Kernprincipe
De EU is het belangrijkste externe kader voor bijna elk beleidsveld in dit programma: belastingen, migratie, klimaat, defensie, handel, digitalisering. HART hanteert voor Europa hetzelfde subsidiariteitsprincipe als voor België: wat het beste op Europees niveau geregeld wordt, regelen we Europees. En dan ook echt goed. Wat nationaal of regionaal efficiënter is, blijft daar. De feiten zijn alarmerend: de bbp-kloof tussen de EU en de VS bedroeg 12% op PPP-basis in 2023; per inwoner was de kloof 34%, voor ongeveer 70% door productiviteitsverschillen. Europese bedrijven betalen 2 tot 3 keer meer voor elektriciteit dan in de VS. Het Europese risicokapitaal bedroeg in 2025 slechts ongeveer 23% van het Amerikaanse. In vijftig jaar is geen enkel EU-bedrijf met een marktkapitalisatie boven €100 miljard vanuit nul opgebouwd, terwijl alle zes Amerikaanse bedrijven boven €1 biljoen in die periode ontstonden. Tegelijk kost de versnippering van de Europese defensie-uitgaven de EU jaarlijks €18–57 miljard. HART kiest niet tussen meer of minder Europa. HART kiest voor beter Europa.
Feiten op een rij
| Feit | Cijfer | Bron |
|---|---|---|
| Bbp-kloof EU-VS (PPP-basis, 2023) | 12%; per inwoner 34%, voor ongeveer 70% door productiviteit | Draghi-rapport, september 2024 |
| Europees risicokapitaal vs. VS (2025) | €66,2 mrd (~$78 mrd) vs. $339 mrd (~23%) | PitchBook / PitchBook-NVCA |
| Elektriciteitsprijs bedrijven EU vs. VS | 2 à 3× hoger; EU-27 €160/MWh voor middelgrote bedrijven, excl. btw (tweede helft 2025) | Draghi-rapport / Eurostat |
| CBAM geschatte opbrengst voor de EU-begroting | ~€1,4 miljard/jaar (vanaf 2028) | Europese Commissie, voorstel MFK 2028–2034 |
| EU-handelsbeschermingsmaatregelen (eind 2024) | 147 definitief + 45 uitbreidingen = 192 totaal (85 tegen China) | Europese Commissie, jaarverslag handelsbescherming 2024 |
| EU-handelsdeficit met China (2025) | €359,8 miljard | Eurostat |
| Chinese EV-compenserende rechten | 17,0–35,3% bovenop 10% invoerrecht | Europese Commissie, oktober 2024 |
| Chinese cumulatieve EV-subsidies | >$230 miljard (2009–2023) | CSIS |
| Aandeel hernieuwbare energie EU (2024) | 25,2% finaal; 47,5% elektriciteit | Eurostat |
| Belgisch aandeel hernieuwbare energie (2024) | 14,3%, laagste in de EU | Eurostat |
| EU-handelsakkoorden (2025) | 45 akkoorden met 80 partners; VS: 14 (20 landen); China: 23 (30 landen) | Europese Commissie / USTR / MOFCOM |
| Belgische netto-positie EU-begroting | +€4,8 miljard (2023, door de uitgaven van de EU-instellingen in Brussel) | Euronews / Europese Commissie |
| Belgische deelname Horizon Europe (2025) | ruim 22% slaagpercentage, een van de hoogste in de EU | EC Horizon Dashboard |
| KU Leuven in Horizon Europe | #1 universiteit, €247 mln voor 418 projecten (juli 2024) | Science Business |
| EU AI Act: kwaliteitsbeheersysteem hoog-risico-AI | €193.000–330.000 opstart + ~€71.400/jaar | CEPS |
| Gele kaart subsidiariteit | 3× gebruikt sinds 2009; 2 van de 3 voorstellen ongewijzigd behouden | Europees Parlement, Fact Sheet |
| EU pre-toetredingssteun Turkije (2007–2020) | ruim €8 miljard (IPA I €4,58 mrd; IPA II na inkrimping €3,53 mrd) | Europese Rekenkamer / Europese Commissie |
| Geschatte kost Oekraïne-toetreding | €110–136 mrd per MFK (7 jaar) | Bruegel |
| EU-defensie-uitgaven 2025 (raming) | €381 miljard (2,1% bbp); VS: $976 mrd (3,2% bbp) | EDA / NAVO |
| Kostprijs defensie-versnippering | €18–57 miljard/jaar | EP Research Service |
| Belgische defensie-industrie (kern) | ~€2 mrd omzet, ~5.000 werknemers, 80+ bedrijven | Agoria / Belga |
Standpunt 1: Eerlijke handel: gelijk speelveld of tariferen
Standpunt
HART wil dat handel met elk land eerlijk is. Op alle vlakken. Wie dezelfde regels respecteert op het vlak van klimaat, arbeid, subsidies en markttoegang, handelt vrij. Wie dat niet doet, krijgt een tarief. Het CBAM is het model voor klimaat, maar het principe geldt breder: wie valsspeelt, betaalt.
