Kernprincipe
Onze sociale zekerheid is gebouwd op een eerlijk principe: wie bijdraagt, bouwt rechten op. Wie niet kan bijdragen, krijgt een vangnet. Maar in België zijn deze twee logica's, verzekering en solidariteit, zo door elkaar geweven dat niemand nog weet wat recht is en wat gunst. Het resultaat: een systeem dat alleen al voor werknemers €93,6 miljard per jaar kost (2024), de hoogste belastingwig op arbeid van de OESO oplegt, recordaantallen langdurig zieken kent, en via tientallen overlappende instellingen wordt beheerd. HART wil een sociale zekerheid die transparant, contributief, fraudebestendig en financieel houdbaar is, geïnspireerd door landen die het aantoonbaar beter doen.
Feiten en cijfers
| Feit | Cijfer | Bron |
|---|---|---|
| Uitgaven sociale zekerheid werknemers (globaal beheer) | €93,6 miljard (2024); €97,6 miljard (2025). Alle stelsels samen: €139,3 miljard (2024) | RSZ Jaarverslag 2025; Rekenhof, Boek 2025 over de Sociale Zekerheid |
| Tekort sociale zekerheid vóór evenwichtsdotatie | ongeveer €6 miljard (2025), iets meer dan €8 miljard verwacht in 2031 | Beheerscomité van de sociale zekerheid (maart 2026), geciteerd door VBO |
| Evenwichtsdotatie federale overheid | €6,8 miljard voorlopig toegekend (2025), achteraf met €0,5 miljard verminderd | RSZ Jaarverslag 2025 |
| Belastingwig op arbeid (alleenstaande, gemiddeld loon) | 52,5% (2025), hoogste van de 38 OESO-landen (OESO-gemiddelde 35,1%) | OESO Taxing Wages 2026 |
| Nettoloon als % van brutoloon (alleenstaande, gemiddeld loon) | 60,5% (OESO-gemiddelde: 74,9%) (2025) | OESO Taxing Wages 2026 |
| Langdurig zieken (invaliditeit, langer dan een jaar arbeidsongeschikt) | 549.996 (eind 2024); voorlopig 576.643 (eind 2025) | RIZIV |
| Stijging langdurig zieken (2019–2024) | +102.000 personen in 5 jaar (van 447.867 naar 549.996) | RIZIV |
| Invaliden door depressie of burn-out | +43% (2019–2024), ongeveer een kwart van alle invaliden | RIZIV |
| Uitkeringsgerechtigde volledig werkloze werkzoekenden | 287.919 (januari 2025, vóór de beperking in de tijd) | RVA |
| Werklozen >2 jaar werkloos | 44,4% van totaal (~127.800 personen, januari 2025) | RVA |
| Langdurig werklozen (>1 jaar) als % van alle werklozen | 31,6% (EU-27: 31,5%; Denemarken: 14,1%) (2025) | Eurostat |
| Werkzaamheidsgraad 20–64 jaar | 72,8% (EU: 76,1%, NL: 83,4%, DE: 81,1%) (2025) | Eurostat |
| Inactiviteitsgraad 25–64 jaar | 19,6% (~1,2 miljoen personen) (2025) | Eurostat |
| Pensioenuitgaven (werknemersstelsel) | €40,1 miljard (2024); alle wettelijke stelsels: €66,8 miljard (2024) | Rekenhof, Boek 2025 over de Sociale Zekerheid |
| Gemiddeld wettelijk pensioen per gepensioneerde (bruto, alle stelsels) | €2.046 per maand (januari 2025) | PensionStat.be |
| Opbrengst sociale fraudebestrijding | €434,9 miljoen (2024, record); €414,6 miljoen (2025) | SIOD, jaarverslagen 2024 en 2025 |
| Schaduweconomie | ongeveer 16% van het bbp (2022) | Europese Commissie, Mind the Gap (landenfiche België) |
| Federale socialezekerheidsinstellingen | 11 openbare instellingen, naast de FOD Sociale Zekerheid en de POD Maatschappelijke Integratie | socialezekerheid.be |
| Ziekenfondsen | 21 ziekenfondsen in 5 landsbonden, plus de HZIV en de Kas van HR Rail (2026) | Controledienst voor de ziekenfondsen |
| Vakantiekassen (arbeiders) | 10 fondsen (RJV-Kas + 9 sectorale), €5,92 miljard aan 1.682.104 arbeiders (2023) | RJV Jaarverslag 2023 |
| Uitbetalingsinstellingen werkloosheid | 4 (3 vakbonden + de publieke HVW) | RVA |
| Estlands X-Road: aangesloten organisaties | 957 organisaties, ongeveer 3,74 miljard bevragingen (2025) | RIA (Estse informatiesysteemautoriteit) |
| Estlands X-Road: geclaimde besparing | ongeveer 1.345 werkjaren per jaar (2025) | Estse overheid |
| Deens Udbetaling Danmark | centralisatie van uitbetalingen; besparing geraamd op bijna 300 miljoen Deense kroon per jaar | Interoperable Europe (Europese Commissie) |
| Deense fraudedetectie: rendement | €61,9 miljoen opbrengst (2019) op ongeveer €3,4 miljoen investering per jaar (18:1) | Interoperable Europe (Europese Commissie) |
| UK Real Time Information | Lonen worden bij elke loonbetaling doorgegeven; fraude met inkomen uit werk in Universal Credit daalde naar 1,5% van de UC-uitgaven (FYE 2026) | DWP, Fraud and error in the benefit system |
