arrow_back Alle partijpunten
Partijpunt 8 van 30

Subsidiariteit

Partijprogramma Subsidiariteit. HART

Partijprogramma Subsidiariteit. HART Federale en Vlaamse verkiezingen

Op basis van IMF Selected Issues Paper 2023 (Fiscal Federalism in Belgium), OESO Economic Survey Belgium 2024, VIVES/KU Leuven Discussion Paper nr. 76, Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen, Bijzondere Financieringswet 2014, en de Zwitserse, Deense en Duitse hervormingsmodellen


Onze diagnose: een staat die zichzelf in de weg zit

België heeft zes regeringen, zes parlementen en circa 51 ministers en staatssecretarissen voor 11,8 miljoen inwoners. Er zijn meer dan 1.500 publiekrechtelijke entiteiten met een eigen bestuur, begroting en personeel. Federale overheid, 3 gewesten, 3 gemeenschappen, 3 gemeenschapscommissies in Brussel, 10 provincies, 565 gemeenten, OCMW's, circa 176 politiezones en circa 200 intercommunales. Dat is meer bestuurslagen dan gelijk welk vergelijkbaar land.

Het gevolg: bevoegdheden zijn versnipperd over meerdere niveaus, financiële verantwoordelijkheid is losgeweekt van beslissingsbevoegdheid, en coördinatie verloopt via honderden samenwerkingsakkoorden die te statisch en te traag zijn.

De cijfers zijn hard. Belgische subnationale overheden zijn verantwoordelijk voor 46% van de totale overheidsuitgaven maar innen slechts 16% van de totale belastingopbrengsten (IMF, 2023). De zogenaamde vertical fiscal gap bedraagt circa 50% de helft van wat deelstaten uitgeven wordt niet gefinancierd door eigen belastingen maar door federale transfers. Ter vergelijking: in Zwitserland bedraagt die kloof ~20%, in Canada ~25%.

Het IMF waarschuwt: dit systeem van overwegend dotatiefinanciering creëert een "soft budget constraint", waarbij deelstaten sneller uitgaven verhogen omdat zij de kosten niet via eigen belastingheffing aan hun kiezers hoeven te verantwoorden. Mitra (2022, Economics & Politics) toonde aan dat de grondwetshervorming van 1993, die sterke uitgavenautonomie creëerde zonder corresponderende belastingautonomie, een negatieve impact had op economische groei.

De OESO stelt vast dat Belgische publieke uitgaven meer dan 50% van het bbp bedragen en dat België in vier grote domeinen (algemene overheidsdiensten, economische zaken, onderwijs, gezondheid) 0,3 tot 2,1 procentpunten bbp meer uitgeeft dan de buurlanden.

De kern: België heeft niet te veel of te weinig federalisme. België heeft het verkeerde federalisme: bevoegdheden zonder financiële verantwoordelijkheid, versnippering zonder coördinatie, en bestuursniveaus zonder schaal.


Ons principe: twee vuistregels

Vuistregel 1. Beslissingen op het juiste niveau. Elke bevoegdheid wordt toegewezen aan het niveau waar ze het efficiëntst wordt uitgeoefend: lokaal waar het kan, regionaal waar het moet, federaal waar schaal of solidariteit het vereist, Europees waar de interne markt of grensoverschrijdende externaliteiten het afdwingen.

Vuistregel 2. Wie beslist, betaalt. Elk bestuursniveau dat een bevoegdheid uitoefent, moet die bevoegdheid financieren uit eigen belastinginkomsten. Geen bevoegdheid zonder corresponderende fiscale autonomie. Geen dotatie zonder verantwoording.

Dit zijn geen ideologische stellingnames maar economische principes. Oates' decentralisatietheorema (1972) toont aan dat gedecentraliseerde voorziening efficiënter is wanneer lokale overheden beter aansluiten bij lokale voorkeuren. Maar die efficiëntie vereist fiscale verantwoordelijkheid. Musgraves functietoewijzing (1959) plaatst allocatie lokaal en herverdeling centraal. Beide principes zijn in België structureel geschonden.


