025. Het federale tekort alleen al bedraagt €25,5 miljard. De Arizona-regering kondigde de zwaarste begrotingssanering uit de moderne Belgische geschiedenis aan, maar het Federaal Planbureau en de Nationale Bank projecteren dat het tekort ondanks die maatregelen nauwelijks daalt. S&P verlaagde de Belgische vooruitzichten van stabiel naar negatief in april 2025. Een tekort op de begroting is een belasting op toekomstige generaties. Bovenop de vergrijzing.

Feiten:

  • Overheidsschuld: 103,9% bbp (2024, ~€650 mld), projectie 112,2% in 2027 (Europese Commissie, NBB).
  • Begrotingstekort: 4,4% bbp (2024), 5,1-5,4% (2025); federaal tekort €25,5 mld in april 2025, bijgesteld naar €26,2 mld in juli 2025 (VRT NWS, EC, Federaal Planbureau).
  • Arizona-sanering: het regeerakkoord omvat maatregelen van in totaal tientallen miljarden euro's. Maar de oorspronkelijke doelstelling van 3% tekort tegen 2029 is reeds door de regering zelf verlaten (VRT NWS, NBB).
  • Nederland: tekort 0,9% bbp, schuld 43,7%. Met meerjarige uitgavenplafonds en onafhankelijke CPB-doorrekening (Government.nl, Trading Economics).
  • Zweden: uitgavenplafonds, overschotdoel (⅓% bbp over de conjunctuurcyclus, wordt verlaagd naar 0% vanaf 2027), schuldanker (35% bbp ±5pp), begrotingsevenwichtsverplichting voor gemeenten, onafhankelijke Fiscal Policy Council (Government.se, CEPR).
  • Nieuw-Zeeland: Fiscal Responsibility Act (1994): principes in plaats van vaste targets, met verplichte publieke verantwoording bij afwijkingen (Treasury NZ).

Wat we gaan doen:

  • Meerjarige uitgavenplafonds invoeren naar Zweeds-Nederlands model: bij het begin van elke legislatuur worden reële netto-uitgavenplafonds vastgelegd per beleidssector. Meevallers aan de inkomstenzijde worden niet uitgegeven maar gaan naar schuldafbouw.
  • Een wettelijk verankerd schuldanker van maximaal 80% bbp als tienjarendoelstelling, met een jaarlijks afdwingbaar convergentiepad.
  • Het Federaal Planbureau substantieel versterken voor systematische doorrekening van alle verkiezingsprogramma's. Naar Nederlands CPB-model. Het CPB beschikt over aanzienlijk meer capaciteit dan het Belgische Planbureau voor deze oefening. Begrotingscijfers moeten transparant en onafhankelijk geverifieerd zijn vóór de kiezer naar het stemhokje gaat.
  • Saneren via efficiëntie, niet via lineaire besnoeiingen. Eerst investeren in procesoptimalisatie, digitalisering en automatisering, dan met minder mensen werken. Instellingen die meer inkomsten kunnen genereren (zoals de VRT) moeten dat doen.

Bewezen: Zweden elimineerde een begrotingstekort van 13% bbp in vijf jaar en bouwde het sterkste begrotingskader ter wereld op: meerjarige uitgavenplafonds, een overschotdoel, en een onafhankelijke Fiscal Policy Council. De Zweedse overheidsschuld daalde van >70% naar ~33% bbp. Canada bereikte een vergelijkbaar resultaat met een 7:1 ratio van besparingen versus belastingverhogingen, door elk overheidsprogramma te toetsen aan kernvragen over relevantie en efficiëntie. Beide landen combineerden sanering met economische groei, niet met recessie. (CEPR, Government.se, Fraser Institute, R Street Institute)


Standpunt 5: BEGROTINGSTRANSPARANTIE: de burger moet zien waarheen het geld gaat

Het is voor de gemiddelde Belg vrijwel onmogelijk om te achterhalen hoeveel geld naar welke overheidsdienst gaat en met welk doel. België is niet opgenomen in de International Budget Partnership's Open Budget Survey. Een opvallende transparantiekloof voor een OESO-land. De BOSA-infographic "begrijpbare begroting" is een begin, maar België heeft geen equivalent van de Nederlandse Verantwoordingsdag en geen systematische koppeling tussen uitgaven en resultaten.

