Kernprincipe
België geeft €45 miljard per jaar uit aan gezondheidszorg. 11% van het bbp, ruim boven het OESO-gemiddelde van 9,3%. Maar krijgt daar niet de efficiëntie voor terug die burgers en belastingbetalers verdienen. Het systeem wordt beheerd door overlappende instellingen die elk hun eigen personeel, IT en kantoren onderhouden. Ziekenfondsen bezitten €6,1 miljard aan vermogen terwijl ze jaarlijks €1,4 miljard aan werkingskosten ontvangen. Fraudedetectie vindt slechts €18,3 miljoen op een geschatte verspilling van miljarden. Generische geneesmiddelen worden nauwelijks voorgeschreven. En meer dan een half miljoen Belgen zit thuis met langdurige arbeidsongeschiktheid, waarvan het grootste deel door psychische problemen. Een crisis die sneller groeit dan welk ander gezondheidsprobleem ook. HART wil een gezondheidszorg die even efficiënt georganiseerd is als de zorg die ze levert: minder instellingen, meer digitalisering, strenger tegen fraude, slimmer met geneesmiddelen, eindelijk serieus over mentale gezondheid, en zorg die draait rond de mens, niet rond de ziekte.
Feiten en cijfers
| Feit | Cijfer | Bron |
|---|---|---|
| RIZIV-begroting ziekteverzekering | €45,2 miljard (2025), €46,8 miljard (2026) | RIZIV |
| Gezondheidsuitgaven als % bbp | 11% (OESO-gemiddelde: ~9,3%) | OESO Health at a Glance 2025 |
| Uitgaven per capita | €4.570 (2023), ~20% boven EU-gemiddelde | OESO 2025 |
| Eigen bijdrage patiënten (out-of-pocket) | 22% (EU-gemiddelde: 16%) | WHO/EU Country Health Profile 2025 |
| Preventie-uitgaven | 1,8% van gezondheidsuitgaven (OESO-gemiddelde: 3,4%) | OESO |
| Werkingskosten ziekenfondsen (RIZIV-vergoeding) | €1,375 miljard (2025), +15% in 2 jaar | De Specialist / RIZIV |
| Vermogen ziekenfondsen | €6,1 miljard totaal (€5,2 mrd beleggingen + vastgoed) | HLN-onderzoek dec. 2025 |
| Winst hospitalisatieverzekering ziekenfondsen | €335 miljoen/jaar | HLN-onderzoek |
| Opgespoorde zorgfraude (RIZIV-inspectie) | €18,3 miljoen (2023), waarvan €8 miljoen opzettelijke fraude | RIZIV DGEC Jaarverslag 2023 |
| Geschatte verspilling in gezondheidszorg (internationaal) | 10–20% van uitgaven (OESO 2017) | OESO Tackling Wasteful Spending |
| Marktaandeel generische geneesmiddelen (volume) | 38% (EU-gemiddelde: 51%, NL: 70–80%) | Medaxes / OESO |
| Langdurig zieken door burn-out/depressie | ~137.454 personen (eind 2023), kosten >€2 miljard | RIZIV / VRT |
| Stijging burn-out/depressie-invaliditeit | +74% sinds 2018, +15% in één jaar | RIZIV |
| Wachttijd psychiater | >3 maanden voor 50%+; 60,5% met opnamestop | VVKP / KCE |
| Wachttijd CGG jeugd | ~100 dagen gemiddeld, tot 7 maanden | Groen parlementaire vraag / CGG |
| Zelfmoordcijfer België | ~14,3–15,4 per 100.000 (EU-27: 10,2) | Sciensano/Eurostat |
| Psychiatrische bedden per 100.000 inwoners | ~140 (hoogste in Europa; Zweden: 50, Italië: 9) | KCE / OESO |
| FAVV-personeel en budget | ~1.400 medewerkers, ~€170–190 miljoen | FAVV Jaarverslag 2024 |
| FAVV controles 2024 | 107.508 missies, 67.592 stalen, 85% conform | FAVV Jaarverslag 2024 |
| Sociale inspectiediensten | 5 federale diensten (na hervorming 2017, was 8) | SIOD / FOD WASO |
| België e-Health EU-score | 100% (maximumscore in 2024 én 2025 studie) | EU Digital Decade eHealth Indicator |
| Elektronische voorschriften | Verplicht sinds 1 januari 2020; papieren versie afgeschaft 15 september 2021 (Recip-e) | RIZIV |
| UK NHS Talking Therapies | 1,3 miljoen behandelingen/jaar, herstelratio >50% | NHS England |
| Deens gratis psycholoogprogramma 18–24 jaar | Zelfmoordpogingen -25% (18–20 jaar), mannen lage inkomens -45% | Aarhus Universiteit (Kruse 2022) |
| US Medicare fraudebestrijding | HHS-OIG: $7,13 miljard gerecupereerd (FY2024); HCFAC ROI: $2,80 per dollar (FY2023) | HHS-OIG / HCFAC |
| Nederlands preferentiebeleid generica | Besparingen €600–800 miljoen/jaar | Diverse bronnen |
| NZ PHARMAC | 5e laagste farmaceutische uitgaven per capita OESO | OESO / PHARMAC |
Standpunt 1: Zes federale gezondheidsinstellingen worden drie: van chaos naar structuur
Feiten
België beheert zijn gezondheidszorg via zes federale instellingen met zes ministers. Een internationaal unicum. De FOD Volksgezondheid organiseert het zorgsysteem, berekent ziekenhuisbudgetten (Budget van Financiële Middelen), verleent erkenningen aan zorgprofessionals en coördineert de dringende geneeskundige hulpverlening. Het RIZIV beheert de ziekteverzekering (€46,8 miljard in 2026), bepaalt terugbetalingstarieven via de nomenclatuur, onderhandelt conventies met zorgverleners en voert fraudecontroles uit. Daarnaast opereren het FAGG (geneesmiddelentoezicht), Sciensano (onderzoek), KCE (kenniscentrum) en het FAVV (voedselveiligheid). Beide kerninstellingen werken aan ziekenhuisbeleid (de FOD berekent budgetten die uit het RIZIV-budget worden gefinancierd), kwaliteitsmeting en beheer van zorgprofessionals.