| Nederlandse arbeidsongeschiktheidshervorming | Instroom daalde van 1,5% (2001) naar ongeveer 0,5% (vanaf 2006) van de verzekerde werkende bevolking | Journal of Economic Perspectives (2015); Review of Economics of the Household (2023) |
| Singapore CPF: tegoeden van de leden | SGD 609,5 miljard voor 4,2 miljoen rekeninghouders (eind 2024) | CPF Board, jaarverslag 2024 |
| Zweedse Oranje Envelop | ruim 6 miljoen pensioenspaarders per jaar, bijna 80% digitaal (2024) | Pensionsmyndigheten |
Standpunt 1: Splits verzekering van solidariteit: maak zichtbaar wat recht is en wat gunst
Feiten
Het Belgische systeem vermengt twee fundamenteel verschillende logica's tot één ondoorzichtig geheel. Werknemers betalen 13,07% van hun brutoloon aan sociale bijdragen, werkgevers in de privésector een basisbijdrage van 25% plus bijzondere bijdragen, maar deze bijdragen verdwijnen in het Globaal Financieel Beheer van de RSZ, zonder specifieke toewijzing aan individuele takken. Niemand kan zien hoeveel hij persoonlijk heeft opgebouwd aan pensioenrechten, ziekteverzekering of werkloosheidsbescherming. Tegelijk worden verzekerde rechten (proportioneel aan bijdragen) en solidariteitsmaatregelen (gefinancierd via belastingen) door elkaar behandeld: de evenwichtsdotatie van de federale overheid (€6,8 miljard voorlopig toegekend in 2025) dekt het structureel tekort zonder dat dit als aparte solidariteitskost zichtbaar is. Zonder die dotatie zou het tekort volgens het beheerscomité van de sociale zekerheid oplopen tot iets meer dan €8 miljard in 2031.
In Zweden ontvangen ruim 6 miljoen pensioenspaarders jaarlijks de "Oranje Envelop": een persoonlijk overzicht van hun opgebouwde pensioenkapitaal, de bijdragen van het afgelopen jaar, en een projectie van hun maandelijkse pensioen bij verschillende pensioenleeftijden. Onderzoek toont aan dat deze transparantie het pensioengedrag aantoonbaar beïnvloedt. In Singapore toont het CPF-dashboard in real time het saldo op drie persoonlijke rekeningen (pensioen, gezondheidszorg, huisvesting) voor 4,2 miljoen rekeninghouders. In Duitsland maakt het Rentenpunkte-systeem de link concreet: wie het gemiddelde loon verdient (voorlopig €51.944 in 2026), bouwt exact 1,0 pensioenpunt per jaar op. België heeft MyPension.be: een goed begin, maar zonder equivalent voor andere takken en zonder geïntegreerd overzicht van alle sociale rechten.
Wat we gaan doen
- Persoonlijk socialezekerheids-dashboard invoeren naar Zweeds/Singaporees model: elke burger ziet online hoeveel hij heeft bijgedragen, wat hij heeft opgebouwd aan pensioen, ziekteverzekering en werkloosheidsbescherming, en wat de geprojecteerde uitkering is bij verschillende scenario's.
- Begrotingstransparantie afdwingen: elke euro die de overheid uit algemene belastingen investeert in de sociale zekerheid wordt expliciet gelabeld als "solidariteitsbijdrage", apart van de verzekeringspremies. De evenwichtsdotatie wordt jaarlijks per tak zichtbaar gemaakt.
- Contributiviteitsrapport bij elk nieuw recht: politici die nieuwe rechten creëren, moeten verplicht vermelden (a) de kostprijs, (b) de financieringsbron, en (c) de impact op de verhouding premie/uitkering. Geen ongedekte beloften meer.
Bewezen in: Zweden (Oranje Envelop, ruim 6 miljoen ontvangers, aantoonbaar effect op pensioengedrag), Singapore (CPF-dashboard, real-time transparantie voor 4,2 miljoen rekeninghouders), Duitsland (Rentenpunkte: helder, proportioneel, jaarlijks meegedeeld aan verzekerden vanaf 27 jaar).
Standpunt 2: Contributiviteit versterken: wie bijdraagt, bouwt op. Werken loont altijd.
Feiten
België heeft de hoogste belastingwig op arbeid in de OESO (52,5% in 2025), maar een van de zwakste verbanden tussen bijdragen en uitkeringen. Het pensioenstelsel wordt uitgehold door uitgebreide "gelijkgestelde perioden": werkloosheid, ziekte en loopbaanonderbrekingen tellen grotendeels mee alsof men aan het laatst verdiende loon verder werkte. Het loonplafond (€82.608,94 per jaar in 2025) beperkt de pensioenopbouw, ongeacht hogere bijdragen. Ambtenarenpensioenen worden berekend op basis van het loon van de laatste loopbaanjaren, werknemerspensioenen op het gemiddelde loon van de hele loopbaan.