Feiten:

  • België niet opgenomen in de Open Budget Survey van de International Budget Partnership.
  • BOSA publiceert een vereenvoudigde begrotingsinfographic, maar er is geen systematische resultaatverantwoording (BOSA).
  • Het Rekenhof controleert federale en deelstaatbegrotingen maar heeft geen jurisdictie over gemeenten en geen afdwingbaar opvolgingsmechanisme (Rekenhof, Vlaams Parlement).
  • Nederland: Verantwoordingsdag sinds 2000. De derde woensdag van mei legt elk ministerie verantwoording af over het voorbije jaar, met controle door de Algemene Rekenkamer en input van burgerpanels (House of Representatives NL).
  • Nieuw-Zeeland: Public Finance Act verplicht output-gebaseerde begrotingen en accrual accounting, waardoor overheidsrekeningen eruitzien als bedrijfsjaarverslagen met een balanspositie (Treasury NZ).

Wat we gaan doen:

  • Een Belgische Verantwoordingsdag invoeren, naar Nederlands model: jaarlijks legt elke federale minister en overheidsdienst publiek verantwoording af over bestedingen en bereikte resultaten. Het Rekenhof rapporteert, een burgerpanel bevraagt.
  • Een publiek, interactief begrotingsdashboard lanceren waar elke burger in real time kan zien welke bedragen naar welke dienst gaan, met welk doel en met welk resultaat. Van federaal tot gemeentelijk niveau.
  • De jurisdictie van het Rekenhof uitbreiden naar gemeenten en de afdwingbaarheid van zijn aanbevelingen versterken. De huidige situatie. Het Rekenhof signaleert problemen maar niemand is verplicht er iets mee te doen. Is onhoudbaar.
  • Toewerken naar output-gebaseerde begrotingen naar Nieuw-Zeelands model: niet "hoeveel geven we uit aan onderwijs" maar "welke onderwijsresultaten kopen we met dit budget".

Bewezen: Nederland publiceerde in 2024 voor de 25e keer zijn Verantwoordingsdag, inclusief resultaatverantwoording per beleidsdomein en burgerpanels die ministers bevragen. Het Centraal Planbureau becijfert alle verkiezingsprogramma's onafhankelijk. Nieuw-Zeeland pionierde met output-gebaseerde begrotingen en accrual accounting, waardoor elke dollar aan een meetbaar resultaat wordt gekoppeld. Beide landen scoren consistent in de top 5 van internationale transparantie-indexen. (House of Representatives NL, Treasury NZ, IDEAS/RePEc)


Standpunt 6: KIESKRINGHERVORMING: meeste stemmen = verkozen

Het Belgische kiesstelsel verdeelt de 150 Kamerzetels over elf provinciale kieskringen. Dit systeem bevordert regionale versnippering, beperkt de keuze van de kiezer en creëert een artificiële afstand tussen politici en burgers uit andere provincies. Opvolgers en lijststemmen bepalen mee wie verkozen raakt. Niet uitsluitend de kiezer. De Paviagroep stelde in 2007 voor om een deel van de zetels in een federale kieskring te verkiezen, maar dat voorstel bleef steken in communautaire tegenstellingen.

Feiten:

  • België: 150 Kamerzetels over 11 provinciale kieskringen met kiesdrempel van 5% (wet aangenomen in 2002, voor het eerst toegepast bij de verkiezingen van 2003); BHV gesplitst in 2012.
  • Paviagroep (Deschouwer, Van Parijs): voorstel van 14 februari 2007 voor 15 zetels in een federale kieskring om intercommunautaire dialoog te bevorderen (Paviagroup.be).
  • Nederland: 150 zetels in één nationale kieskring met effectieve drempel van 0,67%; maximale proportionaliteit maar extreme partijfragmentatie (17 partijen in 2021) (Electoral Reform Society).