Sinds maart 2021 delen de FOD Volksgezondheid, het RIZIV en het FAGG het Galilei-gebouw in Brussel. Een "Redesign van de Gezondheidsadministraties" creëerde geïntegreerde teams. Maar een echte fusie blijft uit door verschillende juridische statuten (het RIZIV is een sociale parastatale met sociaal overleg; de FOD valt onder direct ministerieel gezag), verschillende personeelsstatuten en vakbondsweerstand. De voormalige DG Gezondheidszorg van de FOD is nu RIZIV-administrateur-generaal. Een personele brug, maar geen institutionele.
Het kernprobleem van het RIZIV is dat het pakketbeheer (welke zorg wordt terugbetaald?) en toezicht (controle en fraudebestrijding) in dezelfde organisatie zitten. Met zorgverleners die via het overlegmodel meebeslissen over hun eigen tarieven. De jaarrekeningen 2021-2022 zijn niet tijdig ingediend en geven volgens het Rekenhof "geen getrouw beeld van de financiële situatie". De fraudedetectie bedraagt slechts €15,86 miljoen op €45+ miljard (0,035%).
Wat we gaan doen
- Van zes naar drie federale gezondheidsinstellingen, met één minister. De huidige lappendeken van zes instellingen wordt geherstructureerd tot drie heldere entiteiten met elk een afgebakende opdracht:
- Federaal Gezondheidsagentschap: fusie van de FOD Volksgezondheid (luik gezondheid) met de beleidsmatige functies van het FAGG (geneesmiddelentoezicht) en het KCE (kenniscentrum). Eén organisatie die beleid, financiering, geneesmiddelentoezicht en kennisopbouw combineert. Het luik Leefmilieu van de FOD wordt een apart agentschap. DG Dier/Plant/Voeding gaat naar het FAVV.
- Belgisch Zorginstituut (naar Nederlands Zorginstituut Nederland-model): onafhankelijk evidence-based pakketbeheer. Bepaalt welke zorg wordt terugbetaald op basis van wetenschappelijk bewijs, niet op basis van corporatistisch overleg. De nomenclatuur wordt vereenvoudigd van duizenden codes naar bundled payments.
- Belgische Zorgautoriteit (naar Nederlands NZa-model): onafhankelijk toezicht, fraudebestrijding en marktwerking. De data-capaciteit van het IMA (11 miljoen verzekerden) wordt hier ondergebracht, niet geprivatiseerd. Fraudedetectie opschalen van 0,035% naar minimaal 1% van het budget. Potentieel €450 miljoen/jaar extra. Jaarrekeningen verplicht binnen 6 maanden met accountantsverklaring.
- Eén loket voor zorgverleners: erkenning, nomenclatuur, conventionering en controle vanuit gecoördineerde structuur. Geen dubbele rapporteringslijnen meer.
- Ziekenhuisfinanciering vereenvoudigen: de berekening (nu FOD) en betaling (nu RIZIV) van het BFM komen in één hand bij het Gezondheidsagentschap, wat afstemming versnelt en tegenstrijdige prikkels elimineert.
- Einde aan de 9-ministerstructuur: maximaal 2 niveaus bevoegd voor gezondheid. Eén federaal minister, deelstaten bevoegd voor preventie en eerstelijnszorg.
- Overgangsperiode van 3 jaar met geharmoniseerd personeelsstatuut. Geen gedwongen ontslagen. Efficiëntiewinst via natuurlijk verloop en digitalisering.
Bewezen in: Nederland (Zorginstituut Nederland + Nederlandse Zorgautoriteit: scheiding pakketbeheer en toezicht, lagere uitgaven bij vergelijkbare kwaliteit), Denemarken (geïntegreerd zorgsysteem via 5 regio's, één minister), Estland (één Tervisekassa als zorgverzekeraar, direct geïntegreerd met overheidszorgbeleid).
Standpunt 2: Sociale inspectiediensten samenvoegen tot één dienst
Feiten
België telt vijf federale sociale inspectiediensten. Teruggebracht van acht na de hervorming van 2017. De RSZ-Inspectie (574 personeelsleden bij fusie) controleert sociale bijdragen. De TSW (196 VTE) onder FOD WASO handhaaft het arbeidsrecht. De RVA-Inspectie bewaakt werkloosheidsfraude. Het RIZIV-DAC controleert fraude aan de kant van de rechthebbenden. De ECL van het RSVZ (11,5 VTE) dekt de zelfstandigen. De SIOD coördineert maar inspecteert niet zelf.
Alle vijf diensten delen bevoegdheden rond DIMONA-aangiften, LIMOSA en sociale documenten, wat structurele overlapping creëert. Sociale fraude is zelden beperkt tot één domein. Iemand die zwartwerkt terwijl hij een invaliditeitsuitkering ontvangt, raakt aan zowel het DAC als de RSZ-Inspectie. Een academische analyse van de fusie van 2017 waarschuwde dat 70–90% van organisatiefusies mislukt, maar de efficiëntieargumenten blijven dwingend.
Wat we gaan doen
- Eén Federale Sociale Inspectiedienst oprichten die alle huidige bevoegdheden bundelt: bijdragecontrole, arbeidswetcontrole, werkloosheidsfraude, zorgfraude en zelfstandigencontrole. Eén directie, één IT-systeem, gedeelde databanken, gezamenlijke acties.
- Geïntegreerde dossiers: een inspecteur die een bedrijf bezoekt, controleert alle domeinen tegelijk. Niet vijf afzonderlijke bezoeken door vijf diensten.
- SIOD omvormen van coördinator naar operationele leiding van de nieuwe geïntegreerde dienst.
