Partijprogramma Subsidiebeleid. HART Federale en Vlaamse verkiezingen
Op basis van NBB Economic Review 2025 nr. 9, OESO Economic Survey Belgium 2024, IMF Article IV 2026, EU State Aid Scoreboard 2025, Vlaamse Subsidieregister 2024, Derde Federale Inventaris Fossiele-Brandstofsubsidies (mei 2024), en de Zweedse, Nieuw-Zeelandse en Deense hervormingsmodellen
Onze diagnose: België is subsidiekampioen van Europa
België besteedt meer aan subsidies dan elk ander EU-land. De cijfers zijn onthutsend:
De directe bedrijfssubsidies bedroegen in 2024 circa €25 miljard. Ruim 4% van het bbp (Nationale Bank van België, oktober 2025). Het eurozone-gemiddelde bedraagt circa 1,5% van het bbp België besteedt dus meer dan 2,5 keer het eurozone-gemiddelde. Voor loonsubsidies is de discrepantie nog extremer: bijna het dubbele van Frankrijk, zes keer Nederland en 44 keer Duitsland. In de bredere definitie (inclusief fiscale uitgaven en parafiscale kortingen) loopt het totaal op tot €51,9 miljard of 9,2% van het bbp (Minerva/Éconosphères, 2022). Volgens het EU State Aid Scoreboard 2025 was België in 2024 de grootste relatieve besteder aan niet-crisisgerelateerde staatssteun voor EU-prioriteitsdoelstellingen in de hele Europese Unie: 1,14% van het bbp, gevolgd door Frankrijk met 1,11%.
Het Vlaamse Subsidieregister registreerde in 2024 een recordbedrag van €18,15 miljard aan subsidies aan circa 65.000 ontvangers. En de SERV schat dat er nog €5 tot €10 miljard ontbreekt in het register. Subsidies aan natuurlijke personen en dotaties worden niet gecapteerd.
Twee derde van de €25 miljard betreft loonsubsidies (circa €16,5 miljard) die de extreem hoge Belgische belastingwig op arbeid compenseren. Een symptoom, geen oplossing. In plaats van de oorzaak aan te pakken (te hoge lasten op arbeid) subsidieert België de symptomen. Ondertussen stijgen de subsidies sneller dan de economie: tussen 2000 en 2024 namen subsidies en investeringstoelagen 1,5 procentpunt van het bbp voor hun rekening in de totale uitgavenstijging van 9,5 procentpunt.
Het IMF, de OESO en de Nationale Bank van België zijn het eens: België heeft een subsidieverslaving die de overheidsfinanciën uitholt, de markt verstoort en innovatie belemmert. Het begrotingstekort liep op tot 5,2% van het bbp in 2025 en de staatsschuld stijgt naar 121,4% van het bbp tegen 2031 als er niets verandert.
De kern: Subsidies zijn een krachtig instrument. Maar alleen als ze een echt marktfalen corrigeren. België gebruikt ze als pleister op een belastingsysteem dat niet werkt. Het resultaat: de hoogste belastingdruk van de OESO, de hoogste subsidies van de EU, en een overheid die haar eigen beleid niet evalueert.
Ons principe: drie vragen voor elke subsidie
Elke bestaande en elke nieuwe subsidie moet drie vragen doorstaan:
1. Is er een marktfalen? De markt produceert een maatschappelijk ongewenst resultaat dat zonder overheidsingrijpen niet wordt gecorrigeerd. Vijf erkende vormen: negatieve externaliteiten (vervuiling), positieve externaliteiten (R&D, onderwijs), publieke goederen (defensie, erfgoed), informatieasymmetrie (misleidende producten), en natuurlijk monopolie (nutsbedrijven).
2. Is de subsidie het juiste instrument? De economische theorie is helder: bij negatieve externaliteiten is een Pigouviaanse belasting (de vervuiler betaalt) doorgaans efficiënter dan een subsidie. De belastingopbrengst kan andere verstorende belastingen verlagen. Dit heet het "dubbel dividend." Subsidies zijn enkel het juiste instrument bij positieve externaliteiten (R&D, cultuur) waar geen vervuiler te belasten valt.
3. Werkt de subsidie aantoonbaar? Geen subsidie zonder bewijs. Elke maatregel moet periodiek worden geëvalueerd op effectiviteit, efficiëntie en proportionaliteit. Geen evaluatie = geen verlenging.
Persoonlijke keuze is geen marktfalen. Wat iemand doet in zijn vrije tijd, welke hobby hij beoefent, welk product hij koopt. Daar heeft de overheid geen zaken in. De overheid corrigeert fouten in de markt. Ze stuurt niet wat burgers met hun vrije tijd doen.
