Kernprincipe
De overheid werkt voor de burger. Niet andersom. België bezit een digitale identiteitsinfrastructuur van wereldklasse: België was een van de eerste landen die een elektronische identiteitskaart aan alle burgers vanaf 12 jaar gaf, itsme telt meer dan 8 miljoen gebruikers (2025), en MyMinfin werkt. Maar achter deze façade schuilt een gefragmenteerd landschap van 6 regeringen, 10 provincies en 565 gemeenten die elk hun eigen systemen bouwen, hun eigen data verzamelen, en hun eigen IT-consultants betalen. Zonder gemeenschappelijke architectuur, zonder bindende interoperabiliteitsnormen, en zonder afdwingbaar once-only-principe over alle bestuursniveaus heen. Het resultaat: België staat 56e op de VN E-Government Development Index (2024), terwijl Denemarken 1e staat, Estland 2e en Singapore 3e. Estland, een land met nog geen 1,4 miljoen inwoners en geen oliefonds, biedt sinds december 2024 al zijn overheidsdiensten online aan. Denemarken maakte digitale overheidspost verplicht en raamde de besparing op ongeveer 1 miljard Deense kronen (ongeveer €130 miljoen) per jaar. België, met bijna 12 miljoen inwoners en een bbp van €642 miljard (2025), heeft veel meer middelen en levert minder. HART kiest voor het Estse en Deense model: een bindende digitale architectuur die alle overheidsniveaus verbindt, once-only als wet, digitaal als standaard, en eigen technisch talent in plaats van structurele afhankelijkheid van dure consultants. Wie niet digitaal mee kan, krijgt een wettelijk gegarandeerd fysiek alternatief. Geen uitsluiting, maar evenmin een excuus om digitalisering te vertragen.
Feiten en cijfers
| Feit | Cijfer | Bron |
|---|---|---|
| België VN E-Government Index (EGDI) 2024 | 56e van 193 (0,81), ver achter Denemarken (1e), Estland (2e), Singapore (3e) | VN EGDI 2024 |
| EU eGovernment Benchmark 2026 | 16e van 27 EU-lidstaten (75,6 punten; EU-gemiddelde 76,6); Finland 91,0, Estland 90,6, Malta 90,4 | Europese Commissie |
| DESI-ranking België | 16e in de EU (DESI 2022); digitale overheidsdiensten eveneens 16e, connectiviteit 27e | DESI 2022 / Europese Commissie |
| Belgische eID | Een van de eerste landen met een elektronische identiteitskaart voor alle burgers vanaf 12 jaar (proef 2003, algemeen sinds 2004) | KU Leuven |
| itsme® gebruikers | 8+ miljoen; 594 miljoen acties in 2025 (~1,6 mln/dag) | itsme® jaarcijfers 2025 |
| Gebruik e-overheid door burgers | 85% van de 16–74-jarigen gebruikte een website of app van de overheid (2025; EU-gemiddelde 72%) | Eurostat |
| Digitaal kwetsbare Belgen | 40% van 16–74-jarigen digitaal kwetsbaar (5% gebruikt geen internet, 35% zwakke digitale vaardigheden) (2023) | Koning Boudewijnstichting 2024 |
| Open Data Maturity België | Categorie "Follower" (73–84%), onder het EU-27-gemiddelde (86%); Frankrijk 100% (2025) | EU Open Data Maturity 2025 |
| i-Police IT-project | Programma van ongeveer €300 mln (initieel €226 mln voor Sopra Steria); contract eind 2025 ontbonden na €75,8 mln betaalde facturen, zonder bruikbaar systeem | Kamer / VRT NWS |
| Consultancy federale overheid | €2,52 mrd (incl. btw) over 2020–2022, waarvan €2,03 mrd IT; 78% van 101 onderzochte contracten onvoldoende gemotiveerd | Rekenhof 2025 |
| Dagtarief externe IT-specialist | Gemiddeld €672 (junior) tot €923 (expert) per dag incl. btw, uitschieters tot €2.128; per uur 1,35 tot 1,7 keer een gedetacheerde IT'er van Smals | Rekenhof 2025 |
| Tekort IT-werkers België | 63% van de bedrijven die ICT-specialisten zochten, had moeilijk in te vullen vacatures (2023; EU 58%) | Eurostat |
| Belgische Only Once-wet | Federale wet 5 mei 2014; geldt alleen federaal, niet bindend voor gewesten/gemeenten | Belgisch Staatsblad |
| Estland X-Road | 957 organisaties, 1.965 subsystemen, ~3,7 mrd bevragingen in 2025 (~310 mln/maand), open source (MIT) | RIA / NIIS |
| Estland digitale besparing | ~1.345 werkjaren/jaar bespaard via X-Road (raming Estse overheid, 2025) | Estse overheid |
| Estland belastingaangifte | 98% elektronisch ingediend (2026); volgens het Estse investeringsagentschap duurt een aangifte enkele minuten | EMTA / Invest in Estonia |
| Denemarken Digital Post | 95% van de burgers aangesloten, 4,7% vrijgesteld (2026); 254 mln berichten (2025); briefverkeer -90% sinds 2000 | Digitaliseringsstyrelsen / PostNord |
| Denemarken MitID | 5,3 mln geregistreerde gebruikers; gemiddeld 94,4 mln transacties per maand (2025) | Digitaliseringsstyrelsen |
| Denemarken jaarlijkse besparing | Digital Post: geraamd op ongeveer 1 mrd Deense kronen (~€130 mln) per jaar | Digitaliseringsstyrelsen / Rigsrevisionen |
| Singapore Singpass | 5 mln gebruikers; 97% van de burgers en permanente inwoners van 15+ (2022); 41 mln+ transacties/maand | GovTech Singapore |
| Singapore GovTech personeel | Ruim 3.000 in-house medewerkers, vooral technologen | GovTech Singapore |
| VK GOV.UK | Ruim 1.880 overheidswebsites vervangen door één platform (sinds 2012); ruim 26.000 digitale ambtenaren (DDaT, 2023) | UK GDS / Cabinet Office |
| VK besparingen | £353 mln bespaard in 2018/19 door spend controls | UK GDS |
| Ransomware Antwerpen (dec 2022) | PLAY-groep: volgens de daders 557 GB data gestolen, systemen wekenlang offline, woonzorgcentra moesten medicatie manueel registreren | Bleeping Computer / Zorgbedrijf Antwerpen |
| Belnet DDoS (mei 2021) | Grote DDoS-aanval: ruim 200 overheidsorganisaties getroffen, waaronder het Parlement, MyMinfin en het vaccinatieportaal | The Record / Belnet |
| VSSE-hack (2021–2023) | Chinese hackers onderschepten ongeveer een op de tien e-mails van en naar de Staatsveiligheid via een lek in Barracuda-software | Le Soir / Belga |
| Stad Antwerpen kost van de aanval | ~€11 mln voor herstel, daarna €84 mln extra investering in cyberbeveiliging | Computable / De Tijd |
| België NCSI-score | 81,67/100 (37e wereldwijd, update augustus 2026); Estland 94,17 (5e) | NCSI/ega.ee |