De werkelijke bevoegdheidsverdeling: complexer dan gedacht

Federale bevoegdheden

De federale overheid oefent drie categorieën bevoegdheden uit: exclusieve bevoegdheden, residuaire bevoegdheden (alles wat niet expliciet is toegewezen aan gewesten of gemeenschappen), en bevoegdheden die formeel federaal zijn maar materieel elders liggen.

Zuiver federaal: defensie, spoorwegen (NMBS), post (bpost), bescherming van spaartegoeden (Garantiefonds/FSMA), munt en civiel recht.

Overwegend federaal, maar gedeeld na de 6de staatshervorming (2014): justitie (justitiehuizen en jeugdsanctierecht → gemeenschappen), sociale zekerheid (kinderbijslag, ouderenzorg en arbeidsmarktactivering → gewesten/gemeenschappen; werkloosheidsuitkeringen, pensioenen en ziekteverzekering blijven federaal), volksgezondheid (preventie en ouderenzorg → gemeenschappen; curatieve zorg en RIZIV-financiering federaal), prijsbeleid (rusthuistarieven en distributietarieven geregionaliseerd).

Formeel federaal, materieel elders: monetair beleid (ECB/Eurozone sinds 1999), telecommunicatie (BIPT federaal, maar radio/TV = gemeenschappen), wetenschappelijk onderzoek (BELSPO federaal, FWO/FNRS = gemeenschappen).

Gedeeld per definitie: buitenlandse politiek (grondwettelijk in foro interno, in foro externo-beginsel: gewesten en gemeenschappen sluiten eigen verdragen voor hun bevoegdheden, Vlaanderen heeft een eigen Departement Buitenlandse Zaken), internationale handel (FIT voor Vlaanderen, AWEX/WBI voor Wallonië, hub.brussels), energie (kernenergie en transmissienet >70kV federaal; distributie, hernieuwbare energie en energie-efficiëntie regionaal. Vier regulatoren: CREG, VREG, CWaPE, BRUGEL).

Gewestbevoegdheden (Vlaams Gewest, Waals Gewest, Brussels Hoofdstedelijk Gewest)

Gewesten zijn bevoegd voor plaatsgebonden materies: economisch beleid en investeringssteun, werkgelegenheid en arbeidsbemiddeling (VDAB, Forem, Actiris), landbouw en dierenwelzijn, waterhuishouding, huisvesting (inclusief huurwetgeving), publieke werken en wegeninfrastructuur, energie (distributie en hernieuwbaar), regionaal openbaar vervoer (De Lijn, TEC/OTW, MIVB. Maar NMBS blijft federaal), milieu en natuurbehoud, ruimtelijke ordening en stedenbouw, buitenlandse handel (regionale exportagentschappen), regionale participatie- en kredietinstellingen (PMV, SRIW), toezicht op provincies, gemeenten en intercommunales, en verkeersveiligheid.

Gemeenschapsbevoegdheden (Vlaamse, Franse en Duitstalige Gemeenschap)

Gemeenschappen zijn bevoegd voor persoonsgebonden materies: onderwijs (volledig, van kleuterschool tot universiteit), cultuur (subsidies, erfgoed, bibliotheken), media (VRT, RTBF, BRF), sport, taalbeleid, welzijn (jeugdbescherming, gehandicaptenbeleid, ouderenzorg, Kind en Gezin, VAPH), kinderopvang, kinderbijslag (Groeipakket in Vlaanderen, circa €6,2-6,4 miljard sinds 6de staatshervorming), integratie van nieuwkomers en het jeugdsanctierecht.

In Vlaanderen zijn gewest en gemeenschap samengevoegd tot één instelling (Vlaams Parlement en Vlaamse Regering). In Wallonië en Brussel bestaan ze als aparte entiteiten. De Franse Gemeenschap (Fédération Wallonie-Bruxelles) is bevoegd voor Franstalig onderwijs in zowel Wallonië als Brussel.