1. DE GROTE SCHOONMAAK: begin met de duurste en schadelijkste subsidies
Het probleem: de olifanten in de kamer
Het HART-programma schiet niet op mussen maar op olifanten. De drie duurste en schadelijkste subsidiecategorieën in België zijn:
Fossiele-brandstofsubsidies: €15,5 miljard per jaar (Derde Federale Inventaris, mei 2024, data over 2021). Het grootste deel (circa €11 miljard) betreft directe subsidies, voornamelijk accijnsverschillen. De grootste post is het gunstige tarief voor aardgas (€5,1 miljard). Greenpeace schat bijkomend €4,4 miljard aan niet-geïnventariseerde steun (onder meer €2,3 miljard aan gratis emissierechten). De OESO, het IMF en de Europese Commissie roepen België herhaaldelijk op tot uitfasering. België subsidieert letterlijk de opwarming van de aarde.
Salariswagens: €4,7 miljard fiscale kost per jaar (Federaal Planbureau, 2025). Met 626.000+ salariswagens (FOD Mobiliteit, 2024; 130% stijging sinds 2007) is België Europees kampioen. Circa 14% van de werknemers heeft een bedrijfswagen. ~9% van het totale wagenpark. Bedrijfswagens rijden circa 30.000 km/jaar tegenover ~15.000 km voor privéwagens. Het FPB berekende dat het fiscale voordeel leidt tot circa 6.000 km extra rijgedrag per jaar. Het systeem bevoordeelt de best verdienende 30% (75% van de bedrijfswagens gaat naar hogere inkomens), creëert de zwaarste congestie van Europa rond Brussel, en kost de schatkist minimaal €2 miljard per jaar aan gemiste inkomsten (FPB, 2019). De OESO, het IMF, het Federaal Planbureau en zelfs de huidige premier noemen het systeem "rationeel onverdedigbaar."
Niet-geëvalueerde loonsubsidies: €16,5 miljard per jaar twee derde van alle bedrijfssubsidies. De NBB stelt vast dat de effectiviteit van het merendeel "nooit is aangetoond." Deze subsidies compenseren de hoge belastingwig op arbeid, maar het zou efficiënter zijn de belastingen zelf te verlagen dan ze via subsidies te compenseren.
Concreet voorstel
A. Fossiele-brandstofsubsidies volledig uitfaseren tegen 2035
- Accijnsverschil diesel/benzine wegwerken over 5 jaar (jaarlijks +4 cent/liter op diesel).
- Professionele dieselvrijstelling voor wegtransport afbouwen, gekoppeld aan subsidie voor zero-emissievrachtwagens.
- Belastingvrijstelling kerosine: lobby op EU-niveau voor een kerosinebelasting binnen het ETS2-kader.
- Alle opbrengsten oormerken voor verlaging van de belasting op arbeid. Het dubbel dividend.
- Referentiemodel: Zweden. De Zweedse koolstofbelasting (ingevoerd 1991, nu €138 per ton CO₂. De hoogste in Europa) reduceerde de broeikasgasemissies met 27% tussen 1990 en 2018 (inmiddels ~38% tegen 2023) en de CO₂-emissies in gebouwenverwarming met 87%, terwijl de Zweedse economie met 78% groeide. Sneller dan het EU-gemiddelde. Het bewijs is onomstotelijk: de vervuiler belasten werkt.
B. Salariswagensysteem afschaffen over 5 jaar
- Geen nieuwe salariswagens meer vanaf 2027 (enkel nog zero-emissie bedrijfswagens onder striktere voorwaarden).
- Bestaande contracten uitdoven tot 2032.
- Mobiliteitsbudget als alternatief: werknemers kiezen vrij tussen openbaar vervoer, fiets, thuiswerk of cash. Belastingneutraal voor de werknemer, maar zonder de perverse prikkel om meer te rijden.
- Besparing: €2-4,7 miljard per jaar aan fiscale kost, afhankelijk van overgangstempo.
- Zweden, Denemarken en Nederland hebben geen vergelijkbaar systeem. Geen van de drie kent de Belgische congestieproblemen.
C. Loonsubsidies evalueren en hervormen
- Onafhankelijke evaluatie van alle loonsubsidiemaatregelen (nacht-/ploegenarbeid, structurele RSZ-verminderingen, doelgroepkortingen) op effectiviteit. Binnen 2 jaar.
- Wat niet aantoonbaar werkt, wordt afgebouwd. Wat werkt, wordt behouden maar hervormd naar targeted instrumenten in plaats van brede kortingen.
- De vrijgekomen middelen vloeien terug naar structurele verlaging van de belasting op arbeid het doel is niet minder steun maar een eenvoudiger systeem met lagere bruto-belastingen en minder compenserende subsidies.
- Potentiële besparing: €1+ miljard per jaar (schatting ABVV/NBB): enkel door ineffectieve maatregelen te schrappen.
