arrow_back Alle partijpunten
Partijpunt 25 van 30

Volksgezondheid

Nutri-Score niet langer promoten. Een label dat cornflakes vol suiker jarenlang een goede score gaf, olijfolie afstrafte en ultrabewerking nog altijd negeert, informeert de consument niet. Het misleidt hem. HART steunt Nutri-Score niet als beleidsinstrument.

Kernprincipe

Wat een volwassen burger eet, drinkt of rookt, is zijn eigen verantwoordelijkheid. HART bemoeit zich niet met persoonlijke levensstijlkeuzes. Maar de overheid heeft wél een rol waar de markt faalt: wanneer de consument onmogelijk kan weten wat er in zijn voedsel zit (informatieasymmetrie), wanneer kinderen geen autonome keuze kunnen maken, wanneer de maatschappelijke kosten van een product niet in de prijs zitten (externe kosten), en wanneer minderjarigen beschermd moeten worden. Die vier gronden, en alleen die vier, rechtvaardigen overheidsingrijpen in volksgezondheid. België besteedt minder dan 2% van zijn gezondheidsuitgaven aan preventie, tegenover gemiddeld 4% in de EU (2023). Ondertussen kosten overgewicht en obesitas de samenleving €4,5 miljard per jaar, alcohol €1,55 miljard en roken tot €1,5 miljard aan zorg en productiviteitsverlies, en roken kost daarbovenop meer dan 9.400 levens per jaar. Kosten die niet of onvoldoende in de productprijzen zitten. HART kiest voor transparante informatie, eerlijke prijzen die de maatschappelijke kost weerspiegelen, en gerichte investeringen in kinderen. Niet voor verboden, betutteling of moraliserende campagnes.


Feiten en cijfers

Feit Cijfer Bron
Preventie-uitgaven België minder dan 2% van de gezondheidsuitgaven (2023; EU-gemiddelde: 4%) OESO/Europees Observatorium, Country Health Profile 2025
Nutri-Score adoptie België Vrijwillig sinds april 2019; ~10% producten gelabeld (eind 2019) Archives of Public Health (2020)
Consumentengebruik Nutri-Score 65% van de volwassenen ziet het vaak of altijd, 39% gebruikt het nooit, 57% zegt weinig tot geen invloed Sciensano Voedselconsumptiepeiling 2022–23
Nutri-Score gebreken Gesuikerde ontbijtgranen konden B scoren en olijfolie scoorde C, tot de herziening van het algoritme (2022-2023, van toepassing sinds 2024); ultrabewerking telt niet mee Wetenschappelijk comité Nutri-Score (herziening 2022-2023)
EU-harmonisatie voedingslabel Beloofd tegen eind 2022, nooit ingediend; in 2025 weigerde de Commissie zich vast te leggen op een geharmoniseerd label Europees Parlement (Legislative Train) / Foodwatch
Overgewicht België (gemeten) 49% overgewicht, waarvan 18% obesitas (3 jaar en ouder); 61% overgewicht bij 40-64-jarigen, 71% bij 65-plussers Sciensano Voedselconsumptiepeiling 2022–23
Kosten overgewicht en obesitas €4,5 miljard/jaar (2018): €3,3 mrd zorg (13,5% van de zorgkosten) + €1,2 mrd productiviteitsverlies Sciensano / BMC Public Health (2022)
Warme schoolmaaltijden Vlaanderen Basisscholen met dagelijks een volwaardige groenteportie: van 57% (2015) naar 51% (2019) Vlaams Instituut Gezond Leven / Rikolto
Voedselbanken België bijna 214.000 mensen per maand in 2023 (+27% tegenover 2019) Belgische Federatie van Voedselbanken
Rookprevalentie 12,8% dagelijks en 17,6% in totaal (2023-2024), tegenover 15,4% dagelijks in 2018 Sciensano, Gezondheidsenquête 2023-2024
Tabaksdoden België meer dan 9.400 per jaar (2020), 7% van alle overlijdens Sciensano
Gezondheidskosten roken €534 miljoen extra zorgkosten van dagelijkse rokers (gegevens 2018); eerdere raming (2016): €727 miljoen zorgkosten, €1,5 miljard maatschappelijke kost European Journal of Public Health (2025)
Tabaksaccijnzen €2,67 miljard (2025), grotendeels naar de sociale zekerheid FOD Financiën
Pakje sigaretten België premiummerk: van €6,80 (2020) naar €11,50 (2024) Stichting tegen Kanker
Alcoholconsumptie 10,8 liter pure alcohol per inwoner vanaf 15 jaar (2019; EU-15: 11,1) WHO / Healthy Belgium
Alcoholaccijnzen €745 miljoen opbrengst (2025); wijn: €74,91/hl, tot 8,5% vol. €23,91/hl (2019); geen accijns op wijn in onder meer Duitsland, Italië en Spanje FOD Financiën / Europese Commissie, Excise Duty Tables
Alcoholdoden meer dan 4.600 (2022), 4% van alle overlijdens Healthy Belgium
Gezondheidskosten alcohol ~€1,55 miljard/jaar (€906M zorg + €643M productiviteit, 2012) BMC Public Health (2017)
Eerste Belgisch Alcoholplan Interfederaal alcoholplan 2023-2025, goedgekeurd op 29 maart 2023 FOD Volksgezondheid
Schotland MUP resultaat 156 levens/jaar gered, -13,4% alcoholgerelateerde sterfte The Lancet (2023)
UK suikertaks resultaat -46% toegevoegde suiker in frisdranken, ongeveer 45.000 ton suiker per jaar minder Britse regering (evaluatie 2024) / Action on Sugar
Finland gratis schoolmaaltijden Sinds 1948, €2,80/maaltijd, dekking pre-primair t/m secundair Rapport voor de Europese Commissie (2025)
Zweedse schoolmaaltijdenstudie +0,6 à 0,8 cm lengte, +3% levensinkomen (+6% voor kinderen uit arme gezinnen) Review of Economic Studies (2022)
Rendement schoolmaaltijden 7 tot 34 per geïnvesteerde euro (raming voor lage- en middeninkomenslanden) Frontiers in Public Health (2020), aangehaald in een rapport voor de Europese Commissie (2025)

