arrow_back Alle partijpunten
Partijpunt 7 van 30

Subsidies

Partijprogramma Subsidiebeleid. HART

Partijprogramma Subsidiebeleid. HART Federale en Vlaamse verkiezingen

Op basis van NBB Economic Review 2025 nr. 9, Eurostat, EU State Aid Scoreboard 2025, het Vlaamse Subsidieregister (2024), de Federale inventaris van subsidies voor fossiele brandstoffen (juni 2025), het Federaal Planbureau, en de Zweedse, Britse en Australische hervormingsmodellen


Onze diagnose: België is subsidiekampioen van Europa

België besteedt in verhouding tot zijn economie meer aan subsidies dan elk ander EU-land. De cijfers zijn onthutsend:

De subsidies en investeringstoelagen aan bedrijven bedroegen in 2024 €25,1 miljard, of 4,1% van het bbp (Nationale Bank van België, oktober 2025). In de Europese definitie zonder investeringstoelagen gaat het om 3,5% van het bbp in 2025, het hoogste van de EU, tegenover 1,5% gemiddeld in de eurozone (Eurostat). België besteedt dus meer dan het dubbele van het eurozone-gemiddelde. Voor loonsubsidies is de kloof nog groter: in de afbakening van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven gaat het om 2% van het bbp in 2023, tegenover hooguit 0,4% in Frankrijk, Duitsland en Nederland (NBB-studie). In een bredere definitie (inclusief fiscale uitgaven en parafiscale kortingen) loopt het totaal op tot €51,9 miljard of 9,2% van het bbp in 2022 (Éconosphères, 2025). Volgens het EU State Aid Scoreboard 2025 was België in 2024 de grootste relatieve besteder aan niet-crisisgerelateerde staatssteun voor EU-prioriteitsdoelstellingen in de hele Europese Unie: 1,14% van het bbp, gevolgd door Frankrijk met 1,11%.

Het Vlaamse Subsidieregister registreerde in 2024 een recordbedrag van €18,15 miljard aan subsidies aan ruim 60.000 ontvangers. En ook dat is niet alles: subsidies aan natuurlijke personen staan niet in het register.

Bijna twee derde van de €25 miljard zijn loonsubsidies (ruim €16 miljard) die de extreem hoge Belgische belastingwig op arbeid compenseren. Een symptoom, geen oplossing. In plaats van de oorzaak aan te pakken (te hoge lasten op arbeid) subsidieert België de symptomen. Ondertussen stijgen de subsidies sneller dan de economie: tussen 2000 en 2024 namen subsidies en investeringstoelagen 1,5 procentpunt van het bbp voor hun rekening in de stijging van de primaire overheidsuitgaven met 9,5 procentpunt.

De Nationale Bank en de Europese Commissie wijzen erop dat de vele loonsubsidies de hoge belasting op arbeid compenseren, economische inefficiënties creëren en het belastingstelsel onnodig complex maken. België heeft een subsidieverslaving die de overheidsfinanciën uitholt, de markt verstoort en innovatie belemmert. Het begrotingstekort bedroeg 5,2% van het bbp in 2025 en bij ongewijzigd beleid loopt de staatsschuld op tot 122,6% van het bbp in 2031 (Monitoringcomité, 2026).

De kern: Subsidies zijn een krachtig instrument. Maar alleen als ze een echt marktfalen corrigeren. België gebruikt ze als pleister op een belastingsysteem dat niet werkt. Het resultaat: de hoogste belastingwig op arbeid van de OESO, de hoogste subsidies van de EU, en een overheid die haar eigen beleid niet systematisch evalueert.


Ons principe: drie vragen voor elke subsidie

Elke bestaande en elke nieuwe subsidie moet drie vragen doorstaan:

1. Is er een marktfalen? De markt produceert een maatschappelijk ongewenst resultaat dat zonder overheidsingrijpen niet wordt gecorrigeerd. Vijf erkende vormen: negatieve externaliteiten (vervuiling), positieve externaliteiten (R&D, onderwijs), publieke goederen (defensie, erfgoed), informatieasymmetrie (misleidende producten), en natuurlijk monopolie (nutsbedrijven).

2. Is de subsidie het juiste instrument? De economische theorie is helder: bij negatieve externaliteiten is een Pigouviaanse belasting (de vervuiler betaalt) doorgaans efficiënter dan een subsidie. De belastingopbrengst kan andere verstorende belastingen verlagen. Dit heet het "dubbel dividend." Subsidies zijn enkel het juiste instrument bij positieve externaliteiten (R&D, cultuur) waar geen vervuiler te belasten valt.