Wat we gaan doen:

  • Pleiten voor de invoering van één Vlaamse kieskring voor het Vlaams Parlement en één federale kieskring (of een hybride model met een federale kieskring naast regionale zetels) voor de Kamer.
  • Het systeem van opvolgers en lijststemmen afschaffen: de kandidaten met de meeste voorkeurstemmen worden verkozen. De kiezer beslist, niet de partijlijst.
  • Proportionele zetelverdeling handhaven. Elke stem telt even zwaar, ongeacht waar men woont.
  • Een eventuele federale kieskring koppelen aan een mechanisme voor regionale vertegenwoordiging, om te vermijden dat kleinere provincies hun parlementaire stem verliezen.

Bewezen: Nederland kiest al sinds 1917 in één nationale kieskring en bewijst dat volledige proportionaliteit haalbaar is. Het systeem garandeert dat elke stem evenveel waard is en elimineert de kieskringeffecten die in België kandidaten uit grotere steden bevoordelen. De Paviagroep toonde aan dat zelfs een beperkt aantal federale zetels de incentivestructuur van politici fundamenteel kan veranderen richting samenwerking over de taalgrens heen. (Electoral Reform Society, Paviagroup.be)


Standpunt 7: TAALFACILITEITEN AFSCHAFFEN

De taalfaciliteiten gelden in 27 Belgische gemeenten en waren bedoeld als integratiebevorderend instrument. Ze hebben het tegenovergestelde bereikt. In de zes randgemeenten rond Brussel vormen Franstaligen een ruime meerderheid van de bevolking. Demografische proxydata (o.a. taalvoorkeur bij telecom, Kind & Gezin-registraties) tonen aan dat het aandeel Nederlandstalige gezinnen in die gemeenten gestaag is gedaald. De faciliteiten zijn verworden tot een permanente taalkundige uitzondering die integratie in de Vlaamse Gemeenschap ondermijnt in plaats van bevordert.

Feiten:

  • 27 faciliteitengemeenten in vier categorieën: 6 randgemeenten, 10 taalgrensgemeenten, 9 in de Duitstalige Gemeenschap, 2 in het Malmedyse (Adjunct van de Gouverneur, Vlaamserand).
  • Wettelijke basis: Taalgrenswet (1962), Taalwet bestuurszaken (1963), Pacificatiewet (1988) die het systeem grondwettelijk vastlegde (Vlaamserand, DOCU).
  • Demografische data wijzen op een duidelijke verfransing in de randgemeenten: diverse bronnen (o.a. Belgacom-taalvoorkeurdata, Kind & Gezin-registraties) bevestigen dat Franstaligen er een ruime meerderheid vormen en dat het aandeel Nederlandstalige gezinnen sterk is gedaald.
  • Omzendbrief-Peeters (1997, bevestigd door omzendbrief-Keulen 2005 en omzendbrief-Bourgeois 2010): inwoners moeten elke keer opnieuw om Franstalige dienstverlening verzoeken. Raad van State (2014, arrest Caprasse): compromis van verzoeken geldig voor 4 jaar.
  • Afschaffing vereist een bijzondere wet (2/3 meerderheid + meerderheid in elke taalgroep).

Wat we gaan doen:

  • Actief pleiten voor de afschaffing van de taalfaciliteiten in de faciliteitengemeenten. De faciliteiten hebben niet geleid tot integratie van de anderstalige bevolking. Ze hebben het tegenovergestelde bereikt.
  • Zolang afschaffing niet politiek haalbaar is: strikte toepassing van de omzendbrief-Peeters en actief Vlaams integratiebeleid in de randgemeenten, inclusief versterking van Nederlandstalig onderwijs, kinderopvang en cultureel aanbod.
  • Faciliteiten koppelen aan een integratieplicht: wie overheidsdiensten in een andere taal wil ontvangen, volgt verplicht taalcursussen als onderdeel van een integratietraject.

