arrow_back Alle partijpunten
Partijpunt 23 van 30

Sociale zekerheid

Persoonlijk socialezekerheids-dashboard invoeren naar Zweeds/Singaporees model: elke burger ziet online hoeveel hij heeft bijgedragen, wat hij heeft opgebouwd aan pensioen, ziekteverzekering en werkloosheidsbescherming, en wat de geprojecteerde uitkering is bij verschillende scenario's.

Kernprincipe

Onze sociale zekerheid is gebouwd op een eerlijk principe: wie bijdraagt, bouwt rechten op. Wie niet kan bijdragen, krijgt een vangnet. Maar in België zijn deze twee logica's. Verzekering en solidariteit. Zo door elkaar geweven dat niemand nog weet wat recht is en wat gunst. Het resultaat: een systeem dat €93,6 miljard per jaar kost, het hoogste belastingtarief op arbeid ter wereld oplegt, recordaantallen langdurig zieken en werklozen produceert, en via tientallen overlappende instellingen wordt beheerd. HART wil een sociale zekerheid die transparant, contributief, fraudebestendig en financieel houdbaar is. Geïnspireerd door landen die het aantoonbaar beter doen.


Feiten en cijfers

Feit Cijfer Bron
Totaal budget sociale zekerheid werknemers €93,6 miljard (2024) RSZ Jaarverslag 2024
Structureel tekort sociale zekerheid €6,2 miljard (2024), prognose €14,4 miljard (2029) VBO/FEB 2025
Evenwichtsdotatie federale overheid €5,4 miljard (2023), prognose ~€12 miljard (2028) RSZ Jaarverslag 2024 / VBO-FEB
Belastingwig op arbeid (alleenstaande, gemiddeld loon) 52,6%. Hoogste OESO-land OESO Taxing Wages 2025
Marginale belastingwig 65,0%. Hoogste OESO-land OESO Taxing Wages 2025
Nettoloon als % van brutoloon 60,3% (OESO-gemiddelde: 75,0%) OESO Taxing Wages 2025
Langdurig zieken en invaliden 526.507 (eind 2023, record) RIZIV
Stijging langdurig zieken (2017–2022) +100.000 personen in 5 jaar VBO/FEB
Burn-out stijging +~44% (2018–2023) RIZIV
Vergoede volledig werklozen 287.919 (januari 2025) RVA
Werklozen >2 jaar werkloos 44,4% van totaal (~127.700 personen) RVA / UGent@Work 2025
Langdurige werkloosheidsgraad België ~43% (EU-27: ~34%) Eurostat 2024
Tewerkstellingsgraad België 72,3% (EU: 75,8%, NL: 83,5%, DE: 81,3%) Eurostat 2024
Inactiviteitsgraad 25–64 jaar 20,9% (~1,3 miljoen personen) OESO 2024
Pensioenuitgaven (werknemersstelsel) €37,5 miljard (2023, +10,1% t.o.v. 2022) FPD
Gemiddeld netto pensioen werknemer / zelfstandige / ambtenaar ~€1.710 / ~€1.147 / ~€2.731 per maand PensionStat.be 2024
Opbrengst fraudebestrijding €434,9 miljoen (2024, record) SIOD Jaarverslag 2024
Zwarte economie (academische schatting) 15–20% van bbp HIVA-KU Leuven (SUBLEC)
Aantal OISZ-instellingen (federaal) 12-13 publieke instellingen socialsecurity.be
Ziekenfondsen 23 individuele fondsen in 5 landsbonden + 1 publiek RIZIV
Vakantiekassen (arbeiders) 10 fondsen (RJV-Kas + 9 sectorale), €5,52 miljard uitbetaald (2022) RJV Jaarverslag 2022
Uitbetalingsinstellingen werkloosheid 4 (3 vakbonden + CAPAC) RVA
Estlands X-Road: aangesloten instellingen 929+, >1,3 miljard queries/jaar e-Estonia
Estlands X-Road: jaarlijkse besparing 2% van bbp e-Estonia
Deens Udbetaling Danmark: administratieve besparing 35% na centralisatie Diverse bronnen
Deense fraudedetectie: rendement €61,9 miljoen opbrengst op €3,4 miljoen investering (18:1) Interoperable Europe / EU
UK Real Time Information: fraudereductie Loongebonden fraude in Universal Credit nagenoeg geëlimineerd DWP / GOV.UK FYE 2025
Nederlandse arbeidsongeschiktheidshervorming Instroom daalde van 1,5% naar 0,5% beroepsbevolking OESO / diverse studies
Singapore CPF: beheerd vermogen SGD 609,5 miljard voor 4,2 miljoen rekeninghouders CPF Board 2024
Zweedse Oranje Envelop 6 miljoen ontvangers/jaar, 65% digitaal Pensionsmyndigheten

