39.615 asielaanvragen (waarvan 33.146 eerste aanvragen), terwijl er jaarlijks circa 24.000 gecombineerde vergunningen (single permits) voor arbeidsmigratie werden afgeleverd, plus 231.000 detacheringen van gedetacheerde werknemers.
België staat op een kruispunt in het migratiedebat. HART kiest voor een migratiebeleid dat economisch slim, humaan en juridisch waterdicht is. We trekken actief talent aan, investeren in integratie vanaf dag één, en zorgen dat het systeem eerlijk en handhaafbaar is.
Economische migratie levert op, asielmigratie kost
De cijfers: arbeid versus asiel
België ontving in 2024 39.615 asielaanvragen (waarvan 33.146 eerste aanvragen), terwijl er jaarlijks circa 24.000 gecombineerde vergunningen (single permits) voor arbeidsmigratie werden afgeleverd, plus 231.000 detacheringen van gedetacheerde werknemers. De verhouding is veelzeggend wanneer men naar de totale verblijfsvergunningen kijkt:
| Migratietype | Aandeel eerste verblijfsvergunningen |
|---|---|
| Gezinshereniging | 45,7% |
| Bescherming/humanitair | 30,5% |
| Onderwijs | 13,3% |
| Arbeid (niet-EU) | 10,5% |
Bron: Eurostat, Myria, Prague Process 2024
De OESO berekent dat van alle langdurige immigratie naar België slechts 7% bestaat uit niet-EU-arbeidsmigranten. EU-vrij verkeer domineert (59%), gevolgd door gezinsmigratie (20%) en humanitaire migratie (15%). Het aandeel economische migratie is dus opvallend laag in vergelijking met landen als Canada (64%) of Australië (71%).
Fedasil-budget: verdubbeld in vijf jaar
De directe kosten van de asielopvang zijn spectaculair gestegen:
| Jaar | Federale dotatie Fedasil |
|---|---|
| 2019 | €411 miljoen |
| 2020 | €537 miljoen |
| 2022 | €702 miljoen |
| 2023 | €838 miljoen |
| 2024 | €929 miljoen |
Bron: Fedasil, jaarrekeningen
De totale uitgaven van Fedasil in 2024 bedroegen €943,4 miljoen: €558,8 miljoen aan subsidies voor partners (Rode Kruis, ngo's, OCMW's), €177,7 miljoen personeelskosten, €73,9 miljoen huisvestingskosten en €59,4 miljoen medische kosten. De opvangcapaciteit bedroeg 36.205 plaatsen, met een wachtlijst van 2.809 personen op jaareinde.
Het CGVS kende in 2024 het vluchtelingenstatuut toe aan 15.668 personen en subsidiaire bescherming aan 601 personen, met een beschermingsgraad van 47,2%. De hoogste in jaren.
Arbeidsmigranten dragen bij, asielmigranten kosten
De Nationale Bank van België (NBB, 2020) leverde het meest gezaghebbende onderzoek naar de fiscale impact:
- De netto fiscale bijdrage van immigratie wordt geraamd op +0,1% tot +0,8% van het bbp, afhankelijk van de scope van de berekening.
- Recente immigratie (5-jaarsstromen) duwde het bbp met +3,5% omhoog. Waarvan +2% door EU-migratie en +1,5% door niet-EU-migratie.
- Tewerkstelling is de doorslaggevende factor: personen met een baan leveren een positieve netto bijdrage, personen zonder baan een negatieve.
- Wie via gezinshereniging of internationale bescherming migreerde, heeft 30 procentpunten minder kans op een baan dan arbeidsmigranten.
- België heeft een van de slechtste werkzaamheidskloven voor migranten in de EU: 61% tewerkstelling voor immigranten versus ~73% voor in België geborenen.
- De tweede generatie levert gemiddeld een hogere netto fiscale bijdrage dan autochtone Belgen door de jongere leeftijdsstructuur.
De Arizona-coalitie (januari 2025) plant besparingen van €1,58 miljard op migratie, onder meer door de asielinstroom te reduceren tot het "eerlijke aandeel" van België onder het EU-Migratiepact (~11.400 aanvragen versus ~40.000 vandaag), een besparingspad van €469 miljoen tegen 2029.
De arbeidsmarkt schreeuwt om werkkrachten
De VDAB telde in 2024 241 knelpuntberoepen circa 40% van alle beroepen. De spanningsindicator (verhouding werkzoekenden per vacature) daalde van 5,4 in 2017 naar slechts 2,3 in 2024, wat wijst op een extreem krappe arbeidsmarkt. De grootste tekorten bevinden zich in techniek/industrie, bouw, zorg, ICT, transport en horeca. De structurele motor achter deze krapte is de vergrijzing: grote cohorten 55-plussers stromen uit, met massale vervangingsvraag als gevolg.
1. HART wil een concurrerend puntensysteem voor hooggeschoolde migratie
Probleem
België verwerkt het gros van zijn arbeidsmigratie via het single permit-systeem (gecombineerde vergunning), dat sinds januari 2019 operationeel is. In 2022 werden 19.721 single permits afgegeven. Een stijging van 75% ten opzichte van 2021. Maar in 2024 daalde het aantal langverblijfvisa voor professionele redenen weer naar 7.874 (−9%). Slechts 10,5% van alle eerste verblijfsvergunningen voor niet-EU-burgers in België betreft arbeid; gezinshereniging domineert met 45,7%.
