Kernprincipe
De staat is een aandeelhouder, niet een weldoener. België bezit een portfolio aan federale participaties van naar schatting €20 miljard dat jaarlijks ongeveer €800 miljoen tot €1 miljard aan dividenden oplevert, maar beheert dit vermogen zonder eigendomsdoctrine, zonder professioneel governancekader en zonder langetermijnstrategie voor vermogensopbouw. Noorwegen bewijst dat een staat die als professionele aandeelhouder optreedt, met politieke onafhankelijkheid, transparantie en rendementsdiscipline, nationaal vermogen kan vermenigvuldigen: het GPFG groeide van nul naar meer dan $2 biljoen in dertig jaar. Het Singaporese Temasek maakte van S$354 miljoen in 1974 een portfolio van S$434 miljard (2025), zonder politieke inmenging in investeringsbeslissingen. HART kiest voor dit model: de staat als kapitaalkrachtige, professionele belegger die rendement nastreeft voor elke Belg. Geen politieke benoemingen, geen subsidies als vangnet voor slecht management, geen uitverkoop van de kronjuwelen om begrotingsgaten te dichten. Elk staatsbedrijf dat structureel verlieslatend is, wordt geherstructureerd of afgestoten. Elke winst wordt geherinvesteerd om het staatsvermogen te laten groeien.
Feiten en cijfers
| Feit | Cijfer | Bron |
|---|---|---|
| SFPI-FPIM | Balanstotaal €11,7 miljard, winst €211 miljoen, 189 bedrijven en fondsen, ongeveer 40 medewerkers (2025); daarnaast ongeveer €14 miljard beheerd voor rekening van de federale staat | SFPI-FPIM |
| Waarde federale participaties | Naar schatting ongeveer €20 miljard (Belfius, BNP Paribas, Proximus, Brussels Airport, Ethias, bpost en de overige SFPI-FPIM-portefeuille) | Eigen raming HART |
| Belfius nettowinst | €1,16 miljard (recordjaar 2025) | Belfius jaarresultaten 2025 |
| Belfius geschatte waarde | ~€10 miljard, afgeleid uit de verwachte opbrengst van ~€2 miljard voor 20% van de aandelen (2026) | SFPI-FPIM / VRT NWS |
| Belfius cumulatief dividend aan staat | Ruim €3,5 miljard sinds 2011 (bijna €3 miljard tot en met het dividend over 2024, plus €250 miljoen buitengewoon dividend en €454,6 miljoen over 2025) | Belfius jaarresultaten 2024 en 2025 |
| Verkoop minderheidsbelang Belfius | Verkoopproces voor maximaal 20% gestart in juni 2026, via onderhandse plaatsing, verwachte opbrengst tot ~€2 miljard | SFPI-FPIM / VRT NWS |
| BNP Paribas-belang | ~5,6% (63,3 miljoen aandelen), waarde ongeveer €5 miljard (2025) | Reuters |
| BNP Paribas dividend | ~€300 miljoen (€4,79 per aandeel over 2024) | BNP Paribas |
| Proximus (53,51% staat) | Marktwaarde staatsaandeel ongeveer €1,1 miljard (koers ~€6,2, september 2026) | Euronext |
| Proximus dividendverlaging | €1,20 (FY2023) → €0,60 (FY2024 en FY2025) → €0,30 beoogd (FY2026), daarna €0,40 en €0,50 beoogd | Proximus investor relations |
| Bpost-groep, hernoemd tot bnode (51,04% staat) | Koers van €28,30 (piek 2018) naar ongeveer €1,1 (september 2026) | Euronext |
| Bpost fraudeschandaal | €75 miljoen provisie (2023) om mogelijk te hoge vergoedingen bij overheidscontracten (verwerking van verkeersboetes, beheer van overheidsrekeningen) terug te betalen + €299,4 miljoen waardevermindering op Radial (VS, 2024) | Bpost jaarverslag 2024; VRT NWS (22 september 2023) |
| Ethias (31,66% federaal) | Premies €3,83 mrd, nettowinst €229 mln, Solvency II-ratio 203% (2025), Fitch A+ (stabiel) | Ethias jaarresultaten 2025 |
| NMBS exploitatiecompensatie | Ruim €1,2 miljard per jaar voor de openbaredienstopdracht (2024), plus €794,5 miljoen investeringscompensatie | Openbaredienstcontract NMBS 2023-2032 |
| Federale financiering spoor | Ongeveer €4 miljard per jaar: NMBS ongeveer €2 miljard, Infrabel ongeveer €2 miljard (2024) | Openbaredienstcontract NMBS / Infrabel jaarverslag 2024 |
| NMBS stiptheid | 91,7% (2025): beste in 20 jaar, de COVID-jaren niet meegerekend | NMBS persberichten |
| NMBS reizigers | 207,8 miljoen (2025, nieuwe telmethode) | NMBS resultaten 2025 |