Standpunt 1: Splits verzekering van solidariteit: maak zichtbaar wat recht is en wat gunst

Feiten

Het Belgische systeem vermengt twee fundamenteel verschillende logica's tot één ondoorzichtig geheel. Werknemers betalen 13,07% van hun brutoloon aan sociale bijdragen, werkgevers 27–28%, maar deze bijdragen verdwijnen in het Globaal Financieel Beheer van de RSZ. Zonder specifieke toewijzing aan individuele takken. Niemand kan zien hoeveel hij persoonlijk heeft opgebouwd aan pensioenrechten, ziekteverzekering of werkloosheidsbescherming. Tegelijk worden verzekerde rechten (proportioneel aan bijdragen) en solidariteitsmaatregelen (gefinancierd via belastingen) door elkaar behandeld: de evenwichtsdotatie van de federale overheid. €5,4 miljard in 2023, richting €12 miljard in 2028. Dekt het structureel tekort zonder dat dit als aparte solidariteitskost zichtbaar is.

In Zweden ontvangen 6 miljoen burgers jaarlijks de "Oranje Envelop". Een persoonlijk overzicht van hun opgebouwde pensioenkapitaal, de bijdragen van het afgelopen jaar, en een projectie van hun maandelijkse pensioen bij verschillende pensioenleeftijden. Onderzoek toont aan dat deze transparantie het pensioengedrag aantoonbaar beïnvloedt. In Singapore toont het CPF-dashboard in real time het saldo op drie persoonlijke rekeningen (pensioen, gezondheidszorg, huisvesting) voor 4,2 miljoen rekeninghouders. In Duitsland maakt het Rentenpunkte-systeem de link concreet: wie het gemiddelde loon verdient (€51.944 in 2026), bouwt exact 1,0 pensioenpunt per jaar op. België heeft MyPension.be. Een goed begin. Maar geen equivalent voor andere takken, en geen geïntegreerd overzicht van alle sociale rechten.

Wat we gaan doen

  • Persoonlijk socialezekerheids-dashboard invoeren naar Zweeds/Singaporees model: elke burger ziet online hoeveel hij heeft bijgedragen, wat hij heeft opgebouwd aan pensioen, ziekteverzekering en werkloosheidsbescherming, en wat de geprojecteerde uitkering is bij verschillende scenario's.
  • Begrotingstransparantie afdwingen: elke euro die de overheid uit algemene belastingen investeert in de sociale zekerheid wordt expliciet gelabeld als "solidariteitsbijdrage". Apart van de verzekeringspremies. Het evenwichtssubsidie wordt jaarlijks per tak zichtbaar gemaakt.
  • Contributiviteitsrapport bij elk nieuw recht: politici die nieuwe rechten creëren, moeten verplicht vermelden (a) de kostprijs, (b) de financieringsbron, en (c) de impact op de verhouding premie/uitkering. Geen ongedekte beloften meer.

Bewezen in: Zweden (Oranje Envelop, 6 miljoen ontvangers, aantoonbaar effect op pensioengedrag), Singapore (CPF-dashboard, real-time transparantie voor 4,2 miljoen rekeninghouders), Duitsland (Rentenpunkte. Helder, proportioneel, jaarlijks meegedeeld aan 27+ jarigen).


Standpunt 2: Contributiviteit versterken: wie bijdraagt, bouwt op. Werken loont altijd.

Feiten

België heeft de hoogste belastingwig op arbeid in de OESO (52,6%), maar een van de zwakste verbanden tussen bijdragen en uitkeringen. Het pensioenstelsel wordt uitgehold door uitgebreide "gelijkgestelde perioden". Werkloosheid, ziekte en loopbaanonderbrekingen tellen mee aan 100% van het laatste loon. Het loonplafond van ~€55.657/jaar beperkt de pensioenopbouw ongeacht hogere bijdragen. Ambtenaren ontvangen gemiddeld ~€2.731/maand netto pensioen tegenover ~€1.710 voor werknemers. 60% meer. Op basis van een eindloonformule.

De inactiviteitsval is bijzonder scherp: bij overgang van werkloosheid naar werk aan minimumloon bedraagt de netto-inkomenswinst slechts €287 tot €678 per maand, afhankelijk van het gezinstype (Sampol 2024; ABVV-studiedienst 2024). Dit is het verschil vóór verlies van gekoppelde voordelen. Na het klifeffect bij sociaal energietarief, sociale huisvesting, verminderd openbaar vervoer en het huwelijksquotiënt kan het effectieve verschil nog substantieel lager uitvallen, in sommige gevallen tot bijna nul. De oorzaak van de inactiviteitsval ligt dus niet bij zogezegd "genereuze" werkloosheidsuitkeringen, maar bij het abrupte verlies van middelengetoetste voordelen bij de eerste euro loon. De OESO stelt vast dat "financiële ontmoedigingen om te werken substantieel zijn voor lage-inkomenswerknemers" in België.

