arrow_back Alle partijpunten
Partijpunt 28 van 30

Economie en minder regels

Kernprincipe: België reguleert niet te veel. Het reguleert verkeerd. Voorschriften in plaats van doelstellingen. Drie parallelle systemen in plaats van één. Vijftien vergunningen waar één volstaat.

Kernprincipe: België reguleert niet te veel. Het reguleert verkeerd. Voorschriften in plaats van doelstellingen. Drie parallelle systemen in plaats van één. Vijftien vergunningen waar één volstaat. HART vervangt de regeldiarree door structurele oplossingen die hetzelfde doel bereiken met een fractie van de last.

België scoort consequent ondermaats op internationale indices voor ondernemersvriendelijkheid en administratieve eenvoud. De OESO, de Europese Commissie en het Federaal Planbureau bevestigen telkens opnieuw dat de administratieve last voor bedrijven hoog blijft: het Planbureau raamde ze op €6 miljard in 2022, ruim 1% van het bbp. Estland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk bewijzen dat dezelfde beleidsdoelen (voedselveiligheid, werknemersbescherming, milieukwaliteit) haalbaar zijn met een fractie van de rompslomp.

HART wil geen deregulering om de deregulering. HART wil slimme regulering: van voorschriften naar doelstellingen, van fragmentatie naar uniformiteit, van papier naar digitaal.


De feiten

Indicator België Vergelijking
Doing Business 2020 (laatste editie) 46e van 190 (score 75,0) NL: 42e · DK: 4e · VK: 8e
Heritage Economic Freedom 2025 34e van 176 ("Moderately Free", score 69,0) NL: 10e · DK: 7e · Estland: 8e
Payroll-complexiteit Nr. 1 ter wereld voor HR en payroll (TMF Group, 2020) Top 10 van de Global Payroll Complexity Index (2023)
Belastingdruk 45,1% van het bbp (2024), derde hoogste van de EU EU-27: 40,3%
Tax Competitiveness (Tax Foundation 2025) 30e van 38 OESO-landen Estland: 1e · Letland: 2e · NZ: 3e
Gereglementeerde beroepen ~131 VK: makelaar is een vrij beroep; Legal Services Act 2007 opende juridische diensten voor niet-juristen
Paritaire comités 98 comités + 66 subcomités = 164 (1 januari 2026) DK: geen wettelijke minimumlonen, sectorale afspraken via cao's
Bouwvergunning (Brussel) 211 dagen, 9 procedures DK: 64 dagen, 7 procedures
Gemeenten 565 (sinds 1 januari 2025), elk met een eigen aanvullende gemeentebelasting (0% tot 9%, aanslagjaar 2024) NL: 342 gemeenten na fusiegolven (2026)

Bronnen: World Bank Doing Business 2020; World Bank Doing Business in the European Union 2021 (Brussel); Heritage Foundation Index of Economic Freedom 2025; Eurostat; TMF Group Global Business Complexity Index 2020; Global Payroll Complexity Index 2023; Tax Foundation International Tax Competitiveness Index 2025; Europese Commissie Regulated Professions Database; FOD Werkgelegenheid; Statbel; FOD Financiën.


1. Horeca en voeding: één vergunning in plaats van vijftien

Standpunt: Een Belgisch restaurant openen vereist een lange reeks afzonderlijke registraties en vergunningen: KBO-inschrijving, FAVV-toelating, gemeentelijke drankvergunning, federale alcohol-/tabaksvergunning, SABAM-muzieklicentie, geregistreerd kassasysteem (witte kassa), terrasvergunning, milieuvergunning, UBO-registratie en meer. Afhankelijk van de gemeente en het type zaak loopt het totaal op tot 15 à 19 stappen. Elke aanvraag gaat naar een andere overheid, een ander formulier, vaak een andere taal. Het FAVV hanteert een drielagig systeem (registratie, toelating en erkenning) dat verder gaat dan wat de EU-wetgeving op voedselveiligheid vereist. Zelfs het kleinste café dat voorverpakte snacks verkoopt, betaalt een jaarlijkse FAVV-heffing; naargelang de bedrijfscategorie loopt die op tot duizenden euro's.

In het Verenigd Koninkrijk is registratie van een voedingsbedrijf gratis, kan ze niet geweigerd worden en bestaat ze uit één online formulier, 28 dagen vóór opening ingediend. De Food Standards Agency vervangt de zware HACCP-documentatie door praktische, proportionele handleidingen ("Safer Food Better Business") voor kleine horecazaken.

De Belgische soldenwetgeving is een unicum in Europa. Er zijn slechts twee wettelijk vastgelegde soldenperiodes per jaar (januari en juli). Een sperperiode van één maand vóór elke soldenperiode verbiedt elke aankondiging van prijsvermindering voor kleding, schoeisel en lederwaren. Verkoop met verlies is het hele jaar verboden buiten de solden. Die regels botsen met het Europese recht. In mei 2026 vernietigde de Raad van State boetes tegen winkels die buiten de soldenperiodes met "solden" adverteerden, omdat dat verbod strijdig is met de Europese richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Duitsland schafte vergelijkbare beperkingen (Rabattgesetz en Zugabeverordnung) af in 2001, zonder negatieve effecten op consumenten of kleine retailers. Het VK, Nederland, Denemarken en Zweden kennen geen vergelijkbare beperkingen.

Terrasvergunningen in Brussel vereisen een conformiteitsattest, bewijs van handelsregistratie, btw-registratie, KBO-registratie, een inplantingsplan en een foto, en de behandeling sleept vaak lang aan. Het VK voerde in 2024 een permanent terrasvergunningensysteem in met een verwerkingstermijn van 28 dagen en een maximale kost van £500 (verlengingen: £350).