| Smals (semi-publiek IT-bedrijf) | €579 mln omzet (2025); aandeel externe ICT-specialisten in de omzet steeg van 18% (2014) naar 36% (2024); 2.350 werknemers (2025) | Smals activiteitenverslag / Rekenhof |
| Le Forem IT-consultancy | €265 mln aan consultancy vastgelegd in 6 jaar (2019–2024), waarvan €250 mln IT; één contract (NRB/Uptime/NSI, 2023) €47,9 mln. Ongeveer 70% van de consultancybudgetten van de Waalse instellingen, meer dan de 23 andere samen | La Libre (2025) |
| Ontspoorde IT-projecten | Ruim €120 mln bij vier projecten: i-Police €75,8 mln betaald, Phenix €28 mln nooit gerecupereerd, Persona €16 mln (project on hold), JustSign €3,9 mln (nooit in gebruik genomen) | Kamer, Vlaams Parlement, VRT NWS |
| Dienstenintegratoren België | 6 parallelle integratoren: FSB (BOSA), KSZ, MAGDA (Digitaal Vlaanderen), BCED (eWBS), Fidus (Paradigm), eHealth. Elk met eigen platform en governance; Belgif geeft gezamenlijke aanbevelingen, geen bindende standaarden | Belgif / BOSA |
| NIS2-omzetting België | Wet 26 april 2024, van toepassing 18 oktober 2024; CyberFundamentals framework | CCB |
| Nederlandse toeslagenaffaire | 26.000–35.000 ouders onterecht als fraudeur behandeld, mee door een risicomodel dat nationaliteit gebruikte; kabinet-Rutte viel (jan 2021) | Diverse bronnen |
| EU AI Act | Verordening 2024/1689; regels voor hoog-risico-AI (Annex III, o.a. uitkeringen, migratie, rechtshandhaving) gelden na uitstel vanaf 2 december 2027 | EU |
| EU AI Act regulatory sandbox | Artikel 57: elke lidstaat verplicht minstens 1 sandbox, na uitstel tegen 2 augustus 2027. Spanje: koninklijk besluit 817/2023, 12 AI-systemen geselecteerd (2025). België: in juli 2026 nog geen AI-toezichthouder aangeduid | EU AI Act / AESIA / VRT NWS |
| Portugal Simplex | 1.000+ vereenvoudigingsmaatregelen sinds 2006; van 11e naar 3e op OESO DGI (2023→2025) | OESO / Portugese overheid |
| Kosten fysiek vs digitaal loket | Fysiek: £8,62/transactie vs digitaal: £0,15 (VK, 2012). Verhouding 57:1 | UK Cabinet Office |
Standpunt 1: Once-only als bindende wet voor alle overheidsniveaus
Feiten
België heeft sinds 2014 een federale Only Once-wet die overheidsdiensten verplicht om data uit authentieke bronnen te hergebruiken in plaats van burgers dezelfde informatie opnieuw te vragen. Maar deze wet geldt uitsluitend voor federale diensten. Gewesten, gemeenschappen en gemeenten opereren onder afzonderlijke kaders. Een samenwerkingsakkoord uit 2006 dat alle niveaus verbindt tot gemeenschappelijke standaarden, is nog altijd niet volledig uitgevoerd. Het resultaat: burgers geven hun adres, gezinssamenstelling en inkomen herhaaldelijk aan verschillende instanties, federaal, regionaal en gemeentelijk.
Estland verbiedt bij wet het aanleggen van afzonderlijke databanken voor dezelfde gegevens (wet op de openbare informatie, sinds 2008). Overheidsinstellingen moeten gegevens hergebruiken die al in een ander register staan, in plaats van ze opnieuw op te vragen. De Belgische basisregisters (Rijksregister 1983, KBO 2003, Kruispuntbank Sociale Zekerheid 1990) zijn individueel sterk maar collectief gefragmenteerd. Vlaanderen heeft MAGDA, Brussel heeft Fidus, Wallonië heeft BCED: elk met een eigen platform en een eigen bestuur. Er bestaat geen uniforme adressenregistratie die volledig interoperabel is over alle niveaus.
Een EU-studie uit 2014 schatte dat once-only over de hele EU netto ongeveer €5 miljard per jaar zou opleveren. Bedrijven geven vaak dezelfde gegevens aan verschillende overheidsdiensten. De EU Single Digital Gateway-verordening (2018) verplicht lidstaten tot 21 volledig digitale procedures en tot aansluiting op een Once-Only Technical System (OOTS), dat vanaf december 2023 moest werken. Na die termijn waren de lidstaten nog volop bezig hun bevoegde diensten aan te sluiten.
Wat we gaan doen
- Bindende cross-level Once-Only-wet: geen vrijblijvend samenwerkingsakkoord maar een wet die elke overheid verplicht tot eenmalige gegevensinzameling: de federatie, de concordaten, de twaalf deelstaten en alle gemeenten (art. 44 HART-grondwet). Naar Ests model: het is verboden een databank aan te leggen voor gegevens die al in een authentieke bron bestaan.
- Eén uniek identificatienummer per burger en per onderneming als sleutel voor alle overheidsdiensten. Het Rijksregisternummer en KBO-nummer zijn er al, maar hun gebruik moet wettelijk verplicht worden over alle bestuursniveaus.
- Kafka-meldpunt versterken: kafka.be bestaat al maar heeft geen tanden. Overtredingen van het once-only-principe krijgen een sanctiemechanisme. Overheidsdiensten die dubbel opvragen worden publiek gerapporteerd en verplicht tot correctie binnen 6 maanden.
- EU OOTS volledig implementeren: België sluit alle bevoegde diensten volledig aan op het Once-Only Technical System.
Bewezen in: Estland (once-only wettelijk verplicht sinds 2008; verbod op parallelle databanken; 98% van de belastingaangiften elektronisch), Denemarken (digitale communicatie wettelijk verplicht sinds 2014; 95% van de burgers aangesloten). Belgisch probleem: federale Only Once-wet (2014) geldt niet voor gewesten en gemeenten; het samenwerkingsakkoord van 2006 is nog altijd niet volledig uitgevoerd.
Standpunt 2: Eén digitale architectuur: de Belgische X-Road
Feiten
Estland's X-Road is in essentie het KSZ-model opgeschaald naar alle overheidsdiensten. Geen centrale databank, maar een beveiligde, versleutelde, tijdgestempelde data-uitwisselingslaag tussen onafhankelijke informatiesystemen. Data blijft bij de bron-instelling; het platform routeert verzoeken, net zoals de KSZ dat sinds 1990 doet voor de sociale zekerheid. Eind 2025 waren 957 organisaties en 1.965 systemen verbonden, goed voor ongeveer 3,7 miljard bevragingen in 2025 (ruim 300 miljoen per maand). X-Road is open source (MIT-licentie), beheerd door het Nordic Institute for Interoperability Solutions (NIIS), en geadopteerd in meer dan 20 landen waaronder Finland, IJsland en Brazilië.