Standpunt 1: Voedingslabeling: Nutri-Score is misleidend en moet worden vervangen

Feiten

De Belgische consument heeft recht op correcte informatie over wat er in zijn voedsel zit. Dat recht wordt niet ingelost. De verplichte voedingswaardentabel op de achterkant van verpakkingen is voor de meeste mensen onleesbaar. En het alternatief, Nutri-Score, sinds april 2019 vrijwillig in België, is fundamenteel gebrekkig.

Het kernprobleem van Nutri-Score is dat het systeem de consument jarenlang misleidde. Ontbijtgranen vol suiker en hoge calorieën konden een B-score halen, een "goede" score die de indruk wekte dat het product gezond is. Olijfolie, een basisproduct van het mediterrane dieet, scoorde jarenlang een C. De herziening van het algoritme (van toepassing sinds 2024) zette die absurditeiten deels recht: gesuikerde ontbijtgranen scoren slechter en olijfolie haalt een B. Maar het onderliggende probleem blijft: Nutri-Score berekent per 100 gram in plaats van per portie, negeert ultrabewerking volledig, en kan geen onderscheid maken tussen een handvol noten en een zak chips van dezelfde voedingswaarden.

De cijfers bevestigen het falen. Sciensano's Voedselconsumptiepeiling 2022–2023 toont dat 39% van de volwassen Belgen het label nooit gebruikt bij aankopen en 57% zegt dat labels weinig tot geen invloed hebben op hun koopgedrag. Een Belgische studie met Nutri-Score op de elektronische schaplabels in 43 supermarkten van één grote keten (2021) vond slechts gemengde effecten op de verkoop. Hogeropgeleiden gebruiken het vaker: 47% van de laagopgeleiden gebruikt het nooit, tegenover 31% van de hogeropgeleiden. Dat vergroot de ongelijkheid in plaats van ze te verkleinen.

De EU-harmonisatie is dood. De Europese Commissie beloofde in haar Van boer tot bord-strategie (2020) een verplicht voedingslabel tegen eind 2022, maar diende nooit een voorstel in. In 2025 weigerde de Commissie zich vast te leggen op een geharmoniseerd label. Italië, Tsjechië, Griekenland, Cyprus, Hongarije, Letland en andere EU-landen verzetten zich actief tegen Nutri-Score. Intussen blijft EU-Verordening 1924/2006 over gezondheidsbeweringen onvolledig uitgevoerd: de nutriëntprofielen die artikel 4 vereist, hadden er in januari 2009 moeten zijn, maar werden nooit vastgesteld.