Bewezen in: Nederland (Nederlandse Arbeidsinspectie: één dienst voor alle arbeids- en sociale inspectie), Denemarken (Arbejdstilsynet: geïntegreerde arbeids- en sociale inspectie).
Standpunt 3: Ziekenfondsen hervormen: ontzuiling van de gezondheidszorg
Feiten
België telt 23 individuele ziekenfondsen in 5 landsbonden plus de publieke HZIV. De overheid betaalt hen €1,375 miljard in 2025 voor het beheer van de verplichte ziekteverzekering. Een stijging van 15% in twee jaar. De groei van hun administratiekosten bedraagt circa 7% per jaar. Ruim het dubbele van de groei bij andere openbare instellingen. Open VLD berekende (via het Federaal Planbureau) dat het beperken van de groei €51 miljoen bespaart in 2025, oplopend tot €249 miljoen tegen 2029.
Een onderzoek van HLN (december 2025) onthulde een totaal vermogen van €6,1 miljard. €5,2 miljard in beleggingen, €350 miljoen liquide middelen en ~€500 miljoen in vastgoed, waaronder hotels in Zwitserland, Oostenrijk en Frankrijk. De CM bezit alleen al €2,4 miljard. Hospitalisatie- en tandverzekeringen genereren €1,1 miljard per jaar aan premie-inkomsten met €335 miljoen winst die aan reserves wordt toegevoegd. Belastingvrij.
Het belangenconflict is structureel: ziekenfondsen zijn tegelijk openbare betalers (terugbetalingen verwerken), medebeslissers in RIZIV-commissies (budgetten goedkeuren), en commerciële verzekeraars (hospitalisatiepolissen verkopen). Adviserende artsen werken voor het ziekenfonds maar beoordelen de arbeidsongeschiktheidsclaims van hun eigen leden. Een fonds dat te streng is, riskeert leden te verliezen. Het Rekenhof vond onvoldoende transparantie en begrotingsconformiteit.
Wat we gaan doen
- Einde van de zuilen: de historische band met de christelijke, socialistische en liberale zuil hoort niet thuis in een publieke betaalfunctie. Ziekenfondsen worden depolitiseerd. Geen partijpolitieke benoemingen meer, geen structurele banden met zuilgebonden organisaties.
- Verplichte ziekteverzekering centraliseren bij het Belgisch Zorginstituut: de kerntaak van terugbetalingen verwerken wordt overgeheveld naar het Zorginstituut. Automatische verwerking op basis van e-facturatie en eHealthBox-data, zonder tussenkomst van ziekenfondsen.
- Adviserende artsen onafhankelijk maken: zij worden aangesteld door de Belgische Zorgautoriteit, niet door het ziekenfonds. Einde aan het belangenconflict bij arbeidsongeschiktheidsbeoordeling.
- Ziekenfondsen uit de beslissingsorganen van het Zorginstituut: wie het geld beheert, beslist niet mee over de besteding. Ziekenfondsen verliezen hun stemrecht in de akkoordencommissies en het Verzekeringscomité.
- Commerciële activiteiten afsplitsen: hospitalisatie- en aanvullende verzekeringen worden onderworpen aan dezelfde regels als private verzekeraars. Inclusief vennootschapsbelasting, prudentieel toezicht door de FSMA, en verbod op kruissubsidiëring met verplichte verzekeringsgelden.
- Overgangsperiode van 5 jaar: geleidelijke overdracht, hertewerkstelling van personeel, en audit van het €6,1 miljard vermogen om vast te stellen welk deel met publieke middelen is opgebouwd.
Bewezen in: Estland (Tervisekassa: één openbare verzekeraar, ~94% dekking, ~7% bbp, geen tussenschakels), Denemarken (ziekenfondsen afgeschaft in 1970, volledig belastinggefinancierd systeem, automatische dekking voor alle inwoners), Verenigd Koninkrijk (NHS: geen tussenpersonen tussen financiering en zorgverlening). Waarschuwing uit: Nederland (privatisering 2006: 58 verzekeraars → 24, waarvan 4 groepen 85,9% markt controleren, administratiekosten niet gedaald, vertrouwen laag).
Standpunt 4: E-gezondheid versnellen: alles elektronisch, alles verbonden
Feiten
België scoort 100% op de EU Digital Decade eHealth Indicator. De maximumscore in zowel de 2024- als de 2025-studie. Het eHealth Platform verwerkte meer dan 17 miljard transacties in 2024. Meer dan 11,5 miljoen Belgen (97,3%) hebben toestemming gegeven voor elektronische gegevensdeling onder het opt-out-model. Elektronische voorschriften zijn verplicht sinds 1 januari 2020 via Recip-e; papieren voorschriften werden afgeschaft op 15 september 2021. Het SUMEHR gedeeld patiëntendossier is beschikbaar voor miljoenen patiënten via het hub/metahub-systeem.
Maar achter de 100%-score schuilt een genuanceerder beeld. De aansluitingsgraad van privézorgverleners (59%) loopt EU-breed achter op publieke instellingen (79%). Slechts 11% van hogeropgeleiden en 10% van lageropgeleiden in België rapporteert digitale gezondheidsdata effectief te gebruiken. De kwaliteit van SUMEHR's vertoont "significante tekortkomingen" in de praktijk. Elektronische ziektebriefjes (Mult-eMediatt) zijn beschikbaar maar nog steeds vrijwillig. Geen verplichtend kader, geen adoptiecijfers gepubliceerd.
Ter vergelijking: Estland bereikte 99% elektronische voorschriften kort na de lancering in 2010 (ontwikkelingskosten: slechts €300.000), 99% van alle gezondheidsdata is gedigitaliseerd, en het patiëntenportaal digilugu.ee wordt maandelijks honderdduizenden keren geraadpleegd voor een bevolking van 1,3 miljoen. Finland's Kanta-systeem wordt door 89% van de volwassenen gebruikt. Denemarken's Sundhed.dk-app heeft meer dan 5 miljoen downloads op een bevolking van 5,8 miljoen.
