Kernprincipe: België reguleert niet te veel. Het reguleert verkeerd. Voorschriften in plaats van doelstellingen. Drie parallelle systemen in plaats van één. Vijftien vergunningen waar één volstaat. HART vervangt de regeldiarree door structurele oplossingen die hetzelfde doel bereiken met een fractie van de last.
België scoort consequent ondermaats op internationale indices voor ondernemersvriendelijkheid en administratieve eenvoud. De OESO, de Europese Commissie en het Federaal Planbureau bevestigen jaar na jaar dat de administratieve last voor bedrijven hoog blijft en nauwelijks daalt. Intussen bewijzen Estland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk dat dezelfde beleidsdoelen. Voedselveiligheid, werknemersbescherming, milieukwaliteit. Haalbaar zijn met een fractie van de rompslomp.
HART wil geen deregulering om de deregulering. HART wil slimme regulering: van voorschriften naar doelstellingen, van fragmentatie naar uniformiteit, van papier naar digitaal.
De feiten
| Indicator | België | Vergelijking |
|---|---|---|
| Doing Business 2020 | 46e van 190 (score 74,99) | NL: 42e · DK: 4e · VK: 8e |
| Heritage Economic Freedom 2025 | 34e van 176 ("Moderately Free", score 69,0) | NL: 10e · DK: 7e · Estland: 8e |
| Payroll-complexiteit | Nr. 1 ter wereld (TMF Group Global HR Complexity Index) | Consequent in de top 3 van de Global Payroll Complexity Index |
| Belastingdruk | 42,6% van bbp (5e hoogste OESO, 2023) | Totale heffing: 55,4% van commerciële winst |
| Tax Competitiveness (Tax Foundation 2024) | 26e van 38 OESO-landen | Estland: 1e · Letland: 2e · NZ: 3e |
| Gereglementeerde beroepen | ~131 | VK: substantieel minder na Legal Services Act 2007 |
| Paritaire comités | ~100 hoofdcomités + ~70 subcomités | DK: geen wettelijke minimumlonen, sectorale afspraken via cao's |
| Bouwvergunning (Brussel) | ~211 dagen, 16 procedures | DK: 64 dagen, 7 procedures |
| Gemeenten | 581 (per 1 januari 2025), elk met eigen opcentiemen (0%–9%) | NL: 342 gemeenten na fusiegolven |
Bronnen: World Bank Doing Business 2020; Heritage Foundation Index of Economic Freedom 2025; OESO Revenue Statistics 2024; TMF Group Global HR Complexity Index; Tax Foundation International Tax Competitiveness Index 2024; Europese Commissie Regulated Professions Database; FOD Werkgelegenheid.
1. Horeca en voeding: één vergunning in plaats van vijftien
Standpunt: Een Belgisch restaurant openen vereist een lange reeks afzonderlijke registraties en vergunningen. KBO-inschrijving, FAVV-toelating, gemeentelijke drankvergunning, federale alcohol-/tabaksvergunning, SABAM-muzieklicentie, geregistreerd kassasysteem (witte kassa), terrasvergunning, milieuvergunning, UBO-registratie, en meer. Afhankelijk van de gemeente en het type zaak loopt het totaal op tot 15 à 19 stappen. Elke aanvraag gaat naar een andere overheid, een ander formulier, vaak een andere taal. Het FAVV hanteert een drielagig systeem. Registratie, toelating en erkenning. Dat verder gaat dan wat de EU-wetgeving op voedselveiligheid vereist. Zelfs het kleinste café dat voorverpakte snacks verkoopt, betaalt een jaarlijkse FAVV-heffing die kan oplopen tot duizenden euro's, afhankelijk van de bedrijfscategorie.
In het Verenigd Koninkrijk is registratie van een voedingsbedrijf gratis, kan niet geweigerd worden, en bestaat uit één online formulier. 28 dagen vóór opening ingediend. De Food Standards Agency vervangt de zware HACCP-documentatie door praktische, proportionele handleidingen ("Safer Food Better Business") voor kleine horecazaken.
De Belgische soldenwetgeving is een unicum in Europa. Slechts twee wettelijk vastgelegde soldenperiodes per jaar (januari en juli). Een sperperiode van één maand vóór elke soldenperiode verbiedt elke aankondiging van prijsvermindering voor kleding, schoeisel en lederwaren. Belgische rechtspraak heeft zelfs de zin "de zomer nadert, wij ruimen onze winterstock op" verboden als equivalent van het beschermde woord "solden." Verkoop met verlies is het hele jaar verboden buiten de solden. Duitsland schafte vergelijkbare beperkingen (Rabattgesetz en Zugabeverordnung) af in 2001, zonder negatieve effecten op consumenten of kleine retailers. Het VK, Nederland, Denemarken en Zweden kennen geen vergelijkbare beperkingen.
Terrasvergunningen in Brussel vereisen een conformiteitsattest, bewijs van handelsregistratie, btw-registratie, KBO-registratie, een inplantingsplan en een foto. De verwerkingstijden zijn "berucht lang." Het VK voerde in 2024 een permanent terrasvergunningensysteem in met een verwerkingstermijn van 28 dagen en een maximale kost van £500 (verlengingen: £350).
Wat we gaan doen:
- Eén digitaal "Horecaloket" dat alle registraties (voedselveiligheid, drank, muziek, exploitatievergunning, terras) combineert in één aanvraag, één formulier, één beslissing. Wie een restaurant opent, vult één dossier in. Niet vijftien.
- Risicogebaseerde FAVV-bijdragen in plaats van forfaitaire heffingen. Een foodtruck betaalt niet hetzelfde als een voedingsfabriek. Kleine ondernemingen met laag risicoprofiel krijgen een vereenvoudigde registratie zonder inspectiekosten vooraf.