Wat we gaan doen

  • Nutri-Score niet langer promoten. Een label dat cornflakes vol suiker jarenlang een goede score gaf, olijfolie afstrafte en ultrabewerking nog altijd negeert, informeert de consument niet. Het misleidt hem. HART steunt Nutri-Score niet als beleidsinstrument.
  • Actief lobbyen in de EU voor een beter voedingslabel dat de werkelijke gebreken aanpakt: berekening per portie in plaats van per 100g, integratie van een ultrabewerking-indicator, en correcte waardering van traditionele producten. Een systeem dat informeert in plaats van misleidt.
  • Misleidende gezondheidsbeweringen aanpakken: de Europese Commissie dwingen om de nutriëntprofielen onder Verordening 1924/2006 eindelijk vast te stellen. Geen claims als "bron van vitaminen" op producten vol suiker. De controles en boetes van het FAVV actief inzetten voor handhaving.
  • Transparantie als recht, niet als sturing: de consument krijgt eerlijke, begrijpelijke informatie. Wat hij vervolgens koopt, is zijn eigen keuze.

Bewezen in: Chili (octogonale waarschuwingslabels + reclamebeperkingen: -23,7% aankopen van dranken met een waarschuwingslabel; een simpel "hoog in suiker/vet/zout"-systeem dat wél werkt), VK (Traffic Light-systeem: suiker, vet, verzadigd vet en zout apart zichtbaar, met hoeveelheden per portie). Les uit: Nutri-Score (vier jaar na de invoering: 39% van de consumenten gebruikt het nooit, 57% zegt weinig tot geen invloed; het systeem faalt in zijn kernopdracht).


Standpunt 2: Gratis gezonde schoolmaaltijden: investeren in kinderen

Feiten

Kinderen kunnen geen autonome voedselkeuze maken. Ouders in armoede hebben structureel minder opties. Dit is een klassiek marktfalen voor een kwetsbare groep. Toch heeft België geen universeel schoolmaaltijdenprogramma. Een rapport voor de Europese Commissie (2025) rekent België tot de landen met alleen gerichte programma's voor kansarme kinderen, terwijl onder meer Finland, Zweden en Estland alle leerlingen een gratis maaltijd geven. In Vlaanderen gaat de kwaliteit van de warme schoolmaaltijden achteruit: het aandeel basisscholen dat daarbij dagelijks een volwaardige groenteportie serveert, daalde van 57% (2015) naar 51% (2019). De kwaliteit van de aangeboden maaltijden en meegebrachte brooddozen is volgens Rikolto en het Vlaams Instituut Gezond Leven vaak ontoereikend, met te weinig groenten en te veel verwerkte producten.

De Franse Gemeenschap zette een eerste stap met het decreet van 19 oktober 2023: sinds januari 2024 krijgen kleuter- en lagere scholen met de meest kansarme leerlingen (socio-economische index 1–5), ook in het buitengewoon onderwijs, gratis gezonde maaltijden, gesubsidieerd aan €3,70 per maaltijd. Dat bereikt ruim 32.000 leerlingen voor iets meer dan €21 miljoen per jaar: een vaste regeling, maar geen universele dekking.

Finland biedt sinds 1948 gratis schoolmaaltijden aan alle leerlingen, het langstlopende programma ter wereld, tegen ongeveer €2,80 per maaltijd. Zweden en Estland doen hetzelfde. Een Zweedse studie (Review of Economic Studies, 2022) vond dat kinderen die alle negen jaren van de Zweedse leerplichtschool (van 7 tot 16 jaar) gratis schoolmaaltijden kregen, 0,6 à 0,8 cm langer werden en over hun loopbaan 3% meer verdienden; kinderen uit arme gezinnen 6% meer. Internationale ramingen voor lage- en middeninkomenslanden komen op een rendement van 7 tot 34 euro per geïnvesteerde euro. Een kostenraming voor universele schoolmaaltijden in het Belgische lager onderwijs: met ongeveer 790.000 leerlingen, ongeveer 150 schoolmiddagen per jaar (de woensdagnamiddag is vrij) en €2,80 à €3,70 per maaltijd, €330 à 440 miljoen per jaar.