Bewezen: De doelstelling van faciliteiten. Tijdelijke ondersteuning om integratie te bevorderen. Is aantoonbaar mislukt. In gemeenten waar al zestig jaar faciliteiten gelden, is de verfransing alleen maar toegenomen. Vergelijk met het Zwitserse model waar kantons hun taal strikt handhaven zonder faciliteiten, met als resultaat een stabiel meertalig evenwicht. (Vlaamserand, DOCU Vlaamse Rand, Adjunct van de Gouverneur)


Standpunt 8: EEN NULDE STAATSHERVORMING

België heeft zes staatshervormingen achter de rug (1970, 1980, 1988-89, 1993, 2001, 2011-2014), telkens volgens hetzelfde patroon: bevoegdheden overhevelen van federaal naar deelstaten, meer instellingen toevoegen, en de complexiteit verhogen. Het resultaat is de institutionele lasagne van vandaag: zes regeringen, een kunstmatig onderscheid tussen gewesten en gemeenschappen, en een Brussel dat als overlap-zone tussen beide structuren gevangen zit. HART kan niet blijven zwijgen over de fundamenteelste politieke vraag in België: wat is de toekomst van de Belgische staat? Maar HART neemt geen ideologische positie in het communautaire debat. HART hanteert één criterium: wat werkt het best voor de burger?

Feiten:

  • Zes staatshervormingen (1970, 1980, 1988-89, 1993, 2001, 2011-2014) volgden telkens een centrifugaal patroon: meer entiteiten, meer complexiteit (Apache, Belgischegrondwet.be).
  • Artikel 195 GW werd openverklaard in de herzieningsverklaring van mei 2024 (Kamer 8 mei, Senaat 17 mei, Belgisch Staatsblad 27 mei), waardoor de huidige legislatuur de herzieningsprocedure zelf kan wijzigen (VRT NWS, Senaat).
  • "België met vier" (Destatte/Institut Destrée, Vande Lanotte/UGent, e.a.): voorstel om het onderscheid tussen gewesten en gemeenschappen af te schaffen en te vervangen door 4 deelstaten: Vlaanderen, Wallonië, Brussel-Hoofdstad en Ostbelgien.
  • Grondwetsherziening vereist: herzieningsverklaring (gewone meerderheid), ontbinding en verkiezingen, dan 2/3 meerderheid met 2/3 aanwezigheid in elke kamer (Belgischegrondwet.be, VRT NWS).

Wat we gaan doen:

  • Pleiten voor een nulde staatshervorming: niet een zevende hervorming die het centrifugale patroon voortzet, maar een fundamentele vereenvoudiging van de institutionele architectuur vanuit een rationele analyse, niet vanuit communautaire spelletjes.
  • Het eindmodel. Meer federaal, meer regionaal, vier deelstaten, of iets anders. Moet voortvloeien uit een rationele analyse van wat werkt. HART legt als concrete minimumeis vast: bevoegdheden en budgetten die nu gesplitst zijn tussen niveaus worden volledig overgeheveld naar ofwel federaal ofwel regionaal. De huidige versnippering is onhoudbaar (zie HART-hoofdstuk Subsidiariteit).
  • Gebruik maken van de openverklaarde Artikel 195 om de herzieningsprocedure zelf te vereenvoudigen, zodat toekomstige structurele hervormingen niet langer gegijzeld worden door procedurele blokkades.

Standpunt 9: INSTITUTIONELE SANERING: specifieke instellingen hervormen

Naast de structurele hervormingen uit het HART-subsidiariteitshoofdstuk (provincies afschaffen, gemeentefusies, Senaat afschaffen, intercommunales rationaliseren, energieregulatoren fusioneren) zijn er concrete instellingen die hervorming, fusie of rationalisering behoeven.