Wat we gaan doen
- Elektronische ziektebriefjes verplichten voor alle werknemers. Niet langer vrijwillig. Arts verstuurt digitaal naar ziekenfonds en werkgever in één handeling. Geen papieren attest meer.
- Gedeeld elektronisch patiëntendossier als standaard: elk zorgcontact voegt automatisch gegevens toe aan het centrale dossier. Patiënt beslist via opt-out wie toegang krijgt. Kwaliteitsnormen voor SUMEHR's afdwingen met terugbetalingsconsequenties.
- 100% digitale facturatie: alle zorgverleners factureren elektronisch aan het RIZIV. Papieren getuigschriften voor verstrekte hulp uitfaseren tegen 2028. Dit maakt real-time data-analyse en fraudedetectie mogelijk.
- Patiëntportaal uitbouwen naar Ests model (digilugu.ee): mijngezondheid.be wordt de centrale toegangslaag op de Belgische X-Road (zie Digitale Overheid, standpunt 2). Eén portaal waar burger en zorgverlener de volledige medische historiek, voorschriften, laboresultaten, afspraken en terugbetalingen raadplegen. Data blijft bij de bronhouder (huisarts, ziekenhuis, apotheker), geen centrale opslagdatabase. Geen honeypot, wel één geïntegreerd beeld voor patiënt en arts.
- Federatief, geen private kluis per patiënt: de architectuur is helder. Data blijft bij de authentieke bron (huisartsendossier, ziekenhuis, apotheker, labo), niet in een centrale databank én niet in een private kluis die alleen de patiënt beheert. Toegang verloopt via de aantoonbare therapeutische relatie, met audit trail. De patiënt kan zijn dossier raadplegen en onrechtmatige toegang traceren, maar de data blijft bruikbaar voor populatiezorg, onderzoek en volksgezondheid. Dat noemen we data-solidariteit: het zorgsysteem staat of valt met data die ook buiten de individuele patiëntrelatie bruikbaar blijft voor epidemiologie, kwaliteitsbewaking en pandemic response. Geen Solid-pod-model, geen centrale honeypot, wel gecontroleerde interoperabiliteit via standaarden.
Bewezen in: Estland (99% e-voorschriften sinds 2010, 99% gezondheidsdata digitaal, blockchain-beveiliging), Finland (Kanta: 89% volwassenen gebruikt portaal), Denemarken (Sundhed.dk: 5+ miljoen downloads, 96% elektronische laboresultaten, 99% elektronische doorverwijzingen).
Standpunt 5: Fraude en verspilling aanpakken: van €18 miljoen naar miljarden
Feiten
De RIZIV-inspectiedienst (DGEC) detecteerde in 2023 voor €18,3 miljoen aan onterechte aanrekeningen. Een record, maar slechts 0,04% van het zorgbudget. Daarvan was €8 miljoen opzettelijke fraude (een tienjarig record) en €10,3 miljoen administratieve fouten. De DGEC erkent zelf dat er meer frauderisico's worden geïdentificeerd dan er onderzoeksdossiers geopend kunnen worden. Een duidelijk capaciteitsprobleem.
Gezondheidseconoom Lieven Annemans (UGent) stelde in 2014 dat tot 15% van de zorgmiddelen wordt verspild. Een percentage dat de OESO bevestigt: haar rapport Tackling Wasteful Spending on Health (2017) concludeert dat een vijfde van de gezondheidsuitgaven weinig of geen bijdrage levert aan gezondheidsuitkomsten. Ongewenste voorvallen treden op bij 1 op 10 ziekenhuisopnames, tot 50% van de antimicrobiële voorschriften is onnodig, en geografische variatie in procedures (hartoperaties 3x, knieprothesen 5x) wijst op aanbodsgedreven zorg.
Ter vergelijking: het Britse NHSCFA schat de NHS-kwetsbaarheid op £1,35 miljard per jaar en recupereerde £196,8 miljoen in 2024–25, waarvan ~£28 miljoen via AI-systemen (Project Athena). Het Amerikaanse HHS-OIG recupereerde $7,13 miljard in FY2024; het HCFAC-programma behaalde een rendement van $2,80 per geïnvesteerde dollar in FY2023. Toepassing van het conservatieve internationale fraudepercentage van 3% op België's €45 miljard budget impliceert €1,35 miljard aan potentiële fraude. De OESO-verspillingsschatting van 20% zou €9 miljard impliceren.
Wat we gaan doen
- Investeren in data-gedreven fraudedetectie: de DGEC-capaciteit substantieel uitbreiden met 100+ data-analysten, uitgerust met moderne AI-tools naar Amerikaans model (CMS Fraud Prevention System: elke Medicare-claim gescreend vóór betaling).
- ProHealth-platform uitbreiden: zorgverleners krijgen inzicht in hun facturatiepatronen vergeleken met vakgenoten. Significante afwijkingen triggeren automatisch een audit.
- Patiënt als medebewaker: elke patiënt kan via mijngezondheid.be alle aan zijn naam gefactureerde prestaties raadplegen. Onbekende prestaties kunnen met één klik gemeld worden.
- Big data inzetten: het IMA-databestand (11 miljoen verzekerden), de KSZ-kruispuntbank en het eHealth Platform verbinden tot een geïntegreerd analysesysteem dat patronen detecteert. Doctor shopping, spookfacturatie, onnodige procedures. Vóór betaling, niet erna.
- Transparantie bij bewezen fraude: namen van veroordeelde fraudeurs publiek maken (naar Amerikaans model). RIZIV-nummer automatisch schorsen bij tuchtrechtelijke sanctie door de Orde.
- Ethisch kader: elke algoritmische fraudedetectie wordt openbaar geaudit, met menselijke eindcontrole bij individuele beslissingen. Privacy via pseudonimisering door vertrouwde derde partij (KSZ-model). GDPR-conform onder Recital 47 (fraudepreventie als gerechtvaardigd belang).