| NMBS economische schuld | €1,53 miljard eind 2025, tegenover €2,15 miljard eind 2024 | NMBS resultaten 2025 |
| VRT overheidsfinanciering | €306 miljoen (basistoelage €258 miljoen plus indexering en aanvullende middelen), bijna 60% van €528 miljoen opbrengsten (2025) | VRT jaarverslag 2025 |
| VRT-profielen (nodig voor VRT MAX) | 64,2% van de Vlamingen (eind 2025) | VRT jaarverslag 2025 |
| VRT wekelijks bereik | 90,6% van de Vlamingen (2025) | VRT jaarverslag 2025 |
| RTBF dotaties | ~€389 miljoen (gewone dotatie €350,8 miljoen plus dotaties voor pensioenen, ESR-compensatie, TV5 en toegankelijkheid), 81% van €479,7 miljoen inkomsten (2025) | RTBF jaarverslag 2025 |
| BBC Studios | £2,1 miljard omzet, £225 miljoen winst (2024/25) | BBC Annual Report 2024/25 |
| BBC-groep | £137 miljoen operationeel tekort (2024/25), ondanks £3,8 mrd licentiegeld | BBC Annual Report 2024/25 |
| Noors GPFG | NOK 21.268 miljard (ruim $2 biljoen) eind 2025, 15,1% rendement (2025) | NBIM jaarverslag 2025 |
| Noors GPFG beheerkosten | 0,04% van het vermogen (2025) | NBIM jaarverslag 2025 |
| Noors GPFG begrotingsregel | Max 3% jaarlijkse onttrekking (verwacht reëel rendement) | Noors Ministerie van Financiën |
| Noorse SOE's | 69 bedrijven, NOK 1.319 mrd waarde, NOK 102,4 mrd dividend (2024) | Statens eierrapport 2024 |
| Temasek (Singapore) | S$434 mrd portefeuille (2025), 14% samengesteld jaarrendement sinds 1974 | Temasek Review 2025 |
| Solidium (Finland) | €9,1 mrd, 36,5% rendement (2025), €585 mln dividend aan staat | Solidium jaarverslag 2025 |
| Bpifrance (Frankrijk) | €21,5 mrd beheerd via fund-of-funds in meer dan 650 partnerfondsen, €896 mln nettowinst (2024) | Bpifrance |
| Israël Yozma-programma | $100 mln overheidsinvestering (1993); jaarlijkse VC-investeringen groeiden van $58 mln (1991) naar $3,3 mrd (2000) | OESO (2003); Start-up Nation (2009) |
| Tesi (Finland) venture capital | €3,2 mrd beheerd (eind 2025); mature Finse durfkapitaalfondsen (opgericht 2006-2015) halen ~18% IRR | Tesi |
| Spectrumveiling België 2022 | Ruim €1,4 miljard (multibandveiling, 5G en bestaande banden, vergunningen voor 20 jaar) | BIPT |
| VK spoorprivatisering | Passagiersdiensten gaan bij het aflopen van hun contract terug naar publiek beheer (Great British Railways) | UK Passenger Railway Services (Public Ownership) Act 2024 |
| Sabena faillissement | 7 nov 2001, grootste faillissement uit de Belgische geschiedenis, ongeveer 7.300 banen verloren | Business AM |
Standpunt 1: Professioneel staatseigenaarschap: het Noors model voor België
Feiten
België beheert een portfolio aan federale participaties van naar schatting €20 miljard zonder gepubliceerde eigendomsdoctrine, zonder heldere scheiding tussen commerciële en beleidsmatige doelstellingen, en zonder professionele standaarden voor bestuursbenoemingen. Het contrast met referentielanden is scherp.
Noorwegen legt zijn eigendomsbeleid regelmatig vast in een witboek voor het parlement. Het witboek Meld. St. 6 (2022–2023) deelt de staatsbedrijven in twee categorieën in: categorie 1 (doel: hoogst mogelijk rendement op lange termijn) en categorie 2 (doel: zo efficiënt mogelijke uitvoering van publiek beleid). In 2024 was de Noorse staat rechtstreeks eigenaar in 69 bedrijven, samen NOK 1.319 miljard waard, die NOK 102,4 miljard dividend opleverden. Bestuursleden worden benoemd op basis van competentie, niet politieke kleur. Het Noorse staatsfonds GPFG haalde 100/100 in de Global Pension Transparency Benchmark (2024 en 2025).
Het Singaporese Temasek staat op afstand van de politiek: de grondwet beschermt zijn reserves, de raad van bestuur telt een meerderheid van onafhankelijke leden uit de private sector, en noch de president, noch de regering is betrokken bij investeringsbeslissingen. Resultaat: S$354 miljoen in 1974 werd S$434 miljard in 2025, een samengesteld jaarlijks rendement van 14% over 50 jaar.