- De soldenwetgeving volledig afschaffen, inclusief de sperperiode en het verbod op verkoop met verlies. Duitsland deed dit in 2001. Geen negatieve effecten. Consumentenbescherming tegen misleidende prijzen blijft gewaarborgd via de algemene regels rond oneerlijke handelspraktijken (EU-richtlijn 2005/29/EG), niet via een kalender die dicteert wanneer een winkelier korting mag geven.
- Openingsuren volledig liberaliseren. De huidige beperking tot 21:00 is achterhaald. Zweden liberaliseerde volledig in 1972. De beslissing over openingsuren hoort bij de ondernemer, niet bij de wetgever.
- Terrasvergunningen vereenvoudigen naar het Britse model: digitale aanvraag, maximale doorlooptijd van 28 dagen, geplafonneerde kost. Geen zes documenten voor drie tafels op het voetpad.
Bewezen in: Verenigd Koninkrijk. Gratis online registratie voedingsbedrijf bij de Food Standards Agency, 28 dagen vóór opening, kan niet geweigerd worden. Permanent terrasvergunningensysteem (2024): 28 dagen, £500 cap. Duitsland. Afschaffing Rabattgesetz en Zugabeverordnung (2001): volledige liberalisering van kortingsregels zonder negatieve effecten. Zweden. Volledige liberalisering openingsuren sinds 1972.
2. Bouw en vastgoed: drie systemen waar één volstaat
Standpunt: België scoort uiterst zwak op de doorlooptijd van bouwvergunningen: in Brussel gemiddeld 211 dagen en 16 procedures volgens Doing Business 2020. Denemarken doet het in 64 dagen met 7 procedures. Singapore in vergelijkbare tijdspannes. Dit is geen kwestie van veiligheidsnormen. Het is procesontwerp.
Drie afzonderlijke regionale kaders reguleren de energieprestatie van gebouwen. Vlaanderen werkt met E-peil en S-peil; Brussel met PEB; Wallonië met Ew. Elke regio heeft eigen productdatabases, gecertificeerde verslaggevers en berekeningsmethodes. Een bouwbedrijf dat nationaal opereert, moet drie parallelle systemen beheersen voor wat fundamenteel dezelfde EU-richtlijn is. Nederland implementeert diezelfde richtlijn via één nationaal systeem (BENG) met één berekeningsmethode (NTA8800) en één energielabel.
De Architectenwet van 1939 is een van de meest restrictieve beroepsregelingen in Europa. België vereist een geregistreerde architect voor vrijwel alle werken waarvoor een bouwvergunning nodig is. Zowel ontwerp als werfcontrole. Architectenhonoraria bedragen typisch 8–15% van de bouwkosten. In het Verenigd Koninkrijk is "architect" een beschermde titel, maar iedereen mag gebouwen ontwerpen. In Denemarken, Finland, Ierland, Noorwegen en Zweden bestaan helemaal geen beperkingen op wie gebouwen ontwerpt, zolang het resultaat aan de bouwvoorschriften voldoet. De Europese Commissie heeft de Belgische beroepsreglementering geïdentificeerd als "een van de meest restrictieve in de EU."
Het Vlaamse asbestattest (verplicht sinds 23 november 2022 voor gebouwen van vóór 2001, €400–900 per vastgoedtransactie) heeft geen equivalent in Wallonië of Brussel, wat een reguleringskloof creëert binnen het land. Bodemattesten variëren eveneens per regio. In Brussel is een certificaat slechts één jaar geldig en voor één transactie.
Wat we gaan doen:
- Eén nationaal bouwreglement naar model van de Nederlandse Omgevingswet. Eén digitaal vergunningenportaal, één berekeningsmethode voor energieprestatie, één set regels. Ongeacht of het project in Antwerpen, Brussel of Namen staat.
- De Architectenwet hervormen. Verplichte architectenmedewerking beperken tot structureel significante werken (draagstructuur, stabiliteit). Voor standaard verbouwingen, interieuraanpassingen en kleine bouwwerken volstaat een gecertificeerd aannemer of ingenieur. De titel "architect" blijft beschermd; het monopolie op elke bouwaanvraag niet.
- Certificaten digitaliseren en permanent maken. Asbestattesten, bodemattesten en energieprestatiecertificaten worden opgenomen in een permanent digitaal gebouwpaspoort. Één keer opgemaakt, automatisch bijgewerkt, niet per transactie opnieuw betaald.
- BIM-gebaseerde automatische toetsing naar model van Singapore's CORENET X (al opgenomen in het HART-programma Economie en Ondernemen): 3D-modellen worden automatisch getoetst aan regelgeving, waardoor de menselijke beoordelingstijd drastisch daalt.
Bewezen in: Nederland. Omgevingswet (2024): één nationaal stelsel met één digitaal loket (DSO) voor alle omgevingsvergunningen. Eén berekeningsmethode (NTA8800) voor energieprestatie. Denemarken. 64 dagen gemiddelde doorlooptijd bouwvergunning, 7 procedures, geen verplichte architect voor standaardprojecten. Singapore. CORENET X: 3D BIM-indiening met geautomatiseerde toetsing voor grote projecten.
3. Retail en zelfstandigen: van zes loketten naar één klik
Standpunt: De basiskennis bedrijfsbeheer is in Vlaanderen afgeschaft in 2019, in Brussel in januari 2024 en in Wallonië in oktober 2025. Maar let op: in Brussel en Wallonië bestaan nog steeds beroepsbekwaamheidsvereisten voor specifieke sectoren zoals bouwberoepen, persoonlijke verzorging en voertuigtechnieken. Alleen Vlaanderen heeft alles afgeschaft. Deze fragmentatie betekent dat het adres van de maatschappelijke zetel bepaalt welke regels gelden. Een bedrijf met zetel in Brussel en een filiaal in Vlaanderen valt onder de Brusselse regels, ondanks activiteit in een gedereguleerde regio.
