34.439 asielaanvragen in 2025 (39.615 in 2024), tegenover slechts 8.290 eerste verblijfsvergunningen om arbeidsredenen voor niet-EU-burgers (2024). België trekt te weinig talent aan en laat te veel over aan de asielroute.
België staat op een kruispunt in het migratiedebat. HART kiest voor een migratiebeleid dat economisch slim, humaan en juridisch waterdicht is. We trekken actief talent aan, investeren in integratie vanaf dag één, en zorgen dat het systeem eerlijk en handhaafbaar is.
Economische migratie levert op, asielmigratie kost
De cijfers: arbeid versus asiel
België ontving in 2024 39.615 asielaanvragen (waarvan 33.146 eerste aanvragen) en in 2025 34.439. Daartegenover stonden in 2024 ruim 22.000 positieve beslissingen over gecombineerde vergunningen (single permits) voor arbeidsmigratie, eerste aanvragen en verlengingen samen, naast 231.000 detacheringen van werknemers vanuit andere EU-landen (2023). De verhouding is veelzeggend wanneer men naar de eerste verblijfsvergunningen kijkt:
| Migratietype | Aandeel eerste verblijfsvergunningen niet-EU-burgers (2024) |
|---|---|
| Gezinshereniging | 45,7% |
| Bescherming en andere redenen | 30,5% |
| Onderwijs | 13,3% |
| Arbeid | 10,5% |
Bron: Eurostat, eerste verblijfsvergunningen 2024
De OESO berekent dat van alle langdurige immigratie naar België in 2024 slechts 7% bestond uit arbeidsmigranten. Vrij verkeer binnen de EU domineert (59%), gevolgd door gezinsmigratie (20%) en humanitaire migratie (15%). Het aandeel economische migratie is dus opvallend laag, ook in vergelijking met Canada, waar volgens dezelfde OESO-telling 30% van de nieuwkomers arbeidsmigrant was.
Fedasil-budget: meer dan verdubbeld tussen 2019 en 2024
De directe kosten van de asielopvang zijn spectaculair gestegen:
| Jaar | Federale dotatie Fedasil |
|---|---|
| 2019 | €411 miljoen |
| 2020 | €537 miljoen |
| 2021 | €531 miljoen |
| 2022 | €702 miljoen |
| 2023 | €838 miljoen |
| 2024 | €929 miljoen |
Bron: Fedasil, budget en federale dotaties
De totale uitgaven van Fedasil in 2024 bedroegen €943,4 miljoen: €558,8 miljoen aan subsidies voor partners (Rode Kruis, ngo's, OCMW's), €177,7 miljoen personeelskosten, €73,9 miljoen huisvestingskosten en €59,4 miljoen medische kosten. En Fedasil is niet de volledige kost van asiel: ook CGVS, DVZ, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en het leefloon komen erbij. Op 1 januari 2026 telde het opvangnetwerk 34.764 plaatsen (36.205 een jaar eerder), met een wachtlijst van 1.693 personen.
In 2024 leidde 47,2% van de eindbeslissingen van het CGVS tot een beschermingsstatus; in 2025 was dat 28,4% (8.987 personen beschermd). De beschermingsgraad schommelt dus sterk van jaar tot jaar.
Arbeidsmigranten dragen bij, asielmigranten kosten
De Nationale Bank van België (NBB, 2020) leverde het meest gezaghebbende onderzoek naar de economische impact:
- De netto fiscale bijdrage van immigranten wordt volgens OESO-ramingen, aangehaald door de NBB, geschat op +0,1% tot +0,8% van het bbp, afhankelijk van de scope van de berekening.
- De immigratie van de vijf jaar vóór de studie duwde het bbp met 3,5% omhoog: 2% door EU-migratie en 1,5% door niet-EU-migratie.
- Tewerkstelling is de doorslaggevende factor: hoe hoger de werkzaamheid, hoe hoger de netto bijdrage aan de overheidsfinanciën.
- Wie via gezinshereniging of internationale bescherming migreerde, heeft 30 procentpunten minder kans op een baan dan arbeidsmigranten.
- België heeft een van de laagste werkzaamheidsgraden voor migranten van de eerste generatie in de EU: 61% in 2019, bijna 12 procentpunten lager dan voor in België geborenen.
- De tweede generatie levert gemiddeld een hogere netto fiscale bijdrage dan autochtone Belgen door de jongere leeftijdsstructuur.
HART wil de asielinstroom terugbrengen naar het "eerlijke aandeel" van België in Europa, ongeveer 11.400 aanvragen per jaar (tegenover 34.439 in 2025). Dat verlaagt de asielkosten met naar schatting €300 à 469 miljoen per jaar.
De arbeidsmarkt schreeuwt om werkkrachten
De VDAB telde op de lijst van 2024 241 knelpuntberoepen. Eind 2023 waren er gemiddeld amper 2,3 werkzoekenden per vacature (de spanningsindicator), wat wijst op een zeer krappe arbeidsmarkt. De grootste tekorten bevinden zich in techniek/industrie, bouw, zorg, ICT, transport en horeca. De structurele motor achter deze krapte is de vergrijzing: grote cohorten 55-plussers stromen uit, met massale vervangingsvraag als gevolg.
1. HART wil een concurrerend puntensysteem voor hooggeschoolde migratie
Probleem
België verwerkt het gros van zijn arbeidsmigratie via het single permit-systeem (gecombineerde vergunning), dat sinds januari 2019 operationeel is. In 2022 werden 19.724 gecombineerde vergunningen afgegeven (eerste aanvragen en verlengingen), 75% meer dan in 2021. Maar in 2024 daalde het aantal toegekende langverblijfvisa om beroepsredenen tot 7.874 (−9% tegenover 2023) en het aantal eerste gecombineerde vergunningen met 7%. Slechts 10,5% van alle eerste verblijfsvergunningen voor niet-EU-burgers in België betreft arbeid; gezinshereniging domineert met 45,7% (2024).