Het Finse Solidium, dat sinds 2008 de minderheidsbelangen van de staat in beursgenoteerde bedrijven professioneel beheert, bezit €9,1 miljard in 11 beursgenoteerde bedrijven, haalde 36,5% rendement in 2025 en keerde de staat €585 miljoen dividend uit. Het Oostenrijkse ÖBAG biedt een waarschuwing: gelekte chatberichten over de benoeming van CEO Thomas Schmid, een vertrouweling van kanselier Kurz, leidden tot Schmids vertrek en tot een strafproces tegen Kurz over zijn verklaringen daarover (in 2025 in beroep vrijgesproken).
De OESO herzag in 2024 haar richtlijnen voor corporate governance van staatsbedrijven, die alle OESO-landen onderschrijven, met als kernprincipes: competentiegebaseerde bestuursbenoemingen, scheiding van eigenaarschap en regulering, transparantienormen gelijk aan beursgenoteerde bedrijven, en duidelijke identificatie en kostenberekening van publieke dienstverlening.
Wat we gaan doen
- Een Belgisch staatseigenaarschap-witboek publiceren naar Noors model: heldere classificatie van alle participaties in twee categorieën (commercieel rendement vs. publiek beleid), met per bedrijf een expliciete doelstelling, rendementsverwachting en dividendbeleid.
- Professionele bestuursbenoemingen verplichten: geen politieke postjes, geen kabinetsmedewerkers in raden van bestuur van commerciële staatsbedrijven. Benoemingen via openbare competentieprofielen en selectie op score door de kamer bestuur van het Onafhankelijk Benoemingsorgaan (art. 38 HART-grondwet), naar Noors en Singaporees model.
- Scheiding van eigenaarschap en regulering: SFPI-FPIM wordt opgesplitst in een Federale Staatsholding en een Belgisch Staatsinvesteringsfonds (zie Standpunt 6); de Federale Staatsholding wordt de enige aandeelhouder namens de staat. Vakministeries reguleren sectoren maar zitten niet aan tafel als eigenaar. Geen dubbelrollen.
- Transparantie naar Noors niveau: jaarlijks publiek eigenaarschapsrapport met waardering, rendement, bestuurssamenstelling en dividendbeleid per participatie. Elke Belg kan zien wat zijn vermogen opbrengt.
- OESO-richtlijnen 2024 volledig implementeren: België onderschrijft deze richtlijnen maar past ze niet systematisch toe. HART maakt ze bindend voor alle federale participaties.
Bewezen in: Noorwegen (69 SOE's, NOK 1.319 mrd waarde, NOK 102,4 mrd dividend in 2024, twee-categorieënsysteem; staatsfonds GPFG met 100/100 transparantiescore), Singapore (Temasek: S$434 mrd, 14% samengesteld jaarrendement over 50 jaar, grondwettelijk beschermde reserves en geen politieke inmenging in investeringen), Finland (Solidium: €9,1 mrd, 11 beursgenoteerde bedrijven, 36,5% rendement in 2025, €585 mln dividend aan de staat). Waarschuwing uit: Oostenrijk (ÖBAG-schandaal: de politiek gestuurde benoeming van de CEO leidde tot een strafproces tegen kanselier Kurz).
Standpunt 2: Participaties behouden en actief beheren als aandeelhouder
Feiten
België bezit waardevolle activa die jaarlijks honderden miljoenen opleveren. Belfius, in 2011 gekocht voor €4 miljard, is ongeveer €10 miljard waard (afgeleid uit de verwachte opbrengst van €2 miljard voor 20% van de aandelen in 2026) en boekte een recordwinst van €1,16 miljard in 2025. Sinds 2011 keerde Belfius de staat al ruim €3,5 miljard aan dividenden uit. Het BNP Paribas-belang (ongeveer 5,6%, 63,3 miljoen aandelen) is ongeveer €5 miljard waard en leverde ongeveer €300 miljoen dividend op (2025). Ook de redding van Fortis Bank (€9,4 miljard in 2008) is terugverdiend: de verkoop van 25% van BNP Paribas Fortis (€3,25 miljard in 2013), de verkoop van BNP Paribas-aandelen in 2017 en in 2023 (die laatste alleen al €2,2 miljard) en het resterende belang liggen samen al boven de inbreng, nog zonder de dividenden.
Maar er zijn ook verliezers. Bpost zakte van een recordkoers van €28,30 (2018) naar ongeveer €1,1 per aandeel (september 2026), na een fraudeschandaal rond de krantenconcessie en een desastreuze overname in de VS (Radial: €299,4 miljoen waardevermindering in 2024). Proximus halveerde zijn dividend van €1,20 (over 2023) naar €0,60 en mikt op €0,30 over 2026. NMBS kan zijn openbaredienstopdracht alleen uitvoeren met ruim €1,2 miljard exploitatiecompensatie van de staat per jaar.