Wat we gaan doen

  • Gratis gezonde schoolmaaltijden voor alle leerlingen in het lager onderwijs invoeren, gefaseerd over een legislatuur. Start met scholen in kansarme gebieden (naar het model van de Franse Gemeenschap), uitbreiden naar universele dekking.
  • Voedingsnormen wettelijk verankeren: elke schoolmaaltijd dekt minimaal een derde van de dagelijkse voedingsbehoefte (Fins model). Geen frisdranken, geen snoepautomaten in scholen.
  • Centrale inkoop organiseren om kosten te drukken: gemeenschappelijke aanbestedingen per scholengroep, lokale leveranciers prefereren waar mogelijk.
  • Brooddozenbeleid: scholen die geen warme maaltijden aanbieden, krijgen ondersteuning voor gezonde brooddooscriteria en drinkwatervoorziening.
  • Financiering: een startinvestering van ongeveer €100 miljoen per jaar voor scholen in kansarme buurten (ongeveer een kwart van de leerlingen), oplopend naar €330–440 miljoen per jaar bij universele dekking van het lager onderwijs. De baten voor gezondheid, leerprestaties en later inkomen zijn goed gedocumenteerd.

Bewezen in: Finland (universele gratis schoolmaaltijden sinds 1948, €2,80/maaltijd, volledige dekking pre-primair t/m secundair), Zweden (universeel: 0,6 à 0,8 cm langer, +3% levensinkomen, +6% voor kinderen uit arme gezinnen), Estland (universele gratis schoolmaaltijden), VK/Engeland (Universal Infant Free School Meals sinds 2014: obesitas bij de jongste leerlingen 7% lager).


Standpunt 3: Tabaksbeleid: eerlijke prijs, correcte informatie, geen verbod

Feiten

Roken is een persoonlijke keuze. De tabaksaccijnzen brachten €2,67 miljard op (2025), meer dan de gemeten zorgkosten van roken (€534 à 727 miljoen per jaar) en ook meer dan de ruimere raming van €1,5 miljard aan zorgkosten en productiviteitsverlies samen (2016). Maar die ramingen rekenen de grootste schade niet mee: roken veroorzaakt in België meer dan 9.400 doden per jaar (2020), 7% van alle overlijdens, ruim 25 per dag. De prevalentie daalde van 15,4% dagelijkse rokers in 2018 naar 12,8% in 2023-2024, maar de sociaaleconomische kloof blijft groot: 18% van wie geen hoger diploma heeft, rookt dagelijks, tegenover 8% van de hoger opgeleiden.

Het Belgische tabaksbeleid werd stap voor stap strenger: neutrale verpakking (sinds 2020, sinds juni 2026 ook voor andere rookwaren), als eerste EU-land een verbod op wegwerp-e-sigaretten (januari 2025) en een uitstalverbod (april 2025). De Interfederale Strategie voor een rookvrije generatie mikt op 10% rokers in 2028 en 5% in 2040. Een pakje van een premiummerk steeg van €6,80 (2020) naar €11,50 (2024): duurder dan in Duitsland en Luxemburg, goedkoper dan in onder meer Frankrijk en Ierland. Volgens een KPMG-studie in opdracht van de tabaksindustrie komt meer dan een derde van de in België gerookte sigaretten (34,5% in 2024) uit het buitenland of is ze nagemaakt.

Internationaal is de bewijshiërarchie helder: de WHO en OESO identificeren belastingverhoging als de meest effectieve tabaksmaatregel, gevolgd door rookvrije omgevingen en totale reclameverboden. Een prijsstijging van 10% vermindert het verbruik met ~4%. In Australië, met neutrale verpakking sinds 2012 en forse accijnsverhogingen, daalde het aandeel dagelijkse rokers bij volwassenen van 22,4% (2001) naar 10,6% (2022). Nieuw-Zeeland schrapte in februari 2024 zijn generatieverbod, onder meer om de tabaksaccijnzen (NZ$1,67 miljard in 2022-2023) te behouden voor beloofde belastingverlagingen: een waarschuwing tegen fiscale afhankelijkheid van tabaksinkomsten. Het VK koos met de Tobacco and Vapes Act 2026 wel voor een generatieverbod.