De EU Blue Card, het Europese instrument bij uitstek voor hooggeschoolden, wordt in België nauwelijks gebruikt. In 2024 gaf België amper 136 Blue Cards af, terwijl Duitsland er 56.252 uitreikte (72% van het EU-totaal). België kampt met lange wachttijden, regionale fragmentatie (Vlaanderen, Brussel en Wallonië hanteren elk andere regels en loondrempels) en een gewone gecombineerde vergunning die aan één werkgever gebonden is: ze loopt af met het arbeidscontract, en van werkgever veranderen vraagt in principe een nieuwe aanvraag. Alleen voor de Blue Card volstaat sinds 2024 een melding door de nieuwe werkgever.
Hoe doen anderen het?
Canada's Express Entry-systeem, gebaseerd op een puntensysteem van maximaal 1.200 punten (Comprehensive Ranking System), nodigde in 2024 98.903 kandidaten uit voor permanent verblijf. Express Entry-immigranten verdienen een jaar na aankomst gemiddeld 20% meer dan economische migranten die buiten Express Entry werden toegelaten. Australië's SkillSelect-systeem werkt met een minimale puntenvereiste van 65 punten; van de 185.000 permanente plaatsen in het migratieprogramma 2024-2025 gingen er 132.200 (71%) naar de vaardighedenstroom. Het Verenigd Koninkrijk trekt met het Global Talent Visa toptalent aan zonder quotum en zonder werkgeververeiste. Duitsland lanceerde in juni 2024 de Chancenkarte (Opportunity Card), die in het eerste jaar ongeveer 11.500 visa opleverde en een puntensysteem combineert met de mogelijkheid om een jaar lang werk te zoeken.
De economische impact van migratie is overtuigend. Onderzoek over 19 OESO-landen (1980-2015) toont dat een extra netto-instroom van 1 migrant per 1.000 inwoners het bbp per inwoner met 0,25 à 0,31% doet stijgen en het begrotingssaldo met 0,12 procentpunt van het bbp verbetert.
Wat HART wil
HART pleit voor een Belgisch puntensysteem naar Canadees model, zonder verplichte werkgeversband, dat kandidaten selecteert op basis van opleiding, werkervaring, talenkennis en leeftijd. Concreet:
- Een fast lane van 15 werkdagen voor hooggeschoolden, met een streeftermijn van maximaal 30 dagen gemiddeld.
- Eén federaal loket in plaats van regionale fragmentatie. Dezelfde regels en loondrempels in heel België.
- Vrije werkgeverswissel tijdens de geldigheid van de vergunning, in lijn met de herschikte Europese single permit-richtlijn (EU) 2024/1233, die lidstaten verplicht een werkgeverswissel toe te laten.
- Actieve werving in sectoren met structurele tekorten: techniek, bouw, zorg, ICT, transport en horeca.
België heeft dringend behoefte aan een concurrerender systeem. Regionale hervormingen kunnen helpen, maar zonder één federale regeling blijft het lapwerk (art. 27 HART-grondwet).
2. Wie werk heeft mag blijven, maar met waarborgen
Het principe
HART staat achter het principe dat iedereen die bijdraagt aan de Belgische economie en samenleving, hier welkom is. Een werkvisum is de meest directe manier om dat te meten. Maar "wie werk heeft mag blijven" vereist heldere spelregels om misbruik en sociale dumping te voorkomen.
Internationale modellen
Singapore hanteert het meest gesofisticeerde model. Het Employment Pass vereist sinds 2025 een minimumsalaris van S$5.600/maand (S$6.200 voor de financiële sector), oplopend met de leeftijd tot S$10.700 (financiële sector S$11.800) voor kandidaten rond 45 jaar. Sinds 2023 geldt het COMPASS-puntensysteem (Complementarity Assessment Framework), dat werkgevers beoordeelt op diversiteit, lokale werkgelegenheid en salarisbenchmarking. Dit is nadrukkelijk géén "iedereen met een baan"-model, maar een verfijnd meritocratisch systeem dat lokale werknemers beschermt.
Nieuw-Zeeland herstructureerde zijn systeem in 2022 met het Accredited Employer Work Visa, dat een drietrapsraket vereist: werkgeversaccreditatie, vacaturetoets (bewijs dat geen geschikte Nieuw-Zeelander beschikbaar is), en werknemerscreening. Sinds april 2024 zijn de eisen aangescherpt: kortere verblijfsduur voor lagergeschoolden, minimum 30 uur per week, en Engelse taalvereisten.
De Golfstaten bieden het meest extreme voorbeeld via het kafala-systeem, waarin de juridische status van de werknemer volledig gekoppeld is aan de werkgever. In Qatar zijn buitenlandse werknemers ongeveer 94% van de beroepsbevolking (ILO). Ondanks hervormingen blijven paspoortconfiscatie, loondiefstal en gedwongen arbeid wijdverbreid. Een waarschuwend voorbeeld van wat er misgaat wanneer verblijfsrecht volledig werkgeversafhankelijk is zonder voldoende bescherming.
De gewone Belgische gecombineerde vergunning is werkgevergebonden. Wie van werkgever wil wisselen, moet in principe een nieuwe procedure starten, en die afhankelijkheid maakt uitbuiting makkelijker. Organisaties die arbeidsmigranten bijstaan, zoals Fairwork Belgium, wijzen daar al jaren op.
Wat HART wil
HART wil een werkvisumsysteem naar Singaporees model, met drie kernwaarborgen:
- Salarisdrempels per sector en ervaringsniveau, zodat arbeidsmigratie niet leidt tot loondruk op Belgische werknemers.
- Vrije werkgeverswissel: wie een geldig werkvisum heeft, kan van werkgever veranderen zonder de hele procedure opnieuw te doorlopen. De Europese single permit-richtlijn (EU) 2024/1233 verplicht lidstaten om een werkgeverswissel toe te laten.
- Versterkte arbeidsinspectie om sociale dumping, schijnzelfstandigheid en uitbuiting aan te pakken.