Feiten
De EU beschikt over het meest geavanceerde handelsfairness-arsenaal ter wereld, maar het schiet op cruciale punten tekort. Het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) trad op 1 januari 2026 in zijn definitieve fase voor cement, ijzer en staal, aluminium, meststoffen, elektriciteit en waterstof. Tijdens de transitiefase werd voor 2024 alleen al 167 miljoen ton CO₂-equivalent aan ingesloten emissies geregistreerd. De vereenvoudiging van oktober 2025 stelde een drempel van 50 ton per jaar in, waardoor ~90% van de importeurs is vrijgesteld maar ~99% van de emissies gedekt blijft. Maar CBAM dekt slechts zes sectoren. De chemische sector en raffinaderijen, samen goed voor ongeveer een derde van de industriële EU ETS-emissies (2023), zijn grotendeels uitgesloten (alleen ammoniak en waterstof vallen al onder CBAM via de categorie meststoffen en waterstof). Bovendien biedt CBAM geen bescherming voor EU-exporteurs die concurreren op markten zonder CO₂-prijs. De uitfasering van gratis emissierechten loopt parallel: EU-producenten behouden 97,5% in 2026, dalend naar 51,5% in 2030 en nul in 2034, terwijl CBAM pas sinds 2026 in zijn definitieve fase zit. De Europese Commissie stelde in december 2025 een uitbreiding voor naar ~180 downstream staal- en aluminiumproducten vanaf januari 2028.
Naast CBAM beschikt de EU over een reeks instrumenten die samen een gelaagd systeem vormen. Eind 2024 waren 147 definitieve handelsbeschermingsmaatregelen van kracht (124 anti-dumping, 22 anti-subsidie, 1 vrijwaring), aangevuld met 45 anti-omzeilingsuitbreidingen. In totaal 192 actieve maatregelen. China is het doelwit van 85 daarvan. In 2024 lanceerde de Commissie 33 nieuwe onderzoeken, het hoogste aantal sinds 2006. De landmark-zaak was het eerste ex-officio originele anti-subsidieonderzoek naar Chinese elektrische voertuigen, dat leidde tot definitieve compenserende rechten van 17,0% (BYD) tot 35,3% (SAIC) bovenop het bestaande invoerrecht van 10%, van kracht sinds 30 oktober 2024. De Foreign Subsidies Regulation (FSR, ex-officio bevoegdheden van toepassing sinds juli 2023, notificatieplichten sinds oktober 2023) ontving tot eind mei 2026 272 fusienotificaties en meer dan 5.150 aanbestedingsdossiers, waarvan ruim 4.290 aangiften, ver boven de verwachtingen. In meerdere aanbestedingszaken trokken Chinese bedrijven zich terug na een Commissie-onderzoek, waaronder CRRC dat zich in maart 2024 terugtrok uit een Bulgaars treincontract van €610 miljoen nadat de Commissie €1,7 miljard aan buitenlandse financiële bijdragen had vastgesteld; het bod van CRRC lag ongeveer de helft lager dan dat van concurrent Talgo. Het Anti-Coercion Instrument (ACI, in werking sinds december 2023) ontstond mede als antwoord op China's economische dwang tegen Litouwen, dat zijn uitvoer naar China in januari 2022 met 99,8% zag instorten. Tot begin 2026 werd het instrument niet ingezet, ook niet tegen de Amerikaanse tariefdreigementen van 2025 en begin 2026. Het International Procurement Instrument (IPI) leidde in juni 2025 tot de eerste concrete maatregel: uitsluiting van Chinese inschrijvingen op EU-aanbestedingen voor medische apparatuur boven €5 miljoen, als antwoord op China's effectief gesloten overheidsmarkt.
Niet alle EU-handelsakkoorden zijn eerlijk. Het EU-Mercosur-akkoord (ondertekend op 17 januari 2026, voorlopig toegepast sinds 1 mei 2026; goederenhandel ~€111 miljard in 2024) bevat geen met sancties afdwingbare milieu- en arbeidsnormen. Tientallen actieve bestrijdingsmiddelen die in Brazilië en Argentinië zijn toegelaten, zijn in de EU verboden, en veehouderij is de grootste oorzaak van Amazone-ontbossing. Het EU-Vietnam-akkoord functioneert goed op handelsgroei (€67 miljard goederenhandel in 2024), maar Vietnam had IAO-Conventie 87 over vakbondsvrijheid vijf jaar na de inwerkingtreding (2020) nog altijd niet geratificeerd. De EU-Turkije douane-unie is structureel oneerlijk: Turkije moet EU-buitentarieven toepassen maar heeft geen stem in de onderhandelingen over EU-handelsakkoorden. Wanneer de EU een FTA sluit met een derde land, krijgt dat land vrije toegang tot Turkije zonder dat Turkije hetzelfde ontvangt.
De relatie met China is het meest onevenwichtig. Er is geen FTA en het investeringsakkoord (CAI) ligt bevroren sinds mei 2021. Het EU-handelsdeficit met China bedroeg €359,8 miljard in 2025. De markttoegang is diep asymmetrisch: EU-bedrijven worden uitgesloten van Chinese financiële diensten, cloud computing, telecom en juridische diensten, terwijl Chinese bedrijven vrij opereren op de EU-markt. De EU heeft een van de meest open overheidsaanbestedingsmarkten ter wereld (ruim €2 biljoen per jaar, ongeveer 14% van het bbp); China, geen lid van de WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten (GPA), houdt de zijne grotendeels gesloten. Chinese industriële overcapaciteit drukt structureel op de Europese markt: China's staalcapaciteit van meer dan 1,1 miljard ton vertegenwoordigt ruim de helft van de wereldproductie, Chinese netto-staalexport verdrievoudigde naar meer dan 100 miljoen ton sinds 2020, en cumulatieve Chinese EV-subsidies bereikten meer dan $230 miljard over 2009–2023. Volgens Transport & Environment was in 2024 circa een kwart van alle in de EU verkochte elektrische voertuigen in China geproduceerd.