Ter vergelijking: het Verenigd Koninkrijk introduceerde met Universal Credit het principe van één afbouwpercentage (55p per verdiende pond boven een werkvergoeding), wat de marginale druk op lage inkomens aantoonbaar verlaagde. De implementatie ging echter gepaard met ernstige transitieproblemen: een ingebouwde vijf-weken-wachttijd, schuldenopbouw door voorschotten die als lening worden teruggevorderd, en stijgend voedselbankgebruik (+30-48% in UC-gebieden, Trussell Trust). Het House of Lords concludeerde in 2020 dat het systeem "isn't working" in zijn toenmalige vorm. Frankrijk gebruikt de Prime d'activité als in-work benefit met minder transitierisico. De werkbonus in België (maximaal ~€272/maand voor lonen onder €2.970) is een stap in de goede richting maar compenseert het klifeffect onvoldoende.

Wat we gaan doen

  • Elke uitkering koppelen aan bijdragehistoriek: wie langer en meer heeft bijgedragen, bouwt proportioneel hogere rechten op. Minimumgarantie voor iedereen die bijgedragen heeft, maar het plafond moet lonend zijn.
  • Klifeffecten wegwerken: gekoppelde voordelen (sociaal tarief, huisvesting, vervoer) worden geleidelijk afgebouwd bij stijgend inkomen in plaats van abrupt te stoppen. Microsimulatie vooraf bij elke beleidsmaatregel om inactiviteitsvallen te detecteren.
  • "Werken loont altijd"-garantie: het netto-inkomensverschil tussen uitkering en werk aan minimumloon bedraagt minstens €500/maand, ongeacht gezinssituatie. Indien nodig via uitbreiding van de werkbonus en Vlaamse jobbonus.
  • Gelijkgestelde perioden hervormen: werkloosheids- en inactiviteitsperioden tellen niet langer mee aan 100% van het laatste loon voor pensioenberekening. Een getrapt systeem: eerste jaar aan 80%, daarna dalend. Wie werkt, bouwt altijd meer op dan wie niet werkt.

Bewezen in: Duitsland (Rentenpunkte. Directe proportionaliteit tussen bijdragen en pensioen), Verenigd Koninkrijk (Universal Credit. Het taperrate-concept van 55% verlaagde marginale drukken effectief; de implementatie kende ernstige problemen maar het principe van één afbouwpercentage is breed gevalideerd), Denemarken (flexicurity. Hoge vervangingsratio maar strikt in de tijd beperkt tot 2 jaar).


Standpunt 3: Solidariteit met heldere grenzen: een vangnet, geen hangmat

Feiten

België was tot 2025 het laatste EU-land met onbeperkte werkloosheidsuitkeringen. Hoewel bedragen via degressiviteit daalden. Van 65% van het geplafonneerde loon in de eerste drie maanden naar een forfaitair minimum van ~€953/maand voor samenwonenden na 48 maanden. Stopten ze nooit. Met 44,4% van de werklozen langer dan 2 jaar werkloos, creëerde het systeem structurele langdurige afhankelijkheid. België's initiële netto-vervangingsratio was een van de hoogste in de OESO. De regering-De Wever I heeft een beperking tot 24 maanden ingevoerd (2025–2027).

Internationaal is de norm glashelder: Denemarken 2 jaar, Duitsland (ALG I) 6–24 maanden afhankelijk van leeftijd, Nederland 3–24 maanden, VK 6 maanden, Frankrijk 6–24 maanden, VS ~6 maanden. Overal is tijdsbeperking gekoppeld aan intensieve activering. Denemarken investeert circa 2% van het bbp in actief arbeidsmarktbeleid. Het hoogste in de OESO. En bereikt daarmee een werkloosheidspercentage van ~5%.

Het aantal langdurig zieken (526.507 eind 2023) overtreft inmiddels het aantal werklozen. De groei. +100.000 in vijf jaar. Wordt deels verklaard door strengere brugpensioenregels die mensen naar arbeidsongeschiktheid duwen als alternatieve uitweg. De kosten van arbeidsongeschiktheid overschreden €9 miljard in 2023, met een prognose richting €13 miljard tegen 2029. Het RIZIV erkent dat de medische controle op arbeidsongeschiktheid "grotendeels ontmanteld" is.