Wat we gaan doen

  • Accijnzen verhogen tot de prijs de volledige maatschappelijke kost reflecteert (Pigouviaanse taks), ook de vroegtijdige sterfte die de gemeten kosten niet bevatten. Prijs is bovendien het sterkste middel om jongeren van de eerste sigaret af te houden. Stapsgewijze verhoging naar €14–15 per pakje over drie jaar, met automatische indexering.
  • Geen verbod: roken verbieden werkt niet en creëert een zwarte markt. Volwassenen mogen roken, maar betalen de eerlijke prijs.
  • Verkoop aan minderjarigen strikt handhaven: mystery shopping door de tabaksinspectie van het Federaal Gezondheidsagentschap, hogere boetes bij overtredingen, en leeftijdsverificatie bij online verkoop.
  • Reclameverbod uitbreiden: België's bestaande reclamebeperkingen consequent handhaven, inclusief op sociale media en bij sportevenementen.
  • E-sigaretten strikt reguleren: e-sigaretten zijn geen gezond alternatief maar chemische producten waarvan de langetermijneffecten onbekend zijn. Streng marketing- en verkoopverbod aan jongeren handhaven. Het Belgische verbod op wegwerp-e-sigaretten (sinds januari 2025, als eerste EU-land) blijft behouden.
  • Grenseffecten monitoren: samenwerking met buurlanden voor prijsharmonisatie en illegale handel bestrijden. Volgens een studie in opdracht van de tabaksindustrie liep de schatkist in 2024 zo'n €544 miljoen aan belastinginkomsten mis door smokkel- en namaaksigaretten; dat vraagt om een Europese aanpak.

Bewezen in: Australië (neutrale verpakking + accijnsverhogingen: dagelijkse rokers van 22,4% naar 10,6% in ruim 20 jaar), Zweden (ongeveer 5% dagelijkse rokers in 2024, het laagste van de EU, deels via harm reduction met snus). Waarschuwing uit: Nieuw-Zeeland (generatieverbod geschrapt in februari 2024 wegens fiscale afhankelijkheid van tabaksinkomsten).


Standpunt 4: Alcoholbeleid: de vergeten volksgezondheidscrisis

Feiten

België kreeg pas in maart 2023 een eerste interfederaal alcoholplan. De alcoholaccijnzen brachten €745 miljoen op (2025). Op gewone wijn heft België €74,91 per hectoliter (2019), meer dan onder meer Duitsland, Italië en Spanje, die op wijn helemaal geen accijns heffen. Het probleem is dus niet dat België wijn uitzonderlijk laag belast, maar dat de alcoholaccijnzen samen de schade niet dekken.

Belgen drinken gemiddeld 10,8 liter pure alcohol per inwoner vanaf 15 jaar (WHO, 2019). Alcohol veroorzaakte meer dan 4.600 doden in 2022 (4% van alle overlijdens) en kost de samenleving ~€1,55 miljard per jaar aan zorgkosten en productiviteitsverlies (2012). Die kosten (2012) zijn al het dubbele van de accijnsopbrengst (2025). België's alcoholtaksen dekken de externe kosten niet.

Schotland's Minimum Unit Pricing (MUP, 50 pence per eenheid sinds mei 2018, verhoogd naar 65 pence in september 2024) leverde harde resultaten: 156 levens per jaar gered, 411 ziekenhuisopnames vermeden, en een daling van 13,4% in alcoholgerelateerde sterfgevallen, met de grootste effecten in de meest achtergestelde wijken. Ierland heeft MUP sinds januari 2022, Wales sinds maart 2020.

De Scandinavische alcoholmonopolies tonen dat staatsverkoop van alcohol werkt als volksgezondheidsinstrument. Het Zweedse Systembolaget (volledig in staatshanden, gesloten op zondag, zonder verkoopbevorderende marketing) geniet brede publieke steun. Een studie schat dat vervanging van Systembolaget door supermarktverkoop het verbruik met 31% zou verhogen (bij vervanging door private slijterijen 20%). WHO/Europa concludeerde in februari 2025 dat landen met staatsmonopolies lagere alcoholconsumptie en minder alcoholgerelateerde schade hebben.