De inactiviteitsval is bijzonder scherp. Volgens berekeningen van de Universiteit Antwerpen (2024) levert de overstap van een werkloosheidsuitkering naar een voltijdse job aan het minimumloon netto ongeveer €400 tot €1.200 per maand op, afhankelijk van het gezinstype (€545 voor een alleenstaande). Deeltijds werk levert soms zelfs netto minder op: een alleenstaande ouder die halftijds aan het minimumloon gaat werken, gaat er ongeveer €450 per maand op achteruit. Het verlies van gekoppelde voordelen, zoals het sociaal energietarief, sociale huisvesting en verminderd openbaar vervoer, zit daar nog niet in en maakt het effectieve verschil nog kleiner. De oorzaak van de inactiviteitsval ligt dus niet bij zogezegd "genereuze" werkloosheidsuitkeringen, maar bij het abrupte verlies van middelengetoetste voordelen bij de eerste euro loon.
Ter vergelijking: het Verenigd Koninkrijk introduceerde met Universal Credit het principe van één afbouwpercentage (55p per verdiende pond boven een werkvergoeding), wat de marginale druk op lage inkomens aantoonbaar verlaagde. De implementatie ging echter gepaard met ernstige transitieproblemen: een ingebouwde wachttijd van vijf weken, schuldenopbouw door voorschotten die als lening worden teruggevorderd, en stijgend voedselbankgebruik in gebieden waar Universal Credit werd ingevoerd (Trussell Trust). De Economic Affairs Committee van het House of Lords concludeerde in 2020 dat het systeem "isn't working" in zijn toenmalige vorm. Frankrijk gebruikt de Prime d'activité als in-work benefit met minder transitierisico. De sociale werkbonus in België (maximaal ongeveer €300 per maand voor bruto maandlonen tot ongeveer €2.300, aflopend tot nul bij ongeveer €3.400; bedragen van september 2026) is een stap in de goede richting, maar compenseert het klifeffect onvoldoende.
Wat we gaan doen
- Elke uitkering koppelen aan bijdragehistoriek: wie langer en meer heeft bijgedragen, bouwt proportioneel hogere rechten op. Minimumgarantie voor iedereen die bijgedragen heeft, maar het plafond moet lonend zijn.
- Klifeffecten wegwerken: gekoppelde voordelen (sociaal tarief, huisvesting, vervoer) worden geleidelijk afgebouwd bij stijgend inkomen in plaats van abrupt te stoppen. Microsimulatie vooraf bij elke beleidsmaatregel om inactiviteitsvallen te detecteren.
- "Werken loont altijd"-garantie: het netto-inkomensverschil tussen uitkering en werk aan minimumloon bedraagt minstens €500/maand, ongeacht gezinssituatie. Indien nodig via uitbreiding van de werkbonus en de jobbonus van de Vlaamse deelstaten.
- Gelijkgestelde perioden hervormen: langdurige werkloosheid telt na 2 jaar niet langer mee aan het laatst verdiende loon, maar aan het minimumloon. Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) dooft volledig uit en landingsbanen worden geleidelijk afgebouwd. Ziekte en invaliditeit, moederschapsrust, ouderschapsverlof en zorgverloven blijven volledig gelijkgesteld; de genderimpact wordt gecompenseerd via hogere minimumrechten per gewerkt jaar. Wie werkt, bouwt altijd meer op dan wie niet werkt.
Bewezen in: Duitsland (Rentenpunkte: directe proportionaliteit tussen bijdragen en pensioen), Verenigd Koninkrijk (Universal Credit: het afbouwpercentage van 55% verlaagde de marginale druk effectief; de implementatie kende ernstige problemen, maar het principe van één afbouwpercentage is breed gevalideerd), Denemarken (flexicurity: hoge vervangingsratio, maar strikt in de tijd beperkt tot 2 jaar).
Standpunt 3: Solidariteit met heldere grenzen: een vangnet, geen hangmat
Feiten
België was lange tijd het laatste EU-land met onbeperkte werkloosheidsuitkeringen. De bedragen daalden via degressiviteit, van 65% van het geplafonneerde loon in de eerste drie maanden naar een forfait, maar ze stopten nooit. In januari 2025 was 44,4% van de uitkeringsgerechtigde werklozen langer dan 2 jaar werkloos: het systeem creëerde structurele langdurige afhankelijkheid. Sinds de Programmawet van 18 juli 2025 is de werkloosheidsuitkering beperkt tot maximaal 24 maanden: wie al langer werkloos was, verloor zijn recht in golven vanaf 1 januari 2026, en voor nieuwe aanvragen geldt de beperking volledig sinds 1 maart 2026.
Internationaal is de norm glashelder: Denemarken 2 jaar, Duitsland (ALG I) 6–24 maanden afhankelijk van leeftijd, Nederland 3–24 maanden, VK 6 maanden, Frankrijk maximaal 18 tot 27 maanden naargelang de leeftijd, VS ~6 maanden. Overal is tijdsbeperking gekoppeld aan intensieve activering. Denemarken besteedt ongeveer 1,5% van het bbp aan actief arbeidsmarktbeleid, het hoogste van de OESO en ruim het dubbele van België (0,7%, 2024). Ter vergelijking: in Denemarken is 14% van de werklozen langer dan een jaar werkloos, in België 32% (2025).