Het Belgische socialezekerheidsstelsel voor zelfstandigen is opmerkelijk complex. Ondernemers moeten zich aansluiten bij een privaat sociaal verzekeringsfonds, een afzonderlijk ziekenfonds, en betalen driemaandelijkse voorlopige bijdragen op basis van het inkomen van drie jaar eerder. De definitieve bijdragen worden 2–3 jaar later berekend, met potentieel grote "regularisatie"-verrassingen. Het verzekeringsfonds rekent bovenop 3–4% administratiekosten (sommige fondsen tot 4,25%). In het VK betalen zelfstandigen een eenvoudige vaste bijdrage plus een percentage op de winst, alles via één belastingaangifte (HMRC self-assessment). In Estland is de sociale belasting geïntegreerd in het digitale belastingsysteem (EMTA): geen apart privaat fonds als tussenschakel.
Wat we gaan doen:
- De beroepsbekwaamheidsvereisten nationaal harmoniseren op het Vlaamse niveau: geen verplichte beroepskennis voor standaardondernemerschap. Waar veiligheidsrisico's dit rechtvaardigen (elektriciteit, gas), volstaat een certificeringssysteem in plaats van een toegangsbeperking.
- Het sociaal statuut van zelfstandigen vereenvoudigen. Eén geïntegreerde bijdrage via het belastingsysteem. Geen apart verzekeringsfonds, geen apart ziekenfonds, geen driejarige vertraging. Estland en het VK bewijzen dat sociale bescherming en administratieve eenvoud samen kunnen.
- De voorlopige bijdragen baseren op het lopende jaar, niet op het inkomen van drie jaar geleden. Digitale boekhoudsoftware maakt real-time berekening mogelijk. De regularisatieschok. Waarbij een startende zelfstandige jaren later een naheffing ontvangt op basis van een inmiddels achterhaald inkomen. Is een anachronisme.
- Eén digitaal ondernemersloket (naar Estlands e-Business Register of Deens Virk.dk) dat alle registraties combineert: KBO, btw, sociaal verzekeringsfonds, ziekenfonds, FAVV. Één aanvraag, één login, geen dubbele data-invoer.
Bewezen in: Estland. E-Business Register: bedrijfsoprichting in 15 minuten, sociale belasting geïntegreerd in EMTA, geen apart privaat fonds. Denemarken. Virk.dk: alle bedrijfsregistraties via één portaal, MitID-authenticatie, CVR-nummer binnen enkele uren. Verenigd Koninkrijk. HMRC self-assessment: zelfstandigen betalen bijdragen via één belastingaangifte, geen apart lidmaatschap.
4. Transport: het complexste tolsysteem ter wereld in het kleinste land
Standpunt: Het Viapass-kilometerheffingssysteem voor vrachtwagens boven 3,5 ton wordt door zijn eigen Administrateur-Generaal omschreven als "het grootste en meest complexe tolsysteem ter wereld." Drie regionale domeinen opereren onder verschillende juridische instrumenten. De heffing is een belasting in Vlaanderen en Brussel, maar een btw-plichtige retributie in Wallonië (waar wegen beheerd worden door het private Sofico). Zero-emissie voertuigen betalen €0/km in Vlaanderen en Brussel, maar worden in Wallonië geclassificeerd aan het Euro VI-tarief. Duitsland dekt een veel groter wegennet met één uniform reglement.
Drie regio's hanteren elk een afzonderlijk lage-emissiezonesysteem (LEZ) met verschillende registratievereisten, verschillende toegangscriteria en verschillende verscherpingsschema's. Een bezorgbedrijf dat Antwerpen, Brussel en Gent bedient, navigeert door drie regimes. Duitsland loste dit op met één nationaal stickersysteem (Umweltplakette): één sticker geldt in alle milieuzones. Nederland coördineert zero-emissiezones in 14 steden via één nationaal kader.
De autokeuring is geregionaliseerd met verschillende frequentieregels, leeftijds- en kilometerdrempels en prijzen per regio. Vlaanderen rekent €40,90 als basistarief; Wallonië tot €59,60. Systematisch duurder. Deze fragmentatie bestaat in een land kleiner dan Maryland.
Taxiregulering is opgedeeld in drie volledig verschillende regionale kaders. Brussel hanteert een numerus clausus (1.425 geplafonneerde vergunningen met wachtlijst) en het Brussels Hof van Beroep oordeelde eind 2021 tegen Uber op basis van de ordonnantie van 1995. Estland werd in 2017 het eerste EU-land dat ridesharingplatforms formeel legaliseerde, met een aparte juridische categorie in de Wet op het Openbaar Vervoer die Bolt groot maakte.
Wat we gaan doen:
- Eén nationaal tolsysteem met uniforme tarieven, uniforme voertuigclassificatie en één juridisch kader. De huidige situatie. Belasting in Vlaanderen, retributie in Wallonië, verschillende tarieven voor zero-emissie. Is absurd voor een land van 30.689 km².
- Eén nationaal LEZ-kader met één digitale pas, naar Duits model. Eén registratie, geldig in alle Belgische steden. De huidige fragmentatie is een last voor ondernemers en onbegrijpelijk voor buitenlandse chauffeurs.
- Taxiregulering moderniseren naar Estlands model: een aparte, lichtere juridische categorie voor platformgebaseerde diensten. Geen verbod op innovatie via wetten uit 1995.
- Eén nationale autokeuring met uniforme tarieven en procedures. De regionalisering van de autokeuring dient geen enkel beleidsdoel. Voertuigveiligheid stopt niet aan de taalgrens.