Wat we gaan doen

  • Alcoholaccijnzen verhogen: de opbrengst dekt nog niet de helft van de maatschappelijke kosten. Geleidelijke verhoging naar een niveau dat de maatschappelijke kosten beter reflecteert, met prioriteit voor de goedkoopste producten.
  • Minimum Unit Pricing onderzoeken naar Schots model: een minimumprijs per eenheid alcohol die niet de hele horeca treft maar wel de goedkoopste, meest schadelijke producten duurder maakt. De Schotse resultaten (-13,4% alcoholsterfte, 156 levens/jaar) zijn overtuigend.
  • Geen drankverbod, geen staatsmonopolie: HART kiest niet voor het Scandinavische monopoliemodel. Dat past niet bij de Belgische cultuur en economie. Wél voor eerlijke prijzen via accijnzen die de maatschappelijke kost dekken.
  • Reclamebeperking voor minderjarigen strikt handhaven: beperkingen op alcoholreclame en leeftijdsgrenzen wettelijk vastleggen en afdwingen, zonder ze af te zwakken onder druk van de sector.

Bewezen in: Schotland (MUP: -13,4% alcoholsterfte, 156 levens/jaar gered, grootste effect in armste wijken), Ierland (MUP sinds 2022), Wales (MUP sinds 2020). Referentie: Scandinavische monopolies (Systembolaget: vervanging door supermarktverkoop zou consumptie +31% verhogen, WHO/Europa 2025: landen met monopolies hebben lagere schade).


Standpunt 5: Obesitas aanpakken: suikertaks naar Brits model

Feiten

Sciensano's Voedselconsumptiepeiling 2022–2023 (gemeten, niet zelfgerapporteerd) toont dat 49% van de Belgen vanaf 3 jaar overgewicht heeft, van wie 18% obesitas. Bij volwassenen loopt overgewicht op van 42% (18-39 jaar) tot 71% (65-plussers). In Wallonië bereikt obesitas 22%, in Vlaanderen 16%. De sociaaleconomische kloof is scherp: 23% obesitas bij laagopgeleiden versus 10% bij hoogopgeleiden. Opvallend: de gewichtstoestand van de bevolking is volgens Sciensano onveranderd gebleven tussen 2014–2015 en 2022–2023. Het probleem stabiliseert op een hoog niveau, maar daalt niet. Overgewicht en obesitas kosten samen €4,5 miljard per jaar (2018): €3,3 miljard directe zorgkosten, 13,5% van de totale jaarlijkse zorgkosten, en €1,2 miljard productiviteitsverlies.

Het VK's Soft Drinks Industry Levy (sinds april 2018) is het internationale succesmodel. De getrapte structuur (bij de start: geen heffing onder 5g suiker/100ml, £0,18/L bij 5–8g, £0,24/L vanaf 8g; sinds 2025 jaarlijks geïndexeerd) met twee jaar aanlooptijd dreef fabrikanten tot reformulatie: 46% minder toegevoegde suiker in frisdranken en ongeveer 45.000 ton suiker per jaar minder. De geraamde opbrengst werd nog vóór de start teruggeschroefd van £520 miljoen naar £240 miljoen: precies omdat de taks werkte. Mexico's sodataks (10% accijns, 2014) verminderde aankopen met 7,6%, met de grootste daling bij de laagste inkomens. Hongarije's taks op ongezonde voedingsproducten (2011) is het tegenvoorbeeld: na een aanvankelijke daling steeg het verbruik van de belaste producten opnieuw tussen 2012 en 2018. Een vlakke taks per product, zonder getrapte drempels, verliest zijn effect.

De kritische les: getrapte taksen die producenten belonen voor herformulering (VK) werken beter dan vlakke taksen (Hongarije). België heft sinds 2016 wel een accijns op frisdranken, maar die is vlak: ongeveer 12 cent per liter sinds 2018, ook op light- en zerodranken, zonder onderscheid naar suikergehalte. Zo'n heffing beloont herformulering niet. De OESO berekende dat elke dollar geïnvesteerd in obesitaspreventie tot $6 aan economische baten oplevert.