De EU Blue Card, het Europese instrument bij uitstek voor hooggeschoolden, wordt in België nauwelijks gebruikt. In 2016 gaf België slechts 31 Blue Cards af, terwijl Duitsland er in 2024 alleen al 56.252 uitreikte (72% van het EU-totaal). België kampt met trage verwerkingstijden (gemiddeld 3-4,5 maanden), regionale fragmentatie (Vlaanderen, Brussel en Wallonië hanteren elk andere regels en loondrempels), en een systeem dat volledig werkgevergebonden is. De werknemer kan niet van werkgever wisselen zonder de procedure opnieuw te starten.
Hoe doen anderen het?
Canada's Express Entry-systeem, gebaseerd op een puntensysteem van maximaal 1.200 punten (Comprehensive Ranking System), nodigde in 2024 98.903 kandidaten uit voor permanent verblijf. Express Entry-immigranten verdienen gemiddeld 20% meer dan andere immigrantencategorieën en zijn 9 procentpunten vaker werkzaam dan niet-Express Entry economische migranten. Australië's SkillSelect-systeem kent jaarlijks circa 132.000-137.000 plaatsen toe in de skill stream, met een minimale puntenvereiste van 65 punten. Het Verenigd Koninkrijk trok met het Global Talent Visa in 2023 circa 3.300 toptalenten aan. Geen limiet, geen werkgeververeiste. Duitsland lanceerde in juni 2024 de Chancenkarte (Opportunity Card), die in het eerste jaar 11.500 kaarten opleverde en een puntensysteem combineert met de mogelijkheid om een jaar lang werk te zoeken.
De economische impact van gerichte hooggeschoolde migratie is overtuigend. OESO-onderzoek over 19 landen toont dat een toename van 1 migrant per 1.000 inwoners leidt tot een stijging van het bbp per capita met 0,25-0,31% en een verbetering van het begrotingssaldo met 0,12 procentpunt. Australië schat dat migratie tegen 2050 AUD 1,6 biljoen aan het bbp zal bijdragen.
Wat HART wil
HART pleit voor een Belgisch puntensysteem naar Canadees model, zonder verplichte werkgeversband, dat kandidaten selecteert op basis van opleiding, werkervaring, talenkennis en leeftijd. Concreet:
- Een fast lane van 15 werkdagen voor hooggeschoolden, met een streeftermijn van maximaal 30 dagen gemiddeld.
- Eén federaal loket in plaats van de huidige regionale fragmentatie. Dezelfde regels en loondrempels in heel België.
- Vrije werkgeverswissel tijdens de geldigheid van de vergunning, in lijn met de nieuwe EU Single Permit Directive (2024/1233) die dit sowieso verplicht.
- Actieve werving in sectoren met structurele tekorten: techniek, bouw, zorg, ICT, transport en horeca.
België heeft dringend behoefte aan een concurrerender systeem. De geplande Vlaamse hervorming is een stap in de goede richting, maar zonder federale coördinatie blijft het lappen.
2. Wie werk heeft mag blijven. Maar met waarborgen
Het principe
HART staat achter het principe dat iedereen die bijdraagt aan de Belgische economie en samenleving, hier welkom is. Een werkvisum is de meest directe manier om dat te meten. Maar "wie werk heeft mag blijven" vereist heldere spelregels om misbruik en sociale dumping te voorkomen.
Internationale modellen
Singapore hanteert het meest gesofisticeerde model. Het Employment Pass vereist een minimumsalaris van S$5.600/maand (S$6.200 voor de financiële sector), oplopend tot S$10.700-S$11.800 voor 45-plussers. Sinds 2023 geldt het COMPASS-puntensysteem (Complementarity Assessment Framework), dat werkgevers beoordeelt op diversiteit, lokale werkgelegenheid en salarisbenchmarking. Dit is nadrukkelijk géén "iedereen met een baan"-model, maar een verfijnd meritocratisch systeem dat lokale werknemers beschermt.
Nieuw-Zeeland herstructureerde zijn systeem in 2022 met het Accredited Employer Work Visa, dat een drietrapsraket vereist: werkgeversaccreditatie, vacaturetoets (bewijs dat geen geschikte Nieuw-Zeelander beschikbaar is), en werknemerscreening. Sinds april 2024 zijn de eisen aangescherpt: kortere verblijfsduur voor lagergeschoolden, minimum 30 uur per week, en Engelse taalvereisten.
De Golfstaten bieden het meest extreme voorbeeld via het kafala-systeem, waarin de juridische status van de werknemer volledig gekoppeld is aan de werkgever. In Qatar zijn buitenlandse werknemers 94% van de beroepsbevolking. Ondanks hervormingen blijven paspoortconfiscatie, loondiefstal en gedwongen arbeid wijdverbreid. Een waarschuwend voorbeeld van wat er misgaat wanneer verblijfsrecht volledig werkgeversafhankelijk is zonder voldoende bescherming.
Het huidige Belgische single permit-systeem is werkgevergebonden. De werknemer kan niet van werkgever wisselen zonder een nieuwe procedure te starten, wat uitbuiting faciliteert. Fairwork Belgium stelde in 2022 dat het systeem "oneerlijke werkgevers bevoordeelt."
Wat HART wil
HART wil een werkvisumsysteem naar Singaporees model, met drie kernwaarborgen:
- Salarisdrempels per sector en ervaringsniveau, zodat arbeidsmigratie niet leidt tot loondruk op Belgische werknemers.
- Vrije werkgeverswissel wie een geldig werkvisum heeft, kan van werkgever veranderen zonder de hele procedure opnieuw te doorlopen. De nieuwe EU Single Permit Directive (2024/1233) verplicht dit sowieso.
- Versterkte arbeidsinspectie om sociale dumping, schijnzelfstandigheid en uitbuiting aan te pakken.