3. Werkt de subsidie aantoonbaar? Geen subsidie zonder bewijs. Elke maatregel moet periodiek worden geëvalueerd op effectiviteit, efficiëntie en proportionaliteit. Geen evaluatie = geen verlenging.

Persoonlijke keuze is geen marktfalen. Wat iemand doet in zijn vrije tijd, welke hobby hij beoefent, welk product hij koopt. Daar heeft de overheid geen zaken in. De overheid corrigeert fouten in de markt. Ze stuurt niet wat burgers met hun vrije tijd doen.


1. DE GROTE SCHOONMAAK: begin met de duurste en schadelijkste subsidies

Het probleem: de olifanten in de kamer

Het HART-programma schiet niet op mussen maar op olifanten. De drie duurste en schadelijkste subsidiecategorieën in België zijn:

Fossiele-brandstofsubsidies: €13,3 miljard aan directe subsidies per jaar (2,4% van het bbp in 2022, Federale inventaris van subsidies voor fossiele brandstoffen, juni 2025), plus €1,0 miljard aan vrijstellingen voor de internationale lucht- en zeevaart. Het grootste deel zijn accijnsvoordelen. De grootste post is het lage accijnstarief op aardgas (€4,9 miljard tariefverschil met benzine); de terugbetaling van professionele diesel kost €1,3 miljard. Greenpeace raamt de steun aan de grootste klimaatvervuilers op ruim €4,4 miljard per jaar, waarvan €2,3 miljard aan gratis emissierechten (2024). De Europese Commissie vraagt België herhaaldelijk om een duidelijk traject om deze subsidies af te bouwen. België subsidieert letterlijk de opwarming van de aarde.

Salariswagens: €4,7 miljard fiscale en parafiscale kost per jaar (Federaal Planbureau, 2025), oplopend tot €5,2 miljard in 2028. Het aantal salariswagens steeg van 272.000 begin 2007 naar 626.000 begin 2024, een stijging van 130% (FOD Mobiliteit). Bijna 15% van de werknemers heeft een salariswagen, goed voor ~9% van het totale wagenpark. Bedrijfswagens rijden bijna dubbel zoveel kilometers per jaar als privéwagens. Het Federaal Planbureau berekende dat het fiscale voordeel leidt tot bijna 6.000 km extra per wagen per jaar (2016). Het systeem bevoordeelt de hoogste inkomens (82% van de bedrijfswagens gaat naar de 30% hoogste inkomens, Brussels Studies, 2019) en voedt de files rond Brussel, een van de meest gecongesteerde steden van Europa. De Europese Commissie en het Federaal Planbureau wijzen al jaren op de kosten van dit systeem.

Onvoldoende geëvalueerde loonsubsidies: ruim €16 miljard per jaar (2024), bijna twee derde van alle bedrijfssubsidies. De NBB vat het onderzoek samen: de resultaten zijn gemengd. De vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers en de dienstencheques lijken hun doel te halen, maar de verminderingen voor oudere werknemers en voor de eerste aanwerving kosten veel voor weinig of geen extra jobs. Deze subsidies compenseren de hoge belastingwig op arbeid, maar het zou efficiënter zijn de belastingen zelf te verlagen dan ze via subsidies te compenseren.

Concreet voorstel

A. Fossiele-brandstofsubsidies volledig uitfaseren tegen 2035

  • Accijnsverschillen tussen fossiele brandstoffen geleidelijk wegwerken. Diesel en benzine hebben al hetzelfde accijnstarief per liter (€0,60 in 2026); de grootste voordelen zitten bij aardgas en huisbrandolie. Die tarieven gaan stap voor stap omhoog, zodat de prijs de werkelijke kost van fossiele brandstoffen weerspiegelt.
  • De terugbetaling van professionele diesel voor wegtransport afbouwen, gekoppeld aan steun voor zero-emissievrachtwagens.
  • Belastingvrijstelling kerosine: op EU-niveau ijveren voor een kerosinebelasting via de herziening van de Energiebelastingrichtlijn (zie het hoofdstuk Mobiliteit).
  • Alle opbrengsten gaan naar de hervorming van de personenbelasting: een lagere belasting op arbeid (zie het hoofdstuk Belastingen). Het dubbel dividend.
  • Referentiemodel: Zweden. De Zweedse koolstofbelasting (ingevoerd in 1991 aan ongeveer €23 per ton, in 2026 ongeveer €133 per ton CO₂, na Noorwegen de hoogste van Europa) ging samen met een daling van de binnenlandse uitstoot met 33% tussen 1990 en 2021, terwijl de Zweedse economie met 92% groeide. Het gebruik van fossiele brandstoffen voor verwarming daalde met meer dan 90%. Het bewijs is duidelijk: de vervuiler belasten werkt.