Het aantal langdurig zieken (549.996 eind 2024) is bijna dubbel zo hoog als het aantal uitkeringsgerechtigde werklozen. De groei, ruim 100.000 extra in vijf jaar (2019–2024), wordt deels verklaard door de hogere pensioenleeftijd en strengere regels voor vervroegde uittreding, waardoor meer oudere werknemers in arbeidsongeschiktheid terechtkomen. De uitgaven voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen bedroegen €14,4 miljard in 2024, waarvan €9,4 miljard invaliditeitsuitkeringen voor werknemers en werklozen. Er zijn te weinig adviserend artsen voor het snel stijgende aantal dossiers, waardoor de medische opvolging van langdurig zieken tekortschiet.
Wat we gaan doen
- Tijdsbeperking werkloosheidsuitkeringen handhaven en versterken: 24 maanden maximaal, gekoppeld aan een verplicht activeringstraject met afdwingbare afspraken. Na afloop: doorstroom naar leefloon met striktere voorwaarden, niet terug naar werkloosheid.
- Activering als recht én plicht: elke werkloze krijgt binnen 4 weken een persoonlijk activeringsplan met begeleiding, opleiding en/of werkervaring. Wie structureel weigert mee te werken, verliest geleidelijk uitkeringsrechten. Investering in activeringsbudget verhogen naar Deens niveau (ongeveer 1,5% van het bbp).
- Arbeidsongeschiktheid hervormen naar Nederlands model: werkgevers worden financieel verantwoordelijk voor re-integratie gedurende het eerste ziektejaar (Gatekeeper Protocol). Onderscheid tussen volledige blijvende arbeidsongeschiktheid (hogere uitkering) en gedeeltelijke/tijdelijke arbeidsongeschiktheid (sterke terugkeer-incentives). Nederland verminderde hiermee de instroom met twee derde, van 1,5% naar ongeveer 0,5% van de werkende bevolking.
- Medische hercontrole herstellen: onafhankelijke medische evaluatie bij langdurige arbeidsongeschiktheid na 6, 12 en 24 maanden, met focus op restcapaciteit en aangepast werk. Investeren in de controlegeneeskunde van het Belgisch Zorginstituut.
Bewezen in: Denemarken (maximaal 2 jaar uitkering en ongeveer 1,5% bbp activeringsbudget: 14% langdurig werklozen tegenover 32% in België), Nederland (Poortwachter en WIA-hervorming: instroom in arbeidsongeschiktheid met twee derde verminderd), Duitsland (Hartz-hervormingen: geregistreerde werkloosheid van 11,7% in 2005 naar 5,0% in 2019).
Standpunt 4: Fraudebestrijding: minder regels, meer data, nultolerantie
Feiten
De Belgische sociale fraudebestrijding bracht €434,9 miljoen op in 2024: een record, maar minder dan 0,5% van de €93,6 miljard die de sociale zekerheid van werknemers uitgeeft. In 2025 was het €414,6 miljoen. De schaduweconomie wordt geschat op ongeveer 16% van het bbp (2022). De sociale inspectiediensten voerden 137.796 onderzoeken uit in 2024, waarvan 47,1% een inbreuk vaststelde. De inspectiedienst van het RIZIV stelde in 2023 voor €18,3 miljoen aan onterechte aanrekeningen door zorgverleners vast: ongeveer 0,05% van de uitgaven voor geneeskundige verzorging. België heeft het Dimona-systeem voor in- en uitdienstmeldingen, maar geen real-time loonrapportering zoals het VK (RTI) of Australië (Single Touch Payroll): de loongegevens komen per kwartaal binnen via de DmfA.
Internationaal is het bewijs overweldigend: preventie werkt beter dan bestraffing. Met het Britse Real Time Information-systeem rapporteren werkgevers bij elke loonbetaling de lonen aan de belastingdienst, zodat Universal Credit zich automatisch aanpast aan wat iemand verdient. Fraude met inkomen uit werk daalde er naar 1,5% van de uitgaven voor Universal Credit (FYE 2026, tegenover 2,2% een jaar eerder). De Deense data-mining-eenheid kost ongeveer €3,4 miljoen per jaar en haalde in 2019 €61,9 miljoen op (rendement 18:1). Estlands proactief model berekent uitkeringen automatisch op basis van geverifieerde registerdata, waardoor veel fraudemogelijkheden verdwijnen.
Specifieke fraude-kwetsbaarheden die HART aanpakt:
- Nep-tewerkstellingsfraude: vrienden of familieleden aanwerven tegen een hoog loon en kort nadien ontslaan om hoge werkloosheidsuitkeringen te claimen. Binnen de familie is de echtheid van een arbeidsrelatie bovendien moeilijk te controleren.
- Strategische langdurige werkloosheid: het systeem maakte het rationeel om niet te werken wanneer het netto-inkomensverschil met werk door het klifeffect bij verlies van gekoppelde voordelen minimaal is.
- Domiciliefraude: koppels die officieel scheiden om hogere alleenstaandenuitkeringen te ontvangen maar feitelijk samenwonen. In Vlaanderen werden in 2020–2021 bij 366 controles 206 sociale huurders betrapt op domiciliefraude: wie controleert, vindt; er wordt gewoon te weinig gecontroleerd.
- Cumulatiefraude: combineren van uitkeringen met zwartwerk. De schaduweconomie wordt geschat op ongeveer 16% van het bbp.
- Arbeidsongeschiktheidsfraude: mede door de verzwakte medische opvolging blijft het aantal invaliden stijgen, van 447.867 eind 2019 naar 549.996 eind 2024.