3. Nationaliteit verdienen: 10 jaar verblijf, 5 jaar werk, B1 taal
Het huidige systeem
De Belgische naturalisatieprocedure vereist 5 jaar legaal verblijf (met integratie en economische participatie van 468 werkdagen) of 10 jaar (met soepeler bewijs). Het vereiste taalniveau is A2 (basisniveau). De registratiekost bedraagt sinds 2025 €1.030 (verhoogd van €150). In 2024 werden circa 59.400-60.150 nationaliteitswijzigingen geregistreerd. Het hoogste aantal in twee decennia. België verleent 4,7 nationaliteiten per 1.000 inwoners, het vierde hoogste cijfer in de EU.
Internationale vergelijking
| Land | Verblijfsvereiste | Werkvereiste | Taalniveau |
|---|---|---|---|
| Canada | 3 jaar | Geen specifiek | ~A2 (CLB 4) |
| Australië | 4 jaar | Geen specifiek | Basis Engels |
| België (huidig) | 5 jaar | 468 werkdagen | A2 |
| Duitsland (sinds 2024) | 5 jaar (verlaagd van 8) | Zelfvoorzienend | B1 |
| Frankrijk | 5 jaar | Geen specifiek | B2 (vanaf 2026) |
| VK | 5 jaar + 1 jaar ILR | Geen specifiek | B1 |
| Nederland | 5 jaar | Geen specifiek | A2 |
| Noorwegen | 7 jaar | Geen specifiek | B1 |
| Denemarken | 9 jaar | 3,5 jaar voltijds | B2 |
| Zwitserland | 10 jaar | Geen specifiek | B1 mondeling |
Denemarken is het enige OESO-land met een expliciete werkvereiste voor naturalisatie: 3,5 jaar voltijds werk in de laatste 4 jaar, gecombineerd met 9 jaar verblijf.
De overgrote meerderheid van landen vereist A2 of B1. Alleen Denemarken eist momenteel B2; Frankrijk sluit zich aan vanaf 2026. B2 betekent in de praktijk dat iemand complexe teksten kan begrijpen, spontaan en vloeiend kan communiceren, en gedetailleerde argumenten kan opbouwen. Dit vergt circa 500-600 uur studie vanuit nulniveau. Het Europees Verdrag inzake Nationaliteit (1997, art. 6) beveelt een maximum verblijfsperiode van 10 jaar aan voor naturalisatie.
Wat HART wil
HART kiest voor een naturalisatiebeleid dat de Belgische nationaliteit waardevol maakt, zonder onbereikbaar te worden:
- 10 jaar legaal verblijf, waarvan minimaal 5 jaar aantoonbaar gewerkt.
- B1 mondeling taalniveau in minstens één landstaal. Voldoende om volwaardig te functioneren in het dagelijkse leven en op de werkvloer, zonder de onrealistische eis van academisch B2.
- Verplicht burgerschapsexamen kennis van de Belgische grondwet, instellingen en basisrechten.
Dit plaatst België aan de strenge kant van het Europese spectrum. Vergelijkbaar met Denemarken en Zwitserland. Maar blijft binnen het internationaal aanvaarde kader van het Europees Verdrag inzake Nationaliteit.
De coalitieregering-De Wever plant al een verhoging van het taalniveau van A2 naar B1 en een verplicht burgerschapsexamen. HART steunt deze richting en gaat verder met de werkvereiste.
4. Juridisch kader: waarom selectieve blokkades per land niet kunnen
Dit is geen HART-standpunt, maar een juridische realiteit die ons beleid vormgeeft.
Voor asielmigratie is een nationaliteitsgebonden blokkade juridisch onmogelijk binnen het EU-kader. Het EU-asielacquis verplicht België om elke asielaanvraag individueel te behandelen, ongeacht de nationaliteit van de aanvrager. Dit volgt uit de EU Asielprocedureverordening, de Kwalificatierichtlijn en het Dublin-systeem. Artikel 3 van het Vluchtelingenverdrag van 1951 verbiedt expliciet discriminatie op basis van "land van herkomst." Artikel 3 EVRM legt een absoluut verbod op refoulement op.
De cijfers uit België maken het belang hiervan duidelijk. Afghanistan is consequent een van de top-3 herkomstlanden voor asielzoekers in België: circa 6.506 aanvragen in 2021 (na de Taliban-machtsovername), en in 2025 opnieuw herkomstland nummer 1. De erkenningspercentages zijn hoog: ~84% voor Eritreeërs en Jemenieten op EU-niveau, 39-76% voor Afghanen. Dit betekent dat de meerderheid van aanvragers uit deze landen recht heeft op internationale bescherming.
Cruciaal: migratie uit conflictlanden als Afghanistan, Jemen en Eritrea is vrijwel uitsluitend asielgedreven. Er bestaat geen noemenswaardige arbeidsmigratie vanuit deze landen. Een beperking van arbeidsmigratie per nationaliteit. Juridisch wél mogelijk. Zou dus geen enkel effect hebben.
Het Amerikaanse travel ban-model is niet overdraagbaar naar de EU. De VS is niet gebonden door het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (CEAS) of het EVRM. Denemarkens restrictieve model is mogelijk dankzij zijn EU-opt-out op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. België heeft geen dergelijke opt-out en zou verdragswijziging nodig hebben om er een te verkrijgen.
Wat wél kan: betere terugkeer van afgewezen asielzoekers, versnelde grensprocedures voor nationaliteiten met een laag erkenningspercentage (onder het EU-Migratiepact 2024), en samenwerking met transitlanden. HART kiest voor instrumenten die juridisch houdbaar zijn en daadwerkelijk werken.