België heeft de bouwstenen, maar ze zijn niet tot één geheel verbonden. BOSA beheert de federale service-integrator (FSB) en CSAM. De Kruispuntbank Sociale Zekerheid (KSZ) verbindt ongeveer 3.000 actoren in de sociale sector via één protocol, al sinds 1990. Vlaanderen heeft MAGDA (Digitaal Vlaanderen), Brussel heeft Fidus (Paradigm), Wallonië heeft BCED (eWBS), en eHealth verbindt de gezondheidszorgsector. Zes integratoren in totaal, elk met een eigen platform en een eigen governance. Ze zijn deels met elkaar gekoppeld, maar er is geen uniforme interoperabiliteitslaag.
De Interoperable Europe Act (Verordening 2024/903, van toepassing sinds juli 2024) maakt sinds januari 2025 interoperabiliteitsbeoordelingen verplicht vóór nieuwe of gewijzigde grensoverschrijdende digitale overheidsdiensten. Het eerste bindende EU-kader. België heeft BELGIF (Belgian Government Interoperability Framework), dat EIF-principes onderschrijft en REST API-richtlijnen publiceert op GitHub, maar met aanbevelingen werkt en geen bindende standaarden oplegt.
Oostenrijk, een vergelijkbaar federaal land, biedt een relevant model: vroege wetgeving (eGovernment Act 2004), een Federal ICT Board die alle niveaus coördineert, de ID Austria digitale identiteit, en formele governanceplatformen. Zwitserland richtte in 2022 Digital Public Services Switzerland op als gezamenlijke Confederatie-kantonorganisatie met het I14Y-interoperabiliteitsplatform.
Wat we gaan doen
- Belgische X-Road: van 6 naar 0 dienstenintegratoren: de zes bestaande integratoren (FSB/BOSA, KSZ, MAGDA/Digitaal Vlaanderen, BCED/eWBS, Fidus/Paradigm, eHealth) worden in 6 jaar geabsorbeerd in één nationale X-Road. De Belgische X-Road is het KSZ-model opgeschaald: data blijft bij de bron-instelling, het platform routeert beveiligde verzoeken tussen systemen. Niet verbinden bovenop zes silo's, maar één gemeenschappelijke data-uitwisselingslaag die de integratoren overbodig maakt. De KSZ bewijst sinds 1990 dat deze architectuur in België werkt: ongeveer 3.000 actoren in de sociale zekerheid communiceren via één protocol, zonder dat elke instelling zijn eigen integratielaag bouwt. Wat de KSZ doet voor sociale zekerheid, doet X-Road voor álles.
- Gefaseerde implementatie (6 jaar):
- Jaar 1–2: X-Road-kern operationeel, open-source, uitgebaat door een nieuwe onafhankelijke beheerder onder de regie van de FOD BOSA. Alle nieuwe overheidssystemen verplicht via X-Road. KSZ-architectuur als blauwdruk.
- Jaar 3–4: bestaande koppelingen migreren. KSZ-koppelingen als eerste (bewezen architectuur). Geen nieuwe investeringen meer in de zes bestaande integratieplatformen.
- Jaar 5–6: volledige migratie. De zes integratoren worden afgebouwd. Technisch personeel stroomt door naar het GovTech-agentschap (standpunt 4) en de X-Road-beheerder. Geen ontslagen, maar herschikking.
- API-first architectuur als standaard: elke overheidstoepassing biedt een open API aan. Nieuwe systemen die niet interoperabel zijn, worden niet goedgekeurd (conform Interoperable Europe Act).
- Open source als default: nieuwe overheids-IT wordt standaard als open source ontwikkeld en gepubliceerd. Naar Ests model. Geen vendor lock-in, geen afhankelijkheid van één leverancier.
- Eén crisisplatform: bij rampen, pandemieën of noodsituaties moeten alle overheidsdiensten onmiddellijk en veilig data kunnen delen. De Belnet DDoS-aanval van 2021 (ruim 200 overheidsorganisaties getroffen, waaronder het Parlement en het vaccinatieportaal) toonde hoe kwetsbaar de gedeelde infrastructuur is.
Bewezen in: Estland (X-Road: 957 organisaties, 1.965 systemen, ~3,7 mrd bevragingen in 2025, open source, geadopteerd in 20+ landen), België zelf (KSZ: ongeveer 3.000 actoren in de sociale sector via één protocol sinds 1990: het bewijs dat een nationale interoperabiliteitslaag in België werkt). Belgisch probleem: 6 parallelle integratoren (FSB/BOSA, KSZ, MAGDA, BCED, Fidus, eHealth) die elk hun eigen platform en governance hebben, zonder bindende gemeenschappelijke standaarden. Terwijl de KSZ sinds 1990 bewijst dat het anders kan.
Standpunt 3: Digitaal als standaard, met wettelijke inclusiegarantie
Feiten
Denemarken maakte digitale overheidscommunicatie wettelijk verplicht in 2012. Sinds 1 november 2014 zijn alle burgers vanaf 15 jaar verplicht Digital Post te gebruiken. Digitale berichten hebben dezelfde juridische kracht als fysieke brieven. Begin 2026 was 95% van de Deense burgers aangesloten op Digital Post, dat in 2025 bijna 254 miljoen berichten verstuurde; het briefverkeer daalde met meer dan 90% sinds 2000. De Deense digitaliseringsdienst raamde de besparing op ongeveer 1 miljard Deense kronen (ongeveer €130 miljoen) per jaar.
Tegelijk bouwde Denemarken robuuste inclusie in de wet: burgers met cognitieve of fysieke beperkingen, zonder internet, daklozen, taalproblemen of gevangenschap kunnen vrijstelling aanvragen bij hun lokale Borgerservice-centrum. Slechts 4,7% van de Deense burgers is vrijgesteld (2026). Sinds juni 2023 zijn burgers die vrijgesteld zijn van Digital Post automatisch vrijgesteld van verplichte digitale zelfbediening. Een Netwerk voor Digitale Inclusie met ongeveer 100 organisaties ondersteunt kwetsbare groepen.
In België is 40% van de 16–74-jarigen digitaal kwetsbaar (2023). Een aanzienlijk deel van de gezinnen met een laag inkomen heeft geen of beperkte internettoegang thuis. Fysieke overheidstransacties kosten ongeveer 57 keer meer dan digitale (£8,62 vs £0,15 per transactie in het VK, 2012). België heeft geen wettelijke verplichting tot digitale communicatie, en een wettelijke garantie op een fysiek alternatief bestaat alleen in Brussel (decreet en ordonnantie Digitaal Brussel, 2024), niet voor alle overheden.
Wat we gaan doen
- Digitale communicatie als standaard: alle overheidscommunicatie verloopt standaard digitaal (art. 44 HART-grondwet), via één brievenbus per burger en per onderneming, met dezelfde juridische kracht als een aangetekende brief. Naar Deens model: digitaal is de norm, niet de optie. Papier blijft mogelijk, maar wie digitaal kan en toch papier kiest, betaalt de kosten.