B. Salariswagensysteem geleidelijk uitdoven over 8 jaar, binnen twee legislaturen

  • Nieuwe contracten vallen meteen onder een transparante bijtelling van 22% van de cataloguswaarde (17% voor emissievrije wagens tot €30.000), naar Nederlands model.
  • Bestaande contracten behouden het bestaande kader tot het einde van hun looptijd (maximaal 4 jaar). Vanaf het vijfde jaar wordt de aftrek voor werkgevers geplafonneerd.
  • Mobiliteitsbudget als alternatief: werknemers kiezen vrij tussen openbaar vervoer, fiets, thuiswerk of cash. Belastingneutraal voor de werknemer, maar zonder de perverse prikkel om meer te rijden.
  • Opbrengst: €2-3 miljard per jaar zodra het regime uitgedoofd is. De fiscale en parafiscale kost is €4,7 miljard (2025), maar gedragseffecten en looncompensatie maken de opbrengst kleiner.
  • Zweden, Denemarken en Nederland belasten het privégebruik van een bedrijfswagen transparant en veel zwaarder dan België (zie het hoofdstuk Mobiliteit).

C. Loonsubsidies evalueren en hervormen

  • Onafhankelijke evaluatie van alle loonsubsidiemaatregelen (nacht-/ploegenarbeid, structurele RSZ-verminderingen, doelgroepkortingen) op effectiviteit. Binnen 2 jaar.
  • Wat niet aantoonbaar werkt, wordt afgebouwd. Wat werkt, wordt behouden maar hervormd naar targeted instrumenten in plaats van brede kortingen.
  • De vrijgekomen middelen vloeien terug naar structurele verlaging van de belasting op arbeid: het doel is niet minder steun maar een eenvoudiger systeem met lagere bruto-belastingen en minder compenserende subsidies.
  • Potentiële besparing: €1+ miljard per jaar (HART-raming), enkel door ineffectieve maatregelen te schrappen. De vermindering voor de eerste aanwerving alleen kostte €488 miljoen in 2023. Volgens het onderzoek dat de NBB aanhaalt, steeg daardoor alleen het aantal bedrijven met één werknemer, niet het aantal met meer werknemers, tegen een brutokost van ongeveer €101.000 per extra job (2023).

2. UNIVERSELE SUNSET CLAUSE: elke subsidie vervalt na vijf jaar

Het probleem

België evalueert zijn subsidies niet systematisch. De NBB stelde in 2025 vast dat het onderzoek naar de effectiviteit van bedrijfssubsidies gemengde resultaten geeft, en dat er meer transparantie over subsidies en hun ontvangers nodig is om ze te kunnen doorlichten. Vlaanderen beschikt al over een wettelijk kader: artikel 76/1 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën verplicht minstens één beleidsevaluatie per vijf jaar voor elk subsidiekader. Maar die regel geldt alleen voor de Vlaamse overheid. In Nederland toonde de Algemene Rekenkamer (2011) hoe groot het probleem is: van 633 subsidieregelingen werden er tussen 2005 en 2009 slechts 81 geëvalueerd.

Concreet voorstel

  • Wettelijke sunset clause van maximaal 5 jaar voor elke subsidie op elk bestuursniveau (federaal, concordaat, deelstaat, gemeente). Geen uitzondering.
  • Verplichte effectiviteitsevaluatie door een onafhankelijke instelling (Rekenhof of gelijkwaardig) als voorwaarde voor elke verlenging. De evaluatie beantwoordt drie vragen: wordt het marktfalen effectief gecorrigeerd? Is de subsidie proportioneel? Zijn er goedkopere alternatieven?
  • Geen evaluatie = automatische stopzetting. Geen uitstel, geen verlenging op basis van politieke goodwill.
  • Publieke scoring: elke subsidie krijgt een transparantiescore op een openbaar dashboard (één subsidieregister voor alle bestuursniveaus, naar het voorbeeld van het Vlaamse Subsidieregister), met vermelding van effectiviteitsbeoordeling, kost-batenverhouding en vervaldatum.
  • Referentiemodel: WTO Anti-Dumping Agreement (5-jarige sunset review als internationaal gevestigde praktijk) en het Australische Productivity Commission-model (onafhankelijke doorlichting van alle overheidsinterventies).