België, een van de meest handelsafhankelijke economieën ter wereld met een handel van ~158% van het bbp (2024), staat aan de frontlinie. De sluiting van Audi Brussels op 28 februari 2025 (3.000 banen, na 76 jaar) volgde op de ingezakte vraag naar dure elektrische wagens (de Q8 e-tron kostte boven €70.000), in een markt onder druk van goedkopere, vaak Chinese elektrische wagens. BASF Antwerpen, het grootste chemische complex van België, schrapt tegen eind 2028 ~600 van zijn ~3.700 banen (~16%) wegens hoge energiekosten, zwakke vraag en Aziatische concurrentie, terwijl de BASF-groep tegelijk ~€10 miljard investeert in een nieuwe Verbund-site in Zhanjiang, China, de grootste enkelvoudige investering in de bedrijfsgeschiedenis. ArcelorMittal Belgium schat zijn cumulatieve CO₂-kosten op €4,75 miljard tussen 2025 en 2034 (bij €80 per ton). De Antwerpse diamantsector, historisch het wereldcentrum van de handel in ruwe diamant, zag zijn handelswaarde dalen van ~$24,5 miljard in 2024 naar ~$19,1 miljard in 2025 (-22%), door dalende prijzen en het Europese verbod op Russische diamant (sinds 1 januari 2024), dat ongeveer 30% van de invoer van ruwe diamant wegnam.
Wat we gaan doen
- CBAM versneld uitbreiden: de chemische sector en raffinaderijen, samen goed voor ongeveer een derde van de industriële ETS-emissies, moeten in de eerstvolgende herziening worden opgenomen, niet pas na 2030. De downstream-uitbreiding naar ~180 staal- en aluminiumproducten moet er zonder uitstel komen. Op termijn moet CBAM alle ETS-sectoren dekken.
- Exportbescherming voor EU-producenten: CBAM beschermt alleen de interne markt. HART wil een structureel exportcompensatiemechanisme dat EU-bedrijven die concurreren op markten zonder CO₂-prijs niet benadeelt. Het Tijdelijk Decarbonisatiefonds dat de Commissie in december 2025 voorstelde (steun voor twee productiejaren, gefinancierd met 25% van de CBAM-inkomsten) is onvoldoende.
- Wederkerigheid als absoluut principe op alle vlakken: elk land dat EU-producten belast, EU-bedrijven uitsluit van overheidsopdrachten, of EU-dienstverleners blokkeert, krijgt een equivalent tarief of maatregel terug. De EU mist een specifiek wederkerigheidsinstrument voor diensten. Dat moet er komen.
- Het Anti-Coercion Instrument daadwerkelijk gebruiken: een afschrikinstrument dat nooit wordt geactiveerd, verliest geloofwaardigheid. De Amerikaanse tariefdreigementen van 2025 en 2026 hadden aanleiding moeten zijn voor op zijn minst een formeel onderzoek; de Chinese dwang tegen Litouwen (-99,8% uitvoer naar China in januari 2022) toont waarom het instrument er kwam.
- Foreign Subsidies Regulation versterken: de Commissie moet meer middelen krijgen voor FSR-handhaving. Met 272 fusienotificaties en ruim 5.150 aanbestedingsdossiers in nog geen drie jaar staat het systeem onder zware druk. De afschrikkende werking is reëel, want Chinese bedrijven trekken zich terug, maar vertragingen ondermijnen het vertrouwen.
- Afdwingbare duurzaamheidshoofdstukken in alle handelsakkoorden: het coöperatieve model werkt niet. Vietnam ratificeerde IAO-Conventie 87 jarenlang niet, het Mercosur-akkoord bevat geen sanctiemechanisme voor milieunormen. HART wil sanctiegebaseerde handhaving: wie de clausules schendt, verliest preferentiële markttoegang.
- Belgische belangen actief verdedigen: diplomatieke druk voor CBAM-uitbreiding naar de chemische sector (BASF Antwerpen en het bredere Antwerpse industriële cluster), bescherming van farmaceutische exportmarkten ($60,5 miljard export in 2024), hervorming van het Kimberley Process (uitbreiding naar geslepen diamant, wettelijke bindendheid, sanctiemechanisme), en screening van Chinese strategische investeringen in de haven van Antwerpen-Brugge.
Bewezen in de praktijk: Het CBAM heeft wereldwijd bijgedragen aan een snellere invoering van koolstofprijzen. Het aantal operationele koolstofprijsinstrumenten steeg naar 80 (Wereldbank, 2025), met Turkije, Indonesië en Vietnam die hun eigen regelingen versnelden. De compenserende rechten op Chinese EV's (tot 35,3% bovenop 10% invoerrecht) beschermen de Europese automobielindustrie tegen subsidiegedreven concurrentie. De FSR dwong CRRC zich terug te trekken uit een Bulgaarse aanbesteding nadat €1,7 miljard aan buitenlandse financiële bijdragen werd vastgesteld. De Europese staalbescherming (sinds 2018 een buitenquotatarief van 25%; in oktober 2025 stelde de Commissie een opvolger voor met 47% minder tariefvrije invoer en een tarief van 50%) beschermt ~300.000 Europese banen in de staalindustrie. Het principe is eenvoudig: vrije handel is geen vrijbrief voor valsspelen.