Wat we gaan doen

  • Tijdsbeperking werkloosheidsuitkeringen handhaven en versterken: 24 maanden maximaal, gekoppeld aan een verplicht activeringstraject met afdwingbare afspraken. Na afloop: doorstroom naar leefloon met striktere voorwaarden, niet terug naar werkloosheid.
  • Activering als recht én plicht: elke werkloze krijgt binnen 4 weken een persoonlijk activeringsplan met begeleiding, opleiding en/of werkervaring. Wie structureel weigert mee te werken, verliest geleidelijk uitkeringsrechten. Investering in activeringsbudget verhogen naar Deens niveau (~2% van bbp).
  • Arbeidsongeschiktheid hervormen naar Nederlands model: werkgevers worden financieel verantwoordelijk voor re-integratie gedurende het eerste ziektejaar (Gatekeeper Protocol). Onderscheid tussen volledige blijvende arbeidsongeschiktheid (hogere uitkering) en gedeeltelijke/tijdelijke arbeidsongeschiktheid (sterke terugkeer-incentives). Nederland halveerde hiermee de instroom van 1,5% naar 0,5% van de beroepsbevolking.
  • Medische hercontrole herstellen: onafhankelijke medische evaluatie bij langdurige arbeidsongeschiktheid na 6, 12 en 24 maanden, met focus op restcapaciteit en aangepast werk. Investeren in RIZIV-controlegeneeskunde.

Bewezen in: Denemarken (2 jaar max + ~2% bbp activeringsbudget → ~5% werkloosheid), Nederland (WIA-hervorming: arbeidsongeschiktheidsinstroom gehalveerd, uitgaven van 3,9% naar 1,8% bbp), Duitsland (Hartz-hervormingen: werkloosheid van 12% naar 5%).


Standpunt 4: Fraudebestrijding: minder regels, meer data, nultolerantie

Feiten

De Belgische fraudebestrijding recupereerde €434,9 miljoen in 2024. Een record, maar slechts ~0,5% van het totale socialezekerheidsbudget. De zwarte economie wordt academisch geschat op 15–20% van het bbp. De SIOD voerde 137.796 onderzoeken uit in 2024; 37% van de gezamenlijke celcontroles vond inbreuken. Het RIZIV ontdekte in 2023 voor €18,3 miljoen aan onterechte aanrekeningen in de ziekteverzekering. 0,04% van het zorgbudget van €45 miljard. België hanteert momenteel het Dimona-systeem voor in- en uitdienstmeldingen, maar beschikt niet over real-time loonrapportering zoals het VK (RTI) of Australië (Single Touch Payroll).

Internationaal is het bewijs overweldigend: preventie werkt beter dan bestraffing. Het Britse Real Time Information-systeem. Waarbij werkgevers bij elke loonverwerking data rapporteren aan HMRC. Heeft loongebonden fraude in Universal Credit nagenoeg geëlimineerd. Het VK schat de besparing op honderden miljoenen ponden per jaar. Denemarken's data-mining-eenheid investeerde €3,4 miljoen en recupereerde €61,9 miljoen (rendement 18:1). Estlands proactief model berekent uitkeringen automatisch op basis van geverifieerde registerdata, waardoor fraudemogelijkheden structureel verdwijnen.

Specifieke fraude-kwetsbaarheden die HART aanpakt:

  • Nep-tewerkstellingsfraude: vrienden of familieleden aanwerven tegen een hoog loon en kort nadien ontslaan om hoge werkloosheidsuitkeringen te claimen. Belgische wetgeving sluit familiebetrekkingen (echtgenoten, samenwonenden, verwanten tot 3e graad) uit van de wettelijke vermoedens tegen schijnzelfstandigheid, wat een achterpoort creëert.
  • Strategische langdurige werkloosheid: het systeem maakte het rationeel om niet te werken wanneer het netto-inkomensverschil met werk door het klifeffect bij verlies van gekoppelde voordelen minimaal is.
  • Domiciliefraude: koppels die officieel scheiden om hogere alleenstaandenuitkeringen te ontvangen maar feitelijk samenwonen. In Vlaanderen werden slechts 206 sociale huurders betrapt in 2020–2021 op 175.000+ wooneenheden. Minder dan 0,12%.
  • Cumulatiefraude: combineren van uitkeringen met zwartwerk. De schatting van zwartwerk loopt tot 15–20% van het bbp.
  • Arbeidsongeschiktheidsfraude: door de verzwakte medische controle is de jaarlijkse instroom in arbeidsongeschiktheid sinds 2005 ongeveer verdubbeld.

Cruciale waarschuwing: algoritmische fraudedetectie vereist transparantie en menselijk toezicht. Het Nederlandse SyRI-systeem (algoritmische risicodetectie) werd in 2020 door de rechter verboden wegens schending van het EVRM en detecteerde in 5 jaar nul fraudegevallen. De toeslagenaffaire leidde tot de val van het kabinet-Rutte na 26.000–35.000 onterecht beschuldigde gezinnen. Australië's Robodebt-schandaal kostte A$1,87 miljard aan schikkingen na 526.000 onrechtmatige schuldbrieven.