Bewezen in: VS (CMS Fraud Prevention System: $14,9 miljard bespaard in FY2023; HHS-OIG: $7,13 miljard gerecupereerd in FY2024; DOJ Data Fusion Center: $10,6 miljard aan frauduleuze claims gedetecteerd in 2025), VK (NHS Counter Fraud Authority: £196,8 miljoen gerecupereerd in 2024–25, waaronder
£28 miljoen via AI), Zuid-Korea (NHIS: KRW 898,6 miljard ($675 miljoen) aan verzekeringsfraude gedetecteerd in 2020).
Standpunt 6: Generische geneesmiddelen verplichten: het Nederlandse model
Feiten
België's marktaandeel van generische geneesmiddelen bedraagt slechts 38% in volume. Ver onder het EU-gemiddelde van circa 51%, en dramatisch lager dan Nederland (70–80%), Duitsland (~82%) of het VK (80%+). In Belgische ziekenhuizen zijn generica goed voor amper 18% in volume.
Het probleem is structureel: België's prijssysteem legt verplichte prijsdalingen op die gelijk gelden voor zowel het origineel als het generisch alternatief, waardoor het prijsverschil minimaal blijft. Voorschrijven op stofnaam (INN) is vrijwillig. In 2008 slechts 3% van de voorschriften. De huidige quota voor goedkoop voorschrijven (60% voor huisartsen) meten of een geneesmiddel "goedkoop" is, niet of het generisch is. Artsen kunnen merkproducten blijven voorschrijven en toch aan de quota voldoen.
Nederland's preferentiebeleid, operationeel sinds 2005–2008, laat zorgverzekeraars toe één voorkeursgeneesmiddel per werkzame stof aan te wijzen. Apotheken moeten dit voorkeursmiddel afleveren; enkel medische noodzaak rechtvaardigt een uitzondering. Resultaten: generische prijzen daalden gemiddeld 85%, jaarlijkse besparingen van €600–800 miljoen, cumulatief meer dan €5 miljard. De Nederlandse generische industrie levert bijna 60% van de geneesmiddelen tegen slechts 15% van de kosten. Keerzijde: geneesmiddelentekorten namen toe en het aantal beschikbare merken halveerde sinds 2015.
Nieuw-Zeeland's PHARMAC opereert als enige inkoper voor alle publiek gefinancierde geneesmiddelen via competitieve tenders, waarmee het de 5e laagste farmaceutische uitgaven per capita in de OESO behaalt. Denemarken's AMGROS kocht in 2022 voor DKK 8 miljard (~€1,07 miljard) aan besparingen bij ziekenhuisgeneesmiddelen.
Wat we gaan doen
- Voorschrijven op stofnaam (INN) verplichten voor alle geneesmiddelen waarvoor een generisch alternatief bestaat. De apotheker levert het goedkoopste beschikbare generiek af, tenzij de arts een gemotiveerde medische uitzondering noteert.
- Preferentiebeleid invoeren naar Nederlands model: het RIZIV wijst per werkzame stof een voorkeursgeneesmiddel aan op basis van prijs. Periodieke herziening via transparante aanbestedingen.
- Prijskloof vergroten: verplichte prijsdalingen voor originele middelen na patentverlies moeten steiler en sneller dan voor generica, zodat een echte prijsprikkel ontstaat.
- Ziekenhuisinkoop centraliseren: naar Deens AMGROS-model, één centrale inkooporganisatie voor alle Belgische ziekenhuizen die via competitieve tenders inkoopt. Potentiële besparing: honderden miljoenen per jaar.
- Beschikbaarheidsbewaking: een leveringsplicht voor producenten die aan de Belgische markt willen leveren, met boetes bij ongemotiveerde terugtrekking. Strategische voorraden voor essentiële geneesmiddelen.
Bewezen in: Nederland (preferentiebeleid: generische prijzen -85%, besparingen €600–800 miljoen/jaar), Nieuw-Zeeland (PHARMAC: 5e laagste farmaceutische uitgaven/capita OESO via competitieve tenders), Denemarken (AMGROS: DKK 8 miljard bespaard op ziekenhuisgeneesmiddelen in 2022), Duitsland (gecombineerde instrumenten. Festbetrag, Rabattverträge, apotheekkorting, eigen bijdragen: €13,2 miljard besparingen in 2023, ~20,8% van geneesmiddelenuitgaven).
Standpunt 7: Mentale gezondheid: van verwaarloosde crisis naar nationale prioriteit
Feiten
België kampt met een mentale gezondheidscrisis van ongeziene omvang. Eind 2023 zaten 526.507 mensen in langdurige arbeidsongeschiktheid, waarvan 37,6% voor psychische stoornissen. Van die psychiatrische gevallen is 69,5% specifiek voor burn-out en depressie. Zo'n 137.454 mensen. De kosten overschreden €2 miljard in 2023, een stijging van 15% in één jaar en 74% sinds 2018. Bij jongeren onder 34 steeg de arbeidsongeschiktheid door burn-out/depressie met meer dan 60% in vijf jaar. De terugkeer naar werk na langdurige afwezigheid blijft uiterst moeilijk.
De toegang tot psychologische hulp is dramatisch ontoereikend. Meer dan 50% van de psychiaters heeft een wachttijd van minstens 3 maanden; 60,5% neemt geen nieuwe patiënten aan. In Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg wachten jongeren gemiddeld ~100 dagen, met uitschieters tot 7 maanden. België heeft een van de hoogste zelfmoordcijfers in West-Europa. Circa 14–15 per 100.000 inwoners, tegenover een EU-27-gemiddelde van 10,2. Bij 15–24-jarigen is meer dan 1 op 4 overlijdens te wijten aan zelfmoord.