In 2026 startte de verkoop van maximaal 20% van Belfius, die tot ongeveer €2 miljard moet opleveren. Wie staatsbelangen verkoopt om een begrotingsgat te dichten, ruilt een structurele dividendenstroom in voor een eenmalige opbrengst: precies wat de Noorse begrotingsregel voorkomt.
Wat we gaan doen
- Alle strategische participaties behouden: Belfius, BNP Paribas-belang, Ethias, Proximus, bpost, NMBS. Niet verkopen om de begroting op te smukken.
- Verkoop enkel voor vermogensopbouw: als de staat aandelen van Belfius of een andere participatie verkoopt, via een beursgang of een onderhandse plaatsing, dan vloeit de opbrengst uitsluitend naar het staatsinvesteringsportfolio. Niet naar de lopende begroting. Het Noors model is helder: vermogen wordt geherinvesteerd, niet opgesoupeerd.
- Actief aandeelhouderschap: de staat gedraagt zich als een veeleisende aandeelhouder. Rendementsdoelstellingen per participatie, consequenties bij structureel ondermaatse prestaties, en actieve betrokkenheid bij strategie. Zonder operationele inmenging.
- Bpost saneren: het fraudeschandaal en de Radial-mislukking vereisen een diepgaande turnaround. Bpost krijgt een heldere deadline van drie tot vijf jaar om winstgevend te worden. Zo niet: herstructurering of gecontroleerde afbouw.
- Dividendbeleid formaliseren: winsten van staatsbedrijven vloeien terug naar het investeringsportfolio, niet naar de federale begroting. België volgt de Noorse 3%-regel: enkel het verwachte reële rendement mag worden besteed, niet het kapitaal. De winst van het nieuwe staatsenergiebedrijf gaat naar het Belgisch Energiefonds (zie partijpunt Energie).
Bewezen in: Noorwegen (begrotingsregel: max 3% onttrekking uit GPFG; vermogen groeide van 0 naar meer dan $2 biljoen doordat olie-inkomsten en rendementen belegd bleven in plaats van uitgegeven), België (Belfius: van €4 mrd aankoop naar ~€10 mrd waarde en ruim €3,5 mrd cumulatief dividend, bewijs dat actief staatseigenaarschap werkt). Waarschuwing uit: België (Sabena: grootste faillissement uit de Belgische geschiedenis, ongeveer 7.300 banen verloren door slecht management en politieke inmenging; bpost: van €28,30 naar ongeveer €1,1 door fraudeschandaal en mislukte VS-expansie).
Standpunt 3: VRT en RTBF: van dotatie-afhankelijk naar marktgericht mediabedrijf
Feiten
VRT had in 2025 €528 miljoen aan opbrengsten, waarvan €306 miljoen overheidsfinanciering (bijna 60%: een basistoelage van €258 miljoen plus indexering en aanvullende middelen) en €83 miljoen uit commerciële communicatie, onder een geïndexeerd plafond van €91,8 miljoen. Het wekelijks bereik is indrukwekkend (90,6% van de Vlamingen in 2025) en 64% van de Vlamingen heeft een VRT-profiel, nodig voor VRT MAX. Maar de financiële afhankelijkheid van de overheid is groot.
RTBF ontvangt proportioneel zelfs meer publiek geld: ongeveer €389 miljoen aan dotaties (81% van €479,7 miljoen inkomsten in 2025) voor een kleinere bevolking. RTBF boekte in 2025 voor het negentiende jaar op rij een positief bedrijfsresultaat, maar enkel dankzij publieke financiering.
Internationaal staan weinig publieke omroepen volledig op eigen benen. Het Britse Channel 4 is in overheidshanden en draait zonder licentiegeld op eigen commerciële inkomsten, vooral reclame (ruim £1 miljard omzet in 2024), maar het is de uitzondering. De BBC, het bekendste voorbeeld van commercieel succes, haalde met BBC Studios £2,1 miljard omzet in 2024/25, maar de winst van £225 miljoen is amper 6% van de £3,8 miljard licentiegeld. De BBC-groep maakte £137 miljoen operationeel tekort in 2024/25. Voor VRT, met een Nederlandstalige thuismarkt van ongeveer zeven miljoen mensen, is het BBC-model van internationale expansie structureel onhaalbaar vanwege de taalbeperking.
Wat we gaan doen
- VRT omvormen tot een marktgericht mediabedrijf met een duidelijke opdracht: maximaal marktaandeel veroveren in Vlaanderen én de Nederlandstalige markt internationaal (Nederland, Suriname, diaspora). VRT MAX als kernplatform voor digitale groei.