3. Nationaliteit verdienen: 10 jaar verblijf, 5 jaar werk, B1 taal
Het bestaande systeem
Het Wetboek van de Belgische nationaliteit vereist (stand 2025) 5 jaar legaal verblijf (met integratie en economische participatie van 468 werkdagen) of 10 jaar (met soepeler bewijs). Het vereiste taalniveau is A2 (basisniveau). Het registratierecht steeg op 29 juli 2025 van €150 naar €1.000 (geïndexeerd €1.030 in 2026). In 2024 kregen 60.108 mensen de Belgische nationaliteit. Met 5,1 nieuwe Belgen per 1.000 inwoners stond België in 2024 vierde in de EU, na Luxemburg, Zweden en Spanje.
Internationale vergelijking
| Land | Verblijfsvereiste | Werkvereiste | Taalniveau |
|---|---|---|---|
| Canada | 3 jaar | Geen specifiek | ~A2 (CLB 4) |
| Australië | 4 jaar | Geen specifiek | Basis Engels |
| België (stand 2025) | 5 jaar | 468 werkdagen | A2 |
| Duitsland (sinds 2024) | 5 jaar (verlaagd van 8) | Zelfvoorzienend | B1 |
| Frankrijk | 5 jaar | Geen specifiek | B2 (sinds 2026) |
| VK | 5 jaar + 1 jaar ILR | Geen specifiek | B1 |
| Nederland | 5 jaar | Geen specifiek | A2 |
| Noorwegen | 8 jaar (binnen 11 jaar) | Geen specifiek | B1 mondeling |
| Denemarken | 9 jaar | 3,5 jaar voltijds | B2 |
| Zwitserland | 10 jaar | Geen specifiek | B1 mondeling |
Denemarken heeft de strengste expliciete werkvereiste voor naturalisatie: 3,5 jaar voltijds werk in de laatste 4 jaar, gecombineerd met 9 jaar verblijf.
De overgrote meerderheid van landen vereist A2 of B1. Denemarken eist B2, Frankrijk sinds 2026 ook. B2 betekent in de praktijk dat iemand complexe teksten kan begrijpen, spontaan en vloeiend kan communiceren, en gedetailleerde argumenten kan opbouwen. Dit vergt circa 500-600 uur studie vanuit nulniveau. Het Europees Verdrag inzake Nationaliteit (1997, art. 6) legt voor naturalisatie een maximale verblijfsvereiste van 10 jaar vast.
Wat HART wil
HART kiest voor een naturalisatiebeleid dat de Belgische nationaliteit waardevol maakt, zonder onbereikbaar te worden:
- 10 jaar legaal verblijf, waarvan minimaal 5 jaar aantoonbaar gewerkt.
- B1 mondeling taalniveau in een taal van de deelstaat waar de aanvrager woont (art. 22 HART-grondwet). Voldoende om volwaardig te functioneren in het dagelijkse leven en op de werkvloer, zonder de onrealistische eis van academisch B2.
- Verplicht burgerschapsexamen: kennis van de Belgische grondwet, instellingen en basisrechten.
Dit plaatst België aan de strenge kant van het Europese spectrum, vergelijkbaar met Denemarken en Zwitserland, maar binnen het internationaal aanvaarde kader van het Europees Verdrag inzake Nationaliteit. Het verschil met een louter strengere taaleis zit in de werkvereiste: wie Belg wordt, heeft hier ook bijgedragen.
4. Juridisch kader: waarom selectieve blokkades per land niet kunnen
Dit is geen HART-standpunt, maar een juridische realiteit die ons beleid vormgeeft.
Voor asielmigratie is een nationaliteitsgebonden blokkade juridisch onmogelijk binnen het EU-kader. Het EU-asielacquis verplicht België om over elke asielaanvraag individueel te beslissen, ongeacht de nationaliteit van de aanvrager. Dit volgt uit de Europese Asielprocedureverordening, de Kwalificatieverordening en de Verordening asiel- en migratiebeheer (de opvolger van Dublin). Artikel 3 van het Vluchtelingenverdrag van 1951 verbiedt expliciet discriminatie op basis van "land van herkomst." Artikel 3 EVRM legt een absoluut verbod op refoulement op.
De cijfers uit België maken het belang hiervan duidelijk. Afghanistan is consequent een van de belangrijkste herkomstlanden voor asielzoekers in België: 6.506 aanvragen in 2021 (na de machtsovername door de taliban), en in 2025 opnieuw herkomstland nummer 1. De erkenningspercentages zijn hoog: in 2024 kreeg op EU-niveau 63% van de Afghanen en 90% van de Syriërs in eerste aanleg bescherming. In België kregen in 2024 onder meer 2.155 Eritreeërs en 1.944 Afghanen de vluchtelingenstatus. De meerderheid van de aanvragers uit deze landen heeft dus recht op internationale bescherming.
Cruciaal: migratie uit conflictlanden als Afghanistan, Jemen en Eritrea is vrijwel uitsluitend asielgedreven. Er bestaat geen noemenswaardige arbeidsmigratie vanuit deze landen. Een beperking van arbeidsmigratie per nationaliteit, juridisch wél mogelijk, zou dus geen enkel effect hebben.
Het Amerikaanse travel ban-model is niet overdraagbaar naar de EU. De VS is niet gebonden door het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (CEAS) of het EVRM. Denemarkens restrictieve model is mogelijk dankzij zijn EU-opt-out op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. België heeft geen dergelijke opt-out en zou verdragswijziging nodig hebben om er een te verkrijgen.
Wat wél kan: betere terugkeer van afgewezen asielzoekers, versnelde grensprocedures voor nationaliteiten met een laag erkenningspercentage (onder het EU-Migratiepact 2024), en samenwerking met transitlanden. HART kiest voor instrumenten die juridisch houdbaar zijn en daadwerkelijk werken.