Wat we gaan doen

  • Real-time loonrapportering invoeren naar Brits model (RTI): werkgevers rapporteren bij elke loonverwerking de actuele loongegevens aan de RSZ. Automatische kruiscontrole met uitkeringsdata elimineert de grootste fraudecategorie. Het VK toont aan dat loongebonden fraude hiermee nagenoeg verdwijnt.
  • Uitkeringsberekening koppelen aan volledige bijdragehistoriek: werkloosheidsuitkeringen worden berekend op basis van het gemiddelde loon over de volledige loopbaan (of minstens de laatste 5 jaar), niet enkel het laatst verdiende loon. Dit elimineert het "kort hoog loon dan ontslag"-trucje.
  • Wachtperiode versterken bij korte tewerkstelling: wie minder dan 12 maanden heeft gewerkt voordat ontslag volgt, ontvangt een lagere vervangingsratio. Minimale bijdrageperioden herzien om strategisch korte tewerkstelling te ontmoedigen.
  • Digitale domiciliecontrole via kruisdata: energieverbruikspatronen, IP-adressen van overheidscommunicatie, en bankgegevens (met rechterlijke toestemming) koppelen om structurele domiciliefraude te detecteren. Geen huisbezoeken als eerste stap, maar data-analyse als triggermechanisme.
  • Medische hercontrole verplichten bij langdurige arbeidsongeschiktheid (zie Standpunt 3).
  • Transparante algoritmes: elke geautomatiseerde fraudedetectie wordt openbaar geaudit, met menselijke eindcontrole bij elke individuele beslissing. Geen SyRI, geen Robodebt, geen toeslagenaffaire.
  • Meldpunt versterken: het Meldpunt voor Eerlijke Concurrentie (75.838 meldingen sinds 2015, €65,2 miljoen opbrengst) krijgt meer capaciteit en snellere opvolging. Anonieme meldingen binnen 30 dagen in behandeling.
  • Minder regels, minder trucjes: hoe complexer het systeem, hoe meer mazen. Door uitkeringen te vereenvoudigen (minder categorieën, minder uitzonderingen) worden misbruikmogelijkheden structureel verminderd.

Bewezen in: Verenigd Koninkrijk (RTI: loongebonden fraude nagenoeg geëlimineerd), Denemarken (data-mining: rendement 18:1), Estland (proactieve uitkeringsverlening: fraude structureel voorkomen door autoberekening), Australië (Single Touch Payroll: real-time loonrapportering). Waarschuwing uit: Nederland (SyRI verboden, toeslagenaffaire: 26.000+ gezinnen onterecht beschuldigd), Australië (Robodebt: A$1,87 miljard schikkingen).


Standpunt 5: Instellingen samenvoegen: van versnippering naar één loket

Feiten

België onderhoudt een uniek versnipperd institutioneel landschap dat zijn oorsprong vindt in de historische verzuiling. De federale sociale zekerheid telt een twaalftal publieke instellingen (RSZ, RVA, RIZIV, FPD, Fedris, RSVZ, RJV, KSZ, HVW, HZIV, Sigedis, Smals). Daarnaast bestaan 23 ziekenfondsen in 5 landsbonden, 4 uitbetalingsinstellingen voor werkloosheid (3 vakbonden + CAPAC), 10 vakantiekassen, en sinds de 6e staatshervorming 4 aparte kinderbijslagsystemen. Het totale personeelsbestand loopt vermoedelijk in de 30.000–40.000+, al bestaat geen geconsolideerd cijfer.

De vakantiekassen illustreren de absurditeit: 10 fondsen (de RJV-Kas plus 9 sectorale fondsen) betalen €5,52 miljard aan vakantiegeld uit aan 1.615.297 arbeiders. Een circuit dat alleen bestaat door het historische onderscheid tussen arbeiders en bedienden. De eenheidsstatuut-wet van 2014 harmoniseerde opzegtermijnen maar raakte het vakantiegeldsysteem expliciet niet aan. Het Rekenhof vond "belangrijke fouten" in de jaarrekeningen van het RJV. Het HZIV had in augustus 2022 geen jaarrekeningen ingediend voor 2019, 2020 én 2021. Het RIZIV miste jaarrekeningen voor 2017, 2018, 2019 én 2020. Vier opeenvolgende jaren.