Cruciale waarschuwing: algoritmische fraudedetectie vereist transparantie en menselijk toezicht. De wetgeving rond het Nederlandse SyRI-systeem (algoritmische risicodetectie) werd in 2020 door de rechter buiten werking gesteld wegens schending van het recht op privacy (artikel 8 EVRM). De toeslagenaffaire leidde in januari 2021 tot het ontslag van het kabinet-Rutte III; ruim 40.000 ouders werden intussen erkend als gedupeerd. Het Australische Robodebt-schandaal trof meer dan 450.000 mensen en kostte meer dan A$2,4 miljard aan terugbetalingen en schadevergoedingen.
Wat we gaan doen
- Real-time loonrapportering invoeren naar Brits model (RTI): werkgevers rapporteren bij elke loonverwerking de actuele loongegevens aan de RSZ. Automatische kruiscontrole met uitkeringsdata maakt het verzwijgen van inkomen uit werk veel moeilijker. In het VK worden lonen zo automatisch in de uitkering verrekend.
- Uitkeringsberekening koppelen aan volledige bijdragehistoriek: werkloosheidsuitkeringen worden berekend op basis van het gemiddelde loon over de volledige loopbaan (of minstens de laatste 5 jaar), niet enkel het laatst verdiende loon. Dit elimineert het "kort hoog loon dan ontslag"-trucje.
- Wachtperiode versterken bij korte tewerkstelling: wie minder dan 12 maanden heeft gewerkt voordat ontslag volgt, ontvangt een lagere vervangingsratio. Minimale bijdrageperioden herzien om strategisch korte tewerkstelling te ontmoedigen.
- Digitale domiciliecontrole via kruisdata: energieverbruikspatronen, IP-adressen van overheidscommunicatie, en bankgegevens (met rechterlijke toestemming) koppelen om structurele domiciliefraude te detecteren. Geen huisbezoeken als eerste stap, maar data-analyse als triggermechanisme.
- Medische hercontrole verplichten bij langdurige arbeidsongeschiktheid (zie Standpunt 3).
- Transparante algoritmes: elke geautomatiseerde fraudedetectie wordt openbaar geaudit, met menselijke eindcontrole bij elke individuele beslissing. Geen SyRI, geen Robodebt, geen toeslagenaffaire.
- Meldpunt versterken: het Meldpunt voor een Eerlijke Concurrentie (75.838 meldingen en minstens €65,2 miljoen opbrengst tussen oktober 2015 en eind 2024) krijgt meer capaciteit en snellere opvolging. Anonieme meldingen binnen 30 dagen in behandeling.
- Minder regels, minder trucjes: hoe complexer het systeem, hoe meer mazen. Door uitkeringen te vereenvoudigen (minder categorieën, minder uitzonderingen) worden misbruikmogelijkheden structureel verminderd.
Bewezen in: Verenigd Koninkrijk (RTI: lonen automatisch verrekend, fraude met inkomen uit werk gedaald naar 1,5% van de uitgaven voor Universal Credit), Denemarken (data-mining: rendement 18:1), Estland (proactieve uitkeringsverlening: fraude structureel voorkomen door autoberekening), Australië (Single Touch Payroll: real-time loonrapportering). Waarschuwing uit: Nederland (SyRI door de rechter buiten werking gesteld, toeslagenaffaire: ruim 40.000 erkende gedupeerde ouders), Australië (Robodebt: meer dan A$2,4 miljard aan terugbetalingen en schadevergoedingen).
Standpunt 5: Instellingen samenvoegen: van versnippering naar één loket
Feiten
België onderhoudt een uniek versnipperd institutioneel landschap dat zijn oorsprong vindt in de historische verzuiling. De federale sociale zekerheid telt elf openbare instellingen (RSZ, RVA, RIZIV, FPD, Fedris, RSVZ, RJV, KSZ, HVW, HZIV, Sigedis), naast de FOD Sociale Zekerheid en de IT-vereniging Smals. Daarnaast bestaan 21 ziekenfondsen in 5 landsbonden, 4 uitbetalingsinstellingen voor werkloosheid (3 vakbonden en de publieke HVW), 10 vakantiekassen, en sinds de 6e staatshervorming 4 aparte kinderbijslagsystemen. Een geconsolideerd cijfer van het totale personeelsbestand wordt niet gepubliceerd.
De vakantiekassen illustreren de absurditeit: 10 fondsen (de RJV-Kas plus 9 sectorale fondsen) betaalden in 2023 €5,92 miljard aan vakantiegeld uit aan 1.682.104 arbeiders. Een circuit dat alleen bestaat door het historische onderscheid tussen arbeiders en bedienden. De wet op het eenheidsstatuut (in werking sinds 2014) harmoniseerde opzegtermijnen, maar raakte het vakantiegeldsysteem niet aan. Het Rekenhof vond "belangrijke fouten" in jaarrekeningen van openbare instellingen van sociale zekerheid. Het HZIV had in augustus 2022 nog geen jaarrekeningen ingediend voor 2019, 2020 én 2021; het RIZIV miste jaarrekeningen voor 2017, 2018, 2019 én 2020: vier opeenvolgende jaren.