- Franstalige markt: RTBF krijgt dezelfde opdracht: ook de Franse markt veroveren. Beide omroepen worden beoordeeld op marktaandeel, kijkcijfers en commerciële groei, niet enkel op cultuurpolitieke indicatoren.
- Commerciële vrijheid vergroten: de wettelijke beperkingen op reclame-inkomsten herzien. VRT en RTBF moeten meer ruimte krijgen om advertentie-inkomsten, abonnementsmodellen en content licensing te ontwikkelen.
- Dotatie geleidelijk afbouwen naarmate commerciële inkomsten stijgen. Geen abrupte stopzetting, maar een duidelijk traject: elke euro extra commerciële omzet vermindert de dotatie-afhankelijkheid. Het doel is een mediabedrijf dat op termijn op eigen benen staat.
- Eerlijk: volledig zelfbedruipend worden is voor een publieke omroep zeldzaam. Channel 4 toont dat het kan, maar bij de BBC dekt de commerciële winst amper 6% van het licentiegeld. Volledige zelfbedruipendheid is een ambitie, geen garantie. Maar bijna 60% overheidsafhankelijkheid zonder groeistrategie is onaanvaardbaar.
Bewezen in: BBC Studios (£2,1 mrd omzet in 2024/25: bewijs dat publieke content internationale marktwaarde kan hebben), Channel 4 (in overheidshanden, volledig gefinancierd uit eigen commerciële inkomsten), RTBF (negentien opeenvolgende jaren met een positief bedrijfsresultaat: bewijs dat operationele efficiëntie mogelijk is). Realiteitscheck: Een publieke omroep met een brede opdracht die volledig op eigen inkomsten draait, is zeldzaam. Bij de BBC dekt de commerciële winst amper 6% van het licentiegeld. Volledige winstgevendheid voor VRT vereist een fundamentele transformatie.
Standpunt 4: Vergunningen en concessies: waardecreatie voor elke Belg
Feiten
België geeft regelmatig waardevolle vergunningen en concessies aan de private sector (spectrumlicenties, windmolenconcessies op zee, luchthavenconcessies, bestemmingswijzigingen van gronden), waarbij de meerwaarde grotendeels naar private investeerders vloeit in plaats van naar de gemeenschap. De multibandveiling van 2022 (5G en bestaande mobiele frequenties) bracht ruim €1,4 miljard op: een eenmalige betaling voor vergunningen van 20 jaar, zonder winstdeling nadien. De uitbater van Brussels Airport werd in 2004 voor 70% verkocht voor €735 miljoen. In 2025 betaalde de Vlaamse overheid, via PMV, €2,77 miljard om onrechtstreeks 39% terug in publieke handen te brengen. De waardestijging daartussen ging grotendeels naar Macquarie en de opvolgende investeerders, niet naar de Belgische belastingbetaler.
Internationaal bestaan bewezen modellen om waarde te capteren. Singapore bezit ongeveer 90% van alle grond, verkoopt grond in erfpacht en haalde daar gemiddeld S$5,5 miljard per jaar mee op (2017-2021); bij een bestemmingswijziging roomt het ongeveer 70% van de meerwaarde af. Hong Kong koppelde de bouw van zijn metro aan vastgoedontwikkelingsrechten boven de stations (MTR Rail+Property): tussen 1980 en 2005 leverde dat de overheid HK$171,8 miljard op (grondpremies, dividenden, beurswaarde en beursgang) tegenover HK$32,2 miljard ingebracht kapitaal. De VS namen in 2025 belangen in bedrijven die ze steunen: 9,9% in Intel (in ruil voor CHIPS Act-subsidies), 15% in MP Materials (investering van Defensie) en 5% in Lithium Americas plus 5% in zijn lithiumproject Thacker Pass (in ruil voor een overheidslening).
Wat we gaan doen
- Vergunningen in ruil voor aandelen of winstdeling: bij elke significante vergunning (spectrum, offshore wind, luchthavencapaciteit, bestemmingswijzigingen) neemt de staat een aandeel in de waardecreatie. Niet alleen een eenmalige vergoeding, maar structurele deelname in de winst. Elke Belg profiteert mee.
- Offshore windconcessies herstructureren: de Princess Elisabeth Zone (3,15–3,5 GW bijkomende capaciteit, als deel van het totale Belgische doel van 5,4–5,8 GW tegen 2030) is een enorme waardecreatie-opportuniteit. Nieuwe concessies bevatten verplichte winstdelingsclausules of equity stakes voor de staat.
- Bestemmingswijzigingen: meerwaarde afromen: wanneer landbouwgrond bouwgrond wordt, vertienvoudigt de waarde vaak. Die meerwaarde vloeit grotendeels naar de grondeigenaar. HART wil dat een substantieel deel van de planwinst terugvloeit naar de gemeenschap: via een planbatenheffing die werkt, of via directe equity-constructies.