- Wettelijk gegarandeerd fysiek alternatief: wie niet digitaal kan, heeft recht op een volwaardig analoog loket. Dit is geen gunst maar een wettelijk recht, ingeschreven in dezelfde wet die digitaal als standaard vastlegt. Gratis vrijstelling via een eenvoudige procedure bij het gemeentehuis.
- Proactieve overheid: de overheid informeert burgers over rechten waarop ze aanspraak maken. Niet de burger die moet zoeken. Automatische toekenning van sociale rechten (zoals de KSZ al doet voor bepaalde bijstandsuitkeringen) wordt de norm voor alle overheidsdiensten.
- Digitale inclusiecoalitie versterken: DigitAll (120+ organisaties) krijgt structurele financiering. De OCMW's in alle gemeenten fungeren als digitale hulpverleners. Bibliotheken bieden gratis digitale bijstand.
- Eén overheidsportaal: alle overheidsdiensten zijn volledig beschikbaar via één login en één dashboard. Eén app en één website voor alle overheden, beheerd door een publiek bedrijf met de federale overheid en de deelstaten als aandeelhouder: een echt universeel platform naar model van Denemarken's borger.dk (115,6 miljoen bezoeken in 2025).
Bewezen in: Denemarken (digitale communicatie wettelijk verplicht sinds 2014; 95% aangesloten; 4,7% vrijgesteld; geraamde besparing ongeveer €130 mln/jaar; Borgerservice-centra in alle 98 gemeenten; netwerk digitale inclusie van ongeveer 100 organisaties), Singapore (Singpass: 97% van de burgers en permanente inwoners van 15+). Waarschuwing: België (40% digitaal kwetsbaar; geen wettelijke verplichting en, behalve in Brussel, geen wettelijke garantie op een alternatief).
Standpunt 4: GovTech-agentschap: eigen technisch talent in plaats van consultants
Feiten
De Belgische overheid is structureel afhankelijk van externe IT-consultants. De federale overheid gaf tussen 2020 en 2022 €2,52 miljard (inclusief btw) uit aan consultancy, waarvan €2,03 miljard aan IT; bij 78% van de onderzochte contracten was de inzet onvoldoende gemotiveerd (Rekenhof, 2025). Een externe IT-specialist kost gemiddeld €670 tot €920 per dag inclusief btw, met uitschieters tot ruim €2.100. Per uur kost een externe programmeur 1,7 keer zoveel als een gedetacheerde IT'er van Smals, een analist 1,35 keer. Het i-Police-project illustreert het falen van dit model: het contract met Sopra Steria, binnen een programma van ongeveer €300 miljoen, werd eind 2025 ontbonden nadat €75,8 miljoen aan facturen was betaald, zonder bruikbaar systeem.
De internationale koplopers bouwen bewust interne capaciteit. Singapore's GovTech telt ruim 3.000 in-house medewerkers, vooral technologen, met salarissen aangepast aan de private sector, een Smart Nation Fellowship voor mid-career experts, en een Smart Nation Scholarship voor toptalent. De DDaT-functie van de Britse overheid telde in 2023 ruim 26.000 digitale ambtenaren, met een specifiek beloningskader dat toeslagen biedt voor moeilijk vervulbare rollen. Het VK bespaarde daarnaast £353 miljoen in één jaar (2018/19) door spend controls op IT-contracten.
Estland's model is hybride: overheidsorganisaties werken nauw samen met een ecosysteem van lokale bedrijven (Nortal leverde volgens eigen zeggen 40% van de Estse e-overheid, Cybernetica ontwikkelde X-Road). Dit creëert een vloeiende talentuitwisseling tussen overheid en bedrijfsleven. België heeft Smals (2.350 werknemers in 2025) als gedeeld IT-bedrijf voor sociale zekerheid, gezondheidszorg en andere overheidsdiensten. Een gedeeltelijk succesvol model, maar onvoldoende voor de hele overheid: het aandeel externe ICT-specialisten in de omzet van Smals verdubbelde van 18% (2014) naar 36% (2024).
Belgische bedrijven vinden moeilijk ICT-specialisten: 63% van de bedrijven die er zochten, had vacatures die moeilijk in te vullen waren (2023; EU 58%). Rigide ambtenarenbarema's kunnen niet concurreren met cloudarchitecten, data-engineers of cybersecurityspecialisten in de private sector.
Wat we gaan doen
- Belgisch GovTech-agentschap oprichten: een centraal agentschap met minstens 1.000 in-house ingenieurs, data-specialisten en cybersecurity-experts. Marktconforme lonen met een specifiek IT-beloningskader. Naar UK DDaT-model. De technische medewerkers van de zes af te bouwen dienstenintegratoren (standpunt 2) vormen de startbasis: geen ontslagen, maar herschikking van bestaand talent naar één slagkrachtige organisatie.
- Consultantafhankelijkheid halveren in 5 jaar: concrete reductiedoelstelling voor externe IT-uitgaven. Elke overheidsdienst rapporteert jaarlijks het aandeel intern vs extern IT-personeel.
- Samenwerking met Belgische universiteiten en techsector: geen exclusieve outsourcing naar grote buitenlandse consultancybureaus. GovTech-fellowships voor mid-career technologen (naar Singaporees model), stages bij het agentschap, en gezamenlijke R&D-projecten.
- Spend controls op IT-contracten: geen overheids-IT-project vanaf €5 miljoen zonder onafhankelijke toets vooraf door de afdeling IT-projecten van de controleraad, verplichte mijlpaalevaluatie en een hertoets bij meer dan 25% budgetoverschrijding. Het advies is openbaar. Het i-Police-debacle (€75,8 mln betaald zonder bruikbaar systeem) mag nooit meer gebeuren.
- Open source community: België bouwt een ecosysteem van lokale bedrijven die overheids-IT ontwikkelen en onderhouden. Naar Ests model. Kennis blijft in België, niet bij internationale consultancybureaus.
Bewezen in: Singapore (GovTech: ruim 3.000 in-house medewerkers, Smart Nation Fellowship, salarissen marktconform), VK (DDaT: ruim 26.000 digitale ambtenaren in 2023, spend controls bespaarden £353 mln in 2018/19), Estland (hybride model: overheid + lokale bedrijven zoals Nortal en Cybernetica). Waarschuwing uit: België (i-Police: €75,8 mln betaald, geen bruikbaar systeem opgeleverd; €2,52 mrd federale consultancy over drie jaar; een externe IT'er kost per uur tot 1,7 keer een gedetacheerde).
Standpunt 5: Cybersecurity als kritieke infrastructuur
Feiten
België scoort 81,67/100 op de National Cyber Security Index (37e wereldwijd na de update van augustus 2026; Estland 94,17) en was een van de eerste EU-landen die NIS2 omzette (wet 26 april 2024). Het Centre for Cybersecurity Belgium (CCB), opgericht in 2014 onder de Eerste Minister, coördineert nationale cybersecurity met het CyberFundamentals-raamwerk.