Ter vergelijking: het Verenigd Koninkrijk beheert de sociale zekerheid via één Department for Work and Pensions (DWP, ongeveer 89.500 voltijdse equivalenten) dat ongeveer 23 miljoen mensen bedient (2024-25). Denemarken centraliseerde uitbetalingen in Udbetaling Danmark: de regering rekende op 35% lagere administratiekosten, de besparing werd geraamd op bijna 300 miljoen Deense kroon per jaar. Estland beheert pensioenen, gezinsuitkeringen, handicapuitkeringen en slachtofferhulp via één Social Insurance Board met één digitaal portaal.
Wat we gaan doen
- Eén Rijksdienst voor Sociale Zekerheid: RSZ, RSVZ, RJV en Fedris fuseren tot één uitvoeringsorganisatie met gedeelde IT-infrastructuur, HR en kantoren, met behoud van specifieke regels voor zelfstandigen. De taken van het RIZIV gaan naar het Belgisch Zorginstituut en de Belgische Zorgautoriteit (zie partijpunt Gezondheidszorg).
- Vakantiekassen afschaffen: het vakantiegeld voor arbeiders wordt rechtstreeks door de werkgever uitbetaald, identiek aan het bediendensysteem. De 10 vakantiekassen worden geliquideerd. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid behoudt een minimale controlerol.
- Werkloosheid: een federale verzekering, een prikkel bij de deelstaten: de werkloosheidsverzekering blijft federaal, met de RVA als verzekeraar: de federatie bepaalt de bijdragen, de hoogte en de duur van de uitkering. VDAB, Forem, Actiris en ADG doen de begeleiding, de activering en de sanctionering, en de deelstaat betaalt een stijgend deel van de uitkering naarmate iemand langer werkloos is: 20% in de eerste vier weken, 60% tot week 26, 70% tot week 52 en 80% daarna, vooraf vergoed via de verevening (Deens model). Wie snel activeert, betaalt weinig. Vakbonden behouden hun syndicale en dienstverlenende rol, maar verliezen het monopolie op uitbetaling van publieke middelen.
- Ziekenfondsen hervormen: het Belgisch Zorginstituut voert de verplichte ziekteverzekering uit, automatisch via e-facturatie en zonder tussenkomst van de ziekenfondsen; de taken van het HZIV gaan mee naar het Zorginstituut. De 21 ziekenfondsen worden ontzuild en doen alleen nog aanvullende verzekering, onder dezelfde regels als private verzekeraars.
- Jaarlijkse publicatie van beheerskosten per instelling: elke sociale-zekerheidsinstelling publiceert een gestandaardiseerd overzicht van personeelskosten, IT-kosten, vastgoedkosten en beheerskosten per dossier. Benchmarking met vergelijkbare buitenlandse instellingen.
Bewezen in: Verenigd Koninkrijk (DWP: één departement voor de sociale zekerheid, ongeveer 89.500 voltijdse equivalenten voor ongeveer 23 miljoen mensen), Denemarken (Udbetaling Danmark: gecentraliseerde uitbetalingen, geraamde besparing van bijna 300 miljoen Deense kroon per jaar), Estland (Social Insurance Board: één instelling voor pensioenen, gezinsuitkeringen, handicapuitkeringen en slachtofferhulp via één digitaal portaal).
Standpunt 6: Digitalisering: van KSZ naar een Belgisch X-Road
Feiten
België's Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ), opgericht in 1990, ruim tien jaar vóór Estlands X-Road, was bij oprichting visionair en won in 2006 de VN Public Service Award. Het systeem verbindt ongeveer 3.000 actoren in de sociale sector en wisselde in 2025 bijna 2,15 miljard berichten uit. Maar de KSZ is beperkt tot de socialezekerheidssector, terwijl X-Road 957 organisaties verbindt (2025) over álle overheidssectoren en de private sector.
Sinds december 2024 zijn in Estland alle overheidsdiensten online beschikbaar. X-Road verwerkte in 2025 ongeveer 3,74 miljard bevragingen, grotendeels geautomatiseerde uitwisseling tussen systemen. De Estse overheid schat dat X-Road jaarlijks ongeveer 1.345 werkjaren bespaart. Het "once-only"-principe is wettelijk verankerd: geen instelling mag data opvragen die de overheid al heeft.
Estlands meest indrukwekkende innovatie is de proactieve dienstverlening: sinds oktober 2019 hoeven ouders geen gezinsbijslag meer aan te vragen. Zodra een kind in het bevolkingsregister staat, controleert het systeem automatisch het recht op steun en krijgen de ouders een vooraf ingevuld voorstel dat ze alleen moeten bevestigen. De verwerking van een dossier daalde van ongeveer twee uur werk naar 30 seconden; gebruikers geven de dienst gemiddeld 9,8 op 10. België's Groeipakket bereikte in 2019 verregaande automatisering van de kinderbijslag: een succes. Maar de meeste andere takken (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, OCMW-steun) vereisen nog een manuele aanvraag.
Wat we gaan doen
- De KSZ-architectuur opschalen tot een Belgisch X-Road: één nationale data-uitwisselingslaag voor alle overheidsniveaus (federaal, deelstaten, concordaten en gemeenten), uitgebaat door een nieuwe onafhankelijke beheerder onder de regie van de FOD BOSA. De technologie van de KSZ vormt de kern; de zes dienstenintegratoren, de KSZ inbegrepen, gaan er binnen zes jaar in op. Wettelijke verankering van het once-only-principe: de overheid mag een burger nooit tweemaal om dezelfde informatie vragen.