5. HART wil een job-seeker visum naar Duits model
Het probleem
Buiten het zoekjaar voor wie in België afstudeerde of onderzoek deed, biedt België geen instrument waarmee een buitenlandse professional naar België kan komen om werk te zoeken. Je hebt al een baan nodig vóór je een werkvisum kunt aanvragen: een catch-22 die talent naar concurrerende landen drijft.
Hoe doen anderen het?
Duitslands Chancenkarte (sinds juni 2024) biedt tot 1 jaar verblijf om werk te zoeken, met deeltijdarbeid tot 20 uur per week. Basisvereisten: een beroepsopleiding van minimaal 2 jaar, Duits A1 of Engels B2, en financiële middelen van circa €1.091/maand (2025). In het eerste jaar leverde dit ongeveer 11.500 visa op.
Het Nederlandse zoekjaar biedt afgestudeerden van Nederlandse instellingen of top-200 universiteiten wereldwijd een verblijfsvergunning van 12 maanden met vrije arbeidsmarkttoegang. Ongeveer een kwart van de internationale afgestudeerden (25,3%) woont 5 jaar na het afstuderen nog in Nederland.
Wat HART wil
HART pleit voor een Belgisch job-seeker visum met de volgende kenmerken:
- 12 maanden verblijf om werk te zoeken, met de mogelijkheid tot deeltijdarbeid (max. 20 uur/week).
- Toegankelijk voor houders van een relevante beroepsopleiding (min. 2 jaar) of universitair diploma, met basiskennis van minstens één landstaal (A1) of Engels (B2).
- Financiële zelfvoorzienendheid als voorwaarde. Geen beroep op sociale bijstand.
- Automatische omzetting naar een werkvisum bij het vinden van een baan die aan de salarisdrempels voldoet.
6. Een centraal jobmatchingplatform voor arbeidsmigratie
Het probleem
Er bestaat geen centraal platform dat buitenlandse werkzoekenden koppelt aan Belgische werkgevers met openstaande knelpuntvacatures. EURES, het EU-netwerk voor arbeidsmobiliteit, bundelt miljoenen vacatures uit 31 Europese landen, maar is ontworpen voor mobiliteit binnen Europa, niet voor derdelanders.
Hoe doen anderen het?
Canada's Job Bank bundelt vacatures en heeft een Job Match-functie die kandidaten aan werkgevers koppelt. Tot maart 2025 leverde een geldige jobaanbieding in Express Entry 50 tot 200 extra CRS-punten op; Canada schrapte die bonus om misbruik van jobaanbiedingen tegen te gaan.
Het Duitse portaal "Make it in Germany" is het meest uitgebreide informatieplatform, met vacatures, een selfcheck-tool voor de Chancenkarte, een meertalige hotline en relocatie-informatie. Het functioneert vooral als informatiegateway, niet als directe jobmatchingtool.
Een bevraging van Toronto Metropolitan University (2023) toont dat nieuwkomers die vóór aankomst via sociale media naar werk zochten, in de eerste maanden na aankomst veel vaker werk vinden en vaker in beter betaalde banen terechtkomen.
Wat HART wil
HART pleit voor een Belgisch of Europees jobmatchingplatform dat:
- Knelpuntvacatures van Belgische werkgevers direct koppelt aan gekwalificeerde buitenlandse kandidaten.
- Geïntegreerd is met het puntensysteem en het job-seeker visum: een match op het platform versnelt de visumprocedure.
- Samenwerkt met bestaande kanalen (VDAB, Actiris, Forem, LinkedIn, sectorfederaties).
- Meertalig is en relocatie-informatie bevat (huisvesting, erkenning van diploma's, taalcursussen).
7. Leerplicht vanaf 3 jaar: de beste investering in integratie
Het probleem
België verlaagde de leerplichtleeftijd in 2020 van 6 naar 5 jaar. Hoewel 98% van de 3- tot 5-jarigen naar het kleuteronderwijs gaat (2024), schuilt er vóór die leeftijd een grote kloof: van de kinderen onder 3 jaar in gezinnen onder de armoedegrens ging in 2016 ongeveer 22% naar formele kinderopvang, tegenover 46% van de andere kinderen. Meer dan een verdubbeling. Kinderen met een migratieachtergrond zijn structureel ondervertegenwoordigd.
Het wetenschappelijk bewijs
Het bewijs voor vroege interventie is overweldigend. Economisch onderzoek naar de opbrengst van onderwijsinvesteringen toont dat het rendement het hoogst is in de vroegste levensjaren: vroege achterstanden zijn later moeilijk in te halen. OESO-onderzoek bevestigt dat universele voorschoolse educatie ongelijkheden verkleint: migrantenkinderen profiteren disproportioneel. Onderzoek van DIW Berlin en ZEW (2019) toont dat kinderopvangdeelname van vluchtelingenkinderen niet alleen het kind maar het hele gezin ten goede komt, vooral de moeders: zij spreken beter Duits en zijn sterker op de arbeidsmarkt gericht.
Frankrijk maakte onderwijs verplicht vanaf 3 jaar sinds september 2019. Hongarije deed hetzelfde in 2015. Denemarken verplicht in aangewezen achterstandswijken kinderopvang vanaf 1 jaar (25 uur/week).
Wat HART wil
- Verlaging van de leerplichtleeftijd naar 3 jaar, naar Frans model.
- Een aanmoedigingspremie voor deelname aan kleuteronderwijs van 3 tot 5 jaar, gekoppeld aan voldoende aanwezigheid, naar het model van de vroegere Vlaamse kleutertoeslag (die voor 3-jarigen in 2025 en volledig in 2026 werd afgeschaft). Een positieve financiële prikkel is juridisch veiliger en effectiever dan een korting op de basiskinderbijslag.
- Kwaliteitsfocus: vroeg onderwijs moet gericht zijn op spel, taal en sociale vaardigheden, niet op formeel leren.