De RIZIV-conventie voor eerstelijnspsychologische zorg (sinds september 2021) biedt gereduceerde sessies via 32 netwerken. Jongeren onder 24 worden sinds de start van de conventie volledig gratis geholpen (vernieuwd in februari 2024). Volwassenen betalen €11 per sessie. Maar slechts ~25% van de klinisch psychologen is geconventioneerd, en de meesten slechts deeltijds. België telt 12,5 klinisch psychologen per 10.000 inwoners maar slechts 2,5 per 10.000 zijn RIZIV-geregistreerd. De psychiaterdichtheid (1,7 per 10.000) ligt onder het EU-14-gemiddelde van 2,1.
Paradoxaal genoeg heeft België het hoogste aantal psychiatrische ziekenhuisbedden in Europa. Circa 140 per 100.000 inwoners. Een aanzienlijk deel van die bedden is bezet door patiënten die met adequate ambulante ondersteuning buiten het ziekenhuis behandeld zouden kunnen worden.
Wat we gaan doen
- Harde HART-belofte: binnen één legislatuur heeft elke Belg binnen 4 weken toegang tot een geconventioneerde eerstelijnspsycholoog. Dat is de meetlat waaraan alle maatregelen hieronder getoetst worden.
- RIZIV-conventie verdubbelen: budget voor eerstelijnspsychologische zorg verdubbelen zodat minstens 50% van de klinisch psychologen kan conventioneren. Sessielimiet verhogen van 8–20 naar 20–30 per jaar voor ernstige gevallen.
- Gratis psychologische hulp voor jongeren uitbreiden naar 25-jarigen (nu 24), en de Deense aanpak overnemen: Denemarken's gratis psycholoogprogramma voor 18–24-jarigen leidde tot een verdubbeling van behandelingsopname, een daling van zelfmoordpogingen met 25% bij 18–20-jarigen, en bij mannen uit lage-inkomensgebieden zelfs 45%.
- Stepped-care model invoeren naar Brits IAPT/NHS Talking Therapies-model: laagdrempelige begeleide zelfhulp als eerste stap, opschaling naar CBT bij onvoldoende resultaat. Sessie-per-sessie uitkomstmeting als standaard. Het VK behandelt hiermee 1,3 miljoen mensen per jaar met een herstelratio boven 50%.
- Ambulante capaciteit verhogen, bedden afbouwen: het hoogste aantal psychiatrische bedden in Europa is geen teken van goede zorg maar van een gebrek aan ambulante alternatieven. Middelen verschuiven van intramurale naar ambulante en mobiele teams (2B-teams uitbreiden).
- Preventie op school en op het werk: laagdrempelige psychologische ondersteuning in elke school. Niet beperkt tot CLB, maar aangevuld met schoolpsychologen. Verplicht welzijnsbeleid op de werkvloer met vroegdetectie van burn-out (RIT 3.0-traject versterken en versnellen).
- Eenzaamheid als volksgezondheidsprobleem erkennen: nationale strategie naar Brits model (Minister for Loneliness sinds 2018, nationale meetstrategie, sociale voorschrijving door huisartsen) en Fins model.
- Digitale tools als aanvulling: online therapieprogramma's en AI-ondersteunde triage valideren en integreren als aanvulling op face-to-face zorg, niet als vervanging.
Bewezen in: Denemarken (gratis psycholoog 18–24: behandelingsopname verdubbeld, zelfmoordpogingen -25% bij 18–20-jarigen, mannen lage inkomens -45%), Verenigd Koninkrijk (IAPT/NHS Talking Therapies: 1,3 miljoen behandelingen/jaar, herstelratio >50% sinds 2017, data-gedreven kwaliteitsbewaking), Australië (Better Access: 10+ miljoen Medicare-vergoede sessies/jaar. Maar waarschuwing: schaalvergroting zonder kwaliteitsmeting had geen meetbaar effect op bevolkingsgezondheid), VK (Minister for Loneliness: nationale strategie, sociale voorschrijving, £2+ miljoen gemeenschapssubsidies).
Standpunt 8: FAVV onder Volksgezondheid: voedselveiligheid is geen landbouwbeleid
Feiten
Het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) telt ~1.400 medewerkers en een budget van ~€170–190 miljoen. In 2024 voerde het 107.508 controles uit bij bijna 58.000 bedrijven, analyseerde 67.592 laboratoriumstalen (98% conform) en rapporteerde een globale conformiteitsgraad van 85%. Het FAVV werd opgericht in 2000 na de dioxinecrisis van 1999, die de versnipperde verantwoordelijkheden tussen Landbouw en Volksgezondheid blootlegde. Ongeveer 1.000 medewerkers werden toen overgeheveld van beide ministeries.
Het FAVV valt momenteel onder de minister van Landbouw, niet van Volksgezondheid. Dit creëert een structureel belangenconflict: het ministerie dat landbouwproductie promoot, exportmarkten beschermt en landbouwinkomens ondersteunt, is tegelijk verantwoordelijk voor de veiligheid van de voedselketen. De fipronilcrisis (2017): waarbij het FAVV wekenlang de publieke waarschuwing uitstelde. En het Veviba-vleesschandaal (2018) illustreerden de risico's. De regering-De Wever legde het FAVV vanaf 2026 besparingen op die volgens critici (Testaankoop, Boerenbond) kunnen oplopen tot 24% tegen 2029.
Het Verenigd Koninkrijk richtte in 2000 de Food Standards Agency (FSA) op als een expliciet onafhankelijk niet-ministerieel departement, precies omdat het ongepast werd geacht dat één ministerie tegelijk verantwoordelijk was voor de gezondheid van de landbouwindustrie én voor voedselveiligheid. De FSA rapporteert aan het parlement, niet aan een minister.
Wat we gaan doen
- FAVV onder de bevoegdheid van de minister van Volksgezondheid brengen. Voedselveiligheid is een kwestie van volksgezondheid, niet van landbouwbelang.