EU-bevoegdheden

De EU beschikt over drie soorten bevoegdheden, niet over "richtlijnen" in het algemeen:

Exclusieve bevoegdheden (art. 3 VWEU): douane-unie, mededingingsregels interne markt, monetair beleid eurozone, instandhouding mariene biologische rijkdommen, gemeenschappelijke handelspolitiek.

Gedeelde bevoegdheden (art. 4 VWEU): interne markt, sociaal beleid, landbouw en visserij, milieu, consumentenbescherming, vervoer, energie, ruimte van vrijheid/veiligheid/recht (migratie, asiel, justitiële samenwerking), onderzoek en technologische ontwikkeling, cohesiebeleid.

Ondersteunende bevoegdheden (art. 6 VWEU): volksgezondheid, industrie, cultuur, onderwijs, toerisme, sport, burgerbescherming, administratieve samenwerking. Hier mag de EU geen harmonisatie van nationale wetgeving doorvoeren. Zij kan enkel ondersteunen, coördineren en aanvullen.


1. HOMOGENE BEVOEGDHEIDSPAKKETTEN: stop de versnippering

Het probleem

De meest schadelijke versnippering zit niet in de grote bevoegdheidsdomeinen maar in de splitsing binnen domeinen. Vijf concrete voorbeelden:

Arbeidsmarkt. VDAB (Vlaanderen), Forem (Wallonië) en Actiris (Brussel) zijn bevoegd voor arbeidsbemiddeling, opleiding en activering. De federale RVA beslist over werkloosheidsuitkeringen en legt sancties op. Fons Leroy, voormalig VDAB-topman: "De wortel en de stok zijn gespreid over twee overheidséchelons." De werkzaamheidsgraad verschilt nog steeds sterk: Vlaanderen 76,9%, Wallonië 67,1% (2024, Statbel/Eurostat, 20-64 jaar). De beperking van de werkloosheidsuitkering tot twee jaar (Arizona-akkoord, januari 2025. Implementatiewetgeving in voorbereiding) versterkt het coördinatieprobleem: VDAB moet werkzoekenden voorbereiden op het verlies van hun federale uitkering zonder dat beide niveaus één systeem vormen.

Gezondheidszorg. Negen ministers zijn bevoegd. Preventie = gemeenschappen. Ziekteverzekering (RIZIV) = federaal. Ziekenhuisfinanciering = deels overgeheveld. Ouderenzorg = gemeenschappen. De COVID-pandemie legde dit pijnlijk bloot.

Klimaat. Vier afzonderlijke klimaatplannen (federaal + drie gewesten). De Klimaatzaak-rechtszaak (vonnis eerste aanleg 2021, baanbrekend arrest in beroep november 2023 met bindende reductiedoelstelling van -55% tegen 2030) toonde aan dat de vier overheden hun verantwoordelijkheid systematisch naar elkaar doorschuiven. Het klimaatresponsabiliseringsmechanisme uit de 6de staatshervorming kon niet worden uitgevoerd en werd opgeheven bij bijzondere wet van 11 juni 2023.

Mobiliteit. NMBS = federaal. De Lijn/TEC/MIVB = regionaal. Aansluitingen trein-bus-tram worden niet structureel gecoördineerd. Er bestaat geen geïntegreerd intermodaal vervoersysteem.

Energie. Kernenergie en transmissie = federaal. Distributie en hernieuwbare energie = regionaal. Vier regulatoren. De energietransitie vereist een geïntegreerd beleid dat in het huidige systeem onmogelijk is.

Concreet voorstel

HART kiest niet voor het traditionele debat "meer regionalisering versus herfederalisering" maar voor het functionele principe: elk bevoegdheidsdomein volledig op één niveau, ongeacht de richting.