8. Segregatie aanpakken: niet met strafbeleid, maar met structuurbeleid
Het probleem
België scoort in de MIPEX-index van integratiebeleid (2025) 70/100, bij de beste tien landen, en staat samen met enkele andere landen eerste op antidiscriminatiebeleid. Maar achter deze institutionele scores schuilt een ernstig segregatieprobleem. In Belgische binnensteden overlappen lage werkgelegenheid, laag opleidingsniveau, lage inkomens en hoge afhankelijkheid van sociale bijstand.
Brussel springt eruit. Het vergelijkend onderzoeksproject ResSegr (met onder meer Stockholm University en de VUB) stelt vast dat de armoedesegregatie op grote schaal het sterkst is in Stockholm en Brussel en vrij laag in Amsterdam, en dat Brussel en Stockholm uitspringen met zeer hoge lokale concentraties van armoede. Slechts 21,5% van de Brusselse bevolking is van Belgische herkomst (2026).
Wat werkt niet?
Denemarkens gettolijst identificeert wijken op basis van niet-westerse achtergrond, werkloosheid en inkomen, en verplicht de afbouw van sociale huurwoningen via sloop, verkoop en gedwongen verhuizingen. Het Europees Hof van Justitie oordeelde in december 2025 (zaak C-417/23) dat deze regeling directe of indirecte discriminatie op grond van etnische afkomst kan vormen onder de Richtlijn Rassengelijkheid.
Frankrijks politique de la ville, het langstlopende anti-segregatiebeleid in Europa (sinds de jaren '70), wordt grotendeels als mislukt beschouwd. Na decennia van stedelijke vernieuwing bleef armoede even geconcentreerd als voorheen. De armoedegraad in de prioritaire wijken bedroeg 42%, tegenover 16% in de omliggende stedelijke gebieden (2012). Fysieke renovatie vertaalt zich niet in sociale mix.
Het Nederlandse spreidingsbeleid via een grote en diverse sociale huursector heeft bescheidener segregatieniveaus opgeleverd dan in België: in hetzelfde onderzoek is de armoedesegregatie in Amsterdam duidelijk lager dan in Brussel. De sleutel: sociale huurwoningen van behoorlijke kwaliteit verspreid over de hele stad, niet geconcentreerd in achterstandswijken.
Wat HART wil
HART kiest voor structuurbeleid boven strafbeleid:
- Verspreide sociale woningbouw: nieuwe sociale woningen bouwen buiten de bestaande concentratiegebieden, naar Nederlands model.
- Gerichte arbeidsmarktintegratie: intensieve begeleiding naar werk in concentratiewijken, met aandacht voor kinderopvang en taalonderwijs als randvoorwaarden.
- Schooldesegregatie: een inschrijvingsbeleid dat sociale mix bevordert, in plaats van de feitelijke segregatie door schoolkeuze.
- Geen gedwongen verhuizingen: het Deense model is juridisch riskant en ethisch problematisch.
9. Juridisch kader: internationale verdragen en EU-lidmaatschap
Dit is geen HART-standpunt, maar het juridisch kader waarbinnen elk migratiebeleid moet opereren.
Wie het asielbeleid wil hervormen, moet zich verhouden tot het Vluchtelingenverdrag van 1951 en het bijbehorende Protocol van 1967. Uittreding is technisch mogelijk (artikel 44 voorziet in opzegging met één jaar opzegtermijn), maar zou onverenigbaar zijn met het EU-lidmaatschap:
- Artikel 78(1) VWEU vereist expliciet dat EU-asielbeleid "in overeenstemming moet zijn met het Verdrag van Genève."
- Artikel 18 van het EU-Handvest garandeert het recht op asiel "met inachtneming van" datzelfde verdrag.
- Het volledige Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel is hierop gebouwd.
- Uittreding zou artikel 7 VEU-procedures (rechtsstaatmechanisme) kunnen activeren.
Bovendien is non-refoulement niet alleen verdragsrechtelijk maar ook gewoonterecht: het geldt ongeacht verdragslidmaatschap. Artikel 3 EVRM biedt onafhankelijke bescherming.
HART erkent deze juridische realiteit en kiest voor hervormingen die binnen het bestaande verdragskader passen. Ambitieus maar houdbaar.
10. Effectief terugkeerbeleid: waterdichte buitengrens, snelle uitvoering, geen exotische modellen
Het probleem
Het Belgische terugkeerbeleid kenmerkt zich door een enorme kloof tussen beslissingen en uitvoering. In 2024 kregen 24.660 mensen in België het bevel het grondgebied te verlaten, maar slechts 2.915 keerden effectief terug: ongeveer 12%. Het EU-gemiddelde ligt met ongeveer 27% ook laag (Eurostat). Onderzoekers van de VUB schatten het aantal mensen zonder wettig verblijf in België op ongeveer 112.000 (2023).
De belangrijkste obstakels zijn structureel: non-refoulement maakt terugkeer naar conflictlanden onmogelijk; herkomstlanden weigeren onderdanen terug te nemen; identiteitsvaststelling is vaak onmogelijk; juridische beroepsmogelijkheden vertragen het proces. Daarbovenop wordt de asielroute ook gebruikt door wie eigenlijk om economische redenen komt. In 2024 leidde 53% van de eindbeslissingen van het CGVS niet tot bescherming, in 2025 zelfs 72%: wie geen recht op bescherming heeft, hangt vaak jarenlang in het systeem.
Wat werkt niet?
Australië's offshore processing op Nauru kostte in 2024-2025 ongeveer AUD 5,6 miljoen per persoon per jaar (US$ 3,9 miljoen), meer dan duizend keer zoveel als opvang in de gemeenschap (ongeveer AUD 4.000 per persoon per jaar). Het Britse Rwanda-plan kostte ruim £700 miljoen zonder dat ook maar één asielzoeker onvrijwillig werd overgebracht; er vertrokken alleen vier vrijwilligers. Denemarkens Rwanda-overeenkomst werd nooit geoperationaliseerd. Offshore is te duur, juridisch onhoudbaar en bewezen ineffectief.