- Geen uitverkoop meer: concessies voor kritieke infrastructuur (luchthavens, havens, energienetwerken) worden niet meer voor onbeperkte duur vergeven. Tijdelijke concessies met heronderhandelingsmomenten, zodat de staat meedeelt in de waardestijging.
Bewezen in: Singapore (grondverkoop in erfpacht: gemiddeld S$5,5 mrd/jaar, ongeveer 90% overheidsgrond, ongeveer 70% van de meerwaarde gecapteerd), Hong Kong (MTR Rail+Property: HK$171,8 mrd opbrengst tegenover HK$32,2 mrd ingebracht kapitaal, 1980-2005), VS 2025 (belangen in Intel 9,9%, MP Materials 15% en Lithium Americas 5% in ruil voor subsidies, investeringen of leningen). Waarschuwing uit: België (Brussels Airport: 70% verkocht voor €735 mln in 2004; in 2025 kostte het de Vlaamse overheid €2,77 mrd om 39% terug in publieke handen te brengen).
Standpunt 5: NMBS: van subsidieverslaving naar operationele excellentie
Feiten
NMBS kan zijn openbaredienstopdracht alleen uitvoeren met ruim €1,2 miljard exploitatiecompensatie van de staat per jaar (2024). Alles samen gaat er ongeveer €4 miljard federaal geld per jaar naar het spoor: ongeveer €2 miljard naar NMBS (exploitatie en investeringen) en ongeveer €2 miljard naar Infrabel. De stiptheid verbeterde indrukwekkend naar 91,7% in 2025 (beste in 20 jaar, de COVID-jaren niet meegerekend), en NMBS vervoerde 207,8 miljoen reizigers (2025). Maar het financiële model is onhoudbaar.
Geen enkel Europees spoorwegbedrijf is volledig winstgevend wanneer infrastructuurkosten worden meegerekend. Zelfs het Zwitserse SBB, vaak als beste Europese spoorweg aangehaald, dankte zijn winst van CHF 267 miljoen in 2023 vooral aan vastgoed (CHF 281 miljoen) en energie (CHF 78 miljoen); het reizigersvervoer droeg CHF 140 miljoen bij en de infrastructuur bleef verlieslatend. SBB torst CHF 11,3 miljard schuld (2023). Het Nederlandse NS boekte €141 miljoen verlies in 2024. De geprivatiseerde Japanse JR-bedrijven zijn winstgevend, maar dit model vereiste dat de overheid uiteindelijk ongeveer ¥24 biljoen aan oude schulden overnam en is gebaseerd op extreme bevolkingsdichtheid en commerciële diversificatie (JR Kyushu: ongeveer 60% omzet uit niet-spooractiviteiten).
Het openbaredienstcontract van NMBS loopt tot eind 2032. Daarna moet België het binnenlandse reizigersvervoer volgens het EU Vierde Spoorwegpakket in principe via een aanbesteding toewijzen, of aantonen dat een rechtstreekse gunning nog mag. Een studie in opdracht van de FOD Mobiliteit waarschuwde dat die voorbereiding veel tijd vraagt en dat België zonder ervaring met aanbestedingen aan de start staat.
Wat we gaan doen
- Commerciële diversificatie: het Belgische spoornet telt ongeveer 550 stations en stopplaatsen: een enorm vastgoedportfolio dat nauwelijks wordt geëxploiteerd. Naar Japans en Zwitsers model: stationsontwikkeling (retail, horeca, kantoren, woningen), energiediensten, en logistiek als aanvullende inkomstenbronnen.
- Operationele efficiëntie: de stiptheidsverbetering bewijst dat NMBS beter kan. Doorzetten met de klokvaste dienstregeling naar Zwitsers Taktfahrplan-model, geïntegreerde knooppunten met minimale overstaptijden.
- Subsidieafhankelijkheid afbouwen: geen abrupte stopzetting, maar een helder meerjarentraject met afnemende subsidies naarmate commerciële inkomsten groeien. Rendementsdoelstellingen per divisie.
- EU-marktopening na 2032 voorbereiden: België start al in de eerste legislatuur met pilootprojecten voor concurrentieopenstelling. Niet wachten tot het te laat is. De ervaring uit het VK, dat zijn passagiersdiensten na dertig jaar privatisering stap voor stap terug in publieke handen brengt, toont dat fragmentatie niet werkt. Daarom blijven NMBS en Infrabel samen onder één spoorholding (Belgische Spoorwegen), met HR Rail en de andere ondersteunende diensten als gedeelde dienst in die holding; HART raamt de efficiëntiewinst op €100-200 miljoen per jaar. Waar het EU-recht een aanbesteding oplegt, gebeurt die via prestatieconcessies onder die holding.