2. UNIVERSELE SUNSET CLAUSE: elke subsidie vervalt na vijf jaar
Het probleem
België evalueert zijn subsidies niet systematisch. De NBB stelde in 2025 vast dat de effectiviteit van het merendeel van de bedrijfssubsidies "nooit is aangetoond." Vlaanderen beschikt al over een wettelijk kader. artikel 76/1 §1 en §2 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën verplichten minstens één beleidsevaluatie per vijf jaar voor elk subsidiekader. Maar de implementatie schiet structureel tekort. Het Nederlandse equivalent (Algemene Rekenkamer, 2011) toonde een vergelijkbaar probleem: van 633 subsidieregelingen werden er slechts 81 geëvalueerd over vijf jaar.
Concreet voorstel
- Wettelijke sunset clause van maximaal 5 jaar voor elke subsidie op elk bestuursniveau (federaal, gewest, gemeenschap, gemeente). Geen uitzondering.
- Verplichte effectiviteitsevaluatie door een onafhankelijke instelling (Rekenhof of gelijkwaardig) als voorwaarde voor elke verlenging. De evaluatie beantwoordt drie vragen: wordt het marktfalen effectief gecorrigeerd? Is de subsidie proportioneel? Zijn er goedkopere alternatieven?
- Geen evaluatie = automatische stopzetting. Geen uitstel, geen verlenging op basis van politieke goodwill.
- Publieke scoring: elke subsidie krijgt een transparantiescore op een openbaar dashboard (uitbreiding van het Vlaamse Subsidieregister naar alle bestuursniveaus), met vermelding van effectiviteitsbeoordeling, kost-batenverhouding en vervaldatum.
- Referentiemodel: WTO Anti-Dumping Agreement (5-jarige sunset review als internationaal gevestigde praktijk) en het Australische Productivity Commission-model (onafhankelijke doorlichting van alle overheidsinterventies).
3. DE VERVUILER BETAALT: Pigouviaanse belastingen als leidend principe
Het principe
De economische theorie is helder: bij negatieve externaliteiten. Wanneer de productie of consumptie van een goed schade veroorzaakt aan derden die niet in de prijs wordt verrekend. Is een belasting op de schadelijke activiteit het meest efficiënte instrument. Arthur Pigou formuleerde dit in 1920: een belasting gelijk aan de marginale externe schade corrigeert de marktverstoring zonder overheidsuitgaven, zonder bureaucratie, en met inkomsten die andere belastingen kunnen verlagen.
België doet het omgekeerde: het subsidieert goed gedrag (premies voor isolatie, subsidies voor fietsen) in plaats van slecht gedrag te belasten (vervuiling, congestie, fossiele brandstoffen). Het resultaat: hogere overheidsuitgaven, meer bureaucratie, meer fraude, en minder effectiviteit.
Concreet voorstel
- Congestieheffing voor Brussel en Antwerpen, naar het Stockholmse model. Stockholm realiseerde 20-30% minder spitsverkeer, circa €118 miljoen jaarlijkse opbrengst (SEK 1,3 miljard, na tariefverhoging 2016), en na vier jaar al meer dan 70% publieke steun. Voor Brussel, met de zwaarste congestie van Europa, is dit een no-brainer.
- Vervuiling belasten, niet subsidiëren: energierenovatiesubsidies geleidelijk vervangen door hogere energiebelastingen die het niet-renoveren duurder maken. Het einddoel: de energieprestatie is verrekend in de marktprijs van de woning, niet in een subsidiedossier.
- Suikerbelasting op suikerhoudende dranken, naar het Britse model (Soft Drinks Industry Levy, 2018): resultaat was een reformulering van 65%+ van alle dranken boven de suikerdrempel vóór de belasting zelfs inging. Het gedrag veranderde door de aankondiging alleen al.
- Verpakkingsbelasting op niet-recyclebare materialen, met vrijstelling voor 100% recycleerbaar verpakkingsmateriaal.
Het dubbel dividend in de praktijk: elke euro die de vervuiler betaalt, is een euro die niet meer uit belasting op arbeid hoeft te komen. België heeft de hoogste belastingwig op arbeid van de hele OESO (52,6%, OESO Taxing Wages 2025). Pigouviaanse belastingen zijn het instrument om die wig te verkleinen zonder de begroting te belasten.
4. CULTUURBELEID: erfgoed beschermen, levende cultuur fiscaal ondersteunen, niet sturen
Het economische debat eerlijk voeren
Cultuur is een persoonlijke keuze, dus geen overheidsbemoeienis via subsidies.
Maar: de classificatie van cultuur als meritegoed is inherent paternalistisch, crowding-out van private donaties is reëel (circa 75% volgens Andreoni & Payne, Journal of Public Economics, 2011), en het risico van rent-seeking. Organisaties die lobbyen in plaats van innoveren. Is gedocumenteerd.