Wat werkt
Zweden stuurde in 2024 13.600 mensen effectief terug, bijna 13 per 10.000 inwoners, tegenover ongeveer 2,5 in België. Duitsland heeft het hoogste absolute aantal (22.005 effectieve terugkeerders in 2024, 42% meer dan in 2023). Frankrijk illustreert het tegenovergestelde: van de 128.740 vertrekbevelen in 2024 werden er amper 16.665 uitgevoerd, ongeveer 13%. De gemene deler van wat wel werkt: een waterdichte buitengrens, snelle beslissingen, korte uitvoeringstermijnen, wederzijdse erkenning van beslissingen binnen de EU, en een realistisch detentie- en casemanagementbeleid.
Wat HART wil
HART wil een terugkeerbeleid dat daadwerkelijk werkt, zonder astronomische kosten of juridisch aanvechtbare constructies. De kern: minder vertrekbevelen uitschrijven door mensen die eigenlijk economische migrant zijn via de reguliere route binnen te laten, en de rest snel en onverbiddelijk terugsturen.
1. Waterdichte EU-buitengrens
- Pushbacks volgens het smalle N.D.-model (EHRM N.D. en N.T. tegen Spanje, 2020): terugduwen van niet-asielzoekers die buiten de legale toegangspunten massaal de grens forceren, op voorwaarde dat legale asielroutes aan de grens blijven bestaan. Finland, Polen, Litouwen en Spanje beroepen zich op deze rechtspraak.
- Fysieke versterking van de buitengrens waar nodig: hekken, surveillance, maritieme middelen, elektronische detectie.
- Frontex op volle sterkte van 10.000 grenswachters (het Europese doel voor 2027), met een versterkt mandaat voor zowel grensbewaking als gedwongen terugkeer van niet-meewerkende afgewezen asielzoekers.
- Eurodac aan de grens voor directe biometrische registratie en identificatie.
2. Snelle Belgische procedures
- Asielbeslissing binnen 6 maanden, zodat afgewezen asielzoekers niet jarenlang in het systeem vastzitten.
- Verplichte koppeling asielafwijzing-vertrekbevel: wie een negatieve asielbeslissing krijgt, krijgt automatisch en gelijktijdig een vertrekbevel. Twee aparte procedures laten een gat waarin dossiers blijven hangen.
- Uitvoering binnen 30 dagen na onherroepelijk vertrekbevel, zoniet volgt detentie of effectieve dwang.
3. Wederzijdse erkenning binnen de EU
- Eén EU-terugkeerbesluit, geldig in heel de rechtsruimte, naar het model van het Europees Arrestatiebevel. Afgewezen asielzoekers kunnen niet via secundaire beweging of forum-shopping een heronderzoek afdwingen in een andere lidstaat.
- Opschortingsklep in de uitvoerende lidstaat als non-refoulement in het geding komt door gewijzigde omstandigheden in het herkomstland. Zelfde logica als de weigeringsgronden in het Europees Arrestatiebevel. Dit is juridisch sowieso vereist onder artikel 3 EVRM.
4. Terugname-akkoorden met hefbomen
- Handels- en visumhefbomen inzetten om medewerking van herkomstlanden af te dwingen. Landen die hun eigen onderdanen niet terugnemen, verliezen toegang tot voorkeursvisa en handelsclausules.
- Sanctiemechanismen op EU-niveau tegen derde landen die structureel weigeren te coöpereren.
5. Detentie en casemanagement
- Maximum detentietermijn 18 maanden (het plafond van de EU-terugkeerrichtlijn), enkel voor wie niet meewerkt aan terugkeer of vlucht- of identificatierisico vormt.
- Kinderdetentie verboden. Gezinnen met minderjarige kinderen krijgen als alternatief: meldplicht, elektronische enkelband, vaste huisvesting in een familie-eenheid, en een duidelijke vertrekdeadline met vliegticket. Wie niet meewerkt verliest alle opvang en voorzieningen na de deadline, behalve wat het Europese en internationale recht vereist (art. 21 HART-grondwet).
- Niet-meewerkende volwassenen apart detineerbaar als drukmiddel om vrijwillige terugkeer te bewerkstelligen, ook binnen gezinscontext.
- Individueel casemanagement als alternatief voor detentie waar mogelijk, in lijn met de wet van 12 mei 2024 over het aanklampend terugkeerbeleid.
6. Rechtshulp bij beroep
- Volledige kosteloze rechtsbijstand bij eerste aanleg. Effectieve rechtsbescherming (artikel 47 EU-Handvest) blijft gegarandeerd in de eerste procedure.
- Ingetrokken bij tweede aanleg. Wie in eerste aanleg al een eerlijke procedure heeft gekregen en die verliest, heeft geen recht op een tweede volledig gefinancierde procedure op Belgische kosten. Dit versnelt de uitvoering en ontmoedigt beroep puur als vertragingstactiek.
7. Geen offshore, geen exotische modellen
- Geen return hubs in derde landen.
- Geen offshore asielverwerking (Rwanda-, Albanië-type).
- Te duur, juridisch onhoudbaar, bewezen ineffectief.
10bis. Streng pad naar werkvisum als alternatief voor vertrekbevel
Waarom dit instrument
Een vaak vergeten hefboom op de return rate is de teller zelf verlagen. Als je afgewezen asielzoekers die aan strikte werk-, taal- en strafbladvoorwaarden voldoen een eenmalig pad naar een werkvisum geeft, verdwijnen zij uit de statistiek van vertrekbevelen zonder dat je iets hoeft te bouwen in Nauru of Rwanda. Je verkleint de groep mensen zonder wettig verblijf (naar schatting 112.000) aan de kostengunstige kant, en je zet tegelijk druk op wie niet aan de voorwaarden voldoet: die moet binnen 30 dagen weg.
Dit is geen generaal pardon. Dit is geen amnestie. Het is een eenmalige, strikt voorwaardelijke doorstroom van wie ondanks alles in de praktijk al economisch bijdraagt, naar de reguliere migratieroute die HART ook voor nieuwkomers wil (standpunt 1, puntensysteem, en standpunt 5, job-seeker visum).