Feiten:

  • NMBS/Infrabel: gesplitst in drie entiteiten in 2005 (NMBS, Infrabel, NMBS-Holding), teruggebracht tot twee in 2014 (NMBS-Holding opgeheven); coördinatieproblemen, dubbele ondersteunende diensten, dalende stiptheid. Frankrijk herenigde SNCF op 1 januari 2020; het VK werkt aan Great British Railways. EU Vierde Spoorwegpakket vereist wel scheiding van infrastructuurbeheer en exploitatie (Wikipedia, DeWereldMorgen).
  • 176 politiezones: oorspronkelijk 196 bij oprichting op 1 januari 2001; Brussel fuseert 6 zones tot 1 tegen eerste helft 2027 (budget verhoogd van initieel €55 mln naar €65 mln). Academische consensus: reductie naar ~100 zones nationaal (Wikipedia/Federale Politie, Anadolu Agency).
  • OCMW-integratie: in Vlaanderen afgerond op 1 januari 2019 onder het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Verbeterde sociale dienstverlening en administratieve vereenvoudiging. Wallonië en Brussel hebben niet gevolgd (Wikipedia, Vlaams Parlement).
  • Federaal Planbureau: voerde pas zijn tweede verkiezingsdoorrekening uit in 2024 (na 2019). Het Nederlandse CPB beschikt over aanzienlijk meer capaciteit en rekent alle verkiezingsprogramma's systematisch door sinds 1986 (VRT NWS).
  • Adviesraden: tientallen federale en Vlaamse adviesorganen met overlappende bevoegdheden en onduidelijke impact op beleidsbeslissingen.

Wat we gaan doen:

  • NMBS en Infrabel maximaal integreren binnen de grenzen van het EU Vierde Spoorwegpakket: gezamenlijk bestuur, fusie van ondersteunende diensten (HR Rail-model uitbreiden), geïntegreerde planning. Waar de EU scheiding vereist, ten minste een holdingstructuur met één aansturingspunt.
  • Politiezones verder fusioneren naar een streefcijfer van circa 60 zones nationaal, met een minimum van 80.000 inwoners per zone. Waar de academische consensus uitkomt op ~100 zones, kiest HART op basis van schaalgrootte-onderzoek en internationale vergelijking (NL basisteams, Schotland Police Scotland) voor een verdere consolidatie tot ~60 zones. De Brusselse fusie van 6 naar 1 zone als model uitrollen naar andere stedelijke gebieden.
  • OCMW-integratie in gemeenten doorvoeren in Wallonië en Brussel. De Vlaamse ervaring toont aan dat het werkt. Dit vereist een wijziging van de federale bijzondere meerderheidswet.
  • Adviesraden doorlichten en rationaliseren: samenvoeging waar overlap bestaat, afschaffing waar geen aantoonbare beleidsimpact is, en een transparant overzicht van welke raden bestaan en wat ze kosten.
  • Het Federaal Planbureau versterken tot een volwaardige tegenhanger van het Nederlandse CPB, met voldoende capaciteit voor systematische doorrekening van alle verkiezingsprogramma's en beleidsvoorstellen. Het versterkte Planbureau levert daarnaast verplichte onafhankelijke impactanalyses vóór elk besluit van het Intergouvernementeel Overlegorgaan (IGO) met budgettaire of maatschappelijke impact. Naar Zweeds "remiss"-model. (Zie ook: HART-hoofdstuk Digitale Overheid, Standpunt 9.)
  • Sunset-mandaten koppelen aan doorlichting: bij elke instelling die uit de spending review komt, worden topbenoemingen automatisch omgezet naar sunset-mandaten met publieke KPI's (zie Standpunt 2). Geen doorlichting zonder consequenties voor de top. Australië past automatische sunset clauses toe op alle secundaire wetgeving: alles vervalt na tien jaar tenzij expliciet hernieuwd. Canada evalueert alle directe programma-uitgaven elke vijf jaar. België doet geen van beide.

Bewezen: De Vlaamse OCMW-integratie (2019) leidde tot betere afstemming van lokaal sociaal beleid en minder administratieve overhead, hoewel culturele integratieuitdagingen blijven. De Brusselse politiezonefusie (gepland eerste helft 2027) wordt door alle betrokken partijen gedragen als efficiëntiewinst. Frankrijk herenigde SNCF op 1 januari 2020 om de coördinatieproblemen van de splitsing op te lossen. Het Nederlandse CPB becijfert sinds 1986 alle verkiezingsprogramma's onafhankelijk en is een hoeksteen van het Nederlandse begrotingsbeleid. Australië past automatische sunset clauses toe op alle secundaire wetgeving; Canada verplicht vijfjaarlijkse evaluatie van alle programma-uitgaven. (Zie ook: HART-hoofdstuk De Efficiënte Staat, principes 9 en 13.) (Vlaams Parlement, Wikipedia, VRT NWS)