Standpunt 2: Interne markt voltooien: diensten, kapitaal en digitaal
Standpunt
HART wil dat de Europese interne markt eindelijk wordt voltooid voor diensten en kapitaal: de twee gebieden waar de grootste economische winsten liggen en waar Europa het verst achterloopt op de VS.
Feiten
Diensten vertegenwoordigen 70% van het EU-bbp, maar de handel in diensten tussen de lidstaten is maar een derde van die in goederen (intra-EU-uitvoer 2023: €1.348 miljard diensten tegenover €4.126 miljard goederen). Het IMF schat dat de barrières binnen de interne markt gelijkstaan aan een invoertarief van ~44% voor industriële goederen en ~110% voor diensten; tussen Amerikaanse staten is dat 15% voor goederen (2024). Voltooiing van de interne markt voor diensten zou het EU-bbp op lange termijn met tot 2,4% verhogen, of €338 miljard per jaar, volgens de onderzoeksdienst van het Europees Parlement.
Het gebrek aan een echte Europese kapitaalmarkt is vernietigend voor innovatie. In 2025 bedroeg het Europese risicokapitaal €66,2 miljard (ongeveer $78 miljard), slechts ongeveer 23% van het Amerikaanse niveau ($339 miljard). Europese startups hebben half zoveel kans op grote groeirondes als Amerikaanse, goed voor een financieringsgat in de groeifase van $375 miljard over tien jaar (Atomico, 2024). Tussen 2008 en 2021 verhuisden 40 van de 147 Europese eenhoorns, ruim een kwart, hun hoofdzetel naar het buitenland, vooral naar de VS. Het Draghi-rapport stelde vast: in vijftig jaar is geen enkel EU-bedrijf met een marktkapitalisatie boven €100 miljard vanuit nul opgebouwd.
Het Letta-rapport (april 2024) stelde een "vijfde vrijheid" voor: vrij verkeer van onderzoek, innovatie, kennis en onderwijs, als voorwaarde voor het succes van alle andere vrijheden. Ondanks groei blijft grensoverschrijdende e-commerce in de EU onderontwikkeld: nog geen 9% van de ondernemingen met minstens 10 werknemers verkoopt online aan klanten in andere lidstaten (2025).
Wat we gaan doen
- De Dienstenrichtlijn volledig afdwingen: lidstaten die de dienstenmarkt afschermen, moeten via inbreukprocedures worden gedwongen tot naleving. België moet zelf het goede voorbeeld geven.
- De Kapitaalmarktenunie realiseren: een Europese toezichthouder voor kapitaalmarkten, geharmoniseerde insolventieregels, en een Europees spaarproduct dat pensioengeld naar Europese innovatie stuurt in plaats van naar Amerikaanse techbedrijven.
- Het "28e regime" invoeren naar het voorstel in het Draghi-rapport: een optioneel, uniform EU-vennootschapsrecht waarmee startups en scale-ups in één keer voor de hele EU kunnen opereren, zonder 27 verschillende nationale regimes.
- Grensoverschrijdende digitale diensten vergemakkelijken: de digitale interne markt voltooien met geharmoniseerde AVG-handhaving, interoperabele digitale identiteiten (naar Estlands model) en vereenvoudiging van grensoverschrijdende e-commerce.
Bewezen in de praktijk: Het Estse e-Residency-programma trok meer dan 135.000 e-residenten uit 185 landen aan, die ruim 39.000 Estse bedrijven oprichtten; in 2025 alleen bracht het de Estse staat €125 miljoen op. Een model voor grensoverschrijdende digitale ondernemingen. De ECB berekende dat de EU met slechts een kwart van de mogelijke afbouw van interne barrières (tot het niveau van Nederland) de groeischade van de Amerikaanse tarieven volledig zou compenseren (2025).
Standpunt 3: Regeldruk halveren: Europa moet reguleren om te innoveren, niet om te verstikken
Standpunt
HART wil de Europese regeldruk halveren voor KMO's, goldplating verbieden en een echte one-in-two-out-regel invoeren, zodat Europa reguleert om te innoveren, niet om te verstikken.
Feiten
Het Draghi-rapport (september 2024) stelde vast dat meer dan 60% van de EU-bedrijven regelgeving als een obstakel voor investeringen noemt, en dat 55% van de KMO's regeldruk en administratieve lasten als hun grootste uitdaging bestempelt. Volgens Bruegel steeg de gemiddelde lengte van EU-wetgevingsvoorstellen met 91%: van 4.501 woorden (Prodi-Commissie) tot 8.582 woorden (eerste Commissie-von der Leyen). De EU telt circa 100 techgerichte wetten en meer dan 270 toezichthouders actief in digitale netwerken (Draghi-rapport, 2024).
De Europese "one-in-one-out"-regel dekt alleen de administratieve kosten van Commissievoorstellen, niet de transitie-, implementatie- of nalevingskosten. Van de 383 aanbevelingen van het Draghi-rapport waren er een jaar na publicatie (september 2025) slechts 43 (11,2%) volledig uitgevoerd; begin 2026 was dat ongeveer 15%.