Wat we gaan doen:

  • Eén digitaal "Horecaloket" dat alle registraties (voedselveiligheid, drank, muziek, exploitatievergunning, terras) combineert in één aanvraag, één formulier, één beslissing. Wie een restaurant opent, vult één dossier in. Niet vijftien.
  • Risicogebaseerde FAVV-bijdragen in plaats van forfaitaire heffingen. Een foodtruck betaalt niet hetzelfde als een voedingsfabriek. Kleine ondernemingen met laag risicoprofiel krijgen een vereenvoudigde registratie zonder inspectiekosten vooraf.
  • De soldenwetgeving volledig afschaffen, inclusief de sperperiode en het verbod op verkoop met verlies. Duitsland deed dit in 2001. Geen negatieve effecten. Consumentenbescherming tegen misleidende prijzen blijft gewaarborgd via de algemene regels rond oneerlijke handelspraktijken (EU-richtlijn 2005/29/EG), niet via een kalender die dicteert wanneer een winkelier korting mag geven.
  • Openingsuren volledig liberaliseren. Sinds 13 augustus 2026 mogen de meeste winkels van 5 tot 21 uur open, zeven dagen per week, zonder verplichte wekelijkse rustdag. Dat is een stap vooruit, maar een wettelijk sluitingsuur blijft achterhaald. Zweden liberaliseerde volledig in 1972. De beslissing over openingsuren hoort bij de ondernemer, niet bij de wetgever.
  • Terrasvergunningen vereenvoudigen naar het Britse model: digitale aanvraag, maximale doorlooptijd van 28 dagen, geplafonneerde kost. Geen zes documenten voor drie tafels op het voetpad.

Bewezen in: Verenigd Koninkrijk: gratis online registratie voedingsbedrijf bij de Food Standards Agency, 28 dagen vóór opening, kan niet geweigerd worden; permanent terrasvergunningensysteem (2024): 28 dagen, £500 cap. Duitsland: afschaffing Rabattgesetz en Zugabeverordnung (2001), volledige liberalisering van kortingsregels zonder negatieve effecten. Zweden: volledige liberalisering openingsuren sinds 1972.


2. Bouw en vastgoed: drie systemen waar één volstaat

Standpunt: België scoort uiterst zwak op de doorlooptijd van bouwvergunningen: in Brussel 211 dagen en 9 procedures volgens de Wereldbank (Doing Business in de Europese Unie, 2021). Denemarken doet het in 64 dagen met 7 procedures (Doing Business 2020). Het aantal stappen verschilt weinig; de wachttijd maakt het verschil. Dit is geen kwestie van veiligheidsnormen. Het is procesontwerp.

Drie afzonderlijke regionale kaders reguleren de energieprestatie van gebouwen. Vlaanderen werkt met E-peil en S-peil; Brussel met PEB; Wallonië met Ew. Elke regio heeft eigen productdatabases, gecertificeerde verslaggevers en berekeningsmethodes. Een bouwbedrijf dat nationaal opereert, moet drie parallelle systemen beheersen voor wat fundamenteel dezelfde EU-richtlijn is. Nederland implementeert diezelfde richtlijn via één nationaal systeem (BENG) met één berekeningsmethode (NTA8800) en één energielabel.

De Architectenwet van 1939 is een van de meest restrictieve beroepsregelingen in Europa. België vereist een geregistreerde architect voor vrijwel alle werken waarvoor een bouwvergunning nodig is, zowel voor het ontwerp als voor de werfcontrole. In het Verenigd Koninkrijk is "architect" een beschermde titel, maar iedereen mag gebouwen ontwerpen. Denemarken, Estland, Finland en Zweden reglementeren het architectenberoep als zodanig niet: zij vertrouwen op andere competentiecontroles in de bouw, en wat telt, is dat het resultaat aan de bouwvoorschriften voldoet. De OESO rekent de toegangsvoorwaarden voor architecten, advocaten, boekhouders en vastgoedmakelaars tot de redenen waarom de Belgische regelgeving concurrentie en nieuwe bedrijven afremt.

Het Vlaamse asbestattest (verplicht sinds 23 november 2022 bij de verkoop van gebouwen van vóór 2001) heeft geen equivalent in Wallonië of Brussel, wat een reguleringskloof creëert binnen het land. Bodemattesten variëren eveneens per regio, met eigen regels, procedures en geldigheidsduur.

Wat we gaan doen:

  • Eén nationaal bouwreglement naar model van de Nederlandse Omgevingswet. Eén digitaal vergunningenportaal, één berekeningsmethode voor energieprestatie, één set regels. Ongeacht of het project in Antwerpen, Brussel of Namen staat.
  • De Architectenwet hervormen. Verplichte architectenmedewerking beperken tot structureel significante werken (draagstructuur, stabiliteit). Voor standaard verbouwingen, interieuraanpassingen en kleine bouwwerken volstaat een gecertificeerd aannemer of ingenieur. De titel "architect" blijft beschermd; het monopolie op elke bouwaanvraag niet.
  • Certificaten digitaliseren en permanent maken. Asbestattesten, bodemattesten en energieprestatiecertificaten worden opgenomen in een permanent digitaal gebouwpaspoort. Eén keer opgemaakt, automatisch bijgewerkt, niet bij elke verkoop of na het verstrijken van een geldigheidstermijn opnieuw betaald.
  • BIM-gebaseerde automatische toetsing naar model van Singapore's CORENET X (al opgenomen in het HART-programma Economie en Ondernemen): 3D-modellen worden automatisch getoetst aan regelgeving, waardoor de menselijke beoordelingstijd drastisch daalt.

Bewezen in: Nederland: Omgevingswet (2024), één nationaal stelsel met één digitaal loket (DSO) voor alle omgevingsvergunningen, en één berekeningsmethode (NTA8800) voor energieprestatie. Denemarken: 64 dagen doorlooptijd bouwvergunning, 7 procedures (Doing Business 2020), geen verplichte architect voor standaardprojecten. Singapore: CORENET X, 3D BIM-indiening met geautomatiseerde toetsing voor grote projecten.