- Ecocombinaties (langere en zwaardere vrachtwagens) definitief toelaten. Na meer dan tien jaar pilootprojecten met consequent positieve evaluaties is verdere "proeffase" onverdedigbaar.
Bewezen in: Duitsland. Maut: één nationaal tolsysteem voor 52.000+ km snelweg en hoofdweg. Umweltplakette: één sticker voor alle milieuzones. Estland. Eerste EU-land dat ridesharingplatforms legaliseerde (2017), aparte juridische categorie in de Wet op het Openbaar Vervoer. Nederland. Nationaal kader voor zero-emissiezones in 14 steden, gecoördineerd door het Rijk.
5. Gezondheidszorg: apotheken bevroren in de tijd, telehealth vastgelopen in pilootfase
Standpunt: De Belgische apotheekreglementering opereert onder een moratorium op nieuwe apotheken dat al loopt sinds 1994 en onafgebroken is verlengd. De recentste verlenging (KB van 19 juli 2024) loopt tot 2029. Afstandsregels creëren beschermingszones rond bestaande apotheken. Het eigendom van apotheken is in België niet beperkt tot apothekers. Circa 71% is in handen van vennootschappen. Maar elke apotheek moet een geregistreerde apotheker-titularis hebben en de vestigingsregels beperken de facto concurrentie. Het resultaat: kunstmatige schaarste en prijzen die aanzienlijk hoger liggen dan in Nederland, waar het eigenaarschap werd geliberaliseerd in 1999 en ketens zoals Kruidvat apotheekactiviteiten uitbaten. In het VK kan elke onderneming een apotheek bezitten. Boots exploiteert circa 1.800 filialen. En online apotheken zijn volledig toegestaan.
België mist nog steeds een alomvattend wettelijk kader voor telegeneeskunde. Vóór COVID-19 verbood de Nationale Raad van de Orde der Artsen in de praktijk diagnose op afstand zonder voorafgaand fysiek onderzoek. Noodmaatregelen tijdens de pandemie verruimden teleconsultatie, maar een permanente terugbetalingsregeling is nog onvolledig. Estland bouwde zijn e-Health-systeem uit vanaf 2008. Elektronische voorschriften werden in 2010 gelanceerd en bereikten nagenoeg volledige adoptie in de daaropvolgende jaren, met inmiddels 99% van de gezondheidsgegevens gedigitaliseerd. Herhalingsvoorschriften vereisen geen doktersbezoek. Patiënten contacteren hun arts elektronisch, en het voorschrift wordt met enkele klikken verlengd.
Wat we gaan doen:
- Het moratorium op nieuwe apotheken opheffen en de afstandsregels afschaffen. Het vestigingsbeleid moet gebaseerd zijn op vraag en aanbod, niet op beschermingszones. De verplichting van een apotheker-titularis als farmaceutisch verantwoordelijke blijft behouden. Die beschermt patiënten. Het moratorium beschermt gevestigde belangen.
- Online apotheken volwaardig toelaten naar VK-model, met verplichte registratie en farmaceutisch toezicht maar zonder geografische beperkingen.
- Een permanent wettelijk kader voor telegeneeskunde invoeren met volledige terugbetaling voor teleconsultaties. Het Estlandse model. Elektronische voorschriften, digitaal patiëntendossier, herhaalrecepten zonder fysieke consultatie. Als leidraad.
- De terugbetalingsprocedure voor geneesmiddelen vereenvoudigen naar het NICE-model (VK): één transparant evaluatieorgaan met gepubliceerde kosteneffectiviteitsdrempels (recent verhoogd naar £25.000–£35.000 per QALY), in plaats van het huidige systeem van meerdere comités, hoofdstukclassificaties (I tot VIII) en vertrouwelijke Managed Entry Agreements (het KCE telde er 71 tussen 2010 en 2015 alleen al).
Bewezen in: Nederland. Liberalisering apotheekvestiging (1999), ketens toegestaan, lagere prijzen. Estland. E-Health-systeem sinds 2008, elektronische voorschriften sinds 2010, 99% gezondheidsdata gedigitaliseerd, herhaalrecepten zonder doktersbezoek. Verenigd Koninkrijk. NICE: één transparant evaluatieorgaan met gepubliceerde QALY-drempels (£25.000–£35.000 sinds april 2026). Boots: ~1.800 filialen, vrij eigendom.
6. Landbouw: het enige EU-land met twee GLB-plannen
Standpunt: België is het enige EU-lidstaat dat twee afzonderlijke Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) Strategische Plannen indiende bij de Europese Commissie. Één voor Vlaanderen, één voor Wallonië. Waarmee de EU-totaal op 28 plannen voor 27 landen komt. De Europese Commissie bevestigde dit expliciet bij de goedkeuring in december 2022. Deze dubbele structuur creëert verdubbelde rapportage, monitoring en evaluatiesystemen, verschillende regels voor boeren aan weerszijden van de gewestgrens, en extra interactie met de Europese Commissie. Elk ander EU-lidstaat. Inclusief Nederland met zijn enorme regionale landbouwvariatie. Volstaat met één plan.
Het Vlaamse Mestactieplan (MAP) telt inmiddels zeven opeenvolgende versies (MAP 1 t/m MAP 7) over een periode van 28 jaar (1996–2024), telkens met gewijzigde regels, deadlines en vereisten. Ondanks deze reguleringsintensiteit blijven nitraatnormen problematisch. Afhankelijk van het meettype (grondwater vs. oppervlaktewater) overschrijdt een aanzienlijk deel van de meetpunten nog steeds de 50 mg NO₃/l-drempel, hoewel recente data voor oppervlaktewater een daling tonen.