België heeft geen algemeen federaal kader tegen goldplating. De Belgische federale structuur, waarin milieubeleid een gewestelijke bevoegdheid is, creëert bijkomende complicaties bij de omzetting van EU-richtlijnen.
BusinessEurope documenteerde 68 specifieke regeldrukproblemen in januari 2025, uitgebreid tot bijna 140 tegen december 2025. De meest bekritiseerde regelgevingen zijn de CSRD/CSDDD/Taxonomie-"duurzaamheidstriade", de EU AI Act en de Verpakkingsverordening.
Wat we gaan doen
- Europese "one-in-two-out"-regel invoeren: voor elke nieuwe regelgevingslast moeten twee bestaande lasten worden geschrapt, inclusief transitie- en nalevingskosten, niet alleen administratieve kosten.
- KMO-vrijstelling als standaard: alle nieuwe EU-wetgeving moet een verplichte KMO-toets doorstaan, met automatische vrijstelling voor bedrijven met minder dan 50 werknemers tenzij expliciet gerechtvaardigd.
- Goldplating wettelijk verbieden in België: naar Deens en Nederlands model een wettelijke verplichting invoeren om bij omzetting van EU-richtlijnen niet verder te gaan dan het Europese minimum, tenzij het parlement expliciet anders beslist met onderbouwing.
- Het "innovatieprincipe" naast het voorzorgsprincipe verankeren: bij elke nieuwe EU-regulering moet de impact op innovatie en concurrentiekracht even zwaar wegen als het voorzorgsprincipe.
- Duurzaamheidsrapportage verder vereenvoudigen: de Omnibus-richtlijn van 2026 (CSRD enkel nog voor ondernemingen met meer dan 1.000 werknemers en €450 miljoen omzet, CSDDD vanaf 5.000 werknemers en €1,5 miljard omzet) is een stap in de goede richting maar onvoldoende. HART wil de rapportageplichten die bij KMO's terechtkomen met 50% verminderen.
Bewezen in Estland: Estland stelde een verplichte "AI-haalbaarheidstoets" voor in zijn regels voor goede wetgeving (gepland vanaf 1 mei 2026): bij elk nieuw wetgevend initiatief moet beoordeeld worden of AI of automatisering deel van de oplossing kan zijn. Zo komt innovatie centraal te staan in het regelgevingsproces. Estland staat bij de Europese top in digitale overheidsdiensten (tweede in de eGovernment Benchmark 2026, 90,6 op 100) en toont dat minder bureaucratie en meer digitalisering samengaan.
Standpunt 4: Energie: prijzen omlaag, kernenergie omhoog
Standpunt
HART wil dat Europa zijn energieprijzen structureel verlaagt door te investeren in kernenergie, hernieuwbare energie en een volledig geïntegreerd Europees energienetwerk, zodat Europese bedrijven niet langer 2 tot 3 keer meer betalen voor elektriciteit dan hun Amerikaanse concurrenten.
Feiten
De energieprijskloof met de VS is de kern van Europa's concurrentieprobleem. Volgens het Draghi-rapport (2024) betalen Europese bedrijven 2 tot 3 keer meer voor elektriciteit en 4 tot 5 keer meer voor aardgas dan in de VS. Middelgrote bedrijven betaalden in de EU gemiddeld €160/MWh (tweede helft 2025, exclusief btw). Het industriële gasverbruik lag in 2023 21% lager dan in 2021, vooral door minder productie en niet door efficiëntiewinst.
De EU maakte wel vooruitgang: het aandeel van Russisch gas in de EU-gasinvoer daalde van 45% in 2021 naar 12% in 2025, en de EU besliste de invoer van Russisch gas volledig stop te zetten, uiterlijk in november 2027. Hernieuwbare energie bereikte 25,2% van het finale energieverbruik en 47,5% van het elektriciteitsverbruik in 2024. In 2025 produceerden wind en zon voor het eerst meer EU-elektriciteit dan fossiele brandstoffen (30% tegenover 29%). Maar België hinkt achterop met slechts 14,3% hernieuwbaar aandeel (2024), het laagste in de EU.
België's nucleaire ommekeer is historisch. De Kamer schafte op 15 mei 2025 de uitfaseringswet van 2003 af (102 ja, 8 nee, 31 onthoudingen): het verbod op nieuwe kerncentrales en de sluitingskalender zijn geschrapt. Doel 4 en Tihange 3 mogen tien jaar langer draaien, uiterlijk tot eind 2037. Het Gerecht van de EU bevestigde op 10 september 2025 de classificatie van kernenergie als "transitie-activiteit" in de EU-taxonomie. Kernenergie leverde 23% van de EU-elektriciteit in 2024.
Het EU ETS bracht sinds 2013 meer dan €258 miljard aan veilinginkomsten op (tot eind 2025). De CO₂-prijs lag tussen maart 2024 en augustus 2026 gemiddeld rond €70–76 per ton. Het nieuwe ETS2 voor gebouwen en wegvervoer start in 2028; BloombergNEF raamde in 2024 dat de prijs daarin tegen 2030 tot €149 per ton kan oplopen.
Wat we gaan doen
- Kernenergie als pijler van het Belgische en Europese energiebeleid: Doel 4 en Tihange 3 verlengen tot 2045 en nieuwe nucleaire capaciteit bouwen (4 GW-doelstelling). België moet een leidende rol spelen in de EU Nuclear Alliance.