3. Retail en zelfstandigen: van zes loketten naar één klik

Standpunt: De basiskennis bedrijfsbeheer is in Vlaanderen afgeschaft in 2018, in Brussel in januari 2024 en in Wallonië in oktober 2025. Maar let op: in Brussel en Wallonië gelden beroepsbekwaamheidsvereisten voor specifieke sectoren zoals voeding, bouwberoepen, persoonlijke verzorging en voertuigtechnieken. Alleen Vlaanderen heeft alles afgeschaft. Deze fragmentatie betekent dat het adres van de maatschappelijke zetel bepaalt welke regels gelden. Een bedrijf met zetel in Brussel en een filiaal in Vlaanderen valt onder de Brusselse regels, ondanks activiteit in een gedereguleerde regio.

Het Belgische socialezekerheidsstelsel voor zelfstandigen is opmerkelijk complex. Ondernemers moeten zich aansluiten bij een privaat sociaal verzekeringsfonds, een afzonderlijk ziekenfonds, en betalen driemaandelijkse voorlopige bijdragen op basis van het inkomen van drie jaar eerder. De definitieve bijdragen worden 2–3 jaar later berekend, met potentieel grote "regularisatie"-verrassingen. Het verzekeringsfonds rekent bovenop 3,05% tot 4,25% beheerskosten op de sociale bijdragen. In het VK betalen zelfstandigen sinds april 2024 alleen nog een percentage op de winst (de vaste Class 2-bijdrage verviel), alles via één belastingaangifte (HMRC self-assessment). In Estland is de sociale belasting geïntegreerd in het digitale belastingsysteem (EMTA): geen apart privaat fonds als tussenschakel.

Wat we gaan doen:

  • De beroepsbekwaamheidsvereisten nationaal harmoniseren op het Vlaamse niveau: geen verplichte beroepskennis voor standaardondernemerschap. Waar veiligheidsrisico's dit rechtvaardigen (elektriciteit, gas), volstaat een certificeringssysteem in plaats van een toegangsbeperking.
  • Het sociaal statuut van zelfstandigen vereenvoudigen. Eén geïntegreerde bijdrage via het belastingsysteem. Geen apart verzekeringsfonds, geen apart ziekenfonds, geen driejarige vertraging. Estland en het VK bewijzen dat sociale bescherming en administratieve eenvoud samen kunnen.
  • De voorlopige bijdragen baseren op het lopende jaar, niet op het inkomen van drie jaar geleden. Digitale boekhoudsoftware maakt real-time berekening mogelijk. De regularisatieschok, waarbij een startende zelfstandige jaren later een naheffing ontvangt op basis van een intussen achterhaald inkomen, is een anachronisme.
  • Eén digitaal ondernemersloket (naar Estlands e-Business Register of Deens Virk.dk) dat alle registraties combineert: KBO, btw, sociaal verzekeringsfonds, ziekenfonds, FAVV. Eén aanvraag, één login, geen dubbele data-invoer.

Bewezen in: Estland: e-Business Register, bedrijfsoprichting in 15 minuten, sociale belasting geïntegreerd in EMTA, geen apart privaat fonds. Denemarken: Virk.dk, alle bedrijfsregistraties via één portaal, MitID-authenticatie, CVR-nummer binnen enkele uren. Verenigd Koninkrijk: HMRC self-assessment, zelfstandigen betalen bijdragen via één belastingaangifte, geen apart lidmaatschap.


4. Transport: het complexste tolsysteem ter wereld in een klein land

Standpunt: Het Viapass-kilometerheffingssysteem voor vrachtwagens boven 3,5 ton wordt door zijn eigen Administrateur-Generaal omschreven als "het grootste en meest complexe tolsysteem ter wereld." Drie regionale domeinen opereren onder verschillende juridische instrumenten. De heffing is een belasting in Vlaanderen en Brussel, maar een btw-plichtige retributie in Wallonië, waar de wegen beheerd worden door de Waalse overheidsmaatschappij Sofico. De tarieven en kortingen voor emissievrije vrachtwagens verschillen per gewest, en sinds 1 juli 2026 past Vlaanderen bovendien een eigen CO₂-toeslag per emissieklasse toe. Duitsland dekt een veel groter wegennet met één uniform reglement.

Vlaanderen en Brussel hanteren elk een afzonderlijk lage-emissiezonesysteem (LEZ) met eigen registratievereisten, eigen toegangscriteria en eigen verstrengingskalenders; Wallonië schafte zijn algemene LEZ-regeling in 2024 weer af. Een bezorgbedrijf dat Antwerpen, Brussel en Gent bedient, moet dus rekening houden met twee regimes, elk met eigen criteria en kalenders. Duitsland loste dit op met één nationaal stickersysteem (Umweltplakette): één sticker geldt in alle milieuzones. Nederland coördineert de zero-emissiezones voor stadslogistiek, in een twintigtal steden (2026), via één nationaal kader.

De autokeuring is geregionaliseerd met verschillende frequentieregels, leeftijds- en kilometerdrempels en prijzen per regio. Het basistarief voor een periodieke keuring bedraagt €40,90 in Vlaanderen en €59,60 in Wallonië (2026): systematisch duurder. Deze fragmentatie bestaat in een land kleiner dan Maryland.

Taxiregulering is opgedeeld in drie volledig verschillende regionale kaders. Het Brusselse hof van beroep oordeelde eind 2021 tegen Uber op basis van de ordonnantie van 1995; de nieuwe Brusselse taxiordonnantie (sinds oktober 2022) bracht taxi's en platformchauffeurs onder één statuut, maar houdt vast aan een numerus clausus op het aantal vergunningen. Estland werd in 2017 het eerste EU-land dat ridesharingplatforms formeel legaliseerde, met een aparte juridische categorie in de Wet op het Openbaar Vervoer.