De Vlaamse stikstofcrisis verloopt parallel aan de Nederlandse PAS-crisis maar met grotere reguleringsvertraging. Vlaanderen werkte nog met interimrichtlijnen (omzendbrieven uit 2015 en 2017, gebaseerd op een overgangskader uit 2014) toen de Raad voor Vergunningsbetwistingen op 25 februari 2021 het beoordelingskader vernietigde. Het stikstofdecreet werd uiteindelijk goedgekeurd op 24 januari 2024. Na circa 20.000 formele bezwaren, kritische adviezen van de Raad van State en boerenprotesten. Boerenorganisaties hebben aangevochten bij het Grondwettelijk Hof. Daarnaast werd MAP 7 goedgekeurd op 18 december 2024.
Denemarken biedt een contrasterend model: de Groene Tripartiete Overeenkomst van juni 2024. Één onderhandeling tussen overheid, milieusector en landbouw. Combineert regulering met economische prikkels (waaronder 's werelds eerste CO₂e-belasting op landbouw) en herleidt EU-landbouwsubsidies naar stikstofvermindering. Een pragmatische, marktgerichte aanpak in plaats van de Belgische prescriptieve inputcontroles.
Wat we gaan doen:
- Eén nationaal GLB Strategisch Plan met regionale hoofdstukken. Zoals alle andere 26 EU-lidstaten het doen. Twee plannen voor één land van 30.689 km² is bureaucratische zelfkwelling.
- Het mestbeleid hervormen van inputcontroles naar uitkomstgerichte waterkwaliteitsdoelen. Niet tellen hoeveel kilogram stikstof een boer mag uitrijden, maar meten wat de waterkwaliteit is aan de meetpunten. Boeren die aantoonbaar goede waterkwaliteit leveren, krijgen meer flexibiliteit. Niet meer regels.
- Het Deense Groene Tripartiete model overnemen: één gezamenlijke onderhandeling tussen overheid, milieusector en landbouworganisaties. Combineer regulering met economische prikkels en investeringen in innovatie, in plaats van vijfjaarlijkse herzieningen die telkens weer in juridische onzekerheid eindigen.
- De stikstofproblematiek oplossen met individuele impactbeoordeling, niet met programmatische aanpakken die onverenigbaar blijken met de Habitatrichtlijn. Zowel Nederland als België hebben geleerd dat generieke drempelwaardes die individuele beoordeling omzeilen, juridisch niet standhouden.
Bewezen in: Denemarken. Groene Tripartiete Overeenkomst (juni 2024, uitgebreid november 2024): overheid, milieu en landbouw onderhandelen samen, combinatie van regulering met economische prikkels, 's werelds eerste CO₂e-belasting op landbouw. Alle 26 andere EU-lidstaten. Dienen elk één GLB Strategisch Plan in.
7. Digitaal en e-commerce: verplichte twee bezorgmethodes en alles-tegelijk e-facturatie
Standpunt: België voerde in 2024 een unieke verplichting in: alle B2C-webshops moeten minstens twee bezorgmethodes aanbieden, waarvan bij voorkeur één ecologisch verantwoord. Boetes lopen op tot €10.000 of 4% van de jaaromzet. Geen enkel ander geïdentificeerd EU-land kent een vergelijkbare verplichting.
De Belgische B2B e-facturatieplicht trad in werking op 1 januari 2026 en verplicht alle btw-plichtige ondernemingen om gestructureerde elektronische facturen te versturen via Peppol. In tegenstelling tot Frankrijk en Spanje, die vereisten faseren op basis van bedrijfsgrootte (Frankrijk: grote bedrijven september 2026, kmo's september 2027, micro-ondernemingen september 2028), koos België voor een universele alles-tegelijk-aanpak. Gelijk geldend voor een multinational en een éénpersoons-freelancer. Boetes starten bij €1.500 per overtreding. Er geldt een tolerantieperiode van drie maanden, mits de ondernemer aantoonbare voorbereidingsinspanningen kan bewijzen.
België beschikt met itsme® (meer dan 7 miljoen gebruikers en groeiend) over een sterke digitale identiteitsinfrastructuur. Maar het ontbreekt aan de achterliggende systeemintegratie die Estland kenmerkt: het X-Road-platform verbindt er meer dan 900 overheidsinstellingen, bespaart naar schatting 2.500+ werkjaren per jaar en maakt 99% van de overheidsdiensten digitaal toegankelijk.
Wat we gaan doen:
- De verplichting van twee bezorgmethodes afschaffen. Consumenten kiezen zelf; de markt levert al een brede waaier aan bezorgopties. Deze regel lost geen probleem op, creëert er wel een.
- E-facturatie faseren op bedrijfsgrootte naar Frans/Spaans model: grote bedrijven eerst, kmo's later, micro-ondernemingen met een overgangsperiode van minstens twee jaar. De huidige alles-tegelijk-aanpak is disproportioneel voor de 900.000+ Belgische kmo's en eenpersoonszaken.
- De "eenmalig bevragen"-regel wettelijk verankeren (Estlands "once-only principle"): de overheid mag een ondernemer nooit vragen om gegevens aan te leveren die al bij een andere overheidsdienst beschikbaar zijn. Estland heeft dit via de Wet op de Openbare Informatie vastgelegd. Overheidsinstellingen mogen geen dubbele databases aanleggen.
- Investeren in een geïntegreerde overheidsdatainfrastructuur naar model van Estlands X-Road: één backbone die honderden instellingen verbindt en duizenden werkjaren per jaar bespaart. België's itsme® is een goed begin voor identiteitsverificatie, maar het ontbreekt aan de achterliggende systeemkoppeling.
Bewezen in: Estland. X-Road: verbindt 900+ instellingen, bespaart duizenden werkjaren/jaar, once-only principle wettelijk verankerd via de Wet op de Openbare Informatie, 99% overheidsdiensten digitaal. Frankrijk. E-facturatie gefaseerd: grote bedrijven (sept. 2026), kmo's (sept. 2027), micro-ondernemingen (sept. 2028).