- Operationele onafhankelijkheid versterken: het FAVV krijgt een onafhankelijk bestuur met eigen benoemingsprocedure, los van politieke druk van de landbouwsector. Naar het model van de Britse FSA.
- Meldplicht bij voedselveiligheidincidenten wettelijk verankeren met strikte termijnen: maximaal 48 uur tussen detectie en publieke waarschuwing. Geen herhaling van de wekenlange vertraging bij de fipronilcrisis.
- Budget beschermen: de geplande besparingen op het FAVV terugdraaien. Bezuinigen op voedselveiligheid is een vals besparingsmodel. Één voedselcrisis kost meer dan jaren FAVV-budget.
Bewezen in: Verenigd Koninkrijk (FSA: onafhankelijk agentschap sinds 2000, rapporteert aan parlement, niet aan minister. Expliciet opgericht om belangenconflict landbouw/gezondheid te elimineren), Nederland (NVWA: 3.310 VTE, rapporteert primair aan Landbouw maar met secundaire verantwoording aan Volksgezondheid. Compromismodel).
Standpunt 9: De eerste lijn versterken: de huisarts als kern van de zorg
Feiten
België investeert ongeveer 14% van het gezondheidsbudget in de eerste lijn. Dat is weinig in vergelijking met de internationale consensus dat een sterke eerste lijn de basis vormt van een betaalbaar en toegankelijk zorgsysteem. De WHO, de OESO, de Europese Commissie en de grote vergelijkende studies (QUALICOPC, 34 landen) zeggen allemaal hetzelfde: landen met een sterke eerste lijn hebben minder spoedopnames, minder hospitalisaties, minder ongelijkheid in gezondheid, en lagere totale kosten.
In Vlaanderen hebben 95% van de mensen een huisarts, en 70,1% heeft een Globaal Medisch Dossier. De infrastructuur staat er dus, maar ze wordt niet gebruikt als echte toegangspoort. Patiënten kunnen in België rechtstreeks naar de specialist. Dat leidt tot dubbele onderzoeken, lange wachtlijsten voor specialistische zorg, en spoedopnames die overstromen met problemen die een huisarts even goed kan oplossen.
Het huidige betalingsmodel beloont losse prestaties. De huisarts verdient per raadpleging, niet per kwaliteitsvolle begeleiding. Dat ontmoedigt samenwerking met verpleegkundigen en kinesitherapeuten, stimuleert shopgedrag bij patiënten, en werkt preventie tegen. Het Kenniscentrum (KCE-rapport 85A) vergeleek het met het forfaitair systeem (wijkgezondheidscentra, 3,7% van de bevolking) en concludeerde: praktijken met forfaitaire betaling bereiken kwetsbaardere groepen, genereren in totaal niet meer kosten, en scoren beter op preventie en rationeel voorschrijven.
In Vlaanderen bestaan 60 eerstelijnszones (75.000 tot 125.000 inwoners per zone), opgericht na de Eerstelijnsconferentie van 2017. Ze bestaan op papier, maar hebben onvoldoende middelen en bevoegdheden om de zorg echt te organiseren.
Wat we gaan doen
- Elke burger schrijft zich in bij een eerstelijnsnetwerk (5.000 tot 10.000 ingeschreven burgers per netwerk). Dat netwerk bundelt huisartsen, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, apothekers, thuiszorg, tandartsen, psychologen en maatschappelijk werk. Vrije keuze blijft behouden binnen het netwerk. Wie wil veranderen, verandert van huisarts. Het Globaal Medisch Dossier wordt automatisch de inschrijving.
- 60 Vlaamse eerstelijnszones volwaardig uitrollen: met budget, personeel en echte bevoegdheden. Zones die beter presteren op gezondheidsdoelstellingen krijgen extra innovatiemiddelen. In Brussel komen 8 zones.
- Echelonnering invoeren: specialistische zorg enkel via verwijzing door de eerste lijn. Korte verwijzing (acuut, diagnostisch) maximum 2 maanden, lange verwijzing (chronisch) maximum 6 maanden. Dit werkt de wachtlijsten voor specialisten weg en spaart miljarden aan overbodig specialistisch onderzoek uit.
- Huisartsenwachtposten als standaard buiten kantooruren: van 19u tot 8u en in het weekend. Liefst op de ziekenhuiscampus. Het nummer 1733 wordt het nationale triagenummer. Minstens 25% van de spoedopnames wordt afgebouwd. De spoedopname wordt globaal gefinancierd, niet per prestatie.
- Transitie naar een gemengd betalingsmodel voor huisartsen in 10 jaar: van de huidige 80% prestatie naar 60% forfaitaire betaling (per ingeschreven patiënt, gecorrigeerd voor leeftijd, ziektelast en sociale factoren), 30% prestatie en 10% pay-for-quality. Volledig elektronische derde betaler: geen eigen bijdrage meer in de eerste lijn. Dat haalt de financiële drempel weg die vandaag vooral kwetsbare groepen verhindert om op tijd naar de huisarts te gaan.
- Verpleegkundige in de huisartspraktijk (VIHP): financiering voor één voltijds verpleegkundige per 1.500 ingeschreven patiënten. De huisarts kan zich focussen op wat alleen een arts kan doen. De verpleegkundige neemt chronische opvolging, preventie, vaccinatie en triage over.
- Koppeling met buurtgerichte zorg: eerstelijnszones krijgen een structurele verbinding met buurtwerk, welzijn en thuiszorg via sociale regisseurs naar Gent-model. Eenzaamheid, armoede en sociale isolatie zijn bewezen gezondheidsdeterminanten. Niet elk probleem is medisch. De sociale regisseur is de schakel die de huisarts koppelt aan buurtwerk, maaltijden aan huis, sociaal netwerk en OCMW. Subsidiariteit in actie.