Samenvatting

De Belgische overheid is niet te groot omdat Belgen te veel vragen van hun staat. Ze is te groot omdat de institutionele architectuur kosten vermenigvuldigt zonder resultaten te vermenigvuldigen. Zes regeringen, circa 2.000 kabinetsmedewerkers, meer dan een miljoen ambtenaren en overheidsuitgaven van 54,1% van het bbp leveren een dienstverlening op die niet in verhouding staat tot de prijs. Op de IMD-ranglijst staat België 24e overall, maar voor overheidsefficiëntie zakt het naar circa de 42e plaats. De absolute bodem. De overheidsschuld stijgt richting 120% van het bbp tegen 2030 als er niets verandert.

HART wil geen besparingsretoriek en geen communautaire spelletjes. HART wil een overheid die werkt. Dat begint met saneren door efficiëntie. Elke instelling doorlichten op kerntaken, investeren in digitalisering en automatisering, en pas daarna met minder mensen werken, naar het voorbeeld van de Canadese Program Review die de schuldquote met dertig procentpunten deed dalen in tien jaar. Het betekent het kabinettensysteem ontmantelen en vervangen door een professionele, meritocratische ambtenarij naar Nederlands en Nieuw-Zeelands model, met een onafhankelijk benoemingsorgaan, sunset-mandaten van vijf jaar met publieke KPI's voor alle topbenoemingen, en maximaal vijf tot tien politieke medewerkers per minister. Het betekent radicaal digitaliseren naar Estlands kompas. Een X-Road-interoperabiliteitsplatform dat meer dan 2,7 miljard queries per jaar aankan, verplichte eBox, wettelijk verankerd once-only-principe. Met een conservatief geschatte besparing van zes tot twaalf miljard euro per jaar.

Begrotingsdiscipline vergt spelregels die werken: meerjarige uitgavenplafonds naar Zweeds model, een schuldanker van 80% bbp als tienjarendoelstelling, en een versterkt Federaal Planbureau dat alle verkiezingsprogramma's onafhankelijk becijfert vóór de kiezer naar het stemhokje gaat. Transparantie vergt een Belgische Verantwoordingsdag, een publiek begrotingsdashboard en een Rekenhof met uitgebreide jurisdictie en afdwingbare aanbevelingen. Democratische vernieuwing vergt één kieskring met de meeste stemmen als maatstaf, zonder opvolgers of lijststemmen die de kiezerswil vertekenen.

Op institutioneel vlak pleit HART voor een nulde staatshervorming. Geen zevende hervorming die het bestaande patroon voortzet, maar een fundamentele vereenvoudiging via een grondwettelijke burgervergadering naar Iers-Ostbelgisch model. Het eindmodel moet voortvloeien uit rationele analyse, niet uit ideologie. Concreet betekent dit ook: politiezones reduceren van 176 naar circa zestig met een minimum van 80.000 inwoners per zone, OCMW-integratie uitrollen naar Wallonië en Brussel, NMBS en Infrabel maximaal samenvoegen, adviesraden saneren, sunset-mandaten koppelen aan elke doorgelichte instelling, en de taalfaciliteiten afschaffen die aantoonbaar hebben gefaald in hun integratiedoelstelling.

Landen met vergelijkbare of betere publieke diensten. Nederland, Denemarken, Zwitserland, Estland. Realiseren die tegen dramatisch lagere kosten. Niet omdat ze minder ambitieus zijn, maar omdat ze hun overheid hebben ontworpen voor efficiëntie in plaats van voor politieke accommodatie. Dat is het pad dat HART wil bewandelen.

België verdient een overheid die zo hard werkt als haar burgers. Kleiner waar het kan. Slimmer waar het moet. Eerlijk altijd. Dat is geen ideologie. Dat is gezond verstand.