8. Tewerkstelling en payroll: de meest complexe loonbrief ter wereld
Standpunt: België is het nummer 1 meest complexe land ter wereld voor HR en payroll (TMF Group Global HR Complexity Index) en staat consequent in de top 3 van de Global Payroll Complexity Index. De oorzaken zijn structureel.
Ongeveer 100 hoofdparitaire comités en circa 70 subcomités onderhandelen elk hun eigen collectieve arbeidsovereenkomsten met specifieke lonen, arbeidsvoorwaarden, bonussen, indexeringsmechanismen en ontslagregels. Het juiste paritair comité bepalen is "niet altijd een eenvoudige oefening". De FOD Werkgelegenheid bevestigt dat alleen de arbeidsrechtbank een bindende uitspraak kan doen. Eén bedrijf met zowel arbeiders als bedienden kan tegelijk onder meerdere comités vallen.
België is een van de weinige EU-landen (samen met Luxemburg en Cyprus) met uitgebreide automatische loonindexering die nagenoeg alle lonen dekt, maar uniek is dat elk paritair comité zijn eigen indexeringsmechanisme heeft. PC 200 (meer dan 500.000 werknemers) past jaarlijkse indexering toe in januari. Andere sectoren indexeren maandelijks, driemaandelijks, of alleen wanneer een "spilindex" wordt overschreden. De indexeringsschok van 11,08% voor PC 200 in januari 2023 illustreerde de samengestelde administratieve en kostenlast.
Arbeidsdocumenten moeten in de taal van het taalgebied worden opgesteld. In Vlaanderen en Wallonië leidt gebruik van de verkeerde taal tot nietigheid; in Brussel geldt een vertaalverplichting op kosten van de werkgever maar geen automatische nietigheid. België is hiermee een van de weinige landen in de EMEA-regio waar taalvereisten zo'n directe juridische impact hebben op arbeidsrelaties. Maaltijdcheques (tot €8, stijgend naar €10 vanaf 1 januari 2026), ecocheques (€250/jaar), sport- en cultuurcheques, bedrijfswagens, groepsverzekering en hospitalisatieverzekering vereisen elk afzonderlijke loonverwerking. Het resultaat: het overgrote deel van de Belgische privébedrijven besteedt payroll uit aan sociaal secretariaten. Het hoogste percentage in Europa.
Nachtarbeid (20:00–06:00) is in principe verboden. Zondagswerk eveneens. Overwerk vereist expliciete wettelijke rechtvaardiging. België en Frankrijk zijn de meest restrictieve EU-landen op het vlak van arbeidstijd.
Wat we gaan doen:
- De paritaire comités consolideren tot 20–30 macrosectoren. De huidige versnippering. Met comités voor "diamantnijverheid" en "pannenbakkerijen". Is een erfenis uit het industriële tijdperk. Minder comités betekent minder regels, minder conflicten over classificatie, en meer transparantie.
- Eén nationaal indexeringsmechanisme in plaats van sectorale berekeningen. Alle sectoren volgen dezelfde index, op hetzelfde moment, volgens dezelfde formule. De complexiteit van tientallen verschillende indexeringskalenders dient geen enkel werknemersbelang.
- Engels toestaan als geldige taal voor arbeidsovereenkomsten in internationale bedrijven. De huidige taalwetgeving is een drempel voor internationale bedrijven die Brussel als Europees hoofdkwartier overwegen.
- Maaltijdcheques, ecocheques, sport- en cultuurcheques afschaffen en vervangen door een hoger nettoloon of één geconsolideerde belastingvrijstelling. Elke cheque heeft zijn eigen administratie, zijn eigen plafond, zijn eigen leverancier, zijn eigen kaart. Dit systeem bestaat omdat het fiscaal gunstig is. Niet omdat het efficiënt is.
- Flexizekerheid naar Deens model. Eenvoudiger ontslaan (al opgenomen in het HART-programma via de herinvoering van de proefperiode), gecombineerd met sterkere werkloosheidsuitkeringen en actieve herscholingsprogramma's. Denemarken kent geen wettelijke minimumlonen. Lonen worden vastgelegd via collectieve arbeidsovereenkomsten tussen vakbonden en werkgevers. En toch een werkloosheidsgraad die consequent lager ligt dan de Belgische.
Bewezen in: Denemarken. Flexicurity: eenvoudig ontslaan + genereuze werkloosheidsuitkeringen + actieve herscholing. Geen wettelijk minimumloon, loonvorming via collectieve onderhandeling. Estland. Flat tax, sociale belasting geïntegreerd in belastingsysteem, payroll-verwerking in minuten. Verenigd Koninkrijk. PAYE: één uniform payrollsysteem, geen paritaire comités.
9. Vrije beroepen: monopolies van 1939 doorbreken
Standpunt: België telt ongeveer 131 gereglementeerde beroepen. De Architectenwet van 1939 reserveert zowel de titel als de beroepsactiviteit aan ingeschreven architecten. Een van de strengste regimes in Europa. De boekhoudsector wordt beheerd door één verplichte beroepsorganisatie (ITAA) met een monopolie op bepaalde activiteiten, een verplichte stage van 3 jaar óf 7 jaar praktijkervaring plus examens. Vastgoedmakelaars moeten een bachelordiploma of gelijkwaardige opleiding behalen, een stage van 1–3 jaar doorlopen en zowel een schriftelijk als mondeling examen afleggen voor verplichte BIV/IPI-registratie (een alternatief traject via 6 jaar ervaring bestaat ook). In Nederland is vastgoedmakelaar sinds 2001 geen gereglementeerd beroep meer. In het VK kan iedereen als makelaar aan de slag zonder verplichte kwalificaties.