Bewezen in: Estland (Tervisekassa + verplichte inschrijving bij huisarts, sterke echelonnering: 5e beste toegankelijkheid in Europa), Nederland (huisarts als poortwachter, mix capitatie + prestatie, laagste spoedgebruik van West-Europa), Denemarken (verplichte inschrijving, multidisciplinaire eerste lijn, 98% van contacten afgehandeld in eerste lijn), Finland (sterke eerste lijn via gezondheidscentra met teams van huisartsen en verpleegkundigen), Portugal (Unidades de Saúde Familiar: teams van huisartsen met prestatie-gebaseerde extra's, betere toegankelijkheid en lagere kosten).
Samenvatting
De Belgische gezondheidszorg levert goede klinische resultaten maar tegen excessieve kosten, via versnipperde instellingen die zich verzetten tegen rationalisering. HART identificeert negen concrete hervormingssporen die elk bewezen zijn in landen die het beter doen.
De eerste twee hervormingen raken de institutionele architectuur. De zes federale gezondheidsinstellingen worden drie: een Federaal Gezondheidsagentschap (fusie FOD Volksgezondheid + FAGG + KCE) voor beleid en financiering, een onafhankelijk Belgisch Zorginstituut voor evidence-based pakketbeheer, en een Belgische Zorgautoriteit voor toezicht en fraudebestrijding. Naar Nederlands model. Eén minister in plaats van zes. De vijf sociale inspectiediensten. Elk met eigen personeel, IT en bevoegdheden die structureel overlappen. Worden gebundeld tot één slagkrachtige inspectie. Nederland en Denemarken tonen aan dat deze scheiding van functies lagere administratiekosten, betere fraudedetectie en onafhankelijker pakketbeheer oplevert.
De derde hervorming is de meest politiek geladen maar economisch noodzakelijk: de ontzuiling van de ziekenfondsen. Met €1,375 miljard aan werkingskosten die circa 7% per jaar groeien, €6,1 miljard aan opgestapeld vermogen, en een structureel belangenconflict tussen hun rol als openbare betaler, medebeslisser en commerciële verzekeraar, zijn de ziekenfondsen rijp voor fundamentele hervorming. HART kiest voor centralisatie van de verplichte verzekering bij het Belgisch Zorginstituut, onafhankelijke adviserende artsen, en gelijke spelregels voor de commerciële activiteiten van ziekenfondsen.
De vierde en vijfde hervorming zijn technologisch en financieel de meest rendabele. België's e-gezondheidsscore van 100% verbergt dat elektronische ziektebriefjes nog vrijwillig zijn, patiëntendossiers "significante tekortkomingen" vertonen, en slechts 11% van de bevolking digitale gezondheidsdata effectief gebruikt. Estland, Finland en Denemarken laten zien dat volledige digitalisering. Elektronische voorschriften, gedeelde dossiers, patiëntportalen. Niet alleen de zorg verbetert maar ook fraudedetectie structureel mogelijk maakt. Gecombineerd met big data-analyse naar Amerikaans model (waar het HHS-OIG $7,13 miljard recupereerde in FY2024) kan België miljarden aan verspilling en fraude aanpakken. Waar nu slechts €18,3 miljoen wordt gedetecteerd op een geschatte €1,35–4,5 miljard.
De zesde hervorming betreft geneesmiddelenbeleid. België's marktaandeel van generische geneesmiddelen (38%) ligt dramatisch onder het EU-gemiddelde van circa 51% en de Nederlandse 70–80%. Het Nederlandse preferentiebeleid leverde €600–800 miljoen per jaar aan besparingen; Nieuw-Zeeland's PHARMAC behaalt de vijfde laagste farmaceutische kosten per capita in de OESO. Verplicht voorschrijven op stofnaam en een centraal inkoopsysteem voor ziekenhuizen zijn bewezen instrumenten die België weigert in te zetten.
De zevende hervorming raakt de snelst groeiende gezondheidscrisis: mentale gezondheid. Met 137.454 mensen in langdurige arbeidsongeschiktheid door burn-out en depressie (kosten: €2+ miljard, groeiend met 15% per jaar), wachttijden van maanden, en een van de hoogste zelfmoordcijfers in West-Europa, is het huidige beleid ronduit ontoereikend. Denemarken's gratis psycholoogprogramma voor jongeren verminderde zelfmoordpogingen bij 18–20-jarigen met 25%. Het Britse IAPT-programma behandelt 1,3 miljoen mensen per jaar met een herstelratio boven 50%. HART wil de RIZIV-conventie verdubbelen, een stepped-care model invoeren, en ambulante capaciteit uitbouwen ten koste van het hoogste aantal psychiatrische bedden in Europa.
De achtste hervorming brengt het FAVV onder Volksgezondheid in plaats van Landbouw. Een structureel belangenconflict dat door elke voedselcrisis wordt blootgelegd.
De negende en meest structurele hervorming zet de eerste lijn centraal. België investeert slechts 14% van het zorgbudget in de eerste lijn, terwijl internationale vergelijkende studies van WHO en OESO aantonen dat dit de kern is van een efficiënt zorgsysteem. HART schrijft elke burger in bij een eerstelijnsnetwerk, rolt de 60 Vlaamse eerstelijnszones volwaardig uit, voert echelonnering in (specialist enkel via huisarts, wat wachtlijsten wegwerkt), en maakt huisartsenwachtposten de norm buiten kantooruren met een reductie van 25% van de spoedopnames. De huisartspraktijk krijgt een verpleegkundige per 1.500 patiënten. En het betalingsmodel wordt op 10 jaar omgeschakeld van 80% prestatie naar 60% forfaitaire betaling per ingeschreven patiënt, met volledige elektronische derde betaler: geen financiële drempels meer in de eerste lijn.
Goede zorg verdient een efficiënt systeem. HART kiest voor minder instellingen, meer digitalisering, strenger tegen fraude, slimmer met geneesmiddelen, eindelijk serieus over de mentale gezondheid van onze bevolking, en een sterke eerste lijn als toegangspoort. Elke euro die we besparen op bureaucratie, investeren we in betere zorg. Zorg die draait rond de mens, niet rond de ziekte.