- Schuld afbouwen: de economische schuld daalde van €2,15 miljard eind 2024 naar €1,53 miljard eind 2025, zodat het vroegere streefcijfer van €1,5 miljard zo goed als bereikt is. Die afbouw gaat verder. Geen nieuwe schulden voor lopende exploitatie.
Bewezen in: Zwitserland (SBB: 94,1% stiptheid in 2025, gemeten met een drie-minutennorm die strenger is dan de Belgische zes minuten, Taktfahrplan, CHF 281 mln vastgoedwinst in 2023), Japan (JR-bedrijven: winstgevend via vastgoed en retail; JR Kyushu ongeveer 60% omzet niet-spoor), Nederland (NS: 100% staatseigendom, concessiemodel met prestatienormen). Waarschuwing uit: VK (na dertig jaar versnipperde privatisering stapsgewijs terug naar publiek beheer via de Passenger Railway Services (Public Ownership) Act 2024).
Standpunt 6: Staatsinvesteringsfonds: risicokapitaal in plaats van subsidies
Feiten
België investeert via versnipperde structuren: SFPI-FPIM (federaal, balanstotaal €11,7 miljard in 2025), PMV (Vlaanderen, ongeveer €4,7 miljard beheerd vermogen sinds de aankoop van het belang in Brussels Airport in 2025), Wallonie Entreprendre (Wallonië) en finance&invest.brussels (Brussel). Het Belgian Growth Fund, een samenwerkingsverband van SFPI-FPIM en PMV, haalde bij zijn eerste closing in 2019 een bescheiden €213 miljoen op. Ter vergelijking: Bpifrance investeerde in 2024 alleen al €1,8 miljard in ontwikkelingskapitaal voor 169 bedrijven en €1,7 miljard in 77 fondsen, beheert via zijn fund-of-funds €21,5 miljard in meer dan 650 partnerfondsen en boekte een nettowinst van €896 miljoen.
Het bewijs voor overheidsinvestering als risicokapitaal is overweldigend. Het Israëlische Yozma-programma (1993) investeerde $100 miljoen overheidsgeld, grotendeels in 10 nieuwe hybride VC-fondsen waarin de overheid tot 40% van het kapitaal inbracht, met een optie voor de private partners om dat aandeel later tegen de oorspronkelijke waarde plus rente over te kopen. De jaarlijkse durfkapitaalinvesteringen in Israël stegen van $58 miljoen (1991) naar $3,3 miljard (2000). Het Finse Tesi beheert €3,2 miljard (eind 2025) en investeert vooral via fondsen; volgens Tesi halen de mature Finse durfkapitaalfondsen (opgericht 2006-2015) ongeveer 18% IRR. Het Duitse KfW Capital zegde eind 2025 ongeveer €2,9 miljard toe aan 153 VC-fondsen; die fondsen investeren gemiddeld 4,8 keer de KfW-inbreng in Duitse bedrijven.
Internationaal onderzoek, onder meer van de OESO, wijst erop dat directe overheidsinvestering in bedrijven slechter presteert dan private VC, maar dat indirecte investering via fund-of-funds, waarbij de overheid professionele fondsmanagers selecteert en meeinvesteert op marktvoorwaarden, wél op niveau presteert. De sleutel is: investeer via fondsen, niet direct; eis private co-investering; verlang marktrendement; en selecteer managers rigoureus.
Wat we gaan doen
- Belgisch Staatsinvesteringsfonds oprichten naar model Bpifrance/Tesi, naast de Federale Staatsholding, uit de opsplitsing van SFPI-FPIM: een professionele investeringsstructuur die equity neemt in plaats van subsidies geeft. Co-investering met private partners, marktrendement als doelstelling, geen politieke sturing.
- Fund-of-funds als kerninstrument: in plaats van directe investeringen door ambtenaren, selecteert het fonds professionele VC- en PE-managers die op hun beurt investeren in strategische sectoren (AI, biotech, energie, deeptech). Elke overheidseuro trekt private investering aan (Duits model: bijna 5x hefboom).
- Winsten herinvesteren: alle opbrengsten van het fonds (dividenden, exits, royalties) vloeien terug naar het fonds, niet naar de begroting. Het vermogen groeit over decennia, zoals het Noorse GPFG.
- Subsidies omzetten in equity: waar de overheid subsidies geeft aan bedrijven (innovatiesteun, steun aan strategische sectoren), zo veel mogelijk omzetten in equity of royalty-afspraken naar Israëlisch model. De overheid deelt in het risico én in de winst.
- Versnippering aanpakken: het Belgisch Staatsinvesteringsfonds, PMV, Wallonie Entreprendre en finance&invest.brussels coördineren hun investeringen via een gemeenschappelijk platform. Geen dubbele structuren, geen concurrentie tussen overheden om dezelfde deals.