Wat we gaan doen:

  • Eén nationaal tolsysteem met één grondslag, uniforme voertuigclassificatie en één juridisch kader; de deelstaten kiezen hun tarief binnen een band die de wet met instemming van de Raad van de Deelstaten vastlegt (art. 54 HART-grondwet). Een belasting in Vlaanderen, een retributie in Wallonië en verschillende tarieven voor emissievrije vrachtwagens: dat is absurd voor een land van 30.689 km².
  • Eén nationaal LEZ-kader met één digitale pas, naar Duits model. Eén registratie, geldig in alle Belgische steden. Aparte systemen per gewest zijn een last voor ondernemers en onbegrijpelijk voor buitenlandse chauffeurs.
  • Taxiregulering moderniseren naar Estlands model: een aparte, lichtere juridische categorie voor platformgebaseerde diensten. Geen numerus clausus die nieuwe aanbieders buitenhoudt.
  • Eén nationale autokeuring met uniforme tarieven en procedures. De regionalisering van de autokeuring dient geen enkel beleidsdoel. Voertuigveiligheid stopt niet aan de taalgrens.
  • Ecocombinaties (langere en zwaardere vrachtwagens) in heel België definitief toelaten. Na jarenlange pilootprojecten met positieve evaluaties is een verdere "proeffase" onverdedigbaar.

Bewezen in: Duitsland: Maut, één nationaal tolsysteem voor 52.000+ km snelweg en hoofdweg; Umweltplakette, één sticker voor alle milieuzones. Estland: eerste EU-land dat ridesharingplatforms legaliseerde (2017), met een aparte juridische categorie in de Wet op het Openbaar Vervoer. Nederland: nationaal kader voor zero-emissiezones voor stadslogistiek, in een twintigtal steden (2026).


5. Gezondheidszorg: apotheken bevroren in de tijd, telehealth vastgelopen in pilootfase

Standpunt: De Belgische apotheekreglementering opereert onder een moratorium op nieuwe apotheken. De wet voorziet die mogelijkheid sinds 1994, het moratorium geldt sinds 1999 en werd telkens verlengd, bij koninklijk besluit van 19 juli 2024 nog tot december 2029. Afstandsregels creëren beschermingszones rond bestaande apotheken. Het eigendom van apotheken is in België niet beperkt tot apothekers en een groot deel is in handen van vennootschappen, maar elke apotheek moet een geregistreerde apotheker-titularis hebben en de vestigingsregels beperken de facto concurrentie. Het resultaat: kunstmatige schaarste en weinig prijsconcurrentie. In Nederland werd de vestiging in 1999 vrijgegeven en mogen ketens apotheken uitbaten. In het VK kan elke onderneming een apotheek bezitten: Boots exploiteert circa 1.800 filialen, en online apotheken zijn volledig toegestaan.

België mist een alomvattend wettelijk kader voor telegeneeskunde. Vóór COVID-19 verbood de Nationale Raad van de Orde der Artsen in de praktijk diagnose op afstand zonder voorafgaand fysiek onderzoek. Noodmaatregelen tijdens de pandemie verruimden teleconsultatie, maar een permanente terugbetalingsregeling bleef onvolledig. Estland bouwde zijn e-Health-systeem uit vanaf 2008. Elektronische voorschriften werden in 2010 gelanceerd en bereikten nagenoeg volledige adoptie in de daaropvolgende jaren; volgens de Estse overheid is 99% van de gezondheidsgegevens gedigitaliseerd. Herhalingsvoorschriften vereisen geen doktersbezoek. Patiënten contacteren hun arts elektronisch, en het voorschrift wordt met enkele klikken verlengd.

Wat we gaan doen:

  • Het moratorium op nieuwe apotheken opheffen en de afstandsregels afschaffen. Het vestigingsbeleid moet gebaseerd zijn op vraag en aanbod, niet op beschermingszones. De verplichting van een apotheker-titularis als farmaceutisch verantwoordelijke blijft behouden: die beschermt patiënten. Het moratorium beschermt gevestigde belangen.
  • Online apotheken volwaardig toelaten naar VK-model, met verplichte registratie en farmaceutisch toezicht maar zonder geografische beperkingen.
  • Een permanent wettelijk kader voor telegeneeskunde invoeren met volledige terugbetaling voor teleconsultaties, met het Estlandse model (elektronische voorschriften, digitaal patiëntendossier, herhaalrecepten zonder fysieke consultatie) als leidraad.
  • De terugbetalingsprocedure voor geneesmiddelen vereenvoudigen naar het NICE-model (VK): één transparant evaluatieorgaan met gepubliceerde kosteneffectiviteitsdrempels (sinds april 2026 £25.000–£35.000 per QALY), in plaats van een systeem van meerdere comités, hoofdstukclassificaties (I tot VIII) en vertrouwelijke Managed Entry Agreements (het KCE telde er 71 tussen 2010 en 2015 alleen al).

Bewezen in: Nederland: liberalisering apotheekvestiging (1999), ketens toegestaan. Estland: e-Health-systeem sinds 2008, elektronische voorschriften sinds 2010, 99% gezondheidsdata gedigitaliseerd, herhaalrecepten zonder doktersbezoek. Verenigd Koninkrijk: NICE, één transparant evaluatieorgaan met gepubliceerde QALY-drempels (£25.000–£35.000 sinds april 2026); Boots: ~1.800 filialen, vrij eigendom.


6. Landbouw: het enige EU-land met twee GLB-plannen

Standpunt: België is de enige EU-lidstaat die twee afzonderlijke Strategische Plannen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) indiende bij de Europese Commissie, één voor Vlaanderen en één voor Wallonië, waardoor de EU op 28 plannen voor 27 landen komt. De Europese Commissie bevestigde dit expliciet bij de goedkeuring eind 2022. Deze dubbele structuur creëert verdubbelde rapportage-, monitoring- en evaluatiesystemen, verschillende regels voor boeren aan weerszijden van de gewestgrens en extra interactie met de Europese Commissie. Elke andere EU-lidstaat, ook Nederland met zijn grote regionale landbouwvariatie, volstaat met één plan.

Het Vlaamse Mestactieplan (MAP) kende zeven opeenvolgende versies (MAP 1 t/m MAP 7) over een periode van 28 jaar (1996–2024), telkens met gewijzigde regels, deadlines en vereisten. Ondanks deze reguleringsintensiteit blijven nitraatnormen problematisch. Afhankelijk van het meettype (grondwater of oppervlaktewater) overschrijdt een aanzienlijk deel van de meetpunten de 50 mg NO₃/l-drempel, al tonen de metingen in het oppervlaktewater een daling.