Dit is geen theoretische oefening. Zwitserland voert momenteel exact dezelfde operatie door onder de naam Entflechtung 27: Aufgabenteilung Bund-Kantone, een gezamenlijk project van de Bondsraad en de Konferenz der Kantonsregierungen (lancering 2024). Het mandaat doorlicht 21 beleidsdomeinen op onnodige verweving tussen federaal en kantonaal niveau, met twee leidende principes: subsidiariteit en fiscale equivalentie (beslissers, betalers en begunstigden vallen samen). Het tussentijds rapport gaat eind april 2026 in consultatie; volledige afronding is voorzien tegen eind 2027. Dat zelfs Zwitserland, met zijn al sterk gedecentraliseerd systeem, deze oefening doorvoert, bevestigt dat onvoldoende homogeniteit tussen bestuurslagen geen Belgische curiositeit is maar een erkend internationaal ontwerpprobleem. De twee principes die het Zwitserse project aanstuurt, zijn exact de twee vuistregels van HART.

A. Arbeidsmarkt volledig regionaliseren

  • VDAB, Forem en Actiris krijgen de volledige bevoegdheid: arbeidsbemiddeling, opleiding, activering én werkloosheidsuitkeringen én sanctionering.
  • De RVA wordt opgeheven als operationele dienst; de federale overheid behoudt enkel een kadergevende rol (minimumuitkeringsniveau, EU-richtlijnen).
  • Financiering via gewestelijke sociale bijdragen of opcentiemen op de personenbelasting. Wie beslist over activering, betaalt ook de uitkeringen.
  • Referentiemodel: Zwitserland. Kantons beheren hun eigen arbeidsmarktbureaus (RAV/ORP) met volledige verantwoordelijkheid voor bemiddeling, opleiding en werkloosheidsuitkeringen, gefinancierd via loonbijdragen.

B. Gezondheidszorg: keuze maken

  • Eind-ideaal: ofwel volledig herfederaliseren (preventie + curatieve zorg + ouderenzorg in één hand, naar Deens model waar gemeenten de volledige eerstelijnszorg beheren), ofwel volledig regionaliseren met een federaal kader voor minimumstandaarden.
  • Realistische tussenstap binnen één legislatuur: maximaal 2 niveaus bevoegd voor gezondheid. Eén federale minister voor curatieve zorg en ziekteverzekering, deelstaten bevoegd voor preventie en eerstelijnszorg. Zie #28 Gezondheidszorg, standpunt 1. Niet de ideale eindoplossing, maar strikt beter dan de huidige 9-ministerstructuur en politiek haalbaar zonder nieuwe staatshervorming.
  • In beide scenario's en de tussenstap: één minister verantwoordelijk per bestuursniveau. Geen negen ministers meer.
  • De 6de staatshervorming creëerde het slechtste van twee werelden: gedeeltelijke overheveling zonder homogenisering. Elke volgende stap moet die versnippering verminderen, niet vergroten.

C. Klimaat en energie: één integraal plan per niveau

  • Federale overheid: transmissienet, nucleair beleid, ETS-uitvoering, internationale klimaatverbintenissen.
  • Gewesten: distributie, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, gebouwenisolatie, ruimtelijke ordening.
  • Eén Nationaal Energie- en Klimaatplan met bindende regionale doelstellingen en een wettelijk verankerd verantwoordingsmechanisme. Niet vier afzonderlijke plannen.
  • Fusie van CREG, VREG, CWaPE en BRUGEL tot twee regulatoren: één federaal (transmissie/nucleair) en één gewestelijk (distributie/hernieuwbaar). Vier regulatoren voor een land van 11,8 miljoen inwoners is buitenproportioneel.

D. Mobiliteit: geïntegreerd intermodaal vervoer

  • Eén vervoersautoriteit per gewest die NMBS-regionale lijnen, De Lijn/TEC/MIVB en aanvullend vervoer coördineert.
  • Federale NMBS behoudt het IC/IR-netwerk en internationale verbindingen.
  • Gemeenschappelijke tariefintegratie (één vervoerbewijs, alle modi): naar Zwitsers model (SBB + kantonale vervoerders onder één tarifsysteem).