5. HART wil een job-seeker visum naar Duits model
Het probleem
België biedt geen enkel instrument waarmee een buitenlandse professional naar België kan komen om werk te zoeken. Je hebt al een baan nodig vóór je een werkvisum kunt aanvragen. Een catch-22 die talent naar concurrerende landen drijft.
Hoe doen anderen het?
Duitslands Chancenkarte (sinds juni 2024) biedt tot 1 jaar verblijf om werk te zoeken, met deeltijdarbeid tot 20 uur per week. Basisvereisten: een beroepsopleiding van minimaal 2 jaar, Duits A1 of Engels B2, en financiële middelen van circa €1.091/maand. In het eerste jaar leverde dit 11.500 kaarten op.
Het Nederlandse zoekjaar biedt afgestudeerden van Nederlandse instellingen of top-200 universiteiten wereldwijd een verblijfsvergunning van 12 maanden met vrije arbeidsmarkttoegang. Circa 26% van internationale afgestudeerden blijft 5 jaar na afstuderen in Nederland.
Wat HART wil
HART pleit voor een Belgisch job-seeker visum met de volgende kenmerken:
- 12 maanden verblijf om werk te zoeken, met de mogelijkheid tot deeltijdarbeid (max. 20 uur/week).
- Toegankelijk voor houders van een relevante beroepsopleiding (min. 2 jaar) of universitair diploma, met basiskennis van minstens één landstaal (A1) of Engels (B2).
- Financiële zelfvoorzienendheid als voorwaarde. Geen beroep op sociale bijstand.
- Automatische omzetting naar een werkvisum bij het vinden van een baan die aan de salarisdrempels voldoet.
6. Een centraal jobmatchingplatform voor arbeidsmigratie
Het probleem
Er bestaat geen centraal platform dat buitenlandse werkzoekenden koppelt aan Belgische werkgevers met openstaande knelpuntvacatures. EURES, het EU-netwerk voor arbeidsmobiliteit, biedt circa 3 miljoen vacatures uit 31 landen, maar is primair ontworpen voor intra-EU-mobiliteit, niet voor derdelanders.
Hoe doen anderen het?
Canada's Job Bank biedt 150.000+ vacatures en een Job Match-functie die Express Entry-kandidaten koppelt aan werkgevers. Een geldige jobaanbieding levert 50-200 extra CRS-punten op.
Het Duitse portaal "Make it in Germany" is het meest uitgebreide informatieplatform, met vacatures, een selfcheck-tool voor de Chancenkarte, een meertalige hotline en relocatie-informatie. Het bereikt jaarlijks miljoenen gebruikers uit 200 landen, maar functioneert primair als informatiegateway niet als directe jobmatchingtool.
Onderzoek van Toronto Metropolitan University (2023) toonde dat pre-arrival gebruik van digitale platforms sterk correleert met betere arbeidsmarktuitkomsten: 75% van immigranten met goedbetaalde banen had vóór aankomst sociale media gebruikt voor werkprospectie, tegenover slechts 25% van degenen in precaire arbeid.
Wat HART wil
HART pleit voor een Belgisch of Europees jobmatchingplatform dat:
- Knelpuntvacatures van Belgische werkgevers direct koppelt aan gekwalificeerde buitenlandse kandidaten.
- Geïntegreerd is met het puntensysteem en het job-seeker visum een match op het platform versnelt de visumprocedure.
- Samenwerkt met bestaande kanalen (VDAB, Actiris, Forem, LinkedIn, sectorfederaties).
- Meertalig is en relocatie-informatie bevat (huisvesting, erkenning van diploma's, taalcursussen).
7. Leerplicht vanaf 3 jaar. De beste investering in integratie
Het probleem
België verlaagde de leerplichtleeftijd in 2020 van 6 naar 5 jaar. Hoewel 98% van de 3-5-jarigen deelneemt aan kleuteronderwijs, schuilt er achter dit gemiddelde een enorme kloof: bij kinderen onder 3 jaar neemt 59,3% van de niet-arme kinderen deel aan formele kinderopvang, tegenover slechts 20,1% van kinderen met armoederisico. Een factor drie verschil. Kinderen met migratieachtergrond zijn structureel ondervertegenwoordigd.
Het wetenschappelijk bewijs
Het bewijs voor vroege interventie is overweldigend. James Heckman's baanbrekend werk toont dat het rendement op investering in onderwijs het hoogst is in de vroegste levensjaren vroege achterstanden zijn later moeilijk in te halen. OESO-onderzoek bevestigt dat universele voorschoolse educatie ongelijkheden verkleint: migrantenkinderen profiteren disproportioneel. Duits onderzoek toont dat kinderopvangdeelname van vluchtelingenkinderen niet alleen het kind maar het hele gezin ten goede komt. Ouders bouwen sociale netwerken op, oefenen taalvaardigheid en krijgen toegang tot arbeidsmarktinformatie.
Frankrijk maakte onderwijs verplicht vanaf 3 jaar sinds september 2019. Hongarije deed hetzelfde in 2015. Denemarken verplicht in aangewezen achterstandswijken kinderopvang vanaf 1 jaar (25 uur/week).
Wat HART wil
- Verlaging van de leerplichtleeftijd naar 3 jaar, naar Frans model.
- Een aanmoedigingspremie voor deelname aan kleuteronderwijs, naar het model van de Vlaamse kleutertoeslag (€146,40 voor 4-jarigen met voldoende aanwezigheid). Een positieve financiële prikkel is juridisch veiliger en effectiever dan een korting op de basiskinderbijslag.
- Kwaliteitsfocus: vroeg onderwijs moet gericht zijn op spel, taal en sociale vaardigheden. Niet op formeel leren.