De voorwaarden (strikt)
- Minimum 3 jaar feitelijk verblijf in België.
- Voltijdse arbeidsovereenkomst of bindend aanbod in een knelpuntberoep (VDAB/Actiris/Forem-lijsten).
- Blanco strafblad. Elke veroordeling sluit uit.
- Minimum A2 Nederlands, Frans of Duits.
- Individuele beoordeling per dossier. Geen automatische erkenning, geen categoriale regularisatie.
- Jaarlijkse cap gekoppeld aan de VDAB/Actiris/Forem-knelpuntbarometer. Als de arbeidsmarkt ontspant, sluit het venster.
- Eenmalig. Wie afgewezen wordt of binnen 2 jaar na toekenning zijn dienstverband verliest, valt terug naar vertrekbevel en uitvoering binnen 30 dagen.
Waarom dit werkt
Rekentechnisch daalt het aantal vertrekbevelen (de noemer) en stijgt het effectieve terugkeerpercentage van wie écht niet-integrabel is. Economisch vergroot elke extra werkende migrant de netto bijdrage aan de overheidsfinanciën: tewerkstelling is volgens de NBB (2020) de doorslaggevende factor. Juridisch is dit volledig binnen het bestaande nationaal en EU-kader houdbaar. Politiek ontmijnt het de oneerlijke concurrentie tussen zwartwerkers en regulier tewerkgestelden zonder dat je één centimeter toegeeft op principe.
11a. Het EU-Migratiepact 2024 volledig en snel implementeren
Wat verandert er?
Het EU-Migratie- en Asielpact, aangenomen in mei 2024 en van toepassing sinds 12 juni 2026, hervormt het Europees asielbeleid ingrijpend:
- De Screeningsverordening verplicht een 7-daagse screening aan de buitengrenzen: identiteitscontrole, gezondheidscheck, veiligheidscontrole en biometrische registratie.
- De Asielprocedureverordening introduceert een verplichte grensprocedure voor aanvragers uit landen met een erkenningspercentage onder 20%, misleidende aanvragers en veiligheidsdreigingen.
- De Eurodac-verordening breidt biometrische registratie uit (inclusief gezichtsherkenning) en verlaagt de registratieleeftijd van 14 naar 6 jaar.
- De Verordening Asiel- en Migratiebeheer vervangt Dublin III met een permanent solidariteitsmechanisme: een jaarlijkse pool van in principe minstens 30.000 herplaatsingen en €600 miljoen aan financiële bijdragen (ongeveer €20.000 per herplaatsing), waarbij lidstaten kiezen tussen herplaatsingen, financiële bijdragen of alternatieve maatregelen. De eerste pool, voor 2026, telt 21.000 herplaatsingen en €420 miljoen; België draagt €12,9 miljoen bij.
Frontex groeide van een budget van €143 miljoen in 2015 naar €1,12 miljard in 2025, met een streefsterkte van 10.000 grenswachters tegen 2027.
Wat HART wil
- Volledige en snelle implementatie van het Pact. België moet koploper zijn, geen achterblijver. Geen cherry-picking naar beneden, geen vertragingstactiek.
- Investering in screening-infrastructuur en Eurodac-capaciteit aan de grenzen, plus in Belgische operationele capaciteit om de grensprocedure direct toe te passen.
- Fusie van DVZ, CGVS en Fedasil tot één Federale Overheidsdienst Migratie, zo snel mogelijk doorgevoerd. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen blijft een onafhankelijk rechtscollege (art. 12 en 47 HART-grondwet).
Doelpad in twee tempo's
- Korte termijn (eerste legislatuur): reductie naar ongeveer 11.400 asielaanvragen per jaar, het "eerlijke aandeel" van België. Dat is twee derde minder dan de 34.439 aanvragen van 2025.
- Middellange termijn (binnen tien jaar): Zweeds/Deens niveau, onder de 4.000 aanvragen per jaar, via Europese convergentie en EVRM-herinterpretatie (zie 11b). Ter vergelijking: Zweden ging van ruim 156.000 eerste asielaanvragen in 2015 naar ongeveer 6.800 in 2024, Denemarken van 20.800 naar 2.200.
11b. Binnen de EU-hervormingscoalitie: waar HART wel en niet meedoet
Een groep lidstaten rond Denemarken en Italië (in mei 2025 negen, waaronder België) pleit voor verdergaande hervormingen van het Europees asiel- en migratiebeleid, met EVRM-herinterpretatie en externalisering als hoofdassen. Die coalitie is geen monoliet. HART positioneert zich als selectieve deelnemer en kiest per onderdeel.
Wat HART wel steunt
- Diplomatieke druk op derde landen voor betere readmissie-naleving. Visumkoppeling, handelsakkoord-clausules en ontwikkelingshulp-conditionaliteit om herkomstlanden te dwingen hun onderdanen terug te nemen.
- Sanctiemechanismen tegen EU-lidstaten die het Pact ondermijnen. Inhouding van EU-fondsen tegen lidstaten die systematisch doorwuiven, weigeren te registreren of de grens niet bewaken.
- Heronderhandeling van de EVRM-interpretatie via de Raad van Europa. Gezamenlijk herinterpreteren van artikel 3 (non-refoulement) en artikel 8 (gezinsleven) in migratiecontext via de parlementaire weg, met de 46 lidstaten van de Raad van Europa. Niet unilateraal, niet via opt-out.
Wat HART niet steunt als beleidsdoel
- Offshore asielverwerking in derde landen. Rwanda-model, Albanië-model. Te duur, juridisch onhoudbaar, bewezen ineffectief.
- EU-financiering van capaciteitsopbouw van asielsystemen in derde landen. HART wil geen EU-geld investeren in structuren die de asielroute ondersteunen of uitbreiden. Het doel is minder asielaanvragen, niet meer of beter georganiseerde.
- Unilaterale EVRM-uittreding.