Bewezen in: Israël (Yozma: $100 mln → jaarlijkse VC-investeringen groeiden van $58 mln naar $3,3 mrd), Frankrijk (Bpifrance: €21,5 mrd via fund-of-funds in meer dan 650 fondsen, €896 mln nettowinst in 2024, €13,9 mrd waardecreatie sinds 2013), Finland (Tesi: €3,2 mrd; mature Finse durfkapitaalfondsen ~18% IRR), Duitsland (KfW Capital: €2,9 mrd in 153 fondsen, 4,8x hefboom).
Samenvatting
Het programma van HART voor overheidsbedrijven steunt op één fundamenteel principe: de staat is een aandeelhouder, niet een weldoener. België bezit een portfolio van naar schatting €20 miljard dat jaarlijks honderden miljoenen aan dividenden oplevert, maar beheert dit vermogen zonder strategie, zonder professioneel governancekader en met structurele politieke inmenging. Het resultaat: Belfius bloeit (€1,16 miljard recordwinst in 2025), maar bpost stort in (van €28,30 naar ongeveer €1,1). NMBS heeft ruim €1,2 miljard exploitatiecompensatie per jaar nodig. VRT leeft voor bijna 60% op overheidsinfuus. Vergunningen en concessies leveren de gemeenschap te weinig op.
Het eerste standpunt legt het fundament: een gepubliceerde eigendomsdoctrine naar Noors model, met twee heldere categorieën (commercieel rendement of publiek beleid), professionele bestuursbenoemingen, scheiding van eigenaarschap en regulering, en volledige transparantie. Noorwegen bewijst dat dit werkt: 69 staatsbedrijven, NOK 1.319 miljard waarde, meer dan NOK 100 miljard dividend (2024), en een staatsfonds met een perfecte transparantiescore. Singapore bewijst dat politieke onafhankelijkheid de sleutel is: Temasek haalde 14% samengesteld rendement per jaar over 50 jaar.
Het tweede standpunt beschermt het bestaande vermogen: alle strategische participaties behouden, winsten herinvesteren in het portfolio, en geen privatiseringen om begrotingsgaten te dichten. Belfius is het kroonjuweel: van €4 miljard aankoop naar ongeveer €10 miljard waarde en ruim €3,5 miljard cumulatief dividend. Een (gedeeltelijke) verkoop mag, maar uitsluitend als de opbrengst naar het staatsvermogen vloeit.
Het derde standpunt stelt VRT en RTBF voor de keuze: groeien naar marktgerichtheid of krimpen naar irrelevantie. VRT moet maximaal marktaandeel veroveren, ook internationaal. RTBF moet de Franse markt veroveren. Commerciële vrijheid vergroten, dotatie-afhankelijkheid afbouwen. Eerlijk: een publieke omroep die volledig op eigen inkomsten draait, is zeldzaam, maar bijna 60% overheidsafhankelijkheid zonder groeistrategie is onaanvaardbaar.
Het vierde standpunt stopt de waardelekkage: vergunningen, concessies en bestemmingswijzigingen leveren voortaan aandelen of winstdeling op voor de staat, niet enkel eenmalige vergoedingen. Singapore haalt gemiddeld S$5,5 miljard per jaar uit grondverkoop in erfpacht. Hong Kong haalde met vastgoed boven zijn metrostations meer dan vijf keer zijn inbreng terug. In 2004 werd 70% van Brussels Airport verkocht voor €735 miljoen; in 2025 kostte het de Vlaamse overheid €2,77 miljard om 39% terug in publieke handen te brengen.
Het vijfde standpunt hervormt NMBS: van afhankelijkheid van ruim €1,2 miljard compensatie per jaar naar operationele excellentie via commerciële diversificatie (ongeveer 550 stations en stopplaatsen als vastgoedportfolio), klokvaste dienstregeling naar Zwitsers model, één spoorholding en voorbereiding op de EU-marktopening na 2032.
Het zesde standpunt creëert een professioneel staatsinvesteringsfonds dat equity neemt in plaats van subsidies geeft, co-investeert met private partners via fund-of-funds, en winsten herinvesteert voor langetermijnvermogensopbouw. Israëls Yozma-programma toonde dat $100 miljoen overheidsgeld de jaarlijkse durfkapitaalinvesteringen mee kan opstuwen tot $3,3 miljard. Bpifrance beheert via fund-of-funds €21,5 miljard in meer dan 650 fondsen en boekte €896 miljoen nettowinst (2024).
De staat als professionele aandeelhouder. Niet als politiek speeltje, niet als melkkoe voor de begroting, niet als weldoener die verlies tolereert. Elke Belg is mede-eigenaar van een portfolio van naar schatting €20 miljard. Het wordt tijd dat dit vermogen professioneel wordt beheerd, zoals Noorwegen, Singapore en Finland al decennia bewijzen.