Maar de operationele realiteit is alarmerend. In december 2022 versleutelde de PLAY-ransomwaregroep essentiële systemen van de Stad Antwerpen via haar IT-partner Digipolis en beweerde 557 GB data te hebben gestolen, waaronder paspoorten en financiële documenten. Windows-applicaties, e-mail, telefoon en IT-systemen gingen offline. De woonzorgcentra van de stad moesten medicatie wekenlang manueel registreren. Herstel duurde maanden. In mei 2021 legde een grote DDoS-aanval het Belnet-netwerk plat: ruim 200 overheidsorganisaties werden getroffen, waaronder het Parlement, MyMinfin en het vaccinatieportaal. Chinese hackers onderschepten tussen 2021 en 2023 ongeveer een op de tien e-mails van en naar de Staatsveiligheid (VSSE) via een lek in beveiligingssoftware van Barracuda. Alleen de externe mailserver was getroffen, niet de geclassificeerde interne systemen. Het Belgische Ministerie van Defensie werd in december 2021 getroffen via het Log4j-lek: het eerste bekende NAVO-defensieministerie dat via dat lek werd aangevallen.
Estland's reactie op de cyberaanvallen van 2007 (ruim drie weken DDoS op overheid, banken en media) biedt een model. Estland creëerde het NATO CCDCOE in Tallinn (2008, 39 deelnemende landen in 2026), implementeerde Keyless Signature Infrastructure (blockchain) voor data-integriteit, ontwikkelde het data-embassy-concept, en bouwde cybersecurity in de nationale identiteit in.
Wat we gaan doen
- Zero trust architectuur als standaard voor alle overheidssystemen: vertrouw niets, verifieer alles. Naar het model van US Executive Order 14028 (2021) die alle federale agentschappen verplichtte tot zero trust.
- Verplichte jaarlijkse security audits voor alle overheidsplatformen. Federaal, deelstatelijk en gemeentelijk. Geen uitzonderingen voor kleine gemeenten; gedeelde diensten via het gezamenlijke IT-bedrijf van de gemeenten en de deelstaten.
- Gemeentelijke cybersecurity bundelen: de 565 gemeenten beschermen individueel hun IT-systemen. Een onmogelijke taak voor de meeste. Eén gedeeld Security Operations Center (SOC) in het gezamenlijke IT-bedrijf van de gemeenten en de deelstaten, gecoördineerd door het CCB.
- Cyberreserve oprichten: een pool van gespecialiseerde cybersecurity-experts die bij grote incidenten kunnen worden ingezet. Naar Ests Cyber Defence Unit-model.
- Data-embassy-concept evalueren: Estland's data-embassy in Luxemburg (operationeel sinds 2018) slaat kritieke overheidsdata op onder Estse juridische jurisdictie in een buitenlands datacenter. België onderzoekt een vergelijkbaar concept voor digitale continuïteit bij ernstige dreigingen.
Bewezen in: Estland (na 2007 cyberaanvallen: NATO CCDCOE in Tallinn met 39 deelnemende naties, blockchain voor data-integriteit, data-embassy in Luxemburg, cybersecurity als nationale identiteit), VS (Executive Order 14028: verplichte zero trust voor alle federale agentschappen). Waarschuwing uit: België (Antwerpen: volgens de daders 557 GB gestolen, €11 mln herstel en daarna €84 mln extra investering in beveiliging; Belnet: ruim 200 organisaties getroffen; VSSE: ongeveer een op de tien e-mails onderschept door Chinese hackers; Defensie: eerste bekende NAVO-ministerie aangevallen via Log4j).
Standpunt 6: Open data als standaard
Feiten
België valt in de categorie "Follower" (73–84%) van de European Open Data Maturity Index 2025: onder het EU-27-gemiddelde van 86% en ver achter Frankrijk (100%), Litouwen (98%) en Polen (98%); ook Estland en Spanje behoren tot de kopgroep ("Trendsetters", 94–100%). Het federale portaal data.gov.be bevat meer dan 30.000 datasets (2026), maar de impact, het meten van daadwerkelijk hergebruik, is de zwakste dimensie: België heeft geen methode om de impact van open data te meten (2025). Regionale portalen voor Vlaanderen, Wallonië en Brussel opereren onafhankelijk met inconsistente standaarden en metadatakwaliteit.
De economische waarde van open data is substantieel. Een studie voor de Europese Commissie schatte de Europese open-datamarkt op €184 miljard (2019), met een prognose van €200 tot 334 miljard voor 2025. Een eerdere studie voor het Europees dataportaal (2015) schatte dat open data jaarlijks 1.425 levens kan redden in Europa (5,5% minder verkeersdoden) en 629 miljoen uur aan onnodige wachttijd op de weg kan besparen. McKinsey schatte (2013) dat open data wereldwijd $3–5 biljoen per jaar kan ontsluiten over zeven sectoren.
Wat we gaan doen
- Open data als wettelijke standaard: alle niet-privacygevoelige overheidsdata is openbaar en gratis beschikbaar, tenzij er een expliciete reden is om dat niet te doen (omgekeerde bewijslast). Geen overheidsdienst mag data achter een betaalmuur plaatsen.
- Eén federaal open-data-portaal dat alle datasets van alle overheidsniveaus bundelt. Met uniforme standaarden, metadata en kwaliteitseisen. Geen vier parallelle portalen meer.
- Impactmonitoring: België meet systematisch het hergebruik van open data en publiceert jaarlijks een impactrapport.
- Overheidsopdrachten, vergunningen en budgetten: openbaar en doorzoekbaar: elke euro belastinggeld is traceerbaar. Naar model van Portugals Simplex-programma en in lijn met het hoofdstuk Corruptie en Integriteit.
- API-toegang voor ontwikkelaars: alle open datasets zijn beschikbaar via standaard-API's, niet alleen als downloadbare bestanden. De private sector en onderzoekers kunnen er direct mee bouwen.
Bewezen in: Frankrijk (100% op EU Open Data Maturity, Trendsetter), Estland (Trendsetter, 94–100%), Portugal (Simplex: vereenvoudig eerst, digitaliseer dan), EU (open-datamarkt €184 mrd in 2019). Belgisch probleem: "Follower" (73–84%), onder het EU-gemiddelde van 86% (2025), 4 parallelle portalen, zwakste punt = impactmonitoring.
Standpunt 7: AI in de overheid: transparant, auditeerbaar, menselijk gecontroleerd
Feiten
Overheden wereldwijd zetten AI in met meetbare resultaten. Met de risicomodellen van het Oostenrijkse PACC werden in 2023 ongeveer 6,5 miljoen belastingdossiers gecontroleerd, goed voor €185 miljoen extra belastinginkomsten. 29 van de 38 OESO-landen gebruiken AI in hun belastingadministratie (2024). De Griekse chatbot mAigov voerde meer dan 1,6 miljoen gesprekken in 25 talen. Bij Singapore's chatbot Ask Jamie zei 58% van de gebruikers dat die hen een telefoontje naar het callcenter bespaarde.