Ter vergelijking: het Verenigd Koninkrijk beheert alle sociale zekerheid via één Department for Work and Pensions (DWP, ~97.000 medewerkers) dat 23,7 miljoen mensen bedient. Denemarken centraliseerde uitbetalingen in Udbetaling Danmark en realiseerde 35% administratieve besparing. Estland beheert pensioenen, gezinsuitkeringen, arbeidsongeschiktheid en slachtofferhulp via één Social Insurance Board met een digitaal SKAIS-portaal.

Wat we gaan doen

  • Eén Rijksdienst voor Sociale Zekerheid: RSZ, RVA, RJV, HVW, HZIV en Fedris fuseren tot één uitvoeringsorganisatie met gedeelde IT-infrastructuur, HR en kantoren. Het RIZIV behoudt een aparte medisch-evaluatieve rol maar integreert de administratieve functies.
  • Vakantiekassen afschaffen: het vakantiegeld voor arbeiders wordt rechtstreeks door de werkgever uitbetaald, identiek aan het bediendensysteem. De 10 vakantiekassen worden geliquideerd. De RSZ behoudt een minimale controlerol.
  • Eén uitbetalingsinstelling voor werkloosheid: de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen wordt gecentraliseerd bij de nieuwe Rijksdienst. Vakbonden behouden hun syndicale en dienstverlenende rol maar verliezen het monopolie op uitbetaling van publieke middelen. Een overgangsperiode van 3 jaar met gegarandeerde hertewerkstelling van personeel.
  • Ziekenfondsen hervormen: de 23 ziekenfondsen behouden hun rol als verzekeringsmakelaar en aanvullende dienstverlener, maar de administratie van de verplichte ziekteverzekering wordt gecentraliseerd. Één IT-systeem, één boekhoudstandaard, jaarlijkse financiële audit verplicht.
  • Jaarlijkse publicatie van beheerskosten per instelling: elke sociale-zekerheidsinstelling publiceert een gestandaardiseerd overzicht van personeelskosten, IT-kosten, vastgoedkosten en beheerskosten per dossier. Benchmarking met vergelijkbare buitenlandse instellingen.

Bewezen in: Verenigd Koninkrijk (DWP: één agentschap voor alle sociale zekerheid, ~97.000 medewerkers voor 23,7 miljoen begunstigden), Denemarken (Udbetaling Danmark: 35% administratieve besparing na centralisatie), Estland (Social Insurance Board: één instelling voor pensioenen, gezinsuitkeringen, arbeidsongeschiktheid en slachtofferhulp via digitaal SKAIS-portaal).


Standpunt 6: Digitalisering: van KSZ naar een Belgisch X-Road

Feiten

België's Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ), opgericht in 1990. Tien jaar vóór Estlands X-Road. Was bij oprichting visionair en won in 2006 de VN Public Service Award. Het systeem verbindt ~3.000 actoren in de sociale sector en voorkwam in 2013 meer dan 283 miljoen papieren uittreksels. Maar de KSZ is beperkt tot de socialezekerheidssector, terwijl X-Road 929+ instellingen verbindt over álle overheidssectoren en de private sector.

Estland bereikte in december 2024 100% digitalisering van overheidsdiensten. Als eerste land ter wereld. X-Road verwerkt jaarlijks meer dan 1,3 miljard queries, waarvan slechts 3% door burgers; de rest is geautomatiseerde machine-naar-machine-uitwisseling. Totale systeemkost: slechts €50–60 miljoen per jaar, met een geschatte besparing van 2% van het bbp. Het "once-only"-principe is wettelijk verankerd: geen instelling mag data opvragen die de overheid al heeft.

Estlands meest indrukwekkende innovatie is de proactieve dienstverlening: bij de geboorte van een kind worden automatisch alle vervolgdiensten geactiveerd op basis van 80+ voorwaarden. Ouders ontvangen een vooraf berekend uitkeringsvoorstel dat ze met één klik bevestigen. Directe klantcontacten daalden 88%, klanttevredenheid: 91%. België's Groeipakket bereikte in 2019 verregaande automatisering van de kinderbijslag. Een succes. Maar de meeste andere takken (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, OCMW-steun) vereisen nog manuele aanvraag.

Wat we gaan doen

  • KSZ uitbouwen tot een Belgisch X-Road: de scope uitbreiden van enkel sociale zekerheid naar alle overheidsniveaus (federaal, regionaal, gemeentelijk). Wettelijke verankering van het once-only-principe: de overheid mag een burger nooit tweemaal om dezelfde informatie vragen.
  • Proactieve rechtentoekenning uitrollen naar alle socialezekerheids-takken: automatische berekening en toekenning van uitkeringen op basis van gekende gegevens. Burgers bevestigen, niet aanvragen. Start met verhoogde tegemoetkoming gezondheidszorg, leefloon en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
  • Digitaal socialezekerheids-dashboard (zie Standpunt 1): één portaal dat alle rechten, bijdragen en projecties toont. Pensioenen, ziekteverzekering, werkloosheidsbescherming, gezinsuitkeringen. In plaats van de huidige situatie waarin elk domein een apart systeem heeft.
  • Open data en burgercontrole: naar Estlands model kan elke burger inzien wie zijn gegevens heeft geraadpleegd en waarom. Elke data-uitwisseling wordt digitaal ondertekend, getijdstempeld en gelogd.
  • Investeren in digitale geletterdheid: fysieke loketten blijven beschikbaar voor wie digitaal niet meekan, maar het standaardkanaal wordt digitaal. Gemeenten krijgen middelen voor digitale begeleiding van kwetsbare groepen.