3. DE VERVUILER BETAALT: Pigouviaanse belastingen als leidend principe

Het principe

De economische theorie is helder: bij negatieve externaliteiten, wanneer de productie of consumptie van een goed schade veroorzaakt aan derden die niet in de prijs wordt verrekend, is een belasting op de schadelijke activiteit het meest efficiënte instrument. Het principe van de Pigouviaanse belasting dateert van 1920: een belasting gelijk aan de marginale externe schade corrigeert de marktverstoring zonder overheidsuitgaven, zonder bureaucratie, en met inkomsten die andere belastingen kunnen verlagen.

België doet het omgekeerde: het subsidieert goed gedrag (premies voor isolatie, subsidies voor fietsen) in plaats van slecht gedrag te belasten (vervuiling, congestie, fossiele brandstoffen). Het resultaat: hogere overheidsuitgaven, meer bureaucratie, meer fraude, en minder effectiviteit.

Concreet voorstel

  • Congestieheffing voor Brussel en Antwerpen, naar het Stockholmse model. Stockholm realiseerde ongeveer 20% minder verkeer over de tolgrens, haalt er jaarlijks meer dan een miljard Zweedse kronen mee op (2019), en de heffing kreeg na enkele jaren de steun van meer dan twee derde van de bevolking. Voor Brussel, een van de meest gecongesteerde steden van Europa, is dit een no-brainer.
  • Vervuiling belasten, niet subsidiëren: energierenovatiesubsidies geleidelijk vervangen door hogere energiebelastingen die het niet-renoveren duurder maken. Het einddoel: de energieprestatie is verrekend in de marktprijs van de woning, niet in een subsidiedossier.
  • Suikerbelasting op suikerhoudende dranken, getrapt naar het Britse model (Soft Drinks Industry Levy, aangekondigd in 2016, in werking in 2018), met een aanlooptijd van 18 maanden voor herformulering. De bestaande Belgische accijns op frisdranken maakt geen onderscheid naar suikergehalte en geeft dus geen prikkel om minder suiker te gebruiken; de getrapte heffing vervangt hem. In het VK pasten fabrikanten hun recepten al aan vóór de heffing inging. Tussen 2015 en 2019 daalde het gemiddelde suikergehalte van frisdranken in het VK met 44%, terwijl de verkoop steeg. Het aanbod veranderde al door de aankondiging.
  • Verpakkingsbelasting op niet-recyclebare materialen, met vrijstelling voor 100% recycleerbaar verpakkingsmateriaal.

Het dubbel dividend in de praktijk: elke euro die de vervuiler betaalt, is een euro die niet meer uit belasting op arbeid hoeft te komen. België heeft de hoogste belastingwig op arbeid van de hele OESO (52,5% in 2025 voor een alleenstaande met een gemiddeld loon, OESO Taxing Wages 2026). Pigouviaanse belastingen zijn het instrument om die wig te verkleinen zonder de begroting te belasten.


4. CULTUURBELEID: erfgoed beschermen, levende cultuur fiscaal ondersteunen, niet sturen

Het economische debat eerlijk voeren

Cultuur is een persoonlijke keuze, dus geen overheidsbemoeienis via subsidies.

Bovendien: de classificatie van cultuur als meritegoed is inherent paternalistisch, crowding-out van private donaties is reëel (overheidssteun verdrong circa 75% van de private giften bij Amerikaanse goede doelen, Journal of Public Economics, 2011), en het risico van rent-seeking, organisaties die lobbyen in plaats van innoveren, is gedocumenteerd.

Daartegenover staat: cultureel erfgoed is een publiek goed dat de markt niet zal bewaren.

HART kiest voor een middenpositie: erfgoed volledig beschermen, levende cultuur fiscaal ondersteunen zonder inhoudelijk te sturen, en de Scandinavische landen als bewijs dat hoge cultuurinvesteringen en economische concurrentiekracht samengaan.

Concreet voorstel

A. Cultureel erfgoed: publieke verantwoordelijkheid, niet onderhandelbaar

  • Cultureel erfgoed, unieke en niet-reproduceerbare goederen die de markt niet zal bewaren, is een publiek goed. Vlaamse meesters, historische gebouwen, archieven, musea: de overheid beschermt ze zonder discussie.
  • De structurele werkingssubsidies voor cultureel erfgoed (€51,5 miljoen/jaar in de beleidsperiode 2024-2028, 54% meer dan in de vorige periode) blijven behouden en worden geïndexeerd.