De OESO heeft in haar rapport van december 2025 expliciet aanbevolen dat België "beperkingen op de toegang tot professionele diensten" moet verminderen. De rotatiegraad in Belgische zakelijke diensten (oprichtingen en stopzettingen gecombineerd) bedraagt circa 10–11%, tegenover een EU-gemiddelde van 18–19%. Minder concurrentie betekent hogere prijzen voor consumenten en minder innovatie.
Wat we gaan doen:
- Van activiteitsvoorbehoud naar titelbescherming voor architecten en vastgoedmakelaars (VK-model). De titel "architect" blijft beschermd; het exclusieve recht om elk gebouw te ontwerpen niet. De titel "vastgoedmakelaar" blijft beschermd; de verplichting om jarenlang stage te lopen voor het bemiddelen bij een verkoop niet.
- Concurrerende beroepsorganisaties toelaten voor accountants (VK-model met ACCA, ICAEW, CIMA). Eén monopolistische beroepsorganisatie per beroep is geen garantie voor kwaliteit. Het is een garantie voor hoge toetredingskosten.
- Stageperiodes verkorten waar permanente vorming en beroepsaansprakelijkheidsverzekering voldoende consumentenbescherming bieden. Een driejarige stage voor boekhouders in een tijdperk van cloudboekhouding en AI-gestuurde audits is disproportioneel.
- Multidisciplinaire praktijken toestaan naar model van de Britse Legal Services Act (2007), die Alternative Business Structures invoerde en niet-juristen toeliet om te investeren in advocatenkantoren.
Bewezen in: Verenigd Koninkrijk. Legal Services Act (2007): Alternative Business Structures, niet-juristen mogen investeren in juridische diensten. "Architect" is beschermde titel, maar iedereen mag gebouwen ontwerpen. Vastgoedmakelaar is geen gereglementeerd beroep. Nederland. Vastgoedmakelaar is vrij beroep sinds 2001, geen verplichte registratie.
10. Overkoepelend: zes overheden, honderden gemeenten, nul afstemming
Standpunt: België's bestuursstructuur. 1 federale overheid, 3 gewesten, 3 gemeenschappen, 10 provincies en 581 gemeenten (per 1 januari 2025): creëert reguleringsversnippering die de OESO omschrijft als "onvermijdelijke kosten door de vermenigvuldiging van autoriteiten." De Europese Commissie bevestigt in haar 2024-landenrapport dat de nalevingskosten voor kmo's "vergelijkend hoog" zijn, vooral voor bedrijven die meerdere regionale systemen moeten beheren.
België heeft geen formeel anti-goldplatingbeleid voor de omzetting van EU-richtlijnen. Het VK voerde in december 2010 een strikt "copy-out"-principe in: departementen mogen alleen het absolute minimum aan regelgeving implementeren. Nederland en Zweden hanteren vergelijkbare beleidslijnen. België's federale structuur. Waar richtlijnen door verschillende overheden voor verschillende aspecten worden omgezet. Vermenigvuldigt inherent het risico op overmatige implementatie.
De Kafkatest, ingevoerd in 2004 onder premier Verhofstadt en staatssecretaris Van Quickenborne, was een goed startpunt maar de OESO vond het beperkt in reikwijdte. Het bredere systeem van duurzaamheidseffectbeoordelingen functioneert gebrekkig. Academisch onderzoek toonde aan dat er over een periode van drie jaar slechts één volledige beoordeling werd uitgevoerd. Reguleringsimpactanalyses zijn technisch verplicht voor alle federale wetten, maar de OESO stelt vast dat "een aanzienlijk aantal wetten wordt ingevoerd zonder impactanalyse" en dat het Comité voor Impactanalyse enkel adviserende bevoegdheid heeft. Ministeries zijn niet verplicht aanbevelingen op te volgen.
Gemeentelijke opcentiemen op de personenbelasting variëren van 0% tot 9% over de Belgische gemeenten. Een verschil van 9 procentpunten dat een verborgen belasting vormt op vestigingskeuze. Huurwetgeving wordt sinds 2019 beheerd door drie afzonderlijke regionale kaders (bevoegdheidsoverdracht in 2014, regionale wetgeving in 2018–2019). Milieuvergunningen, bouwvergunningen en bedrijfspremies volgen elk verschillende regels afhankelijk van aan welke kant van een gewestgrens een bedrijf zich bevindt.
Wat we gaan doen:
- Een formeel anti-goldplatingbeleid invoeren naar Brits model: elke omzetting van een EU-richtlijn die boven het EU-minimum uitstijgt, moet expliciet worden gemotiveerd en goedgekeurd door een onafhankelijk toetsingsorgaan. Geen extra Belgische laag bovenop wat Europa vereist, tenzij er een overtuigende reden is.
- Het Comité voor Impactanalyse bindende bevoegdheid geven. Vandaag kan het comité adviezen geven die ministeries naast zich neerleggen. HART wil dat geen enkele wet van kracht wordt zonder voltooide impactanalyse. En dat het comité wetgeving kan terugsturen als de analyse ontbreekt of onvoldoende is.
- Het "once-only"-principe wettelijk verankeren naar Estlands model: de overheid mag een burger of ondernemer nooit vragen om informatie die al bij een andere overheidsdienst beschikbaar is. Dit vereist een gedeelde data-infrastructuur (X-Road-model) en een wettelijk verbod op dubbele databases.
- Gemeentelijke opcentiemen harmoniseren binnen een smallere bandbreedte. Het huidige verschil van 9 procentpunten tussen de laagste en hoogste gemeente is een verborgen belasting op vestigingskeuze.