De Vlaamse stikstofcrisis verliep parallel aan de Nederlandse PAS-crisis, maar met grotere reguleringsvertraging. Vlaanderen werkte nog met interimrichtlijnen (omzendbrieven uit 2015 en 2017, gebaseerd op een overgangskader uit 2014) toen de Raad voor Vergunningsbetwistingen op 25 februari 2021 het beoordelingskader vernietigde. Het stikstofdecreet werd pas op 24 januari 2024 door het Vlaams Parlement goedgekeurd, na een openbaar onderzoek met veel bezwaren, kritische adviezen van de Raad van State en boerenprotesten, en werd daarna aangevochten bij het Grondwettelijk Hof. Het decreet met de maatregelen van MAP 7 volgde op 18 december 2024.

Denemarken biedt een contrasterend model: de Groene Tripartiete Overeenkomst van juni 2024, één onderhandeling tussen overheid, milieusector en landbouw. Ze combineert regulering met economische prikkels (waaronder 's werelds eerste CO₂e-belasting op landbouw) en herleidt EU-landbouwsubsidies naar stikstofvermindering. Een pragmatische, marktgerichte aanpak in plaats van de Belgische prescriptieve inputcontroles.

Wat we gaan doen:

  • Eén nationaal GLB Strategisch Plan met regionale hoofdstukken, zoals alle andere 26 EU-lidstaten het doen. Twee plannen voor één land van 30.689 km² is bureaucratische zelfkwelling.
  • Het mestbeleid hervormen van inputcontroles naar uitkomstgerichte waterkwaliteitsdoelen. Niet tellen hoeveel kilogram stikstof een boer mag uitrijden, maar meten wat de waterkwaliteit is aan de meetpunten. Boeren die aantoonbaar goede waterkwaliteit leveren, krijgen meer flexibiliteit, niet meer regels.
  • Het Deense Groene Tripartiete model overnemen: één gezamenlijke onderhandeling tussen overheid, milieusector en landbouworganisaties. Combineer regulering met economische prikkels en investeringen in innovatie, in plaats van vijfjaarlijkse herzieningen die telkens weer in juridische onzekerheid eindigen.
  • De stikstofproblematiek oplossen met individuele impactbeoordeling, niet met programmatische aanpakken die onverenigbaar blijken met de Habitatrichtlijn. Zowel Nederland als België hebben geleerd dat generieke drempelwaardes die individuele beoordeling omzeilen, juridisch niet standhouden.

Bewezen in: Denemarken: Groene Tripartiete Overeenkomst (juni 2024, uitgewerkt in november 2024), overheid, milieu en landbouw onderhandelen samen, combinatie van regulering met economische prikkels, 's werelds eerste CO₂e-belasting op landbouw. Alle 26 andere EU-lidstaten: elk één GLB Strategisch Plan.


7. Digitaal en e-commerce: verplichte twee bezorgmethodes en alles-tegelijk e-facturatie

Standpunt: Sinds 21 september 2024 geldt in België een unieke verplichting: webshops die aan Belgische consumenten verkopen, moeten minstens twee verschillende leveringswijzen aanbieden (ondernemingen jonger dan drie jaar uitgezonderd). Boetes lopen op tot €10.000 of 4% van de jaaromzet. Geen enkel ander geïdentificeerd EU-land kent een vergelijkbare verplichting.

De Belgische B2B e-facturatieplicht trad in werking op 1 januari 2026 en verplicht alle btw-plichtige ondernemingen om gestructureerde elektronische facturen te versturen via Peppol. In tegenstelling tot Frankrijk en Spanje, die de verplichting faseren op basis van bedrijfsgrootte (Frankrijk: ontvangen voor iedereen en versturen voor grote en middelgrote bedrijven vanaf september 2026, versturen voor kmo's en micro-ondernemingen vanaf september 2027), koos België voor een universele alles-tegelijk-aanpak, die even goed geldt voor een multinational als voor een eenmanszaak. Boetes starten bij €1.500 per overtreding en lopen op tot €5.000. Bij de start gold een tolerantieperiode van drie maanden voor wie aantoonbare voorbereidingsinspanningen kon bewijzen.

België beschikt met itsme® (ruim 8 miljoen gebruikers in 2025) over een sterke digitale identiteitsinfrastructuur. Maar het ontbreekt aan de achterliggende systeemintegratie die Estland kenmerkt: het X-Road-platform verbindt er bijna 1.000 organisaties (957 eind 2025), bespaart volgens de Estse overheid ongeveer 1.345 werkjaren per jaar, en sinds december 2024 zijn alle Estse overheidsdiensten online beschikbaar.

Wat we gaan doen:

  • De verplichting van twee bezorgmethodes afschaffen. Consumenten kiezen zelf; de markt levert al een brede waaier aan bezorgopties. Deze regel lost geen probleem op, creëert er wel een.
  • E-facturatie faseren op bedrijfsgrootte naar Frans/Spaans model: grote bedrijven eerst, kmo's later, micro-ondernemingen met een overgangsperiode van minstens twee jaar. Een alles-tegelijk-aanpak is disproportioneel voor de honderdduizenden Belgische kmo's en eenpersoonszaken.
  • De "eenmalig bevragen"-regel bindend en afdwingbaar maken voor alle bestuursniveaus (Estlands "once-only principle"): de overheid mag een ondernemer nooit vragen om gegevens aan te leveren die al bij een andere overheidsdienst beschikbaar zijn. Federaal staat het principe sinds 2014 in de wet, maar het moet overal gelden en afdwingbaar zijn. Estland heeft dit via de Wet op de Openbare Informatie vastgelegd. Overheidsinstellingen mogen geen dubbele databases aanleggen.
  • Investeren in een geïntegreerde overheidsdatainfrastructuur naar model van Estlands X-Road: één backbone die bijna 1.000 organisaties verbindt en elk jaar ruim 1.300 werkjaren bespaart. België's itsme® is een goed begin voor identiteitsverificatie, maar het ontbreekt aan de achterliggende systeemkoppeling.