8. Segregatie aanpakken. Niet met strafbeleid, maar met structuurbeleid
Het probleem
België behaalde in MIPEX 2020 een score van 69/100 (8e van 56 landen) en staat wereldwijd gezamenlijk eerste op anti-discriminatiebeleid. Maar achter deze institutionele scores schuilt een ernstig segregatieprobleem. Onderzoekers van het ResSegr-project (Stockholm University) concluderen dat grootschalige segregatie in België meer uitgesproken is dan in Denemarken, Nederland en Zweden. In Belgische binnensteden overlappen lage werkgelegenheid, laag opleidingsniveau, lage inkomens en hoge afhankelijkheid van sociale bijstand.
Brussel springt er uit. Armoedesegregatie in Brussel is dubbel zo hoog als in Oslo en Kopenhagen, en drievoudig zo hoog als in Amsterdam. Slechts 22% van de Brusselse bevolking is van Belgische oorsprong.
Wat werkt niet?
Denemarkens gettolijst identificeert wijken op basis van niet-westerse achtergrond, werkloosheid en inkomen, en verplicht reductie van sociale huurwoningen via sloop, verkoop en gedwongen verhuizingen. De EU-Advocaat-Generaal oordeelde in februari 2025 dat dit beleid discriminerend is onder de Richtlijn Rassengelijkheid.
Frances politique de la ville, het langstlopende anti-segregatiebeleid in Europa (sinds de jaren '70), wordt grotendeels als mislukt beschouwd. Na decennia van stedelijke vernieuwing bleef armoede even geconcentreerd als voorheen. De armoedegraad in prioritaire wijken is 42% tegenover 12% in omliggende gebieden. Fysieke renovatie vertaalt zich niet in sociale mix.
Het Nederlandse spreidingsbeleid via een grote en diverse sociale huursector heeft bescheidener segregatieniveaus opgeleverd dan in België. De sleutel: sociale huurwoningen van behoorlijke kwaliteit verspreid over de hele stad, niet geconcentreerd in achterstandswijken.
Wat HART wil
HART kiest voor structuurbeleid boven strafbeleid:
- Verspreide sociale woningbouw nieuwe sociale woningen bouwen buiten de bestaande concentratiegebieden, naar Nederlands model.
- Gerichte arbeidsmarktintegratie intensieve begeleiding naar werk in concentratiewijken, met aandacht voor kinderopvang en taalonderwijs als randvoorwaarden.
- Schooldesegregatie inschrijvingsbeleid dat sociale mix bevordert, in plaats van de huidige de facto segregatie door schoolkeuze.
- Geen gedwongen verhuizingen het Deense model is juridisch riskant en ethisch problematisch.
9. Juridisch kader: internationale verdragen en EU-lidmaatschap
Dit is geen HART-standpunt, maar het juridisch kader waarbinnen elk migratiebeleid moet opereren.
Wie het asielbeleid wil hervormen, moet zich verhouden tot het Vluchtelingenverdrag van 1951 en het bijbehorende Protocol van 1967. Uittreding is technisch mogelijk (artikel 44 voorziet in opzegging met één jaar opzegtermijn), maar zou onverenigbaar zijn met het EU-lidmaatschap:
- Artikel 78(1) VWEU vereist expliciet dat EU-asielbeleid "in overeenstemming moet zijn met het Verdrag van Genève."
- Artikel 18 van het EU-Handvest garandeert het recht op asiel "met inachtneming van" datzelfde verdrag.
- Het volledige Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel is hierop gebouwd.
- Uittreding zou artikel 7 VEU-procedures (rechtsstaatmechanisme) kunnen activeren.
Bovendien is non-refoulement niet alleen verdragsrechtelijk maar ook gewoonterecht het geldt ongeacht verdragslidmaatschap. Artikel 3 EVRM biedt onafhankelijke bescherming.
HART erkent deze juridische realiteit en kiest voor hervormingen die binnen het bestaande verdragskader passen. Ambitieus maar houdbaar.
10. Effectief terugkeerbeleid. Waterdichte buitengrens, snelle uitvoering, geen exotische modellen
Het probleem
Het Belgische terugkeerbeleid kenmerkt zich door een enorme kloof tussen beslissingen en uitvoering. In 2024 vaardigde België 37.672 bevelen om het grondgebied te verlaten uit. Het effectieve terugkeerpercentage is dramatisch laag. Het EU-gemiddelde bedraagt slechts ~26%. De schattingen van het aantal ongedocumenteerde migranten in België lopen uiteen van 40.000 tot 140.000.
De belangrijkste obstakels zijn structureel: non-refoulement maakt terugkeer naar conflictlanden onmogelijk; herkomstlanden weigeren onderdanen terug te nemen; identiteitsvaststelling is vaak onmogelijk; juridische beroepsmogelijkheden vertragen het proces. Daar bovenop komt dat de asielroute massaal wordt gebruikt door economische migranten. 53% van alle aanvragers wordt afgewezen, wat betekent dat meer dan de helft van wie aanvraagt geen recht op bescherming heeft maar wel jarenlang in het systeem hangt.
Wat werkt niet?
Australië's offshore processing op Nauru kost inmiddels AUD 5,6 miljoen per persoon per jaar (US$ 3,9 miljoen): 546 keer duurder dan opvang in de gemeenschap. Het Britse Rwanda-plan kostte minstens £700 miljoen zonder dat ook maar één asielzoeker onvrijwillig werd overgebracht. Denemarkens Rwanda-overeenkomst werd nooit geoperationaliseerd. Offshore is te duur, juridisch onhoudbaar en bewezen ineffectief.