2. WIE BESLIST, BETAALT: fiscale verantwoordelijkheid verankeren

Het probleem

De Bijzondere Financieringswet (BFW 2014) financiert gewesten en gemeenschappen via een complex stelsel: BTW-dotatie, PB-dotatie, gewestelijke opcentiemen op de personenbelasting (autonomiefactor 24,957%), eigen gewestbelastingen (registratierechten, successierechten, verkeersbelasting), een nationaal solidariteitsmechanisme, en een overgangsmechanisme (2015-2033) dat winsten en verliezen neutraliseert.

Na de 6de staatshervorming steeg het aandeel eigen belastinginkomsten van Vlaanderen naar circa 32-36% beter dan voordien, maar nog altijd ver onder het Zwitserse niveau (kantons innen circa 25% van de totale Zwitserse belastingopbrengst en dekken ~50-60% van hun uitgaven uit eigen middelen). Het gevolg: deelstaten beslissen over uitgaven maar verantwoorden zich onvoldoende voor de financiering.

Concreet voorstel

A. Elke bevoegdheidsoverdracht koppelen aan corresponderende fiscale autonomie

  • Wettelijk principe: geen bevoegdheid wordt overgeheveld (in welke richting dan ook) zonder gelijktijdige overdracht van belastingbevoegdheid ter financiering.
  • Verankering in een herziene Bijzondere Financieringswet: de vertical fiscal gap moet dalen van ~50% naar maximaal 30% over 10 jaar.
  • Verbreding van het opcentiemensysteem: gewesten krijgen de mogelijkheid om opcentiemen te heffen op de vennootschapsbelasting (binnen een federaal kader) en op specifieke verbruiksbelastingen.

B. Verevening op basis van potentieel, niet op basis van effectieve inkomsten

  • Het huidige solidariteitsmechanisme compenseert gewesten met lagere PB-opbrengst per hoofd. Dit creëert een perverse prikkel: hoe minder een gewest aan belastingen int, hoe meer compensatie het ontvangt.
  • Referentiemodel: Zwitserse NFA (Neugestaltung des Finanzausgleichs, 2008). Verevening gebaseerd op belastbaar potentieel (Ressourcenpotenzial): wat een gewest zou kunnen innen bij gemiddelde aanslagvoeten, niet wat het effectief int. Dit beloont efficiënt belastingbeleid in plaats van het te bestraffen.
  • Acht Zwitserse kantons zijn nettobijdragers, achttien ontvangen. Het systeem wordt periodiek herzien (in principe vierjaarlijks, in de praktijk ook tussentijds wanneer nodig). Die vierjaarlijkse cyclus blijkt in de praktijk eerder een routinecheck dan een structurele kernfeature van het systeem: de duurzaamheid van het Zwitserse model hangt dus niet af van de Zwitserse referendumcultuur, en is in die zin overdraagbaar naar een Belgische context.

C. Geen ongedekte mandaten

  • Verbod op federale regelgeving die kosten oplegt aan gewesten/gemeenschappen/gemeenten zonder corresponderende financiering. Naar het model van de Amerikaanse Unfunded Mandates Reform Act (1995).
  • Omgekeerd: verbod op gewestelijke regelgeving die federale uitgaven verhoogt zonder eigen financiering.

3. MINDER BESTUURSNIVEAUS, GROTERE SCHAAL

Het probleem

België heeft meer bestuurslagen dan gelijk welk vergelijkbaar Europees land. De 10 provincies vormen een tussenliggend niveau dat door de meeste partijen als overbodig wordt beschouwd. De 565 gemeenten (na fusies per 1/1/2025) zijn gemiddeld klein vergeleken met het Deense gemiddelde na de hervorming van 2007 (~55.000 inwoners).