- Europees geïntegreerd energienetwerk versnellen: grensoverschrijdende interconnecties uitbouwen zodat goedkope hernieuwbare energie uit Scandinavië en Zuid-Europa overal beschikbaar is.
- Hernieuwbaar aandeel in België drastisch verhogen van 14,3% (2024) naar minstens 25% tegen 2030, met focus op offshore wind en zonne-energie, zonder de landbouwsector te belasten.
- Industriële energieprijzen verlagen via gerichte maatregelen: langetermijnenergiecontracten (PPA's) voor energie-intensieve industrie, vermindering van belastingen en heffingen op industriële elektriciteit, en versnelde vergunningverlening voor hernieuwbare projecten.
Bewezen in Denemarken: Met 46,5% hernieuwbaar aandeel en bijna 80% hernieuwbare elektriciteit (2024) toont Denemarken dat een klein land de energietransitie kan leiden. Denemarken bereikte dit door jarenlange investering in offshore wind, een geïntegreerd Scandinavisch elektriciteitsnet en consistente overheidssteun. Frankrijk toont het nucleaire model: 58,6% van de EU-kernenergie komt uit Frankrijk (2024), met de laagste stroomprijs voor bedrijven van België en zijn buurlanden (€121/MWh tegenover €157 in België voor middelgrote bedrijven, tweede helft 2025).
Standpunt 5: Uitbreiding: hervorming eerst, geen Turkije in de EU
Standpunt
HART steunt de strategische uitbreiding van de EU naar de Westelijke Balkan en op termijn Oekraïne, maar eist eerlijke kosteninschatting, institutionele hervorming vóór toetreding, en onmiddellijke stopzetting van alle pre-toetredingssteun aan Turkije.
Feiten
De EU trok voor 2007–2020 ruim €9 miljard pre-toetredingssteun uit voor Turkije (IPA I: €4,58 miljard; IPA II: oorspronkelijk €4,49 miljard, later ingekrompen tot €3,53 miljard), dus in de praktijk ruim €8 miljard. Daarbovenop kwam €12 miljard voor vluchtelingen in Turkije: €6 miljard via de Faciliteit voor Vluchtelingen (2016–2019) en nog eens €6 miljard voor 2020–2027. Samen ruim €20 miljard, waarin België via zijn bijdrage aan de EU-begroting meebetaalt. Turkije's toetredingsproces is feitelijk bevroren: slechts 16 van 35 hoofdstukken zijn geopend, 1 voorlopig gesloten, 8 geblokkeerd wegens het Cyprusdispuut. Turkije's alignering met het EU-buitenlands beleid daalde naar slechts 5% in 2024. Het Europees Parlement stemde in mei 2025 met 367 tegen 74 (188 onthoudingen) om het proces bevroren te houden.
De Westelijke Balkan vordert ongelijk. Montenegro en Albanië lopen voorop (de Commissie reserveerde in haar voorstel voor de volgende meerjarenbegroting €3,2 miljard voor Montenegro, uitgaande van toetreding begin 2028), maar Servië blijft geblokkeerd door gebrekkige alignering met de Rusland-sancties. Bruegel raamt de nettokost van de toetreding van alle negen kandidaat-lidstaten op €170 miljard over zeven jaar, ongeveer €26 miljard per jaar of 0,17% van het EU-bbp.
Oekraïne's toetreding is het meest ingrijpende vooruitzicht. Kandidaat-status werd verleend in juni 2022, de Europese Raad besloot in december 2023 tot opening van de onderhandelingen, en de eerste intergouvernementele conferentie vond plaats op 25 juni 2024. Realistisch lijkt lidmaatschap pas na 2030. Bruegel schat de budgettaire impact op €110–136 miljard per MFK (7 jaar), waarvan €85 miljard uit het GLB (Oekraïne zou de grootste ontvanger worden) en €32 miljard uit het Cohesiebeleid. De bestaande lidstaten zouden samen €24 miljard minder cohesiemiddelen ontvangen.
Institutionele hervorming is een absolute voorwaarde. Tientallen verdragsartikelen vereisen nog altijd unanimiteit, in het bijzonder op het vlak van GBVB, belastingen, sociaal beleid en uitbreiding zelf. En de Commissie telt nog steeds één commissaris per lidstaat.
Wat we gaan doen
- Pre-toetredingssteun aan Turkije volledig en onmiddellijk stopzetten. Geen Turkije in de EU. De ruim €20 miljard die de EU sinds 2007 in Turkije investeerde, heeft geen aantoonbare toenadering opgeleverd.
- Pre-toetredingssteun objectiveren en schorsen als een kandidaat-land aantoonbaar afwijkt van Europese waarden, met jaarlijkse benchmarks en automatische opschorting bij niet-naleving.
- Institutionele hervorming vóór uitbreiding: overgang naar gekwalificeerde meerderheid in GBVB, belastingen en sociaal beleid. Verkleining van de Commissie naar maximaal 18 leden. Hervorming van het EP-zetelstelsel.
- Oekraïne's toetredingsproces steunen, maar met eerlijke kosteninschatting en geleidelijke integratie: sectorale toegang tot de interne markt vóór volledig lidmaatschap, naar het Zwitserse en EER-model.