B. Levende cultuur: fiscaal stimuleren, niet inhoudelijk sturen

  • Belastingvrijstelling voor culturele organisaties en vzw's met een omzet onder €500.000/jaar. Geen vennootschapsbelasting, geen btw-verplichting op ticketverkoop, vereenvoudigde administratie.
  • Tax shelter voor podiumkunsten uitbreiden: sinds 2017 geldt de tax shelter naast film en tv ook voor theater, dans, opera en klassieke muziek. HART breidt hem uit naar festivals en hedendaagse muziek. De private sector investeert, de overheid faciliteert via fiscale incentive.
  • De VRT-dotatie (overheidsfinanciering €306 miljoen in 2025, waarvan €258,4 miljoen basistoelage) geleidelijk afbouwen naarmate de commerciële inkomsten stijgen, en koppelen aan striktere prestatie-indicatoren en onafhankelijke evaluatie. Geen blanco cheque.
  • VRT mag een winstgevend bedrijf worden en sterker concurreren binnen het medialandschap: geen politieke inmenging meer en geen beperkingen meer op de verkoop en uitzending van reclame.

Wat HART niet doet

HART schaft cultuursubsidies niet van vandaag op morgen af. Dat zou Vlaamse opera's, orkesten en theatergezelschappen met internationale reputatie vernietigen, duizenden banen kosten en de culturele verarming van Vlaanderen inluiden. De verschuiving van directe subsidies naar fiscale instrumenten verloopt geleidelijk, met respect voor bestaande verbintenissen.


5. Financiële raming

Maatregel Jaarlijkse opbrengst / besparing
Pigouviaanse belastingen
Uitfasering fossiele-brandstofsubsidies +€5-8 miljard (geleidelijk, tegen 2035)
Subsidiehervorming
Uitdoving salariswagensysteem over 8 jaar +€2-3 mld (fiscale en parafiscale kost €4,7 mld in 2025)
Hervorming ineffectieve loonsubsidies +€1+ mld (HART-raming)
Besteding opbrengsten
Hervorming van de personenbelasting (lagere belasting op arbeid) Deze opbrengsten financieren de hervorming van de personenbelasting (netto €8,42 miljard, EUROMOD, tegenover de belastingregels van 2025, zie Belastingen §6)

De kern: elke euro die we besparen op ineffectieve subsidies en elke euro die de vervuiler betaalt, gaat naar een lagere belasting op arbeid. België verschuift van de hoogste belastingwig op arbeid van de OESO naar een systeem dat werken beloont en vervuilen belast.


Samenvatting: 4 partijpunten

1. DE GROTE SCHOONMAAK Begin met de duurste subsidies: fossiele brandstoffen (€13,3 mld directe subsidies, 2022), salariswagens (€4,7 mld fiscale en parafiscale kost, 2025), onvoldoende geëvalueerde loonsubsidies (ruim €16 mld, 2024). Niet met de kleinste. Alle opbrengsten naar de hervorming van de personenbelasting: een lagere belasting op arbeid.

2. UNIVERSELE SUNSET CLAUSE Elke subsidie vervalt automatisch na 5 jaar. Verlenging enkel na onafhankelijke effectiviteitsevaluatie door het Rekenhof of een gelijkwaardige instelling. Geen evaluatie = automatische stopzetting. Transparant dashboard voor elke burger.

3. DE VERVUILER BETAALT Belgische koolstofheffing bovenop de EU-koolstofprijs, met een gecombineerde prijs die gefaseerd convergeert naar €150/ton tegen 2035 (zie het hoofdstuk Klimaat en Leefmilieu). Congestieheffing Brussel en Antwerpen (Stockholms model). Energie-inefficiëntie belasten in plaats van renovatie subsidiëren. Suiker- en verpakkingsbelasting.

4. CULTUUR: ERFGOED BESCHERMEN, LEVENDE KUNST FISCAAL STIMULEREN Cultureel erfgoed: volledige publieke verantwoordelijkheid. Levende cultuur: belastingvrijstelling kleine organisaties, uitbreiding van de tax shelter voor podiumkunsten naar festivals en hedendaagse muziek. Geleidelijke verschuiving van subsidie naar fiscale ondersteuning over 10 jaar.

Ons principe: Subsidies zijn het geld van de burger, besteed door de overheid. Elke euro moet verantwoord worden. Niet door een politicus die een lint knipt, maar door een evaluatie die aantoont dat het werkt. Wat niet werkt, stoppen we. Wat de markt zelf kan, laten we aan de markt. En waar de vervuiler de rekening moet betalen, sturen we de factuur. Niet naar de belastingbetaler, maar naar de vervuiler.