Bewezen in: Estland: X-Road verbindt bijna 1.000 organisaties en bespaart ruim 1.300 werkjaren per jaar; once-only principle wettelijk verankerd via de Wet op de Openbare Informatie; alle overheidsdiensten online sinds december 2024. Frankrijk: e-facturatie gefaseerd, grote en middelgrote bedrijven (sept. 2026), kmo's en micro-ondernemingen (sept. 2027).


8. Tewerkstelling en payroll: de meest complexe loonbrief ter wereld

Standpunt: TMF Group riep België uit tot het meest complexe land ter wereld voor HR en payroll (Global Business Complexity Index, 2020), en België staat in de top 10 van de Global Payroll Complexity Index (2023). De oorzaken zijn structureel.

België telt 98 paritaire comités en 66 subcomités (1 januari 2026), die elk hun eigen collectieve arbeidsovereenkomsten onderhandelen met specifieke lonen, arbeidsvoorwaarden, bonussen, indexeringsmechanismen en ontslagregels. Het juiste paritair comité bepalen is "niet altijd een eenvoudige oefening". De FOD Werkgelegenheid bevestigt dat alleen de arbeidsrechtbank een bindende uitspraak kan doen. Eén bedrijf met zowel arbeiders als bedienden kan tegelijk onder meerdere comités vallen.

België is een van de weinige EU-landen (met onder meer Luxemburg) met uitgebreide automatische loonindexering die nagenoeg alle lonen dekt, maar uniek is dat elk paritair comité zijn eigen indexeringsmechanisme heeft. PC 200 (meer dan 500.000 werknemers) past jaarlijkse indexering toe in januari. Andere sectoren indexeren maandelijks, driemaandelijks, of alleen wanneer een "spilindex" wordt overschreden. De indexeringsschok van 11,08% voor PC 200 in januari 2023 illustreerde de samengestelde administratieve en kostenlast.

Arbeidsdocumenten moeten in de taal van het taalgebied worden opgesteld. In Vlaanderen en Wallonië leidt gebruik van de verkeerde taal tot nietigheid; in Brussel geldt een vertaalverplichting op kosten van de werkgever maar geen automatische nietigheid. België is hiermee een van de weinige landen in de EMEA-regio waar taalvereisten zo'n directe juridische impact hebben op arbeidsrelaties. Maaltijdcheques (maximaal €10 per dag sinds 1 januari 2026), ecocheques (€250/jaar), sport- en cultuurcheques, bedrijfswagens, groepsverzekering en hospitalisatieverzekering vereisen elk afzonderlijke loonverwerking. Het resultaat: het overgrote deel van de Belgische privébedrijven besteedt payroll uit aan sociaal secretariaten.

Nachtarbeid (20:00–06:00) is in principe verboden. Zondagswerk eveneens. Overwerk mag alleen in wettelijk opgesomde gevallen of binnen een beperkt krediet aan vrijwillige overuren. Elke uitzondering vraagt een eigen wettelijke basis, procedure of sectorakkoord.

Wat we gaan doen:

  • De paritaire comités terugbrengen van 164 naar maximaal 50. Die versnippering, met comités voor "diamantnijverheid" en "pannenbakkerijen", is een erfenis uit het industriële tijdperk. Minder comités betekent minder regels, minder conflicten over classificatie en meer transparantie.
  • Eén nationaal indexeringsmechanisme in plaats van sectorale berekeningen. Alle sectoren volgen dezelfde index, op hetzelfde moment, volgens dezelfde formule. De complexiteit van tientallen verschillende indexeringskalenders dient geen enkel werknemersbelang.
  • Engels toestaan als geldige taal voor arbeidsovereenkomsten in internationale bedrijven. De taalwetgeving is een drempel voor internationale bedrijven die Brussel als Europees hoofdkwartier overwegen.
  • Maaltijdcheques, ecocheques, sport- en cultuurcheques afschaffen en vervangen door een hoger nettoloon of één geconsolideerde belastingvrijstelling. Elke cheque heeft zijn eigen administratie, zijn eigen plafond, zijn eigen leverancier, zijn eigen kaart. Dit systeem bestaat omdat het fiscaal gunstig is, niet omdat het efficiënt is.
  • Flexizekerheid naar Deens model. Eenvoudiger ontslaan (al opgenomen in het HART-programma via de herinvoering van de proefperiode), gecombineerd met sterkere werkloosheidsuitkeringen en actieve herscholingsprogramma's. Denemarken kent geen wettelijke minimumlonen: lonen worden vastgelegd via collectieve arbeidsovereenkomsten tussen vakbonden en werkgevers. En toch ligt de werkzaamheidsgraad er fors hoger dan in België: 79,8% tegenover 72,8% bij 20- tot 64-jarigen (2025).

Bewezen in: Denemarken: flexicurity, eenvoudig ontslaan + genereuze werkloosheidsuitkeringen + actieve herscholing; geen wettelijk minimumloon, loonvorming via collectieve onderhandeling. Estland: flat tax, sociale belasting geïntegreerd in het belastingsysteem, payroll-verwerking in minuten. Verenigd Koninkrijk: PAYE, één uniform payrollsysteem, geen paritaire comités.


9. Vrije beroepen: monopolies van 1939 doorbreken

Standpunt: België telt ongeveer 131 gereglementeerde beroepen. De Architectenwet van 1939 reserveert zowel de titel als de beroepsactiviteit aan ingeschreven architecten: een van de strengste regimes in Europa. De boekhoudsector wordt beheerd door één verplichte beroepsorganisatie (ITAA) met een monopolie op bepaalde activiteiten, een verplichte stage van 3 jaar óf 7 jaar praktijkervaring plus examens. Vastgoedmakelaars moeten een bachelordiploma of gelijkwaardige opleiding behalen, een stage van minstens 1.500 uur (gespreid over één tot drie jaar) doorlopen en zowel een schriftelijk als mondeling examen afleggen voor verplichte BIV/IPI-registratie (een alternatief traject via 6 jaar ervaring bestaat ook). In Nederland is vastgoedmakelaar sinds 2001 geen gereglementeerd beroep meer. In het VK kan iedereen als makelaar aan de slag zonder verplichte kwalificaties.