Wat werkt
Zweden realiseert het hoogste per-capita-uitzettingscijfer in de EU (9,38 per 10.000 inwoners in 2024). Duitsland heeft het hoogste absolute aantal (15.230 terugkeerders in 2024, +48%). Frankrijk illustreert het tegenovergestelde: ondanks meer dan 125.000 jaarlijkse vertrekbevelen is het effectieve terugkeerpercentage slechts 8-15%. De gemene deler van wat wel werkt: een waterdichte buitengrens, snelle beslissingen, korte uitvoeringstermijnen, wederzijdse erkenning van beslissingen binnen de EU, en een realistisch detentie- en casemanagementbeleid.
Wat HART wil
HART wil een terugkeerbeleid dat daadwerkelijk werkt, zonder astronomische kosten of juridisch aanvechtbare constructies. De kern: minder vertrekbevelen uitschrijven door mensen die eigenlijk economische migrant zijn via de reguliere route binnen te laten, en de rest snel en onverbiddelijk terugsturen.
1. Waterdichte EU-buitengrens
- Pushbacks volgens het smalle N.D.-model (EHRM N.D. en N.T. tegen Spanje, 2020): terugduwen van niet-asielzoekers die buiten de legale toegangspunten massaal de grens forceren, op voorwaarde dat legale asielroutes aan de grens blijven bestaan. Dit is wat Finland, Polen, Litouwen en Spanje vandaag al doen binnen EVRM-kader.
- Fysieke versterking van de buitengrens waar nodig: hekken, surveillance, maritieme middelen, elektronische detectie.
- Frontex op 10.000 grenswachters tegen 2027, met een versterkt mandaat voor zowel grensbewaking als gedwongen terugkeer van niet-meewerkende afgewezen asielzoekers.
- Eurodac aan de grens voor directe biometrische registratie en identificatie.
2. Snelle Belgische procedures
- Asielbeslissing binnen 6 maanden, zodat afgewezen asielzoekers niet jarenlang in het systeem vastzitten.
- Verplichte koppeling asielafwijzing-vertrekbevel: wie een negatieve asielbeslissing krijgt, krijgt automatisch en gelijktijdig een vertrekbevel. Vandaag lopen die juridisch gescheiden en dat is een gat.
- Uitvoering binnen 30 dagen na onherroepelijk vertrekbevel, zoniet volgt detentie of effectieve dwang.
3. Wederzijdse erkenning binnen de EU
- Eén EU-terugkeerbesluit, geldig in heel de rechtsruimte, naar het model van het Europees Arrestatiebevel. Afgewezen asielzoekers kunnen niet via secundaire beweging of forum-shopping een heronderzoek afdwingen in een andere lidstaat.
- Opschortingsklep in de uitvoerende lidstaat als non-refoulement in het geding komt door gewijzigde omstandigheden in het herkomstland. Zelfde logica als de weigeringsgronden in het Europees Arrestatiebevel. Dit is juridisch sowieso vereist onder artikel 3 EVRM.
4. Terugname-akkoorden met hefbomen
- Handels- en visumhefbomen inzetten om medewerking van herkomstlanden af te dwingen. Landen die hun eigen onderdanen niet terugnemen, verliezen toegang tot voorkeursvisa en handelsclausules.
- Sanctiemechanismen op EU-niveau tegen derde landen die structureel weigeren te coöpereren.
5. Detentie en casemanagement
- Maximum detentietermijn 18 maanden (huidige EU-plafond), enkel voor wie niet meewerkt aan terugkeer of vlucht- of identificatierisico vormt.
- Kinderdetentie verboden. Gezinnen met minderjarige kinderen krijgen als alternatief: meldplicht, elektronische enkelband, vaste huisvesting in een familie-eenheid, en een duidelijke vertrekdeadline met vliegticket. Wie niet meewerkt verliest alle opvang en voorzieningen na de deadline.
- Niet-meewerkende volwassenen apart detineerbaar als drukmiddel om vrijwillige terugkeer te bewerkstelligen, ook binnen gezinscontext.
- Individueel casemanagement als alternatief voor detentie waar mogelijk, in lijn met de Proactieve Terugkeerwet (2024).
6. Rechtshulp bij beroep
- Volledige kosteloze rechtsbijstand bij eerste aanleg. Effectieve rechtsbescherming (artikel 47 EU-Handvest) blijft gegarandeerd in de eerste procedure.
- Ingetrokken bij tweede aanleg. Wie in eerste aanleg al een eerlijke procedure heeft gekregen en die verliest, heeft geen recht op een tweede volledig gefinancierde procedure op Belgische kosten. Dit versnelt de uitvoering en ontmoedigt beroep puur als vertragingstactiek.
7. Geen offshore, geen exotische modellen
- Geen return hubs in derde landen.
- Geen offshore asielverwerking (Rwanda-, Albanië-type).
- Te duur, juridisch onhoudbaar, bewezen ineffectief.
10bis. Streng pad naar werkvisum als alternatief voor vertrekbevel
Waarom dit instrument
Een vaak vergeten hefboom op de return rate is de teller zelf verlagen. Als je afgewezen asielzoekers die aan strikte werk-, taal- en strafbladvoorwaarden voldoen een eenmalig pad naar een werkvisum geeft, verdwijnen zij uit de statistiek van vertrekbevelen zonder dat je iets hoeft te bouwen in Nauru of Rwanda. Je verkleint de ongedocumenteerden-populatie (40.000 tot 140.000) aan de kostengunstige kant, en je zet tegelijk druk op wie niet aan de voorwaarden voldoet: die moet binnen 30 dagen weg.
Dit is geen generaal pardon. Dit is geen amnestie. Het is een eenmalige, strikt voorwaardelijke doorstroom van wie ondanks alles in de praktijk al economisch bijdraagt, naar de reguliere migratieroute die HART ook voor nieuwkomers wil (standpunt 1, puntensysteem, en standpunt 5, job-seeker visum).