- Proactieve rechtentoekenning uitrollen naar alle socialezekerheids-takken: automatische berekening en toekenning van uitkeringen op basis van gekende gegevens. Burgers bevestigen, niet aanvragen. Start met verhoogde tegemoetkoming gezondheidszorg, leefloon en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
- Digitaal socialezekerheids-dashboard (zie Standpunt 1): één portaal dat alle rechten, bijdragen en projecties toont (pensioenen, ziekteverzekering, werkloosheidsbescherming, gezinsuitkeringen), in plaats van een apart systeem per domein.
- Open data en burgercontrole: naar Estlands model kan elke burger inzien wie zijn gegevens heeft geraadpleegd en waarom. Elke data-uitwisseling wordt digitaal ondertekend, getijdstempeld en gelogd.
- Investeren in digitale geletterdheid: fysieke loketten blijven beschikbaar voor wie digitaal niet meekan, maar het standaardkanaal wordt digitaal. Gemeenten krijgen middelen voor digitale begeleiding van kwetsbare groepen.
Bewezen in: Estland (X-Road: 957 organisaties, ongeveer 3,74 miljard bevragingen per jaar, alle overheidsdiensten online, ongeveer 1.345 werkjaren besparing per jaar), Denemarken (MitID voor bijna 97% van de Denen vanaf 15 jaar, Digital Post als standaardkanaal, borger.dk als geïntegreerd burgerportaal, eerste in de VN E-Government Development Index 2024), België (Groeipakket: verregaande automatisering kinderbijslag in 2019).
Standpunt 7: Financiële houdbaarheid: automatische stabilisatoren in plaats van politieke paniekreacties
Feiten
Volgens het verslag van juli 2026 van de Studiecommissie voor de Vergrijzing stijgen de sociale uitgaven van 25,7% van het bbp in 2025 naar 27,2% in 2050, en blijven ze daarna op dat niveau tot 2070: een meerkost van 1,5 procentpunt van het bbp. De pensioenhervorming beperkt de meerkost van de pensioenen met 1,4 procentpunt; bij een lagere productiviteitsgroei loopt de totale meerkost op tot 3,3 procentpunt. De pensioenuitgaven van alle wettelijke stelsels bedroegen €66,8 miljard in 2024. De wettelijke pensioenleeftijd is 66 jaar sinds 2025 en wordt 67 jaar in 2030.
België is, samen met Luxemburg, een van de weinige EU-landen met een volledige automatische indexering van lonen en uitkeringen aan de consumptieprijzen; Malta en Cyprus kennen een beperktere vorm (Europese Centrale Bank). Tijdens de inflatiegolf van 2021–2023 werkte dit mechanisme snel door in de lonen: in 2023 stegen de uurloonkosten in België met 8,0%, tegenover 5,6% gemiddeld in de buurlanden, en de loonkostenhandicap tegenover de buurlanden liep op tot 2,7%; daarna haalden de buurlanden hun achterstand geleidelijk in (Centrale Raad voor het Bedrijfsleven). Sinds 1 juni 2026 geldt een tijdelijke beperking (de zogenaamde centenindex): in twee periodes, vanaf juni 2026 en vanaf januari 2028, wordt de eerste 2% indexering niet toegekend op het deel van het brutoloon boven €4.000 per maand.
Zweden loste het houdbaarheidsprobleem structureel op met de automatische pensioenrem ("bromsen"), wettelijk vastgelegd in 2001. Een balansmechanisme vergelijkt de systeemactiva (bijdrage-inkomsten en bufferfondsen) met de pensioenverplichtingen. Wanneer de ratio onder 1,0 zakt, wordt de indexering automatisch verminderd, voor zowel actieve bijdragers als gepensioneerden, zonder politieke beslissing. De rem verlaagde de pensioenen in 2010, 2011 en 2014. Het vaste bijdragepercentage van 18,5% is nooit aangepast; alle houdbaarheid komt van de uitkeringszijde. In 2025 raakte de Zweedse pensioengroep, het partijoverschrijdende overleg dat het stelsel bewaakt, het ook eens over het omgekeerde: overschotten worden verdeeld zodra de balansratio boven 1,15 uitkomt.
Wat we gaan doen
- Automatisch balansmechanisme voor pensioenen invoeren naar Zweeds model: wanneer de verhouding tussen bijdrage-inkomsten en pensioenverplichtingen onder een drempelwaarde zakt, wordt de indexering van pensioenen automatisch afgeremd. Wanneer het systeem een surplus vertoont, worden pensioenen automatisch extra verhoogd. Geen politieke tussenkomst nodig.
- Elk nieuw sociaal recht vereist een financieringsplan: geen wet die nieuwe rechten creëert zonder een gelijktijdige, concrete financieringsbron. Verplichte toetsing door het Planbureau op budgettaire houdbaarheid over 20 jaar.
- Indexering moderniseren: de afgevlakte gezondheidsindex (basis voor automatische indexering, een gemiddelde over vier maanden) wordt herzien om volatiele componenten (energie, voeding) over een langere periode uit te middelen, waarmee plotse loonkoststijgingen worden gedempt zonder de koopkracht structureel aan te tasten. De automatische indexering zelf blijft onverkort gegarandeerd.
- Vergrijzingscommissie versterken: het mandaat wordt uitgebreid met bindende adviezen wanneer uitgavenprojecties bepaalde drempelwaarden overschrijden, naar analogie van de Zweedse automatische rem. De commissie publiceert jaarlijks een "houdbaarheidsindicator" die bepaalt of bijsturingsmaatregelen nodig zijn.