Maar de risico's zijn existentieel. De Nederlandse toeslagenaffaire is het ultieme waarschuwingsverhaal: tussen 2005 en 2019 werden ouders massaal als fraudeur behandeld, en de Belastingdienst gebruikte daarbij een zelflerend risicomodel dat de nationaliteit als risicofactor meenam. Circa 26.000–35.000 ouders werden onterecht beschuldigd, gedwongen tot terugbetaling van tienduizenden euro's, en in zware schulden gestort. Meer dan 2.000 kinderen van gedupeerde ouders werden uit huis geplaatst. Het kabinet-Rutte viel in januari 2021. Nederland erkende formeel "institutioneel racisme" in mei 2022. Dit schandaal beïnvloedde direct de EU AI Act-onderhandelingen.
De EU AI Act (Verordening 2024/1689) classificeert een reeks overheidstoepassingen als "hoog risico": migratiebehandeling, wetshandhavingsprofilering, sociale uitkeringen, juridische beslissingsondersteuning. Na een Europees uitstel gelden die regels vanaf 2 december 2027. Publieke inzettende partijen moeten grondrechtelijke impactbeoordelingen uitvoeren. Nederland heeft een algoritmeregister met meer dan 1.000 inschrijvingen (2025). Het VK maakte de Algorithmic Transparency Recording Standard (ATRS) verplicht voor alle centrale overheidsdepartementen in 2024. België heeft geen equivalent kader.
Wat we gaan doen
- AI inzetten voor efficiëntie: fraudedetectie in belastingen en sociale zekerheid, geautomatiseerde dossierverwerking, chatbots voor burgerservice. Concrete pilootprojecten binnen 2 jaar.
- Menselijke beslissing verplicht bij ingrijpende keuzes: automatisch toekennen mag, maar een weigering, een terugvordering of een sanctie beslist altijd een mens (art. 44 HART-grondwet). Geen algoritme dat autonoom een uitkering of vergunning weigert, geld terugvordert, een boete oplegt of iemands vrijheid beperkt. AI ondersteunt de ambtenaar, vervangt hem niet.
- Verplicht algoritmeregister: alle overheidsalgoritmen die beslissingen beïnvloeden zijn publiek geregistreerd met een leesbare uitleg van werking, databronnen en risico's. Naar Nederlands en VK-model.
- Verplichte impactbeoordeling: elke overheids-AI-toepassing ondergaat een grondrechtelijke impactbeoordeling vóór inzet. Conform EU AI Act, maar ook voor toepassingen die de Act niet expliciet dekt.
- Geen profilering op nationaliteit, etniciteit of afkomst: het Nederlandse toeslagenschandaal mag zich nooit in België herhalen. Wettelijk verbod op het gebruik van beschermde kenmerken als risicofactor in overheidsalgoritmen.
- Publieke auditeerbaarheid: onafhankelijke audits van overheidsalgoritmen, minstens jaarlijks, met publieke rapportage. Geen black boxes die beslissen over het leven van burgers.
Bewezen in: Oostenrijk (PACC: 6,5 mln belastingdossiers, €185 mln extra inkomsten in 2023), Singapore (Ask Jamie: 58% van de gebruikers bespaarde een telefoontje naar het callcenter), Nederland (algoritmeregister: 1.000+ inschrijvingen; ATRS verplicht in VK). Waarschuwing uit: Nederland (toeslagenaffaire: 26.000–35.000 ouders onterecht beschuldigd, 2.000+ kinderen uit huis geplaatst, kabinet gevallen, mee door algoritmisch racisme zonder menselijke controle).
Standpunt 8: Regulatory sandbox voor overheids-AI
Feiten
De EU AI Act (Verordening 2024/1689, artikelen 57-58) verplicht elke lidstaat om minstens één AI regulatory sandbox op te richten. De oorspronkelijke termijn was augustus 2026; na een Europees uitstel is dat 2 augustus 2027. Een sandbox is een afgebakende testomgeving waar overheidsdiensten AI-toepassingen mogen ontwikkelen en testen onder versoepelde regels, maar met toezicht van een bevoegde autoriteit. Het doel: innovatie mogelijk maken zonder de volledige conformiteitslast vooraf te dragen, maar met bescherming van burgerrechten.
Spanje was een van de eerste lidstaten met een nationale AI-sandbox: een proefproject met de Europese Commissie in 2022, een wettelijke basis in 2023 (koninklijk besluit 817/2023) en in 2025 een eerste lichting van 12 AI-systemen met hoog risico. Nederland testte in 2024 een proefsandbox waarin de toezichthouders 40 vragen van 25 organisaties behandelden, en richt één multisectorale sandbox op waarin alle betrokken toezichthouders samenwerken.
België had in juli 2026 nog geen AI-toezichthouder aangeduid, en dus ook geen bevoegde autoriteit die een nationale sandbox kan beheren. Zonder sandbox is het juridisch risico voor overheidsdiensten te hoog om AI te testen met echte data. Het gevolg: de overheid experimenteert niet, terwijl de private sector en buurlanden vooruitlopen. Tegelijk toont de Nederlandse toeslagenaffaire dat ongecontroleerde AI-inzet catastrofale gevolgen kan hebben. De sandbox biedt precies het midden: experimenteren onder toezicht.
Wat we gaan doen
- Belgische AI-sandbox onverwijld oprichten: conform de EU AI Act-verplichting, en niet pas op de laatste dag van de Europese termijn. Beheerd door een onafhankelijke autoriteit (logische kandidaat: het GovTech-agentschap in samenwerking met het CCB en de Gegevensbeschermingsautoriteit).
- Prioriteit voor overheids-AI: de sandbox richt zich in de eerste fase specifiek op overheidstoepassingen: fraudedetectie, dossierverwerking, burgerservice-chatbots, risicoclassificatie. Precies de toepassingen die de EU AI Act als "hoog risico" classificeert.
- Gecontroleerd testen met echte data: deelnemende overheidsdiensten mogen in de sandbox testen met geanonimiseerde of gesynthetiseerde data, en in latere fases met echte data onder strikte privacyvoorwaarden. Geen AI-beleid gebaseerd op theoretische modellen.
- Verplichte evaluatie voor uitrol: elke AI-toepassing die de sandbox verlaat, ondergaat een onafhankelijke beoordeling op nauwkeurigheid, bias, grondrechtenimpact en uitlegbaarheid voordat ze in productie mag.
- Publieke rapportage: resultaten van sandbox-experimenten worden openbaar gepubliceerd. Wat werkt, wat niet, en waarom. Transparantie als standaard.
Bewezen in: Spanje (AESIA: een van de eerste nationale AI-sandboxes, 12 AI-systemen geselecteerd in de eerste lichting van 2025), Nederland (proefsandbox van de toezichthouders in 2024, één multisectorale sandbox van alle betrokken toezichthouders). EU-verplichting: AI Act artikel 57 verplicht elke lidstaat tot minstens één sandbox (na uitstel tegen 2 augustus 2027). Belgisch probleem: geen AI-toezichthouder en geen sandbox bij de oorspronkelijke termijn van augustus 2026, overheidsdiensten durven niet te experimenteren.