Bewezen in de praktijk: De uitbreiding van 2004 (10 nieuwe lidstaten) toonde dat toetreding economisch kan lonen: de nieuwe lidstaten groeiden structureel sneller dan de rest van de EU. Maar de toetreding van Roemenië en Bulgarije in 2007 toonde ook dat onvoldoende hervorming leidt tot jarenlange problemen met rechtsstatelijkheid. Brexit bewees het tegenovergestelde: het bbp per inwoner van het VK lag in 2025 naar schatting 6–8% lager dan zonder Brexit, en ongeveer 16.400 bedrijven, vooral kleine, stopten na de inwerkingtreding van het handelsakkoord (2021) met exporteren naar de EU.
Standpunt 6: EU AI Act: innovatie niet afremmen
Standpunt
HART wil dat de EU AI Act correct wordt geïmplementeerd maar geen innovatierem wordt, met KMO-vrijstellingen, snelle standaardisatie en een Belgische AI-sandbox.
Feiten
De EU AI Act werd in 2024 aangenomen en is sinds 1 augustus 2024 in werking. Na de vereenvoudiging van 2026 gelden de verplichtingen voor hoog-risico-AI vanaf 2 december 2027 (zelfstandige systemen) en 2 augustus 2028 (AI in gereguleerde producten). De verordening beslaat 144 pagina's in het Publicatieblad met 68 definities en 180 overwegingen. Alleen al het opzetten van een kwaliteitsbeheersysteem voor hoog-risico-AI kost volgens CEPS €193.000 tot €330.000, plus ongeveer €71.400 per jaar onderhoud. In juli 2025 vroegen de topbestuurders van meer dan 45 Europese bedrijven, waaronder Airbus, ASML en Mistral, om twee jaar uitstel. De technische standaarden van CEN/CENELEC liepen vertraging op.
Het contrast met de VS is scherp: de VS hebben geen alomvattende federale AI-wetgeving en vertrouwen grotendeels op vrijwillige bedrijfsverbintenissen en sectorale richtlijnen. Boetes onder de EU AI Act reiken tot €35 miljoen of 7% van de wereldwijde omzet; de VS kennen geen vergelijkbaar federaal boetekader voor AI.
Wat we gaan doen
- KMO-vrijstelling verbreden: bedrijven met minder dan 50 werknemers moeten een vereenvoudigd nalevingsregime krijgen, tenzij zij hoog-risico-AI voor kritieke toepassingen (gezondheidszorg, justitie, biometrie) ontwikkelen.
- CEN/CENELEC-standaardisatie versnellen: België dringt binnen de Raad aan op noodmaatregelen om ontbrekende technische standaarden versneld af te ronden. Zonder standaarden is naleving onmogelijk.
- Belgische AI-sandbox oprichten: één Belgische AI-regulatory sandbox conform de AI Act (art. 57-58), waar AI-toepassingen getest worden in een gecontroleerde omgeving. Ze wordt beheerd door een onafhankelijke autoriteit (het GovTech-agentschap samen met het CCB en de Gegevensbeschermingsautoriteit), richt zich in een eerste fase op overheidstoepassingen en wordt onafhankelijk geëvalueerd vóór verdere uitrol.
- Het "innovatieprincipe" verankeren: bij elke EU-regulering moet de impact op Europese concurrentiekracht ten opzichte van de VS en China even zwaar wegen als consumentenbescherming en veiligheid.
Bewezen in Estland: Estland stelde een verplichte AI-haalbaarheidstoets voor elk nieuw wetgevend initiatief voor (gepland vanaf 1 mei 2026): het omgekeerde van Europa's benadering. In plaats van AI enkel te reguleren, vraagt Estland bij elke regulering: kan AI dit oplossen? Estland bracht 10 eenhoorns voort voor ongeveer 1,4 miljoen inwoners, het hoogste aantal per inwoner in Europa. België, met IMEC, KU Leuven en een sterke AI-onderzoekstraditie, heeft dezelfde troeven maar moet ze beter benutten.
Standpunt 7: Europese defensie: samen kopen, samen sterker
Standpunt
HART wil dat Europa zijn defensie-industrie integreert en gezamenlijk aankoopt, zodat we meer veiligheid krijgen voor minder geld en minder afhankelijk worden van de Verenigde Staten.
Feiten
EU-lidstaten gaven in 2025 naar raming gezamenlijk €381 miljard uit aan defensie, een record van 2,1% van het bbp, maar nog altijd minder dan de helft van de VS (ongeveer $976 miljard, 3,2% van het bbp, NAVO-raming). Het echte probleem is niet het bedrag maar de versnippering: gezamenlijke aankopen bedroegen slechts 18% van de uitgaven voor defensiematerieel (2022), ver onder de EDA-benchmark van 35%. De onderzoeksdienst van het Europees Parlement schat de kosten van deze versnippering op €18–57 miljard per jaar. Volgens het Franse onderzoeksinstituut IRIS ging tussen februari 2022 en juni 2023 78% van de Europese defensie-aankopen naar leveranciers buiten de EU, waarvan 63% naar Amerikaanse bedrijven. EDIRPA, het eerste EU-programma voor gezamenlijke aankopen (€310 miljoen budget), bewees dat het kan: vijf geselecteerde projecten kregen samen €300 miljoen EU-steun en mobiliseerden meer dan €11 miljard aan gezamenlijke aankopen. Het ReArm Europe-plan mikt op €800 miljard mobilisatie tegen 2030, waarvan €150 miljard aan EU-leningen via SAFE.