Concreet voorstel

A. Provincies afschaffen

  • De 10 provincies worden opgeheven. Hun bevoegdheden worden verdeeld: bovenlokale coördinatie (rampenplanning, waterbeheer) naar de gewesten; bestuurlijk toezicht en persoonsgebonden taken naar de gemeenten of intercommunale verbanden.
  • De provinciegouverneurs worden commissarissen van de gewestregering voor bovenlokale coördinatie. Een ambtelijke, geen politieke functie.
  • Geraamde nettobesparing: circa €400 miljoen per jaar (prof. Vereeck, UHasselt). De exacte besparing hangt af van vervangende structuren.
  • De afschaffing staat reeds op de agenda van N-VA, Vlaams Belang, Open VLD, Ecolo/Groen, MR en Les Engagés. Het Waalse regeerakkoord 2024 voorziet er expliciet in.

B. Vrijwillige gemeentefusies stimuleren. Met een minimumdrempel

  • Streefdrempel: 25.000 inwoners per gemeente (naar Deens model, aangepast aan de Belgische context). Dit vergt een reductie van 565 naar circa 200-250 gemeenten.
  • Financiële incentives: schuldovername door het gewest (huidig Vlaams model: €200-500 per inwoner, max. €50 miljoen), aangevuld met eenmalige investeringsbonus voor digitalisering en nieuwbouw gemeentehuis.
  • Grotere gemeenten krijgen een breder takenpakket: basisonderwijs (facilitair), lokale sociale diensten, eerstelijnswelzijn, lokaal werkgelegenheidsbeleid, ruimtelijke ordening. Naar Deens en Scandinavisch model.
  • Referentiemodel: Denemarken 2007. Denemarken reduceerde 271 gemeenten tot 98 (minimumdrempel 20.000 inwoners), schafte 14 counties af en verving ze door 5 regio's zonder belastingbevoegdheid. Gemeenten kregen een breed takenpakket, gefinancierd via een gemeentelijke inkomstenbelasting (gemiddeld ~25%). Het resultaat: sterkere bestuurskracht, betere dienstverlening, en professionelere administraties.

C. Intercommunales rationaliseren

  • Transparantieverplichting: alle intercommunales publiceren jaarlijks een gestandaardiseerd financieel rapport.
  • Fusie van intercommunales die onder een schaaldrempel van 100.000 inwoners vallen. Veel van de circa 200 intercommunales zijn te klein om efficiënt te opereren.
  • Beperking van politieke mandaten in intercommunales: maximaal één bezoldigd mandaat per mandataris.

4. DE BELGISCHE SENAAT: afschaffen

Het probleem

De Senaat verloor na de 6de staatshervorming het grootste deel van zijn bevoegdheden. Hij telt 60 leden (50 deelstaatsenatoren aangewezen door de gemeenschaps- en gewestparlementen + 10 gecoöpteerde senatoren), kan geen wetten meer initiëren buiten een beperkt aantal bicamerale aangelegenheden, en vergadert slechts periodiek. De Senaat kost circa €45 miljoen per jaar (dotatie 2024: €44,6 miljoen; werkelijke uitgaven: €43,2 miljoen) en voegt in zijn huidige vorm geen democratische meerwaarde toe.

Concreet voorstel

  • Afschaffing van de Senaat in zijn huidige vorm. Het Arizona-regeerakkoord (januari 2025) voorziet hier reeds in en bepaalt: "We beslissen om de Senaat af te schaffen, de daartoe nodige grondwetswijzigingen volledig en onmiddellijk bij de start van deze legislatuur goed te keuren."
  • Vervanging door een licht intergouvernementeel overlegorgaan (naar Duits Bundesrat-model, maar zonder wetgevende bevoegdheid): vertegenwoordigers van deelstaatregeringen die de federale wetgeving toetsen op subsidiariteit en bevoegdheidsoverschrijding.
  • Besparing: ~€45 miljoen per jaar + vereenvoudiging van het wetgevingsproces.