Wat we gaan doen

  • Getrapte suikertaks invoeren naar Brits model: heffing op suikerhoudende dranken met drempelwaarden die herformulering stimuleren. Geen vlakke taks à la Hongarije. Aanlooptijd van 18 maanden zodat producenten hun recepturen kunnen aanpassen.
  • Reclameverbod op ongezond voedsel gericht op kinderen: de Belgische zelfregulering van de voedingssector (vrijwillige beperking voor <16 jaar) is onvoldoende. De Hoge Gezondheidsraad vroeg om strengere regels. Wettelijk verbod op HFSS-reclame vóór 21u en online gericht op minderjarigen, naar Brits model.
  • Geen vetbelasting of verbod op voedingsmiddelen: HART betuttelt volwassenen niet over wat ze eten. De suikertaks richt zich op een specifiek product (gesuikerde dranken) waar het bewijs het sterkst is en de herformulatie het makkelijkst.
  • Preventiebudget trapsgewijs verhogen: België's preventie-uitgaven optrekken van minder dan 2% naar minstens 3% van de gezondheidsuitgaven binnen één legislatuur, en naar 5% binnen twee legislaturen, boven het EU-gemiddelde van 4%. Gefinancierd uit efficiëntiewinsten in het curatieve luik (zie #24 Gezondheidszorg, standpunt 7 fraudebestrijding). Concrete middelen voor voedingseducatie in scholen, eerstelijnspreventie bij huisartsen, en uitrol van bewezen preventieprogramma's.
  • Gezondheidsvaardigheden structureel in het curriculum: vanaf het kleuter- en basisonderwijs leren kinderen voedingslabels lezen, omgaan met hun mentale gezondheid, kritisch naar online gezondheidsinformatie kijken, en weten wanneer ze naar de huisarts gaan of de spoed. Geen apart vak, wel een vaste rode draad. Verdere uitwerking in #3 Onderwijs.

Bewezen in: VK (Soft Drinks Industry Levy: -46% toegevoegde suiker in frisdranken, ongeveer 45.000 ton/jaar minder, effect op kindobesitas in achtergestelde gebieden), Mexico (sodataks: -7,6% aankopen, grootste effect bij lage inkomens), Chili (combinatie labels + reclamebeperkingen + taks: -23,7% aankopen van dranken met een waarschuwingslabel). Waarschuwing uit: Hongarije (taks op ongezonde producten: het verbruik steeg opnieuw tussen 2012 en 2018; een vlakke taks zonder getrapte drempels verliest zijn effect).


Standpunt 6: Nationale gezondheidsdoelstellingen: meten en afrekenen

Feiten

Volksgezondheidsbeleid in België is een mistig terrein. Iedereen roept iets, niemand wordt op iets afgerekend. Er zijn geen wettelijk vastgelegde, meetbare doelstellingen waarop de regering in het parlement wordt afgerekend. Het gevolg is bekend: overgewicht en obesitas bleven tussen 2014-2015 en 2022-2023 steken op hetzelfde hoge niveau (18% obesitas), de sociale gezondheidskloof blijft groot, preventie-uitgaven blijven onder 2% van de gezondheidsuitgaven hangen, en elke legislatuur begint weer van voor af aan.

Landen die wél meetbare doelstellingen vastleggen, boeken resultaat. Finland werkt al decennia met nationale volksgezondheidsprogramma's met meetbare doelen. Nederland sloot in 2018 een Nationaal Preventieakkoord met concrete streefcijfers voor 2040 op roken, overgewicht en probleemdrinken. De WHO Europa vraagt via haar European Programme of Work om meetbare doelstellingen per lidstaat, gekoppeld aan regelmatige monitoring. Meten is weten. En afrekenen maakt het hard.

Wat we gaan doen

  • Federaal parlement legt om de 10 jaar meetbare gezondheidsdoelstellingen vast: levensverwachting in gezonde jaren, sociale gezondheidskloof (verschil tussen hoogste en laagste inkomensgroep), obesitas bij kinderen en volwassenen, rookprevalentie, alcoholgerelateerde sterfte, vaccinatiegraad, mentale gezondheid. Concrete cijfers, geen intentieverklaringen.
  • Jaarlijkse voortgangsrapportage aan het parlement door de Belgische Zorgautoriteit (zie Gezondheidszorg, standpunt 1). Publiek, volledig, zonder gefilterde samenvattingen door de kabinetten.
  • Regering wordt erop afgerekend: haalt ze de doelstellingen niet, dan moet ze in het parlement uitleggen waarom en een bijsturingsplan voorleggen. Geen sanctie, wel politieke verantwoordelijkheid.
  • Elke minister van Volksgezondheid start met een contract: de 10-jaarsdoelstellingen vertalen naar legislatuurdoelstellingen, met harde cijfers in de beleidsverklaring bij de start van elke regering.