De voorwaarden (strikt)
- Minimum 3 jaar feitelijk verblijf in België.
- Voltijdse arbeidsovereenkomst of bindend aanbod in een knelpuntberoep (VDAB/Actiris/Forem-lijsten).
- Blanco strafblad. Elke veroordeling sluit uit.
- Minimum A2 Nederlands, Frans of Duits.
- Individuele beoordeling per dossier. Geen automatische erkenning, geen categoriale regularisatie.
- Jaarlijkse cap gekoppeld aan de VDAB/Actiris/Forem-knelpuntbarometer. Als de arbeidsmarkt ontspant, sluit het venster.
- Eenmalig. Wie afgewezen wordt of binnen 2 jaar na toekenning zijn dienstverband verliest, valt terug naar vertrekbevel en uitvoering binnen 30 dagen.
Waarom dit werkt
Rekentechnisch daalt het aantal vertrekbevelen (de noemer) en stijgt het effectieve terugkeerpercentage van wie écht niet-integrabel is. Economisch brengt elke extra werkende migrant een positieve fiscale bijdrage (NBB 2020: +0,1 tot +0,8% BBP). Juridisch is dit volledig binnen het bestaande nationaal en EU-kader houdbaar. Politiek ontmijnt het de oneerlijke concurrentie tussen zwartwerkers en regulier tewerkgestelden zonder dat je één centimeter toegeeft op principe.
11a. Het EU-Migratiepact 2024 volledig en snel implementeren
Wat verandert er?
Het EU-Migratie- en Asielpact, aangenomen in mei 2024 en uiterlijk 12 juni 2026 van toepassing, hervormt het Europees asielbeleid ingrijpend:
- De Screeningsverordening verplicht een 7-daagse screening aan de buitengrenzen: identiteitscontrole, gezondheidscheck, veiligheidscontrole en biometrische registratie.
- De Asielprocedureverordening introduceert een verplichte grensprocedure voor aanvragers uit landen met een erkenningspercentage onder 20%, misleidende aanvragers en veiligheidsdreigingen.
- De Eurodac-verordening breidt biometrische registratie uit (inclusief gezichtsherkenning) en verlaagt de registratieleeftijd van 14 naar 6 jaar.
- De Verordening Asiel- en Migratiebeheer vervangt Dublin III met een permanent solidariteitsmechanisme: een pool van €430 miljoen, waarbij lidstaten kiezen tussen herplaatsingen, financiële bijdragen (€20.000 per niet-herplaatste persoon) of alternatieve maatregelen.
Frontex groeide van een budget van €5,5 miljoen in 2005 naar €1,12 miljard in 2025, met een streefsterkte van 10.000 grenswachters tegen 2027.
Wat HART wil
- Volledige en snelle implementatie van het Pact. België moet koploper zijn, geen achterblijver. Geen cherry-picking naar beneden, geen vertragingstactiek.
- Investering in screening-infrastructuur en Eurodac-capaciteit aan de grenzen, plus in Belgische operationele capaciteit om de grensprocedure direct toe te passen.
- Fusie van DVZ, CGVS, Fedasil en de RVV tot één Federale Overheidsdienst Migratie. De coalitieregering plant dit al, HART steunt het en wil het versnellen.
Doelpad in twee tempo's
- Korte termijn (legislatuur 2029-2034): reductie naar 11.400 asielaanvragen per jaar, het "eerlijke aandeel" van België onder het solidariteitsmechanisme. Reductie van 70% ten opzichte van de ~40.000 van vandaag.
- Middellange termijn (tegen 2035): Zweeds/Deens niveau, onder de 4.000 aanvragen per jaar, via Europese convergentie en EVRM-herinterpretatie (zie 11b). Ter vergelijking: Zweden ging van 163.000 aanvragen in 2015 naar circa 6.000 in 2024, Denemarken van 21.000 naar 2.219.
11b. Binnen de EU-hervormingscoalitie: waar HART wel en niet meedoet
De "Deense coalitie" van negen lidstaten pleit voor verdergaande hervormingen van het Europees asiel- en migratiebeleid, met EVRM-herinterpretatie en externalisering als hoofdassen. Die coalitie is geen monoliet. HART positioneert zich als selectieve deelnemer en kiest per onderdeel.
Wat HART wel steunt
- Diplomatieke druk op derde landen voor betere readmissie-naleving. Visumkoppeling, handelsakkoord-clausules en ontwikkelingshulp-conditionaliteit om herkomstlanden te dwingen hun onderdanen terug te nemen.
- Sanctiemechanismen tegen EU-lidstaten die het Pact ondermijnen. Inhouding van EU-fondsen tegen lidstaten die systematisch doorwuiven, weigeren te registreren of de grens niet bewaken.
- Heronderhandeling van de EVRM-interpretatie via de Raad van Europa. Gezamenlijk herinterpreteren van artikel 3 (non-refoulement) en artikel 8 (gezinsleven) in migratiecontext via de parlementaire weg, met de 47 lidstaten van de Raad van Europa. Niet unilateraal, niet via opt-out.
Wat HART niet steunt als beleidsdoel
- Offshore asielverwerking in derde landen. Rwanda-model, Albanië-model. Te duur, juridisch onhoudbaar, bewezen ineffectief.
- EU-financiering van capaciteitsopbouw van asielsystemen in derde landen. HART wil geen EU-geld investeren in structuren die de asielroute ondersteunen of uitbreiden. Het doel is minder asielaanvragen, niet meer of beter georganiseerde.
- Unilaterale EVRM-uittreding.
- Nationale opt-outs van het Pact.