Bewezen in: Estland (X-Road: 929+ instellingen, 1,3 miljard queries/jaar, 100% digitale overheid, 2% bbp besparing), Denemarken (MitID: 96,6% adoptie, Digital Post: 94% gebruik, borger.dk: geïntegreerd burgerdashboard, #1 VN Digital Government Index 2024), België (Groeipakket: verregaande automatisering kinderbijslag in 2019).


Standpunt 7: Financiële houdbaarheid: automatische stabilisatoren in plaats van politieke paniekreacties

Feiten

De Studiecommissie voor de Vergrijzing projecteert dat de totale sociale uitgaven stijgen van 25,8% van het bbp in 2023 naar 29,6% in 2050 en 30,0% in 2070 bij ongewijzigd beleid. Een stijging van 4,2 procentpunten. Met de pensioenmaatregelen van 2025 daalt de projectie voor 2070 naar 27,5% van het bbp. De pensioenuitgaven bedroegen €64,7 miljard in 2023 over alle stelsels. De pensioenleeftijd stijgt naar 66 in 2025 en 67 in 2030.

België is een van de weinige landen met volledige automatische loon- en uitkeringsindexering gekoppeld aan consumptieprijzen (naast Luxemburg, Malta en Cyprus). Tijdens de inflatiegolf 2020–2023 produceerde dit mechanisme een cumulatieve loonsstijging van ~17–18%, waardoor een loonkloof van 2,9 procentpunten met de buurlanden ontstond tegen eind 2023. De regering-De Wever voerde de "Index in Geld"-hervorming in (2025): boven €4.000/maand bruto gaat slechts de helft van de bijkomende indexering naar de werknemer.

Zweden loste het houdbaarheidsproben structureel op met de automatische pensioenrem ("bromsen"), wettelijk vastgelegd in 2000. Een balansmechanisme vergelijkt systeemactiva (bijdrage-inkomsten + bufferfondsen) met verplichtingen (pensioenverplichtingen). Wanneer de ratio onder 1,0 zakt, wordt de indexering automatisch verminderd. Voor zowel actieve bijdragers als gepensioneerden. Zonder politieke beslissing. De rem werd effectief geactiveerd in 2010, 2011 en 2014. Het vaste bijdragepercentage van 18,5% is nooit aangepast; alle houdbaarheid komt van de uitkeringszijde. Zweden plant vanaf januari 2027 ook een "surplusmechanisme" (pensionsgasen) dat overtollige activa verdeelt wanneer de systeemgezondheid een drempel van 15% overschrijdt.

Wat we gaan doen

  • Automatisch balansmechanisme voor pensioenen invoeren naar Zweeds model: wanneer de verhouding tussen bijdrage-inkomsten en pensioenverplichtingen onder een drempelwaarde zakt, wordt de indexering van pensioenen automatisch afgeremd. Wanneer het systeem een surplus vertoont, worden pensioenen automatisch extra verhoogd. Geen politieke tussenkomst nodig.
  • Elk nieuw sociaal recht vereist een financieringsplan: geen wet die nieuwe rechten creëert zonder een gelijktijdige, concrete financieringsbron. Verplichte toetsing door het Planbureau op budgettaire houdbaarheid over 20 jaar.
  • Indexering moderniseren: de gezondheidsindex (basis voor automatische indexering) wordt herzien om volatiele componenten (energie, voeding) te egaliseren via een voortschrijdend gemiddelde, waarmee plotse loonkoststijgingen worden gedempt zonder de koopkracht structureel aan te tasten. Op termijn koppelen aan een combinatie van inflatie én economische groei.
  • Vergrijzingscommissie versterken: het mandaat wordt uitgebreid met bindende adviezen wanneer uitgavenprojecties bepaalde drempelwaarden overschrijden, naar analogie van de Zweedse automatische rem. De commissie publiceert jaarlijks een "houdbaarheidsindicator" die bepaalt of bijsturingsmaatregelen nodig zijn.