5. TRANSPARANTIE: de burger moet begrijpen wie waarvoor bevoegd is

Het probleem

Uit peilingen blijkt herhaaldelijk dat een meerderheid van de Belgen niet weet welk bestuursniveau bevoegd is voor welke materie. De SERV (2023) oordeelt dat samenwerkingsakkoorden "negatieve coördinatie" bevorderen: "Er gaat veel tijd en energie naar uitzoeken wie bevoegd is in plaats van positieve samenwerking."

Concreet voorstel

  • Eén digitaal loket per burger (uitbreiding van MijnOverheid.be) dat voor elke overheidsdienst automatisch doorstuurt naar het bevoegde niveau. De burger hoeft niet te weten of iets federaal, gewestelijk of gemeenschappelijk is.
  • Bevoegdheidskaart: een publiek, interactief dashboard dat voor elk beleidsdomein toont welk niveau bevoegd is, hoeveel er wordt uitgegeven, en welke resultaten worden behaald.
  • Jaarlijkse subsidiariteitstoets: elk bestuursniveau publiceert een rapport dat evalueert of bevoegdheden nog op het juiste niveau zitten. Naar het model van de EU-subsidiariteitstoets die Belgische parlementen al uitvoeren voor Europese wetgeving.

6. HAALBAARHEID EN SEQUENCING: hoe komt deze hervorming er?

Het probleem

Elke grondwettelijke hervorming in België vereist een 2/3-meerderheid (art. 195 GW) en in de praktijk ook een meerderheid in elke taalgroep. Anders dan Zwitserland kent België geen bindend referendum. De Zwitserse NFA werd in 2008 ingevoerd na twintig jaar voorbereiding en een volksraadpleging. De logische vraag: welk mechanisme ontgrendelt in België een vergelijkbare fiscale transitie, in een systeem waar elke hervorming een communautair veto riskeert?

Vergelijkend bewijs toont dat ingrijpende fiscale decentralisatie historisch zelden tot stand komt via technocratische consensus. Ze volgt op een politieke trigger: een crisis, een referendumdreiging, of een begrotingsschok. De Schotse Scottish Rate of Income Tax en de volwaardige tax-autonomie die daarop volgde, kwamen er na het onafhankelijkheidsreferendum van 2014, waar 45% voor secessie stemde. Het Vlaams nationalisme speelt hier een vergelijkbare rol als het Engelse nationalisme rond de Barnett-formule: beide gevoed door het besef dat de eigen regio de andere structureel overfinanciert.

Dit is geen pleidooi voor een Belgisch onafhankelijkheidsreferendum. Het is een nuchtere vaststelling: een big bang hervorming zonder externe schokbeweging heeft in vergelijkbare meerlagige democratieën weinig precedent. Wie fiscale responsabilisering wil, moet dus óf een haalbaar sequentiepad ontwerpen, óf de politieke trigger erkennen die de 2/3-meerderheid ontgrendelt.

Concreet voorstel

A. Sequentiepad in drie fases over 10 jaar

  1. Fase 1 (jaar 1-3). Technische voorbereiding binnen het huidige kader. Uitbreiding van de autonomiefactor op de personenbelasting (nu 24,957%) zonder grondwetswijziging, via aanpassing van de Bijzondere Financieringswet (bijzondere meerderheid, maar geen GW-herziening). Invoering van een pilootverevening op basis van belastbaar potentieel, parallel aan het bestaande solidariteitsmechanisme.
  2. Fase 2 (jaar 4-6). Partiële grondwetsherziening. Opname van de relevante artikelen in de preconstituante verklaring. Na verkiezingen: verankering van het "wie beslist, betaalt"-principe en de plafondregel (vertical fiscal gap max. 30%) in de Grondwet. Homogenisering van één pilotdomein (voorstel: arbeidsmarkt, waar Vlaamse en Waalse belangen deels convergeren rond activering).
  3. Fase 3 (jaar 7-10). Volledige transitie. Uitbreiding naar andere domeinen (gezondheidszorg, klimaat/energie). Overgangsmechanisme (zoals het huidige 2015-2033-mechanisme) dempt winsten en verliezen. Periodieke herziening (bijvoorbeeld vierjaarlijks), aangevuld met tussentijdse aanpassingen waar nodig, zoals in het Zwitserse NFA-model.