De nucleaire optie
Unilaterale EVRM-uittreding en nationale opt-out van Justitie en Binnenlandse Zaken zijn geen HART-beleidsdoel. Maar als de Raad van Europa-route na redelijke inspanning (één legislatuur van gezamenlijke diplomatieke druk) vastloopt en de asielinstroom structureel boven het "eerlijke aandeel" blijft, blijven beide instrumenten als laatste politiek drukmiddel op tafel. HART sluit ze niet preventief uit. Dat is geen dreigement, dat is realisme: wie geen stok achter de deur heeft, heeft ook geen onderhandelingsmacht in Brussel.
11c. Belgische hefbomen in de EU-onderhandelingen
Variabele geometrie, geen blokdiscipline
HART kiest geen vast blok in de Raad. Op "wederzijdse erkenning terugkeerbesluiten" werkt België met de Deense coalitie. Op "geen offshore" werkt België met Spanje, Portugal, Ierland, Luxemburg. Op "strenge grensprocedure" werkt België met iedereen die daarvoor is. Geen coalitietrouw boven het HART-programma, geen ideologische bondgenootschap met één kamp. Pragmatische meerderheden per dossier, gestuurd door de HART-lijn.
Dat betekent concreet: in elke JAI-Raad, in elke COREPER-vergadering en in elke migratiewerkgroep (JAI, SCIFA) stemt de Belgische minister per agendapunt af op basis van inhoud, niet op basis van blok-discipline.
Snelle besluitvorming boven eindeloze effectenanalyses
HART steunt géén verplichting tot uitgebreide impact assessments vooraf bij elk extern migratie-voorstel. In de praktijk worden die assessments ingezet door tegenstanders van elke vorm van strenger beleid om de besluitvorming jaren te vertragen. HART kiest voor snelheid in de uitvoering en evaluatie achteraf. Wat niet werkt, wordt bijgestuurd. Maar we blokkeren geen Pact-implementatie omdat een assessment nog niet klaar is.
Transparantie over het Belgische standpunt in de EU
- Verplichte parlementaire rapportering binnen 14 dagen na elke JAI-Raad. De Belgische minister komt binnen twee weken na elke EU-Raad Justitie en Binnenlandse Zaken uitleggen aan het parlement: wat is er gestemd, wat was het Belgische standpunt, waarom, en welke coalities werden gevormd.
- Publicatie van het Belgische standpunt voorafgaand aan elke JAI-Raad op de website van de bevoegde minister, zodat burgers en parlement vooraf kunnen meekijken en bijsturen.
- Geen vertrouwelijke deals in Brussel die het parlement en de burger niet kan lezen.
Dit is geen administratieve last, dit is elementaire democratische controle op een beleidsdomein dat rechtstreeks impact heeft op elke Belgische gemeente. Duitsland en Denemarken doen dit al structureel. België loopt achter. HART wil dit fixen.
12. Permanent verblijf na 5 jaar: EU-standaard met Belgische voorwaarden
Het huidige kader
De EU-Richtlijn langdurig ingezetenen (2003/109/EG) verplicht lidstaten om na 5 jaar legaal en ononderbroken verblijf de status van langdurig ingezetene toe te kennen, mits de aanvrager beschikt over stabiele inkomsten en een ziektekostenverzekering. België implementeert de richtlijn met een inkomensvereiste van €1.038/maand voor een alleenstaande (+€346 per gezinslid) en geen taal- of integratietest. Ter vergelijking: Nederland vereist een inburgeringsexamen, Duitsland B1 Duits.
Het Hof van Justitie oordeelde in C-302/18, X tegen Belgische Staat (2019) dat een individuele beoordeling vereist is. Een categorisch verbod op elke historische bijstandsontvangst zou waarschijnlijk in strijd zijn met EU-recht.
Wat HART wil
HART staat achter permanent verblijf na 5 jaar. Dat is EU-standaard en niet onderhandelbaar. Maar wil de voorwaarden aanscherpen:
- Inkomensvereiste: stabiel inkomen zonder structureel beroep op sociale bijstand. Incidenteel gebruik (bv. tijdens een tijdelijke werkloosheidsperiode) mag geen automatische uitsluiting betekenen. Een individuele beoordeling is vereist.
- Integratievereiste: verplichte taaltest (minimaal A2) en burgerschapscursus. 15 EU-lidstaten hanteren dit al; België is een van de weinige die dat niet doet.
- Geen verhoging naar 10 jaar zoals het VK overweegt. Dat zou België uit de pas brengen met het EU-kader en economisch contraproductief zijn.
Conclusie: ambitieus en realistisch
HART combineert ambitieuze economische migratie met strikte maar juridisch houdbare voorwaarden:
Economisch: een puntensysteem naar Canadees model, een job-seeker visum naar Duits model, een centraal jobmatchingplatform, en actieve werving in knelpuntsectoren. België moet concurreren om talent, niet wachten tot het vanzelf komt.
Integratie: leerplicht vanaf 3 jaar, koppeling aan kindergeld via aanmoedigingspremies, structurele aanpak van segregatie via huisvestings- en arbeidsmarktbeleid, en een naturalisatietraject dat werk en taal centraal stelt.
Asiel en terugkeer: volledige benutting van het EU-Migratiepact 2024, grensprocedures, snellere asielbeslissingen, effectiever terugkeerbeleid via terugname-akkoorden, en fusie tot één Federale Overheidsdienst Migratie.
Juridisch kader: alle voorstellen zijn ontworpen binnen het bestaande EU- en verdragsrecht. Geen symboolpolitiek, geen juridisch onhoudbare beloftes. Wat we voorstellen, kunnen we ook waarmaken.