- Nationale opt-outs van het Pact.
De nucleaire optie
Unilaterale EVRM-uittreding en nationale opt-out van Justitie en Binnenlandse Zaken zijn geen HART-beleidsdoel. Maar als de Raad van Europa-route na redelijke inspanning (één legislatuur van gezamenlijke diplomatieke druk) vastloopt en de asielinstroom structureel boven het "eerlijke aandeel" blijft, blijven beide instrumenten als laatste politiek drukmiddel op tafel. HART sluit ze niet preventief uit. Dat is geen dreigement, dat is realisme: wie geen stok achter de deur heeft, heeft ook geen onderhandelingsmacht in Brussel.
11c. Belgische hefbomen in de EU-onderhandelingen
Variabele geometrie, geen blokdiscipline
HART kiest geen vast blok in de Raad. Op "wederzijdse erkenning terugkeerbesluiten" werkt België met de groep rond Denemarken. Op "geen offshore" werkt België met Spanje, Portugal, Ierland, Luxemburg. Op "strenge grensprocedure" werkt België met iedereen die daarvoor is. Geen coalitietrouw boven het HART-programma, geen ideologische bondgenootschap met één kamp. Pragmatische meerderheden per dossier, gestuurd door de HART-lijn.
Dat betekent concreet: in elke JBZ-Raad, in elke COREPER-vergadering en in elke werkgroep over migratie (zoals SCIFA) stemt de Belgische minister per agendapunt af op basis van inhoud, niet op basis van blok-discipline.
Snelle besluitvorming boven eindeloze effectenanalyses
HART steunt géén verplichting tot uitgebreide impact assessments vooraf bij elk extern migratie-voorstel. In de praktijk worden die assessments ingezet door tegenstanders van elke vorm van strenger beleid om de besluitvorming jaren te vertragen. HART kiest voor snelheid in de uitvoering en evaluatie achteraf. Wat niet werkt, wordt bijgestuurd. Maar we blokkeren geen Pact-implementatie omdat een assessment nog niet klaar is.
Transparantie over het Belgische standpunt in de EU
- Verplichte parlementaire rapportering binnen 14 dagen na elke JBZ-Raad. De Belgische minister komt binnen twee weken na elke EU-Raad Justitie en Binnenlandse Zaken uitleggen aan het parlement: wat is er gestemd, wat was het Belgische standpunt, waarom, en welke coalities werden gevormd.
- Publicatie van het Belgische standpunt voorafgaand aan elke JBZ-Raad op de website van de bevoegde minister, zodat burgers en parlement vooraf kunnen meekijken en bijsturen.
- Geen vertrouwelijke deals in Brussel die het parlement en de burger niet kan lezen.
Dit is geen administratieve last, dit is elementaire democratische controle op een beleidsdomein dat rechtstreeks impact heeft op elke Belgische gemeente. Duitsland en Denemarken doen dit al structureel. België loopt achter. HART wil dit fixen.
12. Permanent verblijf na 5 jaar: EU-standaard met Belgische voorwaarden
Het bestaande kader
De EU-Richtlijn langdurig ingezetenen (2003/109/EG) verplicht lidstaten om na 5 jaar legaal en ononderbroken verblijf de status van langdurig ingezetene toe te kennen, mits de aanvrager beschikt over stabiele, regelmatige en voldoende inkomsten en een ziektekostenverzekering. België past de richtlijn toe met een inkomensvereiste van €1.064/maand voor de aanvrager (+€355 per persoon ten laste, 2026, jaarlijks geïndexeerd) en zonder taal- of integratietest. Ter vergelijking: Nederland vereist een inburgeringsexamen, Duitsland B1 Duits.
Het Hof van Justitie oordeelde in C-302/18, X tegen Belgische Staat (2019) dat niet de herkomst van de inkomsten telt, maar hun stabiliteit en toereikendheid, beoordeeld volgens de individuele situatie. Een categorische uitsluiting zonder individuele beoordeling zou dus waarschijnlijk in strijd zijn met EU-recht.
Wat HART wil
HART staat achter permanent verblijf na 5 jaar. Dat is EU-standaard en niet onderhandelbaar. Maar wil de voorwaarden aanscherpen:
- Inkomensvereiste: stabiel inkomen zonder structureel beroep op sociale bijstand. Incidenteel gebruik (bv. tijdens een tijdelijke werkloosheidsperiode) mag geen automatische uitsluiting betekenen. Een individuele beoordeling is vereist.
- Integratievereiste: verplichte taaltest (minimaal A2) in een taal van de deelstaat waar de aanvrager woont (art. 22 HART-grondwet) en burgerschapscursus, zoals onder meer Nederland en Duitsland al doen.
- Geen verlenging naar 10 jaar, zoals in het Verenigd Koninkrijk werd voorgesteld. Dat zou België uit de pas brengen met het EU-kader en economisch contraproductief zijn.
Conclusie: ambitieus en realistisch
HART combineert ambitieuze economische migratie met strikte maar juridisch houdbare voorwaarden:
Economisch: een puntensysteem naar Canadees model, een job-seeker visum naar Duits model, een centraal jobmatchingplatform, en actieve werving in knelpuntsectoren. België moet concurreren om talent, niet wachten tot het vanzelf komt.
Integratie: leerplicht vanaf 3 jaar, koppeling aan kindergeld via aanmoedigingspremies, structurele aanpak van segregatie via huisvestings- en arbeidsmarktbeleid, en een naturalisatietraject dat werk en taal centraal stelt.
Asiel en terugkeer: volledige benutting van het EU-Migratiepact 2024, grensprocedures, snellere asielbeslissingen, effectiever terugkeerbeleid via terugname-akkoorden, en fusie tot één Federale Overheidsdienst Migratie.
Juridisch kader: alle voorstellen zijn ontworpen binnen het bestaande EU- en verdragsrecht. Geen symboolpolitiek, geen juridisch onhoudbare beloftes. Wat we voorstellen, kunnen we ook waarmaken.