- Vaste inwerkingtredingsdata voor regelgeving invoeren (common commencement dates): nieuwe regels treden enkel in werking op 1 januari of 1 juli. Niet op willekeurige data door het jaar, wat bedrijven dwingt permanent op te letten.
- Een "one in, one out"-regel invoeren voor nieuwe regelgeving: voor elke nieuwe regel die administratieve last oplegt, wordt een bestaande regel geschrapt. Het VK (OIOO sinds 2011, later uitgebreid) en Duitsland (Bürokratiebremse sinds 2015) passen dit principe al toe.
Bewezen in: Estland. Once-only principle wettelijk verankerd, X-Road verbindt 900+ instellingen, duizenden werkjaren bespaard per jaar. Verenigd Koninkrijk. Copy-out principle (2010): alleen het minimum omzetten. One in, one out (2011, uitgebreid in 2013 en 2016). Common commencement dates. Duitsland. Bürokratiebremse (one in, one out) sinds 2015.
Samenvatting: wat HART gaat doen
Horeca en voeding. België vereist tot 19 vergunningen om een restaurant te openen; het VK vereist er één. HART bouwt één digitaal Horecaloket, voert risicogebaseerde FAVV-bijdragen in, schaft de soldenwetgeving en sperperiode af (zoals Duitsland deed in 2001), liberaliseert openingsuren volledig, en vereenvoudigt terrasvergunningen. Termijn: 2 jaar.
Bouw en vastgoed. België scoort uiterst zwak op bouwvergunningssnelheid. In Brussel gemiddeld 211 dagen. Denemarken doet het in 64. HART wil één nationaal bouwreglement, beperkt de verplichte architectenmedewerking tot structureel significante werken, vervangt transactiegebonden certificaten door een permanent digitaal gebouwpaspoort, en investeert in BIM-gebaseerde automatische toetsing. Termijn: 3 jaar.
Retail en zelfstandigen. Het Belgische socialezekerheidsstelsel voor zelfstandigen vereist apart lidmaatschap bij een verzekeringsfonds en ziekenfonds, met bijdragen berekend op inkomen van drie jaar geleden. HART harmoniseert beroepsvereisten nationaal op Vlaams niveau, integreert sociale bijdragen in het belastingsysteem, baseert voorlopige bijdragen op het lopende jaar, en bouwt één digitaal ondernemersloket naar Estlands model. Termijn: 2–3 jaar.
Transport. Het Belgische tolsysteem wordt door zijn eigen beheerders "het meest complexe ter wereld" genoemd. Drie regio's, drie juridische kaders, drie LEZ-systemen. HART wil één nationaal tolsysteem, één LEZ-pas, moderne taxiregulering, uniforme autokeuring, en definitieve toelating van ecocombinaties. Termijn: 2 jaar.
Gezondheidszorg. Een moratorium op nieuwe apotheken bestaat al sinds 1994. HART heft het moratorium op (met behoud van de verplichting tot een apotheker-titularis), laat online apotheken toe, voert een permanent wettelijk kader voor telegeneeskunde in, en vereenvoudigt de geneesmiddelenbeoordeling naar het NICE-model. Termijn: 2–3 jaar.
Landbouw. België is het enige EU-land met twee GLB-plannen. HART wil één nationaal plan met regionale hoofdstukken, verschuift mestbeleid van inputcontroles naar uitkomstgerichte waterkwaliteitsdoelen, en neemt het Deense Groene Tripartiete model over. Termijn: afstemmen op GLB-cyclus (2028).
Digitaal en e-commerce. België verplicht webshops twee bezorgmethodes aan te bieden. Uniek in de EU. En voerde e-facturatie in voor alle bedrijven tegelijk. HART schrapt de bezorgverplichting, faseert e-facturatie op bedrijfsgrootte (Frans model), verankert het once-only-principe in de wet, en investeert in een X-Road-achtige data-infrastructuur. Termijn: 1–2 jaar.
Tewerkstelling en payroll. België heeft de meest complexe payroll ter wereld: ~170 paritaire comités en subcomités, sectorale indexering, taalgebonden loonbrieven met juridische gevolgen, en een waaier aan cheques die elk afzonderlijke verwerking vereisen. HART consolideert de comités tot 20–30 macrosectoren, voert één nationale indexering in, laat Engels toe voor arbeidsovereenkomsten in internationale bedrijven, en vervangt het chequesysteem door hoger nettoloon. Termijn: volledige legislatuur.
Vrije beroepen. 131 gereglementeerde beroepen, een architectenmonopolie uit 1939, en toetredingsdrempels die concurrentie beperken. HART verschuift van activiteitsvoorbehoud naar titelbescherming, laat concurrerende beroepsorganisaties toe, verkort stageperiodes, en opent multidisciplinaire praktijken. Termijn: 2–3 jaar.
Overkoepelend. Zes overheidsniveaus, honderden gemeenten, geen anti-goldplatingbeleid, en een impactanalysecomité zonder bindende bevoegdheid. HART voert anti-goldplating in, geeft het impactanalysecomité tanden, verankert het once-only-principe in de wet, harmoniseert gemeentelijke opcentiemen, en voert een one in, one out-regel in voor nieuwe regelgeving. Termijn: doorlopend.
België reguleert niet te veel. Het reguleert verkeerd. Tot negentien vergunningen voor een restaurant. Drie energieprestatiestelsels voor één EU-richtlijn. Het complexste tolsysteem ter wereld in een land kleiner dan Maryland. Een apotheekmoratorium sinds 1994. Circa 170 paritaire comités en subcomités. Estland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk bewijzen dat dezelfde beleidsdoelen. Voedselveiligheid, werknemersbescherming, milieukwaliteit. Haalbaar zijn met een fractie van de last. HART kiest voor een overheid die resultaten nastreeft in plaats van regels te stapelen. Slim, digitaal en structureel.