Bewezen in: Zweden (automatische pensioenrem sinds 2001: geactiveerd in 2010, 2011 en 2014, vaste bijdrage van 18,5% nooit aangepast, systeem financieel stabiel zonder wetswijzigingen), Duitsland (Nachhaltigkeitsfaktor: pensioenindexering gekoppeld aan verhouding gepensioneerden/bijdragers), Nederland (Wet toekomst pensioenen, in werking sinds 1 juli 2023: overgang van defined benefit naar defined contribution voor ruim €1.500 miljard aan pensioenvermogen).
Samenvatting
De Belgische sociale zekerheid kost alleen al voor werknemers €93,6 miljard per jaar (2024), heeft zonder evenwichtsdotatie een structureel tekort dat richting €8 miljard gaat (2031), en legt de hoogste belastingwig op arbeid van de OESO op: 52,5% voor een alleenstaande werknemer, tegenover een OESO-gemiddelde van 35,1% (2025). Ondanks deze enorme investering scoort België middelmatig op de uitkomsten die er werkelijk toe doen: een werkzaamheidsgraad van 72,8% tegenover 83,4% in Nederland en 81,1% in Duitsland (2025), een inactiviteitsgraad van 19,6% bij de 25- tot 64-jarigen, bijna 550.000 langdurig zieken (een stijging van ruim 100.000 in vijf jaar), en 44% van de uitkeringsgerechtigde werklozen die langer dan twee jaar zonder werk zat (januari 2025). Het systeem dat ooit werd gebouwd om werkenden te beschermen, is verworden tot een ondoorzichtig labyrint waarin niemand nog weet wat recht is en wat gunst, en waarin misbruik gedijt precies omdat de complexiteit dat mogelijk maakt.
HART stelt geen afbraak voor, maar een heropbouw op zeven pijlers die elk bewezen zijn in landen die het beter doen. De eerste pijler is transparantie: naar het voorbeeld van de Zweedse Oranje Envelop en het Singaporese CPF-dashboard moet elke Belg in één overzicht kunnen zien wat hij heeft bijgedragen, wat hij heeft opgebouwd en waarop hij recht heeft. De tweede pijler is contributiviteit: wie meer en langer bijdraagt, bouwt proportioneel meer op, en werken moet altijd netto meer opleveren dan niet werken. De derde pijler is een eerlijk maar begrensd vangnet: solidariteit voor wie het nodig heeft, maar tijdelijk en activerend, naar het bewezen model van de Deense flexicurity en de Nederlandse arbeidsongeschiktheidshervorming die de instroom met twee derde verminderde.
De vierde pijler is fraudebestrijding die start bij preventie in plaats van bestraffing. Het Britse Real Time Information-systeem geeft lonen bij elke loonbetaling automatisch door, zodat uitkeringen zich meteen aanpassen aan wat iemand verdient: een model dat België kan en moet overnemen. Tegelijk leren we van de schandalen elders: de wetgeving rond het Nederlandse SyRI werd door de rechter buiten werking gesteld wegens schending van het recht op privacy, de toeslagenaffaire trof ruim 40.000 erkende gedupeerde ouders, en het Australische Robodebt kostte meer dan A$2,4 miljard aan terugbetalingen en schadevergoedingen. Fraudedetectie met algoritmes vereist altijd transparantie, menselijk toezicht en proportionaliteit. De vijfde pijler is institutionele vereenvoudiging: de elf federale socialezekerheidsinstellingen, 21 ziekenfondsen, 10 vakantiekassen en 4 uitbetalingsinstellingen voor werkloosheid moeten worden teruggebracht tot een beheersbaar aantal, naar het voorbeeld van het Britse DWP dat vanuit één departement ongeveer 23 miljoen mensen bedient.
De zesde pijler is digitalisering: België's KSZ was in 1990 baanbrekend, maar is voorbijgestreefd door Estlands X-Road, dat 957 organisaties verbindt, ongeveer 3,74 miljard bevragingen per jaar verwerkt, en uitkeringen proactief laat berekenen zonder dat burgers iets hoeven aan te vragen. De zevende pijler is financiële houdbaarheid: geen politieke paniekreacties om de vijf jaar, maar automatische stabilisatoren naar Zweeds model die het systeem corrigeren wanneer de cijfers dat vereisen, zonder dat politici hoeven in te grijpen. Zweden heeft dit mechanisme sinds 2001 en heeft sindsdien nooit het bijdragepercentage moeten aanpassen.
De internationale vergelijking is genadeloos voor België: andere landen bereiken betere resultaten met minder complexiteit, lagere kosten en sterkere prikkels. HART kiest voor een sociale zekerheid die rechtvaardig is voor wie bijdraagt, beschermend voor wie het nodig heeft, en onverbiddelijk voor wie misbruikt. Niet door meer regels, maar door slimmere systemen. Niet door meer geld, maar door betere besteding. Niet door meer instellingen, maar door minder en betere.
Een sociale zekerheid die werkt, is een sociale zekerheid die je kunt begrijpen. HART maakt van een ondoorzichtig labyrint een helder contract: je draagt bij, je bouwt op, je wordt beschermd. Transparant, eerlijk, houdbaar.