Standpunt 9: Digitale burgerparticipatie en bindende digitale referenda
Feiten
De kloof tussen burger en overheid groeit, maar de instrumenten om die te dichten zijn in België vrijwel onbestaand. Er is geen wettelijk kader voor bindende burgerinitiatieven op federaal niveau. Artikel 33 van de Grondwet bepaalt dat alle machten worden uitgeoefend "op de wijze bij de Grondwet bepaald"; samen met artikel 36 (de federale wetgevende macht ligt bij de Koning, de Kamer en de Senaat) wordt dat gelezen als een verbod op bindende federale referenda. Tegelijk toont internationaal onderzoek dat burgers niet minder vertegenwoordiging willen, maar een andere manier van werken. Niet minder democratie, maar meer directe betrokkenheid bij de besluiten die hen raken.
Estland bouwde het meest geavanceerde digitale democratieplatform ter wereld. Rahvaalgatus (rahvaalgatus.ee) laat burgers wetsvoorstellen indienen die bij 1.000 digitale handtekeningen rechtstreeks naar het parlement gaan. Bij de parlementsverkiezingen van 2023 werd 51% van de stemmen online uitgebracht, via een systeem dat sinds 2005 bij alle verkiezingen gebruikt wordt, zonder bewezen fraude. De technische basis is i-Voting: verificatie via eID-chip of Mobile-ID, dubbele enveloppe-encryptie, en de mogelijkheid om je stem te wijzigen tot de stembus sluit (wat dwang onmogelijk maakt). Geen blockchain, maar bewezen cryptografie.
Zwitserland houdt tot vier keer per jaar een federale stemdag met bindende volksstemmingen. Burgers kunnen via een volksinitiatief (100.000 handtekeningen in 18 maanden) een grondwetswijziging afdwingen, of via een facultatief referendum (50.000 handtekeningen in 100 dagen) elke wet blokkeren. De opkomst schommelt meestal tussen 40% en 60%, afhankelijk van het onderwerp. Dit is geen anomalie; het is een systeem dat sinds 1848 functioneert en routinematig ingrijpende beslissingen aan de burger voorlegt.
Taiwan ontwikkelde met het Join-platform (join.gov.tw) een systeem waar beleidsvoorstellen met 5.000 steunbetuigingen binnen 60 dagen een officieel, punt voor punt gemotiveerd antwoord van de overheid vereisen. Het platform genereert een gestructureerde dialoog tussen burger en overheid vóór de beslissing, niet achteraf.
De Duitstalige Gemeenschap van België richtte in 2019 een permanent Bürgerrat op: een geloot burgerpanel dat beleidsthema's selecteert en aanbevelingen doet aan het parlement. Het Ostbelgisch model wordt internationaal erkend als pionierswerk in deliberatieve democratie en bewijst dat participatieve mechanismen in België juridisch en praktisch haalbaar zijn.
Wat we gaan doen
- Verplichte digitale burgerconsultatie vóór elk besluit van de Raad van de Deelstaten dat deelstaatbevoegdheden raakt. Naar Taiwanees model: een digitaal platform waar burgers standpunten, argumenten en alternatieven kunnen indienen. De Raad is verplicht een gemotiveerd antwoord te publiceren op de meest ondersteunde voorstellen. Dit adresseert het transparantie-risico dat academici signaleren bij puur executieve overlegorganen: burgers zien niet alleen wat er beslist is, maar kunnen vóór de beslissing input geven. (Zie ook: HART-hoofdstuk Staatshervorming, Raad van de Deelstaten.)
- Bindend digitaal burgerinitiatief op federaal en deelstaatniveau. Een burgerinitiatief met 25.000 geverifieerde digitale steunbetuigingen (via eID of itsme) op federaal niveau komt op de agenda van de Kamer, die erover debatteert en stemt binnen 6 maanden (art. 37 HART-grondwet). Met 80.000 handtekeningen binnen honderd dagen na de bekendmaking van een wet vragen de kiezers een volksveto: de wet treedt pas in werking als ze haar niet verwerpen. Burgerstemmingen vallen op hoogstens vier vaste stemdagen per jaar, zonder minimum aan deelnemers. In een deelstaat gelden drempels naar verhouding van de bevolking: 0,21% steunbetuigingen voor een agenda-initiatief en 0,67% handtekeningen voor een volksveto. Naar Estlands Rahvaalgatus-model, maar met hogere drempel en behandelingsplicht. De technische infrastructuur bestaat al: itsme telde in 2025 meer dan 8 miljoen gebruikers en gemiddeld 1,6 miljoen acties per dag.
- Bindend digitaal referendum bij grondwetswijzigingen en grote institutionele hervormingen. Naar Zwitsers model, maar digitaal als standaard. Elke grondwetswijziging die door de Kamer wordt goedgekeurd, wordt voorgelegd aan de bevolking via een bindend digitaal referendum. Technisch gebaseerd op het Estse i-Voting-systeem: verificatie via eID/itsme, dubbele encryptie, mogelijkheid om je stem te wijzigen tot de stembus sluit, publiek verifieerbare telresultaten. Geen blockchain. Wie niet digitaal kan, stemt in het gemeentehuis (art. 37 HART-grondwet). Een grondwetswijziging is aangenomen met een meerderheid van de geldige stemmen én een meerderheid van de deelstaten (7 van 12), zonder opkomstdrempel (art. 37 en 63 HART-grondwet). Artikel 33 van de huidige Grondwet (samen met artikel 36) wordt gelezen als een verbod op bindende federale referenda; de HART-grondwet vervangt die regeling.
- Digitaal participatieplatform als publieke infrastructuur: één centraal, open-source platform voor alle vormen van digitale burgerparticipatie, consultatie, burgerinitiatief en referendum. Geïntegreerd met de Belgische X-Road (zie Standpunt 2) en de eID/itsme-infrastructuur. Geen apart platform per bestuursniveau, maar één systeem dat werkt van gemeentelijk tot federaal.
- Verplichte wetenschappelijke en stakeholder-impactanalyse bij elk besluit van de Raad van de Deelstaten met budgettaire of maatschappelijke impact. Het versterkte Planbureau/Belgisch CPB (zie HART-hoofdstuk Overheid) levert vooraf een onafhankelijke analyse. De relevante adviesorganen (Belgische SER, Hoge Gezondheidsraad, etc.) krijgen formeel adviesrecht met behandelplicht: de Raad moet elk advies gemotiveerd beantwoorden en publiceren. Naar Zweeds "remiss"-model, waar elke wetswijziging verplicht wordt voorgelegd aan wetenschappelijke instellingen en stakeholders. Wat verandert: in het bestaande systeem zijn adviesraden vrijblijvend en worden ze routinematig genegeerd. In het HART-model worden ze structureel ingebed in de besluitvormingsfase, niet in de implementatiefase.