België heeft een gespecialiseerde defensie-industrie: de kern telt meer dan 80 bedrijven met ~€2 miljard omzet en ~5.000 werknemers. FN Browning Group (FN Herstal, €934 miljoen omzet in 2024, volledig eigendom van het Waals Gewest) sloot in 2023 een twintigjarig strategisch partnerschap met Defensie voor de bevoorrading met munitie van klein kaliber en het onderhoud van de lichte wapens. Thales Belgium is de Europese leider in 70mm-raketsystemen. Belgische bedrijven en onderzoekscentra nemen deel aan meerdere PESCO-projecten en aan projecten van het Europees Defensiefonds (EDF).
Wat we gaan doen
- Belgische defensie-uitgaven optrekken naar 2,5% van het bbp tegen 2030, met focus op gezamenlijke Europese aankopen en investeringen in de Belgische defensie-industrie.
- Europese gezamenlijke aankopen verplichten voor standaardmaterieel (munitie, voertuigen, communicatiesystemen): naar het EDIRPA-model, dat een hefboom van meer dan 35× opleverde.
- De Belgische defensie-industrie positioneren als Europese nichespeler in kleine wapens (FN Herstal), raketsystemen (Thales Belgium) en cyberdefensie, en de deelname aan EDF- en EDIP-projecten systematisch maximaliseren.
- NAVO aanvullen, niet vervangen: Europese defensie-integratie versterkt de NAVO-pijler in plaats van deze te ondermijnen. Interoperabiliteit met NAVO-standaarden blijft leidend.
Bewezen in de praktijk: EDIRPA's vijf projecten mobiliseerden meer dan €11 miljard aan gezamenlijke aankopen met slechts €300 miljoen EU-steun, een hefboom van meer dan 35×. Estland besteedt volgens NAVO-ramingen 5,1% van het bbp aan defensie (2026) en toont dat een klein land disproportionele invloed kan uitoefenen op het Europese veiligheidsbeleid. Het organiseerde het allereerste open debat van de VN-Veiligheidsraad over cyberveiligheid.
Samenvatting
De Europese Unie staat op een kruispunt. De bbp-kloof met de VS bedroeg 12% op PPP-basis in 2023; per inwoner was de kloof 34%, voor ongeveer 70% door productiviteitsverschillen. Europese bedrijven betalen 2 tot 3 keer meer voor elektriciteit dan in de VS. Het Europese risicokapitaal bedroeg in 2025 slechts ongeveer 23% van het Amerikaanse. In vijftig jaar is geen enkel EU-bedrijf met een marktkapitalisatie boven €100 miljard vanuit nul opgebouwd. Tegelijk kost de versnippering van de Europese defensie-uitgaven de EU €18–57 miljard per jaar, en noemt meer dan 60% van de bedrijven regelgeving een obstakel voor investeringen.
HART kiest niet tussen meer of minder Europa. HART kiest voor beter Europa. Dat betekent zeven concrete veranderingen. Ten eerste: eerlijke handel afdwingen via het CBAM en een strikt level playing field. Wie vuil produceert of oneerlijk concurreert, betaalt aan de grens. Ten tweede: de interne markt voor diensten en kapitaal voltooien, de grootste onbenutte economische kans van Europa: alleen al de dienstenmarkt is goed voor €338 miljard per jaar. Ten derde: de regeldruk halveren voor KMO's, goldplating wettelijk verbieden en een echte one-in-two-out-regel invoeren. Ten vierde: energieprijzen structureel verlagen via kernenergie, hernieuwbare energie en een geïntegreerd Europees energienetwerk. Ten vijfde: eerlijke kosteninschatting bij elke uitbreiding, institutionele hervorming vóór toetreding, en onmiddellijke stopzetting van alle pre-toetredingssteun aan Turkije. Ten zesde: de EU AI Act implementeren zonder innovatie af te remmen, met KMO-vrijstellingen, versnelde standaardisatie en een Belgische AI-sandbox. Ten zevende: defensie-integratie versnellen en gezamenlijke aankopen verplichten, zodat Europa meer veiligheid krijgt voor minder geld.
Elke maatregel is gebaseerd op systemen die elders bewezen werken. EDIRPA bewees dat gezamenlijke defensie-aankopen een hefboom van meer dan 35× opleveren. Estland toont dat digitalisering en minder bureaucratie samengaan, met 10 eenhoorns op ongeveer 1,4 miljoen inwoners, de hoogste ratio per inwoner van Europa. Denemarken haalt bijna 80% hernieuwbare elektriciteit en bewijst dat een klein land de energietransitie kan leiden. Brexit levert het bewijs dat vertrekken duur is: het bbp per inwoner van het VK lag in 2025 naar schatting 6–8% lager. De les is niet minder Europa, maar beter Europa. België, met de EU-instellingen in Brussel, de universiteit met de meeste Horizon Europe-middelen (KU Leuven), een gespecialiseerde defensie-industrie en Euroclear als bewaarder van ~€185 miljard geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden (2025), heeft unieke troeven om die hervorming van binnenuit te leiden.
Europa is geen probleem. Slecht bestuurde en overbureaucratiseerde Europa is het probleem. HART wil een EU die doet wat ze moet doen, stopt met wat ze niet hoeft te doen, en het verschil kent tussen beide.