Bewezen in: Zweden (automatische pensioenrem sinds 2000: geactiveerd in 2010, 2011 en 2014, vaste bijdrage van 18,5% nooit aangepast, systeem financieel stabiel zonder wetswijzigingen), Duitsland (Nachhaltigkeitsfaktor: pensioenindexering gekoppeld aan verhouding gepensioneerden/bijdragers), Nederland (Wet Toekomst Pensioenen 2023: overgang van defined benefit naar defined contribution voor €1.500 miljard aan pensioenvermogen).


Samenvatting

De Belgische sociale zekerheid kost €93,6 miljard per jaar, vertoont een structureel tekort dat oploopt richting €14,4 miljard tegen 2029, en legt de hoogste belastingdruk op arbeid ter wereld op. 52,6% voor een alleenstaande werknemer, tegenover een OESO-gemiddelde van 34,9%. Ondanks deze enorme investering scoort België middelmatig op de uitkomsten die er werkelijk toe doen: een tewerkstellingsgraad van 72,3% tegenover 83,5% in Nederland en 81,3% in Duitsland, een inactiviteitsgraad van 20,9% onder de beroepsbevolking, 526.507 langdurig zieken (een stijging van 100.000 in vijf jaar), en 127.700 werklozen die langer dan twee jaar zonder werk zitten. Het systeem dat ooit werd gebouwd om werkenden te beschermen, is verworden tot een ondoorzichtig labyrint waarin niemand nog weet wat recht is en wat gunst, en waarin misbruik gedijt precies omdat de complexiteit dat mogelijk maakt.

HART stelt geen afbraak voor, maar een heropbouw op zeven pijlers die elk bewezen zijn in landen die het beter doen. De eerste pijler is transparantie: naar het voorbeeld van de Zweedse Oranje Envelop en het Singaporese CPF-dashboard moet elke Belg in één overzicht kunnen zien wat hij heeft bijgedragen, wat hij heeft opgebouwd en waarop hij recht heeft. De tweede pijler is contributiviteit: wie meer en langer bijdraagt, bouwt proportioneel meer op, en werken moet altijd netto meer opleveren dan niet werken. De derde pijler is een eerlijk maar begrensd vangnet: solidariteit voor wie het nodig heeft, maar tijdelijk en activerend, naar het bewezen model van de Deense flexicurity en de Nederlandse arbeidsongeschiktheidshervorming die de instroom halveerde.

De vierde pijler is fraudebestrijding die start bij preventie in plaats van bestraffing. Het Britse Real Time Information-systeem heeft loongebonden fraude in Universal Credit nagenoeg geëlimineerd. Een model dat België kan en moet overnemen. Tegelijk leren we van de schandalen elders: het Nederlandse SyRI werd verboden wegens mensenrechtenschending, de toeslagenaffaire vernietigde 26.000 gezinnen, en Australië's Robodebt kostte bijna twee miljard aan schikkingen. Fraudedetectie met algoritmes vereist altijd transparantie, menselijk toezicht en proportionaliteit. De vijfde pijler is institutionele vereenvoudiging: de twaalftal federale instellingen, 23 ziekenfondsen, 10 vakantiekassen en 4 uitbetalingsinstellingen voor werkloosheid moeten worden teruggebracht tot een beheersbaar aantal, naar het voorbeeld van het Britse DWP dat vanuit één agentschap 23,7 miljoen mensen bedient.

De zesde pijler is digitalisering: België's KSZ was in 1990 een wereldprimeur, maar is voorbijgestreefd door Estlands X-Road dat 929 instellingen verbindt, 1,3 miljard queries per jaar verwerkt, en uitkeringen proactief berekent zonder dat burgers iets hoeven aan te vragen. De zevende pijler is financiële houdbaarheid: geen politieke paniekreacties om de vijf jaar, maar automatische stabilisatoren naar Zweeds model die het systeem corrigeren wanneer de cijfers dat vereisen, zonder dat politici hoeven in te grijpen. Zweden heeft dit mechanisme sinds 2000 en heeft sindsdien nooit het bijdragepercentage moeten aanpassen.

De internationale vergelijking is genadeloos voor België: andere landen bereiken betere resultaten met minder complexiteit, lagere kosten en sterkere prikkels. HART kiest voor een sociale zekerheid die rechtvaardig is voor wie bijdraagt, beschermend voor wie het nodig heeft, en onverbiddelijk voor wie misbruikt. Niet door meer regels, maar door slimmere systemen. Niet door meer geld, maar door betere besteding. Niet door meer instellingen, maar door minder. En betere.


Een sociale zekerheid die werkt, is een sociale zekerheid die je kunt begrijpen. HART maakt van een ondoorzichtig labyrint een helder contract: je draagt bij, je bouwt op, je wordt beschermd. Transparant, eerlijk, houdbaar.