B. Politieke haalbaarheid erkennen, niet ontkennen

  • Een brede coalitie rond fiscale responsabilisering is enkel mogelijk als het geen nulsomspel wordt. De Schotse les: decentralisatie kwam er pas toen zij tegelijk aan de Schotse eis voor autonomie én aan de Engelse eis voor minder overfinanciering tegemoetkwam. Vertaald naar België: een hervorming die zowel Vlaanderen (meer autonomie, minder transfers) als Wallonië (betere verevening op potentieel, schokdemping) beter uitkomt dan het status quo.
  • Elk voorstel koppelt daarom fiscale autonomie expliciet aan een robuust vereveningsmodel. Autonomie zonder solidariteit is communautair onaanvaardbaar. Solidariteit zonder autonomie is economisch onhoudbaar.

Financiële raming

Maatregel Jaarlijkse besparing / opbrengst
Afschaffing provincies +€400 mln (netto, na herverdeling taken)
Afschaffing Senaat +~€45 mln
Gemeentefusies (schaalvoordelen op termijn) +€200-500 mln (na overgangsfase)
Fusie energieregulatoren (4→2) +€10-20 mln
Opheffing RVA als operationele dienst +€50-100 mln (efficiëntiewinst)
Totaal structurele besparing +€705 mln – 1,1 mld per jaar

De werkelijke besparing is moeilijk exact te ramen omdat ze afhangt van de vervangende structuren. De belangrijkste winst is niet financieel maar functioneel: snellere besluitvorming, duidelijker verantwoordelijkheden en effectiever beleid.


Samenvatting: 6 partijpunten

1. HOMOGENE BEVOEGDHEIDSPAKKETTEN Stop de versnippering. Arbeidsmarkt volledig regionaliseren (inclusief uitkeringen). Gezondheidszorg: keuze maken. Volledig op één niveau. Klimaat en energie: één integraal plan, twee regulatoren in plaats van vier. Mobiliteit: geïntegreerd intermodaal vervoer met één vervoersautoriteit per gewest.

2. WIE BESLIST, BETAALT Elke bevoegdheidsoverdracht koppelen aan fiscale autonomie. Vertical fiscal gap halveren van 50% naar 30% over 10 jaar. Verevening op basis van belastbaar potentieel (Zwitsers NFA-model). Verbod op ongedekte mandaten.

3. MINDER BESTUURSNIVEAUS Provincies afschaffen. Gemeentefusies stimuleren (streefdrempel 25.000 inwoners, Deens model). Intercommunales rationaliseren en transparant maken.

4. SENAAT AFSCHAFFEN Vervangen door een licht intergouvernementeel overlegorgaan. Besparing ~€45 miljoen per jaar.

5. TRANSPARANTIE Eén digitaal loket per burger. Publieke bevoegdheidskaart. Jaarlijkse subsidiariteitstoets per bestuursniveau.

6. HAALBAARHEID Gefaseerde transitie over 10 jaar. Fase 1: binnen bestaand kader (BFW aanpassen). Fase 2: grondwetsherziening na verkiezingen, één pilotdomein homogeniseren. Fase 3: volledige uitrol met overgangsmechanisme. Fiscale autonomie en robuuste verevening als onlosmakelijk pakket.

Ons principe: Subsidiariteit is geen communautair wapen. Het is een efficiëntieprincipe. Elke bevoegdheid hoort op het niveau waar ze het best wordt uitgeoefend. Niet hoger dan nodig, niet lager dan mogelijk. En wie beslist, betaalt. Dat is geen ideologie. Dat is gezond verstand.