De OESO beveelt België uitdrukkelijk aan de beperkingen op de toegang tot professionele diensten te verminderen (Economic Outlook, december 2025). Ze stelt ook vast dat de bedrijfsdynamiek (oprichtingen en stopzettingen samen) in België lager ligt dan in de meeste EU-landen, een belangrijke oorzaak van de vertraagde productiviteitsgroei (Economic Survey, 2024). Minder concurrentie betekent hogere prijzen voor consumenten en minder innovatie.

Wat we gaan doen:

  • Van activiteitsvoorbehoud naar titelbescherming voor architecten en vastgoedmakelaars (VK-model). De titel "architect" blijft beschermd; het exclusieve recht om elk gebouw te ontwerpen niet. De titel "vastgoedmakelaar" blijft beschermd; de verplichte stage van minstens 1.500 uur voor het bemiddelen bij een verkoop niet.
  • Concurrerende beroepsorganisaties toelaten voor accountants (VK-model met ACCA, ICAEW, CIMA). Eén monopolistische beroepsorganisatie per beroep is geen garantie voor kwaliteit, wel voor hoge toetredingskosten.
  • Stageperiodes verkorten waar permanente vorming en beroepsaansprakelijkheidsverzekering voldoende consumentenbescherming bieden. Een driejarige stage voor boekhouders in een tijdperk van cloudboekhouding en AI-gestuurde audits is disproportioneel.
  • Multidisciplinaire praktijken toestaan naar model van de Britse Legal Services Act (2007), die Alternative Business Structures invoerde en niet-juristen toeliet om te investeren in advocatenkantoren.

Bewezen in: Verenigd Koninkrijk: Legal Services Act (2007), Alternative Business Structures, niet-juristen mogen investeren in juridische diensten; "architect" is een beschermde titel, maar iedereen mag gebouwen ontwerpen; vastgoedmakelaar is geen gereglementeerd beroep. Nederland: vastgoedmakelaar is een vrij beroep sinds 2001, zonder verplichte registratie.


10. Overkoepelend: zes overheden, honderden gemeenten, nul afstemming

Standpunt: De Belgische bestuursstructuur, met 1 federale overheid, 3 gewesten, 3 gemeenschappen, 10 provincies en 565 gemeenten (sinds 1 januari 2025), creëert reguleringsversnippering. De OESO stelt vast dat complexe regelgeving over de verschillende bestuurslagen heen, samen met gebrekkige coördinatie, bedrijven een zware regeldruk en hoge nalevingskosten oplegt, en dat België voor kmo's slechter scoort dan het OESO-gemiddelde of de best presterende landen op onder meer administratieve vereenvoudiging, de administratieve vereisten voor nieuwe bedrijven en toetredingsdrempels in de dienstensector. Wie een zaak start, moet volgens de OESO tot vier verschillende administraties rechtstreeks contacteren (Economic Survey 2024).

België heeft geen formeel anti-goldplatingbeleid voor de omzetting van EU-richtlijnen. Het VK voerde in december 2010 een strikt "copy-out"-principe in: departementen mogen alleen het absolute minimum aan regelgeving implementeren. Nederland en Zweden hanteren vergelijkbare beleidslijnen. De Belgische federale structuur, waarin richtlijnen door verschillende overheden voor verschillende aspecten worden omgezet, vermenigvuldigt inherent het risico op overmatige implementatie.

De Kafkatest, ingevoerd in 2004, was een goed startpunt. In 2013 werd hij vervangen door de regelgevingsimpactanalyse (RIA), verplicht voor wetsontwerpen en koninklijke besluiten die in de federale Ministerraad besproken worden, maar in de kern een zelfevaluatie door de opsteller van de regel zelf (OESO, 2024). Wetsvoorstellen uit het parlement vallen er buiten, en het Comité voor Impactanalyse heeft enkel adviserende bevoegdheid: ministeries hoeven de aanbevelingen niet op te volgen.

De aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting varieert van 0% tot 9% (aanslagjaar 2024), een verschil van 9 procentpunten dat een verborgen belasting vormt op vestigingskeuze. Huurwetgeving wordt sinds 2019 beheerd door drie afzonderlijke regionale kaders (bevoegdheidsoverdracht in 2014, regionale huurwetten van kracht in 2018 en 2019). Milieuvergunningen, bouwvergunningen en bedrijfspremies volgen elk verschillende regels afhankelijk van aan welke kant van een gewestgrens een bedrijf zich bevindt.

Wat we gaan doen:

  • Goldplating wettelijk verbieden, in de geest van het Britse copy-out-principe: elke omzetting van een EU-richtlijn die boven het EU-minimum uitstijgt, moet expliciet worden gemotiveerd, en alleen het parlement kan daar met een onderbouwde beslissing toe besluiten. Geen extra Belgische laag bovenop wat Europa vereist, tenzij er een overtuigende reden is.
  • De impactanalyse tanden geven. Het Comité voor Impactanalyse kan alleen adviezen geven, die ministeries naast zich kunnen neerleggen. HART legt de toets vooraf bij de controleraad: elk ontwerp en voorstel, en elk amendement dat een tekst wezenlijk wijzigt, wordt getoetst op effect, meetbare doelen en digitale uitvoerbaarheid, met de kostprijs die het Planbureau berekent, en de cijfers van het Planbureau en het Rekenhof zijn bindend (art. 36 en 41 HART-grondwet). Komt de toets niet binnen dertig dagen, dan kan de Kamer stemmen met de vermelding "niet getoetst", en volgt de toets binnen negentig dagen.
  • Het "once-only"-principe bindend maken voor alle bestuursniveaus naar Estlands model: de overheid mag een burger of ondernemer nooit vragen om informatie die al bij een andere overheidsdienst beschikbaar is. Dit vereist een gedeelde data-infrastructuur (X-Road-model) en een wettelijk verbod op dubbele databases.
  • Gemeentelijke opcentiemen harmoniseren binnen een smallere bandbreedte, die elke deelstaat vastlegt (art. 54 HART-grondwet). Een verschil van 9 procentpunten tussen de laagste en hoogste gemeente is een verborgen belasting op vestigingskeuze.
  • Vaste inwerkingtredingsdata voor regelgeving invoeren (common commencement dates): nieuwe regels treden enkel in werking op 1 januari of 1 juli, niet op willekeurige data door het jaar, wat bedrijven dwingt permanent op te letten.
  • Een "one in, one out"-regel invoeren voor nieuwe regelgeving: voor elke nieuwe regel die administratieve last oplegt, wordt een bestaande regel geschrapt. Het VK (OIOO sinds 2011, later uitgebreid) en Duitsland (Bürokratiebremse sinds 2015) passen dit principe al toe.