Bewezen in: Estland (51% van de stemmen online uitgebracht in 2023; i-Voting sinds 2005 bij alle verkiezingen, zonder bewezen fraude; Rahvaalgatus: burgerinitiatieven met 1.000 handtekeningen gaan naar het parlement), Zwitserland (tot 4 federale stemdagen per jaar, verplicht referendum sinds 1848; burgers stemden over EU-toetreding, immigratie, kernenergie, minimumloon), Taiwan (Join-platform: 5.000 steunbetuigingen binnen 60 dagen verplichten een officieel overheidsantwoord), Duitstalige Gemeenschap België (permanent Bürgerrat sinds 2019, internationaal erkend pionierswerk in deliberatieve democratie). Belgisch probleem: artikel 33 GW wordt geïnterpreteerd als verbod op bindende federale referenda; geen wettelijk kader voor digitale burgerinitiatieven; digitale identiteitsinfrastructuur van wereldklasse (eID, itsme) wordt uitsluitend gebruikt voor administratieve doeleinden, niet voor democratische participatie.
Samenvatting
HART's programma voor de digitale overheid vertrekt vanuit één onverdedigbaar feit: België staat 56e op de VN E-Government Index (2024) terwijl Denemarken 1e staat, Estland 2e en Singapore 3e. Dit is geen technisch probleem. België heeft een eID van wereldklasse, itsme met meer dan 8 miljoen gebruikers, en de Kruispuntbank Sociale Zekerheid als internationaal erkend pionierswerk. Het probleem is structureel: 6 regeringen bouwen elk hun eigen systemen zonder gemeenschappelijke architectuur, zonder afdwingbare once-only-verplichting, en zonder de politieke wil om te centraliseren wat gecentraliseerd moet worden.
Het eerste standpunt maakt once-only bindend voor alle overheidsniveaus. Niet als vrijblijvend samenwerkingsakkoord maar als wet, naar Ests model waar het verboden is parallelle databanken aan te leggen. Het kafka-meldpunt krijgt tanden. Het tweede standpunt bouwt een Belgische X-Road die de zes bestaande integratoren (FSB/BOSA, KSZ, MAGDA, BCED, Fidus, eHealth) in 6 jaar vervangt door één nationale data-uitwisselingslaag. Niet verbinden bovenop zes silo's, maar de silo's zelf overbodig maken. De KSZ bewijst sinds 1990 dat dit in België kan: ongeveer 3.000 actoren via één protocol. Estland's X-Road verbindt 957 organisaties en spaart volgens de Estse overheid ongeveer 1.345 werkjaren per jaar uit, in een land met nog geen 1,4 miljoen inwoners.
Het derde standpunt maakt digitaal de standaard voor alle overheidscommunicatie, met wettelijke garantie op een fysiek alternatief voor wie niet mee kan. In Denemarken is 95% van de burgers aangesloten op Digital Post, met slechts 4,7% vrijstellingen. Het vierde standpunt doorbreekt de consultantverslaving: een Belgisch GovTech-agentschap met minstens 1.000 in-house technologen, marktconforme lonen, en een concrete doelstelling om externe IT-afhankelijkheid te halveren. De technische medewerkers van de zes af te bouwen integratoren vormen de startbasis. Geen ontslagen, maar herschikking. Het i-Police-debacle, €75,8 miljoen betaald zonder bruikbaar systeem, illustreert waarom dit urgent is.
Het vijfde standpunt behandelt cybersecurity als kritieke infrastructuur. Een behoorlijke score op de National Cyber Security Index (81,67/100 in 2026) verbergt een operationele realiteit van ransomware op Antwerpen (€11 mln herstel en daarna €84 mln extra beveiliging), DDoS op het Parlement, Chinese spionage bij de Staatsveiligheid, en een aangevallen Defensieministerie. Zero trust architectuur, verplichte audits, en gebundelde gemeentelijke cybersecurity zijn het antwoord. Het zesde standpunt maakt open data de wettelijke standaard. België scoort onder het EU-gemiddelde op open-datamaturiteit, terwijl de Europese open-datamarkt al in 2019 €184 miljard waard was.
Het zevende standpunt zet AI in voor efficiëntie: fraudedetectie, documentenverwerking, chatbots. Maar met harde waarborgen: een verplicht algoritmeregister, menselijke beslissing bij ingrijpende keuzes, en een wettelijk verbod op profilering op nationaliteit of etniciteit. De Nederlandse toeslagenaffaire, met 26.000+ ouders onterecht beschuldigd en een gevallen kabinet, is het waarschuwingsverhaal dat België moet onthouden.
Het achtste standpunt richt onverwijld een Belgische AI regulatory sandbox op, conform de EU AI Act-verplichting (artikel 57; na uitstel uiterlijk augustus 2027). Overheidsdiensten kunnen AI-toepassingen testen met echte data onder toezicht, in plaats van óf niet te experimenteren (te voorzichtig) óf ongecontroleerd uit te rollen (toeslagenaffaire). Spanje nam in 2025 een eerste lichting AI-systemen op in zijn nationale sandbox; België had in juli 2026, vlak voor de oorspronkelijke Europese termijn, nog niet eens een AI-toezichthouder.
Wat de digitale hervorming de overheid bespaart, met minder dubbele systemen en minder consultants, zit in het totaal van de staatshervorming. De opbouw van X-Road en het GovTech-agentschap vraagt eerst een investering: het overgangsprogramma is geraamd op €0,5-1 miljard per jaar tijdens de overgang (zie Belastingen §6).
Het negende standpunt bouwt digitale burgerparticipatie en bindende digitale referenda als democratisch tegenwicht bij de efficiëntiewinsten van de digitale overheid. Verplichte digitale consultatie vóór besluiten van de Raad van de Deelstaten, een bindend digitaal burgerinitiatief (25.000 steunbetuigingen via eID/itsme brengen een voorstel naar een stemming van alle kiezers), en een bindend digitaal referendum bij grondwetswijzigingen. Digitaal als standaard, naar Estlands technisch model; wie niet digitaal kan, stemt in het gemeentehuis. De bestaande identiteitsinfrastructuur (eID, itsme, meer dan 8 miljoen gebruikers) wordt eindelijk ook ingezet voor democratische participatie, niet alleen voor administratieve processen. Zwitserland laat tot vier keer per jaar bindend stemmen. In Estland werd in 2023 51% van de stemmen online uitgebracht. De Duitstalige Gemeenschap van België heeft sinds 2019 een permanent Bürgerrat. De instrumenten bestaan. België gebruikt ze niet.
De overheid werkt voor de burger. Niet andersom. Estland bouwde een digitale staat met een fractie van het Belgische budget. Denemarken raamt de besparing van Digital Post op ongeveer €130 miljoen per jaar. Singapore verwerkt 41 miljoen digitale transacties per maand. België heeft veel meer middelen en levert minder, omdat het fragmentatie tolereert waar eenheid nodig is. De technische oplossingen bestaan. Het internationale bewijs is overweldigend. Wat rest is de politieke beslissing om te handelen.