Bewezen in: Finland (nationale volksgezondheidsprogramma's met meetbare doelen, structurele daling cardiovasculaire sterfte), Nederland (Nationaal Preventieakkoord 2018 met streefcijfers 2040 voor roken/overgewicht/alcohol), WHO European Programme of Work (meetbare doelen en monitoring voor de lidstaten).


Samenvatting

HART's volksgezondheidsprogramma steunt op één helder principe: de overheid grijpt in waar de markt faalt, niet waar een burger een keuze maakt die anderen niet schaadt. Dit principe leidt tot zes concrete hervormingssporen.

Het eerste standpunt raakt de kern van informatieasymmetrie: voedingslabeling. Nutri-Score is fundamenteel gebrekkig. Een systeem dat cornflakes vol suiker jarenlang een goede score gaf, olijfolie afstrafte en ultrabewerking negeert, informeert niet maar misleidt. HART steunt Nutri-Score niet langer als beleidsinstrument en pleit in de EU voor een beter alternatief dat per portie berekent, ultrabewerking meeneemt, en de consument werkelijk helpt een geïnformeerde keuze te maken. Tegelijk pakken we misleidende gezondheidsbeweringen op verpakkingen aan, via de nutriëntprofielen die de EU al sinds 2009 had moeten vaststellen.

Het tweede standpunt is een van de best renderende investeringen in volksgezondheid: gratis gezonde schoolmaaltijden voor alle leerlingen in het lager onderwijs, voor €330 à 440 miljoen per jaar bij volledige dekking. Zweedse kinderen die schoolmaaltijden kregen, werden langer en verdienden over hun loopbaan 3% meer; kinderen uit arme gezinnen 6% meer. België heeft, anders dan Finland en Zweden, geen universeel programma, en in Vlaanderen gaat de kwaliteit van de warme schoolmaaltijden achteruit. Kinderen kunnen geen autonome voedselkeuze maken. Hier grijpt de overheid in.

Het derde en vierde standpunt betreffen roken en alcohol, waar de prijs de maatschappelijke schade niet weerspiegelt. Alcohol kost de samenleving ongeveer €1,55 miljard per jaar aan zorg en productiviteitsverlies, het dubbele van wat de alcoholaccijnzen opbrengen. Bij tabak dekken de accijnzen de gemeten zorgkosten, maar niet de meer dan 9.400 levens die roken elk jaar kost. HART wil de prijs laten stijgen tot ze de werkelijke schade weerspiegelt, via Pigouviaanse taksen. Geen verboden: wat een volwassene rookt of drinkt is zijn zaak, maar hij betaalt de eerlijke prijs. Voor alcohol wil HART een substantiële verhoging van de accijnzen en een onderzoek naar Minimum Unit Pricing, het Schotse model dat 156 levens per jaar redt met het grootste effect in de armste wijken.

Het vijfde standpunt richt zich op obesitas: de helft van de bevolking heeft overgewicht en overgewicht en obesitas kosten samen €4,5 miljard per jaar. Het Britse suikertaksmodel, een getrapte heffing die herformulering stimuleert, haalde elk jaar ongeveer 45.000 ton suiker uit frisdranken. Hongarije's vlakke taks op ongezonde producten verloor op termijn zijn effect. HART kiest voor het bewezen model: een getrapte taks op gesuikerde dranken, gecombineerd met een wettelijk reclameverbod op ongezond voedsel gericht op kinderen.

Het zesde standpunt maakt het geheel hard. Nationale gezondheidsdoelstellingen die het federaal parlement om de 10 jaar vastlegt, met concrete cijfers voor levensverwachting in gezonde jaren, sociale gezondheidskloof, obesitas, roken en mentale gezondheid. De Belgische Zorgautoriteit rapporteert jaarlijks, de regering wordt erop afgerekend. Zonder meetbare doelstellingen blijft volksgezondheidsbeleid een mist van intenties. HART kiest voor meten en afrekenen, zoals Finland en Nederland al doen.


Volksgezondheid is geen moraalbeleid. Waar de markt faalt, grijpt de overheid in met transparante informatie, eerlijke prijzen en bescherming van kinderen. Waar de markt werkt en de burger een geïnformeerde keuze maakt, respecteert de overheid die keuze. Elke maatregel wordt beoordeeld op bewijs, niet op ideologie.