HART kiest voor een middenpositie: erfgoed volledig beschermen, levende cultuur fiscaal ondersteunen zonder inhoudelijk te sturen, en de Scandinavische landen als bewijs dat hoge cultuurinvesteringen en economische concurrentiekracht samengaan.
Concreet voorstel
A. Cultureel erfgoed: publieke verantwoordelijkheid, niet onderhandelbaar
- Cultureel erfgoed. Unieke, niet-reproduceerbare goederen die de markt niet zal bewaren. Is een publiek goed. Vlaamse meesters, historische gebouwen, archieven, musea: de overheid beschermt ze zonder discussie.
- De structurele werkingssubsidies voor cultureel erfgoed (€51,5 miljoen/jaar, +54% in 2024-2028) blijven behouden en worden geïndexeerd.
B. Levende cultuur: fiscaal stimuleren, niet inhoudelijk sturen
- Belastingvrijstelling voor culturele organisaties en vzw's met een omzet onder €500.000/jaar. Geen vennootschapsbelasting, geen btw-verplichting op ticketverkoop, vereenvoudigde administratie.
- Tax shelter voor podiumkunsten uitbreiden: het bestaande tax shelter-systeem voor film/TV uitbreiden naar festivals, theater, dans, muziek, opera, ... . De private sector investeert, de overheid faciliteert via fiscale incentive.
- De VRT-dotatie (circa €258-273 miljoen/jaar) handhaven als publieke mediaopdracht maar koppelen aan striktere prestatie-indicatoren en onafhankelijke evaluatie. Geen blanco cheque.
- VRT mag winstgevend bedrijf worden en sterker concurreren binnen het medialandschap (geen politieke inmenging meer en restricties op verkoop/uitzenden van reclame).
Wat HART niet doet
HART schaft cultuursubsidies niet van vandaag op morgen af. Dat zou Vlaamse opera's, orkesten en theatergezelschappen. Met internationale reputatie. Vernietigen, duizenden banen kosten en de culturele verarming van Vlaanderen inluiden. De verschuiving van directe subsidies naar fiscale instrumenten verloopt geleidelijk, met respect voor bestaande verbintenissen.
5. Financiële raming
| Maatregel | Jaarlijkse opbrengst / besparing |
|---|---|
| Pigouviaanse belastingen | |
| Uitfasering fossiele-brandstofsubsidies | +€5-8 miljard (gefaseerd over 10 jaar) |
| Subsidiehervorming | |
| Afschaffing salariswagensysteem | +€2-4,7 mld (fiscale kost) / netto +€2 mld (FPB 2019) |
| Hervorming ineffectieve loonsubsidies | +€1+ mld |
| Besteding opbrengsten | |
| Structurele verlaging belasting op arbeid | -€8-12 mld |
De kern: elke euro die we besparen op ineffectieve subsidies en elke euro die de vervuiler betaalt, gaat rechtstreeks naar verlaging van de belasting op arbeid. België verschuift van de hoogste arbeidstaks van de OESO naar een systeem dat werken beloont en vervuilen belast.
Samenvatting: 4 partijpunten
1. DE GROTE SCHOONMAAK Begin met de duurste subsidies: fossiele brandstoffen (€15,5 mld), salariswagens (€4,7 mld fiscale kost), niet-geëvalueerde loonsubsidies (€16,5 mld). Niet met de kleinste. Alle opbrengsten naar verlaging belasting op arbeid.
2. UNIVERSELE SUNSET CLAUSE Elke subsidie vervalt automatisch na 5 jaar. Verlenging enkel na onafhankelijke effectiviteitsevaluatie door het Rekenhof. Geen evaluatie = automatische stopzetting. Transparant dashboard voor elke burger.
3. DE VERVUILER BETAALT Nationale koolstofbelasting (start €50/ton, doel €150/ton naar Zweeds model). Congestieheffing Brussel en Antwerpen (Stockholms model). Energie-inefficiëntie belasten in plaats van renovatie subsidiëren. Suiker- en verpakkingsbelasting.
4. CULTUUR: ERFGOED BESCHERMEN, LEVENDE KUNST FISCAAL STIMULEREN Cultureel erfgoed: volledige publieke verantwoordelijkheid. Levende cultuur: belastingvrijstelling kleine organisaties, uitbreiding tax shelter naar podiumkunsten. Geleidelijke verschuiving van subsidie naar fiscale ondersteuning over 10 jaar.
Ons principe: Subsidies zijn het geld van de burger, besteed door de overheid. Elke euro moet verantwoord worden. Niet door een politicus die een lint knipt, maar door een evaluatie die aantoont dat het werkt. Wat niet werkt, stoppen we. Wat de markt zelf kan, laten we aan de markt. En waar de vervuiler de rekening moet betalen, sturen we de factuur. Niet naar de belastingbetaler, maar naar de vervuiler.