Bewezen in: Estland: once-only principle wettelijk verankerd, X-Road verbindt bijna 1.000 organisaties en bespaart ruim 1.300 werkjaren per jaar. Verenigd Koninkrijk: copy-out principle (2010), alleen het minimum omzetten; one in, one out (2011, uitgebreid in 2013 en 2016); common commencement dates. Duitsland: Bürokratiebremse (one in, one out) sinds 2015.


Samenvatting: wat HART gaat doen

Horeca en voeding. Een restaurant openen vraagt in België tot 19 afzonderlijke registraties en vergunningen; in het VK is de registratie voor voedselveiligheid één gratis online formulier. HART bouwt één digitaal Horecaloket, voert risicogebaseerde FAVV-bijdragen in, schaft de soldenwetgeving en sperperiode af (zoals Duitsland deed in 2001), liberaliseert openingsuren volledig, en vereenvoudigt terrasvergunningen. Termijn: 2 jaar.

Bouw en vastgoed. België scoort uiterst zwak op bouwvergunningssnelheid: in Brussel 211 dagen, in Denemarken 64 (Wereldbank). HART wil één nationaal bouwreglement, beperkt de verplichte architectenmedewerking tot structureel significante werken, vervangt transactiegebonden certificaten door een permanent digitaal gebouwpaspoort, en investeert in BIM-gebaseerde automatische toetsing. Termijn: 3 jaar.

Retail en zelfstandigen. Het Belgische socialezekerheidsstelsel voor zelfstandigen vereist apart lidmaatschap bij een verzekeringsfonds en ziekenfonds, met bijdragen berekend op inkomen van drie jaar geleden. HART harmoniseert beroepsvereisten nationaal op Vlaams niveau, integreert sociale bijdragen in het belastingsysteem, baseert voorlopige bijdragen op het lopende jaar, en bouwt één digitaal ondernemersloket naar Estlands model. Termijn: 2–3 jaar.

Transport. Het Belgische tolsysteem wordt door zijn eigen beheerder "het meest complexe ter wereld" genoemd. Drie regio's, drie tolregimes, twee afzonderlijke LEZ-systemen. HART wil één nationaal tolsysteem, één LEZ-pas, moderne taxiregulering, uniforme autokeuring, en definitieve toelating van ecocombinaties. Termijn: 2 jaar.

Gezondheidszorg. Een moratorium op nieuwe apotheken bestaat al sinds 1999. HART heft het moratorium op (met behoud van de verplichting tot een apotheker-titularis), laat online apotheken toe, voert een permanent wettelijk kader voor telegeneeskunde in, en vereenvoudigt de geneesmiddelenbeoordeling naar het NICE-model. Termijn: 2–3 jaar.

Landbouw. België is het enige EU-land met twee GLB-plannen. HART wil één nationaal plan met regionale hoofdstukken, verschuift mestbeleid van inputcontroles naar uitkomstgerichte waterkwaliteitsdoelen, en neemt het Deense Groene Tripartiete model over. Termijn: afstemmen op de eerstvolgende GLB-programmaperiode.

Digitaal en e-commerce. België verplicht webshops twee bezorgmethodes aan te bieden, uniek in de EU, en voerde e-facturatie in voor alle bedrijven tegelijk. HART schrapt de bezorgverplichting, faseert e-facturatie op bedrijfsgrootte (Frans model), maakt het once-only-principe bindend voor alle bestuursniveaus, en investeert in een X-Road-achtige data-infrastructuur. Termijn: 1–2 jaar.

Tewerkstelling en payroll. België heeft een van de meest complexe payrolls ter wereld: 164 paritaire comités en subcomités, sectorale indexering, taalgebonden loonbrieven met juridische gevolgen, en een waaier aan cheques die elk afzonderlijke verwerking vereisen. HART brengt de comités terug naar maximaal 50, voert één nationale indexering in, laat Engels toe voor arbeidsovereenkomsten in internationale bedrijven, en vervangt het chequesysteem door hoger nettoloon. Termijn: volledige legislatuur.

Vrije beroepen. Ongeveer 131 gereglementeerde beroepen, een architectenmonopolie uit 1939, en toetredingsdrempels die concurrentie beperken. HART verschuift van activiteitsvoorbehoud naar titelbescherming, laat concurrerende beroepsorganisaties toe, verkort stageperiodes, en opent multidisciplinaire praktijken. Termijn: 2–3 jaar.

Overkoepelend. Zes regeringen, honderden gemeenten, geen anti-goldplatingbeleid, en een impactanalysecomité zonder bindende bevoegdheid. HART verbiedt goldplating wettelijk, geeft de impactanalyse tanden via de toets vooraf van de controleraad, maakt het once-only-principe bindend voor alle bestuursniveaus, harmoniseert gemeentelijke opcentiemen, en voert een one in, one out-regel in voor nieuwe regelgeving. Termijn: doorlopend.


België reguleert niet te veel. Het reguleert verkeerd. Tot negentien vergunningen en registraties voor een restaurant. Drie energieprestatiestelsels voor één EU-richtlijn. Het complexste tolsysteem ter wereld in een land kleiner dan Maryland. Een apotheekmoratorium sinds 1999. 164 paritaire comités en subcomités. Estland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk bewijzen dat dezelfde beleidsdoelen (voedselveiligheid, werknemersbescherming, milieukwaliteit) haalbaar zijn met een fractie van de last. HART kiest voor een overheid die resultaten nastreeft in plaats van regels te stapelen. Slim, digitaal en structureel.